ZAAILING #40 – Vleugelverhaaltjes

Björköby residentie — Blog #4

image.php
(c) Vetlanda Posten

 

Toen de illustratoren die deelnamen aan het SmåBUS-festival de vraag kregen om een beeld te maken bij Astrid Lindgrens boek De kinderen van Bolderburen, ging ook Jurgen nadenken over een tekening. Maar al snel groeide het idee om Zaailinggewijs weer eens lekker buiten de lijntjes te kleuren, en méér in te leveren dan alleen maar een beeld. Dus het werd een Zaailing, tekening én tekst, een eerbetoon aan de verbeelding en aan Astrid Lindgren.

Jurgens prent hangt tentoon in Astrid Lindgrens Näs, geflankeerd door de beelden van zijn collega-illustratoren. De Zaailingtekst hangt er niet bij, maar dat geeft niet. De Zweedse pers heeft niet alleen ruim aandacht geschonken aan het SmåBUS-festival, maar ook sterk ingezoomd op het duo schrijver-illustrator in residentie… Het werd een leuk gesprek met de journaliste, met een toch wel bijzondere primeur er bovenop: de integrale Zaailing staat in de krant.

Een betere manier om onze veertigste eigenwijze creatieve scheut te vieren, op de herfstequinox nog wel, is er niet.

 

 

__

 

ZAAILING #40
Vleugelverhaaltjes

bolderburen klein.jpg
(c) Jurgen Walschot

Als ik je nu een verhaaltje vertel, gaan we dan naar buiten?

Een verhaaltje over hoe drie huizen de hele wereld leken en zes kinderen die wereld bewoonden alsof er geen andere was. Een verhaaltje over klimmen in bomen, slapen in schuren, hutten bouwen en de watergeest bespieden.
Want soms moet je doen alsof eventjes alles alleen maar goed is, alsof er geen oorlogen of gevangenissen of volwassenen met monden vol leugens bestaan. Soms moet je kijken naar de kleine dingen, alleen maar naar de kleine dingen, van zo dichtbij dat je niets anders meer ziet. En blij zijn, heel blij zijn, zolang dat lukt.

Soms mag je ook verdwaald zijn. Een beetje als een vogel die geboren wordt in het verkeerde nest, en niet helemaal snapt wat ze daar doet. Ook daar dient een goed verhaal voor. Maak je geen zorgen: als je het te eng of te vreemd vindt, vist de vertelster je wel weer op uit de boom waar ze je stak, en zet je veilig met je beide pootjes terug op de grond. Oef!

Maar vergis je niet. Nadien blijf je stiekem toch ook een beetje verlangen naar die hoge takken van het verhaal, het nest van waaruit je de wereld plots zo anders zag, omdat van op een hoogte alles nu eenmaal duidelijker lijkt. Je zal vanaf dat moment een beetje zweven, soms zelfs een heel klein stukje vliegen. Omdat je nu weet hoe dat moet.
Want daar dienen verhalen voor: ze geven je vleugels, ook al gebeurde dat zonder dat je er iets van merkte.

Als ik je nu een verhaaltje vertel, gaan we dan naar buiten?
In bomen klimmen, op zoek naar een nest?

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Advertenties

Sommige werkwoorden zijn niet onschuldig

Mijn vorige blog liet een beetje stof opwaaien. Want lang niet iedereen was het eens met wat ik poneerde in “Wat ben je lelijk, nu”.

De meest gehoorde reacties waren:

*Die grootouder bedoelt het vast goed.
*Die uitdrukking wil alleen zeggen dat het kind moet stoppen met zich aan te stellen.
*Dit wordt niet alleen tegen meisjes gezegd, maar ook tegen jongens.

Even voor de duidelijkheid:

*Ik ben er zeker van dat de grootouders waarover het ging hun kleinkinderen graag zien en het goed bedoelen. Ik heb ook nooit anders beweerd.
*Ik weet ook hoe die bewuste uitspraak bedoeld is.
*En dat laatste punt had ik zelf ook al aangegeven in het originele stuk, of beter: dat het me niet kon schelen tegen wie het gezegd werd – hoewel het voor meisjes op dit moment in onze samenleving nog altijd een hardere noot is om te kraken als ze ‘lelijk’ genoemd worden.

Het was niet mijn bedoeling om iemand aan de schandpaal te nagelen. Mijn man wees me er wel fijntjes op dat ik misschien een ietsiepietsie te veroordelend klonk… 😉 Oké, schuldig. Ik heb alleen nogal de natuurlijke neiging van op grote hoogte (lees: systeem- en samenlevingsniveau) te kijken naar patronen die zich voordoen. En ik ontwaar een onbewust patroon. Onbewuste patronen zijn altijd de gevaarlijkste, want we weten niet dat we ze hebben en hoe ze ons leven beheersen.

 

Zomerlijnen BXL_057 ed klein
(c) KV

 

Behalve een aantal protesten heb ik ook reacties gekregen van mensen die me met een vermoeide of bedroefde zucht zeiden: ‘Als je eens wist hoe vaak mijn ouders dat tegen mij gezegd hebben, vroeger…’ Voor hen was het beslist geen neutrale herinnering, zoveel was duidelijk.

Want hoe we het ook draaien of keren, ‘lelijk’ is en blijft een waardeoordeel. Niemand wil lelijk zijn (of genoemd worden), want het zegt sowieso iets negatiefs over je, en in deze op uiterlijk gefocuste samenleving staat het zo ongeveer gelijk met paria zijn.

Een dergelijke uitspraak, uit de mond van een zorgfiguur die het vertrouwt, kan wel impact hebben op het kind, zeker als het een terugkerend argument is. Hoe moet het kind het verschil maken tussen andere terugkerende mantra’s als ‘Eerlijk duurt het langst’ of ‘Met twee woorden spreken’ en ‘Je bent lelijk als je huilt’? Onbewuste conclusies over hoe relaties werken, worden ingeslepen op heel jonge leeftijd.

Natuurlijk is hier nood aan nuance. Niet elke straffe of ongepaste uitspraak leidt tot een trauma. We hoeven ouders geen angst aan te praten voor die ene, fataal foute opmerking die het hele verdere leven van een kind zal gaan bepalen. Kinderen beschikken doorgaans ook over een behoorlijke portie veerkracht, goddank.

 

Zomerlijnen BXL_007 ed cut klein
(c) KV

 

Ik ben zeker geen voorstander van anti-autoritaire opvoeding. Ik geloof in grenzen, verantwoordelijkheidszin en omkadering van kinderen. Gedrag moet ten allen tijde bijgestuurd kunnen worden. Een huilbui kan oprecht zijn, maar net zo goed aanstellerij. Het is aan de opvoeder met kennis van zaken om dat verschil te maken. In het ene geval is troost aan de orde, in het andere kordaatheid. Maar in geen van beide gevallen is het kind erbij gebaat dat zijn gedrag wordt gelijkgesteld met een waardeoordeel over hem/haar als persoon.

Want over patronen gesproken: we staan nog veel te weinig bij stil dat ons gebruik van het werkwoord ‘zijn’ niet zo onschuldig is. Het lijkt van geen tel, maar er is eigenlijk een bijzonder groot verschil tussen een kind terechtwijzen met ‘Je bent stout’ of ‘Wat je doet, is stout.’

Hebben ouders de bedoeling om de diepste essentie van hun kind te veroordelen als ze zeggen: ‘Je bent stout’? Natuurlijk niet. Ze willen gewoon dat het gedrag stopt. Maar in wat ze zeggen, klinkt een andere boodschap door, die al dan niet door het kind zal worden opgepikt. En ik maak me sterk dat het toch anders aankomt als een kind te horen krijgen dat zijn gedrag niet aanvaardbaar is, dan wel hijzelf.

 

Zomerlijnen BXL_062 ed klein.jpg
(c) KV

 

Woorden zijn bijzonder krachtig.
Uitspraken van ouders, leraars, gezagsfiguren of zelfs toevallige voorbijgangers kunnen iets in gang zetten diep vanbinnen in ons en soms herinneren we ze ons jaren later nog altijd. Iedereen heeft vast wel een kinderherinnering aan iets wat iemand ooit tegen ons zei wat een enorme verschil maakte in hoe we naar de wereld (of onszelf) keken.

Laat het onnodige schuldgevoel maar varen, we hoeven niet perfect te zijn – dat lukt ons toch niet. Maar we kunnen wel bewust en bedachtzaam proberen te zijn. En nu en dan eens stilstaan bij en nadenken over onbewuste patronen kan nooit kwaad, me dunkt.

 

 

 

 

“Wat ben je lelijk, nu”

 

Zomerlijnen BXL_052 klein
(c) KV

 

Kun je je voorstellen dat iemand die woorden in je gezicht zegt?
Zou jij ze ooit durven uitspreken?

Tenzij ze horen bij een hartelijke giechel- en proestbui tussen beste vriendinnen, kunen ze moeilijk als onschadelijk beschouwd worden. Wat mij betreft, beledig je mensen gewoon niet op die manier, wie je ook denkt te zijn en wat je ook denkt te weten.

Maar onlangs vertelde een vriendin me dat haar schoonvader exact dit had gezegd tegen haar vierjarig dochtertje, zijn kleinkind, toen ze een huilbui had.
En gisteren hoorde ik iemand in een van de naburige tuinen precies hetzelfde nog een keer zeggen, alweer tegen een jengelende peuter, die een lastig moment had en huilend lucht gaf aan haar frustratie.

Mijn haren gingen ervan overeind staan. Ik kon gewoon niet geloven wat ik hoorde.

Wat voor boodschap geven we in hemelsnaam aan kinderen (van welk geslacht dan ook, maar zeker aan meisjes) als we ze zeggen dat ze lelijk zijn wanneer ze hun gevoelens uiten?

 

Zomerlijnen BXL_042 ed klein
(c) KV

 

Natuurlijk kunnen kinderen overreageren, en niet elke huilbui is verantwoord. Vermoeide peuters huilen om alles en niks, elke ouder kan je dat vertellen. Maar er zijn andere manieren om dat huilen te laten ophouden. Dit was niets meer of minder dan een rondje goeie ouwe misogynie die meisjes inprent dat mooi zijn belangrijker is dan oprecht zijn, en dat je je diepere zelf maar beter verbergt om de goedkeuring van anderen te krijgen.

Het feit dat de stem uit de buurtuin niet eens boos klonk, maakte het nog erger. Dit was geen uitval van een uitgeputte zorgfiguur die even de controle over de eigen emoties verloor. Het werd gesteld als een valabel argument.
(Ik kan me trouwens niet meer herinneren of het de opa dan wel de oma van de peuter was die ik hoorde spreken. Ze waren samen bezig met het kind. De andere partij sprak de partner alvast niet tegen.)

Het wenende meisje werd in bed gestopt (prima beslissing), maar toen de stilte neerdaalde over de tuinen kon ik me alleen maar droef en boos voelen. Staan we werkelijk nog altijd niet verder dan dít?

 

Zomerlijnen BXL_054 ed cut klein
(c) KV

 

Toch wel, gelukkig. Maar dit kleine incident toont wel aan dat het een voortdurende, dagelijkse strijd is tegen onwetendheid en ongezonde, oubollige maar zeer diep ingesleten denkbeelden.
Mijn vriendin, een taaie voorvechtster van vrouwenrechten, vertelde dat ze er achteraf een hartig woordje over had gesproken met haar schoonvader (waarbij haar man, zijn zoon, vierkant achter haar stond). Ik kan me voorstellen dat die grootvader zijn schoondochter best een moeilijke vrouw vindt. Maar hij zal waarschijnlijk ook wel twee keer nadenken voor hij weer zoiets tegen zijn kleinkind zegt.

Ik hoop dat het kleine meisje bij de buren, en zoveel anderen net als zij, hier in dit land waar we zo graag luidkeels verkondigen met hoe ernstig wij de gelijkwaardigheid tussen de seksen wel niet vinden, ook mensen in haar leven heeft die haar vertellen dat ze wél mag huilen, en dat ze niet de hele tijd haar sterkste, mooiste, best opgeblonken zelf moet zijn. Ik hoop dat ze te horen krijgt dat eerlijk zijn over wat ze voelt belangrijker is, en dat ze er niet minder graag om zal worden gezien.

Ik hoop het echt.

 

Zomerlijnen BXL_044 ed klein
(c) KV

Een nieuw begin

De toekomst voorspellen zonder het te willen

 

Lente divers_013 ed cut klein
Dagboek 2016-heden en nu-? . De kleuren in deze foto willen maar niet kloppen, zie lager voor betere weergave (c) KV

 

Ik hou al jaren een dagboek bij. Wat rond 1997 begon als flarden poëtische bespiegelingen groeide uit tot een soort vraag-en-antwoordschrijven waarin ik inzicht probeerde te krijgen in diepere levensvragen. Geleidelijk aan werd het echt dagboek. De laatste vijf jaar heb ik het zowat constant bijgehouden. Deze schriften zijn de neerslag geworden van mijn innerlijke evoluties, mijn groeiprocessen, mijn twijfels, uitdaging en onverwachte successen.

Intussen voelt schrijven in mijn dagboek een beetje als eten of me wassen: als ik het wat langer niet gedaan heb, begin ik me bijzonder ongemakkelijk te voelen. Ik wil het hebben over de ontwikkelingen die ik heb beleefd, over wat ik heb gevoeld en begrepen, over de manier waarop mijn leven zich ontvouwt. Ik doe dat om dingen te onthouden, maar ook om ze beter te begrijpen en op een of andere manier te ruste te leggen.

Geen lijstjes van taken, maaltijden of hobby’s in mijn dagboeken. Geen inventaris van mensen die ik ontmoette of klussen die ik moest klaren. Ik vertel alleen over gebeurtenissen die op een of andere manier van belang waren voor mij, die een verrijkende of confronterende imprint achterlieten op mijn ziel. Als iemand ooit, in een of andere verre toekomst, die schriften van mij zou gaan lezen, dan worden ze waarschijnlijk geklasseerd als een relaas van psychologische ontwikkeling.
Maar de laatste twee jaar is mijn dagboek ook steeds meer een schrijversdagboek geworden. Nooit eerder kreeg mijn werk zo’n prominente plaats in mijn dagelijkse bezigheden en ontwikkelingen als het nu al een tijdje doet.

Ik blijf er niet te lang bij stilstaan. Ik weet alleen dat ik het moet opschrijven.

Mijn dagboeken hebben nog een bijzondere eigenschap. Ze hebben er een handje van weg om de toekomst te voorspellen. Telkens als ik er eentje vol had, en terugblikte op wat er in die periode allemaal gebeurd was, kon ik alleen maar tot de conclusie komen dat de inhoud strookte met de cover. Een jaar van diepe en belangrijke persoonlijke ontwikkelingen, waarin ik in contact kwam met een aantal mogelijkheden die nieuwe werelden voor mij openden, werd opgetekend in een schrift dat een fragment handgeschreven manuscript van Antoine de Saint-Exupéry’s De Kleine Prins op de cover had, inclusief een ster die hij er had bijgetekend. Een kortere, maar extreem belangrijke periode van spiritueel ontwaken en oude huid afleggen (het meest fundamentele gedeelte van mijn Plateau-fase) werd vastgelegd in een slank schrift met een detail van de blauwe glasramen van de Sagrada Familia (ik kocht het schrift in de souvenirwinkel van de kathedraal toen we in Barcelona waren).

In november 2016 was het Gaudí-dagboek vol, en ik had geen snipper tijd om naar een van de boekenwinkels te trekken waar ze dat soort schriften waar ik zo van hield verkochten (ja, ik doe dat nog in boekhandels en echte winkels). Het enige wat ik nog op mijn plank had staan, was een zwarte Moleskine.

Ik ben dol op Moleskine. Ik schreef de volledige eerste versie van een van mijn romans in zo’n schrift. Alleen had ik het niet meteen in gedachten als dagboek. Ik wilde iets kleurrijkers, vrolijkers, iets met een motief of een beeld erop.
Maar ik had weinig andere keuze dan te aanvaarden dat dit het enige was wat voorhanden was, en dus omarmde ik, met wat terughoudendheid, de zwarte Moleskine. Ik kwam al snel op het idee om er zelf een beeld op te plakken. En terwijl ik tussen mijn papieren rommelde naar een deftige afbeelding, kwam ik deze tegen:

 

JW Iris bos Sally Mann 1
(c) Jurgen Walschot

 

Van Jurgen, natuurlijk. Een Sally Mann-achtige variatie op het allereerste Seth-beeld dat hij maakte, dat mij in zijn kleurrijke versie zo wezenlijk geraakt had en duidelijk maakte dat er iets heel bijzonders aan het gebeuren was.
Maar ik beken: ik was niet overtuigd. Niet meteen. Een zwart schrift. Een donkere, sombere afbeelding. Ik was de onbewuste toekomstvoorspellende kwaliteiten van mijn dagboeken gaan appreciëren. Dus wat betekende deze keuze dan?

Ik besloot het proces gewoon te vertrouwen. Ik begon in dit schrift te schrijven juist na mijn verjaardag in November 2016 — de 8e had nog nooit zo’n bittere bijklank gehad als dat jaar — en ik was er krap een week geleden mee klaar. Jongens, wat een trip! En eens te meer bleek de coverafbeelding profetisch.

De rijkdom, diepte en bijzonderheid van wat er in dit beeld allemaal resoneert met wat er zich in mijn leven heeft afgespeeld in het afgelopen anderhalf jaar vallen niet in woorden te vatten. Het creatief bloedbroederschap dat langzaam ontlook en vervolgens tot volle bloei kwam. De almaar sterker wordende verbinding die ik voelde met de mysteries van het universum, en de manier waarop die zich kenbaar maakten. De steeds uitgespokener aanwezigheid van vogels, van verschillende soorten, als boodschappers en dragers van betekenis. Kunst. Intuïtiviteit. Kennis. Gevoeligheid. Ziel. Het is er allemaal. In een schrift dat ik aanvankelijk wantrouwde en een beeld waaraan ik twijfelde. Nu durf ik stellen dat de gelukkigste jaren van mijn leven (tot nu toe) in dit bewuste schrift staan opgetekend.

Een tijdje geleden realiseerde ik me dat het stilaan vol raakte.
Wat zou de opvolger worden? Ik besloot dat ik de formule zou herhalen: ik schreef heel graag in de Moleskine, en ik kon er elk mogelijk beeld op kleven dat juist voelde.
Andermaal liet het universum me niet helemaal mijn goesting doen. Toen ik op zoek ging naar een nieuw schrift, kon ik met de beste wil van de wereld geen zwart exemplaar vinden in het formaat dat ik wilde. Ik moest me dus tevreden stellen met een rood, en erop vertrouwen dat het – andermaal – het juiste zou zijn.

Niet zo lang daarna kreeg Jurgen de vraag om een extra prent te maken voor De serres van Mendel, het 10+  verhaal dat we vorig jaar samen maakten. Bij Van In wilden ze graag een afbeelding waar het hoofdpersonage Reya en haar onverwacht beste vriend Robin samen opstonden. Toen Jurgen mij erover vertelde, suggereerde ik de scène in de donkere serre die nog het meest weghad van een grot met lichtgevende planten waar Reya zich graag terugtrok.

Dit was het resultaat.

 

extra prent grot klein
(c) Jurgen Walschot

 

Bijna onmiddellijk wist ik: dit was het beeld voor het nieuwe dagboek.

Het was een combinatie van buikgevoel en de symboliek van de prent. Meer ga ik er niet over schrijven. Ik zal de betovering niet verbreken, en het universum mag zijn gang gaan, zoals gewoonlijk.

Maar dat er een nieuwe fase aangebroken is, in meer dan een opzicht, zoveel is wel duidelijk.

Verjaardagsbloesems

Toen jij je komst op deze wereld aankondigde, keek ik op naar de slanke vingers van de treurwilg die langs het raam naar beneden hingen. Ze waren groen van de eerste aarzelende blaadjes die kwamen piepen. In de tuin aan de andere kant van het huis, waar ik ze tijdens onze arbeid niet kon zien, bloeiden de eerste bloesems van de Japanse kerselaar in roomwit.

Toen je het uitkraaide van plezier omdat mijn papa je hoog de lucht in gooide, en je je eerste driewielertje kreeg, was de lentelucht zo zacht dat de kersenbloesems er al uitbundig bij waren, dansend tegen de de stralend blauwe hemel. We vierden jouw tweede verjaardag in de tuin, en er kwamen zelfs geen jassen aan te pas.

Voor we naar je grootouders trokken om je negende verjaardag te vieren, schoot ik een paar foto’s van de kersenbloesems. Net als de groene vingertoppen van de treurwilg waren ze naar goede gewoonte op jouw jaarlijkse geboorteafspraak. Maar ik heb intussen al lang geleerd dat elk jaar, net als elke afzonderlijke dag, telkens een heel ander verhaal is.

 

Sobran 9_001 ed cut klein
Kersenbloesems na de sneeuwbui (c) KV

Het kreupelhout

Wat een ingewikkeld kluwen lijkt dit leven van mij soms. Hoe geraakt een mens daar wijs uit?

 

Prelente_125 ed klein.jpg
(c) KV

 

Werk — vroeg opstaan, tien kilometer op de fiets, de trein halen, naar kantoor, het blad maken, collega’s spreken, ideeën uitwisselen, overeenkomen, van mening verschillen, het artikel schrijven, de trein terug nemen, nog tien kilometer op de trappers; thuis.

Thuis — helpen met het ontbijt, de zoon naar school brengen (op sommige dagen), geliefden omhelzen, luisteren naar verhalen, boodschappen doen, eindeloze bergen was en strijk, koken, organiseren, opruimen, rozen snoeien, hilarische acts voor het slapengaan met de kleine (aan mij is een stand-up comedian verloren gegaan).

Schrijven — Zaailingen en romans en verhalen op de trein van en naar het werk en in andere vrije momenten; mails en blogs veel te laat op de avond voor mijn computerscherm; dagboek waar en wanneer het kan en overal tussenin.

Lezen — veel minder dan vroeger, maar ik heb dan ook het gevoel dat ik zo boordevol zit met alles wat ik in de voorbije vier decennia heb gelezen en dat het nu tijd is om nu voor een tijdje vooral mijn eigen werk te maken, eerder dan nog wat meer van andermans werk te gaan lezen. Natuurlijk lees ik nog altijd. Maar minder, en alleen als iets me écht aanspreekt.

Foto’s maken  — waar en wanneer het maar mogelijk is.

Afspraken en engagementen — repetitie met de band, werk aan een optreden met een enthousiaste gelijkgestemde ziel rond het belang van kinder- en jeugdliteratuur onder de titel BoekJe Bestemming; een sofagesprek/interview en een key note lezing voor een studiedag voor bibliotheekmedewerkers voorbereiden; een tentoonstelling in de pijplijn rond werk van vluchtelingen waar Jurgen en ik een handvol Zaailingen rond het thema mogen gaan tonen, waaronder Dageraad.

Publicaties en Residenties — praktische dingen allerhande. Het officiële nieuws over de residentie in Zweden is intussen de wereld in, maar er is nog nieuws op komst. Ik kijk er al naar uit om het daarover te hebben. Maar nu nog niet. Nog even.

 

Prelente_126 ed klein
(c) KV

 

Ja, het is druk. Maar ik wil niet klinken alsof ik klaag. Want ik weet mijzelf ongelooflijk bevoorrecht.
Geen grote tegenslagen, geen ziektes, geen geliefden die stervend zijn of in hoge nood, geen financiële kopzorgen, geen oorlogen of dictaturen (voorlopig). Dit is leven van overvloed.

En als het allemaal toch een beetje te veel wordt, voor een ogenblik of twee, dan blijven de beste dingen altijd duidelijk zichtbaar doorheen de wirwar van kreupelhout en complicaties. Getekend met de scherpste pen, gesneden uit het diepste hout.

Eén enkele heldere noot, die klinkt als thuis.

Lid voor het leven

Als ik je blogs lees, zei een vriendin me, dan merk ik dat je wel erg vaak schrijft over loslaten. Zo vaak zelfs, dat ik wel eens denk: lieve Kirstin, je doet het nog niet echt, hé, dat loslaten? Niet helemaal.

Het trof me als een zeer interessante bemerking.

Het klopt dat ‘loslaten’ een van mijn terugkerende motieven is. En het klopt ook wel dat ik erover schrijf omdat het zo belangrijk voor mij is.

 

Roeken_002 zw klein
(c) KV

 

Jaren geleden, toen coaching en persoonlijke ontwikkeling hun intrede deden in onze familie en we onze persoonlijke en gemeenschappelijke patronen begonnen te ontdekken, stichtten we bij ons thuis met een knipoog een organisatie: CFA. Voluit staat dat voor Control Freaks Anonymous.

Mijn mama, daar bestond geen enkele discussie over, is de gedoodverfde voorzitter. Mijn zusje, altijd de spaarzame van ons gezin, neemt de rol van penningmeester waar. Ik ben steunend lid, en mijn echtgenoot heeft zich daar vlotjes bij aangesloten. Nu en dan nodigen we vrienden of kennissen uit om lid te worden.
(Nee, we houden geen bijeenkomsten of zo. Het hele ding is één grote grap. Maar het is een schitterende manier om elkaar – en onszelf – te confronteren als we weer eens uit de bocht gaan.)

Dus heb ik misschien nog wat werk met loslaten?
Hmm…

Controle gaat over angst.
De angst om niet goed genoeg te zijn (en de liefde van mensen te verliezen), om niet sterk genoeg te zijn (en verpletterd te worden door tegenslag als die je overvalt), om het niet waard te zijn om gewoon te leven als de kleine, onvolmaakte mens die je bent (en op een of andere manier proberen dat toch te verdienen).

Net als de meeste controlefreaks ken ik deze drie vormen van angst heel goed. En heel waarschijnlijk zijn er nog andere, maar daar kom ik nu even niet op.

Ik ben er niet obsessief mee bezig om de dingen tot het laatste detail perfect te krijgen. Maar soms merk ik wel dat ik beslist nog niet vrij ben van angst. En mijn manier om daarmee om te gaan is proberen mijn angst te begrijpen, en vervolgens op te lossen. Misschien is dat een zoveelste vorm van controle, kan best.

Mijn blog over de wachttijd op de luchthaven van Zaventem kan je bijvoorbeeld inderdaad heel goed lezen als een poging om de controlefreak in mijzelf gerust te stellen (alles komt in orde, je haalt je vlucht, het plafond staat niet op het punt naar beneden te komen…)

Anderzijds heb ik wel degelijk al een en ander over loslaten geleerd. Ik ben veel relaxter dan vroeger. En telkens als ik merk dat ik met iets nogal krampachtig omga, herinner ik mezelf eraan dat het helemaal oké is om… los te laten. Ik koester beelden als de rivier die me meeneemt stroomafwaarts en de thermiek die me optilt voor een stuk omdat ze het geloof weergeven dat ik intussen heb over waar deze reis heen gaat (met het Leven, of de Ziel, of het Unuiversum, of hoe je het ook graag wil noemen, aan het stuur).
Dus denk ik dat ik zo vaak over loslaten schrijf omdat het iets is wat ik aan het leren ben, en zoals alle leerprocessen maakt het je van dat ene ding bijzonder bewust. Het is een niet-aflatende oefening, een vaardigheid die je een leven lang blijft verwerven.
Roeken_003 zw ed cut klein
(c) KV

 

Ik heb wel het gevoel dat ik er stilaan beter in word. Minder bang. Minder in de greep van angst wanneer die zich toch weer eens aandient.

Heb ik het perfect onder de knie? Nauwelijks. Maar perfectionisme zou mij toch gewoon andermaal naar voren schuiven als gedoodverfd lid van het CFA? Of niets soms?

Hout vasthouden

Melancholisch gemijmer bij het vertrek uit Frankrijk

 

Kiki 5 145 klein
La Place Des Retraités (bordje aan de muur staat helaas niet op de foto) – aka La Douce France En Hiver (c) KV

 

‘We hebben het werk dat dit huis en het terrein er omheen vraagt misschien wel wat onderschat,’ zegt mijn moeder me tijdens de autorit naar Albi, waar er een heerlijke lunch op het programma staat in een van hun vaste restaurantjes, waar ze door de eigenaars én de kelners begroet worden als familie. ‘Als ik de hele oefening nu over moest doen, dan zou ik misschien heel andere beslissingen nemen.’

Niet dat mijn ouders er spijt van hebben dat ze in Frankrijk zijn gaan wonen, maar ’s winters kan het toch wel erg guur worden waar zij zijn neergestreken. En die kleine bungalow naast het grote woonhuis was wel bijzonder praktisch met het oog op de oudste dochter (ik) die zou afkomen met echtgenoot plus twee stiefzonen plus peuterkleinzoon, maar nu gebeurt het maar zelden meer dat we alle vijf samen op het appel zijn, want de oudsten zijn intussen veel zelfstandiger geworden en geven er de voorkeur aan om op andere tijdstippen te landen, met vrienden in plaats van (stief)ouders. En dus hebben mama en papa altijd veel ruimte voor gasten, maar ook niet voortdurend meer zin in veel volk.

‘Ik weet niet waar we zullen zijn binnen tien jaar,’ mijmert mijn moeder. ‘Maar daar wil ik ook niet te veel bij stilstaan, we proberen te leven in het nu.’

 

Kiki 5 020 ed cut2 klein
(c) KV

 

Ik ook. Ik leef in een ‘nu’ waarin mijn beide ouders nog steeds gezond zijn. Waarin ze ouder worden en hun beste vrienden, die troep personages die recht uit de betere Franse komedie ontsnapt lijken, ook een dagje ouder worden, maar alles bij elkaar doen ze het nog behoorlijk goed.

Ze herinneren zich niet alles even vlotjes meer als vroeger. Er zijn operaties geweest en doktersbezoeken, controles en medicatie. Er is het huis dat vervelend veel herstellingen nodig heeft, en het zwembad en de tuin die in de lente in orde moeten gebracht worden. Niet door henzelf, maar door iemand die daarvoor moet langskomen en die altijd vertraging heeft, of niet komt opdagen, of veel te duur is.

Ik vertrek morgen terug naar België, en ik ben dankbaar om mijn ouders achter te laten in goede gezondheid en met een goed humeur. Ik weet dat ik mijn zegeningen moet tellen. Wat ik weet even goed dat er een tijd komt dat ik naar het zuiden zal vliegen – of rijden – om te helpen met kwesties van een veel complexere financiële of medische aard. Over tien jaar? Vijftien? Vijf? Ik kan me de omvang van de onderneming zelfs niet voorstellen mocht er aan een van beiden iets gebeuren en de ander zou verhuizen naar een appartement in Albi, laat staan België. De gedachte alleen al vervult me met vroegtijdig verdriet. Ik weet wel dat ik er niet alleen zal voorstaan. Mijn zus, mijn man, vrienden en kinderen zullen klaarstaan om te helpen, oplossingen te bedenken en ze uit te voeren. Maar toch.

Waarschijnlijk hoort dit gewoon bij de melancholie van vertrekken. Ik aanvaard ze voor wat ze is, en bid in stilte dat mijn ouders hier nog veel gelukkige, gezonde jaren mogen kennen.
Ik zie ze voor me, omringd door iedereen die hen graag ziet. De zon schijnt, en er zijn vrienden van alle hoeken van Europa. In het zwembad spelen kinderen, en de tafel is gedekt met lekker eten. Hoog in de lucht cirkelen de buizerds en de valken waar we zo van houden.

Dat is een goed beeld. Hout vasthouden.
Of zoals de Fransen het zeggen: touchons du bois.

 

Kiki 5 043 ed cut klein
(c) KV

Een goed nest

Ik zit in het bureau van mijn vader en ik schrijf. Nu en dan kijk ik op naar de bomen naast het huis, waar een koppel eksters een nest bouwen. Ik sla hun vorderingen gade met een glimlach.

Ze werken methodisch en gefocust. Soms vliegen ze allebei uit voor geschikte takjes, soms blijft er een in het nest terwijl de ander op zoek gaat naar meer materiaal. Soms komt de ene terug en vindt degene die achterbleef in het nest dat het tijd wordt om van rol te wisselen en vertrekt op zijn beurt zowat meteen.
Op zeker moment kon ik me de ergernis van een van beide bijna voorstellen toen de ander kwam aangevlogen met een tak die zo lang was dat hij ongeveer drie keer om het nest heen kon gewonden worden. Hoe wil je in godsnaam dat ik die erin gepast krijg, leek die in het nest te zeggen.
Soms werken ze samen om alles te schikken en in elkaar te puzzelen, met een van beide op de rand van het nest, of zelfs eronder, om een al te lange tak een stukje lager te trekken.

 

Kiki 4 015 ed klein
(c) KV

 

Ik ben ondertussen al veertig jaar het kind van mijn ouders, en hoewel ons huis altijd een soort tijdelijk toevluchtsoord is geweest voor jonge mensen met nood aan een stabiele thuis, ligt de tijd van nesten bouwen en jonkies opvoeden nu toch wel al een hele tijd achter hen. Ik ben van onder hun vleugels vandaan gegroeid en ben mijn eigen nest gaan bouwen. Nu ben ik zelf ouder. Maar op een of andere manier voelt het toch ook altijd goed om even terug te zijn.

We hebben samen nog een heleboel vakanties doorgebracht, maar echt samengewoond hebben we niet meer, niet als het kerngezin dat we ooit waren, een zeldzame week waarin mijn zus en ik allebei naar Frankrijk afzakten zonder partners niet te na gesproken. En zelfs toen waren er kleinkinderen bij, als ik het me goed herinner. Dat is prima, zo gaan die dingen nu eenmaal.

Sinds wij volwassen zijn, doen mijn ouders bewust moeite om niet te veel parentaal gezag meer te laten gelden. Zelfs al kunnen ze er uitgesproken meningen op nahouden, ze respecteren ook de onze. Geen ‘ik ben hier de ouder en jij bent mij eeuwige trouw en  gehoorzaamheid verschuldigd’-gedoe hier. Onze discussies kunnen ten andere wel levendig zijn.

Recent, zeker sinds ik zelf in mijn kracht ben gekomen als volwassen vrouw en moeder, voelen mijn mama en ik ons op sommige vlakken behoorlijk hecht verbonden. We maken, om het zo te zeggen, deel uit van een universeel ‘vrouwengeslacht’. Het leeftijdsverschil tussen ons is uiteraard hetzelfde als altijd, maar we voelen ons nu veel meer deel van dezelfde traditie, als een volwassene en een oudere, dan we waren als jong meisje en haar moeder. Het is een evolutie die we allebei verwelkomen en appreciëren.

Mijn verblijf hier bij mijn ouders (het is pas de tweede keer dat ik op mijn eentje bij ze in Frankrijk ben) is het niet anders. Wij zijn een stam, een nest, maar zelfs al ben ik hun nageslacht en zal ik dat altijd blijven, we omarmen elkaar wel als gelijken.

 

GP 5 029
Geen maand na haar longoperatie gaat mama al dapper mee de honden uitlaten – met een ingelaste knuffelstop nu en dan (c) KV

 

 

Mijn mama geneest goed. Maar mooier nog om te zien dan de vorderingen die ze maakt, is hoe mijn ouders met elkaar omgaan. Ze hebben in de loop van de jaren hun meningsverschillen en conflicten gehad, maar in zekere zin was mama’s klaplong en het feit dat ze een zware operatie moest ondergaan om meer van hetzelfde in de toekomst te vermijden een cadeau voor hun relatie. Mijn vader verzorgt haar met een hartverwarmende toewijding, en mama is erkentelijk en dankbaar op de best mogelijke manier. Ze plagen elkaar, ze lachen veel en ze zijn heel innig. Bij momenten heb ik het gevoel dat ik twee oude pubers elkaar zie herontdekken, op een mooiere manier dan daarvoor.

Soms moet je naar de hel en terug om dit soort mirakel te krijgen, zoals mijn mama het uitdrukt. De serieuze emotionele confrontatie die ze vorige zomer hadden en mijn mama’s fysieke toestand deze winter kunnen beslist omschreven worden als een kleine hel. Maar óf ze er sterker uitkomen.

Ik ben blij om hier te zijn, blij om te helpen met kleine dingen, blij om in hun gezelschap te zijn en hen gade te slaan in hun dagelijkse bezigheden.

Dit is nog altijd een warm nest. Het is fijn om thuis te zijn.

 

Kiki 4 011 ed cut klein
(c) KV

Van buiten of van binnen?

Antwerpen_003 ed cut3 klein
(c) KV

 

We verlieten de Fiets- en Wandelbeurs tegen valavond, en kwamen erachter dat het die middag gesneeuwd had. Het vroor niet, dus bijna alle sneeuw was alweer gesmolten, en overal lagen grote plassen ijswater.

Er stond een krachtige wind, en ik droeg geen handschoenen. Omdat ik mijn zoon bij het naar huis gaan een hotdog beloofd had van het kraampje aan de ingang, wachtten we in de tocht. Algauw voelde ik mijn handen verstijven van de kou. We aten onze hotdogs terwijl we terugliepen naar de auto, waar mijn man ondertussen al bezig was de velomobiel die we mee moesten nemen te ontmantelen. Tegen dat we daar waren, waren mijn handen zo stijf en pijnlijk dat ik amper mijn vingers kon plooien.

Ik ken dit soort pijn. Ik voel het elke keer als ik mijn handen in de diepvriezer steek en ze daar langer dan tien seconden moet houden omdat ik niet meteen vind wat ik zocht.

Ik kreeg de kou niet meer helemaal afgeschud, zelfs al ontdooiden mijn pijnlijke vingers in de auto op de terugweg helemaal. Al wat ik wilde toen we thuiskwamen, was een heet bad nemen.

“Warm en koud zijn voor jou echt iets wat van buiten komt, hé?” zei mijn man. “Voor mij is dat precies het tegenovergestelde: dat is een innerlijk proces.”

 

Altaar_035 (2) ed cut zw ed klein
(c) KV

Interessante opmerking, vooral omdat ze helemaal klopt.
Zo lang hij actief is en beweegt, voelt Christophe zich prima. Hij kan bij vrieskou fietsen in zijn velomobiel met niet meer dan een trui, of de halve dag in de tuin werken bij een snijdende wind: hij krijgt het zelden koud. Maar ’s nachts in bed, als hij stil ligt, sijpelt de warmte uit zijn lijf en tegen de ochtends heeft hij het meestal koud, hoe dik de dekens ook zijn.

Ik, daarentegen, word belaagd door de buitentemperatuur, en die beïnvloedt mijn lichaamswarmte. Soms gebeurt dat langzaam, soms heel abrupt. Maar eens ik het te koud (of te warm) heb, tot helemaal diep vanbinnen, dan krijg ik dat gevoel niet zomaar afgeschud. De tegenovergestelde temperatuur zal zich een tijdje door al mijn laagjes heen moeten werken vooraleer de dingen weer in balans zijn.

Fascinerend, dacht ik. Dit zou zomaar eens de perfecte metafoor kunnen zijn voor hoe we emotioneel functioneren.

Ik slaag er niet in om bepaalde dingen buiten te houden. De signalen van mensen die zich agressief opstellen, of handelen vanuit een of andere bron van emotionele pijn of ongemak, komen onmiddellijk ‘binnen’, door mijn grenzen heen, een beetje zoals een trein die met krijsend gepiep tot stilstand komt mijn trommelvliezen aanvalt. Het doet fysiek pijn, en je kunt het niet buitenhouden als het je onverhoeds overvalt. Tegen de tijd dat je weet wat er gebeurt, is het al binnen en heb je pijn.

Het is een van de dingen die mijn omgang met mijn stiefzonen vaak bemoeilijkte toen ze jonger waren. Er hing zoveel elektrisch geladen gevoelens om hen heen, en ze reageerden die op alle mogelijke manieren af. Ons huis vulde zich met die energie. Ik probeerde het hen niet kwalijk te nemen. Maar het was erg lastig om ermee te leven, want ik kon hun energie alleen maar buitenhouden als ik goed uitgerust was en helemaal in mijn eigen centrum stond. En voor wie is dat een dagelijkse startpositie? Bij momenten telde ik de uren tot ze weer vertrokken, terwijl ik tegelijk eigenlijk niets liever dan een warme vertrouwenspersoon voor ze wilde zijn.

Mijn echtgenoot, anderzijds, is er heel goed in om dingen buiten te houden. Zijn muren zijn dik en stevig gebouwd. Als hij ze neerlaat, riskeert hij overspoeld te worden door alles wat binnenkomt, veel meer nog dan ik. Dus in plaats daarvan heeft hij er een talent van gemaakt om de dingen buiten te houden, en wat er binnen in hem leeft, gebruikt hij als brandstof. Het moment dat hij stopt met bewegen, is het moment dat de wereld hem inhaalt.

 

Wintergroen_033 ed cut klein
(c) KV

 

Ik blijf me verbazen over hoe intrigerend verweven fysieke en psychologische aspecten kunnen zijn.
En misschien, als we op een dag onszelf en hoe we functioneren genoeg begrijpen, wordt het wat makkelijker om om te gaan met de wereld waarin we leven.

Dat zou fijn zijn.