Hoe je gaat, is waar je aankomt

Sophora_027 (2) ed
(c) KV

 

vanuit het duister naar het licht
vanuit licht naar pijn
vanuit pijn naar bevrijding
vanuit bevrijding naar liefde

het maakt niet uit waar je heen gaat
hoe je gaat, is waar je aankomt

 


 

De laatste regel is een citaat uit Lewis Carolls Alice in Wonderland (‘How you get there is where you’ll arrive’). Ik vond die zo mooi en sprekend dat hij de basis werd voor deze kleine meditatie. De manier waarop ik hem vertaald heb, weerspiegelt ook mijn interpretatie ervan. Niet alleen kan je zeggen dat de weg zelf het doel is, maar het is net zo goed de ingesteldheid waarmee je de weg wandelt, en de manier waarop je je overgeeft aan al wat je daar beleeft, die mee bepaalt waar je je bevindt en waar je uiteindelijk heengaat. Althans, zo voel ik dat toch.
Advertenties

Een thuis voor de ziel

Waarom mijn reizen vaak iets hebben van een zoektocht

Ik ga heel graag op vakantie: weg zeilen van de kusten van het vertrouwde leven naar de diepe stromen die een eind verder op zee wachten. Maar meestal kom ik niet zo graag terug naar huis.
Het is niet dat ik ons huis niet leuk vind, of dat mijn leven een triestige sleur is waar ik me met zware tegenzin aan onderwerp. Toch blijft dit gevoel zowat elk jaar terugkomen en sterker worden. Ik ben er ondertussen wel aan gewend dat het de kop opsteekt, en probeer het te gebruiken in mijn voordeel.

Zwervend langs de bochtige Italiaanse wegen in juli, ontmoette ik andermaal mijn vertrouwde vakantiegezel, en ik vroeg me af welk geschenk hij dit keer voor me bij had.

Italië 3_131 ed
(c) KV

Op vakantie gaan en de alledaagse routines even aan de kant zetten, besefte ik, was eigenlijk een prima gelegenheid om van op een afstandje naar mijn leven te kijken en een zielcheck te doen: was ik nog altijd aan het doen wat ik wilde? Was ik tevreden met het leven dat ik had achtergelaten en waarnaar ik heel binnenkort weer terugging?

In grote lijnen is het antwoord zeker ja. De laatste tien jaar heb ik veel werk gestoken in het vinden van mijn roeping en het verfijnen van mijn ambacht. Er zijn op dit moment geen grote werven in mijn leven die schreeuwen om een facelift of een sloophamer. Integendeel, ik heb het gevoel dat ik steeds meer ben waar ik thuishoor, op een pad gevuld met kunst, creativiteit, zielsontmoetingen en dienstbaarheid.

Waarom was er dan toch dat vertrouwde, knagende gevoel dat ik niet wilde dat deze vakantie stopte, dat ik nog niet terug wou naar België, naar ons huis? Het had zelfs niet zo veel te maken met werk, besefte ik, als wel met het gevoel van de plek zelf.

Ja, natuurlijk is de hemel in België dagenlang vaak triestig grijs. Maar mijn ongemakkelijk gevoel had daar in feite niet zoveel mee te maken. Na twee weken aan een stuk zoveel zonlicht en warmte opgezogen te hebben (35° C in de schaduw), was ik eerlijk gezegd best verzadigd, en vond ik het niet erg om weer wat meer wolken en zelfs regen te zien.

Op een van de plekken waar we verbleven, leefde een Belgisch koppel dat van hun vakantieverblijf hun permanente woonst had gemaakt, en gasten ontving in een kleine B&B. Ze zaten in een mooi middeleeuws dorp dat hij bezocht had van kindsbeen af, en zij vertelde dat ze, toen hij haar voor het eerst had meegenomen, huilde toen ze weer moesten vertrekken. Ik wilde niet weg, zei ze. Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.

Dat is het, geloof ik.
Ik ben nog steeds op zoek naar de plek waar mijn ziel thuiskomt.

Italië 3_214 ed
(c) KV

Ik ben er niet actief naar op zoek, maar onbewust hoop ik dat ze opduikt in elk dorp dat ik binnenkom, op elke berg die ik beklim, achter elke bocht van de weg waar we op zitten.
Het is geen bewuste speurtocht, maar ik besef wel dat het de zoektocht is van mijn ziel naar haar thuis. En ik heb die nog niet gevonden, zoveel is wel duidelijk.

Als ik onze (lange) stop bij mijn ouders in Frankrijk er even bij reken, waren we drie weken lang bijna constant in beweging. En tegen het einde van die periode waren Christophe en ik allebei wat reismoe. Niet zo gek, we hadden er op die relatief korte tijd zowat 4.000 kilometer op zitten.
Voor een keer, merkte ik, vond ik naar huis gaan niet zo erg. Of eerder – landen. Het zou goed zijn om ons te nestelen op een geliefde, vertrouwde plek, een nest van waar we niet onmiddellijk weer weg hoefden.

Het maakte de thuiskomst dit jaar een stuk zachter en aangenamer dan vorige keren. En ik hou echt van ons huis, verstopt tussen de bomen op ons kleine, overgroeide perceel. Maar ik heb begrepen dat het voor mijn ziel toch niet écht thuis is, en dat waarschijnlijk nooit zal zijn. Het is een dierbare en lieflijke halte onder de baan.

En het moment dat ik die andere plek vind, waar ik naar op zoek lijk te zijn, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.

Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.

Italië 3_217 ed cut
(c) KV

Het godje in het labyrint

Solstice_051 zw
(c) KV

Ik weet dat je gekwetst bent.
Wonden uit de kindertijd genezen zelden helemaal.

Het treft me als bijzonder oneerlijk, en nodeloos wreed. Datgene wat je overeind hield en misschien wel je leven gered heeft in die onveilige jaren, is nu je kooi.

Ik wou dat ik je op een of andere manier kon uitleggen dat de wereld niet zo vijandig is als je denkt. Ik ken zoveel voorbeelden die het tegendeel illustreren.
Ik wou dat je ze kon geloven.

Maar wie ben ik om te proberen je te overtuigen? Mijn littekens lijken in niets op de jouwe. Mijn kindertijd was niet perfect, maar in vergelijking met de jouwe was het een paradijs. Ik heb altijd mensen om me heen gehad die ik kon vertrouwen, bakens die voor mij op de uitkijk stonden, armen die me opvingen als ik viel. Ik heb mezelf nooit van de grond moeten schrapen, zoekend naar een reden om door te gaan.

Ik heb geleerd dat je mag vertrouwen, en mag liefhebben, en dat geen van beide wordt beschaamd. Dingen die ik beschouw als niet minder dan fundamentele rechten, maar waarvan ik weet dat ze voor veel mensen ronduit onbetaalbaar lijken.

De luxe van vertrouwen is jou niet gegund. In plaats daarvan heb je geleerd je te verbergen. En – in het uiterste geval, als je pijn dreigt te dagzomen – aan te vallen.

Solstice_030 zw ed cut 2
(c) KV

 

Maar ik ken toch ook wel iets van me verbergen, en van pijn.
Dus laat me je vertellen over het labyrint.

 


 

Je loopt in het schemerduister langs de kronkelende paden, en je kent de weg niet. De muren zijn hoog en je ziet niets voorbij de volgende hoek.
In je hand klem je de draad die je verbindt met de ingang. Het is je reddingslijn om de weg terug te vinden, en je houdt hem stevig vast.

Je bent bang. Want in het centrum van het labyrint, dat weet je, wacht een monster. Je wil er niet heen, maar je weet ook dat je geen keuze hebt.

Wanneer je bijna in het midden bent, staat de draad plots strak: je bent zo ver geraakt als hij kon. Als je wil doorgaan, zal je hem moeten loslaten.

Je bent bang.

Je laat hem los.

Het is tijd om het monster in de ogen te kijken.
Je rondt de laatste hoek.

Daar, in het centrum van het labyrint, waar je verwachtte het beest te vinden, zit een klein kind, een godje, op de grond. Het is helemaal alleen, en de tranen lopen over zijn wangen.

Als het jou ziet, steekt het zijn armpjes naar je uit, en vraagt:
“Waarom heb je mij zo lang alleen gelaten?”


 

Ik kan jouw kind niet troosten.
De enige die dat kan, ben jij zelf. Door naar zijn roep te luisteren, je armen te openen en het de knuffel te geven waar het al zo lang op wacht.

Jij bent nu de volwassene die het kan beschermen en voor hem kan zorgen, zoals de volwassenen in je eigen leven dat ooit hadden moeten doen maar om een of andere reden niet konden. Maar dat doet er nu niet meer toe. Jij bent er.

Ik kan jouw kind niet troosten.
Maar ik kan je wel meenemen doorheen het labyrint om hem te ontmoeten.

Ik beloof je dat er aan het einde van de tocht licht zal zijn.

Vertrouw je me?

 

Solstice_052 zw ed cut

 

 


 

Het verhaal van het godje in het labyrint werd me meer dan tien jaar geleden verteld door een vriendin, die het op haar beurt had van een zenmeester die ze kende. Ik weet niet wie die meester was, en ik heb geen idee van de oorsprong van dit verhaal. Mijn vriendin gebruikte indertijd het woord labyrint toen ze het verhaal vertelde. Hoewel dat technisch gezien niet klopt (wat in het verhaal beschreven wordt, is geen labyrint maar een doolhof), heb ik het woord hier toch weer gebruikt, omwille van de rijke connotaties die het oproept.

De voorzichtige schoonheid van verval

Maja Leie_077 zw ed cut
(c) KV

 

Alles in het universum is verbonden met alles, en het voornaamste structurerende principe is altijd hetzelfde: fractaal.

Maja Leie_100 zw ed.jpg
(c) KV

 

Dat is waarom golven lijken op haren lijken op grassen
lijken op rimpelingen.

Maja Leie_092 zw ed cut.jpg
(c) KV

 

De labyrinten van houtworm lijken op zonnen
lijken op vlinders lijken op venussen.

Maja Leie_089 zw ed cut
(c) KV

 

Die vernuftige patronen worden pas zichtbaar als de bast van de dode boom afpelt.

Maja Leie_080 zw ed.jpg
(c) KV

 

Ik kan het niet helpen: ik hou van de voorzichtige schoonheid van verval, de vluchtige structuur van vernietiging.

Het feit dat niets blijvend is, en alles zich uiteindelijk ontrolt tot iets anders, kan ook een soort van troost zijn.

Maja Leie_104 zw ed.jpg
(c) KV

Een schietgebedje voor de storm die komt

Ik voel hoe een vreemde spanning zich opbouwt.

Mijn vermoeidheid groeit — het is nogal een trip geweest, de laatste maanden. Er waren creatieve hoogtepunten en persoonlijke dieptepunten. Er waren de onverwachte ontmoetingen op wilde uitkijkpunten met de Ziel, en de koele diepten van Overgave.

Ik ben dankbaar voor elk moment.

Stormwolken_050.JPG
(c) KV

Maar op een meer alledaags niveau is het ook zes maanden geleden dat ik nog iets had wat op vakantie leek, en naarmate de zomer terrein opeist, voel ik hoe de vermoeidheid langzaam groeit in mijn botten.

Op de redactie naderen we de zomerstop. Nog één publicatie te gaan. Ik betrap mezelf erop dat ik de dagen tel.

Het is tijd om voor anker te gaan, te vertrouwen op de wiegende getijden, en los te laten.

Maar nu nog niet. Want aan de horizon broeit de storm. Hij is beangstigend, in zijn omvang en zijn intensiteit, al zal hij uiteindelijk misschien niet meer blijken dan een overdadige  — zij het krachtige — zomerse hoosbui.
Hij maakt zijn komst in elke geval kenbaar.

Stormwolken_022 ed.jpg
(c) KV

Ik weet niet waar mijn storm zich op zal toespitsen, noch wat voor ontlading hij zal brengen.
Ik weet alleen dat hij eraan komt. Ik proef het in de lucht, ik voel het aan de flauwe rimpels van de wind.

Ik doe een schietgebedje voor diepe wortels als hij losbarst.
En voor brede, brede vleugels.

Stormwolken_001 ed cut
(c) KV