Indiaan worden

Ik word indiaan.
Als het ooit het moment was, dan wel nu.

Al van toen ik een kind was, genoot ik van de verhalen over het Wilde Westen, vol schermutselingen tussen cowboys en indianen. Ik koos gewoonlijk de kant van de roodhuiden, wat voor aandeel ze ook hadden in het verhaal. Er was iets met hun wilde natuur, hun diepe verbondenheid met het land, hun levenswijze, dat iets wakker riep wat ik alleen maar kan omschrijven als een roep om thuis te komen.

Ik herinner me dat mijn moeder als klein meisje ook dol was op de indianen. Misschien heeft haar vereenzelviging de mijne beïnvloed, maar er was altijd meer aan de hand dan dat.

usa-2006_447

Tien jaar geleden bezocht ik de indianenreservaten in Utah en Arizona en huilde. Reizend door de eindeloze rode woestijn voelde ik steeds weer dezelfde droeve mantra. We can never again go home. Ik had heimwee naar een volk waar ik niet toe behoorde in een tijdperk toen ik niet op aarde leefde. Niet in dit leven, tenminste. Maar de doffe dreun van de pijn gaf het ritme van mijn reis aan, en ik respecteerde dat. Ze leverde de brandstof  voor twee adolescentenromans toen ik thuiskwam. De eerste regels van dat verhaal schreef ik in hotels en op het vliegtuig, in een schrift dat ik in een of ander grootwarenhuis langs een Amerikaanse snelweg had gekocht.

Vandaag lees ik David Abrams monumentale boek The spell of the sensuous, en ervaar ik de levende, ademende wereld om me heen niet alleen scherper dan ooit tevoren, dankzij zijn evocerende stijl  die mij herwortelt in de pulserende bodem van het bestaan als de dierlijke levensvorm die ik uiteindelijk ben; de inzichten die ik krijg door zijn omzwervingen en zijn diepe contemplatie brengen me ook dichter bij het mysterie van de schoonheid van het bestaan, de magie van creatie, en voor de eerste keer in mijn leven kijk ik door de lens van het leven met iets wat lijkt op indianenogen.

Het voelt als thuiskomen. In de wilde natuur. In de magie van het bestaan. In de oude, inheemse culturen die ik al mijn hele leven liefheb zonder echt te begrijpen hoe of waarom.

Vandaag lees ik het nieuws dat de Waterbeschermers van Standing Rock een grote overwinning hebben geboekt door hun vreedzaam verzet, hun gebed en hun onverzettelijkheid om datgene te beschermen wat heilig is.

Ik ben zo lang bezorgd om ze geweest. Ik brandde kaarsen, telkens als het duister al te dichtbij leek te komen. Ik werd geraakt door hun groeiende aantallen, hun verbondenheid, recent nog de aankondiging dat een grote groep oorlogsveteranen naar het kampement afzakten met de bedoeling om te dienen als menselijke schild. Toen ik vanmorgen het nieuws las dat het leger geen toestemming gaf om de pijpleiding door hun gebied (en dat van de Sioux) te trekken, kreeg ik het bijna kwaad.
Voor een keer lijkt het alsof gebed en gemeenschap wonderen kunnen verrichten.
Ik heb nog nooit zo hard een indiaan willen zijn als vandaag.

Ik ben niet naïef.
Ik weet dat er rechtszaken zullen komen, en meer confrontaties. Er is een Trol die op het punt staat de trappen van het Witte Huis te bestijgen, met een leger Orcs in zijn kielzog. De donderwolken zouden nog wel eens een heel stuk donkerder kunnen worden. Maar de hoop die vandaag het licht zag, vanuit het hart en het verzet van een vredelievende en spirituele gemeenschap van inheemse volkeren, zal niet zo gemakkelijk gedoofd worden.

Ik word nu indiaan. Het is de hoogste tijd.

Advertenties