Mama kronen

Een reis naar de wortels van Oude Wijsheid

Kingley Vale_359
(c) KV – De toegang tot Kingley Vale

Na de diepe, vervullende fases van een leven in dienst van de ziel, zegt ecopsycholoog Bill Plotkin, bereikt de persoon die de roep van de ziel hoorde als Zwerver, die haar leven er als Leerling ten van dienste stelde en die de wereld het beste van haar talenten schonk in de hoedanigheid van Meester, het punt waarop ze overgaat naar het stadium van Oude Wijsheid.

Op dat moment begint het leven minder te draaien om Doen en maken, en meer om Zijn, voeden en inspireren.
Wanneer de jongvolwassene zich, geraakt door de roep van haar ziel, terugtrekt in een metaforische cocon en oversteekt naar de spirituele helft van het leven, dan gaat ze in Plotkins woorden door een proces van Zielsinitiatie. Ze voelt een verhaal, een krachtig beeld, de aantrekkingskracht van iets wat sterker is en dieper gaat dan haar ego of persoonlijkheid alleen, en ze voelt zich geroepen om zich ten dienste te stellen daarvan. Zielsinitiatie markeert het begin van de magische helft van het leven.

Een gelijkaardige monumentale overgang vindt plaats wanneer de bezielde volwassene de fase van Oude Wijze bereikt. Plotkin noemt dit de ‘Crowning’, een prachtige samentrekking van de Engelse woorden ‘crone’ (oude vrouw) and ‘crown’ (kroon), en verbindt zo meteen de charmes van hoge leeftijd en het waardige, bijna koninklijke van vergevorderde geestelijke evolutie.

Mijn moeder vierde afgelopen december haar zeventigste verjaardag. Mijn zus en ik wilden iets speciaals en symbolisch doen met haar, dus we besloten haar mee te nemen op een verrassingsreisje naar Engeland. We wilden niet alleen haar verjaardag vieren, maar ook haar overgang naar de status van Oude Wijze.

Onze moeder is een mooie, wijze en grappige vrouw met een hart groot genoeg om de hele planeet en iedereen erop te omarmen. En op sommige momenten in haar leven is dat ook precies wat ze gedaan heeft. Ons huis was altijd een haven voor mensen om te landen: voor het avondeten, voor een nacht, voor een paar jaar. Haar regenboogkinderen, noemden we ze. Sommigen waren zo oud als wij, een paar waren ouder, de meesten jonger. Ze hield van ze en vertroetelde ze en hielp ze hun leven weer op de rails krijgen als dat was wat ze nodig hadden.

Haar dagen van oeverloze zorg zijn nu enigszins voorbij. Te veel artrose en andere (godzijdank goedaardige) ouderdomskwaaltjes hebben een halt toegeroepen aan haar onafgebroken rondrennen en verzorgen – hoewel ze er soms nog wel eens in vervalt en de fysieke gevolgen achteraf voor lief neemt.

Maar tegelijkertijd is ze wijzer geworden. We hebben dezelfde opleidingen gevolgd en veel ervaringen gedeeld in de loop van de jaren, en zij is de eerste om aan iedereen te vertellen wat voor sterke vrouwen haar dochters geworden zijn, maar wij weten dat dat maar de helft van het verhaal is. Mama kan je aankijken, peilen tot diep in je ziel en naar boven komen met informatie waar je heel stil van wordt omdat ze zo ontzettend juist is. Ik heb er niets mee te maken, zegt ze, ik geef maar door wat ze mij ‘daarboven’ vertellen. Dat is geen valse bescheidenheid. Maar bescheiden zijn betekent soms ook dat je jezelf onterecht niet voldoende waardeert. Dus wilden we mama’s wijsheid vieren, haar diepe ervaring, en natuurlijk ook gewoon het feit dat ze onze moeder is.

Mama is een makkelijke persoon om te verrassen. Ze laat zich meevoeren op de stroom en vraagt zich niet te veel af. Ze is opgetogen als blijkt dat ze iets niet zag aankomen, en verwelkomt alles wat haar kant op komt – behalve misschien de tegenliggers in een land waar mensen links rijden. Omdat we reisden met onze eigen wagen, was de passagier vooraan degene die al het aankomend verkeer op zich zag afkomen. Na twee uur op de Engelse wegen ruilde mams haar plek met plezier voor eentje op de achterbank.

Kingley Vale_081
(c) KV – Storm bij The Seven Sisters

Onze eerste stop was Beachy Head, waar we uitkeken over The Seven Sisters, de adembenemende krijtkliffen van de Engelse zuidkust. Het weer was stormachtig en subliem.

Het was de perfect plek om je verbonden te weten met de elementen. We zaten met ons drieën ongestoord op een bank, en stemden ons af op wat de wind en de zee ons wilden vertellen. We luisterden naar wat gezegd werd: over onszelf, voor de ander. We deelden de boodschappen. Toen lieten we al het oude dat mocht losgelaten worden gaan, in de wind, of met de golven.

We reden door tot in West-Sussex naar the Hamblin Trust, het domein waar we twee nachten zouden verblijven in een van hun knusse chalets. Ik dwaalde door de tuin in het schemerlicht van de vallende avond, en de volgende ochtend.

Na het ontbijt hadden we maar tien minuutjes nodig tot aan de plek die de eigenlijke bestemming van deze hele trip was: Kingley Vale, waar in een bosje-in-een-bos The Watchers staan, de oudste taxusbomen ter wereld. Een aantal van deze knoestige reuzen zijn tweeduizend jaar oud. Waar konden we mama’s Crowning beter vieren?

Maar het bleek toch een beetje een uitdaging. Bij de eerste oude taxus die mama zag toen we wat dieper het bos in gingen, maakte ze bijna rechtsomkeert. Hij zag er dreigend uit, vond ze, en er hing iets donkers en gevaarlijks omheen.

Grappig genoeg was dit een boom die mij heel erg aansprak. Ik liep er naartoe om hem aan te raken, en voelde onmiddellijk hoe een diepe warmte door mijn buik ging. Mams keek huiverend toe van op een afstandje.

Toegegeven, taxussen zien er op het eerste gezicht niet erg knuffelbaar uit. In hun jeugd zijn ze op hun best elegant, maar met hun donkere stammen en naalden van een donkergroen dat soms meer wegheeft van zwart, zijn ze nogal sombere verschijningen. Hun felrode bessen fleuren het geheel misschien wat op, maar gezien het feit dat zowat elk onderdeel van de taxus dodelijk giftig is voor de mens, is dat toch maar een karig soelaas. Zoals elke zeer oude boom wordt een oude taxus knoestig, bobbelig en verwrongen, met takken die alle kanten op gaan en dode stompen die nog uitsteken. We stonden dus niet meteen oog in oog met een grote lieve omaboom, maar eerder met iets wat leek op een kruising tussen een norse oude olifant en een tentakelig monster uit een of andere horrorfilm.

Tot je ze aanraakt.

Kingley Vale_399.JPG
(c) KV

Taxussen voelen zacht onder je handen, en als je een beetje gevoelig bent voor bomen, dan is een ontmoeting met oude reuzen als deze echt wel bijzonder.

Het vroeg wat overredingskracht, maar uiteindelijk wilde mama er wel een aanraken.

Vanaf dan begon het makkelijker te gaan, hoewel het nog even duurde vooraleer mama een boom gevonden had waar ze echt een band mee voelde. Pas toen lukte het beter om de diepe, krachtige schoonheid van de ouderdom te voelen doorheen de donkere, sombere verschijning. De zon maakte nu en dan haar opwachting – dat hielp ook. (Het Engelse weer deed al wat het kon om zijn wispelturigheid te bewijzen: we schakelden op twee uur tijd drie keer van dreigende wolken naar stortbuien naar stralende blauwe hemel. Het gezegde ‘if you don’t like the weather, wait five minutes’ bleek een stevig feit.)

Na een uur van wandelen, zitten, aanraken en voelen, keerden we terug naar de ingang van het bos. Daar vonden we ‘mijn’ boom terug.
Mama was verbaasd dat ze hem eerder zo eng had gevonden. Ik van mijn kant begreep precies waarom hij voor mij zo goed werkte: oud genoeg om indrukwekkend te zijn, met een massieve stam en kroon, maar nog niet zo verweerd als zijn stokoude verwanten. En zijn plek: aan de rand, als een wachtpost op de grens tussen werelden.

Dat past bij mij.

In de namiddag na die wandeling hadden we voor mama een aromatherapie-massage geboekt bij een lieve dame waarnaar ze later verwees als haar ‘petemoei’.
We aten heerlijke Indische curry in een nabijgelegen restaurant, en namen de volgende ochtend afscheid van the Hamblin Trust.

We stopten nog bij het haventje van Bosham voor een paar cadeautjes en souvenirs uit het Arts and Crafts center (ik kocht een heerlijke cape voor alledaags gebruik, en ik kreeg een andere die ik voor het eerst zal aantrekken op de Soul Circle als geschenk van mijn zus). We lunchten in het Breeze Cafe, met een mooi zicht op de zee-inham waar het opkomend tij niet alleen naar goede gewoonte de promenade onder water zette, maar ook het busje van een nietsvermoedende kayakker, die bij zijn terugkeer duidelijk niet gerekend had op zo’n maritiem enthousiasme.

Kingley Vale_618.JPG
(c) KV – Bosham bij hoog water

Je onderschat de kracht van het vrouwelijke element maar beter niet, denk ik zo…

Onze drie moeder-en-dochter dagen hebben ons zacht gezegd een hap magie gegeven om op terug te kijken.

Advertenties

Op bezoek bij de gieren

Soms ben ik zo content om te mogen werken als journalist…

Gisteren bezochten we het dierenpark GaiaZOO.
Leden van de Gezinsbond krijgen daar korting, en ons blad vond het goed idee om er wat redactionele aandacht aan te besteden (morgen in sneltempo een artikel schrijven). Het park is gelegen in Nederlands Limburg, net over de grens, op ongeveer twee uur rijden van ons thuis. Maar óf het die afstand waard was.

Ik kwam er als journalist maar ik had wel mijn gezin mee. Daardoor mochten we niet alleen gratis binnen, mijn zoon kreeg ook nog een verrassingsgeschenkje: een knuffelaapje waar hij op slag verliefd op was en dat hij die dag overal mee naartoe sleepte.

GaiaZOO_216
(c) KV

Het is beslist een mooi park. En er ligt een ecologische filosofie aan ten grondslag die serieus genomen wordt. De dieren hebben heel veel ruimte, en op een aantal plaatsen delen verschillende soorten die in hun natuurlijke omgeving ook vreemdzaam naast elkaar leven een verblijf. Zo wonen de zebra’s in hun enclave samen met twee indrukwekkende neushoorns en een groepje parelhoenen.

Het landschap is verweven in het park: er staan oude bomen, en overal groeien spontaan uitgezaaide struiken, planten en kruiden. Een parkgids vertelde me dat invasief onkruid wel zo veel mogelijk gewied wordt, vaak zelfs met de hand. Behalve op het gorilla-eiland: die dieren vinden brandnetels en distels namelijk zo  lekker dat ze ze verorberen tot de laatste stengel. Ook een manier van wieden, natuurlijk…

GaiaZOO_304
(c) KV

Bezoekers kunnen heel dicht bij de dieren komen zonder ze te storen – glazen wanden, uitkijkposten, tunnels voor de kinderen. En op sommige plekken kan je werkelijk oog in oog staan met een dier. Zo kan je een paar grote volières en zelfs een heel bos in waar een troep doodskopaapjes woont, op voorwaarde dat je op de paden blijft. Bezoekers wordt wel aangeraden hun tassen goed dicht te doen.

Ik deed mijn job, stelde vragen, nam foto’s. En op het einde van de dag deed ik waar ik de hele tijd naar uitgekeken had: ik bezocht mijn vrienden de vale gieren.

Ze leven in een enorme volière (twaalf meter hoog en ik weet niet hoeveel oppervlakte, maar het is veel – ze kunnen er doorheen vliegen), en dit was er ook een waar bezoekers doorheen mogen wandelen. Met wat geluk kom je op minder dan twee meter afstand van een de twintig (!) vogelsoorten die er samen wonen.

GaiaZOO_537 ed cutGaiaZOO_512

GaiaZOO_107 ed cut2
(c) KV

 

Terwijl ik daar stond, de laatste bezoeker in de nagenoeg verlaten volière, en toekeek hoe de vale gieren geduldig zaten, met het late herfstlicht op hun veren, voelde ik een diepe rust over mij heen komen.
Ik was er met plezier de hele avond en de volgende dag blijven zitten, om naar hen te kijken, zoals ze daar op hun gemak waren, nu en dan eens een vleugel strekten, bij momenten opvlogen.

Het was een goede dag.

GaiaZOO_258
(c) KV – Mijn zoon slaagt erin de minst voor de hand liggende dieren te laten overeen komen…

 

 

Hem thuis hebben

Fauch_567

(c) KV

Waarom is de maatstaf van liefde verlies?
(Why is the measure of love loss?)

Ik kan gerust de hele dag Jeanette Winterson-citaten debiteren, gewoon omdat ik zo van haar werk en haar poëtisch genie houd, maar ik geloof niet dat iemand daarop zit te wachten. In plaats daarvan herkauw ik de bovenstaande regel, een van haar veelzeggende citaten (hoewel ik persoonlijk ‘Vertrouw me. Ik vertel je verhaaltjes.’ nog net iets beter vind, en er een heleboel andere zijn, veel minder bekend, die ik nog liever heb. Ik heb er ooit al eentje gebruikt in deze blog, bijvoorbeeld).

Maar om terug te komen op de frase die me nu bezighoudt – waarom is de maatstaf van liefde verlies?

Mijn man en ik lieten onze achtjarige zoon half juli achter bij mijn ouders in Frankrijk en vertrokken op onze Italiëtrip. Ondertussen zijn we al twee weken terug in eigen land, en hij is nog altijd daar. Komende dinsdag pik ik hem op van het vliegveld.

Ik ken moeders die je bij elkaar kunt vegen als hun kinderen voor een week op kamp vertrekken. Ik heb mijn zoon al een maand niet meer gezien, en dat is… helemaal oké.

Daar zijn ze:
twijfel — ben ik wel een goede moeder?
schuldgevoel — hoor ik me nu niet ellendig te voelen omdat hij niet bij me is?
angst — hou ik wel genoeg van mijn zoon, als ik hem niet echt mis?

Oké, dit liedje mag ophouden.

Er zijn twee reeksen antwoorden op de bovenstaande vragen.
Eentje gaat als volgt: ja — nee — ja.
De ander zegt: je hebt je zoon niet verloren.

 

Misschien toch even uitleggen.
Dat eerste reeksje spreekt voor zichzelf. Ik meen het ook echt, en ik geloof dat het oprechte, juiste en gezonde antwoorden zijn. Maar ze hebben allemaal wel hun wortel in het tweede antwoord. Ik ben mijn zoon niet verloren.

Hij is ergens waar hij het heerlijk vindt en waar er goed voor hem gezorgd wordt door mensen die hij heel graag ziet. Dat vind ik prima, en ik maak me dus ook geen seconde ongerust (tenzij misschien over auto-ongevallen of meteorietinslagen, maar die kunnen net zo goed voorvallen als hij hier bij mij is, dus die tellen niet – het leven moet je nu eenmaal leven).

Fauch_673 cut
(c) KV

Over minder dan een week is hij weer thuis. En ondertussen heeft hij de tijd van zijn leven, en heb ik wat kostbare rust gehad (en een romantische vakantie met zijn vader).

Ik ben een liefdevolle moeder, maar niet van de typische verzorgende soort. Mijn zoon is het liefste wat ik heb, maar koken, schoonmaken en andere zorgtaken zijn niet het liefste wat ik doe, zelfs niet voor hem.
Bad #579 laten vollopen, lunchpakket #346 smeren, veters strikken poging #1007…
Diepe, diepe zucht.

In tegenstelling tot sommige andere vrouwen die intens genieten van zuigelingen en openbloeien tijdens de eerste levensjaren van hun kind, werd ik gelukkiger naarmate mijn zoon ouder werd. Mijn sterktes zijn emotionele intelligentie en conversatie, niet luiers, badjes en maaltijden.

Mis ik mijn zoon, nu hij een hele maand is weggeweest? Absoluut. Ik mis zijn vreugde, zijn liefde, zijn creatieve geest, zijn intelligentie, alles aan deze heerlijke kleine persoon die zich zo op zijn gemak voelt in de wereld. Ja, ik mis zelfs zijn ochtendhumeur en zijn koppige buien.
Mis ik hem bemoederen? Geen seconde. Ook voor mij is dit vakantie.

Maar hoe anders zou het zijn als er hem iets overkwam. Als hij weggerukt werd uit dit leven en ik hem nooit meer zou zien. Als zijn gelach, zijn knuffels en zijn blije, luidruchtige aanwezigheid nooit meer door dit huis wervelden.
Hem verliezen zou mij vernielen, mij in tweeën breken en verminkt achterlaten.

Kortom: de maatstaf van liefde is verlies. Je weet pas hoeveel iets of iemand echt voor je betekent op het moment dat je ze kwijt bent.
Ik ben mijn zoon niet kwijt op enige serieuze manier. Ik hoef me zelfs niet af te vragen of hij gelukkig is. En ik weet dat hij binnenkort weer thuis is. Er zit geen gapend gat in mijn ziel dat alleen kan opgevuld worden door zijn moeder te zijn en dat nu voor altijd leeg zal blijven.

Fauch_572

Bedankt, Jeanette Winterson. Je hebt me iets heel kostbaars laten begrijpen, toen ik voor het eerst Written on the body las. Je leerde me niet te wachten om mijn liefde te voelen of er voor uit te komen tot ik ze kwijt was.

En hoewel het waarschijnlijk te veel gevraagd is van het leven, hoop ik stiekem toch dat ik nooit echt door die ervaring zal moeten. Ik hoop dat ik mijn geliefden op elke mogelijke manier zal gekoesterd hebben, en dat ik zal beseft hebben hoe graag ik hen eigenlijk wel zie voor ze op een of andere manier buiten mijn bereik glippen.

En wat mijn zoon betreft, kijk ik er gewoon naar uit hem weer thuis te hebben. Heel gauw.

Verzadiging

(c) KV

Het voelt een beetje als herfst, of als een oud huis waarin je juist iets te lang hebt gewoond.

Niet dat de oogst tegenvalt, of dat het huis niet dierbaar is. Maar er heerst een vermoeidheid, een gevoel van verzadiging — je bent hier lang genoeg geweest. Laten we de appels binnenhalen en de wereld buitensluiten, laten we de vensters dicht doen en vertrekken.

De vakantie komt eraan, en ik zit met mijn gezin in Frankrijk, om mijn ouders terug te zien na een aantal maanden afwezigheid, en dan trekken mijn man en ik door naar Italië.

(c) KV

Ondertussen staat mijn oude leven — artikels schrijven, vergaderingen bijwonen, toezicht houden op huiswerk, was en plas — even op pauze. De luiken van de alledaagse beslommeringen zijn gesloten. De dingen mogen een klein beetje uit elkaar vallen.

Ik hoop dat er schoonheid en warmte zal zijn op die ontspannen kronkelende vakantieweg. Ik hoop dat ik zal kunnen schrijven.

Ik ben van plan om schatten mee terug te brengen van mijn reis, en de gloed van de zon. En als ik hier weer binnen stap, zal ik met plezier de luiken weer openen.

(c) KV

 

Het godje in het labyrint

Solstice_051 zw
(c) KV

Ik weet dat je gekwetst bent.
Wonden uit de kindertijd genezen zelden helemaal.

Het treft me als bijzonder oneerlijk, en nodeloos wreed. Datgene wat je overeind hield en misschien wel je leven gered heeft in die onveilige jaren, is nu je kooi.

Ik wou dat ik je op een of andere manier kon uitleggen dat de wereld niet zo vijandig is als je denkt. Ik ken zoveel voorbeelden die het tegendeel illustreren.
Ik wou dat je ze kon geloven.

Maar wie ben ik om te proberen je te overtuigen? Mijn littekens lijken in niets op de jouwe. Mijn kindertijd was niet perfect, maar in vergelijking met de jouwe was het een paradijs. Ik heb altijd mensen om me heen gehad die ik kon vertrouwen, bakens die voor mij op de uitkijk stonden, armen die me opvingen als ik viel. Ik heb mezelf nooit van de grond moeten schrapen, zoekend naar een reden om door te gaan.

Ik heb geleerd dat je mag vertrouwen, en mag liefhebben, en dat geen van beide wordt beschaamd. Dingen die ik beschouw als niet minder dan fundamentele rechten, maar waarvan ik weet dat ze voor veel mensen ronduit onbetaalbaar lijken.

De luxe van vertrouwen is jou niet gegund. In plaats daarvan heb je geleerd je te verbergen. En – in het uiterste geval, als je pijn dreigt te dagzomen – aan te vallen.

Solstice_030 zw ed cut 2
(c) KV

 

Maar ik ken toch ook wel iets van me verbergen, en van pijn.
Dus laat me je vertellen over het labyrint.

 


 

Je loopt in het schemerduister langs de kronkelende paden, en je kent de weg niet. De muren zijn hoog en je ziet niets voorbij de volgende hoek.
In je hand klem je de draad die je verbindt met de ingang. Het is je reddingslijn om de weg terug te vinden, en je houdt hem stevig vast.

Je bent bang. Want in het centrum van het labyrint, dat weet je, wacht een monster. Je wil er niet heen, maar je weet ook dat je geen keuze hebt.

Wanneer je bijna in het midden bent, staat de draad plots strak: je bent zo ver geraakt als hij kon. Als je wil doorgaan, zal je hem moeten loslaten.

Je bent bang.

Je laat hem los.

Het is tijd om het monster in de ogen te kijken.
Je rondt de laatste hoek.

Daar, in het centrum van het labyrint, waar je verwachtte het beest te vinden, zit een klein kind, een godje, op de grond. Het is helemaal alleen, en de tranen lopen over zijn wangen.

Als het jou ziet, steekt het zijn armpjes naar je uit, en vraagt:
“Waarom heb je mij zo lang alleen gelaten?”


 

Ik kan jouw kind niet troosten.
De enige die dat kan, ben jij zelf. Door naar zijn roep te luisteren, je armen te openen en het de knuffel te geven waar het al zo lang op wacht.

Jij bent nu de volwassene die het kan beschermen en voor hem kan zorgen, zoals de volwassenen in je eigen leven dat ooit hadden moeten doen maar om een of andere reden niet konden. Maar dat doet er nu niet meer toe. Jij bent er.

Ik kan jouw kind niet troosten.
Maar ik kan je wel meenemen doorheen het labyrint om hem te ontmoeten.

Ik beloof je dat er aan het einde van de tocht licht zal zijn.

Vertrouw je me?

 

Solstice_052 zw ed cut

 

 


 

Het verhaal van het godje in het labyrint werd me meer dan tien jaar geleden verteld door een vriendin, die het op haar beurt had van een zenmeester die ze kende. Ik weet niet wie die meester was, en ik heb geen idee van de oorsprong van dit verhaal. Mijn vriendin gebruikte indertijd het woord labyrint toen ze het verhaal vertelde. Hoewel dat technisch gezien niet klopt (wat in het verhaal beschreven wordt, is geen labyrint maar een doolhof), heb ik het woord hier toch weer gebruikt, omwille van de rijke connotaties die het oproept.

Openstaan voor verandering

Waarom verbale communicatie beangstigend is
en non-verbale communicatie eigenlijk een monoloog

Solstice_010 ed cut
(c) KV – Meerkoetjong met een dubbele kijk op de wereld

Het is zo simpel dat het haast een open deur intrapt.

Woorden spellen de dingen uit.

Dat is tegelijk prachtig en diep beangstigend.

Als je woorden gebruikt, in rechttoe-rechtaan verbale communicatie, dan ligt datgene wat je zegt naakt in de openbaarheid, en kan iedereen het horen en begrijpen. Dat is prachtig, in de zin dat het eerlijk is. Rauw en ongepolijst misschien, soms op het randje van grof, zoals een brok bergkristal ongepolijst kan zijn en er overal nog gruis en scherpe randen aan zitten. Maar het zal zich niet anders voordoen dan het is. Wat je ziet (of in dit geval, hoort), is wat er is.

(Ja, ik weet dat woorden ook ingezet kunnen worden om mensen te misleiden, maar dat aspect laat ik hier even terzijde om geen verwarring te stichten.)

In een eerdere blog vertelde ik hoe wij in ons gezin leerden dat je het over alles kon hebben, zolang je het maar op een respectvolle manier deed.
In de loop van mijn leven leerde ik dat dat niet altijd klopt. Heel veel mensen willen het niet over alles hebben. Integendeel, ze schrikken terug voor woorden.

Waarom?

Een van dingen die zo eng zijn aan eerlijk uitspreken wat er in jou omgaat, is dat je je woorden niet meer terug kunt nemen. Nu ja, eigenlijk kan je dat wel, als je je verontschuldigt of jezelf achteraf corrigeert, maar dat is niet hoe het op het moment zelf voelt. Eenmaal uitgesproken zeilen je woorden, al was het maar puur als geluidsgolven, de wereld in, en deinen voort doorheen het universum.

Dat beangstigt ons niet zomaar. Woorden zijn krachtig. Het is geen toeval dat in rituelen, toespraken of andere vormen van ceremonie de priester, leider of voorganger de Woorden uitspreekt. Het publiek krijgt ze niet op papier, wat hem nochtans de moeite zou besparen om de speech of preek te geven. En geen predikant die ooit zegt: de geloofsbelijdenis deze week is precies dezelfde als die van vorige week, jullie kennen ze wel, dus dit stuk kunnen we overslaan…
De woorden worden uitgesproken zodat iedereen ze kan horen. En terecht. Woorden hebben een magische kracht die wat verborgen was tot leven kan wekken. Als je het zegt, wordt het echt.

Dus als je je mond roert in een gesprek, worden de dingen die je zegt ook ‘echt’ voor de wereld. Doorheen de woorden heb je jezelf blootgelegd, en je kunt op geen enkele manier nog dekking zoeken en doen alsof dat niet zo is.

Geen wonder dat we er bang van zijn.

Solstice_007.JPG
(c) KV – Meerkoetfamilie, stijl struisvogel

Behalve zichtbaarheid en blootstelling riskeer je bovendien nóg iets als je spreekt: een antwoord.

Ik beken dat het me wat tijd kostte om dit te bevatten. Gelukkig kon mijn echtgenoot, herstellend non-verbaal, mij uitleggen hoe dat precies zit.

Veel non-verbale communicatie ontstaat uit het idee dat we anderen niet willen kwetsen. Misschien zeggen of doen ze iets waar we het niet mee eens zijn, en door hen daar niet openlijk voor ter verantwoording te roepen, zorgen we ervoor dat hun waardigheid intact blijft.
Omgekeerd werkt het ook zo: anderen zullen ons iets waarvan ze vinden dat wij in de fout gaan niet zomaar in ons gezicht gooien. Niemand wordt geconfronteerd, niemand wordt gekwetst. In theorie.

Het klinkt bijna alsof er helemaal niet gecommuniceerd wordt in non-verbale kringen — zo voelde het in begin alvast voor mij. Ondertussen weet ik dat er heel veel over en weer gaat onder de oppervlakte. Mensen sturen boodschappen, ook als die niet uitgesproken worden. Het grote verschil is dat non-verbale communicatie geen ruimte laat voor een antwoord.

Non-verbale communicatie is geen gesprek. Het is een boodschap die door één partij wordt uitgezonden met de duidelijke intentie om door de andere partij ontvangen te worden, en die moet er gevolg aan geven. Wie zich aan de ontvangende kant bevindt, heeft geen mogelijkheid om datgene wat hem ‘verteld’ wordt te weigeren — tenzij hij doet alsof hij de boodschap niet begrepen heeft. Je kunt niet zeggen: hé, ik begrijp dat je graag van mij zou willen dat ik nu dit of dat doe, maar ik voel me daar niet zo goed bij, dus kunnen we in plaats daarvan… Er is geen ruimte voor onderhandeling, eenvoudigweg omdat er geen ruimte is voor woorden, of een rechtstreeks benaderen van waar het over gaat.

Daarom is non-verbale communicatie in de praktijk een monoloog — of meerdere monologen, door verschillende mensen uitgestuurd naar elkaar. En de boodschappen van degene die het machtigst is in de relatie of die het hoogst troont op de hiërarchische ladder moeten gehoorzaamd worden. Anders riskeer je op een zijspoor te worden gezet. In stilte, alweer.

Natuurlijk staan gesprekspartners die zich op een verbale manier uitdrukken ook niet altijd op gelijke voet. Je chef heeft misschien maar een paar woorden nodig om duidelijk te maken wat hij van je verwacht. Maar gewoonlijk laat verbale communicatie wel ruimte om iets te weerleggen of te verduidelijken. Je mag vragen stellen, of uitleggen waarom iets voor jou niet helemaal oké voelt.

Niets daarvan in non-verbale communicatie: aan wat uitgestuurd wordt, moet voldaan worden door de ontvanger. Einde verhaal. Het geeft non-verbale omgangsvormen een bijzonder ondemocratisch karakter, en versterkt bovendien relaties waarin één partij een machtsverhouding heeft ten opzichte van een andere. Want het voordeel ligt altijd bij de sterkere (de ouder, chef of sociaal vaardiger partij). Een (extreme) verbale tegenhanger hiervan zou de militaire briefing kunnen zijn.

Solstice_019 ed.jpg
(c) KV – Aalscholver domineert de vijver

 

Om terug te komen op mijn punt: waarom deinzen we terug voor een antwoord?

Om precies dezelfde reden als de legercommandant er ook geen wil: als je iemand uitnodigt (of toestaat) om een antwoord te geven, is er geen enkele garantie dat hij het eens zal zijn met wat je gezegd heb. Hij kan net zo goed een totaal andere mening geven. Hij kan argumenteren dat je het fout hebt, en wie weet heeft hij nog gelijk ook.

Openstaan voor een antwoord is openstaan voor de mogelijkheid dat het gesprek je zienswijze in vraagt stelt en jou uiteindelijk verandert.

We houden er niet van in vraag gesteld te worden, laat staan veranderd.
Dus trekken we ons terug in de stilte, de monoloog, de vesting waarbinnen we ons veilig voelen en onze mening over onszelf en de wereld onverstoord blijft. We maken het gesprek monddood.

De natuurwetten leren ons dat al wat leeft maar één onderliggend principe kent: verandering. Constante evolutie. Wat niet meer verandert, verstart, versteent en sterft uiteindelijk.

Laten we maar eens wat meer met elkaar praten, zou ik zeggen.

IMG_5155 ed cut
(c) KV – Ekstergesprek

Onder het tapijt

De kracht van gesprekken met stekels

Is het mogelijk om te werken met wat er binnen in je leeft — angst, emoties, verlangens, oude gewoonten — als je nooit geleerd hebt om ze bewust te benoemen?

(c) KV

Het is een vraag waarop ik zit te kauwen als ik zie hoeveel mensen, in mijn ruimere familieomgeving en daarbuiten, worstelen om vat op zichzelf te krijgen, op hoe hun leven in elkaar zit en wat hun plek in de wereld is.

Wie mijn schrijfsels een beetje volgt, weet ondertussen wel dat ik datgene wat diep in ons fluistert en datgene wat rondwaart in de wereld om ons heen — eigenlijk alles, dus — benader met een houding van bewust begrijpen. Taal is mijn specifieke werktuig om wat ik observeer in een soort verhaal te gieten dat steek houdt voor mijzelf, en hopelijk ook voor anderen. Maar zelfs als ik geen schrijver was geworden, had ik nog de vruchten geplukt van mijn opvoeding.

In het gezin waar ik opgroeide, hechtten we veel waarde aan verbale communicatie. We waren waarschijnlijk nogal uitzonderlijk in dat opzicht. We leken alvast niet op families waar dingen diep gevoeld maar nooit uitgesproken werden. En zo waren er — en zijn er nog steeds — veel, geloof ik.

Onze keuken was de plek, en onze gezinsmaaltijden de gelegenheid, waar letterlijk alles op tafel kwam. Van gevoelige bekentenissen over emotionele analyses tot sekstips: we schrokken er niet voor terug of gingen er niet van blozen. Ik leerde al vroeg dat alles besproken kon worden, als je het maar op een respectvolle manier kon verwoorden. Ik leerde ook dat duelleren met woorden een manier was om je gevoelens naar buiten te laten komen, frustraties te ventileren, een mening te verduidelijken, en de dingen uit te klaren.

(c) KV

Als het uitdraait op een confrontatie kiezen veel (de meeste?) mensen gewoonlijk voor stilte. Stilte staat ons toe te doen alsof alles in orde is. Woorden lijken alleen conflict met zich mee te brengen, en verstoren de ‘rust’.
Maar een discussie was bij ons thuis nooit een conflict, laat staan een oorlog. Ja, soms kon zo’n gesprek wel eens prikken, maar het effect leek doorgaans meer op dat van ontsmetting op een wonde. Zo’n gesprek bracht zaken aan het licht die anders onder een of ander tapijt geveegd waren om de etteren en te rotten in het donker.

En uiteindelijk werd iedereen er beter van. We leerden dat je woorden niet hoefde te vrezen, dat ze machtig mooie bruggen konden bouwen tussen mensen, en dat ze een betrouwbaar cement waren voor gevoelens.

Natuurlijk verliep niet elk gesprek vlekkeloos, en soms werden er mensen gekwetst. Maar opgroeien in een nest waar je op alle mogelijke manieren aangemoedigd werd om op een verbale manier je plaats in te nemen, betekende ook dat een gesprek altijd opnieuw geopend kon worden.

Dus kijk ik met een ingewikkelde mengeling van medelijden, ongeloof en oprecht gebrek aan begrip naar de vele mensen om me heen die langzaam verdrinken in hun verdriet, stikken in hun frustraties en afglijden in een depressie zonder ooit echt te begrijpen wat er met hen aan de hand is of waar zich een uitweg bevindt.

(c) KV

Ik wil niet oordelen. Hier passen geen veroordelende vingers. Ik vraag me alleen oprecht af: kan je aan de slag gaan met een emotie die je van binnenuit opvreet (woede, bijvoorbeeld, of angst of verdriet) als je nooit geleerd hebt om die te benoemen, laat staan te uiten? Is er een manier om tot een vorm van begrip te komen voor jezelf en er constructief mee te werken in de wereld? Of zal het altijd dat ongrijpbare gevoel zijn dat je niet echt kunt duiden maar dat je onbewust aandrijft en je kanten op stuurt waar je eigenlijk nooit heen wilde?

Toen ik het erover had met mijn man, zei die: als iemand die depressief is nooit geleerd heeft om over zijn gevoelens te praten, dan help je hem niet door hem te vragen dat eerst te leren doen, voor hij zijn depressie aanpakt. Dat zou zoiets zijn als eerst een volslagen nieuwe taal machtig worden voor je een probleem aanpakt dat je nu al niet kunt overzien. Je moet andere, non-verbale manieren vinden om hem te bereiken.

Ik denk dat hij gelijk heeft — jammer genoeg. Maar dat wil niet zeggen dat we niet moeten proberen onze kinderen — of onszelf — te leren werken met de verbale aspecten van inzicht en communicatie. Anders lopen we maar op één been.

(c) KV

Ik vind dat ik dat mag zeggen, want ik heb dezelfde ervaring gehad, maar dan van de tegenovergestelde kant. Een neveneffect van onze zeer verbale opvoeding was dat we in ons gezin niet erg bedreven waren in de kunst van de non-verbale communicatie. Ons familiemotto ging ongeveer als volgt: “Als je het mij niet vertelt, hoe kan ik dat weten wat er scheelt?”

Onnodig te zeggen dat ik in loop van mijn leven tegen een paar weinig vergevingsgezinde muren ben geknald, aangezien nogal wat mensen doorgaans niet willen vertellen wat er scheelt, en ik niet bepaald had geleerd om hun subtiele, onuitgesproken signalen op te pikken. In sommige kringen leverde me dat de reputatie op oppervlakkig, lomp en grof te zijn.
Het ondermijnde mijn zelfvertrouwen. Als je vroeg of je een handje kon helpen in de keuken en het antwoord was ‘nee’, hoe werd je dan verondersteld te weten dat het eigenlijk ‘ja’ wilde zeggen? Ik begreep ook niet waarom de temperatuur in de kamer dan plots een paar graden leek te dalen. En niemand gaf uitleg.

Ik heb een lange weg afgelegd in het aanleren van non-verbale taal, en ik heb die les op de harde manier geleerd, maar ik ben er nu tot op zekere hoogte bedreven in. Ik word nooit zo vloeiend als iemand die het leerde als ‘moedertaal’, maar dat vind ik niet erg. Ik koester nog steeds verbale communicatie boven alle andere vormen, zeker in tijden van conflict. En ik geloof dat het op zijn minst zo heilzaam zou zijn voor een heel grote groep mensen om hun gevoelens onder woorden te leren brengen als het voor mij was om te leren dat niet te doen.

(c) KV

 

Niet je verjaardag

Kiki5 + papa 024 ed.jpg
Foto gemaakt door mijn vader – Arifat, Frankrijk

Hoezeer ik ook het belang van rituelen erken om het verstrijken van de tijd te duiden of de overgang van één bepaalde fase naar een andere te markeren, op vastgelegde data waarop we mensen in de bloemetjes moeten zetten heb ik het niet zo.

Neem verjaardagen. De helft van de tijd vergeet ik die, ook van familie en mensen die me heel dierbaar zijn. Of Moederdag  — ik heb de bedenkelijke reputatie mijn moeder over de jaren nogal wat hartzeer te hebben berokkend.

Het is niet dat ik niet graag zie. Dat doe ik wel, natuurlijk. Ik ben er gewoon niet zo goed in om mij aan een kalenderschema te houden als ik daar gestalte aan wil geven. Mijn muze was altijd al van het grillige soort, en ik verdenk haar ervan nu en dan ook met haar tengels tussen mijn agenda te zitten.

Maar het voordeel van zo’n systeemloos systeem is dat elke dag een goeie dag is om een feestje te bouwen.

Het is dus niet je verjaardag vandaag, maar ik heb zin om jou te vieren.

KalkenseMeersen_128
(c) KV

 

Omdat je uit mijn schoot kwam met een gulzige goesting in het leven.

Omdat je slim bent, gevoelig en boordevol vreugde.

Omdat je leert om je plaats in de wereld te vinden, en je dat doet met zowel je hart als je hoofd.

Omdat je je kunt opkrullen als een bolletje en bij mij komt schuilen, en dicht bij elkaar zijn een lichamelijke vorm van liefde is die geen woorden nodig heeft — en ik koester elk moment, omdat je zo snel groeit dat ik nooit weet of het niet de laatste keer is dat je je vol overgave in mijn armen gooit.

Kiki5 + papa 013 ed cut2
Foto genomen door mijn vader – Arifat, Frankrijk

Omdat je papa en ik onszelf moeten blijven heruitvinden om jou te helpen groeien.

Omdat je met elke hartslag, en elke glimlach, de wereld een klein beetje verder verlicht.

KalkenseMeersen_150.JPG
(c) KV

Van op de kant

Zaailing #9

2017 06 09 Vanopdekant Titel & naam2017 06 09 Vanopdekant prent

2017 06 09 Vanopdekant Tekst 1

2017 06 09 Vanopdekant tekst 2

 


ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tek
st.

De ontstaansgeschiedenis van deze toch wel uitzonderlijke Zaailing vind je hier.