Sommige werkwoorden zijn niet onschuldig

Mijn vorige blog liet een beetje stof opwaaien. Want lang niet iedereen was het eens met wat ik poneerde in “Wat ben je lelijk, nu”.

De meest gehoorde reacties waren:

*Die grootouder bedoelt het vast goed.
*Die uitdrukking wil alleen zeggen dat het kind moet stoppen met zich aan te stellen.
*Dit wordt niet alleen tegen meisjes gezegd, maar ook tegen jongens.

Even voor de duidelijkheid:

*Ik ben er zeker van dat de grootouders waarover het ging hun kleinkinderen graag zien en het goed bedoelen. Ik heb ook nooit anders beweerd.
*Ik weet ook hoe die bewuste uitspraak bedoeld is.
*En dat laatste punt had ik zelf ook al aangegeven in het originele stuk, of beter: dat het me niet kon schelen tegen wie het gezegd werd – hoewel het voor meisjes op dit moment in onze samenleving nog altijd een hardere noot is om te kraken als ze ‘lelijk’ genoemd worden.

Het was niet mijn bedoeling om iemand aan de schandpaal te nagelen. Mijn man wees me er wel fijntjes op dat ik misschien een ietsiepietsie te veroordelend klonk… 😉 Oké, schuldig. Ik heb alleen nogal de natuurlijke neiging van op grote hoogte (lees: systeem- en samenlevingsniveau) te kijken naar patronen die zich voordoen. En ik ontwaar een onbewust patroon. Onbewuste patronen zijn altijd de gevaarlijkste, want we weten niet dat we ze hebben en hoe ze ons leven beheersen.

 

Zomerlijnen BXL_057 ed klein
(c) KV

 

Behalve een aantal protesten heb ik ook reacties gekregen van mensen die me met een vermoeide of bedroefde zucht zeiden: ‘Als je eens wist hoe vaak mijn ouders dat tegen mij gezegd hebben, vroeger…’ Voor hen was het beslist geen neutrale herinnering, zoveel was duidelijk.

Want hoe we het ook draaien of keren, ‘lelijk’ is en blijft een waardeoordeel. Niemand wil lelijk zijn (of genoemd worden), want het zegt sowieso iets negatiefs over je, en in deze op uiterlijk gefocuste samenleving staat het zo ongeveer gelijk met paria zijn.

Een dergelijke uitspraak, uit de mond van een zorgfiguur die het vertrouwt, kan wel impact hebben op het kind, zeker als het een terugkerend argument is. Hoe moet het kind het verschil maken tussen andere terugkerende mantra’s als ‘Eerlijk duurt het langst’ of ‘Met twee woorden spreken’ en ‘Je bent lelijk als je huilt’? Onbewuste conclusies over hoe relaties werken, worden ingeslepen op heel jonge leeftijd.

Natuurlijk is hier nood aan nuance. Niet elke straffe of ongepaste uitspraak leidt tot een trauma. We hoeven ouders geen angst aan te praten voor die ene, fataal foute opmerking die het hele verdere leven van een kind zal gaan bepalen. Kinderen beschikken doorgaans ook over een behoorlijke portie veerkracht, goddank.

 

Zomerlijnen BXL_007 ed cut klein
(c) KV

 

Ik ben zeker geen voorstander van anti-autoritaire opvoeding. Ik geloof in grenzen, verantwoordelijkheidszin en omkadering van kinderen. Gedrag moet ten allen tijde bijgestuurd kunnen worden. Een huilbui kan oprecht zijn, maar net zo goed aanstellerij. Het is aan de opvoeder met kennis van zaken om dat verschil te maken. In het ene geval is troost aan de orde, in het andere kordaatheid. Maar in geen van beide gevallen is het kind erbij gebaat dat zijn gedrag wordt gelijkgesteld met een waardeoordeel over hem/haar als persoon.

Want over patronen gesproken: we staan nog veel te weinig bij stil dat ons gebruik van het werkwoord ‘zijn’ niet zo onschuldig is. Het lijkt van geen tel, maar er is eigenlijk een bijzonder groot verschil tussen een kind terechtwijzen met ‘Je bent stout’ of ‘Wat je doet, is stout.’

Hebben ouders de bedoeling om de diepste essentie van hun kind te veroordelen als ze zeggen: ‘Je bent stout’? Natuurlijk niet. Ze willen gewoon dat het gedrag stopt. Maar in wat ze zeggen, klinkt een andere boodschap door, die al dan niet door het kind zal worden opgepikt. En ik maak me sterk dat het toch anders aankomt als een kind te horen krijgen dat zijn gedrag niet aanvaardbaar is, dan wel hijzelf.

 

Zomerlijnen BXL_062 ed klein.jpg
(c) KV

 

Woorden zijn bijzonder krachtig.
Uitspraken van ouders, leraars, gezagsfiguren of zelfs toevallige voorbijgangers kunnen iets in gang zetten diep vanbinnen in ons en soms herinneren we ze ons jaren later nog altijd. Iedereen heeft vast wel een kinderherinnering aan iets wat iemand ooit tegen ons zei wat een enorme verschil maakte in hoe we naar de wereld (of onszelf) keken.

Laat het onnodige schuldgevoel maar varen, we hoeven niet perfect te zijn – dat lukt ons toch niet. Maar we kunnen wel bewust en bedachtzaam proberen te zijn. En nu en dan eens stilstaan bij en nadenken over onbewuste patronen kan nooit kwaad, me dunkt.

 

 

 

 

Advertenties

“Wat ben je lelijk, nu”

 

Zomerlijnen BXL_052 klein
(c) KV

 

Kun je je voorstellen dat iemand die woorden in je gezicht zegt?
Zou jij ze ooit durven uitspreken?

Tenzij ze horen bij een hartelijke giechel- en proestbui tussen beste vriendinnen, kunen ze moeilijk als onschadelijk beschouwd worden. Wat mij betreft, beledig je mensen gewoon niet op die manier, wie je ook denkt te zijn en wat je ook denkt te weten.

Maar onlangs vertelde een vriendin me dat haar schoonvader exact dit had gezegd tegen haar vierjarig dochtertje, zijn kleinkind, toen ze een huilbui had.
En gisteren hoorde ik iemand in een van de naburige tuinen precies hetzelfde nog een keer zeggen, alweer tegen een jengelende peuter, die een lastig moment had en huilend lucht gaf aan haar frustratie.

Mijn haren gingen ervan overeind staan. Ik kon gewoon niet geloven wat ik hoorde.

Wat voor boodschap geven we in hemelsnaam aan kinderen (van welk geslacht dan ook, maar zeker aan meisjes) als we ze zeggen dat ze lelijk zijn wanneer ze hun gevoelens uiten?

 

Zomerlijnen BXL_042 ed klein
(c) KV

 

Natuurlijk kunnen kinderen overreageren, en niet elke huilbui is verantwoord. Vermoeide peuters huilen om alles en niks, elke ouder kan je dat vertellen. Maar er zijn andere manieren om dat huilen te laten ophouden. Dit was niets meer of minder dan een rondje goeie ouwe misogynie die meisjes inprent dat mooi zijn belangrijker is dan oprecht zijn, en dat je je diepere zelf maar beter verbergt om de goedkeuring van anderen te krijgen.

Het feit dat de stem uit de buurtuin niet eens boos klonk, maakte het nog erger. Dit was geen uitval van een uitgeputte zorgfiguur die even de controle over de eigen emoties verloor. Het werd gesteld als een valabel argument.
(Ik kan me trouwens niet meer herinneren of het de opa dan wel de oma van de peuter was die ik hoorde spreken. Ze waren samen bezig met het kind. De andere partij sprak de partner alvast niet tegen.)

Het wenende meisje werd in bed gestopt (prima beslissing), maar toen de stilte neerdaalde over de tuinen kon ik me alleen maar droef en boos voelen. Staan we werkelijk nog altijd niet verder dan dít?

 

Zomerlijnen BXL_054 ed cut klein
(c) KV

 

Toch wel, gelukkig. Maar dit kleine incident toont wel aan dat het een voortdurende, dagelijkse strijd is tegen onwetendheid en ongezonde, oubollige maar zeer diep ingesleten denkbeelden.
Mijn vriendin, een taaie voorvechtster van vrouwenrechten, vertelde dat ze er achteraf een hartig woordje over had gesproken met haar schoonvader (waarbij haar man, zijn zoon, vierkant achter haar stond). Ik kan me voorstellen dat die grootvader zijn schoondochter best een moeilijke vrouw vindt. Maar hij zal waarschijnlijk ook wel twee keer nadenken voor hij weer zoiets tegen zijn kleinkind zegt.

Ik hoop dat het kleine meisje bij de buren, en zoveel anderen net als zij, hier in dit land waar we zo graag luidkeels verkondigen met hoe ernstig wij de gelijkwaardigheid tussen de seksen wel niet vinden, ook mensen in haar leven heeft die haar vertellen dat ze wél mag huilen, en dat ze niet de hele tijd haar sterkste, mooiste, best opgeblonken zelf moet zijn. Ik hoop dat ze te horen krijgt dat eerlijk zijn over wat ze voelt belangrijker is, en dat ze er niet minder graag om zal worden gezien.

Ik hoop het echt.

 

Zomerlijnen BXL_044 ed klein
(c) KV

Een nieuw begin

De toekomst voorspellen zonder het te willen

 

Lente divers_013 ed cut klein
Dagboek 2016-heden en nu-? . De kleuren in deze foto willen maar niet kloppen, zie lager voor betere weergave (c) KV

 

Ik hou al jaren een dagboek bij. Wat rond 1997 begon als flarden poëtische bespiegelingen groeide uit tot een soort vraag-en-antwoordschrijven waarin ik inzicht probeerde te krijgen in diepere levensvragen. Geleidelijk aan werd het echt dagboek. De laatste vijf jaar heb ik het zowat constant bijgehouden. Deze schriften zijn de neerslag geworden van mijn innerlijke evoluties, mijn groeiprocessen, mijn twijfels, uitdaging en onverwachte successen.

Intussen voelt schrijven in mijn dagboek een beetje als eten of me wassen: als ik het wat langer niet gedaan heb, begin ik me bijzonder ongemakkelijk te voelen. Ik wil het hebben over de ontwikkelingen die ik heb beleefd, over wat ik heb gevoeld en begrepen, over de manier waarop mijn leven zich ontvouwt. Ik doe dat om dingen te onthouden, maar ook om ze beter te begrijpen en op een of andere manier te ruste te leggen.

Geen lijstjes van taken, maaltijden of hobby’s in mijn dagboeken. Geen inventaris van mensen die ik ontmoette of klussen die ik moest klaren. Ik vertel alleen over gebeurtenissen die op een of andere manier van belang waren voor mij, die een verrijkende of confronterende imprint achterlieten op mijn ziel. Als iemand ooit, in een of andere verre toekomst, die schriften van mij zou gaan lezen, dan worden ze waarschijnlijk geklasseerd als een relaas van psychologische ontwikkeling.
Maar de laatste twee jaar is mijn dagboek ook steeds meer een schrijversdagboek geworden. Nooit eerder kreeg mijn werk zo’n prominente plaats in mijn dagelijkse bezigheden en ontwikkelingen als het nu al een tijdje doet.

Ik blijf er niet te lang bij stilstaan. Ik weet alleen dat ik het moet opschrijven.

Mijn dagboeken hebben nog een bijzondere eigenschap. Ze hebben er een handje van weg om de toekomst te voorspellen. Telkens als ik er eentje vol had, en terugblikte op wat er in die periode allemaal gebeurd was, kon ik alleen maar tot de conclusie komen dat de inhoud strookte met de cover. Een jaar van diepe en belangrijke persoonlijke ontwikkelingen, waarin ik in contact kwam met een aantal mogelijkheden die nieuwe werelden voor mij openden, werd opgetekend in een schrift dat een fragment handgeschreven manuscript van Antoine de Saint-Exupéry’s De Kleine Prins op de cover had, inclusief een ster die hij er had bijgetekend. Een kortere, maar extreem belangrijke periode van spiritueel ontwaken en oude huid afleggen (het meest fundamentele gedeelte van mijn Plateau-fase) werd vastgelegd in een slank schrift met een detail van de blauwe glasramen van de Sagrada Familia (ik kocht het schrift in de souvenirwinkel van de kathedraal toen we in Barcelona waren).

In november 2016 was het Gaudí-dagboek vol, en ik had geen snipper tijd om naar een van de boekenwinkels te trekken waar ze dat soort schriften waar ik zo van hield verkochten (ja, ik doe dat nog in boekhandels en echte winkels). Het enige wat ik nog op mijn plank had staan, was een zwarte Moleskine.

Ik ben dol op Moleskine. Ik schreef de volledige eerste versie van een van mijn romans in zo’n schrift. Alleen had ik het niet meteen in gedachten als dagboek. Ik wilde iets kleurrijkers, vrolijkers, iets met een motief of een beeld erop.
Maar ik had weinig andere keuze dan te aanvaarden dat dit het enige was wat voorhanden was, en dus omarmde ik, met wat terughoudendheid, de zwarte Moleskine. Ik kwam al snel op het idee om er zelf een beeld op te plakken. En terwijl ik tussen mijn papieren rommelde naar een deftige afbeelding, kwam ik deze tegen:

 

JW Iris bos Sally Mann 1
(c) Jurgen Walschot

 

Van Jurgen, natuurlijk. Een Sally Mann-achtige variatie op het allereerste Seth-beeld dat hij maakte, dat mij in zijn kleurrijke versie zo wezenlijk geraakt had en duidelijk maakte dat er iets heel bijzonders aan het gebeuren was.
Maar ik beken: ik was niet overtuigd. Niet meteen. Een zwart schrift. Een donkere, sombere afbeelding. Ik was de onbewuste toekomstvoorspellende kwaliteiten van mijn dagboeken gaan appreciëren. Dus wat betekende deze keuze dan?

Ik besloot het proces gewoon te vertrouwen. Ik begon in dit schrift te schrijven juist na mijn verjaardag in November 2016 — de 8e had nog nooit zo’n bittere bijklank gehad als dat jaar — en ik was er krap een week geleden mee klaar. Jongens, wat een trip! En eens te meer bleek de coverafbeelding profetisch.

De rijkdom, diepte en bijzonderheid van wat er in dit beeld allemaal resoneert met wat er zich in mijn leven heeft afgespeeld in het afgelopen anderhalf jaar vallen niet in woorden te vatten. Het creatief bloedbroederschap dat langzaam ontlook en vervolgens tot volle bloei kwam. De almaar sterker wordende verbinding die ik voelde met de mysteries van het universum, en de manier waarop die zich kenbaar maakten. De steeds uitgespokener aanwezigheid van vogels, van verschillende soorten, als boodschappers en dragers van betekenis. Kunst. Intuïtiviteit. Kennis. Gevoeligheid. Ziel. Het is er allemaal. In een schrift dat ik aanvankelijk wantrouwde en een beeld waaraan ik twijfelde. Nu durf ik stellen dat de gelukkigste jaren van mijn leven (tot nu toe) in dit bewuste schrift staan opgetekend.

Een tijdje geleden realiseerde ik me dat het stilaan vol raakte.
Wat zou de opvolger worden? Ik besloot dat ik de formule zou herhalen: ik schreef heel graag in de Moleskine, en ik kon er elk mogelijk beeld op kleven dat juist voelde.
Andermaal liet het universum me niet helemaal mijn goesting doen. Toen ik op zoek ging naar een nieuw schrift, kon ik met de beste wil van de wereld geen zwart exemplaar vinden in het formaat dat ik wilde. Ik moest me dus tevreden stellen met een rood, en erop vertrouwen dat het – andermaal – het juiste zou zijn.

Niet zo lang daarna kreeg Jurgen de vraag om een extra prent te maken voor De serres van Mendel, het 10+  verhaal dat we vorig jaar samen maakten. Bij Van In wilden ze graag een afbeelding waar het hoofdpersonage Reya en haar onverwacht beste vriend Robin samen opstonden. Toen Jurgen mij erover vertelde, suggereerde ik de scène in de donkere serre die nog het meest weghad van een grot met lichtgevende planten waar Reya zich graag terugtrok.

Dit was het resultaat.

 

extra prent grot klein
(c) Jurgen Walschot

 

Bijna onmiddellijk wist ik: dit was het beeld voor het nieuwe dagboek.

Het was een combinatie van buikgevoel en de symboliek van de prent. Meer ga ik er niet over schrijven. Ik zal de betovering niet verbreken, en het universum mag zijn gang gaan, zoals gewoonlijk.

Maar dat er een nieuwe fase aangebroken is, in meer dan een opzicht, zoveel is wel duidelijk.

Verjaardagsbloesems

Toen jij je komst op deze wereld aankondigde, keek ik op naar de slanke vingers van de treurwilg die langs het raam naar beneden hingen. Ze waren groen van de eerste aarzelende blaadjes die kwamen piepen. In de tuin aan de andere kant van het huis, waar ik ze tijdens onze arbeid niet kon zien, bloeiden de eerste bloesems van de Japanse kerselaar in roomwit.

Toen je het uitkraaide van plezier omdat mijn papa je hoog de lucht in gooide, en je je eerste driewielertje kreeg, was de lentelucht zo zacht dat de kersenbloesems er al uitbundig bij waren, dansend tegen de de stralend blauwe hemel. We vierden jouw tweede verjaardag in de tuin, en er kwamen zelfs geen jassen aan te pas.

Voor we naar je grootouders trokken om je negende verjaardag te vieren, schoot ik een paar foto’s van de kersenbloesems. Net als de groene vingertoppen van de treurwilg waren ze naar goede gewoonte op jouw jaarlijkse geboorteafspraak. Maar ik heb intussen al lang geleerd dat elk jaar, net als elke afzonderlijke dag, telkens een heel ander verhaal is.

 

Sobran 9_001 ed cut klein
Kersenbloesems na de sneeuwbui (c) KV

Het kreupelhout

Wat een ingewikkeld kluwen lijkt dit leven van mij soms. Hoe geraakt een mens daar wijs uit?

 

Prelente_125 ed klein.jpg
(c) KV

 

Werk — vroeg opstaan, tien kilometer op de fiets, de trein halen, naar kantoor, het blad maken, collega’s spreken, ideeën uitwisselen, overeenkomen, van mening verschillen, het artikel schrijven, de trein terug nemen, nog tien kilometer op de trappers; thuis.

Thuis — helpen met het ontbijt, de zoon naar school brengen (op sommige dagen), geliefden omhelzen, luisteren naar verhalen, boodschappen doen, eindeloze bergen was en strijk, koken, organiseren, opruimen, rozen snoeien, hilarische acts voor het slapengaan met de kleine (aan mij is een stand-up comedian verloren gegaan).

Schrijven — Zaailingen en romans en verhalen op de trein van en naar het werk en in andere vrije momenten; mails en blogs veel te laat op de avond voor mijn computerscherm; dagboek waar en wanneer het kan en overal tussenin.

Lezen — veel minder dan vroeger, maar ik heb dan ook het gevoel dat ik zo boordevol zit met alles wat ik in de voorbije vier decennia heb gelezen en dat het nu tijd is om nu voor een tijdje vooral mijn eigen werk te maken, eerder dan nog wat meer van andermans werk te gaan lezen. Natuurlijk lees ik nog altijd. Maar minder, en alleen als iets me écht aanspreekt.

Foto’s maken  — waar en wanneer het maar mogelijk is.

Afspraken en engagementen — repetitie met de band, werk aan een optreden met een enthousiaste gelijkgestemde ziel rond het belang van kinder- en jeugdliteratuur onder de titel BoekJe Bestemming; een sofagesprek/interview en een key note lezing voor een studiedag voor bibliotheekmedewerkers voorbereiden; een tentoonstelling in de pijplijn rond werk van vluchtelingen waar Jurgen en ik een handvol Zaailingen rond het thema mogen gaan tonen, waaronder Dageraad.

Publicaties en Residenties — praktische dingen allerhande. Het officiële nieuws over de residentie in Zweden is intussen de wereld in, maar er is nog nieuws op komst. Ik kijk er al naar uit om het daarover te hebben. Maar nu nog niet. Nog even.

 

Prelente_126 ed klein
(c) KV

 

Ja, het is druk. Maar ik wil niet klinken alsof ik klaag. Want ik weet mijzelf ongelooflijk bevoorrecht.
Geen grote tegenslagen, geen ziektes, geen geliefden die stervend zijn of in hoge nood, geen financiële kopzorgen, geen oorlogen of dictaturen (voorlopig). Dit is leven van overvloed.

En als het allemaal toch een beetje te veel wordt, voor een ogenblik of twee, dan blijven de beste dingen altijd duidelijk zichtbaar doorheen de wirwar van kreupelhout en complicaties. Getekend met de scherpste pen, gesneden uit het diepste hout.

Eén enkele heldere noot, die klinkt als thuis.

Lid voor het leven

Als ik je blogs lees, zei een vriendin me, dan merk ik dat je wel erg vaak schrijft over loslaten. Zo vaak zelfs, dat ik wel eens denk: lieve Kirstin, je doet het nog niet echt, hé, dat loslaten? Niet helemaal.

Het trof me als een zeer interessante bemerking.

Het klopt dat ‘loslaten’ een van mijn terugkerende motieven is. En het klopt ook wel dat ik erover schrijf omdat het zo belangrijk voor mij is.

 

Roeken_002 zw klein
(c) KV

 

Jaren geleden, toen coaching en persoonlijke ontwikkeling hun intrede deden in onze familie en we onze persoonlijke en gemeenschappelijke patronen begonnen te ontdekken, stichtten we bij ons thuis met een knipoog een organisatie: CFA. Voluit staat dat voor Control Freaks Anonymous.

Mijn mama, daar bestond geen enkele discussie over, is de gedoodverfde voorzitter. Mijn zusje, altijd de spaarzame van ons gezin, neemt de rol van penningmeester waar. Ik ben steunend lid, en mijn echtgenoot heeft zich daar vlotjes bij aangesloten. Nu en dan nodigen we vrienden of kennissen uit om lid te worden.
(Nee, we houden geen bijeenkomsten of zo. Het hele ding is één grote grap. Maar het is een schitterende manier om elkaar – en onszelf – te confronteren als we weer eens uit de bocht gaan.)

Dus heb ik misschien nog wat werk met loslaten?
Hmm…

Controle gaat over angst.
De angst om niet goed genoeg te zijn (en de liefde van mensen te verliezen), om niet sterk genoeg te zijn (en verpletterd te worden door tegenslag als die je overvalt), om het niet waard te zijn om gewoon te leven als de kleine, onvolmaakte mens die je bent (en op een of andere manier proberen dat toch te verdienen).

Net als de meeste controlefreaks ken ik deze drie vormen van angst heel goed. En heel waarschijnlijk zijn er nog andere, maar daar kom ik nu even niet op.

Ik ben er niet obsessief mee bezig om de dingen tot het laatste detail perfect te krijgen. Maar soms merk ik wel dat ik beslist nog niet vrij ben van angst. En mijn manier om daarmee om te gaan is proberen mijn angst te begrijpen, en vervolgens op te lossen. Misschien is dat een zoveelste vorm van controle, kan best.

Mijn blog over de wachttijd op de luchthaven van Zaventem kan je bijvoorbeeld inderdaad heel goed lezen als een poging om de controlefreak in mijzelf gerust te stellen (alles komt in orde, je haalt je vlucht, het plafond staat niet op het punt naar beneden te komen…)

Anderzijds heb ik wel degelijk al een en ander over loslaten geleerd. Ik ben veel relaxter dan vroeger. En telkens als ik merk dat ik met iets nogal krampachtig omga, herinner ik mezelf eraan dat het helemaal oké is om… los te laten. Ik koester beelden als de rivier die me meeneemt stroomafwaarts en de thermiek die me optilt voor een stuk omdat ze het geloof weergeven dat ik intussen heb over waar deze reis heen gaat (met het Leven, of de Ziel, of het Unuiversum, of hoe je het ook graag wil noemen, aan het stuur).
Dus denk ik dat ik zo vaak over loslaten schrijf omdat het iets is wat ik aan het leren ben, en zoals alle leerprocessen maakt het je van dat ene ding bijzonder bewust. Het is een niet-aflatende oefening, een vaardigheid die je een leven lang blijft verwerven.
Roeken_003 zw ed cut klein
(c) KV

 

Ik heb wel het gevoel dat ik er stilaan beter in word. Minder bang. Minder in de greep van angst wanneer die zich toch weer eens aandient.

Heb ik het perfect onder de knie? Nauwelijks. Maar perfectionisme zou mij toch gewoon andermaal naar voren schuiven als gedoodverfd lid van het CFA? Of niets soms?

Hout vasthouden

Melancholisch gemijmer bij het vertrek uit Frankrijk

 

Kiki 5 145 klein
La Place Des Retraités (bordje aan de muur staat helaas niet op de foto) – aka La Douce France En Hiver (c) KV

 

‘We hebben het werk dat dit huis en het terrein er omheen vraagt misschien wel wat onderschat,’ zegt mijn moeder me tijdens de autorit naar Albi, waar er een heerlijke lunch op het programma staat in een van hun vaste restaurantjes, waar ze door de eigenaars én de kelners begroet worden als familie. ‘Als ik de hele oefening nu over moest doen, dan zou ik misschien heel andere beslissingen nemen.’

Niet dat mijn ouders er spijt van hebben dat ze in Frankrijk zijn gaan wonen, maar ’s winters kan het toch wel erg guur worden waar zij zijn neergestreken. En die kleine bungalow naast het grote woonhuis was wel bijzonder praktisch met het oog op de oudste dochter (ik) die zou afkomen met echtgenoot plus twee stiefzonen plus peuterkleinzoon, maar nu gebeurt het maar zelden meer dat we alle vijf samen op het appel zijn, want de oudsten zijn intussen veel zelfstandiger geworden en geven er de voorkeur aan om op andere tijdstippen te landen, met vrienden in plaats van (stief)ouders. En dus hebben mama en papa altijd veel ruimte voor gasten, maar ook niet voortdurend meer zin in veel volk.

‘Ik weet niet waar we zullen zijn binnen tien jaar,’ mijmert mijn moeder. ‘Maar daar wil ik ook niet te veel bij stilstaan, we proberen te leven in het nu.’

 

Kiki 5 020 ed cut2 klein
(c) KV

 

Ik ook. Ik leef in een ‘nu’ waarin mijn beide ouders nog steeds gezond zijn. Waarin ze ouder worden en hun beste vrienden, die troep personages die recht uit de betere Franse komedie ontsnapt lijken, ook een dagje ouder worden, maar alles bij elkaar doen ze het nog behoorlijk goed.

Ze herinneren zich niet alles even vlotjes meer als vroeger. Er zijn operaties geweest en doktersbezoeken, controles en medicatie. Er is het huis dat vervelend veel herstellingen nodig heeft, en het zwembad en de tuin die in de lente in orde moeten gebracht worden. Niet door henzelf, maar door iemand die daarvoor moet langskomen en die altijd vertraging heeft, of niet komt opdagen, of veel te duur is.

Ik vertrek morgen terug naar België, en ik ben dankbaar om mijn ouders achter te laten in goede gezondheid en met een goed humeur. Ik weet dat ik mijn zegeningen moet tellen. Wat ik weet even goed dat er een tijd komt dat ik naar het zuiden zal vliegen – of rijden – om te helpen met kwesties van een veel complexere financiële of medische aard. Over tien jaar? Vijftien? Vijf? Ik kan me de omvang van de onderneming zelfs niet voorstellen mocht er aan een van beiden iets gebeuren en de ander zou verhuizen naar een appartement in Albi, laat staan België. De gedachte alleen al vervult me met vroegtijdig verdriet. Ik weet wel dat ik er niet alleen zal voorstaan. Mijn zus, mijn man, vrienden en kinderen zullen klaarstaan om te helpen, oplossingen te bedenken en ze uit te voeren. Maar toch.

Waarschijnlijk hoort dit gewoon bij de melancholie van vertrekken. Ik aanvaard ze voor wat ze is, en bid in stilte dat mijn ouders hier nog veel gelukkige, gezonde jaren mogen kennen.
Ik zie ze voor me, omringd door iedereen die hen graag ziet. De zon schijnt, en er zijn vrienden van alle hoeken van Europa. In het zwembad spelen kinderen, en de tafel is gedekt met lekker eten. Hoog in de lucht cirkelen de buizerds en de valken waar we zo van houden.

Dat is een goed beeld. Hout vasthouden.
Of zoals de Fransen het zeggen: touchons du bois.

 

Kiki 5 043 ed cut klein
(c) KV

Een goed nest

Ik zit in het bureau van mijn vader en ik schrijf. Nu en dan kijk ik op naar de bomen naast het huis, waar een koppel eksters een nest bouwen. Ik sla hun vorderingen gade met een glimlach.

Ze werken methodisch en gefocust. Soms vliegen ze allebei uit voor geschikte takjes, soms blijft er een in het nest terwijl de ander op zoek gaat naar meer materiaal. Soms komt de ene terug en vindt degene die achterbleef in het nest dat het tijd wordt om van rol te wisselen en vertrekt op zijn beurt zowat meteen.
Op zeker moment kon ik me de ergernis van een van beide bijna voorstellen toen de ander kwam aangevlogen met een tak die zo lang was dat hij ongeveer drie keer om het nest heen kon gewonden worden. Hoe wil je in godsnaam dat ik die erin gepast krijg, leek die in het nest te zeggen.
Soms werken ze samen om alles te schikken en in elkaar te puzzelen, met een van beide op de rand van het nest, of zelfs eronder, om een al te lange tak een stukje lager te trekken.

 

Kiki 4 015 ed klein
(c) KV

 

Ik ben ondertussen al veertig jaar het kind van mijn ouders, en hoewel ons huis altijd een soort tijdelijk toevluchtsoord is geweest voor jonge mensen met nood aan een stabiele thuis, ligt de tijd van nesten bouwen en jonkies opvoeden nu toch wel al een hele tijd achter hen. Ik ben van onder hun vleugels vandaan gegroeid en ben mijn eigen nest gaan bouwen. Nu ben ik zelf ouder. Maar op een of andere manier voelt het toch ook altijd goed om even terug te zijn.

We hebben samen nog een heleboel vakanties doorgebracht, maar echt samengewoond hebben we niet meer, niet als het kerngezin dat we ooit waren, een zeldzame week waarin mijn zus en ik allebei naar Frankrijk afzakten zonder partners niet te na gesproken. En zelfs toen waren er kleinkinderen bij, als ik het me goed herinner. Dat is prima, zo gaan die dingen nu eenmaal.

Sinds wij volwassen zijn, doen mijn ouders bewust moeite om niet te veel parentaal gezag meer te laten gelden. Zelfs al kunnen ze er uitgesproken meningen op nahouden, ze respecteren ook de onze. Geen ‘ik ben hier de ouder en jij bent mij eeuwige trouw en  gehoorzaamheid verschuldigd’-gedoe hier. Onze discussies kunnen ten andere wel levendig zijn.

Recent, zeker sinds ik zelf in mijn kracht ben gekomen als volwassen vrouw en moeder, voelen mijn mama en ik ons op sommige vlakken behoorlijk hecht verbonden. We maken, om het zo te zeggen, deel uit van een universeel ‘vrouwengeslacht’. Het leeftijdsverschil tussen ons is uiteraard hetzelfde als altijd, maar we voelen ons nu veel meer deel van dezelfde traditie, als een volwassene en een oudere, dan we waren als jong meisje en haar moeder. Het is een evolutie die we allebei verwelkomen en appreciëren.

Mijn verblijf hier bij mijn ouders (het is pas de tweede keer dat ik op mijn eentje bij ze in Frankrijk ben) is het niet anders. Wij zijn een stam, een nest, maar zelfs al ben ik hun nageslacht en zal ik dat altijd blijven, we omarmen elkaar wel als gelijken.

 

GP 5 029
Geen maand na haar longoperatie gaat mama al dapper mee de honden uitlaten – met een ingelaste knuffelstop nu en dan (c) KV

 

 

Mijn mama geneest goed. Maar mooier nog om te zien dan de vorderingen die ze maakt, is hoe mijn ouders met elkaar omgaan. Ze hebben in de loop van de jaren hun meningsverschillen en conflicten gehad, maar in zekere zin was mama’s klaplong en het feit dat ze een zware operatie moest ondergaan om meer van hetzelfde in de toekomst te vermijden een cadeau voor hun relatie. Mijn vader verzorgt haar met een hartverwarmende toewijding, en mama is erkentelijk en dankbaar op de best mogelijke manier. Ze plagen elkaar, ze lachen veel en ze zijn heel innig. Bij momenten heb ik het gevoel dat ik twee oude pubers elkaar zie herontdekken, op een mooiere manier dan daarvoor.

Soms moet je naar de hel en terug om dit soort mirakel te krijgen, zoals mijn mama het uitdrukt. De serieuze emotionele confrontatie die ze vorige zomer hadden en mijn mama’s fysieke toestand deze winter kunnen beslist omschreven worden als een kleine hel. Maar óf ze er sterker uitkomen.

Ik ben blij om hier te zijn, blij om te helpen met kleine dingen, blij om in hun gezelschap te zijn en hen gade te slaan in hun dagelijkse bezigheden.

Dit is nog altijd een warm nest. Het is fijn om thuis te zijn.

 

Kiki 4 011 ed cut klein
(c) KV

Van buiten of van binnen?

Antwerpen_003 ed cut3 klein
(c) KV

 

We verlieten de Fiets- en Wandelbeurs tegen valavond, en kwamen erachter dat het die middag gesneeuwd had. Het vroor niet, dus bijna alle sneeuw was alweer gesmolten, en overal lagen grote plassen ijswater.

Er stond een krachtige wind, en ik droeg geen handschoenen. Omdat ik mijn zoon bij het naar huis gaan een hotdog beloofd had van het kraampje aan de ingang, wachtten we in de tocht. Algauw voelde ik mijn handen verstijven van de kou. We aten onze hotdogs terwijl we terugliepen naar de auto, waar mijn man ondertussen al bezig was de velomobiel die we mee moesten nemen te ontmantelen. Tegen dat we daar waren, waren mijn handen zo stijf en pijnlijk dat ik amper mijn vingers kon plooien.

Ik ken dit soort pijn. Ik voel het elke keer als ik mijn handen in de diepvriezer steek en ze daar langer dan tien seconden moet houden omdat ik niet meteen vind wat ik zocht.

Ik kreeg de kou niet meer helemaal afgeschud, zelfs al ontdooiden mijn pijnlijke vingers in de auto op de terugweg helemaal. Al wat ik wilde toen we thuiskwamen, was een heet bad nemen.

“Warm en koud zijn voor jou echt iets wat van buiten komt, hé?” zei mijn man. “Voor mij is dat precies het tegenovergestelde: dat is een innerlijk proces.”

 

Altaar_035 (2) ed cut zw ed klein
(c) KV

Interessante opmerking, vooral omdat ze helemaal klopt.
Zo lang hij actief is en beweegt, voelt Christophe zich prima. Hij kan bij vrieskou fietsen in zijn velomobiel met niet meer dan een trui, of de halve dag in de tuin werken bij een snijdende wind: hij krijgt het zelden koud. Maar ’s nachts in bed, als hij stil ligt, sijpelt de warmte uit zijn lijf en tegen de ochtends heeft hij het meestal koud, hoe dik de dekens ook zijn.

Ik, daarentegen, word belaagd door de buitentemperatuur, en die beïnvloedt mijn lichaamswarmte. Soms gebeurt dat langzaam, soms heel abrupt. Maar eens ik het te koud (of te warm) heb, tot helemaal diep vanbinnen, dan krijg ik dat gevoel niet zomaar afgeschud. De tegenovergestelde temperatuur zal zich een tijdje door al mijn laagjes heen moeten werken vooraleer de dingen weer in balans zijn.

Fascinerend, dacht ik. Dit zou zomaar eens de perfecte metafoor kunnen zijn voor hoe we emotioneel functioneren.

Ik slaag er niet in om bepaalde dingen buiten te houden. De signalen van mensen die zich agressief opstellen, of handelen vanuit een of andere bron van emotionele pijn of ongemak, komen onmiddellijk ‘binnen’, door mijn grenzen heen, een beetje zoals een trein die met krijsend gepiep tot stilstand komt mijn trommelvliezen aanvalt. Het doet fysiek pijn, en je kunt het niet buitenhouden als het je onverhoeds overvalt. Tegen de tijd dat je weet wat er gebeurt, is het al binnen en heb je pijn.

Het is een van de dingen die mijn omgang met mijn stiefzonen vaak bemoeilijkte toen ze jonger waren. Er hing zoveel elektrisch geladen gevoelens om hen heen, en ze reageerden die op alle mogelijke manieren af. Ons huis vulde zich met die energie. Ik probeerde het hen niet kwalijk te nemen. Maar het was erg lastig om ermee te leven, want ik kon hun energie alleen maar buitenhouden als ik goed uitgerust was en helemaal in mijn eigen centrum stond. En voor wie is dat een dagelijkse startpositie? Bij momenten telde ik de uren tot ze weer vertrokken, terwijl ik tegelijk eigenlijk niets liever dan een warme vertrouwenspersoon voor ze wilde zijn.

Mijn echtgenoot, anderzijds, is er heel goed in om dingen buiten te houden. Zijn muren zijn dik en stevig gebouwd. Als hij ze neerlaat, riskeert hij overspoeld te worden door alles wat binnenkomt, veel meer nog dan ik. Dus in plaats daarvan heeft hij er een talent van gemaakt om de dingen buiten te houden, en wat er binnen in hem leeft, gebruikt hij als brandstof. Het moment dat hij stopt met bewegen, is het moment dat de wereld hem inhaalt.

 

Wintergroen_033 ed cut klein
(c) KV

 

Ik blijf me verbazen over hoe intrigerend verweven fysieke en psychologische aspecten kunnen zijn.
En misschien, als we op een dag onszelf en hoe we functioneren genoeg begrijpen, wordt het wat makkelijker om om te gaan met de wereld waarin we leven.

Dat zou fijn zijn.

Het emotionele equivalent van een date rape-drug

Waarom manipulatie nooit de oplossing is voor het probleem dat ze beweert te bestrijden

 

Manipulatie is een gevolg van onbeantwoorde behoeften. Ik las de uitspraak in deze Medium-post van Jeff Bailey, een man die ik volg op The Story Hall, de Mediumpagina die ik beheer. Ik bleef er even aan haken. Juist, dacht ik. Echt juist.

 

In ZW_060 ed klein
(c) KV

 

Ik ken manipulatie goed. Niet omdat ik er bedreven in ben – integendeel zelfs. In het gezin van mijn jeugd leerde ik dat je zegt wat je bedoelt en toont wat je voelt. Soms ontstaan daardoor conflictjes, maar die praat je uit en probeer je op te lossen. Je tracht steeds de beste versie van jezelf te zijn, maar je mag fouten maken en eruit leren. Je bent oprecht. Je liegt niet. Je zorgt ervoor dat mensen je kunnen vertrouwen.

Ik waardeer mijn opvoeding enorm. Ik heb er een groot stuk van mijn moreel kompas aan te danken. Zelfs als we in ons gezin bij momenten kleine (of grote) problemen kenden, slaagden we er uiteindelijk altijd weer in om elkaar terug te vinden en de banden opnieuw aan te halen, en ik ben ervan overtuigd dat de liefde en veiligheid waaruit ik tijdens mijn kindertijd mocht putten van mij een gelukkig en gezond mens hebben gemaakt.

Over het algemeen benader je anderen zoals je zelf in de wereld staat. Het mag dus niet verbazen dat ik heel open ben over wat ik voel en wil. Ik stap in alle eerlijkheid op anderen af. Ik ga ervan uit dat ze betrouwbaar zijn en mij ook als dusdanig zullen behandelen. Dat is wat ik vertrouwen noem. Sommigen vinden dat naïef. En er zijn inderdaad momenten geweest waarin ik genadeloos gemanipuleerd ben door mensen die ik graag zag en vertrouwde.

Het kan vreemd klinken, maar ik geloof echt dat mensen van nature inherent goed zijn. Je hebt uitzonderingen op elke regel, maar over het algemeen streven we volgens mij toch naar harmonie, comfort en groei. We willen onszelf ontwikkelen tot een sterkere, gelukkiger versie van onszelf. We willen anderen niet per se schade berokkenen, en als het toch gebeurt, hebben we er zelden deugd van. Alleen hebben we soms misschien het gevoel dat we geen andere keuze hebben.

Wie manipuleert heeft gewoonlijk niet de bedoeling om te kwetsen. Sommigen beweren het zelfs te doen om anderen te helpen. Maar goedbedoeld of niet, uiteindelijk komt het altijd hierop neer: wie manipuleert, gebruikt zijn sociale, intellectuele en emotionele vaardigheden om iets te verkrijgen waar hij voordeel uit haalt en daarbij treedt hij het recht van de ander om voor zichzelf te beslissen met de voeten. In plaats daarvan wordt die ander naar een toestand geleid waarin hij gelooft dat hij zijn eigen keuzes maakt, terwijl hij eigenlijk precies heen gaat waar de manipulator hem hebben wil. Niet zelden zal hij op die manier dingen doen die hij uit eigen beweging niet zo makkelijk zou hebben gedaan, en als er een prijs te betalen is, zal die op zijn kosten zijn, nooit op die van degene die hem in die positie heeft geloodst.

 

In ZW_058 ed klein.jpg
(c) KV

 

Om te kunnen manipuleren moet je intelligent zijn én zeer gevoelig. Je moet anderen heel goed kunnen lezen, hun beweegredenen begrijpen, kunnen beredeneren wat je precies moet doen om hen in een bepaalde richting te sturen, en ten allen tijde je eigen gevoelens vakkundig verborgen kunnen houden – tenzij ze tonen juist deel uitmaakt van je strategie.

Waarom gaan dan niet alle intelligente, hooggevoelige mensen aan de manipulatie? Ik ben tot de conclusie gekomen dat de omstandigheden waarin je opgroeit daar wellicht een fundamentele rol in spelen.

De ZelfDeterminatieTheorie (ZDT, een onappetijtelijke mondvol voor een zeer interessante tak van de academische ontwikkelingspsychologie waarover je hier meer kunt lezen) stelt dat mensen niet zo hard verschillen van zaailingen: we komen ter wereld met de aangeboren drang om te groeien en ons te ontwikkelen. Als we op vruchtbare bodem terecht komen, in voedende en ondersteunende omstandigheden, dan bloeien we open. Als we moeten vechten voor ons bestaan, dan zullen we ook groeien, maar met meer moeite, en op een eerder misvormde, gehavende en belaste manier.

Als we denken aan een zaadje, dan heb je niet meer dan een grein gezond verstand nodig om in te zien dat eentje dat op een zachte groene weide terechtkomt, naast een beekje, met veel zonlicht en beschutting van de ergste weersomstandigheden een betere kans heeft om uit te groeien tot een gezonde volwassen boom of struik dan een ander exemplaar dat terechtkwam tussen twee rotsblokken op de noordflank van een berg, waar het veel minder rechtstreeks licht krijgt, voeding moet zien op te halen uit een schamele bodem, bij elke felle windstoot riskeert om te waaien en misschien wel afgegraasd wordt door geiten.

Dus waarom zou het voor mensen zo anders zijn?

Het fijne aan de ZDT is dat ze een aantal wetenschappelijk gefundeerde langetermijnstudies kan voorleggen die aantonen dat kinderen van wie de meest fundamentele behoeften vervuld worden meer kans hebben om open te bloeien en uit te groeien tot gezonde en gelukkige volwassenen dan kinderen die opgroeien in gezinnen waar hun basisbehoeften slechts gedeeltelijk vervuld worden of zelfs onder druk komen te staan.
Wat zijn nu precies die ‘basisbehoeften’? Hier wordt het pas echt interessant. De ZDT ziet drie brede categorieën: autonomie, competentie en verbondenheid.

Autonomie is ons gevoel van eigenheid en eigenwaarde: we ervaren onszelf als een uniek persoon. We mogen tonen wie we zijn en onze eigen beslissingen nemen, en als we dat doen, wordt dat erkend en gerespecteerd, binnen redelijke grenzen.
Competentie gaat over ons gevoel iets te kunnen: voelen dat we goed zijn in iets, en onze talenten op bepaalde vlakken erkend weten. We krijgen de mogelijkheid om te groeien, we mogen fouten maken en we krijgen geen verantwoordelijkheden te dragen die onze draagkracht of ervaring ver te boven gaan.
Verbondenheid verwijst naar gezonde, liefdevolle relaties, gebaseerd op wederzijds vertrouwen, veilige hechting en warmte.

 

In ZW_061 ed klein
(c) KV

 

Geen enkele ouder is perfect. Geen enkele ouder hoeft dat te zijn. Maar er is wel een duidelijke lijn te vinden in welke opvoedstijl vanuit psychologisch oogpunt de gezondste is, en die komt in wezen hierop neer: voelt het kind zijn thuis aan als een veilige plek waar ouders hem behandelen als een volwaardige persoon, en een voedende bodem voorzien voor zijn ontluikende autonomie, competentie en verbondenheid met anderen? Als het antwoord ‘ja’ is, dan zal het kind makkelijker groeien en openbloeien. Wetenschappelijk onderzoek van over de hele wereld, uitgevoerd door de onderzoekers van de ZDT-school, toont aan dat als een kind opgroeit in een gezin met een opvoedkundige benadering die zijn basisbehoeften voldoende vervult, hij gemiddeld gezien een robuuster gevoel van eigenwaarde zal ontwikkelen, zich beter in zijn vel zal voelen, het leven positiever zal ervaren en het beter zal doen op school en in het latere leven. Daarnaast kan hij ook beter de fouten van zijn ouders relativeren, als ze een keer hun geduld verliezen of een slechte dag hebben (en welke ouder heeft die niet?). Perfectie is geen noodzakelijke voorwaarde, het onderliggende gevoel van veiligheid en steun is wat er het meest toe doet.

Als een aantal van deze basisbehoeften echter niet vervuld worden, zal het kind overlevingsstrategieën inschakelen om overeind te blijven. Zoals het zaadje dat op arme grond valt, zal het groeien, maar met meer moeite, meer tegenwerking, en vechtend tegen de omstandigheden waarin het geworteld is eerder dan erdoor gevoed. Dezelfde onderzoeken van zonet tonen aan dat kinderen die opgroeien in gezinnen waar ouders autoritair of verwaarlozend opvoeden, waar de persoonlijkheid van het kind genegeerd of onderdrukt wordt, waar intermenselijke relaties door angst eerder dan door vertrouwen gedreven worden en waar competentie een vereiste is eerder dan een liefdevol ondersteund groeiproces, beduidend meer kans lopen om te kampen met lage eigenwaarde, depressie, verslaving, destructief gedrag en academisch falen. De eventuele ondersteunende daden die ouders stellen, worden door het kind vaak niet vertrouwd, omdat de perceptie van de relaties binnen het gezin er in de grote lijn géén is van veiligheid, en dat het met anderen woorden nooit zeker is wanneer de sfeer weer omslaat van ondersteunend naar bedreigend.

De wetenschappelijke resultaten die de ZDT kan voorleggen, zijn indrukwekkend, en ze komen in grote lijnen overeen met wat ik in feite zou willen bestempelen als emotionele intelligentie. Maar een autonomie-ondersteunende ouder zijn is een pak werk. Serieus. Op een autoritaire of zelfs verwaarlozende manier opvoeden kan bij momenten een stuk makkelijker lijken – en dat is in feite ook zo. Maar alleen op de korte termijn. Ja, je kind zal doen wat je zegt als je ertegen schreeuwt – maar het zal ook leren dat het bang van je moet zijn. En het zal alleen gehoorzamen zolang jij in de buurt bent. Ja, het zal zijn eigen boontjes leren doppen en zijn plan leren trekken, maar het zal levenslang de angst meedragen niet opgewassen te zijn tegen de volgende taak die het in zijn schoot geworpen krijgt.

De ZDT bewijst dat kinderen die begrijpen waarom iets nuttig of nodig is zichzelf zullen motiveren om zich aan een afspraak te houden. Geen beloning, gedreig met straf of preek van een of andere Gezagsfiguur kan ooit even krachtig zijn. Niet als we willen dat het resultaat blijvend is, tenminste, en dat onze kinderen zich ontwikkelen tot gezonde persoonlijkheden.

Maar het kind zover krijgen dat het begrijpt waarom iets een goed idee is, het waarden en attitudes bijbrengen die constructief en gezond zijn, terwijl je hem ook nog eens respecteert als een volwaardige (kleine) persoon, vraagt bakken energie en geduld gedurende de eerste twintig jaar ouderschap.

Jongens, jongens, hebben wij nog werk voor de boeg…

 

In ZW_064 ed klein
(c) KV

 

Terug naar manipulatie, en onvervulde noden.

Het lijkt een redelijk  om te stellen dat we ons in het dagelijks leven bedienen van manipulatie als we stelselmatig geconfronteerd worden met situaties waarin onze nood aan autonomie en verbondenheid in het gedrang komen. Met andere woorden: als we de ervaring doen dat we niet veilig kunnen uitdrukken wat we denken, voelen of willen zonder de ander te kwetsen of zelf gekwetst of afgekeurd te worden. Dat kan op honderd-en-één manieren, geen twee gezinnen zijn dezelfde. Eén aspect waarvan ik de gelegenheid had om het van dichtbij te observeren, is non-verbale communicatie.

Ik heb al eerder geschreven over het verschil tussen verbale/open communiactie en niet-verbale/gesloten communicatie, en over de immense gevolgen die deze twee stijlen van communiceren hebben op menselijke relaties. (Onder het tapijt en Openstaan voor verandering).

Mijn echtgenoot, die ik soms liefdevol ‘herstellend non-verbaal’ noem, komt uit een sociale kring waar gesloten communicatie de regel is, en hij kan bogen op zijn portie ervaring met manipulatie – die hij ten andere afgezworen heeft, maar dat is een constant proces van waakzaamheid. Ik bewonder hem ervoor.
Zelf verbindt hij manipulatie voornamelijk met de typische manier waarop gesloten, non-verbale communicatie werkt. Het is niet alleen lastig om een diepe verbondenheid te ontwikkelen met mensen als je niet open met ze kunt zijn uit angst ze te kwetsen,  het is nog moeilijker om je noden vervuld te krijgen als je ze niet mag uitspreken. Je wil anderen behagen (of op zijn minst niet tegen je in het harnas jagen), én krijgen wat je wil. Kan je dan iets anders dan proberen om erachter te komen wat hen drijft, en dat vervolgens faciliteren op zo’n manier dat zij jou ook geven wat jij wil? Hen manipuleren, kortom?

In de voorbeelden waarover mijn man me vertelde, hadden manipulatieve trucs nooit de bedoeling om de ander te kwetsen, alleen om ervoor te zorgen dat er voldaan werd aan een nood die anders onvervuld zou blijven op terrein waar communicatie altijd een delicate en netelige kwestie is. Maar soms heb je ook manipulatoren die dingen zeggen in de trant van: ‘Als mensen onnozel genoeg zijn om zich te laten manipuleren, dan is dat hun eigen stomme schuld.’

Ik weet dat dit soort minachting het resultaat is van een cynisch wereldbeeld zoals je het wel vaker ziet bij gevoelige mensen die zo hard gekwetst zijn dat ze empathie als een luxe beschouwen die ze zich niet meer kunnen veroorloven, en ik wil er dus niet te hard over oordelen. Maar het treft me wel als bijzonder pijnlijk.
Eén reden daarvoor is dat ik zelf ooit een aantal keren gemanipuleerd ben, en behalve het feit dat ik niet graag verweten word voor dom of onnozel, weet ik nog precies hoe afschuwelijk het voelde om op zeker ogenblik te beseffen hoe de vork precies in de steel zat.

Ik dik de analogie hier wellicht een beetje aan, maar ik zou toch durven stellen dat dit het emotionele equivalent is van erachter komen dat iemand een date rape-drug in je glas heeft gedaan en lekker zijn gang is gegaan met jou terwijl je buiten westen was. Het is niet omdat het geen pijn deed om het moment dat het gebeurde dat je je achteraf minder gebruikt voelt. Iemand had een invloed op jou die je niet bij machte was tegen te houden, en je rechten op zelfbeschikking werden totaal met de voeten getreden.
Elke kans op oprechte verbondenheid wordt hierdoor vakkundig de kop in gedrukt, want van je vertrouwen in de persoon in kwestie blijft geen spaander heel.
Het is ironisch hoe manipulatie, die vaak ontstaat in situaties waar de behoefte aan autonomie en verbondenheid niet vervuld wordt, uiteindelijk leidt tot een nog veel giftiger klimaat.

 

In ZW_062 ed klein
(c) KV

 

Het enige tegengif tegen manipulatie is open communicatie en wederzijds respect. Jammer genoeg zijn dat geen vanzelfsprekende dingen, en zeker niet voor mensen die heel onveilige relaties moesten overleven, die hun eigen behoeften nooit vervuld wisten of geleerd hebben de wereld te benaderen als een meedogenloze plek waar alles werkt volgens de wet van de sterkste.

Want elke vorm van openheid houdt ook kwetsbaarheid in: toestaan dat je echt gezien wordt, en de afkeuring of teleurstelling van anderen riskeren. Het wil zeggen: een eerlijke dialoog aangaan met je kaarten open en bloot voor je op de tafel, in plaats van bedekt en non-verbaal manoeuvreren tot je met zekerheid hebt wat je wilt, maar ten koste van eerlijkheid en vertrouwen.

Net zoals de autonomie-ondersteunende opvoedstijl arbeidsintensiever en veeleisender is maar leidt naar een gezondere ontwikkeling van kinderen op de lange termijn, vraagt open en verbale communicatie meer moeite en is het een intensieve onderneming die geen spijkerharde garanties biedt. Mensen kunnen nog steeds gekwetst worden. Meningen worden misschien niet gedeeld. Niet ieders noden zullen altijd vervuld zijn.

Maar op de lange termijn is het een veel gezondere manier om het leven te benaderen. En het helpt ons gelukkiger en robuustere relaties aangaan, waarin beide partijen elkaar kunnen vertrouwen omdat ze zich allebei gezien, gewaardeerd en gerespecteerd weten.

 

In ZW_057 ed cut klein.jpg
(c) KV