Een nieuwe constellatie

Web_133 ed
(c) KV

Terwijl het seizoen alles afwerpt wat voorafging, om te gebruiken als voedsel voor de toekomst, voel ik hoe de draden van een eerder leven zich langzaam ontrafelen.

Parel na kostbare parel van ervaring wordt onderzocht door de wind. Wiegend op de bries ben ik niet in staat om te controleren welke van hen zal ingaan op de uitnodiging van de wereld om los te laten, en welke zullen blijven om mij nog een beetje langer van dienst te zijn.

Ik kan alleen maar vertrouwen op de kunst van het leven om van datgene wat bereid is aangeraakt en veranderd te worden te verweven tot een nieuwe constellatie.

Web_129 ed
(c) KV

 

Advertenties

Als het neerdaalt

Tony & Seba_110 ed
(c) KV

De herfst is gearriveerd. In mijn tuin, langs de rivieren en de kreken, in de bermen van de autosnelwegen.

Ik hou van mijn geboorteseizoen en zijn onafscheidelijke weelde aan kleuren, misschien wel om goed te maken dat de warmte vervliegt.
In de loop van de jaren heeft de herfst me leren genieten van de kilte van vochtigheid, de overvloed van oogst en de stille berusting van loslaten.

Maar dit jaar merk ik dat ik met heel gemengde gevoelens kijk naar het verkleuren van de eerste bladeren, de volheid die zich voorbereidt om te verliezen en te vallen.
De omslag komt bijna als een verrassing, een klein schok. Het ligt totaal niet in de lijn van waar ik me bevind.

Ik voel me in de diepe rijping van wat misschien mijn gelukkigste jaar op deze planeet is, mijn volste mand verse oogst, en mijn meest gulle vorm van het delen ervan. Geen enkel ander jaar heb ik een dergelijke verbredende groei gekend als nu. En de stroom waarop ik mee vaar is niet van plan snel van koers te veranderen. Dus waarom de natuur nu plots wel?

Tony & Seba_082
(c) KV

Ik zal er wel aan wennen, natuurlijk. Ik zal het afwerpen verwelkomen, zoals ik nu al de ochtendnevel en de schitterende spinnenwebben welkom heet.

Ik zal me herinneren dat mijn dierbare gevleugelde vrienden zoveel makkelijker te observeren zijn in kruinen zonder bladeren.
Ik zal me herinneren dat het donker de dierbaarste geheimen herbergt, de subtielste geluiden.

Ik zal het seizoen omhelzen als het neerdaalt.
Ik zal mezelf hullen in sjaals en kaarslicht, mijn nachtvleugels spreiden en vuurliederen zingen over het warme duister, en de terugkeer van het licht.

Tony & Seba_103
(c) KV

Een draad per keer

Waarom ik een Zielskring bijeen roep

Daarom noemen ze het dus een roeping, schreef ik een paar maanden geleden, toen ik voelde hoe de Ziel mij aan de mouw trok om haar werk te gaan doen, en zo mezelf ten dienste te stellen van iets wat groter was dan mijn eigen persoontje.

Nu lees ik precies dezelfde woorden in de latere hoofdstukken van Bill Plotkins Nature and the human soul. In de passages over de Leerling en de Ambachtsman schetst hij precies wat ik in die eerdere blog beschreef.

Ik zit ergens tussen die twee fasen in, geloof ik. Aan de ene kant ben ik nog altijd aan het ontdekken wat de Ziel precies van mij wil, en leer ik omgaan met diverse manieren om dat ‘in de wereld te brengen’. Van de andere kant zet ik mijn ambacht wel degelijk al in met een zekere vorm van meesterschap. Zo is mijn geschreven stem ondertussen wel genoeg gerijpt om daarvoor te dienen. De Zaailingen zijn maar het topje van de ijsberg van wat ik voel dat er mogelijk is, en dat vervult mij met een diepe vreugde.

Maar in de leer gaan doe je met stapjes en in laagjes, zoveel is duidelijk. En sommige puzzelstukjes werden in de loop van de laatste weken heel erg duidelijk naar voren geschoven.

Dit najaar word ik veertig, en ik ben voorbereidingen aan het treffen voor het weven van een web.

Web_050 ed
(c) KV

De Fransen kennen het spreekwoord la vie commence à quarante ans. Ik geloof dat dat klopt, op meer dan één manier. Zo heb je op die leeftijd genoeg ervaring om ontspannener in het leven te staan dan jongere mensen zich kunnen permitteren omdat ze nog zo hard bezig zijn met diploma’s halen, werk vinden en een thuis voor zichzelf (en hopelijk ook een paar geliefden) uit de grond stampen.
Maar belangrijker (voor mij, althans) is dat ik, sinds ik het plateau bereikte en voelde hoe mijn bestaan bewoond wilde worden op een andere manier, waarbij Ziel en Geest de richting van de reis aangeven, over mijn leven denk in termen van ‘ervoor’ en ‘erna’. Het voelt echt als een soort ‘En nu voor serieus!’, alsof al wat hiervoor kwam niets was dan voorbereiding – en in feite klopt dat ook.

Veertig is een symbolische leeftijd, en aangezien ik de laatste tijd door nogal wat symbolische evoluties ga, voelde het gepast om dat moment – bijna als een excuus – aan te grijpen om het kantelpunt te vieren dat ik heb bereikt.

Ik wil geen feestje bouwen in de dagelijkse zin van het woord. Dat zou neerkomen op veel te veel geluid en veel te veel gedoe en veel te veel aardige mensen in één ruimte om wat voor zinnig gesprek dan ook te hebben. In plaats daarvan wil ik de gebeurtenis markeren met iets van betekenis.

Ik wil een klein aantal voor mij zeer belangrijke personen om me heen verzamelen en een web weven.

Toen ik beschreef wat ik in gedachten had, kwam mijn zus Elin voor de dag met een naam die onmiddellijk juist voelde: een Soul Circle, een Zielskring.

De mensen die ik daarvoor uitgenodigd heb, zijn stuk voor stuk personen met wie ik een zielscontact heb, mensen die me in de loop van de jaren hebben zien groeien en daar niet zelden toe bijgedragen hebben, mensen in wiens gezelschap ik me mijn beste zelf voel, sterker en in staat tot méér.
Sommige van hen lopen al met me mee vanaf mijn geboorte. Anderen hebben pas recent hun opwachting gemaakt in mijn leven. Sommigen hebben me een paar van mijn grootste uitdagingen voorgeschoteld. Anderen hebben me geholpen om de scherven weer aaneen te lijmen toen het leven me een ferme tik bezorgde. Stuk voor stuk wil ik hen bedanken.

Dat is waar die kring om zou draaien, wist ik toen ik het idee vormgaf en uitnodigingen begon te versturen. Veel antwoorden kwamen snel en ze waren bijna allemaal positief. Het ziet er naar uit dat we met een twintigtal volwassenen en een handvol kinderen zullen zijn. Wauw. Ik voel me nu al gezegend.

Web_056 ed cut
(c) KV

Ik voelde er wel iets voor om kleine, gepersonaliseerde cadeautjes te schenken aan iedereen die plaats zou nemen in de kring, maar er ontbrak duidelijk nog iets. Je wil toch niet dat het alleen maar om de geschenkjes draait, zei Elin me. Zoek naar een setting die het spirituele element meer ruimte geeft. Ze had weer eens gelijk. Alleen had ik het gevoel door dichte mist te waden, en niet duidelijk te kunnen articuleren wat ik dan wel moest doen.

Ik contacteerde iemand die Elin intuïtief vernoemde om raad aan te vragen, een dame die er die dag ook zou bij zijn. En ik bleek maar twee kleine tips van haar nodig te hebben – een symbolisch wiel met de vier seizoenen/windrichtingen en de naam van een auteur van wie ze een boek aan het lezen was – om in het midden van mijn web terecht te komen.

Ik werk al jaren met de windrichten in ontelbare kaartleggingen. Ze staan symbool voor de vier hoofdaspecten van elk proces of probleem. Daarnaast ben ik grote fan van Bill Plotkins wiel van zielsgeörienteerde ontwikkeling, het veelgelaagde en subtiele schema van een mensenleven dat voor een stuk dezelfde symboliek aanwendt.

Ik begreep meteen dat ik hiermee zou moeten werken. Ik kon mezelf een cirkel zien aanleggen in het midden van onze woonruimte met vier uitgesproken segementen, voor de seizoenen en levensfasen. Ik kon de gasten in gedachten een plekje zien kiezen langs de rand. Prima, voorlopig.

Die schrijver, dan.
Zijn naam – Daan Van Kampenhout – doet heel waarschijnlijk geen belletje rinkelen. Ik had zelf ook nog nooit van hem gehoord. Hij blijkt een moderne sjamaan (thuisbasis Nederland), die in de leer was bij een traditionele Noord-Amerikaanse meester en het ambacht ondertussen al bijna dertig jaar beoefent. Ik bestelde een boek van hem over sjamanistische rituelen, las het op drie dagen uit en voelde me beter thuis dan ik in lange tijd had gedaan.

Niet elk facet van traditioneel sjamanisme is mijn ding, en ik voel ook geen behoefte om voluit in de beoefening ervan te duiken. Nog niet, in elk geval. Maar er zitten elementen in die mij niet alleen raken omdat ze juist aanvoelen, maar omdat ik ze herken. Ik pas ze in feite al toe, tot op zekere hoogte.

Dus ja, er zou duidelijk ook iets sjamanistisch in die Zielskring gaan zitten.

En terwijl dat alles me duidelijk werd, realiseerde ik me dat ik niet gewoon deel uit zou maken van de cirkel van aanwezigen, maar dat ik degene zou zijn die dat ritueel moest gaan leiden, vanuit het centrum ervan.
Dit was mijn verantwoordelijkheid, de taak die ik op mij genomen had door deze Kring bijeen te roepen. Was ik eerst teruggeschrokken voor al te veel zichtbaarheid, nu zag ik mezelf dat effectief doen.

Web_070 ed cut
(c) KV

Dit hele proces werd interessanter met elke week die verstreek.

En alsof de dingen nog niet snel genoeg evolueerden, kwam er de episode waarbij mijn tong me de schrik van mijn leven bezorgde.

Dit was de Ziel die me op de schouder tikte, zoveel was duidelijk. Ik begreep dat ik aangemaand werd om meer mijn mond open te doen. Dat was geen kleine uitdaging, en terwijl ik zag dat er verschillende facetten aan zaten, realiseerde ik me ook dat de Soul Circle de plaats zou zijn om een aantal ervan in de praktijk te brengen. Ik wist al dat ik het ritueel zou moeten gaan leiden. En ik wilde mensen bedanken om draden te zijn in mijn web. Nu begreep ik ook dat dat wilde zeggen dat ik mijn dankbaarheid jegens hen een voor een zou moeten uitspreken.

Van een uitdaging gesproken.

Dit web is verre van geweven. Ik heb nog twee maanden voor de Zielskring plaatsvindt. Zorgvuldig trek ik de ene na de andere centrale draad. Voorbereiding, besef ik, is cruciaal als je wil dat iets slaagt (of beter: als je het niet wil verknoeien door een gebrek aan logistieke planning). In dat opzicht verschilt een ritueel weinig van een feestje.

Maar behalve dat het mij laat nadenken over in welke hoek van de kamer ik de eettafel parkeer, welke kleuren en symbolen ik ga verbinden aan de seizoenen en welke geschenkjes ik aan wie ga geven, is dit hele proces mij natuurlijk ook weer aan het veranderen.

Deze Zielskring leert mij veel over mijzelf, over degenen die mij dierbaar zijn en over een stukje van iets groters waarin ik binnen geleid word – een draad per keer.

Web_074 ed cut
(c) KV

De eeuwige evenwichtsoefening

Een meditatie voor de equinox

Bergkristal_054
(c) KV

Als je een verhaal leest – elk verhaal, van de platste pulp tot de Heilige Schrift – lijken zwart en wit altijd zo keurig van elkaar te onderscheiden. Zo definitief, met scherpe en heldere contouren.

We worden het een of het ander genoemd, de verdeling verloopt haarscherp. De goden zullen beslissen of we gered dan wel verdoemd worden.

Alleen wie werkelijk durft leven en ademhalen herkent een sprookje als hij er een ziet.

Het perfecte evenwicht tussen licht en donker komt welgeteld twee keer per jaar voor, heel kortstondig, als dag en nacht elkaar omhelzen als de yin en yang die ze bijna nooit zijn.

Alle andere dagen bewegen onze hemelse lichamen onophoudelijk, waarbij ze voorzichtig navigeren langs de gekartelde randen van het leven, zelfs als we proberen om de tijd stil te zetten en ter plaatse ter blijven.

Bergkristal_067 ed
(c) KV

De eeuwige evenwichtsoefening ontbloot schoonheid op de donkerste plaatsen

en licht dat verschijnt uit niets dan zichzelf.

Bergkristal_035
(c) KV

 

Deel van dezelfde stroom

Zaailing #13 & #14

 

IMG_6252 ed

Samen op locatie een Zaailing maken, dat was een idee dat dit voorjaar al groeide.
Toen ik Jurgen een foto van de waterval van Arifat stuurde, leek het hem wel een leuk idee om in Frankrijk samen de wandeling ernaartoe te maken.
Dus namen we onze twee gezinnen niet lang na onze geslaagde middag van wijn-en-vriendschap-alchemie mee op sleeptouw voor een tochtje langs de rivier, in het groenige licht dat wolkendek en bladerdak samen leggen onder de bomen.
We bouwden dammen, en we stroomden mee met het water. Nu en dan gingen we zitten om te schetsen en te schrijven.

Dit is het resultaat.

 

Zaailing #13     Vrije val

voor Aurore
arifat1
(c) Jurgen Walschot

 

harten in vrije val
zijn plots gewichtloos
niets om de veelheid van vallende
waterdruppels te verbinden
behalve de zekerheid
dat ze behoren tot dezelfde stroom

 

 

 

Zaailing #14     Als vanouds

 

arifat2_2
(c) Jurgen Walschot

 

De pen is je bondgenoot in een poging om vast te houden wat niet tegengehouden wil worden. Het glipt ongrijpbaar van je weg, al leg je de lijnen nog zo liefkozend neer op het papier.
Word je zwijgend deel van de rots waarop je zit, en wordt het landschap op je blad een deel van jou?

Terwijl het vlak onder je handen zich vult, stroom jij langzaam leeg.

Het maakt niet uit hoe vaak je verdwijnt. Ooit komen we, als vanouds, hier weer terug.

 

 


 

20170712_134033 ed klein

ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Hoe je gaat, is waar je aankomt

Sophora_027 (2) ed
(c) KV

 

vanuit het duister naar het licht
vanuit licht naar pijn
vanuit pijn naar bevrijding
vanuit bevrijding naar liefde

het maakt niet uit waar je heen gaat
hoe je gaat, is waar je aankomt

 


 

De laatste regel is een citaat uit Lewis Carolls Alice in Wonderland (‘How you get there is where you’ll arrive’). Ik vond die zo mooi en sprekend dat hij de basis werd voor deze kleine meditatie. De manier waarop ik hem vertaald heb, weerspiegelt ook mijn interpretatie ervan. Niet alleen kan je zeggen dat de weg zelf het doel is, maar het is net zo goed de ingesteldheid waarmee je de weg wandelt, en de manier waarop je je overgeeft aan al wat je daar beleeft, die mee bepaalt waar je je bevindt en waar je uiteindelijk heengaat. Althans, zo voel ik dat toch.

Een thuis voor de ziel

Waarom mijn reizen vaak iets hebben van een zoektocht

Ik ga heel graag op vakantie: weg zeilen van de kusten van het vertrouwde leven naar de diepe stromen die een eind verder op zee wachten. Maar meestal kom ik niet zo graag terug naar huis.
Het is niet dat ik ons huis niet leuk vind, of dat mijn leven een triestige sleur is waar ik me met zware tegenzin aan onderwerp. Toch blijft dit gevoel zowat elk jaar terugkomen en sterker worden. Ik ben er ondertussen wel aan gewend dat het de kop opsteekt, en probeer het te gebruiken in mijn voordeel.

Zwervend langs de bochtige Italiaanse wegen in juli, ontmoette ik andermaal mijn vertrouwde vakantiegezel, en ik vroeg me af welk geschenk hij dit keer voor me bij had.

Italië 3_131 ed
(c) KV

Op vakantie gaan en de alledaagse routines even aan de kant zetten, besefte ik, was eigenlijk een prima gelegenheid om van op een afstandje naar mijn leven te kijken en een zielcheck te doen: was ik nog altijd aan het doen wat ik wilde? Was ik tevreden met het leven dat ik had achtergelaten en waarnaar ik heel binnenkort weer terugging?

In grote lijnen is het antwoord zeker ja. De laatste tien jaar heb ik veel werk gestoken in het vinden van mijn roeping en het verfijnen van mijn ambacht. Er zijn op dit moment geen grote werven in mijn leven die schreeuwen om een facelift of een sloophamer. Integendeel, ik heb het gevoel dat ik steeds meer ben waar ik thuishoor, op een pad gevuld met kunst, creativiteit, zielsontmoetingen en dienstbaarheid.

Waarom was er dan toch dat vertrouwde, knagende gevoel dat ik niet wilde dat deze vakantie stopte, dat ik nog niet terug wou naar België, naar ons huis? Het had zelfs niet zo veel te maken met werk, besefte ik, als wel met het gevoel van de plek zelf.

Ja, natuurlijk is de hemel in België dagenlang vaak triestig grijs. Maar mijn ongemakkelijk gevoel had daar in feite niet zoveel mee te maken. Na twee weken aan een stuk zoveel zonlicht en warmte opgezogen te hebben (35° C in de schaduw), was ik eerlijk gezegd best verzadigd, en vond ik het niet erg om weer wat meer wolken en zelfs regen te zien.

Op een van de plekken waar we verbleven, leefde een Belgisch koppel dat van hun vakantieverblijf hun permanente woonst had gemaakt, en gasten ontving in een kleine B&B. Ze zaten in een mooi middeleeuws dorp dat hij bezocht had van kindsbeen af, en zij vertelde dat ze, toen hij haar voor het eerst had meegenomen, huilde toen ze weer moesten vertrekken. Ik wilde niet weg, zei ze. Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.

Dat is het, geloof ik.
Ik ben nog steeds op zoek naar de plek waar mijn ziel thuiskomt.

Italië 3_214 ed
(c) KV

Ik ben er niet actief naar op zoek, maar onbewust hoop ik dat ze opduikt in elk dorp dat ik binnenkom, op elke berg die ik beklim, achter elke bocht van de weg waar we op zitten.
Het is geen bewuste speurtocht, maar ik besef wel dat het de zoektocht is van mijn ziel naar haar thuis. En ik heb die nog niet gevonden, zoveel is wel duidelijk.

Als ik onze (lange) stop bij mijn ouders in Frankrijk er even bij reken, waren we drie weken lang bijna constant in beweging. En tegen het einde van die periode waren Christophe en ik allebei wat reismoe. Niet zo gek, we hadden er op die relatief korte tijd zowat 4.000 kilometer op zitten.
Voor een keer, merkte ik, vond ik naar huis gaan niet zo erg. Of eerder – landen. Het zou goed zijn om ons te nestelen op een geliefde, vertrouwde plek, een nest van waar we niet onmiddellijk weer weg hoefden.

Het maakte de thuiskomst dit jaar een stuk zachter en aangenamer dan vorige keren. En ik hou echt van ons huis, verstopt tussen de bomen op ons kleine, overgroeide perceel. Maar ik heb begrepen dat het voor mijn ziel toch niet écht thuis is, en dat waarschijnlijk nooit zal zijn. Het is een dierbare en lieflijke halte onder de baan.

En het moment dat ik die andere plek vind, waar ik naar op zoek lijk te zijn, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.

Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.

Italië 3_217 ed cut
(c) KV

Het godje in het labyrint

Solstice_051 zw
(c) KV

Ik weet dat je gekwetst bent.
Wonden uit de kindertijd genezen zelden helemaal.

Het treft me als bijzonder oneerlijk, en nodeloos wreed. Datgene wat je overeind hield en misschien wel je leven gered heeft in die onveilige jaren, is nu je kooi.

Ik wou dat ik je op een of andere manier kon uitleggen dat de wereld niet zo vijandig is als je denkt. Ik ken zoveel voorbeelden die het tegendeel illustreren.
Ik wou dat je ze kon geloven.

Maar wie ben ik om te proberen je te overtuigen? Mijn littekens lijken in niets op de jouwe. Mijn kindertijd was niet perfect, maar in vergelijking met de jouwe was het een paradijs. Ik heb altijd mensen om me heen gehad die ik kon vertrouwen, bakens die voor mij op de uitkijk stonden, armen die me opvingen als ik viel. Ik heb mezelf nooit van de grond moeten schrapen, zoekend naar een reden om door te gaan.

Ik heb geleerd dat je mag vertrouwen, en mag liefhebben, en dat geen van beide wordt beschaamd. Dingen die ik beschouw als niet minder dan fundamentele rechten, maar waarvan ik weet dat ze voor veel mensen ronduit onbetaalbaar lijken.

De luxe van vertrouwen is jou niet gegund. In plaats daarvan heb je geleerd je te verbergen. En – in het uiterste geval, als je pijn dreigt te dagzomen – aan te vallen.

Solstice_030 zw ed cut 2
(c) KV

 

Maar ik ken toch ook wel iets van me verbergen, en van pijn.
Dus laat me je vertellen over het labyrint.

 


 

Je loopt in het schemerduister langs de kronkelende paden, en je kent de weg niet. De muren zijn hoog en je ziet niets voorbij de volgende hoek.
In je hand klem je de draad die je verbindt met de ingang. Het is je reddingslijn om de weg terug te vinden, en je houdt hem stevig vast.

Je bent bang. Want in het centrum van het labyrint, dat weet je, wacht een monster. Je wil er niet heen, maar je weet ook dat je geen keuze hebt.

Wanneer je bijna in het midden bent, staat de draad plots strak: je bent zo ver geraakt als hij kon. Als je wil doorgaan, zal je hem moeten loslaten.

Je bent bang.

Je laat hem los.

Het is tijd om het monster in de ogen te kijken.
Je rondt de laatste hoek.

Daar, in het centrum van het labyrint, waar je verwachtte het beest te vinden, zit een klein kind, een godje, op de grond. Het is helemaal alleen, en de tranen lopen over zijn wangen.

Als het jou ziet, steekt het zijn armpjes naar je uit, en vraagt:
“Waarom heb je mij zo lang alleen gelaten?”


 

Ik kan jouw kind niet troosten.
De enige die dat kan, ben jij zelf. Door naar zijn roep te luisteren, je armen te openen en het de knuffel te geven waar het al zo lang op wacht.

Jij bent nu de volwassene die het kan beschermen en voor hem kan zorgen, zoals de volwassenen in je eigen leven dat ooit hadden moeten doen maar om een of andere reden niet konden. Maar dat doet er nu niet meer toe. Jij bent er.

Ik kan jouw kind niet troosten.
Maar ik kan je wel meenemen doorheen het labyrint om hem te ontmoeten.

Ik beloof je dat er aan het einde van de tocht licht zal zijn.

Vertrouw je me?

 

Solstice_052 zw ed cut

 

 


 

Het verhaal van het godje in het labyrint werd me meer dan tien jaar geleden verteld door een vriendin, die het op haar beurt had van een zenmeester die ze kende. Ik weet niet wie die meester was, en ik heb geen idee van de oorsprong van dit verhaal. Mijn vriendin gebruikte indertijd het woord labyrint toen ze het verhaal vertelde. Hoewel dat technisch gezien niet klopt (wat in het verhaal beschreven wordt, is geen labyrint maar een doolhof), heb ik het woord hier toch weer gebruikt, omwille van de rijke connotaties die het oproept.