Wat de gier ziet

Het werk dat ik kom doen – met een ongewone bondgenoot

Als ik mijn ogen sluit, voel ik hem achter mij op een rots. Hij strekt zijn slanke nek een beetje, alsof hij me zachtjes iets wil toevertrouwen, en hij heeft zijn gigantische vleugels gestrekt, twee en een halve meter spanwijdte die oprijzen achter mijn rug en mijn schouders, als een kroon en een beschermend schild tegelijk.

De kracht van zijn aanwezigheid leg je niet zomaar naast je neer. Hij ziet er niet lieflijk uit, eerder beangstigend. Maar hij is mijn meest onverschrokken beschermer, en met hem als rugdekking weet ik dat mij niets kan overkomen.

Zijn naam is Gier, en hij is mijn vriend.

vautour_3@Lennart Hessel
© http://www.lensman.se/

De afgelopen twintig jaar heb ik mezelf ondergedompeld in psychologische coaching, intuïtietraining en diverse manieren om de mens holistisch te benaderen. Ik ben daarmee bezig zoals anderen bezig zijn met sport, tuinieren, vogels spotten of koken: omdat ik het zo fijn vind. En als je er het maar lang genoeg doet, word je uiteindelijk een behoorlijke goede kok, of herken je vanuit je ooghoeken een ver, gevleugeld silhouet, ook als je geen droom najaagt van een carrière als ornitholoog of sterrenchef. Je liefde voor de smaak en kleur van de ervaring zelf is wat je drijft.

Zo werkt het ook voor mij in de immense wereld van de menselijke ontwikkeling. Ik beweer beslist niet dat ik een therapeut ben, maar ik ken er mijn weg vrij goed – en ik ben altijd gulzig om nog meer te leren en mijn blikveld te verruimen.

Maar wat, hoor ik je denken, heeft dat te maken met die grote, enge aaseter die oprijst achter je rug?

Gieren zweven hoog in de lucht op thermiek, vorstelijk als arenden. Maar ze vangen geen kleinere vogels in volle vlucht of plukken geen zalm uit een snelstromende rivier met een spectaculaire duikvlucht. Als ze daarentegen een kadaver zien, dalen ze af naar de grond om te eten.
Veel mensen gaan rillen van weerzin of minachting bij de gedachte. Maar gieren zijn beslist niet de enige wezens op deze planeet die dood materiaal eten. Dat doen we in feite zowat allemaal, ook wij mensen. Het verschil zit hem erin dat wij eerst een levend wezen doden, om het vervolgens op te eten. Heel weinig mensen staan te trappelen om een hap te nemen uit een levende koe, of om een appel op te peuzelen die nog aan de boom hangt. Het belangrijkste onderscheid tussen ons en gieren is gewoon dat wij roofdieren zijn (en dan nog van een specifieke soort die onze prooi eerst nog verwerkt – kookt, bijvoorbeeld – voor we ze opeten) en dat zij opruimen wat er overblijft.

Er is een goede reden waarom we onze kinderen leren om het stoffelijk overschot van aangereden dieren niet aan te raken, of hun handen te wassen als ze in aanraking kwamen met rottend materiaal. Stel je voor dat kadavers niet werden opgegeten. Het zou weken duren eer de rottende lijken ontbonden als de wormen, maden en vogels hen niet zoveel sneller hielpen verdwijnen. Zij zelf doden niet. Ze ruimen alleen op wat anderen doodden, of wat stierf van ziekte of ouderdom.

Maar waarom hou ik nu zo van gieren?

Een eerste reden – dat heb ik eerder verteld – is dat ik er ooit door een bezocht werd. Uitverkoren, zo voelde het wel. Vereerd door de aanwezigheid van een bijzonder krachtig wezen dat afdaalde tot bij het plateau waar ik stond met de camera van mijn vader in mijn handen.

Ja, dit was gierengebied. Maar voor wie denkt dat dit een alledaags fenomeen was: vergeet het maar. Mijn vader bezocht de streek later opnieuw, en wachtte er lang en vruchteloos op precies dezelfde plek. Mijn ontmoeting liet zich niet zomaar herhalen. Een extra reden om ze diep te koesteren.

Dit is de volledige reeks, alle foto’s van die ene, gracieuze afdaling. Ze zijn niet bijster goed, en ik vermoed dat ik nu veel betere foto’s zou maken. Maar dit was meer dan drie jaar geleden, voor ik een eigen camera had om mee te werken – mijn papa en ik deelden de zijne op deze trip – en de vogel leek uit het niets te komen. Het ene ogenblik was hij een stipje hoog aan de hemel, en het volgende was hij zo dichtbij. Het is een half mirakel dat ik er überhaupt in slaagde om hem vast te leggen.

Gorges & Causses 217 ed crop985cc-1p6pnygpkzxvzac82r8rz7g59761-1mr_x-9tnfsfonbzhymcwuaGorges & Causses 22553abb-1vdifzq-8ejrw6abmy7il7aGorges & Causses 231 ed

Gorges & Causses 233 ed
(c) KV

Een andere reden waarom ik van gieren hou, is de metafoor die ze vertegenwoordigen. Dat beeld werkt misschien niet voor iedereen, maar voor mij werkt het prima, en ik voel mij er sterk mee verbonden.

Net als een gier op de thermische luchtstromen hou ik ervan om de dingen te bekijken van op grote hoogte. Dat geeft je een veel breder overzicht van connecties en betekenissen. Voor mij geldt dat in het bijzonder op vlak van menselijke psychologie, gevoelens, ziekte en trauma, en alle manieren die we hebben om daar (niet) mee om te gaan. Van zo hoog herken je bepaalde gebeurtenissen makkelijker als snijpunten in een veel groter web van onderling verbonden feiten en onderstromen.

En net als de gier zie ik waar er rottende plekken zijn die opgeruimd moeten worden.

 

 

Iemand leren kennen op een holistische manier lijkt een beetje op het grondplan leren van een flatgebouw in 3D. Er zijn diverse verdiepingen (fysiek, emotioneel, rationeel, gedrag, spiritueel, onbewust en nog wel een paar andere), en allemaal hebben die op hun beurt verschillende subniveaus die in eender welke richting met elkaar in interactie kunnen gaan. Je zou het kunnen vergelijken met een zeer complex buizenstelstel dat alles in het gebouw met alles verbindt, én met de buitenwereld.

Uiteraard is elke mens uniek. Maar sommige tendenzen zijn makkelijk te herkennen omdat ze nogal vaak voorkomen. Ik ben vertrouwd met een aantal regelmatig betreden paden die – voor mij althans – makkelijk te herkennen innerlijke patronen uittekenen. Dat kan nogal opschepperig klinken, en ik durf ook niet te beweren dat ik alles kan oplossen waar iemand doorheen gaat, verre van, maar ik heb wel een talent om de verwevenheid van een aantal innerlijke processen in kaart te brengen. Ik weet, om het zo te zeggen, waar veel van de innerlijke loodgieterij op elkaar aansluit en – laten we maar volharden in de smakelijke metaforen nu we er in deze blog mee begonnen zijn – waar het vuile afwaswater en de str*nt het meest waarschijnlijk zal ophopen als een afvoerbuis verstopt geraakt.
En als dat het geval is, dan gaat het zaakje uiteindelijk altijd lekken. De leiding scheurt misschien zelfs. Niemand die ervan opkijkt als het over loodgieterij gaat. Maar als we het over emoties en gedrag hebben, dan hoor je plots van alle kanten: ‘Ik snap het niet, waar kwam dat nu opeens vandaan?’ Ik kan alleen maar stil mijn schouders ophalen. Ik had de eerste gorgelende signalen van een defect al lang gehoord, ik wist dat de spanning zich aan het opbouwen was, en ik wist ook waar de buis in kwestie uitmondde. Of als dat niet het geval was, leerde de aard van de uitbarsting me heel veel over wat vooraf ging, en waar we zouden moeten graven naar de oorzaak.

Natuurlijk praat ik met mensen over wat ik zie en voel, als ze er interesse voor hebben en openstaan om te luisteren. Maar sommige gesprekken heb je niet zo makkelijk op een werkvloer, aan een keukentafel of op een feestje, zeker niet als je de andere persoon eigenlijk niet zo heel goed kent.

Misschien vraag je je nu af: waarom is het zo belangrijk om de oorzaak te vinden van een of ander onbewust proces, of een innerlijke kwetsuur? Als we even bij de metafoor van het verstopte toilet of de lekkende waterleiding blijven, lijkt me dat nogal evident. Hoe vervelend we de hele zaak ook vinden, ze verdwijnt niet vanzelf. Als je niet telkens opnieuw de rotzooi wil opruimen nadat je de afwas gedaan hebt of het toilet hebt doorgespoeld, kun je maar beter proberen te achterhalen waar het probleem zit en er iets aan doen.

Jammer genoeg zijn we vandaag in de westerse samenleving zeer goed in symptoombeheersing. We hebben machines en robots uitgevonden die onze vloeren dweilen en onze vuilnisbakken legen. We hebben pillen en remedies voor zowat alles – behalve de diepere oorzaken. En ja, die zijn vaak angstaanjagend en weinig fraai. Het is nooit een pretje om met je arm in een plastic zak te proberen de gezwollen, verzadigde prop toiletpapier achter de kromming van de wc-afvoerbuis vandaan te vissen. Maar volgens mij is het niet alleen totaal onefficiënt om de troep bij elke overstroming maar te blijven opkuisen, ik vind het niet zelden ook een oppervlakkige en bepaald idiote vorm van verwaarlozing.

 

Gorges & Causses 315
(c) Foto: André Vanlierde

 

Oké, sorry, lieverds.
Dit was Gier die eventjes te hard opging in zijn rol.

Ik besef maar al te goed dat al het bovenstaande een zeer directe aanpak is die niet voor iedereen in elke situatie heilzaam is. Soms is het beter om je arm niet in de wc-afvoer te steken, omdat het te moeilijk is, te traumatisch of gewoon onverstandig. Er zijn altijd andere manieren om een dieper liggend probleem te benaderen en op te lossen, en om een harmonieuzere manier van leven te ondersteunen. Maar de directe aanpak spreekt mij van nature aan omdat ik, giersgewijs, er niet voor terugschrik om mijn kop in een berg ingewanden te begraven en er tot mijn nek in te verdwijnen. Daar gebeurt het echte schoonmaakwerk – snel, efficiënt. Toegegeven, het is een vuile klus, maar het resultaat mag er doorgaans zijn.

Ik begrijp heel goed dat dit een tikje te radicaal is voor sommigen. Gieren zijn uitgerust voor deze job met gladde, korte veren op hun hoofd en nek. Dat stelt hen in staat om zo diep te gaan als ze doen, en relatief schoon weer boven te komen, op het bloed na – maar dat droogt op en schilfert er gewoon weer af, niks aan de hand. Ironisch genoeg is het wel precies dit aspect dat ervoor zorgt dat ze er minder aaibaar uitzien dan bijvoorbeeld arenden of haviken, die gespecialiseerd zijn in doden eerder dan opruimen.

 

En natuurlijk heb ik ook mijn duistere hoekjes, de plekken van mijn psyche die ik heel behoedzaam nader, en soms alleen maar als ik geen andere keuze meer heb. Oude pijn, of de herinnering eraan, heeft de neiging om haar angel niet te verliezen, tenzij je weet hoe je haar kan ontwapenen. Ik weet ondertussen hoe dat moet, maar ik weet ook dat het altijd rechtstreeks contact vraagt. Lastige klus, zelfs voor een gier. Dus doe ik soms ook beroep op hulp of goede raad als ik voel dat ik er nood aan heb. En geen betere manier om er weer even aan herinnerd te worden hoe breekbaar en menselijk je bent én blijft dan je ziel blootleggen bij een andere persoon en toegeven dat je in de knoop zit.

Een stuk van wat ik hier kom doen, voel ik – weet ik – is gierwerk, zelfs al is het nog niet echt duidelijk welke vorm dat gaat aannemen in mijn dagelijks leven.
Dus ben ik heel dankbaar voor mijn machtige vriend die zijn indrukwekkende vleugels spreidt op de rots achter me. Bij momenten zullen we zweven op grote hoogte. Op andere momenten zullen we afdalen naar waar er werk gedaan moet worden.

Laat maar komen.

Advertenties

Deel van dezelfde stroom

Zaailing #13 & #14

 

IMG_6252 ed

Samen op locatie een Zaailing maken, dat was een idee dat dit voorjaar al groeide.
Toen ik Jurgen een foto van de waterval van Arifat stuurde, leek het hem wel een leuk idee om in Frankrijk samen de wandeling ernaartoe te maken.
Dus namen we onze twee gezinnen niet lang na onze geslaagde middag van wijn-en-vriendschap-alchemie mee op sleeptouw voor een tochtje langs de rivier, in het groenige licht dat wolkendek en bladerdak samen leggen onder de bomen.
We bouwden dammen, en we stroomden mee met het water. Nu en dan gingen we zitten om te schetsen en te schrijven.

Dit is het resultaat.

 

Zaailing #13     Vrije val

voor Aurore
arifat1
(c) Jurgen Walschot

 

harten in vrije val
zijn plots gewichtloos
niets om de veelheid van vallende
waterdruppels te verbinden
behalve de zekerheid
dat ze behoren tot dezelfde stroom

 

 

 

Zaailing #14     Als vanouds

 

arifat2_2
(c) Jurgen Walschot

 

De pen is je bondgenoot in een poging om vast te houden wat niet tegengehouden wil worden. Het glipt ongrijpbaar van je weg, al leg je de lijnen nog zo liefkozend neer op het papier.
Word je zwijgend deel van de rots waarop je zit, en wordt het landschap op je blad een deel van jou?

Terwijl het vlak onder je handen zich vult, stroom jij langzaam leeg.

Het maakt niet uit hoe vaak je verdwijnt. Ooit komen we, als vanouds, hier weer terug.

 

 


 

20170712_134033 ed klein

ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Grand cru

De smaak van vriendschap

Prelude voor Zaailing #13 en #14

 

“De ontmoeting van twee persoonlijkheden is als het contact tussen twee chemische stoffen: als er een enige reactie is, veranderen ze allebei.” – C.G. Jung

 

20170712_131327 ed.jpg
Zaailing #13, the making of

 

Ik ken niets van wijn. Dat wil zeggen: ik drink het graag, en als ik mij erop concentreer, proef ik dat er verschillen zijn en dat de ene mij beter ‘ligt’ dan de andere. Maar vraag mij niet wat het verschil is tussen verschillende druiven, of waarom die bepaalde wijn beter bij dat ene gerecht past; ik maak me gegarandeerd glansrijk belachelijk.

Maar soms is er een wijn die je verrast. Er is op het eerste zicht niets opvallends aan de fles, de naam of de druif. Maar de geur is rijk, de smaak blijkt vol en subtiel, de afdronk rond. En het geheel verbetert per slok. Op dat moment weet je dat je iets bijzonders in je glas hebt.

Zo gaat het ook met vriendschap.

Ik ben gezegend met een aantal fijne vrienden. Maar heel soms heb je een echt bijzonder contact, waarvan je weet: wat wij hebben, gaat zo diep dat de wortel niet te peilen valt.
Dat gaat niet altijd gepaard met tromgeroffel en bliksemschichten. Het is niet eens altijd iemand die je onmiddellijk aardig vindt. Net als bij goede wijn begint het vaak met niet meer dan een eerste, verrassende slok. Maar algauw weet je: dit is van een andere orde.

 

IMG_6247 ed
(c) KV – Zaailing #13, the making of

 

De samenwerking tussen Jurgen en mij kwam op gang als een oude trein: langzaam en aarzelend. Maar om een of andere reden was er een klik, één die ik zelfs in het begin niet echt doorhad, en een onmiddellijk vertrouwen. Op de achtergrond weerklonk de roep van iets waarvan ik voelde dat ik ernaar moest luisteren, zelfs al begreep ik niet waarom. Tot er een échte creatieve klik kwam. En, met wat tussenstappen, nog één.
Intussen hebben we een vaart opgebouwd om dankbaar voor te zijn, en wat we samen creëren, is méér dan de optelsom van de delen. We komen er allebei in thuis.

Je kunt niet zo intensief samenwerken met iemand zonder dat je elkaar goed leert kennen. We hebben de afgelopen maanden bovendien allebei ook een paar ruige momenten gehad, op persoonlijk of professioneel vlak. En de ander stond er onmiddellijk, vanzelfsprekend, onvoorwaardelijk. Dat is het moment waarop vertrouwen vriendschap wordt, een bijzondere mix getrokken uit verwante druivenrassen, elk gegroeid op heel andere bodem.

De overeenkomsten bleven zich op sympathiek buitenissige manieren opstapelen. Met de telefoon in de hand staan op het moment dat de ander het antwoord stuurt op een vraag die je had. Los van elkaar op dezelfde dag op verlof vertrekken naar een gelijkaardige verblijfplaats in knal dezelfde regio op een kwartier rijden van elkaar. Op hetzelfde uur ’s nachts opstaan omdat in beide gevallen er een zoon fungeerde als (vroegtijdige) wekker, gelijkaardig ervaringen hebben in de wegstations langs de route, zowat tegelijk aankomen. En onderweg allebei dezelfde boom salueren – die dan, hoe kan het ook anders, de volgende Zaailing wordt. Hoe konden we nu niet afspreken om samen iets te gaan doen, daar in Zuid-Frankrijk?

 

parasolbomen cut1.jpg
(c) Jurgen Walschot – Zaailing #12 (detail)

 

En daar waren de demonen.

Iedereen heeft rode draden in zijn leven, van pijn, van succes, van leerprocessen. Eentje die ik regelmatig aantref in mijn weefwerk, is het vermengen van werelden. Of beter: dat dat voor mij niet vanzelf gaat.

Ik compartimenteer mijn leven onbewust nogal. Ik trek hogere schotten op tussen de verschillende facetten (gezin, job, familiekring, vriendschap, zielsverwantschap, diverse creatieve en professionele cirkels en contacten), en de mensen die daarin meedraaien, dan op het eerste zicht merkbaar is.

Vroeger had ik dat veel feller, maar ik heb geleerd dat je niet telkens een lichtjes andere versie van jezelf kunt presenteren zonder jezelf uiteindelijk compleet te verliezen. Het is ook nergens voor nodig – als je niet helemaal jezelf durft zijn bij iemand, schort er ofwel iets aan je zelfvertrouwen, of je bent niet in het juiste gezelschap.

Toch blijft het vermengen van werelden ook nu soms nog spannend voor mij. Omdat ze behoorlijk van elkaar kunnen verschillen, en de mensen die er (vanuit mijn perspectief) toe behoren ook. Mijn spreidstand in vrienden en voorkeuren is breed. En ik mag dan zelf wel een zuiverder signaal geven, dat wil nog niet zeggen dat de chemische reacties onderling niet voor splijtstof kunnen zorgen. Van sommige vrienden, familieleden of collega’s weet ik heel goed dat ik ze beter niet bij elkaar zet. Andere kan ik met een gerust hart aan elkaar voorstellen en kijken hoe er zich spontaan iets moois ontvouwt.

Tot deze zomer hield ik mijn creatieve bloedbroederschap en mijn gezinsleven ver van elkaar weg. Tegelijk groeide het verlangen om die twee werelden te vermengen. Omdat ze allebei voor mij zo belangrijk zijn. Omdat mij thuis voelen op meer dan één niveau tegelijk zoveel deugddoender en vervullender is. Ook hier kan het resultaat meer zijn dan de som van de delen. Tenminste, als de alchemie werkt.

 

IMG_6233 ed cut
(c) KV – Vermengen

 

Ik trok Jurgen dus al een tijdje aan de mouw om af te spreken met onze gezinnen erbij, als we dan toch weer eens op hetzelfde moment in Frankrijk waren. Tegelijk wist ik: hij en ik mogen dan wel een flow van formaat hebben, dat garandeert nog niet dat partners of kinderen daarin mee kunnen. Voor hetzelfde geld valt zoiets grandioos tegen.

Het was de perfecte trigger voor een hele stapel van mijn oude angsten. Wat als de mensen die twee van mijn meest dierbare werelden bewoonden het nu eens totaal niet met elkaar konden vinden? Wat als ik eindigde als een soort ongelukkige sandwich, met als enige conclusie dat het gezonder was voor iedereen om deze chemische reactie níet plaats te laten vinden? En hoe zat het aan Jurgens kant? Er waren vier elementen (zeven als je de kinderen meerekende) in deze distilleerkolf, en ik kon geen enkele reactie voorspellen.

Het was dus met een klein hartje dat ik op de eerste dag van ons weekje Fauch, als ontsnapping voor het slechte weer, voorstelde: hebben jullie zin om mee te gaan wijn proeven?

Ja, dat hadden ze.
We reden erheen om hen op te pikken.

 

20170712_133945 ed klein
Zaailing #14, the making of ; en Seth, beschermer van al wat wild, onconventioneel en ontembaar is, kijkt mee over onze schouder…

 

Een warme verwelkoming. Spontane flow. Hartsvertrouwen, kameraadschappelijk gegrinnik. Een reactie zoals in de betere alchemie, waarbij de bij elkaar gevoegde elementen zich moeiteloos vermengen, en de stroom zachtjes, goudkleurig gaat glinsteren.

Ik waagde een slok van dit met verbazing aangelengde gevoel van bevrijding. En tegen dat we een uurtje later uitstapten bij het eerste chateau proefde ik hem al, nog voor ik een glas aan mijn lippen had gezet: de smaak van vriendschap, grand cru.

 

Hem thuis hebben

Fauch_567

(c) KV

Waarom is de maatstaf van liefde verlies?
(Why is the measure of love loss?)

Ik kan gerust de hele dag Jeanette Winterson-citaten debiteren, gewoon omdat ik zo van haar werk en haar poëtisch genie houd, maar ik geloof niet dat iemand daarop zit te wachten. In plaats daarvan herkauw ik de bovenstaande regel, een van haar veelzeggende citaten (hoewel ik persoonlijk ‘Vertrouw me. Ik vertel je verhaaltjes.’ nog net iets beter vind, en er een heleboel andere zijn, veel minder bekend, die ik nog liever heb. Ik heb er ooit al eentje gebruikt in deze blog, bijvoorbeeld).

Maar om terug te komen op de frase die me nu bezighoudt – waarom is de maatstaf van liefde verlies?

Mijn man en ik lieten onze achtjarige zoon half juli achter bij mijn ouders in Frankrijk en vertrokken op onze Italiëtrip. Ondertussen zijn we al twee weken terug in eigen land, en hij is nog altijd daar. Komende dinsdag pik ik hem op van het vliegveld.

Ik ken moeders die je bij elkaar kunt vegen als hun kinderen voor een week op kamp vertrekken. Ik heb mijn zoon al een maand niet meer gezien, en dat is… helemaal oké.

Daar zijn ze:
twijfel — ben ik wel een goede moeder?
schuldgevoel — hoor ik me nu niet ellendig te voelen omdat hij niet bij me is?
angst — hou ik wel genoeg van mijn zoon, als ik hem niet echt mis?

Oké, dit liedje mag ophouden.

Er zijn twee reeksen antwoorden op de bovenstaande vragen.
Eentje gaat als volgt: ja — nee — ja.
De ander zegt: je hebt je zoon niet verloren.

 

Misschien toch even uitleggen.
Dat eerste reeksje spreekt voor zichzelf. Ik meen het ook echt, en ik geloof dat het oprechte, juiste en gezonde antwoorden zijn. Maar ze hebben allemaal wel hun wortel in het tweede antwoord. Ik ben mijn zoon niet verloren.

Hij is ergens waar hij het heerlijk vindt en waar er goed voor hem gezorgd wordt door mensen die hij heel graag ziet. Dat vind ik prima, en ik maak me dus ook geen seconde ongerust (tenzij misschien over auto-ongevallen of meteorietinslagen, maar die kunnen net zo goed voorvallen als hij hier bij mij is, dus die tellen niet – het leven moet je nu eenmaal leven).

Fauch_673 cut
(c) KV

Over minder dan een week is hij weer thuis. En ondertussen heeft hij de tijd van zijn leven, en heb ik wat kostbare rust gehad (en een romantische vakantie met zijn vader).

Ik ben een liefdevolle moeder, maar niet van de typische verzorgende soort. Mijn zoon is het liefste wat ik heb, maar koken, schoonmaken en andere zorgtaken zijn niet het liefste wat ik doe, zelfs niet voor hem.
Bad #579 laten vollopen, lunchpakket #346 smeren, veters strikken poging #1007…
Diepe, diepe zucht.

In tegenstelling tot sommige andere vrouwen die intens genieten van zuigelingen en openbloeien tijdens de eerste levensjaren van hun kind, werd ik gelukkiger naarmate mijn zoon ouder werd. Mijn sterktes zijn emotionele intelligentie en conversatie, niet luiers, badjes en maaltijden.

Mis ik mijn zoon, nu hij een hele maand is weggeweest? Absoluut. Ik mis zijn vreugde, zijn liefde, zijn creatieve geest, zijn intelligentie, alles aan deze heerlijke kleine persoon die zich zo op zijn gemak voelt in de wereld. Ja, ik mis zelfs zijn ochtendhumeur en zijn koppige buien.
Mis ik hem bemoederen? Geen seconde. Ook voor mij is dit vakantie.

Maar hoe anders zou het zijn als er hem iets overkwam. Als hij weggerukt werd uit dit leven en ik hem nooit meer zou zien. Als zijn gelach, zijn knuffels en zijn blije, luidruchtige aanwezigheid nooit meer door dit huis wervelden.
Hem verliezen zou mij vernielen, mij in tweeën breken en verminkt achterlaten.

Kortom: de maatstaf van liefde is verlies. Je weet pas hoeveel iets of iemand echt voor je betekent op het moment dat je ze kwijt bent.
Ik ben mijn zoon niet kwijt op enige serieuze manier. Ik hoef me zelfs niet af te vragen of hij gelukkig is. En ik weet dat hij binnenkort weer thuis is. Er zit geen gapend gat in mijn ziel dat alleen kan opgevuld worden door zijn moeder te zijn en dat nu voor altijd leeg zal blijven.

Fauch_572

Bedankt, Jeanette Winterson. Je hebt me iets heel kostbaars laten begrijpen, toen ik voor het eerst Written on the body las. Je leerde me niet te wachten om mijn liefde te voelen of er voor uit te komen tot ik ze kwijt was.

En hoewel het waarschijnlijk te veel gevraagd is van het leven, hoop ik stiekem toch dat ik nooit echt door die ervaring zal moeten. Ik hoop dat ik mijn geliefden op elke mogelijke manier zal gekoesterd hebben, en dat ik zal beseft hebben hoe graag ik hen eigenlijk wel zie voor ze op een of andere manier buiten mijn bereik glippen.

En wat mijn zoon betreft, kijk ik er gewoon naar uit hem weer thuis te hebben. Heel gauw.

Een thuis voor de ziel

Waarom mijn reizen vaak iets hebben van een zoektocht

Ik ga heel graag op vakantie: weg zeilen van de kusten van het vertrouwde leven naar de diepe stromen die een eind verder op zee wachten. Maar meestal kom ik niet zo graag terug naar huis.
Het is niet dat ik ons huis niet leuk vind, of dat mijn leven een triestige sleur is waar ik me met zware tegenzin aan onderwerp. Toch blijft dit gevoel zowat elk jaar terugkomen en sterker worden. Ik ben er ondertussen wel aan gewend dat het de kop opsteekt, en probeer het te gebruiken in mijn voordeel.

Zwervend langs de bochtige Italiaanse wegen in juli, ontmoette ik andermaal mijn vertrouwde vakantiegezel, en ik vroeg me af welk geschenk hij dit keer voor me bij had.

Italië 3_131 ed
(c) KV

Op vakantie gaan en de alledaagse routines even aan de kant zetten, besefte ik, was eigenlijk een prima gelegenheid om van op een afstandje naar mijn leven te kijken en een zielcheck te doen: was ik nog altijd aan het doen wat ik wilde? Was ik tevreden met het leven dat ik had achtergelaten en waarnaar ik heel binnenkort weer terugging?

In grote lijnen is het antwoord zeker ja. De laatste tien jaar heb ik veel werk gestoken in het vinden van mijn roeping en het verfijnen van mijn ambacht. Er zijn op dit moment geen grote werven in mijn leven die schreeuwen om een facelift of een sloophamer. Integendeel, ik heb het gevoel dat ik steeds meer ben waar ik thuishoor, op een pad gevuld met kunst, creativiteit, zielsontmoetingen en dienstbaarheid.

Waarom was er dan toch dat vertrouwde, knagende gevoel dat ik niet wilde dat deze vakantie stopte, dat ik nog niet terug wou naar België, naar ons huis? Het had zelfs niet zo veel te maken met werk, besefte ik, als wel met het gevoel van de plek zelf.

Ja, natuurlijk is de hemel in België dagenlang vaak triestig grijs. Maar mijn ongemakkelijk gevoel had daar in feite niet zoveel mee te maken. Na twee weken aan een stuk zoveel zonlicht en warmte opgezogen te hebben (35° C in de schaduw), was ik eerlijk gezegd best verzadigd, en vond ik het niet erg om weer wat meer wolken en zelfs regen te zien.

Op een van de plekken waar we verbleven, leefde een Belgisch koppel dat van hun vakantieverblijf hun permanente woonst had gemaakt, en gasten ontving in een kleine B&B. Ze zaten in een mooi middeleeuws dorp dat hij bezocht had van kindsbeen af, en zij vertelde dat ze, toen hij haar voor het eerst had meegenomen, huilde toen ze weer moesten vertrekken. Ik wilde niet weg, zei ze. Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.

Dat is het, geloof ik.
Ik ben nog steeds op zoek naar de plek waar mijn ziel thuiskomt.

Italië 3_214 ed
(c) KV

Ik ben er niet actief naar op zoek, maar onbewust hoop ik dat ze opduikt in elk dorp dat ik binnenkom, op elke berg die ik beklim, achter elke bocht van de weg waar we op zitten.
Het is geen bewuste speurtocht, maar ik besef wel dat het de zoektocht is van mijn ziel naar haar thuis. En ik heb die nog niet gevonden, zoveel is wel duidelijk.

Als ik onze (lange) stop bij mijn ouders in Frankrijk er even bij reken, waren we drie weken lang bijna constant in beweging. En tegen het einde van die periode waren Christophe en ik allebei wat reismoe. Niet zo gek, we hadden er op die relatief korte tijd zowat 4.000 kilometer op zitten.
Voor een keer, merkte ik, vond ik naar huis gaan niet zo erg. Of eerder – landen. Het zou goed zijn om ons te nestelen op een geliefde, vertrouwde plek, een nest van waar we niet onmiddellijk weer weg hoefden.

Het maakte de thuiskomst dit jaar een stuk zachter en aangenamer dan vorige keren. En ik hou echt van ons huis, verstopt tussen de bomen op ons kleine, overgroeide perceel. Maar ik heb begrepen dat het voor mijn ziel toch niet écht thuis is, en dat waarschijnlijk nooit zal zijn. Het is een dierbare en lieflijke halte onder de baan.

En het moment dat ik die andere plek vind, waar ik naar op zoek lijk te zijn, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.

Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.

Italië 3_217 ed cut
(c) KV

Het goede leven

De eerste reis met ons twee in zeventien jaar samen

Italië 1_067 ed cut
(c) KV

Hoe leg je uit dat je voor het eerst in twaalf jaar huwelijk en zeventien jaar samenleven met je echtgenoot op vakantie gaat? Want op dat punt sta ik nu.

Niet dat we in al die jaren geen verlof namen, of dat we nooit eerder naar het buitenland gingen. Maar elke vakantie die Christophe en ik tot nu toe ooit hadden, werd gepland en gehouden in functie van – aanvankelijk – zijn kinderen, en – later – onze zoon. Dat komt ervan als je valt voor een man die twee jonge kinderen heeft, natuurlijk. Op de leeftijd dat andere koppels Italiaanse wijn nipten met zicht op de wijngaard, of met de rugzak door Australië trokken, bouwden wij zandkastelen aan de Belgische kust, in een poging een band te krijgen met twee geperturbeerde kinderen in die paar weken voor zij weer voor zes maanden naar hun moeder terugkeerden, en wij weer naar ons werk.

Er zijn in het verleden momenten geweest dat ik daar, egoïstisch misschien, spijt van had. Ik had me mijn ‘beste’ jaren beslist anders voorgesteld. Maar je speelt met de kaarten die je krijgt, zoals een dierbare vriendin zou zeggen, en ik was absoluut zeker dat dit de man was die ik wilde, dus dan moest ik alle bagage die hij met zich meebracht er bij nemen.

Fauch_736
(c) Zonsondergang in Fauch

Toen mijn ouders naar het zuiden van Frankrijk verhuisden, ontstond er spontaan een nieuw patroon. We gaan er minstens een keer per jaar naartoe, doorgaans in de zomer, wat wil zeggen dat we in plaats van zandkastelen te bouwen aan zee nu met onze achtjarige zoon in het zwembad spelen, en we een aantal van dezelfde plekken elk jaar opnieuw bezoeken. Soms voelt dat als thuiskomen. Soms wordt het een beetje saai – hoe graag ik voor de rest ook bij mijn familie ben. Soms hangt er iets magisch in de lucht, zoals dat dit jaar een week lang het geval was – daar kom ik op een andere blog op terug. Maar meestal is het een huiselijke en ontspannen vakantie waarin er niet veel voorvalt. Hoewel we ondertussen toch al eens wijn kunnen gaan proeven op het château van een of andere Franse wijnbouwer. We boeken vooruitgang.

Christophes zonen zijn ondertussen bijna volwassen, en gaan steeds minder vaak met ons op vakantie. En vorig jaar gooiden mijn moeder en onze toen zevenjarige zoon het onverwacht op een akkoordje om hem twee weken langer in Frankrijk te houden dan ons verlof duurde. Het werkte perfect, en het hele afgelopen jaar smeedden grootmoeder en kleinzoon plannen voor een volgend, zomerlang, verblijf.

Dus daar zit onze jongen nu. Hij plonst in het zwembad en wordt rotverwend door zijn grootouders. En wij zijn kinderloos en vrij om te gaan waar we maar willen, voor de allereerste keer.

We brachten in een week door in Fauch, samen met iedereen – de week waarover ik het binnenkort zal hebben – en vertrokken toen van daaruit met ons twee. We brachten een nacht door in het appartement van een vriend in Grenoble, en staken de zuidelijke Alpen over naar Italië, waar we de streek van Abruzzo willen verkennen – waarom leg ik uit in een volgende blog.

Italië 1_060 ed cut2
(c) KV – Zwembad met uitzicht

De eerste twee nachten brachten we door in de B&B van vrienden van Christophes ouders, gelegen op de heuvel van het dorp Montefiore dell’Aso. Het uitzicht is er zacht gezegd adembenemend, en het is de ideale plek om het stof en de hitte van de reis van ons af te spoelen – ik koop nooit – nooit! – meer een auto zonder airconditioning, hoe nobel en ecologisch mijn idealen voor de rest ook zijn.
Van hieruit trekken we verder zuidwaarts, naar Abruzzo.

Italië 1_061 ed2
(c) KV

Dit voelt een beetje als een huwelijksreis, glimlachen we naar elkaar. En dat doet het ook, behalve dat dit niet onze huwelijksreis is. Dit is, denk ik, eigenlijk nog leuker.

We zijn ondertussen bijna twaalf jaar getrouwd, en we leven zeventien jaar samen. In een stabiele, liefdevolle realtie wil dat zeggen dat je de andere persoon heel goed kent. Christophe en ik vullen elkaar goed aan, en op de punten waar we elkaar minder vinden hebben we aardig leren navigeren. We voelen ons op ons gemak bij elkaar op een manier die er niet spontaan is in een jonge, romantische relatie.

Dat alles samen zorgt voor een heel ontspannen soort avontuur. Uitvissen welke interessante sites in de regio en bezoekje waard zijn (veel te veel!), beslissen waar we gaan eten, een slaapplek zoeken voor de volgende dagen… Niets van dat alles heeft het gestresseerde randje dat het in de prillere dagen van onze relatie zou hebben gehad, toen Christophe de gewoonte had om het in Latijns-Amerika te stellen met het absolute minimum, en ik het brave meisje was dat nog nooit ergens heen was gegaan zonder haar ouders. Zijn verhalen van derderangs hotelkamers met weggerotte badkamerdeuren en niet werkende toiletten deden zijn verkoopspraatje om samen op reis te gaan niet veel goed. En natuurlijk waren er de kinderen, die zowat alles uitsloten wat iets te buitenissig was.

Italië 1_101
(c) KV – Avond in Montefiori dell’ Aso

Ik word dit jaar veertig, en ik voel me veel meer op mijn gemak dan vroeger. In tegengestelling tot veel mensen, die wat meer comfort appreciëren naarmate ze ouder worden en hoger klimmen op de professionele ladder, heb ik geen nood meer aan de luxe van deze eerste, prachtige B&B om me goed te voelen – hoewel het een schitterende plek is om even te ontspannen. Ik kan om met de onzekerheid om niet te weten wat onze volgende bestemming is, en ik verwelkom de teleurstellingen en de foute inschattingen die onvermijdelijk horen bij een ongeplande reis met de glimlach.
Christophe van zijn kant is minder geneigd om te vervallen in extremen. We kennen elkaars voorkeuren en afknappers, en in tegenstelling tot sommigen lijden we geen van beiden aan de veel voorkomende ziekte van ouders dat ze zich zonder hun kinderen plots nog maar een half mens voelen. We denken natuurlijk wel aan ze, maar we dansen moeiteloos onze pas-de-deux. Dat ondervonden we vorig jaar ook al, toen we totaal onverwacht even zoonloos waren. Dus genieten we van elkaars gezelschap, en van alles wat de weg zal brengen.

Italië 1_180
(c) KV – Fresco’s in de kerk van Santa Maria della Rocca (Offida)

Gisteravond dineerden we in het oude dorp en maakten een nachtwandeling door de smalle straatjes. Vandaag bezochten we een prachtige kerk vol fresco’s in het nabijgelegen stadje Offida, en gaven onszelf in de namiddag vrijaf om te ontspannen en logies te regelen voor de volgende etappe van de reis. Vanavond eten we in een ander oud stadje, met zicht op zee.
En nu zit ik hier dus te typen bij het zwembad, met een oog op de zwaluwen die nu en dan langs scheren voor een teug zwembadwater, en ik voel me heel, heel erg bevoorrecht.

Italië 1_224 ed cut
(c) KV

Het goede leven, noemen ze dit. Ik ga genieten van elke druppel.
Net als van die Italiaanse wijn, die ik nu misschien ook ga proeven.

Wachtpost

Voor het zoveelste jaar op rij gingen illustrator/vriend/creatieve zielsverwant Jurgen en ik deze zomer op hetzelfde moment op vakantie naar dezelfde streek , elk met ons gezin, elk met/bij (schoon)ouders, elk ergens in een afgelegen huis tussen de velden op een half uurtje van Albi, en op goed tien minuten rijden van elkaar.

Je zou zeggen dat we het erom doen, maar dat is echt niet zo. De parallellen tussen ons zijn bij momenten gewoon zo opmerkelijk dat ze grappig worden. Of een beetje griezelig.

De aanleiding voor Zaailing #12 is nog zo’n mooi voorbeeld.

 

Na bijna twaalf uur in de auto op weg naar het zuiden is de snelweg verlaten in Montauban altijd een opluchting. Het laatste uur gaat het voornamelijk over kleinere banen, en één bijzonder moment is altijd een bossige heuveltop oversteken en het dal van Gaillac in de diepte zien liggen. Tegen een nabijgelegen helling is een huis gebouwd, en in de tuin daarvan prijkt een majestueuze, oude parasolden. Die boom valt me telkens weer op, dit jaar zei ik het zelfs tegen Christophe. Die kent mij ondertussen goed genoeg om niet meer op te kijken van een echtgenote die, ook als ze haar ogen op de weg heeft, allerlei bomen in het landschap aanwijst.

Eenmaal in Fauch gaf ik Jurgen een teken van leven, en kreeg prompt te horen dat hij  een nieuw idee had voor een Zaailing. Over de haas, of de hop misschien (erg mooie, schuwe vogel) die hij al meteen bij aankomst zag en waarover hij zo enthousiast was? Nee nee, over een mooie parasolboom op de weg naar Albi, die hij bij wijze van traditie elk jaar fotografeerde.
Ik: Ah, ik wees er daarstraks juist ook zo’n mooie aan.
Hij: Toch niet die ene, dáár, op die plek?

We zijn ondertussen op het punt gekomen dat dit soort dingen mij niet meer verbaast.
Ik ga er breed van grijnzen, dat wel.


 

 

Zaailing #12   Wachtpost

 

De stam is nauwelijks dikker geworden. Maar de kroon is wat voller, en die ene kwetsbare tak hangt wat lager. Nog altijd groen, dat wel.

Je kent hem goed, deze boom. Je kijkt naar hem uit tegen het einde van de bochtige klim. Hij is de wachtpost afgetekend tegen de hemel boven de vallei, de silhouet die aangeeft dat de bestemming in zicht is.

Je bent bijna thuis.

 

parasolbomen
(c) Jurgen Walschot

Jaar na jaar steek je, net als hij, je wortels hier wat dieper. Terugkeren naar dezelfde plek betekent je haar eigen maken. Je toetst herkenningspunten af, wordt verrast door wat er veranderd is in je afwezigheid.
Je graaft je in, en je staat het land toe jou te veranderen. Langzaam, elk jaar een heel klein beetje. Tot je het punt bereikt waarop je beseft dat je vertrouwt op de bodem, en dat die je zal dragen – zelfs bij slagregen, wind of lange droogte.
Dat soort wisselvalligheden deren de parasolden ook niet. Hoogstens lost hij wat naalden.

Soms ergert het je, die verknochtheid. Ze heeft iets kleins en beperkends, als van een kind dat op veilig speelt. Is het dan niet beter een zwerver te zijn, een vagebond, nergens thuis en niemand iets verplicht? Een trekvogel, desnoods. Die blijft tenminste in beweging.

Maar het landschap spreekt dat tegen.

Niets in deze wuivende wereld is immers ooit stil. De hartslag van dit land klopt diep en dierbaar. De lome hellingen met stroken kreupelhout geven het tempo aan van ongehaaste seizoenen en levens die zich ontrollen. Je weet: je mag hier zijn. De horizon, vaag blauw en wazig als op een middeleeuws landschapsschilderij, heet je welkom maar verplicht je tot niets.

Vlieg als je dat wil, ruist het land, maar je hoeft niet te vluchten. En elke keer als je landt, wacht ik met open armen.

Als je na een paar weken, met tegenzin op de terugweg naar grijzere oorden, weer langs de statige groene wachtpost komt, neem je zwijgend afscheid. En belooft hem dat je terugkomt.

Want thuis, eenmaal herkend, is de magneet waarnaar ons kompas zich onweerstaanbaar, juichend, wendt.

parasolboompje
(c) Jurgen Walschot

 

ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

 

Verzadiging

(c) KV

Het voelt een beetje als herfst, of als een oud huis waarin je juist iets te lang hebt gewoond.

Niet dat de oogst tegenvalt, of dat het huis niet dierbaar is. Maar er heerst een vermoeidheid, een gevoel van verzadiging — je bent hier lang genoeg geweest. Laten we de appels binnenhalen en de wereld buitensluiten, laten we de vensters dicht doen en vertrekken.

De vakantie komt eraan, en ik zit met mijn gezin in Frankrijk, om mijn ouders terug te zien na een aantal maanden afwezigheid, en dan trekken mijn man en ik door naar Italië.

(c) KV

Ondertussen staat mijn oude leven — artikels schrijven, vergaderingen bijwonen, toezicht houden op huiswerk, was en plas — even op pauze. De luiken van de alledaagse beslommeringen zijn gesloten. De dingen mogen een klein beetje uit elkaar vallen.

Ik hoop dat er schoonheid en warmte zal zijn op die ontspannen kronkelende vakantieweg. Ik hoop dat ik zal kunnen schrijven.

Ik ben van plan om schatten mee terug te brengen van mijn reis, en de gloed van de zon. En als ik hier weer binnen stap, zal ik met plezier de luiken weer openen.

(c) KV

 

Niet je verjaardag

Kiki5 + papa 024 ed.jpg
Foto gemaakt door mijn vader – Arifat, Frankrijk

Hoezeer ik ook het belang van rituelen erken om het verstrijken van de tijd te duiden of de overgang van één bepaalde fase naar een andere te markeren, op vastgelegde data waarop we mensen in de bloemetjes moeten zetten heb ik het niet zo.

Neem verjaardagen. De helft van de tijd vergeet ik die, ook van familie en mensen die me heel dierbaar zijn. Of Moederdag  — ik heb de bedenkelijke reputatie mijn moeder over de jaren nogal wat hartzeer te hebben berokkend.

Het is niet dat ik niet graag zie. Dat doe ik wel, natuurlijk. Ik ben er gewoon niet zo goed in om mij aan een kalenderschema te houden als ik daar gestalte aan wil geven. Mijn muze was altijd al van het grillige soort, en ik verdenk haar ervan nu en dan ook met haar tengels tussen mijn agenda te zitten.

Maar het voordeel van zo’n systeemloos systeem is dat elke dag een goeie dag is om een feestje te bouwen.

Het is dus niet je verjaardag vandaag, maar ik heb zin om jou te vieren.

KalkenseMeersen_128
(c) KV

 

Omdat je uit mijn schoot kwam met een gulzige goesting in het leven.

Omdat je slim bent, gevoelig en boordevol vreugde.

Omdat je leert om je plaats in de wereld te vinden, en je dat doet met zowel je hart als je hoofd.

Omdat je je kunt opkrullen als een bolletje en bij mij komt schuilen, en dicht bij elkaar zijn een lichamelijke vorm van liefde is die geen woorden nodig heeft — en ik koester elk moment, omdat je zo snel groeit dat ik nooit weet of het niet de laatste keer is dat je je vol overgave in mijn armen gooit.

Kiki5 + papa 013 ed cut2
Foto genomen door mijn vader – Arifat, Frankrijk

Omdat je papa en ik onszelf moeten blijven heruitvinden om jou te helpen groeien.

Omdat je met elke hartslag, en elke glimlach, de wereld een klein beetje verder verlicht.

KalkenseMeersen_150.JPG
(c) KV

De vlucht

ZAALING#3

De vlucht 1
(c) Jurgen Walschot

Er is iets geruststellends aan de manier waarop de voorbijglijdende witte strepen op het wegdek niet willen afstemmen op het ritme van zijn hartslag. Hoe hij ook probeert om zich één te voelen met de structuur van het stuur onder zijn handpalm, de ronkende wagen, het asfalt dat als een lang, onverschillig lint van teer onder hem wegschiet, hij en de reis willen niet samenvallen.
Sommige overgangen zijn niet te vermijden, daar heeft hij zich bij neergelegd. Om ergens te zijn, moet je er heen willen gaan. Hij wenste alleen dat hij er al was.

Hij heeft het voor de zoveelste keer verdragen: de drukte van de snelwegstations die over hem heen viel zodra hij moe gereden het autoportier openzwaaide, de plakkerige vuilnisbakken, de rondpikkende kraaien in de bermen, de gore toiletten en de drenzende kinderen tussen de rommel aan de picknicktafels.

Na dat bombardement is de rit hervatten bijna een opluchting.


Zijn vrouw bestudeert de kaart en de kinderen slapen achterin. Het gekwek van de radio ging honderd kilometer geleden al uit. De monotonie van de rit is troost en opgave tegelijk.

Ze hadden het erover voor ze vertrokken: overnachten in een of ander hotelletje halverwege, of doorrijden. Hij houdt niet van tussenstops, als het toch moet, dan liever de korte pijn.
Maar de korte pijn duurt lang, de tijd verstrijkt langzaam en in de stilste hoekjes vergaart zich steeds meer ruis, als stilstaand water in de oksel van een modderige rivier. Ze wisselen van chauffeur. Wisselen nog een keer.

In zijn hoofd draait dezelfde conversatie telkens opnieuw.
‘Een rode driehoek betekent gevaar, hé papa?’
‘Dat klopt.’
‘Zijn de herten hier dan gevaarlijk?’
Hij doet zijn best om niet te glimlachen. ‘Dat zeggen ze wel eens, ja.’
‘Wat doen we, als we zo’n gevaarlijk hert tegenkomen?’
‘Maak je geen zorgen. Over een paar kilometer is het gevaar geweken.’

De vlucht 2
(c) Jurgen Walschot

Ze stoppen net lang genoeg om te wisselen van chauffeur. Hij is blij dat het laatste stuk voor haar is.
Tegen dat de bergen opdoemen, heeft hij de staat bereikt waarop hij zijn ogen nog wel open heeft, maar niet meer registreert wat hij ziet.

Als de lucht ijler wordt met de hoogte, sluit hij de ogen.


Hij zet zich af. De tak veert terug.
Dan is er alleen nog de leegte die hem vangt, een onzichtbaar net waarvan hij de draden voelt die hij instinctief vertrouwt.

Dit is het land waar hij thuishoort, waarnaar hij verlangt zelfs als hij er al is. De glooiende valleien. De ongenaakbare rotspieken die aan hun ruwe naaktheid genoeg hebben om indruk te maken op wie ze – tevergeefs – wil bedwingen. De meren die nu eens het diepe groen van de hellingen weerspiegelen, dan weer het blauw van de lucht, maar die van bovenaf zilveren spiegels zijn, een oppervlak van rimpelingen waar de zon zich aan vasthecht, een golvend kleed dat zich met vanzelfsprekende elegantie drapeert over dat wat in de diepte rust en wacht.

De vlucht 3
(c) Jurgen Walschot

Hij slaat zijn vleugels uit, voelt hoe de lucht er onderdoor glijdt. De buitenste pennen, de ontspannen opkrullende uiteinden van de vlerken die hij strekt met geconcentreerde precisie, strelen de wind als waren het vingers.

Hij voelt de druk van de zon op zijn rug, de massieve stroom van warme lucht onder zijn buik. Het is een zuil die hem draagt, die hem meeneemt naar hoger, naar de plek waar alles wordt losgelaten, alles overzien.

Het licht lacht in stralen en spat uiteen in zijn borst.


ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Zoals elk zaadje groeien onze zaailingen gretig naar het licht,
klein en kwetsbaar, reikend naar hoger.