ZAAILING #71 – Een droom planten


als we nu eens naar de sterren keken
met onze voeten op de donkere grond
en ons heel heel klein voelden, zaadjes
klaar om te ontkiemen

hoe nieuw zou dat zijn

(c) Jurgen Walschot



als we nu eens een droom plantten
hem toedekten met fluwelen vingers
en fluisterden: ik zie je al
uitbarsten in uitbundig blad

hoe licht zou dat zijn


als we nu eens niets moesten
van onszelf of van elkaar
alleen onze armen openden
en nabijheid zaaiden

hoe warm zou dat zijn




Zaailing #71 is onze nieuwe winterwenskaart in drievoud!

Bestellen kan via mail of de webshop. Verzending gratis vanaf bestellingen t.w.v. 20 euro.
Wees er snel bij. Meer info vind je hier.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

ZAAILING #70 – Hoe ver we gekomen zijn

(c) Jurgen Walschot



Een pad laat zich maar één stap per keer lopen. En met elke pas verschuift alles subtiel van perspectief.

Bomen die als wachtposten toekijken hoe wij langslopen, wijken geleidelijk terug uit ons blikveld. Contouren die we niet vermoedden, komen steeds scherper in beeld. De diepte waar we doorheen wandelen wordt rijker, het woud zelf een omhelzing.

De nevel die zich tussen de stammen weeft, kleeft aan onze jassen en onze haren. Het dikke bed van bladeren dempt onze passen op de weg omhoog. Dit is terrein waar maar weinigen zich wagen, maar wij zijn er thuis.

Je wijst mij op de vlammende contrasten, op de penseellijnen die stromen tussen bodem en kruin. Ik vlecht ze tussen mijn taal en ga steeds helderder zien.
Een lied ontsnapt aan mijn lippen. Het leert jou de woorden voor wat zich pas blootgeeft als je dicht genoeg genaderd bent. Je ogen worden zachter.

Hoe langer we lopen, hoe minder houvast we nodig hebben.
Hoeveel stappen hebben we al gezet sinds deze tocht begon?

Misschien slaan we bovenaan de heuvel even kamp op. Voor een adempauze, een knik, een enkel zacht woord.
Als we het willen, kunnen we dan achterom kijken – en vaststellen hoe onwaarschijnlijk ver we samen al gekomen zijn.






ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

ZAAILING #69 – Uitgestrooid

(c) Jurgen Walschot


Hier sta je dan.
Ik zal je niet zeggen dat het geen pijn doet. En ik zal, hoe graag ik dat ook zou willen, je niet toewensen dat het snel overgaat. Leren leven met verdriet vraagt tijd.

Tijd – was er niet ergens een sprookje dat vertelde over wonden die geheeld worden, of op zijn minst verzacht?
Dichter bij de waarheid is dat we de tijd scheppen met beide handen tegelijk, ongeveer zoals je zand schept om een kuil te graven, waarin je vervolgens oude dromen bergt.
Je kunt ze ook uitstrooien, als dat je een goed idee lijkt, over water liefst. Dat weet waar het heen moet vloeien.

Wat ook mooi zou zijn, is dat het zand daar zachtjes bezinkt. En dat het water stilaan helderder wordt, terwijl het stroomt zoals het altijd doet, in lange, brede banen, naar zee.






ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

ZAAILING #68 – Praten in sporen

(c) Jurgen Walschot


Een Zaailing met wat uitleg erbij – omdat het zo’n leuk concept is!
En het hoeft niet altijd de schrijver te zijn die de dingen uitlegt… Zo schrijft Jurgen het op zijn blog:

“Al jaren is oktober gelinkt aan tekenen. Acties zoals #inktober trokken wel mijn aandacht maar stootten me ergens ook af. Dit jaar voegde Kunstwerkt er nog een online tekenchallenge aan toe: A Paper / A Day en daagde iedereen uit om een maand lang te tekenen. ‘Af en toe of elke dag’.
Als tekenleraar op Sint-Lukas vraag ik de leerlingen om dit een schooljaar lang te doen. Elke dag een schets, krabbel, tekening, studie… betere training om te leren tekenen bestaat er volgens mij niet. Dit jaar nodigde ik hen ook uit om deel te nemen aan #apaperaday19 en hun werk te delen. En met mijn voorbeeldfunctie in het achterhoofd flapte ik eruit dat ik ook zou meedoen. (Er verder geen rekening mee gehouden dat ik een drukke maand tegemoet ging, met twee boekvoorstellingen, workshops, lezingen, verjaren…) Ik riep op om uit onze comfortzone te komen en een maand lang eens iets anders uit te proberen en dit te delen met ‘de wereld’. Als onderwerp koos ik de planten waarmee ik me thuis omring: A PLANT / A DAY. Ondertussen zitten we al aan dag 13 en mits wat stunt- en vliegwerk ben ik erin geslaagd om elke dag een pagina te posten via mijn Instagrampagina.”



Als Jurgen origineel en uitdagend materiaal produceert, over een thema dat mij heel dierbaar is nog wel, dan gaat mijn pen natuurlijk jeuken. Dus…

“Vanaf dag 1 van de tekenchallenge volgde Kirstin de tekeningen en liet haar schrijfpen op de tekeningen los. Uit al deze fragmenten heeft ze de 68e zaailingtekst gedistilleerd.”

Ik ben van plan om het vol te houden tot en met de laatste dag. Het is fijn schrijven in brokjes, fragmenten en motieven. Het is een leuke uitdaging thema’s en beelden te laten terugkeren op andere manieren, net zoals Jurgen dat in zijn beelden doet.



En (niet zo) stiekem hoop ik dat we met die hele reeks nog iets leuks kunnen doen eens ze af is. De titel van de cyclus ligt nu al vast, en het is ook de titel van de Zaailing deze week: Praten in sporen. Dat is behalve een leuke woordspeling op Jurgens collagetechniek én de voortplantingswijze van varens, zwammen en schimmels ook een verwijzing naar een passage uit het magistrale Benedenwereld van Robert MacFarlane, over het belang om de natuur en onze plaats daarin met heel andere ogen te gaan zien én beschrijven…

Praten in sporen

toon me je snippers
laat mij je breuklijnen lezen
en de gekartelde randen van je angsten

we snijden vensters uit
op verleden en verlangen
blikken terug naar iets beters
dan de beduimelde bladzijde
van het hier en nu

maar hier en nu is wat we zijn
een veeg, een droom, een vergif

de nacht brengt dromen in vergeten talen
kringen die zich teder herhalen
als een voornemen of een val

op arme grond beperkt
de schade zichzelf

wat kunnen wij anders dan praten
in sporen, een stuntelige afdruk laten
van koffievlek of ongeluk, de echo
van een beeld dat ons achtervolgt

ik laat jou langzaam wortelen
dag na dag de bodem aftasten
met aarzelende aanzetten
doen alsof je alleen uit blad bestaat





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

ZAAILING #66 – De magiër // ZAAILING #67 – De belofte van licht

Twee keer Londen // twee keer kunst // twee meditaties over ruimte en tijd
(c) Jurgen Walschot




Zaailing #66 – De magiër

(c) Jurgen Walschot


Ze noemen het de grote verdwijntruc, maar hij weet wel beter.

Het is geen kunst om één te worden met de stad, op te gaan in het decor van voort deinende massa’s, statige straten, roerloze monumenten. Al wat je nodig hebt, is een matig talent in camouflage en het verlangen jezelf te verliezen. Voor je het weet, merkt niemand je meer op.

Wie zelf niet gezien wordt, observeert beter.

De sluiers van de tijd zijn dun. Hij kijkt toe hoe ze langslopen, een voor een, op weg naar iets waarvan ze denken dat het ertoe doet. Glaswand of tralies, tussenstation of eindbestemming, ze wanen zich altijd wel ergens thuis.

Hij gaat nergens heen. Dit is zijn territorium, de uitsnede die hij zichzelf heeft bemeten. Boten zullen langsdrijven, de somberste wolken zullen de wedstrijd met de torens over wie het hoogste kan reiken onveranderd winnen. Om hem heen verandert de wereld, maar hij blijft dezelfde.

Magiërs hebben flair, dat weten we al lang. Heksen werden verbrand voor minder, maar dat waren dan ook vrouwen.

De avond valt. Goedkeurend kijkt hij toe hoe de stad zichzelf optrekt, steen voor steen, tot het bolwerk dat hij is.




Zaailing #67 – De belofte van licht



ooit was ik er bang van
maar intussen heb ik geleerd
duister heeft altijd een deur

misschien niet meer
dan een glinstering, een belofte
van vergulde dromen buiten elk bereik

maar beweging lijkt de regel
zelfs de moederschoot perst
en spuwt haar kinderen uit

we haasten ons naar de uitgang
volgens sommigen is dat
waar het leven begint

ik wuif de dierbare schimmen na
laat mij het duister maar
en de belofte van licht







ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

ZAAILING #64 – Als de regen valt



Als de regen valt

Hoe het landschap langzaam zachter wordt
onder waardig ruisende welvingen, hoe de kleuren
leeglopen tot grijs, de contouren smelten.

Hoe mijn lijf zingend tot leven komt
en mijn zintuigen schreeuwen ik leef
dronken van vochtig donker, doordrongen

van hars en hout en mos en modder.
Hoe de verticale roffel mijn blik met lichte vingers
neerwaarts dwingt, naar de bodem

en de minitatuurmondingen van rivieren
op een steeds riskanter pad. De regen
moedigt niet aan om naar boven te kijken

maar misschien wel om te aanvaarden
wat in hulpeloze schoonheid wegstroomt
als een tedere voorbode van wat ons wacht.

(c) Jurgen Walschot




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Wat een tussenstation…

Hoe ‘De serres van Mendel’ ontstond – deel #5 (slot)



Hier lees je:
– Deel #1 – Tête bêche en carte blanche : hoe het allemaal begon
– Deel #2 – Een ‘fijn projectje tussendoor’ : hoe het eerste scheutje kon groeien
-Deel #3 – Zîchtbaar, met of zonder schulp : waarin twee boekenmakers steeds meer uit hun schulp komen
– Deel #4 – Dubbele lens, dubbele pen : van solitair werken naar samen creëren



Dus vertelden onze hoofdpersonages het verhaal samen, net zoals wij samen het boek maakten. En dat lukte fantastisch.

Na de residentie ontwikkelden Jurgen en ik, nog veel meer dan daarvoor, een constante en open communicatielijn. Beelden en teksten gingen ook voordien al met de regelmaat van de klok tussen ons over en weer, voor de Zaailingen bijvoorbeeld. Nu kwam daar nog een heleboel bij dat viel onder de categorie ‘bruikbaar voor Mendel’. We brainstormden bij momenten digitaal, we stuurden de ander alles waar we aan dachten of wat onze aandacht trok.

Natuurlijk werkten we niet alleen maar aan dat boek. STROOM, de Zaailingen, de Boekenbeurs, andere boekprojecten, lesgeven, journalistiek werk, gezinsleven… Het kwam er allemaal bij en tussen. Maar dat gaf niet. De lijn stond open en bleef openstaan, we legden de spreekwoordelijke hoorn gewoon niet meer op de haak.

Bij momenten, als het schrijven van mijn kant goed vlotte en Jurgen tegelijk aan het tekenen was, voelde het dankzij die digitale communicatielijn over de fysieke afstand van half Vlaanderen heen een beetje als opnieuw in Zweden zijn: de ander laten meekijken naar jouw stuk van het proces, in real time, voelen dat wat je maakt veel zonder veel uitleg resoneert en begrepen wordt. Woord en beeld in elkaar voelen klikken. Er bestaat, wat mij betreft, niets fijners.


We hadden gekozen om De serres van Mendel toe te vertrouwen aan uitgeverij Van Halewijck omdat we de indruk hadden dat hun visie voor dit boek zowel inhoudelijk als vormelijk het meest op onze golflengte zat. Voor onze residentie hadden we al twee constructieve vergaderingen met de uitgever, en in de maanden die erop volgden, bleken we echt wel met ons gat in de boter gevallen. Niet alleen gingen alle contractuele en financiële afspraken super vlot, ook artistiek was vertrouwen de norm.
Mijn volledig uitgewerkte tekst was een schot in de roos, ik hoefde nergens meer grondig aan te gaan sleutelen. Jurgens voorstel voor vormgeving van het binnenwerk werd ook positief onthaald. We mochten alle registers opentrekken: een ongewoon formaat, hardcover, kleurenpagina’s van begin tot einde, alles bij elkaar een kleine 150 bladzijden. Een volledig geïllustreerde jeugdroman…

Iedereen die in het boekenvak werkt, weet hoe vermoeiend correcties en laatste loodjes kunnen zijn. Er kroop nog een heleboel tijd en werk in de vormgeving, temeer omdat Jurgen had besloten om te gaan voor een overvloed aan visuele details. Op elke pagina is er minstens iets te zien wat aansluit bij of een meerwaarde betekent voor de tekst. Maar de hele redactie verliep erg vlot en consequent, de correcties waren minimaal.

En dan gaat een mens dromen van de boekvoorstelling… Eigenlijk waren we dat al heel lang aan het doen. Wie de met wijn bevloeide mindmap in de vorige blogs aandachtig bekijkt, ziet daar al het woord ‘Meise’ opduiken. Er zitten nogal wat details van de serres van Plantentuin Meise verwerkt in Mendel. Het is natuurlijk niet de enige serre waarop we ons baseerden en de omvang van het koepelcomplex waar Reya woont, is vele malen groter dan die van welke plantentuin dan ook. Maar we koesterden al van heel vroeg de stille hoop dat we het boek misschien wel dáár zouden mogen voorstellen.

We deelden ons idee met de mensen van de uitgeverij. En zij gingen er achteraan. Nog meer gat en boter: ons idee werd in een handomdraai gerealiseerd. Plots hadden we niet een maar twéé organisaties die in ons boek geloofden en met ons mee dachten om er een meer dan memorabele lancering van te maken.

Om organisatorische redenen valt die feestelijke Meisedag pas op 20 oktober. Dat is dus nog even verlangend aftellen. Maar deze week gingen de eerste exemplaren van De serres van Mendel al in de boekhandel over de toonbank. Het is er echt.


Het postpakket met auteursexemplaren uitpakken, had een onwerkelijk aura, alsof het nog niet helemaal ‘waar’ was. En drie jaar hechte samenwerking met een beeldenmaker laten hun sporen na. Mijn eerste blikken waren vooral angstig-kritisch: was de druk kwalitatief in orde? Zaten de kleuren goed? Op papier is alles toch altijd nog nét ietsje anders dan op een scherm. Maar ik zag al snel: het resultaat mocht er zijn. En met elke nieuwe dag die voorbij gaat, word ik blijer.

Terwijl ik dit schrijf, ligt het boek op mijn werktafel. Ik kan het vastpakken, er in bladeren, er aan ruiken (dat deed ik nooit eerder met een boek maar nu wel). Elke keer opnieuw word ik er gelukkig van. Dit boek is alles wat het moest zijn en kon worden. En meer.

De serres van Mendel is het resultaat van veel meer dan een samenwerking. Het is ook geen eindpunt, maar een tussenstation op een lange, totaal onverwachte en onwaarschijnlijk mooie weg. Maar wat een tussenstation. Hier wil ik wel eventjes halt houden om te genieten van het uitzicht.

Jurgen, als dierbare compagnon de route, staat natuurlijk naast mij in dat beeld. We hoeven niets te zeggen, samen genieten van het uitzicht is genoeg. Wat je deelt, gaat zoveel dieper. En wat hebben we veel om dankbaar voor te zijn.






In september 2019 verschijnt bij Van Halewyck ‘De serres van Mendel’, een jeugdroman (10+) in woord en beeld, een gemeenschappelijk project van Kirstin Vanlierde en Jurgen Walschot.
In aanloop naar de publicatie verschijnt er elke maand een blog over hoe dit boek ontstond.

ZAAILING #63 – Muizenissen


Het was nochtans geen warme dag, laat staan een warme nacht. Maar na wat draaien en keren was het duidelijk – dit zou weer niets worden. De luiken van het Franse hoeveraam stonden op een kiertje. Het vliegenraam werd dubbel gecheckt. Voor het slapengaan had ik zelfs nog een amusant hoofdstukje gelezen waarin de personages godbetert Kerstmis vierden. (Dat komt ervan als je je niet goed informeert over een boek, niks zo vervelend als over de winter lezen in de zomer.)

Een paar uur eerder was ik door een prachtig aangelegde tuin aan het wandelen. Met gesloten ogen herontdekte ik die nu. Ik waadde opnieuw tussen de gigantische bladeren van de heilige lotussen door, nauwlettend in het oog gehouden door de veelogige zaaddozen die als periscopen tussen het groen priemden.

Het prikkelde me meer dan het me tot rust bracht. Ik wisselde van rug naar zij, trok mijn knieën hoog op en bootste de onvolgroeide varens na. Ik ging opnieuw door het bamboe labyrint maar ook deze keer stond ik te snel in een ander deel van de tuin. Ik verdwaalde in gedachten in de veelheid van te volgen lijnen in de schetsen die ik maakte. Misschien moest ik er nog een extra laagje kleur aan toevoegen? Een eerste klus voor de volgende dag? Of een personage toevoegen? Misschien was deze tekening dan wel bruikbaar voor…


Ze liet het centrum van het stadje achter zich. De huizen lagen steeds verder uit elkaar. De keurige tuinen vol struiken en bloemen, moe van de zomer, werden steeds groter. Hier was het goed lopen, alleen jammer dat er niets eetbaars te vinden was. Haar maag plakte als een lege ballon tegen haar ribben.
Plots zag ze ze: grote donkerrode appels, vuistdik. Haar voeten gingen vanzelf sneller. De boom stond in een immense tuin met een smeedijzeren hek eromheen, en dat hek liep zo ver ze kon zien, zonder een poort of een ingang. Er moest een huis zijn, daar ergens achter al het groen, maar de bomen en struiken onttrokken het aan het zicht.
Wie zo’n grote tuin had, kon best wat appels missen. Het hek was geen obstakel: kinderhanden hebben genoeg aan een paar fijne krullen als houvast. In een wip zat ze boven op het hek, balancerend als een vogeltje.
‘Wat denk jij dat je aan het doen bent?’
Ze had hem niet horen aankomen, maar de man stond er opeens, aan de overkant van de straat. Ze hield zich vast aan de spijlen en voelde hoe haar vingers trilden.

‘Over je eigen hek klimmen is toch niet verboden?’ was het eerste wat ze kon bedenken.
‘Jij wóónt daar?’
Ze hoopte vurig dat de eigenaar van de reusachtige tuin, wie het ook was, geen goede kennis was van deze man. Ze keek hem uitdagend aan en knikte.
‘Waarom ga je niet langs de ingang?’
Ze grijnsde. ‘Zie je die hier ergens?’
Hij stak de straat over en kwam op haar af.
Ze nam een besluit, zwaaide haar benen over het hek en met landde met een goed gemikte sprong niet ver van de appelboom.
Eén van de takken hing laag genoeg. Als ze op haar tenen stond, kon ze erbij. Ze plukte een appel en zette haar tanden erin. Ze proefde de donkerrode smaak van opluchting en draaide zich om naar de man aan de andere kant van het hek.
‘Tot ziens, meneer’, lachte ze met volle mond.
Hij zei niets en bleef haar aankijken. Hij had een smal gezicht, en donkere ogen. Met de spijlen tussen hen in had ze plots het gekke gevoel dat hij gevangen zat in een met tralies afgesloten domein, en dat zij zojuist vrij land had bereikt. Ze zwaaide nog eens naar hem en liep toen de tuin in alsof ze er de weg kende.


Het was stil tussen de bomen. Dit was meer een park dan een tuin, meer een bos dan een park. Een beekje stroomde en vormde een vijver, half verborgen tussen het groen. Ze zag een brugje maar nergens een pad dat er naartoe liep, en algauw had ze het gevoel dat het groen haar insloot.
Ze nam nog een hap van de appel en keek achterom. De appelaar kon ze nog zien, maar van waar ze stond, leek het hek verdwenen.

Plots voelde ze zich doodop. Ze koos een boom in de buurt en ging er met haar rug tegenaan zitten. De takken boven haar hoofd ruisten zachtjes. Vlekjes zonlicht dansten tussen de bladeren en over de stammen. Daar bestond een woord voor, wist ze, voor dat licht, maar ze kon het zich niet meer herinneren. Waar zou de man die haar had aangesproken nu zijn? Was hij verder gelopen? Of stond hij nog steeds met zijn sombere ogen aan het hek, te speuren tussen het groen? Misschien kende hij het woord wel. Ze wilde dat ze kon teruggaan om het hem te vragen. Maar denken aan hem maakte haar droevig. Ze was moe. Met een zucht sloot ze haar ogen, heel even maar…


Slaapdronken werd ik me bewust van de geluiden boven mijn hoofd. In oude Franse hoeves slaap je nooit alleen. Overdag dutten de habitués in hun warme schuilplaatsen zodat ze geen energie hoeven te sparen tijdens hun wilde nachten. Eerst dacht ik muizen te horen, maar afgaande op sommige van de eerder lugubere schreeuwen zou het wel eens een familie marters kunnen zijn die boven huishielden, en aan het tumult te horen waren ze het kot aan het afbreken. De kleintjes zaten elkaar achterna, racend in de plafonds, zigzaggend tussen de dakspanten.

Tussen het onophoudelijke gesjirp van de krekels door hoorde ik een uil roepen. Zouden uilen marters eten? Zou er een uil op zolder logeren? Ooit vond ik er kippenschedeltjes. Maar uilen aten toch geen kippen? In gedachten zag ik een majestueuze uil, geruisloos navigerend als een ervaren stuntpiloot, tussen de balken van de stoffige zolder. Uit het niets stortte hij zich met stevige klauwen op zijn prooi. Een stofwolk, gevolgd door scherp gepiep. Dichtklappende vleugels, stilte. Einde film.

Dat uilen muizen eten, is zeker maar of er ook marters op hun menu staan, moest ik maar eens opzoeken. Het was alleszins een goed muizenjaar in deze streek want overdag wemelde het van de roofvogels. Geruisloos lieten ze zich meevoeren door de wind, gedragen door de thermiek, steeds hoger en hoger. Mijn gedachten cirkelden mee de blauwe lucht in… Het grote niets lonkte – tot een groter zoogdier besliste om een plaspauze in te lassen. Een deur knalde, voetstappen in de gang, nog een deur, water stroomde. Zelfs de bovendieren schrokken, want ook op zolder was er geritsel te horen. En mijn slaap koos resoluut het hazepad.

Klaarwakker besloot ik dan maar op te staan en als een nachtdier de trap af te sluipen. Ik zou alvast die tuinprent afwerken. Ware het niet dat dat bewuste schetsboek in de auto was blijven liggen… Op dit uur de luiken opendoen en als een dief in de nacht stilletjes mijn eigen auto openmaken zou de anderen misschien onnodig ongerust en vooral ook wakker maken. Dus sloop ik weinig heldhaftig van het bed naar de zetel.

Ik las wat, nam de digitale krant door en voerde een handvol online gevechten. Zoals altijd merkten de wakkere vogels als eersten dat de zon aan haar werkdag begon. De lamp kon nu wel uit, het natuurlijk licht vond zijn weg langs de kleine ramen naar wat mijn tijdelijke werkplek geworden was: een antieke salontafel met overdreven gedraaide poten midden op een weliswaar zacht Perzisch tapijt. Een lichtstraal viel op mijn opengeslagen schetsboek, het kleinere van de twee dat wel in huis lag en waarin ik zonet een zwarte wouw had zitten tekenen. Met prikkende ogen keek ik het zonlicht tegemoet. Misschien kon ik de voorbije nacht als een extra laagje aan deze schets toe voegen. Of ik kon hem opschrijven.

Terwijl ik de laatste woorden op papier zette, strompelden de dagbewoners de trap af. De geur van verse koffie lokte me naar de ontbijttafel. De bovendieren konden weer gaan rusten.

Tekst en beeld: Jurgen Walschot & Kirstin Vanlierde




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

ZAAILING #62 – Tot aan de overkant

(c) Jurgen Walschot


Zullen we de wereld dan maar eens ondersteboven bekijken?
Besluiten dat dit circus nu wel lang
genoeg geduurd heeft en de rollen omdraaien
ook al blijft de wachter aan de ingang trouw op post?

Het universum dijt uit, maar binnenin jouw kristallen bol mag alles
besloten blijven.

Plafonds zijn niet zo verschillend
van vloeren.  Durven we beslissen
– zonder nog van standpunt te veranderen –
dat het leven een dans is
waarvan de muziek best meevalt?

Tot aan de overkant,
kameraad.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.