Een thuis voor de ziel

Waarom mijn reizen vaak iets hebben van een zoektocht

Ik ga heel graag op vakantie: weg zeilen van de kusten van het vertrouwde leven naar de diepe stromen die een eind verder op zee wachten. Maar meestal kom ik niet zo graag terug naar huis.
Het is niet dat ik ons huis niet leuk vind, of dat mijn leven een triestige sleur is waar ik me met zware tegenzin aan onderwerp. Toch blijft dit gevoel zowat elk jaar terugkomen en sterker worden. Ik ben er ondertussen wel aan gewend dat het de kop opsteekt, en probeer het te gebruiken in mijn voordeel.

Zwervend langs de bochtige Italiaanse wegen in juli, ontmoette ik andermaal mijn vertrouwde vakantiegezel, en ik vroeg me af welk geschenk hij dit keer voor me bij had.

Italië 3_131 ed
(c) KV

Op vakantie gaan en de alledaagse routines even aan de kant zetten, besefte ik, was eigenlijk een prima gelegenheid om van op een afstandje naar mijn leven te kijken en een zielcheck te doen: was ik nog altijd aan het doen wat ik wilde? Was ik tevreden met het leven dat ik had achtergelaten en waarnaar ik heel binnenkort weer terugging?

In grote lijnen is het antwoord zeker ja. De laatste tien jaar heb ik veel werk gestoken in het vinden van mijn roeping en het verfijnen van mijn ambacht. Er zijn op dit moment geen grote werven in mijn leven die schreeuwen om een facelift of een sloophamer. Integendeel, ik heb het gevoel dat ik steeds meer ben waar ik thuishoor, op een pad gevuld met kunst, creativiteit, zielsontmoetingen en dienstbaarheid.

Waarom was er dan toch dat vertrouwde, knagende gevoel dat ik niet wilde dat deze vakantie stopte, dat ik nog niet terug wou naar België, naar ons huis? Het had zelfs niet zo veel te maken met werk, besefte ik, als wel met het gevoel van de plek zelf.

Ja, natuurlijk is de hemel in België dagenlang vaak triestig grijs. Maar mijn ongemakkelijk gevoel had daar in feite niet zoveel mee te maken. Na twee weken aan een stuk zoveel zonlicht en warmte opgezogen te hebben (35° C in de schaduw), was ik eerlijk gezegd best verzadigd, en vond ik het niet erg om weer wat meer wolken en zelfs regen te zien.

Op een van de plekken waar we verbleven, leefde een Belgisch koppel dat van hun vakantieverblijf hun permanente woonst had gemaakt, en gasten ontving in een kleine B&B. Ze zaten in een mooi middeleeuws dorp dat hij bezocht had van kindsbeen af, en zij vertelde dat ze, toen hij haar voor het eerst had meegenomen, huilde toen ze weer moesten vertrekken. Ik wilde niet weg, zei ze. Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.

Dat is het, geloof ik.
Ik ben nog steeds op zoek naar de plek waar mijn ziel thuiskomt.

Italië 3_214 ed
(c) KV

Ik ben er niet actief naar op zoek, maar onbewust hoop ik dat ze opduikt in elk dorp dat ik binnenkom, op elke berg die ik beklim, achter elke bocht van de weg waar we op zitten.
Het is geen bewuste speurtocht, maar ik besef wel dat het de zoektocht is van mijn ziel naar haar thuis. En ik heb die nog niet gevonden, zoveel is wel duidelijk.

Als ik onze (lange) stop bij mijn ouders in Frankrijk er even bij reken, waren we drie weken lang bijna constant in beweging. En tegen het einde van die periode waren Christophe en ik allebei wat reismoe. Niet zo gek, we hadden er op die relatief korte tijd zowat 4.000 kilometer op zitten.
Voor een keer, merkte ik, vond ik naar huis gaan niet zo erg. Of eerder – landen. Het zou goed zijn om ons te nestelen op een geliefde, vertrouwde plek, een nest van waar we niet onmiddellijk weer weg hoefden.

Het maakte de thuiskomst dit jaar een stuk zachter en aangenamer dan vorige keren. En ik hou echt van ons huis, verstopt tussen de bomen op ons kleine, overgroeide perceel. Maar ik heb begrepen dat het voor mijn ziel toch niet écht thuis is, en dat waarschijnlijk nooit zal zijn. Het is een dierbare en lieflijke halte onder de baan.

En het moment dat ik die andere plek vind, waar ik naar op zoek lijk te zijn, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.

Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.

Italië 3_217 ed cut
(c) KV
Advertenties

Samen op weg

Er is iets uitzonderlijks aan deze huwelijksreis-die-er-geen-is. Of zo voelt deze Italiëtrip van ons althans voor mij. Misschien heeft elke goede reis die je onderneemt met een open geest en goesting in avontuur wel deze bijzondere, lichtjes bedwelmende smaak – ik zou het niet weten.

Ik weet alleen dat geen twee dagen dezelfde waren, en elke dag bracht zowel onverwachte schoonheid als teleurstelling. Soms waren de extremen adembenemend, dan vloeide het ene weer gracieus over in het andere.

Italië 5_173
(c) KV – Avondzon in Labro

We hadden lange, vermoeiende ritten en luie namiddagen. We zwommen in luxezwembaden en verdronken in ons eigen zweet. We keken ademloos naar de prachtigste uitzichten en vluchtten uit de lelijkste buitenwijken. We hebben meer vlees op ons bord gekregen dan we doorgaans eten op een maand, maar we aten ook heerlijk, huisbereid, biologisch én vegetarisch.

We sliepen op een bergtop waar de stilte overweldigend was, en in een luidruchtig dorp waar de kerkklok elk kwartier van de dag en de nacht sloeg. We dineerden als koningen, en lunchten op een plek waar het eten verdachte gelijkenissen vertoonde met de plastic tafelversiering.

We nipten van heerlijke, belachelijk goedkope likeur en zochten vergeefs naar betaalbare diesel.

Eén gastvrouw had een griezelige voorliefde voor oranje (muren, bedsprei, elk ornament in elke kamer, tot de keuken toe!), anderen leefde in een authentiek, gerestaureerd middeleeuws dorp.

We hadden nachten dat ventilators en open ramen de hitte niet konden temperen, en nachten dat we tegen elkaar aan kropen omwille van de kou.

We gingen naar de toppen van de bergen en de diepten van grotten. We zagen antieke ruïnes die beter bewaard waren dan moderne aardbevingsgebieden.

We lunchten met een ijsje in een duur ski-resort, en picknickten met vers brood, groenten, kaas van de streek en een fles wijn op het overwoekerde terras naast onze slaapkamer.

We vonden een snoezig dood vleermuisje in de tuin en een zeer levende schorpioen in onze wasbak.

Italië 4_041
(c) KV – Ruïnes van Alba Fucens

Voor Christophe en mij als koppel was het ook een ervaring.

We verdeelden de urenlange autoritten en maakten samen de onvermijdelijke keuzes die je onderweg moet maken. We waren het eens over logement en kibbelden over routes en het gebruik van wegenkaarten. We maakten flauwe grappen en hadden diepe, intieme en kwetsbare gesprekken. We werden boos over misverstanden en waren heel gelukkig om samen te zijn.

We hebben nog drie dagen te gaan en trekken vanaf morgen noordwaarts, met stops in Ravenna, Oostenrijk en Duitsland. Mentaal bereiden we ons voor op het einde van deze fantastische trip.

Maar die andere reis van ons is nog niet bepaald ten einde. We hebben weer eens vastgesteld dat we, zowel op de weg als in het leven, fantastische reisgezellen zijn.

Ik kijk uit naar nog veel langer samen op weg.

Italië 1_017
(c) KV

Een labyrint van bloemen

d096935932256be98d29f6ec5a4c15f4
Man in the maze: Indiaans weefpatroon

Ik hou van labyrinten: meditatieve wandelpatronen waarbij je jezelf mee naar binnen neemt, tot in de kern, en vervolgens langs dezelfde weg, maar omgekeerd, weer naar buiten. Je vindt ze op alle continenten, en het pad is als het leven: onverwacht grillig, soms heel dicht langs de kern, dan weer in verre, brede buitenbochten.

Toen we stopten bij een biologische B&B waar vijf minuten (!) eerder een kamer vrij bleek te zijn gekomen, wisten we meteen dat het goed zat. Een heerlijk terras, een tuin met veel bomen, gerieflijke slaapplaatsen, table d’hôtes (eindelijk vegetarisch!) en… een labyrint in de tuin, aangelegd door de heer des huizes die meditatieve wandelingen begeleidt in de natuur.

Het was onze mooiste, meest onverwachte stop van de reis.

We genoten van de tuin na de hitte en het vele rondrijden. We aten en dronken, schreven en lazen, en schoven ’s avonds met onze gastheer en gastvrouw, hun familie, vrienden en gasten aan voor een supergezellige, meertalige maaltijd.
’s Ochtends, in alle vroegte, ben ik het labyrint gaan lopen. De ervaring verschilde heel erg van die van mijn favoriete plek om dat te doen (Chartres). Maar dat gaf niet, in tegendeel. Elk pad heeft zijn eigenheid en zijn charmes.

Bij een kopje koffie, stil op het terras voor het ontbijt, schreef ik er een stukje over.

Italië 4_085
(c) KV

Stil ligt het op een helling te wachten tot iemand zijn windingen wil lopen
over droog, prikkerig gras.
Bloemen verwelkomen je langs het kronkelende pad
Afgemaaid maar telkens koppig terugkerend als een herinnering
Aan het feit dat sommige dingen in het leven te kostbaar zijn om te vertrappelen.

De wereld is erg aanwezig terwijl ik dit labyrint loop,
met de wind, de stekelige grassprieten, het geluid van een bosmaaier veraf
en de geluiden van mensen die wakker worden in het huis.
Maar dat is goed – niet elke meditatie hoeft
een diepe, buitenwereldlijke ervaring te zijn.
De wereld is welkom om deze wandeling samen met mij te maken.

Een labyrint lopen dat op een helling ligt, betekent dat je soms omhoog moet
en dat de dingen onvermijdelijk moeilijker zijn, dan weer
moet je opletten dat je niet struikelt omdat het
plots veel vlotter, want naar beneden, gaat.

En de bomen slaan je groeiend gade.

Italië 4_082
(c) KV – Tuinlabyrint van Casale le Crete

De kracht die bergen verzet

Italië 2_111
(c) KV – Waterval in Grotte di Stiffe, van bovenaf gezien

Als je leeft in een land met een geologische geschiedenis die zo oud is dat de bergen er al lang afgesleten zijn tot heuvels, dan ken je de krachten van de natuur voornamelijk uit boeken, en niet uit eigen ervaring. Misschien hou ik precies daarom zo van het gebergte.

De regio van Abruzzo wordt gedomineerd door de Appenijnen. Vergeleken met de Alpen (en zeker met andere, oudere en meer verweerde Europese bergkentens zoals de Pyreneeën of zelfs de Ardennen) is deze geologische regio nog springlevend. Italië heeft actieve vulkanen, en er zijn geregeld aardbevingen.

We waren getuige van de relatieve prilheid van dit land in de Grotte di Stiffe, een bescheiden grot met niettemin een heel eigen charme: ze werd nog volop geboetseerd door een riviertje dat de hele tijd naast ons wandelpad liep, en door een aantal watervallen. Je kon de natuur ruimte voor zichzelf zien uitgraven in de rots waar je bij stond. Het ruisen van stromend water was overal. In de grotere, oudere grotten die ik in Frankrijk of België bezocht, was het vertoon aan druipstenen veel indrukwekkender, maar de kracht van de rivier was er niet meer dan een verre herinnering in een of andere stille, diepe kloof.

Misschien was een grot bezoeken in een streek die bekend stond om haar aardbevingen niet meteen het allerslimste idee, bedacht ik terwijl we in het schemerduister achter onze gids aan liepen. Maar er gebeurde niets uitzonderlijks, en na een uurtje stonden we weer buiten in het zonlicht en de hitte.

Waarom hadden we er eigenlijk voor gekozen om naar deze nogal afgelegen, weinig toeristische streek van Italië te trekken? Als ik de resultaten van de natuurkrachten had willen zien in combinatie met de overblijfselen van de oude Romeinse cultuur, had ik toch even makkelijk naar Pompeï kunnen gaan, in de schaduw van de beruchte Vesuvius? Behalve het feit dat een bezoek aan een dodenstad waar de hele bevolking levend begraven was onder de hete as mijn hooggevoelige zintuigjes en mijn levendige verbeelding in alarmfase zou laten gaan, had ik nog een andere goede reden om me niet te concentreren op de beter bekende plekken in Italië, maar in plaats daarvan Abruzzo te verkennen.

Als een schrijver zoiets zegt – welke andere mogelijke reden is er dan iets met een boek?

 

JW Iris bos Sally Mann 1 cut
(c) Jurgen Walschot – Seth variatie (detail)

 

Het is al een hele tijd geleden dat ik voor het eerst op Medium iets liet vallen over Het boek Seth. En ik heb het er hier, geloof ik, zelfs nog nooit over gehad. De tekst van dit manuscript, rijk aan Egyptische en gnostisch-christelijke motieven, liet de eerste vonk van creatieve zielsverwantschap overslaan tussen mij en Jurgen, lang voor we aan ons Zaailing-avontuur begonnen. Hoewel we wisten dat het geen evidente onderneming was (een volledig geïllustreerde literaire roman van tweehonderd pagina’s over de verhoudingen tussen goed en kwaad, iemand interesse?) én een werk van lange adem, vonden we elkaar daar wel in een aantal gemeenschappelijke thema’s en beelden, en dit zorgde voor een eerste laag van de vruchtbare bodem van vertrouwen en creatieve verwantschap die ons het afgelopen jaar al zo gevoed heeft.

Op het moment dat we besloten dit boek samen te maken, was mijn tekst al door een rijpingsperiode van ruim tien jaar gegaan, en door minstens evenveel versies. Als het van mij afhing, was het verhaal af.
Maar zodra Jurgen in ernst mee aan boord kwam, voelde ik dat het cruciaal was dat hij niet zoals gewoonlijk in de ondergeschikte rol van de illustrator zou glippen, om wat aardige prenten te maken bij een al bestaande tekst. Als we deze samenwerking echt wilden laten lukken, moest hij zijn rechtmatige plaats kunnen innemen als mijn gelijke en de medeschepper van dit boek.

Dat wilde zeggen dat ik mijn ‘kindje’ moest delen. Ik moest Jurgen de vrijheid geven om te komen met zijn eigen ideeën en zijn persoonlijke benadering, zelfs als die op zeker moment het originele concept in vraag zouden stellen of het werk substantieel konden veranderen. Ik besloot dat dat voor mij oké was. Ik wilde een creatieve zielsverwant aan mijn zijde die zijn vleugels uitsloeg, geen knecht die mijn aanwijzingen uitvoerde.

Een van de hoofdpersonages, naar wie Het boek Seth genoemd is, is een halfengel die worstelt met zijn afkomst en de krachten die zijn geboorterecht zijn. Op jonge, kwetsbare leeftijd, heeft hij een confrontatie met een goddelijk wezen dat zichzelf JHWH noemt, en dat zich ophoudt in wat ik ‘de kathedraal in de hoofdstad’ had genoemd. Omdat ik in dit boek al zoveel Egyptische, joods-christelijke en gnostische elementen had uit te balanceren, had ik ervoor gekozen om zeer neutrale, abstracte en niet-beschrijvende settings te gebruiken zoals ‘het bos’, ‘de stad’, ‘de woestijn’, of dus ‘de kathedraal’.
Toen ik die scène las, waarin die jongen het probeert op te nemen tegen zo’n formidabele tegenstander in een enorme kerk, zei Jurgen me, dan zag ik de Sint-Pietersbasiliek in Rome voor me.

JW Tombe 2b cut
(c) Jurgen Walschot – Het boek Seth (detail)

Ik voelde onmiddellijk dat dat een schitterend idee was. Waar kon een halve engel beter zijn confrontatie met de oude christelijke orthodoxie aangaan dan in de wereldhoofdstad van het katholicisme?
Daar gaan we voor, zei ik. Ik wist dat dat inhield dat ik een aantal elementen van het plot zou moeten herschrijven, maar dat was goed haalbaar. Ik was sowieso bereid om al wat Jurgen voorstelde te omarmen als dat een verbetering voor het boek betekende, en een manier was voor hem om zich dieper in te graven in het project. Bovendien kwam zijn voorstel op het moment dat ik was gaan twijfelen of die abstracte plaatsen wel echt werkten, dan wel of ze het de lezer gewoon moeilijker maakten om in het verhaal te komen. Ik was aan het spelen met het idee om in plaats daarvan juist heel specifieke locaties te introduceren. Rome prominent laten figureren wilde zeggen dat we die richting uitgingen. En als ik die mentale klik maakte, moest de rest van de settings volgen. Dus: meer herschrijfwerk. Wat mij betrof prima. Ik begon dit steeds leuker te vinden.

Sommige locaties waren gemakkelijk gekozen, andere lagen moeilijker. Ik overlegde met Jurgen om een aantal knopen door te hakken – wat het ook was, eindigde vroeg of laat immers misschien in een van zijn prenten. Egypte en Israël waren altijd al een evidentie. Over de bossen hadden we allebei hetzelfde gevoel. Brussel was om een aantal redenen een evidente keuze als een van de belangrijkste nuclei: internationaal, kleurrijk, groezelig, alle nodige elementen voor woonst en werk van de personages aanwezig, en een stad die vooral Jurgen goed kent. Rome hadden we ook. De moeilijkste knoop was: waar groeide die halfengel op? Ik had scènes met zijn ouders (mensenmoeder, engel als vader) die zich afspeelden tegen een decor van bergen en sneeuwlandschappen, en die wilde ik heel graag bewaren. België heeft geen bergen, dus moest ik het verder zoeken. Zou het een optie zijn, vroeg ik me af, om hem te laten opgroeien in Italië? Dat idee beviel me wel, het zou zijn worsteling alleen geloofwaardiger maken.
Maar was het wel realistisch dat een jongen opgroeide in het meest katholieke land van Europa (Polen niet meegerekend) zonder ooit een grote kerk binnen te gaan, laat staan de hoofdstad te bezoeken voor hij een pakweg zestien jaar was?

Ik zocht een afgelegen dorp in de bergen, waarschijnlijk op een aardige afstand van Rome, maar niets al te toeristisch, zéker geen skistation ergens in de Alpen. Ik lanceerde een vraag onder mijn Facebookcontacten. Daar zitten wat bevriende collega’s tussen die gespecialiseerd zijn in het Antieke Rome en die Italië goed kennen, maar niemand kon me helpen. Maar mijn hoofdredacteur deelde mijn vraag, en kreeg antwoord van een vriendin dat zij op haar beurt een vriendin had die met haar Italiaanse partner leefde in… Abruzzo. Ik kreeg de gegevens van deze Hilde, nam contact met haar op en legde uit wat ik zocht.

 

Italië 2_049
(c) KV – Abruzzo

 

Hilde was hartelijk en meer dan een beetje enthousiast. Abruzzo is de streek die je moet hebben, zei ze. De tijd heeft hier stilgestaan. Je vindt hier dorpjes met maar tien familienamen op de grafzerken van de begraafplaats. Sommige van die plekken zijn ’s winters omwille van de sneeuw wekenlang afgesneden van de beschaving. Het is perfect mogelijk om hier op te groeien, op goed twee uur rijden van Rome, en de hoofdstad pas voor het eerst te bezoeken op een schooluitstap. Zo ging het alvast voor Gianni, en die heeft ongeveer dezelfde leeftijd als jouw personage nu zou hebben. Je kunt hem uitvragen over hoe het was om hier te leven als kind. En wij gaan voor jou op zoek naar het soort dorpje dat je kunt gebruiken als achtergrondlocatie.

Een mens zou niet verbaasd mogen zijn om engelen tegen te komen als je er over eentje aan het schrijven bent.

Nauwelijks een paar dagen later kreeg ik zoals beloofd van Hilde de naam van een dorpje en wat achtergrondinformatie over de regio rond L’Aquila. Maar heel gauw overviel me het gevoel dat ik de plaatsen die ze beschreef zelf wilde gaan zien. Het is mijn ervaring dat ik beter schrijf als ik de plek ken. Zelfs al gaat het maar over tien regels en wat  achtergronddetails, dan nog wil ik datgene wat ik mijn lezer aanbied zelf ook kennen.
Mijn man was helemaal te vinden voor een half avontuurlijke road trip met ons tweeën – daar kwam geen enkele vorm van overtuigingskracht aan te pas. Dus hier zijn we dan, in Abruzzo.

Ik denk niet dat er veel toeristen zijn die een totaal oninteressant slaapdorp gaan bezoeken om puur documentaire redenen. Mijn man was zo aardig om vaak het stuur te nemen, zodat ik vanuit de auto foto’s kon nemen, of er snel even uit kon springen om langs de kant van de weg betere plaatjes te schieten. Ik moest voornamelijk de sfeer opsnuiven, maar Jurgen zou de echte beelden nodig hebben.

Het dorpje dat Hilde en Gianni voor me hadden uitgezocht, lag op een van de hogere hellingen met zicht op L’Aquila in het dal. Schitterend, dacht ik. Seths moeder zal uitkijken over de stad waar ze werkt en waar ze eigenlijk zou willen wonen, maar aangezien de huizen in die dorpjes veel minder waard waren dan vastgoed in de stad kan ze niet ontsnappen uit de plek waar ze vast zit. Ze moet namelijk depressief zijn op het moment dat ik haar introduceer in het verhaal, en de omstandigheden moeten geloofwaardig zijn.

(Ja, ik geef het toe: schrijvers kunnen wreed zijn als dat nodig is, maar ik verzeker u dat we wel degelijk geven om onze personages, en ook om echte mensen.)

Natuurlijk zouden we L’Aquila zelf ook bezoeken, aangezien het de belangrijkste stad in de regio is, en ik wilde een idee krijgen van waar Seths moeder heen ging om haar geld te verdienen. Ik had gehoord over de aardbeving die de stad in 2009 had getroffen, en op onze omzwervingen over het platteland hadden we huizen gezien die gestut werden of toe waren aan restauratie. Maar niets had me voorbereid op wat we in het dal aantroffen.

 

Italië 3_032
(c) KV – L’Aquila

 

De (typisch lelijke) buitenwijken waren levend genoeg om ons te misleiden, maar acht volle jaren na de zware aardebeving (6.3 op de schaal van Richter) is L’Aquila nog steeds niets meer dan een spookstad. Hele straten lang worden de huizen rechtgehouden door niets dan stellingen en wilskracht, totaal verlaten, de ruiten gebroken, de deuren verzegeld. We zagen een middelbare school waar de stapels papier nog op de lessenaars lagen. Stijlvolle façades waar het plaaster half vanaf hing, de pasteltinten vergaan tot een somber, stoffig grijs. De belangrijkste historische monumenten en grotere gebouwen waren half verwoest, half verpakt in stellingen en doeken.
Er was veel werfgeluid te horen, maar voor elk huis dat opgekalefaterd werd, verbrokkelden er dertig andere. Zelfs te voet was het een uitdaging om het centrum van het stadje te doorkruisen, met zoveel versperde steegjes of straten die ontoegankelijk bleken.

Hier en daar was een gebouw al echt herbouwd of hersteld, maar zo’n bar of winkel binnengaan voelde als een scène uit een surrealistische film: binnen was alles veel te schoon en te normaal, business as usual, een parallel universum dat verkruimelde zodra je naar buiten stapte. We passeerden een of twee bars was mensen op een terrasje zaten, vrolijk, druk, alsof ze hun best deden de verwoesting om hen heen niet te zien. Het was een van de voorlopig vreemdste ervaringen in mijn leven.

Ik heb er nu spijt van dat ik niet meer of betere foto’s nam, of probeerde om die groteske contrasten te documenteren, maar terwijl we daar rondliepen, in de middaghitte, met de verbijstering om deze ooit zo mooie plek als een krop in de keel, lukte het mij gewoon niet. De pure kracht van de verwoestende natuur voelde overweldigend, en de pogingen van de mens om op te ruimen en herop te bouwen waren zo nietig in vergelijking. Op de terugweg merkten we in de buitenwijken rijen van prefab chaletjes, ongetwijfeld in allerijl opgetrokken noodwoningen voor een aantal van de duizenden inwoners die niet terug kunnen naar hun huizen omdat het dak ervan naar beneden dreigt te komen. In Het boek Seth zal ik het hebben over een stad die niet meer bestaat.
Eigenlijk was dit veel, veel erger dan een bezoek aan Pompeï ooit had kunnen zijn.

Als je, zoals ik, leeft in een land met een geologische geschiedenis die zo oud is dat de bergen er al lang afgesleten zijn tot heuvels, dan ken je de krachten van de natuur voornamelijk uit boeken. Getuige zijn van het lot van mensen die er uit de eerste hand ervaring mee hebben, maakt je heel nederig.

Schrijvers moeten zorgvuldig zijn, en voorzichtig, met de werelden die ze scheppen.

 

Italië 2_146
(c) KV – Oorspronkelijke loopbrug in de Grotte di Stiffe

Nu even mijn thuis

Italië 2_024
(c) KV – Gran Sasso oversteken (Abruzzo)

Als kind leefde ik in een zeepbel.

We hadden er toen geen woord voor, noch ikzelf, mijn ouders of de samenleving, maar ik denk dat je het het overlevingsmechanisme van een hoogsensitiefje kunt noemen, in een wereld veel te vol met indrukken. Jarenlang liep ik letterlijk op de tippen van mijn tenen: mijn voetzolen kwamen niet in aanraking met de grond. De wereld was een harde plek, boordevol geluiden en geuren en dingen die ruw aanvoelden. Ik leefde veel liever hoog in mijn hoofd, waar ik eindeloze gesprekken hield met ingebeelde vrienden, of van waar ik in een tekening of een verhaal dook. De tastbare wereld was het decor voor mijn mijmeringen, maar op geen enkele manier voedende grond.

Naarmate ik opgroeide, mijn plaats vond in het leven en daar wat zelfverzekerder over werd, begon ik de fysieke wereld stilaan te omarmen als een plek waar ik kon wortelen, en waar ik me op mijn gemak kon voelen. Mijn zeepbel loste heel langzaam op, en ik ontdekte dat ik me kon verbinden met mensen, voorwerpen, de natuur en de sfeer van een bepaalde plek als een manier om mezelf te verankeren.
In de loop van de laatste tien jaar heb ik dit tussenstadium opnieuw voelen evolueren, en ondertussen kan ik in alle eerlijkheid zeggen dat ik kan wortelen in mijzelf, me met de wereld kan verbinden, en alle voortdurende veranderende aspecten ervan kan nemen zoals ze komen. Sommige daarvan ervaar ik als prettig, andere als giftig. Ik herken ze voor wat ze zijn, beslis wat ik ermee wil doen, en vertrek van daaruit.

Italië 2_041
(c) KV – Grazende paarden bij Gran Sasso

Pas twee of drie jaar geleden hoorde ik voor het eerst de term ‘hoogsensitief’ als een manier om een bepaald type persoon te omschrijven. Interessant, dacht ik toen, maar dat gaat niet over mij. Ik was het dromertje, de kunstenaar, de elf die niet helemaal thuishoorde in deze al te concrete, materialistische wereld. Meer dan dat was het toch nooit?

In werkelijkheid zijn er nogal wat typische eigenschappen, toegeschreven aan hoogsensitieve mensen, die overeenkomen met wat en wie ik ben. Ik begon te begrijpen dat mijn kinderlijke zeepbel een zeer efficiënt verdedigingsmechanisme was. Als je niet echt deel uitmaakt van de wereld kan die je ook niet overspoelen.
Pas toen ik mijn draai vond als volwassene, en matuurder manieren ontdekte om om te gaan met alles wat mijn kant op kwam, begon ik te beseffen hoeveel ik de hele tijd eigenlijk wel niet binnenkreeg.

Alles bij elkaar vind ik mijn leven best oké. Zelfs al voelde ik me als kind niet altijd schitterend, ik had wel een liefdevolle en ondersteunende familie, die me toeliet om in mijn zeepbel te leven. Als een gewortelde volwassene merk ik dat ik veel beter in staat ben om om te gaan met allerlei dingen die me als kind totaal van streek zouden hebben gemaakt.
Dat doen ze nu niet meer, hoewel ik me ze wel scherper en bewust voel dan ooit te voren. Maar nu ben ik ook in staat om rekening te houden met mijn noden, en bewust een evenwicht te creëren dat voor mij werkbaar is.

Vaak hoef ik mezelf niet meer te onderwerpen aan allerlei ervaringen die voor mij veeleer beproevingen zijn. Het staat mij vrij om te weigeren.

Italië 1_244 ed cut
Ik klim heel graag in bomen, maar ik ben er niet goed in… Gelukkig zijn er aardige, lage olijfbomen  –  foto door Christophe in de tuin van Montefiori dell’ Aso

Ik merk dat mijn vakantiegevoel ook veranderd is.
Als kind ontvluchtte ik de werkelijkheid op elke mogelijke manier. Op vakantie verslond ik stapels boeken.
Nu ik mijn brood verdien met lezen en schrijven, wil ik mezelf op vakantie gewoon helemaal leegmaken, en ondergaan in de stilte van mijn zintuiglijke ervaringen.
Maar niet om het even welke ervaring. Mijn verscherpt inzicht in mijn eigen gevoeligheden maakt dat ik nu nog minder happig ben om mensenmassa’s op te zoeken, of luidruchtige, onaangename plekken lang te verdragen (zelfs al vinden veel mensen diezelfde plekken heel gezellig). Ik ontvlucht de meute steeds meer. Vaak heb ik zelfs geen muziek meer nodig in de auto, ook niet op verre, urenlange ritten.

Er is een stilte die zich diep in mij genesteld heeft. En hoe meer ik thuiskom in mezelf, hoe meer ik aangetrokken word door lege, vaak onherbergzame landschappen.
Ik geniet van heuvels zoals we ze hadden in Montefiori dell’Aso, maar vooral om het gevoel van ruimte en horizon dat ze bieden. Ondertussen verlang ik toch stilletjes naar de bergen.
De Grand Sasso, die we gisteren overstaken, was een plek van zoveel ruimte en sobere schoonheid dat ik al het geklets in mijn hoofd eindelijk – eindelijk – voelde stilvallen.

Ik stapte uit de auto om wat foto’s te maken, en ging toen zitten op een uitstekende rots, in het late middaglicht, en dronk het land in.
Ik voelde hoe ik ter plekke mijn wortels in de grond kon steken, me kon ingraven in die ruige bodem, zijn droge, licht bittere nectar kon proeven.

Italië 2_027
Bij Gran Sasso – foto door Christophe

De oude botten van de aarde, ontoegeeflijk, ongerept, onherbergzaam. Geen nood om iets te bewijzen of te doen, alleen maar ademhalen en zijn, in resonantie met de polsslag van het levende land.

Laat dit nu even mijn thuis zijn.
Er bestaat geen betere plek.

Het goede leven

De eerste reis met ons twee in zeventien jaar samen

Italië 1_067 ed cut
(c) KV

Hoe leg je uit dat je voor het eerst in twaalf jaar huwelijk en zeventien jaar samenleven met je echtgenoot op vakantie gaat? Want op dat punt sta ik nu.

Niet dat we in al die jaren geen verlof namen, of dat we nooit eerder naar het buitenland gingen. Maar elke vakantie die Christophe en ik tot nu toe ooit hadden, werd gepland en gehouden in functie van – aanvankelijk – zijn kinderen, en – later – onze zoon. Dat komt ervan als je valt voor een man die twee jonge kinderen heeft, natuurlijk. Op de leeftijd dat andere koppels Italiaanse wijn nipten met zicht op de wijngaard, of met de rugzak door Australië trokken, bouwden wij zandkastelen aan de Belgische kust, in een poging een band te krijgen met twee geperturbeerde kinderen in die paar weken voor zij weer voor zes maanden naar hun moeder terugkeerden, en wij weer naar ons werk.

Er zijn in het verleden momenten geweest dat ik daar, egoïstisch misschien, spijt van had. Ik had me mijn ‘beste’ jaren beslist anders voorgesteld. Maar je speelt met de kaarten die je krijgt, zoals een dierbare vriendin zou zeggen, en ik was absoluut zeker dat dit de man was die ik wilde, dus dan moest ik alle bagage die hij met zich meebracht er bij nemen.

Fauch_736
(c) Zonsondergang in Fauch

Toen mijn ouders naar het zuiden van Frankrijk verhuisden, ontstond er spontaan een nieuw patroon. We gaan er minstens een keer per jaar naartoe, doorgaans in de zomer, wat wil zeggen dat we in plaats van zandkastelen te bouwen aan zee nu met onze achtjarige zoon in het zwembad spelen, en we een aantal van dezelfde plekken elk jaar opnieuw bezoeken. Soms voelt dat als thuiskomen. Soms wordt het een beetje saai – hoe graag ik voor de rest ook bij mijn familie ben. Soms hangt er iets magisch in de lucht, zoals dat dit jaar een week lang het geval was – daar kom ik op een andere blog op terug. Maar meestal is het een huiselijke en ontspannen vakantie waarin er niet veel voorvalt. Hoewel we ondertussen toch al eens wijn kunnen gaan proeven op het château van een of andere Franse wijnbouwer. We boeken vooruitgang.

Christophes zonen zijn ondertussen bijna volwassen, en gaan steeds minder vaak met ons op vakantie. En vorig jaar gooiden mijn moeder en onze toen zevenjarige zoon het onverwacht op een akkoordje om hem twee weken langer in Frankrijk te houden dan ons verlof duurde. Het werkte perfect, en het hele afgelopen jaar smeedden grootmoeder en kleinzoon plannen voor een volgend, zomerlang, verblijf.

Dus daar zit onze jongen nu. Hij plonst in het zwembad en wordt rotverwend door zijn grootouders. En wij zijn kinderloos en vrij om te gaan waar we maar willen, voor de allereerste keer.

We brachten in een week door in Fauch, samen met iedereen – de week waarover ik het binnenkort zal hebben – en vertrokken toen van daaruit met ons twee. We brachten een nacht door in het appartement van een vriend in Grenoble, en staken de zuidelijke Alpen over naar Italië, waar we de streek van Abruzzo willen verkennen – waarom leg ik uit in een volgende blog.

Italië 1_060 ed cut2
(c) KV – Zwembad met uitzicht

De eerste twee nachten brachten we door in de B&B van vrienden van Christophes ouders, gelegen op de heuvel van het dorp Montefiore dell’Aso. Het uitzicht is er zacht gezegd adembenemend, en het is de ideale plek om het stof en de hitte van de reis van ons af te spoelen – ik koop nooit – nooit! – meer een auto zonder airconditioning, hoe nobel en ecologisch mijn idealen voor de rest ook zijn.
Van hieruit trekken we verder zuidwaarts, naar Abruzzo.

Italië 1_061 ed2
(c) KV

Dit voelt een beetje als een huwelijksreis, glimlachen we naar elkaar. En dat doet het ook, behalve dat dit niet onze huwelijksreis is. Dit is, denk ik, eigenlijk nog leuker.

We zijn ondertussen bijna twaalf jaar getrouwd, en we leven zeventien jaar samen. In een stabiele, liefdevolle realtie wil dat zeggen dat je de andere persoon heel goed kent. Christophe en ik vullen elkaar goed aan, en op de punten waar we elkaar minder vinden hebben we aardig leren navigeren. We voelen ons op ons gemak bij elkaar op een manier die er niet spontaan is in een jonge, romantische relatie.

Dat alles samen zorgt voor een heel ontspannen soort avontuur. Uitvissen welke interessante sites in de regio en bezoekje waard zijn (veel te veel!), beslissen waar we gaan eten, een slaapplek zoeken voor de volgende dagen… Niets van dat alles heeft het gestresseerde randje dat het in de prillere dagen van onze relatie zou hebben gehad, toen Christophe de gewoonte had om het in Latijns-Amerika te stellen met het absolute minimum, en ik het brave meisje was dat nog nooit ergens heen was gegaan zonder haar ouders. Zijn verhalen van derderangs hotelkamers met weggerotte badkamerdeuren en niet werkende toiletten deden zijn verkoopspraatje om samen op reis te gaan niet veel goed. En natuurlijk waren er de kinderen, die zowat alles uitsloten wat iets te buitenissig was.

Italië 1_101
(c) KV – Avond in Montefiori dell’ Aso

Ik word dit jaar veertig, en ik voel me veel meer op mijn gemak dan vroeger. In tegengestelling tot veel mensen, die wat meer comfort appreciëren naarmate ze ouder worden en hoger klimmen op de professionele ladder, heb ik geen nood meer aan de luxe van deze eerste, prachtige B&B om me goed te voelen – hoewel het een schitterende plek is om even te ontspannen. Ik kan om met de onzekerheid om niet te weten wat onze volgende bestemming is, en ik verwelkom de teleurstellingen en de foute inschattingen die onvermijdelijk horen bij een ongeplande reis met de glimlach.
Christophe van zijn kant is minder geneigd om te vervallen in extremen. We kennen elkaars voorkeuren en afknappers, en in tegenstelling tot sommigen lijden we geen van beiden aan de veel voorkomende ziekte van ouders dat ze zich zonder hun kinderen plots nog maar een half mens voelen. We denken natuurlijk wel aan ze, maar we dansen moeiteloos onze pas-de-deux. Dat ondervonden we vorig jaar ook al, toen we totaal onverwacht even zoonloos waren. Dus genieten we van elkaars gezelschap, en van alles wat de weg zal brengen.

Italië 1_180
(c) KV – Fresco’s in de kerk van Santa Maria della Rocca (Offida)

Gisteravond dineerden we in het oude dorp en maakten een nachtwandeling door de smalle straatjes. Vandaag bezochten we een prachtige kerk vol fresco’s in het nabijgelegen stadje Offida, en gaven onszelf in de namiddag vrijaf om te ontspannen en logies te regelen voor de volgende etappe van de reis. Vanavond eten we in een ander oud stadje, met zicht op zee.
En nu zit ik hier dus te typen bij het zwembad, met een oog op de zwaluwen die nu en dan langs scheren voor een teug zwembadwater, en ik voel me heel, heel erg bevoorrecht.

Italië 1_224 ed cut
(c) KV

Het goede leven, noemen ze dit. Ik ga genieten van elke druppel.
Net als van die Italiaanse wijn, die ik nu misschien ook ga proeven.