ZAAILING #63 – Muizenissen


Het was nochtans geen warme dag, laat staan een warme nacht. Maar na wat draaien en keren was het duidelijk – dit zou weer niets worden. De luiken van het Franse hoeveraam stonden op een kiertje. Het vliegenraam werd dubbel gecheckt. Voor het slapengaan had ik zelfs nog een amusant hoofdstukje gelezen waarin de personages godbetert Kerstmis vierden. (Dat komt ervan als je je niet goed informeert over een boek, niks zo vervelend als over de winter lezen in de zomer.)

Een paar uur eerder was ik door een prachtig aangelegde tuin aan het wandelen. Met gesloten ogen herontdekte ik die nu. Ik waadde opnieuw tussen de gigantische bladeren van de heilige lotussen door, nauwlettend in het oog gehouden door de veelogige zaaddozen die als periscopen tussen het groen priemden.

Het prikkelde me meer dan het me tot rust bracht. Ik wisselde van rug naar zij, trok mijn knieën hoog op en bootste de onvolgroeide varens na. Ik ging opnieuw door het bamboe labyrint maar ook deze keer stond ik te snel in een ander deel van de tuin. Ik verdwaalde in gedachten in de veelheid van te volgen lijnen in de schetsen die ik maakte. Misschien moest ik er nog een extra laagje kleur aan toevoegen? Een eerste klus voor de volgende dag? Of een personage toevoegen? Misschien was deze tekening dan wel bruikbaar voor…


Ze liet het centrum van het stadje achter zich. De huizen lagen steeds verder uit elkaar. De keurige tuinen vol struiken en bloemen, moe van de zomer, werden steeds groter. Hier was het goed lopen, alleen jammer dat er niets eetbaars te vinden was. Haar maag plakte als een lege ballon tegen haar ribben.
Plots zag ze ze: grote donkerrode appels, vuistdik. Haar voeten gingen vanzelf sneller. De boom stond in een immense tuin met een smeedijzeren hek eromheen, en dat hek liep zo ver ze kon zien, zonder een poort of een ingang. Er moest een huis zijn, daar ergens achter al het groen, maar de bomen en struiken onttrokken het aan het zicht.
Wie zo’n grote tuin had, kon best wat appels missen. Het hek was geen obstakel: kinderhanden hebben genoeg aan een paar fijne krullen als houvast. In een wip zat ze boven op het hek, balancerend als een vogeltje.
‘Wat denk jij dat je aan het doen bent?’
Ze had hem niet horen aankomen, maar de man stond er opeens, aan de overkant van de straat. Ze hield zich vast aan de spijlen en voelde hoe haar vingers trilden.

‘Over je eigen hek klimmen is toch niet verboden?’ was het eerste wat ze kon bedenken.
‘Jij wóónt daar?’
Ze hoopte vurig dat de eigenaar van de reusachtige tuin, wie het ook was, geen goede kennis was van deze man. Ze keek hem uitdagend aan en knikte.
‘Waarom ga je niet langs de ingang?’
Ze grijnsde. ‘Zie je die hier ergens?’
Hij stak de straat over en kwam op haar af.
Ze nam een besluit, zwaaide haar benen over het hek en met landde met een goed gemikte sprong niet ver van de appelboom.
Eén van de takken hing laag genoeg. Als ze op haar tenen stond, kon ze erbij. Ze plukte een appel en zette haar tanden erin. Ze proefde de donkerrode smaak van opluchting en draaide zich om naar de man aan de andere kant van het hek.
‘Tot ziens, meneer’, lachte ze met volle mond.
Hij zei niets en bleef haar aankijken. Hij had een smal gezicht, en donkere ogen. Met de spijlen tussen hen in had ze plots het gekke gevoel dat hij gevangen zat in een met tralies afgesloten domein, en dat zij zojuist vrij land had bereikt. Ze zwaaide nog eens naar hem en liep toen de tuin in alsof ze er de weg kende.


Het was stil tussen de bomen. Dit was meer een park dan een tuin, meer een bos dan een park. Een beekje stroomde en vormde een vijver, half verborgen tussen het groen. Ze zag een brugje maar nergens een pad dat er naartoe liep, en algauw had ze het gevoel dat het groen haar insloot.
Ze nam nog een hap van de appel en keek achterom. De appelaar kon ze nog zien, maar van waar ze stond, leek het hek verdwenen.

Plots voelde ze zich doodop. Ze koos een boom in de buurt en ging er met haar rug tegenaan zitten. De takken boven haar hoofd ruisten zachtjes. Vlekjes zonlicht dansten tussen de bladeren en over de stammen. Daar bestond een woord voor, wist ze, voor dat licht, maar ze kon het zich niet meer herinneren. Waar zou de man die haar had aangesproken nu zijn? Was hij verder gelopen? Of stond hij nog steeds met zijn sombere ogen aan het hek, te speuren tussen het groen? Misschien kende hij het woord wel. Ze wilde dat ze kon teruggaan om het hem te vragen. Maar denken aan hem maakte haar droevig. Ze was moe. Met een zucht sloot ze haar ogen, heel even maar…


Slaapdronken werd ik me bewust van de geluiden boven mijn hoofd. In oude Franse hoeves slaap je nooit alleen. Overdag dutten de habitués in hun warme schuilplaatsen zodat ze geen energie hoeven te sparen tijdens hun wilde nachten. Eerst dacht ik muizen te horen, maar afgaande op sommige van de eerder lugubere schreeuwen zou het wel eens een familie marters kunnen zijn die boven huishielden, en aan het tumult te horen waren ze het kot aan het afbreken. De kleintjes zaten elkaar achterna, racend in de plafonds, zigzaggend tussen de dakspanten.

Tussen het onophoudelijke gesjirp van de krekels door hoorde ik een uil roepen. Zouden uilen marters eten? Zou er een uil op zolder logeren? Ooit vond ik er kippenschedeltjes. Maar uilen aten toch geen kippen? In gedachten zag ik een majestueuze uil, geruisloos navigerend als een ervaren stuntpiloot, tussen de balken van de stoffige zolder. Uit het niets stortte hij zich met stevige klauwen op zijn prooi. Een stofwolk, gevolgd door scherp gepiep. Dichtklappende vleugels, stilte. Einde film.

Dat uilen muizen eten, is zeker maar of er ook marters op hun menu staan, moest ik maar eens opzoeken. Het was alleszins een goed muizenjaar in deze streek want overdag wemelde het van de roofvogels. Geruisloos lieten ze zich meevoeren door de wind, gedragen door de thermiek, steeds hoger en hoger. Mijn gedachten cirkelden mee de blauwe lucht in… Het grote niets lonkte – tot een groter zoogdier besliste om een plaspauze in te lassen. Een deur knalde, voetstappen in de gang, nog een deur, water stroomde. Zelfs de bovendieren schrokken, want ook op zolder was er geritsel te horen. En mijn slaap koos resoluut het hazepad.

Klaarwakker besloot ik dan maar op te staan en als een nachtdier de trap af te sluipen. Ik zou alvast die tuinprent afwerken. Ware het niet dat dat bewuste schetsboek in de auto was blijven liggen… Op dit uur de luiken opendoen en als een dief in de nacht stilletjes mijn eigen auto openmaken zou de anderen misschien onnodig ongerust en vooral ook wakker maken. Dus sloop ik weinig heldhaftig van het bed naar de zetel.

Ik las wat, nam de digitale krant door en voerde een handvol online gevechten. Zoals altijd merkten de wakkere vogels als eersten dat de zon aan haar werkdag begon. De lamp kon nu wel uit, het natuurlijk licht vond zijn weg langs de kleine ramen naar wat mijn tijdelijke werkplek geworden was: een antieke salontafel met overdreven gedraaide poten midden op een weliswaar zacht Perzisch tapijt. Een lichtstraal viel op mijn opengeslagen schetsboek, het kleinere van de twee dat wel in huis lag en waarin ik zonet een zwarte wouw had zitten tekenen. Met prikkende ogen keek ik het zonlicht tegemoet. Misschien kon ik de voorbije nacht als een extra laagje aan deze schets toe voegen. Of ik kon hem opschrijven.

Terwijl ik de laatste woorden op papier zette, strompelden de dagbewoners de trap af. De geur van verse koffie lokte me naar de ontbijttafel. De bovendieren konden weer gaan rusten.

Tekst en beeld: Jurgen Walschot & Kirstin Vanlierde




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Advertenties

ZAAILING #62 – Tot aan de overkant

(c) Jurgen Walschot


Zullen we de wereld dan maar eens ondersteboven bekijken?
Besluiten dat dit circus nu wel lang
genoeg geduurd heeft en de rollen omdraaien
ook al blijft de wachter aan de ingang trouw op post?

Het universum dijt uit, maar binnenin jouw kristallen bol mag alles
besloten blijven.

Plafonds zijn niet zo verschillend
van vloeren.  Durven we beslissen
– zonder nog van standpunt te veranderen –
dat het leven een dans is
waarvan de muziek best meevalt?

Tot aan de overkant,
kameraad.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Een decennium

Dat de wereld verandert.
En hoe.

Ze zeggen dat je liefde voelt voor je kinderen. Dat is ook zo.
Maar de emotie is maar het topje van de ijsberg.

We noemen het liefde omdat het ons hart meesleurt, en omdat we het niet gewend zijn over onszelf te denken in termen van dierlijk instinct. Nochtans is dat wat ik het eerste voelde, kort na de geboorte al.
Mijn emoties zaten nog achter slot en grendel, op het achterplan gedrongen door het trauma van een bevalling die niet bepaald in de top tien van mijn levensgebeurtenissen prijkt. Ik had in de weken die volgden niet echt baby blues, maar van een roze wolk was totaal geen sprake.

Wat er wel was, was dat instinct. Ik herkende het, en ik moest denken aan onze kater. Ik herinnerde me hoe die vechtersbaas, die geen enkele andere kat in zijn buurt toeliet, zijn eigen jongen voor het eerst besnuffelde en vervolgens minzaam aanvaardde. Hij voelde dat ze van hem waren.

Nu begrijp ik hoe dat werkt, dacht ik. Want ik voelde het ook. Een oerstroom, een verbondenheid die ging tot in het bloed. Een energetische verbondenheid ook, waar dat kleine wezentje zich in nestelde, zijn aura binnen de mijne, veilig, omhuld.

Hij doet het nog altijd: bij mij op schoot komen zitten en zich warmen binnen mijn energieveld. Op momenten dat hij nood heeft aan bevestiging, of een knuffel, of nabijheid. Ik geniet ervan tot in de diepste vezel van mijn lichaam.

En dan springt hij op en is hij weer weg, in zijn eigen ruimte, blij met zijn plek in de wereld, klaar om die te veroveren. Met enthousiasme. Met bedachtzaamheid. Met humor.

Tien jaar.
Ja, de wereld is veranderd. En hoe.

Middeleeuws riddergevecht aanmoedigen (c) KV 2012


Het Stroomt

Wat een heerlijke avond werd de voorstelling van STROOM!

Vrienden, geliefden en collega’s omringden ons op de boekenzolder van Qarfa (Aalst).

Jurgen en ik deden het relaas van onze onwaarschijnlijke ontmoeting(en) en de creatieve vonk die oversloeg, en demonstreerden hoe uit een piepklein zaadje voor een Zaailing een heel boek kon groeien.

Peter Moerenhout van de VOS (Stripgilde Uitgeverij) placeerde een woordje, waarin hij bekende eigenlijk helemaal niet van poëzie te houden – en daar stonden wij begin dit jaar aan zijn deur met een graphic poem – maar toegaf na vier pagina’s STROOM al overstag te gaan, en schoffeerde in een moeite door alle aanwezige dichters in de zaal op de meest ontwapenende en hilarische manier.

We dronken een glas en signeerden zoveel boeken als ons hartverwarmende publiek maar wenste.

 

**

Hier zijn we dan, ruim twee jaar na onze sprong van de klif, dat moment waarop we besloten om elkaar en de creatieve kracht die ons bij elkaar bracht echt te vertrouwen en samen iets te doen wat nog niet eerder gedaan was.

Het stroomt. En hóe. Iedereen die er gisteravond bij was, heeft het gevoeld.
En wij stromen mee – voeten niet helemaal op de grond, ogen op de toekomst.

 

stempel_negatief

(Met dank aan Christophe, Sarah en Wally voor de foto’s)

ZAAILING #37 – Echo

De dingen nog eens overdoen maakt ze minder, toch?

Daar waren we weer, het Zaailing-duo.
Precies een jaar verder, zelfde plaats, zelfde tijd. Met onze beide gezinnen op vakantie bij familie in Zuid-Frankrijk. We liepen een beetje minder synchroon dit keer. Vorig jaar waren de overeenkomsten rustig hallucinant te noemen. Lees er het ontstaan van Zaailing #12 maar op na.

Dat leidde toen tot de eerste van drie Zaailingen die we samen in Frankrijk zouden maken. De inspiratie daarvoor kwam van de prachtige boom die we, zonder dat van elkaar te weten, traditiegetrouw allebei op de heenweg groetten. Zo schreef ik het toen, in Wachtpost:

De stam is nauwelijks dikker geworden. Maar de kroon is wat voller, en die ene kwetsbare tak hangt wat lager. Nog altijd groen, dat wel.
Je kent hem goed, deze boom. Je kijkt naar hem uit tegen het einde van de bochtige klim. Hij is de wachtpost afgetekend tegen de hemel boven de vallei, de silhouet die aangeeft dat de bestemming in zicht is.
Je bent bijna thuis.

Jurgen maakte een tekening, en voegde er een fotocollage bij van al zijn beelden van die bewuste den, genomen in de voorafgaande jaren. Het werd een erg mooie Zaailing.

_ _

 

Dit jaar, bij het langsrijden, keken Christophe en ik samen uit naar de boom. Het was bijna aftellen, want de snelheid op départementals is aangepast van 90 naar 80 kilometer per uur, dus alles ging wat langzamer, en de andere weggebruikers leken hun uiterste best te doen om voor slak of hindernis te spelen. Mijn verbeelding ging zelfs even met mij op de loop, en ik stelde me voor dat hij in het voorbije jaar was omgewaaid of – nog erger – omgehakt. Maar we bereikten het punt van waarop we de majestueuze parasolden konden zien, en hij stond er nog.

Veilig aangekomen, zonder autokuren, schreef ik aan Jurgen (het had de er week voor het vertrek even op geleken dat we met ernstige autopech zouden kampen). Heb onze vriend de parasolden gesalueerd: nog altijd even majestueus. Geen foto gemaakt – that’s your job  😉.

En de foto kwam er natuurlijk, een paar dagen later. Doet hij het weer eventjes, dacht ik toen ik de Instagrampost zag. Wat een beeld. Zonde dat ik geen twee keer bij een gelijkaardige foto kan schrijven.

Maar… wie had ooit gezegd dat dat niet kon? Wie bepaalde de spelregels van dit laten kiemen en Zaaien, als niet wij zelf? Jurgen postte één foto, maar stuurde mij er bovendien nog een tweede. En toen ik die zag, in dubbele belichting, hoorde ik in mijn hoofd een woord: echo. En met dat woord wist ik: het kan.

Bijna dag op dag een jaar na Zaailing #12 krijgt onze dierbare oude parasolden andermaal een plekje in het voetlicht.

 

ZAAILING #37 – Echo

De dingen nog eens overdoen maakt ze minder, toch? Als een echo, weerkaatsend tussen bergwanden, die met elke herhaling zwakker klinkt en steeds meer een herinnering wordt.

Nee, niet elke vorm van herhaling is een verbetering. Maar toch tasten we naar vertrouwde paden voor houvast. En het geeft niet om dezelfde weg meer dan één keer af te leggen, want telkens lezen we het landschap anders. De werkelijkheid is een verhaal met vele lagen, en we hebben herkenningspunten nodig om te weten waar we zijn.

 

echo1 klein.jpg

 

Terug op ons vertrekpunt, lijkt het, langs deze vertrouwde bocht in de weg, in dit verstilde hoekje landschap. Maar aangezien het leven een spiraal is, lopen we niet in kringetjes. En elke winding hoger is tegelijk een laag dieper, een echo die een nieuwe frequentie toevoegt aan al datgene wat al samen resoneert.

We kijken reikhalzend uit naar de wachtpost op de heuvel, en hij stelt niet teleur. Dat ons tijdens het langsrijden maar een paar seconden samen vergund is, deert niet. De mooiste dingen zijn vluchtig.
Achterom kijken doen we met een jaarring meer, naar datgene wat ontgroeid werd.

 

echo klein

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

 

La Falaise des Vautours

Voorspelbaar, nietwaar?

Als je mijn blog een beetje volgt, dan weet je dat ik een voorliefde heb voor gieren, vale gieren in het bijzonder. Dus toen ik ontdekte dat er in de lagere Pyreneeën een plek was die la Falaise des Vautours heet, twee uur westwaarts van Gavarnie, werd dat meteen een volgende stop op onze trip door de bergen.

Het schitterende weer van onze bergwandeling bleef niet duren – de dag van onze overweldigende ontmoeting met de Cirque de Gavarnie bleek in feite de enige zonnige. Tegen de tijd dat we de dorpjes van Aste-Béon bereikten en parkeerden aan het gierenmuseum aan de voet van de kliffen, waren de wanden maar half zichtbaar doorheen de laaghangende laag wolken. Het zorgde voor wat mooie foto’s in Japanse sfeer.

 

IMG_1559 (2) klein
(c) KV

 

In dit weer wist ik wel beter dan hoge verwachtingen te koesteren, maar toen…

 

IMG_1571 (3) klein
(c) KV

 

Daar waren ze.

 

IMG_1576 (2) kleinIMG_1612 (2) klein

 

We zagen er op een gegeven moment wel vijftien of twintig tegelijk rondcirkelen, in die typische, langzame kringen, met hun enorme vleugels (2,5 meter!) uitgestrekt, koninklijk en moeiteloos gedragen op de thermiek.

Toen het lokale milieubeschermingsprogramma in de jaren zeventig uitgerold werd, broedden er veertien koppels op de kliffen, en hun aantallen slonken zienderogen. Vandaag biedt de Falaise des Vautours een thuis aan honderd broedparen van de vale gier, en zowel de kleinere Egyptische gier als de nog grotere rode gypaète (lammergier) zijn er met vaste regelmaat te gast.

Hoeveel zegeningen kan een mens krijgen op één bergtrip, vraag ik me af.

 

IMG_1568 (2) klein
(c) KV

 


 

Voor een beter zicht op de foto’s, klik hier.

Een thuis voor de ziel #2

IMG_1428 (2) klein
(c) KV

 

“En wanneer ik die andere plek vind waarnaar ik lijk te zoeken, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.
Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.”

 

Zo schreef ik het een jaar geleden in Een thuis voor de ziel. Nieuwe plaatsen ontdekken confronteert mij telkens weer met hoezeer de overbevolkte, drukke nevelstad die Vlaanderen steeds meer wordt, ingaat tegen wat mijn ziel verlangt en nodig heeft. Er zijn weinig dingen die mij zo gelukkig kunnen maken als het zicht op een beboste heuvel, een riviertje met rotsbedding, een glooiende horizon zonder gebouwen of andere menselijke constructies om het uitzicht te bederven. Telkens weer betrap ik mezelf op de gedachte: als ik hier maar wat meer van kon hebben in mijn dagelijks leven!

Terugkeren naar huis is daarom zelden een heuglijke gebeurtenis. Om eerlijk te zijn weet ik wel niet echt zeker of het het einde van de vakantie is dat ik betreur, of alleen de onvermijdelijke terugkeer naar Vlaanderen. En zodra ik mijn dagelijkse routine van werk, familie en vrienden weer opgenomen heb, raak ik ook weer snel gewoon aan mijn omgeving. Zo slecht is die tenslotte ook weer niet. En hoezeer ik mijn hart ook voel zwellen bij het zicht van een bergtop in de ochtendzon, ik weet wel beter dan te denken dat ik geschikt ben voor het leven in een hooggebergte. Wat zou ik daar moeten gaan doen, geiten hoeden? Kaas maken? Een B&B openen? Ik heb al een grondige hekel aan de huishoudelijke klussen in ons gezinnetje van drie! Schrijven kan ik natuurlijk overal, maar ik verdien op dit moment nog geen fractie van wat ik zou nodig hebben om er drie mensen van te onderhouden. Kortom: een mens moet verstandig zijn, nietwaar?

Op onze reis door Italië ontmoetten we vorig jaar een Belgisch koppel dat mijn tegenzin voor huishoudelijkheid niet deelt, en effectief een B&B opende in een charmant Middeleeuws dorpje. Onze gastvrouw vertelde me toen hoe ze had gehuild toen ze na haar eerste bezoek aan de plek opnieuw moest vertrekken. “Ik wilde niet weg”, zei ze. “Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.”
Haar woorden vormden de inspiratie voor de blog van vorig jaar, want ik was best jaloers op haar. Ik was nog nooit een plek tegengekomen die me zo’n gevoel gegeven had. Ik voelde me zelfs verlorener door haar verhaal, ook thuis. Maar het maakte mij wel bewuster.

Nu heb ik, voor het eerst, een gelijkaardige ervaring gehad.

 

IMG_1394 (2) klein
(c) KV

_ _

We wilden deze zomer weer een korte trip naar de bergen maken. Van mijn Franse schoonbroer, die ons twee jaar geleden al eens meenam naar de Pyreneeën, hoorden we dat de Cirque de Gavarnie beslist een bezoek waard was.
Wij hadden er nog nooit van gehoord, maar de plek bleek Unesco Werelderfgoed te zijn, en te oordelen naar de foto’s online was het inderdaad erg mooi: een keteldal aan de voet van de eeuwig besneeuwde toppen van de Pic du Marboré en le Taillon, met een tapijt van alpenweide naan hun voeten, onophoudelijk bevloeid door watervallen van smeltsneeuw.
Omwille van haar schoonheid en faam is de Cirque een populaire bestemming, zowel voor dagjestoeristen die de wandeling van een viertal kilometer naar de bodem van het keteldal willen maken, als voor meer ervaren bergwandelaars op doorreis of die naar een van de nog hoger gelegen meren willen klimmen.

Het dorpje Gavarnie, toegangspoort tot het keteldal, ligt aan het einde van een doodlopende weg. Iedereen die er heen rijdt, moet uiteindelijk terug langs herzelfde smalle kronkelweggetje met de rotswand aan een kant en het tumultueuze bergriviertje Gave aan de andere. Het is bij momenten nogal veel verkeer voor één smal baantje. Wij kwamen aan op het einde van een regenachtige dag, en we leken de enigen die nog naar boven wilden. Een onophoudelijke stroom van auto’s, bestelwagens en bussen kwam ons tegemoet, op hun weg naar beneden. Het weer was omgeslagen, dus de massa maakte zich uit de voeten. Het had iets van oproeien tegen de stroom.
Maar tegen dat we ons avondeten op hadden in wat nu weer een zeer rustig klein bergdorpje was, verdampten de wolken en kregen we een eerste blik op de majestueuze wanden van de Cirque in de verte, beschenen door de avondzon.

De volgende dag hadden we stralend weer. Helderblauwe lucht, aangename temperaturen om te wandelen. Dankzij de tip van een ander koppel in dezelfde Bed & Breakfast besloten we om niet de stroom van wandelaars te volgen langs de hoofdweg naar de Cirque, maar om een langere tocht te maken. Daardoor klommen we eerst een paar uur (400 meter niveauverschil, wat ons tot op ongeveer 1800 meter hoogte bracht), en de rest van de wandeling konden we op dezelfde hoogte blijven, en vervolgens geleidelijk wat afdalen, door bossen en langs kliffen. Het werd de mooiste wandeling die ik ooit maakte.

Het Parc National des Pyrenées heeft een ongelooflijk rijke fauna en flora, die voortdurend verandert al naar gelang de hoogte. Hellingen vol blauwe irissen, paarse campanulaklokjes, helleborussen die amper uitgebloeid waren, elegante witte schermbloemen, verschillende soorten varens en volop bloeiende vetplanten, een taai soort beuken, gigantische pijnbomen en grillige dwergdennen, allerlei planten die ik kenden en nog veel meer die ik niet kende, uitbundig bloeiend in de weiden of halstarrig omhoogschietend uit rotsspleten.

 

 

We picknickten op een lommerrijk plekje langs het pad, met onze rug naar de rots en voor ons een uitzicht waarmee niet te concurreren valt (tweede foto van deze blog). Kort na de middag kwamen we ten slotte aan bij de Cirque.

Het was er druk. Aan de mond van het keteldal, waar het makkelijke pad eindige dat door de meesten gevolgd werd, stond een heus hotel met bar en restaurant. De rust van het eenzame bergpad maakte meteen plaats voor iets wat veel toeristischer aanvoelde. We dronken een glas in de schaduw, en keken toe hoe de wandelaars de laatste meters van het pad aflegden, sommigen zelfs te paard of met een ezel aan de hand, met daarop een kind. Het contrast met onze tocht kon niet groter zijn. (We vragen ons trouwens nog steeds af hoe dat hotel er ooit in slaagt bevoorraad te worden, want zelfs het ‘makkelijke’ pad is ongeschikt voor zowat elke vorm van gemotoriseerd vervoer.)

Ik ben gewoonlijk de eerste om te vluchten voor dit soort drukte. De energie van te veel mensen samen op één plek overstemt al te vaak het natuurlijk gevoel van een locatie, en het landschap wordt gedegradeerd tot decor. Meestal vertrek ik van zo’n plek met iets van teleurstelling dat wij mensen niet beter weten en er niet in slagen zoiets moois met rust te laten.
Het verraste me dus wel dat de troep kleurrijke wandelaars me in het geheel niet stoorde. Ik was me wel bewust van hun aanwezigheid, maar alle dingen die drukte een uitdaging maken voor mij (lawaai, nabijheid, teveel mentale en emotionele stoorzenders op te veel verschillende frequenties) leken hier niet van toepassing. Hoeveel volk er ook rondliep, de omvang van het landschap overklaste alles moeiteloos.

 

IMG_1459 (2) klein
(c) KV

 

Dat gevoel bleef aanhouden toen we het keteldal zelf in gingen. Daar liepen ook heel veel mensen, op het pad of ergens ernaast, onder meer omdat de route die naar de voet van de grootste waterval leidde niet bepaald helder aangeduid stond. Blijkbaar moesten we daarvoor zelfs een stuk gletsjer over, en omdat dat niet duidelijk was en ik er niet gerust op was om zo’n breed stuk ijs over te steken, kwamen we terecht langs de verkeerde kant van de Gave (op dat punt weinig meer dan een woeste, brede bergbeek, maar niettemin niet veilig over te steken) en hadden we de keuze: een heel eind terugkeren en toch over die gletsjer heen, aansluiten in het rijtje mieren van wandelaars in de verte, of blijven waar we waren en van het uitzicht genieten. We kozen voor het laatste.

 

IMG_1492 (2) klein
(c) KV

 

Ik zat op een groot rotsblok een eindje boven het riviertje, en keek naar de immense rotswanden en het water dat zich van alle kanten over hun randen naar beneden stortte. Ik kreeg het gevoel dat er niets was wat dit dal van zijn stuk kon brengen. De rotsen, oprijzend vanuit de wortels van de aarde, leken in staat om de wereld zelf te torsen. De watervallen zorgden voor een stromend element, en de wijsheid van loslaten. Het voelde als een perfect yin-yang evenwicht, een immens krachtige plek, onophoudelijk veranderend, tijdloos.
Zwarte kraaiachtigen met gele bekken vlogen als acrobaten op de wind die ook de namiddagwolken meebracht. Bloemen groeiden onverstoorbaar in rotsspleten. De rivier zong zijn luidruchtige lied, ongehinderd door wat voor zwerfkeien of steenbrokken dan ook. En de grote waterval waar we naar keken, aan het andere eind van het dal, veranderde van gezicht met elk wolkje dat passeerde.

Soms kan een plek zo groot en zo juist zijn dat al wat je wil, is om er op een of andere manier deel van te mogen uitmaken.

 

IMG_1504 (2) klein
(c) KV

 

_ _

 

Vanmorgen hadden de wolken het hele dal van Gavarnie gevuld met dikke, grijze mist. We konden amper de auto op de oprit onderscheiden. De Cirque, ver weg hogerop, was totaal onzichtbaar. Ik voelde het aan me trekken terwijl ik bij de voorbereiding van ons vertrek de tassen in de koffer van de wagen stak: het gevoel dat ik niet weg wilde.
Ook dit verraste mij. Rationeel gezien was er niets voor mij op deze plek, in dit kleine bergdorpje dat alleen leek te bestaan bij de gratie van eindeloze stromen wandelaars in de zomer en skiërs in de winter.
Op elke andere plaats zou ik mijn schouders opgehaald hebben en gedacht: mooie wandeling, prachtige berg, misschien komen we hier nog wel eens terug, maar nu: wegwezen! Of zelfs iets van teleurstelling: nee, hier is het ook niet, de plek die ik zoek.
Dit keer was het anders.

Terwijl ik de auto langzaam langs het smalle baantje stuurde, stroomafwaarts mee met de Gave op weg naar lagere heuvels, voelde ik hoe mijn aarzeling groeide tot droefheid. Ik wilde niet weg. Iets in deze rotsen, in deze rivier, sprak tegen mij op een manier die ik nog nergens anders had ervaren. Vertrekken voelde als een navelstreng doorknippen, met dat verschil dat menselijke navelstrengen bedoeld zijn om door te knippen als het kind wil kunnen leven, en dat deze verbinding verbreken helemaal niet juist voelde.

Het was duidelijk: dit was wat mij betrof geen plek als de andere. Dit was, om een of andere ondefinieerbare reden, thuis.

Ik weet nog niet hoe ik aan de slag zal gaan met deze ervaring, en wat de invloed ervan op mijn leven zal zijn. Wat ik heb gevoeld, is bijzonder genoeg om een belangrijk verschil te maken.
Op dit moment koester ik gewoon het feit dat ik me triest en een beetje verloren voel, op een heel andere manier dan vroeger. Want er bestaat ten minste één plek op aarde, weet ik nu, waar ik mij niét verloren voel.

Nu mijn ziel weet wat het is om thuis te zijn, wordt door de wereld dwalen op een of andere manier iets makkelijker te verdragen.

En wie weet waar het volgende pad heen leidt.

 

IMG_1482 (2) klein
(c) KV

x

Loskoppelen

IMG_0958 ed cut.jpg
Torenvalk (c) KV

 

Het was even geleden dat ik het nog bewust gedaan had, maar ik heb me een tijdje losgekoppeld. Te moe om op consequente basis te schrijven, tot de rand gevuld met al het werk van het afgelopen jaar, op zoveel vlakken tegelijk, en veel daarvan via digitale kanalen. Een mensenhoofd heeft nu eenmaal grenzen.

Mezelf toestaan om een paar dagen alleen maar te lezen was al deugddoend, om maar iets te zeggen. En aangezien de plaats waar dat kon mijn ouderlijk huis in Fauch (Zuid-Frankrijk) was, met het weergaloos mooie uitzicht en omringd door een stilte zo diep dat elk geluid er drie keer scherper klinkt, was dat best een weldadige ervaring.

 

IMG_1087 (2).JPG
Zonsondergang met stormwolken en regen, van op het terras in Fauch (c) KV

 

Maar mij terugtrekken uit de wereld van werk en routine betekent gewoonlijk ook duidelijker tegen mijzelf aan lopen.

Hoe verloopt mijn leven voor het moment? Waar steek ik mijn energie in, beroepshalve en persoonlijk, creatief en emotioneel, en hoe waardevol zijn die keuzes gebleken? Verschijnen er opties aan de horizon die ik tot nu toe nog niet serieus overwogen had, maar die toch ernstig potentieel lijken in te houden?

Je moet vertragen en wat afstand nemen om de dingen helderder te zien en betere beslissingen te kunnen nemen, met een frisse geest.

Tijd doorbrengen met mijn ouders houdt ook onvermijdelijk de evenwichtsoefening in tussen oude patronen en nieuwe manieren om elkaar te omarmen. We hebben allemaal behoorlijk wat weg afgelegd om de ander te leren begrijpen en respecteren, maar soms betrap ik mezelf toch op de heimelijke wens dat ik mij op een of andere manier ook van deze vertrouwde gezinsdynamiek kon loskoppelen.
Hoe zou het zijn om iemand helemaal anders te zijn, vraag ik mij af, iemand die opgroeide in een totaal andere context en heel andere ervaringen had opgedaan? Hoeveel van mij is van mijzelf, en hoeveel is een antwoord op mijn omgeving – met haar schoonheid en liefde, met haar uitdagingen?

Het is een onmogelijke vraag, omdat we nooit stoppen om de kinderen van onze ouders te zijn, en zij houden er nooit mee op onze ouders te zijn. Als er een web is dat niet ontward kan worden, een draad die nooit echt ontkoppeld kan worden, dat is het deze.
Maar het is geen belachelijke vraag, want ze laat mij dieper in mijzelf graven. Ze zorgt ervoor dat ik mezelf en mijn persoonlijke gedragingen in vraag stel, op een manier die alles behalve zinloos is.

We trekken er een paar dagen op uit naar de Pyreneeën: mijn man, onze zoon van negen en ik. Ik kijk er naar uit om nieuwe horizonten te ontdekken.

Nog een voordeel van jezelf loskoppelen: er zijn geen kabels meer waaraan je voor anker ligt, geen draden meer om je tegen te houden.

Ik ben nieuwsgierig waar deze vrije vlucht me heen zal brengen, en welke nieuwe vergezichten hij voor mij in petto heeft.

 

IMG_0943 ed cut.jpg
Rode wouw, een veel voorkomende roofvogel in de streek van Albi, maar pas dit jaar slaagde ik er in om een deftige foto te maken (c) KV

 

Hout vasthouden

Melancholisch gemijmer bij het vertrek uit Frankrijk

 

Kiki 5 145 klein
La Place Des Retraités (bordje aan de muur staat helaas niet op de foto) – aka La Douce France En Hiver (c) KV

 

‘We hebben het werk dat dit huis en het terrein er omheen vraagt misschien wel wat onderschat,’ zegt mijn moeder me tijdens de autorit naar Albi, waar er een heerlijke lunch op het programma staat in een van hun vaste restaurantjes, waar ze door de eigenaars én de kelners begroet worden als familie. ‘Als ik de hele oefening nu over moest doen, dan zou ik misschien heel andere beslissingen nemen.’

Niet dat mijn ouders er spijt van hebben dat ze in Frankrijk zijn gaan wonen, maar ’s winters kan het toch wel erg guur worden waar zij zijn neergestreken. En die kleine bungalow naast het grote woonhuis was wel bijzonder praktisch met het oog op de oudste dochter (ik) die zou afkomen met echtgenoot plus twee stiefzonen plus peuterkleinzoon, maar nu gebeurt het maar zelden meer dat we alle vijf samen op het appel zijn, want de oudsten zijn intussen veel zelfstandiger geworden en geven er de voorkeur aan om op andere tijdstippen te landen, met vrienden in plaats van (stief)ouders. En dus hebben mama en papa altijd veel ruimte voor gasten, maar ook niet voortdurend meer zin in veel volk.

‘Ik weet niet waar we zullen zijn binnen tien jaar,’ mijmert mijn moeder. ‘Maar daar wil ik ook niet te veel bij stilstaan, we proberen te leven in het nu.’

 

Kiki 5 020 ed cut2 klein
(c) KV

 

Ik ook. Ik leef in een ‘nu’ waarin mijn beide ouders nog steeds gezond zijn. Waarin ze ouder worden en hun beste vrienden, die troep personages die recht uit de betere Franse komedie ontsnapt lijken, ook een dagje ouder worden, maar alles bij elkaar doen ze het nog behoorlijk goed.

Ze herinneren zich niet alles even vlotjes meer als vroeger. Er zijn operaties geweest en doktersbezoeken, controles en medicatie. Er is het huis dat vervelend veel herstellingen nodig heeft, en het zwembad en de tuin die in de lente in orde moeten gebracht worden. Niet door henzelf, maar door iemand die daarvoor moet langskomen en die altijd vertraging heeft, of niet komt opdagen, of veel te duur is.

Ik vertrek morgen terug naar België, en ik ben dankbaar om mijn ouders achter te laten in goede gezondheid en met een goed humeur. Ik weet dat ik mijn zegeningen moet tellen. Wat ik weet even goed dat er een tijd komt dat ik naar het zuiden zal vliegen – of rijden – om te helpen met kwesties van een veel complexere financiële of medische aard. Over tien jaar? Vijftien? Vijf? Ik kan me de omvang van de onderneming zelfs niet voorstellen mocht er aan een van beiden iets gebeuren en de ander zou verhuizen naar een appartement in Albi, laat staan België. De gedachte alleen al vervult me met vroegtijdig verdriet. Ik weet wel dat ik er niet alleen zal voorstaan. Mijn zus, mijn man, vrienden en kinderen zullen klaarstaan om te helpen, oplossingen te bedenken en ze uit te voeren. Maar toch.

Waarschijnlijk hoort dit gewoon bij de melancholie van vertrekken. Ik aanvaard ze voor wat ze is, en bid in stilte dat mijn ouders hier nog veel gelukkige, gezonde jaren mogen kennen.
Ik zie ze voor me, omringd door iedereen die hen graag ziet. De zon schijnt, en er zijn vrienden van alle hoeken van Europa. In het zwembad spelen kinderen, en de tafel is gedekt met lekker eten. Hoog in de lucht cirkelen de buizerds en de valken waar we zo van houden.

Dat is een goed beeld. Hout vasthouden.
Of zoals de Fransen het zeggen: touchons du bois.

 

Kiki 5 043 ed cut klein
(c) KV

Een goed nest

Ik zit in het bureau van mijn vader en ik schrijf. Nu en dan kijk ik op naar de bomen naast het huis, waar een koppel eksters een nest bouwen. Ik sla hun vorderingen gade met een glimlach.

Ze werken methodisch en gefocust. Soms vliegen ze allebei uit voor geschikte takjes, soms blijft er een in het nest terwijl de ander op zoek gaat naar meer materiaal. Soms komt de ene terug en vindt degene die achterbleef in het nest dat het tijd wordt om van rol te wisselen en vertrekt op zijn beurt zowat meteen.
Op zeker moment kon ik me de ergernis van een van beide bijna voorstellen toen de ander kwam aangevlogen met een tak die zo lang was dat hij ongeveer drie keer om het nest heen kon gewonden worden. Hoe wil je in godsnaam dat ik die erin gepast krijg, leek die in het nest te zeggen.
Soms werken ze samen om alles te schikken en in elkaar te puzzelen, met een van beide op de rand van het nest, of zelfs eronder, om een al te lange tak een stukje lager te trekken.

 

Kiki 4 015 ed klein
(c) KV

 

Ik ben ondertussen al veertig jaar het kind van mijn ouders, en hoewel ons huis altijd een soort tijdelijk toevluchtsoord is geweest voor jonge mensen met nood aan een stabiele thuis, ligt de tijd van nesten bouwen en jonkies opvoeden nu toch wel al een hele tijd achter hen. Ik ben van onder hun vleugels vandaan gegroeid en ben mijn eigen nest gaan bouwen. Nu ben ik zelf ouder. Maar op een of andere manier voelt het toch ook altijd goed om even terug te zijn.

We hebben samen nog een heleboel vakanties doorgebracht, maar echt samengewoond hebben we niet meer, niet als het kerngezin dat we ooit waren, een zeldzame week waarin mijn zus en ik allebei naar Frankrijk afzakten zonder partners niet te na gesproken. En zelfs toen waren er kleinkinderen bij, als ik het me goed herinner. Dat is prima, zo gaan die dingen nu eenmaal.

Sinds wij volwassen zijn, doen mijn ouders bewust moeite om niet te veel parentaal gezag meer te laten gelden. Zelfs al kunnen ze er uitgesproken meningen op nahouden, ze respecteren ook de onze. Geen ‘ik ben hier de ouder en jij bent mij eeuwige trouw en  gehoorzaamheid verschuldigd’-gedoe hier. Onze discussies kunnen ten andere wel levendig zijn.

Recent, zeker sinds ik zelf in mijn kracht ben gekomen als volwassen vrouw en moeder, voelen mijn mama en ik ons op sommige vlakken behoorlijk hecht verbonden. We maken, om het zo te zeggen, deel uit van een universeel ‘vrouwengeslacht’. Het leeftijdsverschil tussen ons is uiteraard hetzelfde als altijd, maar we voelen ons nu veel meer deel van dezelfde traditie, als een volwassene en een oudere, dan we waren als jong meisje en haar moeder. Het is een evolutie die we allebei verwelkomen en appreciëren.

Mijn verblijf hier bij mijn ouders (het is pas de tweede keer dat ik op mijn eentje bij ze in Frankrijk ben) is het niet anders. Wij zijn een stam, een nest, maar zelfs al ben ik hun nageslacht en zal ik dat altijd blijven, we omarmen elkaar wel als gelijken.

 

GP 5 029
Geen maand na haar longoperatie gaat mama al dapper mee de honden uitlaten – met een ingelaste knuffelstop nu en dan (c) KV

 

 

Mijn mama geneest goed. Maar mooier nog om te zien dan de vorderingen die ze maakt, is hoe mijn ouders met elkaar omgaan. Ze hebben in de loop van de jaren hun meningsverschillen en conflicten gehad, maar in zekere zin was mama’s klaplong en het feit dat ze een zware operatie moest ondergaan om meer van hetzelfde in de toekomst te vermijden een cadeau voor hun relatie. Mijn vader verzorgt haar met een hartverwarmende toewijding, en mama is erkentelijk en dankbaar op de best mogelijke manier. Ze plagen elkaar, ze lachen veel en ze zijn heel innig. Bij momenten heb ik het gevoel dat ik twee oude pubers elkaar zie herontdekken, op een mooiere manier dan daarvoor.

Soms moet je naar de hel en terug om dit soort mirakel te krijgen, zoals mijn mama het uitdrukt. De serieuze emotionele confrontatie die ze vorige zomer hadden en mijn mama’s fysieke toestand deze winter kunnen beslist omschreven worden als een kleine hel. Maar óf ze er sterker uitkomen.

Ik ben blij om hier te zijn, blij om te helpen met kleine dingen, blij om in hun gezelschap te zijn en hen gade te slaan in hun dagelijkse bezigheden.

Dit is nog altijd een warm nest. Het is fijn om thuis te zijn.

 

Kiki 4 011 ed cut klein
(c) KV