De donkerste maanden

Lucky walk_018 ed cut klein
(c) KV

 

We beleven voor het moment de donkerste december- en januarimaanden die velen van ons zich kunnen herinneren. Met de totale hoeveelheid daglicht heeft dat weinig te maken, met het weer des te meer. De zonnige dagen waren de afgelopen maanden op één hand te tellen, en de somberte begint te wegen.

Voor een keertje stoort het mij zelf niet al te zeer. Misschien omdat dit uiteindelijk nog altijd het donkere seizoen is. Gewoonlijk krijg ik nood aan licht en warmte tegen het einde van februari. Dan zijn mijn innerlijke batterijtjes uitgeput.

Ik ging wandelen met een vriendin, langs de afgesloten rivierarm op vijf minuutjes van mijn deur. Met ons gezin komen we daar vaak. We hebben er foto’s van in elk seizoen, door alle jaren heen. Het was de eerste plek waar we met onze zoon, toen nog een baby in de draagdoek of de fietskar, gingen wandelen. Het was ook zijn eerste ‘lange’ wandeling op eigen benen.

Op dagen als deze, wanneer er nauwelijks wind staat, is het een fantastische plek voor foto’s. Zelfs in dit grauwe licht.

 

Lucky walk_036 ed klein.jpg
(c) KV
Lucky walk_041 ed cut klein.jpg
(c) KV
Lucky walk_009 (2) ed cut2 klein.jpg
(c) KV
Advertenties

Een wereld in laagjes

Soms vraag ik me af hoe ik mensen kan uitleggen hoe ik de wereld waarneem.

Een van de beste metaforen die ik tot nu toe kon bedenken was: een transparant blad met een tekening erop waarop je nog zo’n transparant blad legt, en nog een, en nog een. Elk vel heeft eeneigen tekening, die apart gelezen en bestudeerd kan worden. Maar de diverse lagen gaan ook met elkaar in interactie. Sommige zijn duidelijker leesbaar, andere zijn vager of verzinken in de achtergrond. Als je de volgorde van de vellen verwisselt, ontstaat een ander perspectief, waarbij andere elementen op de voorgrond treden.
En het volledige verhaal kan in feite nooit helemaal gevat of begrepen worden. Het is te complex, een levende 3D-matrix.

Soms struikel ik over een beeld, een gelukkig fotografisch toeval of een compositie waarbij de omgeving mij te hulp schiet, om een stukje van dit gevoel weer te geven. Soms heb ik heel veel geluk.

Onderstaande foto komt behoorlijk dicht bij hoe het voelt als ik naar de wereld kijk.

 

deSingel_020 ed klein
(c) KV

De patronen die we kennen

Kersttijd, familie-en-pakjestijd… Maar de meest betekenisvolle geschenken liggen zelden ingepakt onder de boom.

 

Kerstsfeer_088 ed klein.jpg
(c) KV

 

Waarom, vraagt mijn tweeëntwintigjarige stiefzoon mij, klagen we vaak over andere mensen – niet zelden omdat ze ons kwetsen – maar doen we vervolgens precies hetzelfde met anderen? Zoals mensen die klagen dat hun ouders hen nooit begrepen hebben, maar die niet luisteren als hun eigen kinderen proberen uit te leggen hoe ze zich bij iets voelen?
En waarom, ging hij door, herhalen we zo vaak iets waarvan we weten dat het slecht voor ons is, zoals geslagen vrouwen die een ongezonde relatie verlaten maar dan vallen voor de volgende kerel die hen in elkaar slaat?

Goede vragen, allebei. En volgens mij hebben ze een en hetzelfde antwoord.

We hebben de neiging om de patronen die we kennen te herhalen.

De theelichthouder op de foto hierboven is er eentje die mijn mama op tafel zette met Kerstmis. Voor de gelegenheid heb ik hem op het huisaltaar gezet. Als ik terugkijk op hoe de thuis van mijn kindertijd functioneerde, en de vele blije herinneringen en nuttige levenslessen die ik er leerde, ben ik oprecht dankbaar. Al vier ik Kerst dit jaar niet met een van mijn naaste familieleden (die zitten allemaal in het buitenland), ik voel me toch heel dicht bij hen. Ik weet dat ze mij een betere start hebben gegeven dan vele anderen. Ik kreeg veel geschenken van het gezin waarin ik opgroeide, en dan heb ik het niet over pakjes onder de boom.

Als jong kind doen we onvermijdelijk onze eerste levenservaringen op met de mensen door wie we in een familiecontext omringd worden, en uit die ervaringen trekken we conclusies die zich in de diepste zin verankeren in ons onderbewuste. Aangezien we als zuigelingen of jonge kinderen nog niet de intellectuele vaardigheden ontwikkeld hebben om wat afstand te nemen van wat er met ons gebeurt, of om in te zien dat één goede (of slechte) reeks ervaringen niet het hele verhaal vertelt, worden die eerste scenario’s goedschiks of kwaadschiks de basis voor onze innerlijke Handleiding Van Hoe Het Leven In Elkaar Zit.

We leren er dat mensen ons onvoorwaardelijk graag zien voor wie we zijn (of niet). We leren dat bepaald gedrag aanvaard wordt (en ander niet). We leren dat we mensen mogen vertrouwen (of niet). We leren openbloeien in de meest liefdevolle omstandigheden, of overleven in levensbedreigende, helse omstandigheden. We ontwikkelen verdedigingsmechanismen die ons – in het beste geval – behoeden voor te veel teleurstelling, of – in het slechtste geval – helpen overleven.

En dan trekken we de wereld in, en passen daar toe wat we geleerd hebben.

 

Kerstsfeer_003 klein
(c) KV

De Universele Wet van Aantrekking (zoals sommigen ze graag noemen) stelt dat je méér aantrekt van wat resoneert op de frequentie waarop jij je zelf bevindt. Met andere woorden: als jij gelooft dat je het niet waard bent om liefgehad te worden, hoe oneerlijk of pijnlijk dat je misschien ook vindt, als je het echt gelooft, dan trek je onbewust meer omstandigheden aan die dat idee zullen bevestigen en het dieper verankeren als een van je onbewuste innerlijke waarheden. Al je diep vanbinnen oprecht vertrouwt op het idee dat er van je gehouden zal worden, ook als je kwetsbaar bent, of dat de juiste dingen wel op het juiste moment in je leven zullen komen, dan zie je die een stuk makkelijker vorm krijgen dan als je het tegengestelde gelooft.

Ik denk dat dit klopt. Ik heb het zich keer op keer weten voordoen, in mijn eigen leven en in dat van talloze mensen om mij heen. Hier is geen persoonlijke verdienste of schuld mee gemoeid, het is een principe zo onpersoonlijk als een wet van de fysica. Het zou er voor mijn part een kunnen zijn.

Zelfs het eerste dilemma dat mijn stiefzoon naar voren bracht – waarom herhalen mensen die zichzelf, vaak met goede reden, een slachtoffer voelen zo vaak een patroon dat hen gekwetst heeft, en worden zo op hun beurt de volgende generatie van daders of agressors? – kan begrepen worden vanuit dit principe. (Het zou wat te ver leiden om dat hier uit te leggen, maar ik beloof dat ik er gauw een andere blog over schrijf.)

In zekere zin leven we dus allemaal in een bubbel van onze eigen makelij. We versterken de waarheden waarin we zijn gaan geloven, of die nu gezond en harmonieus zijn of niet. We beseffen niet eens dat we ze hebben. Ze zitten diep vanbinnen, sturen ons denkpatroon en ons gedrag, en beheersen ons leven.

Je zou kunnen denken dat er dus geen ontsnappen is aan deze bubbel, en dat deze onbewuste gedachten ons voor de rest van ons leven gevangen zullen houden, terwijl we onze kleine (of grote) drama’s telkens opnieuw opvoeren, zonder zelfs maar te beseffen dat we dat doen. En tot op zekere hoogte is dat inderdaad hoe velen van ons leven. Alleen is het niet nodig om dat te blijven doen. De onbewuste overtuigingen die we hebben, kunnen veranderd worden.

 

Kerstsfeer_103 ed klein
(c) KV

 

Dat vraagt eerst en vooral zelfbewustzijn, vertel ik mijn stiefzoon. Het besef dat we de realiteit zien doorheen een sluier van innerlijke overtuigingen. We zien dat waarvan we zelfs niet weten dat het bestaat compleet over het hoofd, terwijl we onbewust zoeken naar onze goeie ouwe vertrouwde patronen, hoe onprettig die ook zijn, om ze vervolgens te herhalen. Want het vertrouwde voelt veilig. Het is bekend terrein, en dat verlaten is doodeng.

Maar eens we beseffen wat we geloven, en dat het een overtuiging is en niet noodzakelijk een waarheid, dan kunnen we dat veranderen als het iets is wat ons ongelukkig maakt. We hoeven niet te blijven geloven dat mensen alleen maar van ons zullen houden als we ons op een bepaalde manier gedragen, of dat we ongeschikt zijn voor intieme relaties, of dat uitkomen voor onze mening gevaarlijk is, of dat er nooit sprake kan zijn van gelijkwaardigheid en elk conflict een winnaar en een verliezer moet hebben…

We zouden deze overtuigingen kunnen respecteren als cadeautjes die we van onder de kerstboom hebben gekregen. Wat ons goed van pas komt en helpt openbloeien, kunnen we houden. Maar wat ons (hopelijk met goede bedoelingen) aangesmeerd werd, kunnen we besluiten opzij te leggen, net zoals die vervelende kriebeltrui waar we ondertussen uit gegroeid zijn. We kunnen op zoek gaan naar andere ervaringen. We kunnen iets anders, iets nieuws, proberen te geloven over onszelf.

Maar waarom doen zo weinig mensen dat? wil mijn stiefzoon weten. Dat is toch logisch. Ik probeer echt mijn inzichten te veranderen als ik voel dat ik ergens vastloop.
Ik: Daar heb je wel voldoende zelfbewustzijn voor nodig, om zo naar jezelf en je leven te kijken.
Hij: Is niet iedereen zelfbewust, dan?

De schat. Hij is wijs voor zijn leeftijd. Maar hij is ook zeer intelligent en hij heeft altijd open gestaan om bij te leren over dit soort dingen. Dat wil wel eens helpen.

Een ander mogelijk gevolg van het opzij leggen van oude kriebelkleren is dat sommige mensen die ons daar beeldig in vonden staan, of op zijn minst verwachten dat we ze dragen, nogal schrikken. Misschien zijn ze er helemaal niet blij mee (vooral als zij het waren die ze ons kochten). Ze zijn het er misschien niet mee eens, en willen deze nieuwe versie van ons niet steunen.
Dat is een moeilijke. We willen niet teleurstellen. We willen geen liefde verliezen. We willen anderen niet krenken door te veranderen.

Anderzijds, als de mensen die beweren van ons te houden dat alleen maar doen in die oude kriebeltrui, wat zegt dat dan wel over hen, en hoe ongemakkelijk of ongelukkig willen we zijn om hen in ons leven te houden?
Dus misschien is het toch maar gewoon tijd om te veranderen, ongeacht de gevolgen. Ja, misschien raken we een paar mensen kwijt. En dat zouden zelfs sleutelfiguren uit ons oude leven kunnen zijn. Maar de mensen die ons echt graag ziet, die geven geen krimp. En anderen, die echt bij ons horen maar nog niet gearriveerd zijn, herkennen ons pas als we onze ware kleuren durven tonen.

Dus laten we die kerstcadeautjes maar uitpakken, en in een moeite door ook maar eens goed kijken naar de hele stapel oude geschenken. Laten we dankbaar zijn voor al wat we kregen. En alleen dat bijhouden waarvan we voelen dat het gezond en deugddoend voor ons is.

Want niets is uiteindelijk in steen gebeiteld.
En waar zouden geschenken anders voor mogen dienen dan om ons te helpen groeien, en ons pad te verlichten, op welke manier dan ook?

Kerstsfeer_105 ed cut klein
(c) KV

Zoals het hoort

Hoe klein zijn we.
Hoezeer verbonden met anderen.

Dit is zoals het hoort.

Wazig_019 ed klein
(c) KV

Maar hoe navigeren we langs hun stiltes?
Hoe verstaan we wat niet wordt gezegd,
horen de nooit uitgesproken woorden,
beroeren de gevoelens die zachtjes wegglippen onder de oppervlakte

alsof ze er nooit waren?

We hebben geen andere keuze dan te vertrouwen
op de verbondenheid
van onze verweven voelsprieten
de diepere stromen
die, stil als fluisteringen, beweren

dat in de kern
alle dingen licht zijn
dat in het licht
alle stemmen zingen
uit dezelfde bron.

Dit
is
zoals het hoort.

Wazig_050 ed klein
(c) KV

Loslaatsymptomen

Afdalen van de top

Light & drops_186 ed cut klein
(c) KV

Elke top die je beklimt, is een verovering en een verwezenlijking. Maar nadat je daar hebt gestaan, moet je onvermijdelijk weer naar beneden. Terug naar de uitvalsbasis, of verder met de reis, het maakt niet uit. Het punt is gewoon dat je op dat moment niet meer hoger kunt – tenzij je spontaan vleugels zou groeien.

Ik heb een hele tijd naar een bepaalde top in mijn leven, mijn Soul Circle, toegewerkt, de afgelopen maanden heel bewust. Nu heb ik daar gestaan, het uitzicht bewonderd en de beloning gevoeld, en ben ik op weg naar beneden langs de volgende helling. Niet terug naar een of andere basis, laat dat duidelijk zijn, wel voort op het volgende deel van de reis.

Ik heb geen spijt om te gaan, ik apprecieer een top voor wat hij is: een mooie tussenstap die ons eerst aantrekt en vervolgens verder stuwt. En het voelt goed om nu weer een tijdje bergaf te lopen. Of dat zou toch zo zijn, als er nu even geen loslaatsymptomen waren.

Is het je ook al opgevallen hoe je soms in tranen uitbarst na een stresserend voorval, en niet tijdens het gebeuren zelf? Hoe ze je bijeen kunnen vegen als het laatste examen afgelegd is, of de deadline gehaald? Hoe je altijd ziek wordt precies wanneer de vakantie begint?
Loslaatsymptomen. De spanning valt weg – het maakt zelfs niet uit of dat spanning was voor iets goeds of minder goeds – en je lichaam schakelt automatisch in ontspan-en-laat-los-modus.

Dat is precies wat het mijne gedaan heeft. Ik voel me deze week echt niet zo lekker. Niets ernstigs, deze kwaal, maar net hinderlijk genoeg om me eraan te herinneren dat ik me moet ontspannen en erin mee moet gaan.

Dat probeer ik dus.

Ik heb bedankjes geschreven en een paar prachtige antwoorden gekregen. Ik heb mijn blog geschreven, en ik surf op de golven zoals ze zich aandienen. De krampende golven in mijn buik kalmeren hopelijk snel, maar los daarvan is alles in in orde.

Ik zal zijn zoals de waterdruppels aan de twijgen voor mijn raam. Ze wiegen in de bries, ze glinsteren als zilver. Ze laten los, en de wind mag ze meenemen naar waar ze ook moeten zijn.

Zelfs mijn foto’s zijn een beetje wazig deze dagen. Het geeft niet. Alle diepte en kleur waarin ik thuis ben, zijn nog steeds aanwezig.

Nu gewoon zorgen dat ik rustig naar beneden geraak.

Light & drops_193 klein.jpg
(c) KV

Ze komen

Zaailing #20

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Diamanten, druppels en gradaties van transparantie

Waarom schrijven over mezelf mij tegelijk bloot en onzichtbaar laat voelen

Drup_011 ed cut

(c) KV

Als kind verborg ik de verhalen die ik schreef zodat mijn ouders ze niet konden lezen. Of liever: ik verborg ze voor iedereen. Ze waren mijn geheime tuin, de wilde boomgaard waarin ik alles wat in mij leefde de vrije loop kon laten. Ik had het gevoel dat als mensen die verhalen zouden lezen, ze mij konden zien tot op mijn bloot vel en – nog erger – ik totaal zonder bescherming zou zijn.

Toen ik in ernst begon te schrijven – met de ambitie om mijn werk uitgegeven te krijgen – deed ik ongeveer hetzelfde: ik verzon verhalen en personages die mij in staat stelden dat wat in mij leefde een stem te geven, zonder dat ik naar voren hoefde te stappen en werkelijk gezien hoefde te worden. Of misschien hoopte ik dat mijn echte ik te onderscheiden zou zijn als een verre silhouet, zachtjes glinsterend, doorheen de sluiers van de personages die ik voor de gelegenheid had gecreëerd.

Ik deed dat niet bewust, maar zo werkte het in ieder geval voor mij. Alleen werkte het bij nader inzien níet. Want ik was altijd te zeer vervlochten met mijn boeken om ze te kunnen beschouwen als iets wat buiten mij lag, en als ik erover moest praten, kreeg ik onvermijdelijk de vraag hoe en waarom ik gekomen was tot wat ik geschreven had.

Je kunt niet over je werk praten zonder bloedeerlijk te zijn over jezelf, tenzij je heel goed bent in maskers opzetten en rookgordijnen spuien, en bereid bent dat een leven lang vol te houden.

Dat was ik niet. Dus werd ik hier al van bij mijn eerste adolescentenroman dertien jaar geleden voluit mee geconfronteerd. Het verhaal in kwestie ging over twee muzikanten met telepathische gaven die een diepe band kregen, ver voorbij wat rationeel verklaarbaar was, omdat ze op een of andere manier verbonden waren en elkaars angsten en twijfels konden lezen.

(Doet dat een belletje rinkelen, op vlak van terugkerende patronen? Ik moet bekennen dat ik het redelijk grappig vind, achteraf bekeken.)

Drup_029 ed
(c) KV

‘En jij, Kirstin, kan jij gedachten lezen?’ vroeg een gevatte medewerker van de uitgeverij me vlakaf, toen we het hadden over mijn boek dat tussen ons op tafel lag.
‘Nee, dat kan ze niet’, zei de oude literatuurrecensent die bij ons zat, voor ik goed en wel een antwoord had kunnen formuleren waarmee ik me niet volslagen belachelijk maakte. ‘Anders had ze me ondertussen al een klap verkocht.’

Een waargebeurd verhaal.

Ik vergaf het hem, omdat hij zonder uitzondering positieve recensies schreef over mijn werk – en die waren gemeend, dat wist ik, want hij was perfect in staat om iemand af te maken met zijn pen – en hij bleek ook nog eens als redacteur in dienst van een andere uitgeverij waar ik een paar jaar later onderdak vond met mijn werk. Toen bracht ik een hele dag bij hem thuis door, waar we regel per regel door mijn manuscript gingen, om het tot perfectie te slijpen. ‘Dit is een ruwe diamant’, zei hij. ‘We gaan hem wat polijsten.’
Ik wierp een blik op de opmerkingen die hij in en naast mijn tekst had geschreven, en vroeg me af waar hij in godsnaam, onder al dat gruis en al die schilfers, woorden en zinnen aangeduid, hele alinea’s geschrapt met een enkele streek van zijn rode balpen (altijd nog een beetje de leraar, hij kreeg het niet afgeleerd), iets zag wat kon doorgaan voor een diamant.
Maar hij ging voor niet minder dan een masterclass. Er was een hele dag lang niets dan de tekst, en zijn genadeloze analyse ervan, waarbij hij elke zins- en plotwending in vraag stelde. En hij had gelijk over bijna alles. Hij hielp me om naar mijn tekst te kijken, niet als een diepe evocatie van wie ik was maar als een voorwerp dat ik met liefde had gemaakt, en als voorwerp, leerde ik, kon het verbeterd worden. Tot op vandaag denk ik met dankbaarheid en respect terug aan die sessie, want dat was de dag waarop hij me hielp ontpoppen van leerling tot schrijver.

En ondertussen weet ik dat er voor mij, zowel als schrijver als als mens, geen verbergen meer inzit.

Drup_032 ed
(c) KV

Vroeger dacht ik dat je ofwel kon schrijven over iets wat je niet persoonlijk raakte maar wel een intellectuele uitdaging inhield, een topic dat je professioneel wou verkennen met alle ambachtelijke vaardigheid die je had, ofwel over iets dat je ingewanden aan rafels scheurde en je bloedend achterliet terwijl je de woorden neerschreef. En oké, toegegeven, misschien zat daar ook wel een zone tussenin, een gebied waar vaardigheid en persoonlijke interesse elkaar vonden.

Maar er blijkt voor mij nu ook nog een derde weg te bestaan, en die vind ik tegelijk fantastisch en verrassend.

Dienen als een deur waar de wind doorheen mag, schreef ik eerder dit jaar. Mijn persoonlijke agenda loslaten en een voertuig worden voor wat de Ziel wil manifesteren.

De tegenstrijdigheid hier ligt in het feit dat mijn voornaamste manier om de wind toe te staan die zielsboodschap de wereld in te brengen, eruit bestaat om ze in mijn eigen jasje te wikkelen terwijl ze door me heen passeert. Of op zijn minst: toestaan dat ze gebruik maakt van mijn persoonlijke verhaal, mijn interesses, mijn zorgen en mijn evolutie, als een manier om haar eigen boodschap te brengen.

Zelfs al zijn veel van mijn blogs (en zelfs sommige Zaailingen, tot op zekere hoogte) zeer, zeer persoonlijk, ik heb in alle eerlijkheid het gevoel dat wat ik het afgelopen jaar heb geschreven minder over mij gaat dan mijn eerdere fictieverhalen dat deden. Of misschien is het juister om te zeggen: ik onthul meer van mezelf, maar niet met de bedoeling om zichtbaarder te worden. Dat ik in de praktijk wel degelijk zichtbaarder word, is een neveneffect, maar een waarnaar ik niet langer zo hard verlang als ik er vroeger bang van was.

Ongetwijfeld zal ik in de toekomst nog fictie schrijven. Maar ik heb geen behoefte meer aan personages om uit te drukken wat binnen in mij leeft. In plaats daarvan heb ik leren aanvaarden – en leren appreciëren, hoewel nooit zonder een rilling van spanning – dat transparanter worden in de eerste plaats wil zeggen dat je meer licht doorlaat.

Drup_019 ed cut2
(c) KV