De aspergelente

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~10~

Ik hield als kind niet van asperges. Of misschien moet ik zeggen: ik kende die groente niet, want mijn grootmoeder – de vaste kok bij ons in huis – maakte die nooit klaar. Schorseneren maakte ze wel, en die werkte ik naar binnen om haar een plezier te doen. Maar asperges kreeg ik pas voor het eerst op mijn bord toen ik bijna meerderjarig was, in een of ander chique restaurant, en toen benaderde ik ze met het wantrouwen van iemand die nieuwe smaken niet zonder voorbehoud verwelkomt. Ze vielen tegen, ik vond ze slap en smakeloos. Dat ik na dat bewuste diner geveld werd door een zomergriep hielp de populariteit van de asperges weinig vooruit; een mens legt rare verbanden als ze koorts heeft. Sabayon heb ik sindsdien ook nooit meer aangeraakt.

Asperges heb ik in de twee decennia tussen dat diner en nu wel leren appreciëren, voldoende alvast om ze nu en dan zelf klaar te maken. Gewoonlijk ging ik dan voor de smalle, groene scheutjes die je voorverpakt in de supermarkt vindt.

De afgelopen maanden is dat veranderd. De lente van 2020 zal voor mij niet alleen maar de lente van het coronavirus zijn, maar ook de lente van de asperges.



Een eindje verder bij ons in de straat woont R., een onwaarschijnlijk kranige 91-jarige, die nog dagelijks zijn eigen – gigantische – moestuin onderhoudt. We kunnen het als sinds mijn man en ik hier bijna vijftien jaar geleden kwamen wonen heel goed vinden. Hij heeft, om bij de moestuintermen te blijven, een boontje voor ons. Sporadisch hebben we contact, we wisselen kerstkaartjes uit, en de afgelopen jaren stond hij in de herfst wel eens aan onze deur met een verse pompoen. Als hij begint te vertellen over zijn jeugd, valt je mond open. Ik heb al een paar keer gedacht dat ik zijn verhalen zou moeten opnemen, hij is een wandelend overblijfsel uit een tijd die wij nu, in al onze luxe, alleen nog associëren met namen als Buysse en Streuvels. Hij heeft amper meer onderwijs genoten dan de lagere school en hij lacht smakelijk om die twee ingeweken universitairen zonder verstand van groenten, die ook nog eens de meest normale Hamse woorden voor palen, grachten, greppels, steunmuren en werktuigen niet kennen. Maar hij mag ons. En wij hebben ook een dikke boon voor hem.

Op een dag in april stond hij plots aan de deur, in volle corona-lockdown, met een volle zak asperges. Vers uit de moestuin, zelf gestoken die ochtend. Het had die ochtend gegoten, een van de laatste fantastische lange regenbuien van deze lente. Schitterend voor de bodem, maar hondenweer om in te werken, voor iedereen, laat staan een man van over de negentig. En nu stond hij hier met een voorraad joekels van witte scheuten waar ik meer dan een uur aan stond te schillen. Het werd een feestmaal, die avond.

Een paar dagen later belde hij weer aan, ’s ochtends dit keer. Ze waren aan het opkomen, de nieuwe scheuten. Ze mochten niet te lang aan de zon blootgesteld zijn of ze verkleurden naar groen en waren niet meer lekker. Hij had in totaal een meter of veertig staan, dus hij had veel meer dan hij ooit op kon. Of mijn man even wilde komen helpen om er nog wat uit te steken?

En het bleef niet bij die ene keer. Laat ik de afgelopen maanden maar samenvatten als een aspergefestijn. Ik heb recepten opgezocht, en er zelf uitgevonden. Ik bereidde asperges voor het avondmaal, ik schilde ze voor in de diepvries om later dit jaar in soep of andere gerechten te worden verwerkt.

De porties waarmee R. telkens kwam aanzetten, of die mijn man na een uurtje steken, met blaren op zijn veel te delicate kantoorhanden, mee naar huis bracht, waren genoeg om een gaarkeuken voor twee dagen van groenten te voorzien.


De moestuin van R. heeft mij een aantal waardevolle lessen geleerd dit voorjaar. Ik heb deze lente niet alleen deze groente leren appreciëren zoals het hoort, maar ook het meditatieve plezier ontdekt van zonder haast, urenlang, geconcentreerd bezig te zijn met iets ogenschijnlijk eenvoudigs als asperges schillen. Arbeid als deze laat een concrete indruk na van hoe rijk de bodem van dit land is, als we die goed verzorgen en verstand hebben van planten. Het geeft ook een idee van de hoeveelheid werk die er voor nodig is, niet zelden met de hand, om verse groenten te verwerken tot iets smakelijks op een bord. Dat dwingt respect af. Het heeft mijn uren in de keuken fysieker gemaakt, de tijd zichtbaarder, onze band met het land tastbaarder.

Sommige dingen leer je pas als de omstandigheden je ertoe dwingen. Ik had werk te weinig en tijd te veel, de winkels hadden veel te lange rijen en R. had meer asperges dan hij op kon. Ik ben er dankbaar om.


De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

De naam van de oude wijze vrouw

(c) Inaya photography

Bij je geboorte krijg je een naam van je ouders. Met wat geluk is het een naam die je zelf ook mooi vindt en graag gebruikt. Maar soms heb je nood aan nóg een naam.

Ik ben boeken aan het herlezen waaraan ik ooit veel plezier gehad heb, werk dat te maken heeft met persoonlijke en spirituele ontwikkeling. Ik merk: ze zijn nog altijd goed. Ik merk ook: ik ben op een paar jaar tijd een heel eind opgeschoten. Wat ooit baanbrekend was en diep voedend, is nu vooral thuiskomen in iets wat ik beheers.

Soms vraagt een bijzonder interessante oefening erom om te worden herdaan. Je maakt immers nooit twee keer precies dezelfde reis.
Ik ben dus een oude vrouw gaan opzoeken. De vorige keer toen ik haar bezocht, was ze nog een stuk jonger. Ze zag er heel anders uit. Ze woonde op een andere plaats. Maar in wezen is ze nog steeds dezelfde.
Ze vertelde mij wat ik moest horen, en ik zal in de toekomst nog heel vaak bij haar op bezoek gaan. Ze zei mij ook haar naam.

(c) Inaya photography

De onverwacht vroege komst van de lente dit jaar houdt gelijke tred met mijn ontluikende gevoel van mogelijkheden. Ik heb een grote knoop doorgehakt, er liggen nieuwe horizonten open. Er zijn nog wat dingen af te ronden, in schoonheid. Er zijn nieuwe draden om op te pikken.
Alles is welkom, want vanaf nu is alles een avontuur.

Ik proef de naam van de oude, wijze vrouw op mijn tong. De klanken zingen, zachtjes.

(c) Inaya photography