Intimiteit

Nu krijgen de introverten het zwaar.

(c) Inaya photography


De corona-maatregelen versoepelen. We mogen de deur weer uit voor iets anders dan een ommetje wandelen of fietsen, we kunnen – voorzichtig – naar de winkel en we mogen zelfs wat meer volk zien dan wie onder hetzelfde dak woont. Het zou moeten klinken als een beloning, maar het wringt mij op alle mogelijke manieren tegen.

Het is de afstand waar ik niet mee om kan.

In tegenstelling tot veel andere mensen had ik er weinig probleem mee om van de ene dag op de andere alleen nog maar thuis te zijn. Dat was namelijk al hoe een groot stuk van mijn dagen er altijd al uitzagen.
Het was wel een zoektocht naar evenwicht met de andere huisgenoten, die er nu plots óók de hele tijd waren. We leerden jongleren met tijd, aandacht, ruimte, klussen, stilte. Het had wat voeten in de aarde, maar het lukte.

Ik merk dat mijn lichaam nu zelfs ontspannener aanvoelt. Minder prikkels, minder stress, een ander tempo van leven. Er mocht minder, maar er moést ook minder.

Wie extravert en zeer sociaal is, heeft het de afgelopen weken bij momenten erg moeilijk gehad. Voor velen van hen is deze versoepeling vast een opluchting. Maar ik vermoed dat de introverten, zoals ik, het nu pas zwaar gaan krijgen.

Ik ben nooit iemand van de drukte geweest. Liever een goed gesprek met één persoon dan een massamanifestatie. Maar ook een handvol dierbaren (familie, vrienden) kun je hard missen. En naarmate de quarantaine-light langer duurde, groeide dat gevoel.

(c) Inaya photography

Dit weekend zag ik vooral blije gezichten passeren op sociale media, maar ik voelde mij om eerlijk te zijn miserabel. Ik put géén troost uit mensen mogen zien op anderhalve meter. Ik snak naar intimiteit. Een knuffel. Een aanraking. Gewoon naast elkaar kunnen zitten, bij elkaar in de buurt zijn zonder een krampachtig dansje van ‘kom zeker niet te dicht in mijn buurt!’.

Met een passant in een winkel lukt zoiets mij wel. Ik vind het niet prettig maar ik noem het een choreografie van respect en als je er iets vriendelijks bij zegt, kan het zelfs plezant worden. Volslagen onbekenden zijn nu misschien zelfs attenter voor elkaar dan vroeger, heb ik al gemerkt. Zoiets van hetzelfde schuitje en allemaal ons best doen en dat van elkaar appreciëren.

Maar wat ik in een winkel voor elkaar krijg, lukt mij voor geen meter bij mensen die ik graag zie. Op afstand moeten blijven is dan een subtiele vorm van marteling.

Ik kan mijzelf inhouden, natuurlijk kan ik dat, maar ik ben bang van die zelfbeheersing. Ze sluipt in mijn lijf, als een stil gif. Ze legt verbanden in mijn hersenen die ik niet wil. Ze haalt mijn emoties overhoop. Want ik verplicht mezelf tot iets wat mij pijn doet, iets waarvan ik tot in het diepste van mijn lijf en wezen voel dat het ongezond is.

Ik hoor sommigen op sociale media schimpen over het woord ‘huidhonger’, maar de behoefte aan intimiteit is een basisbehoefte. Ook al is niet iedereen van nature de grootste knuffelaar, we snakken als mens wel naar aanraking. Baby’s die nooit liefdevol aangeraakt worden, groeien uit tot diep gehavende kinderen.

Ik ben bang van de gevolgen op lange termijn. Want dit soort patronen raakt sneller ingeslepen in ons onderbewuste dan we beseffen, en ik kan de sluipende werking ervan aan het werk voelen in mijzelf.

Ik heb een stille hekel aan hoe webcams en telefoons de gezichten van dierbaren vervormen tot een spiegelpaleiskarikatuur van zichzelf omdat zo’n toestel het beeld nooit vanuit de juiste hoek vastlegt. Maar op dit moment verkies ik de karikatuur. Ze is eerlijker in haar weergave van afstand, en minder schadelijk voor mij dan een levensecht perspectief van diezelfde persoon, dichtbij maar onbereikbaar, terwijl ik daar sta met mijn hart vol verlangen en mijn lijf vol heimwee.

Laat mij nog maar even in mijn quarantaine. Ik kom er wel uit als intimiteit weer toegestaan is.

(c) Inaya photography