Rug aan rug

De kleur van de Janusdagen

 

J&A SGR_062 klein
(c) KV

 

De feestdagen zijn al even voorbij, en vanavond is de schoolvakantie dat ook. Terug naar het dagelijks leven, back to normal, met een heel jaar dat zich lang en breed voor ons uitstrekt.

Ik heb wel het gevoel dat ik het oude jaar nog niet helemaal heb afgelegd. Het beeld dat ik heb van de afgelopen weken (de laatste twee voor Nieuwjaar, de eerste twee erna) is dat van Janus, de god met de twee gezichten die waakt over bruggen en doorgangen. Een van zijn gezichten kijkt vooruit, het andere kijkt achterom.

De jaren staan rug aan rug, en wij bevinden ons pal in het midden, op de spil tussen de twee.

Er is een excentrieke astroloog die zich Kaypacha noemt, een gekke oude hippie-vogel naar wiens praatje ik graag luister omdat hij vaak wijze dingen te vertellen heeft. 2017 noemde hij ‘het jaar van het Einde van Illusies’. Oude patronen, zowel op persoonlijk vlak als in de samenleving, kwamen duidelijker dan ooit aan de oppervlakte. Oude wonden en gewoonten vielen niet meer te verbergen… Sommige daarvan hebben we aan den lijve ervaren, andere speelden zich verder van ons eigen bed af. Maar de verschuivingen op geopolitiek en ecologisch vlak zorgden alvast voor een heleboel opwaaiend stof, en sommige stemmen die er al veel te lang het zwijgen toe hadden gedaan (#Metoo, iemand?), lieten luid en duidelijk van zich horen, en zijn niet van plan om zich nog te laten muilkorven.
Tezelfdertijd werden onze innerlijke kracht en onze persoonlijke waarheden ook naar de openbaarheid gedreven, zodat wij zelf noch de wereld ze nog langer konden negeren, of we daar nu echt klaar voor waren of niet. We kregen een aantal onzachte confrontaties en schokken te verwerken, met onszelf en met onze omgeving. Maar we ontdekten ook, soms heel onverwacht, kracht en schoonheid die klaar waren om uit volle borst te zingen of het luchtruim te kiezen.

 

J&A SGR_045 ed klein
(c) KV

 

En wat heeft mijn astologische vogel te zeggen over 2018? Hou je vast: hij noemt het ‘het jaar van Alchemische Transformatie’, waarin alles wat we het voorgaande jaar in de steigers hebben gezet een concreter, duidelijker vorm aanneemt en op tastbare manieren in de materie wil worden gebracht. Zoals alle transformaties kan dat intens en soms zelfs beangstigend zijn, omdat een en ander werkelijkheid wordt. Misschien is het zelfs wat explosief nu en dan (ik krijg zo’n beeld van een stripfiguur die uit zijn laboratorium komt gezwalkt met een zwartgeblakerde tronie en zijn haar rechtop), maar het kan net zo goed enorm veel voldoening geven.

In mijn eigen leven zie ik daar behoorlijk veel van aan het werk. 2017 was inderdaad een jaar waarin ik een aantal diepgewortelde, oude angsten en patronen onder ogen moest zien, maar het was ook het jaar waarin ik op allerlei vlakken stopte mij te verbergen.
En voor 2018 zijn er al een aantal zeer concrete stappen gezet, of ze staan in de steigers.

Op de redactie waar ik werk, is het publicatieritme verlegd van tweewekelijks naar maandelijks, en de stukken die we schrijven, vragen een andere insteek (meer schermgericht en lezersgericht, minder diepgravend journalistiek). Dat is een omschakeling van formaat, en het is geen eenvoudige. Ik ben nog altijd bezig de concrete gevolgen ervan te verteren. Daarnaast is mijn werktijd, die tijdelijk was uitgebreid tot 3/5, opnieuw teruggebracht tot halftijds sinds begin dit jaar. Maar met de werkdagen op een slimme manier gegroepeerd levert dit mij een werkschema op dat me zowel duidelijke focus op het werk toestaat als goed omlijnde creatieve tijd thuis.

 

J&A SGR_046 ed klein.jpg
(c) KV

 

Ook op spiritueel, creatief en mijn-stem-laten-horen vlak zijn de dingen aan het bewegen. Later deze maand mag ik een heel fijne lezing geven over een van mijn boeken (in Nederland nog wel), we spelen een concert met de MooiE ManneN in februari, en ik plan vier SeizoensKringen in de loop van het jaar.

Jurgen en ik hebben het over concrete projecten, en we plannen zowel een reeks postkaarten als een eerste jaargang van Zaailingen in boekvorm. We werken ook al een tijdje parallel aan Zaailingen gebaseerd op foto’s in plaats van prenten of tekeningen, en we verkennen manieren om die in een uitgegeven vorm te gieten. We naderen een Nederlandstalige publicatie van de kleine graphic novel Stroom (voor een voorproefje, zie de beelden in deze blog). Er zit een samenwerking rond de installatie van een bevriende kunstenares in de pijplijn, er is een taverne die interesse heeft om ons werk aan de muur te hangen, er wordt luidop nagedacht over een webshop…

Ja, 2018 kondigt zichzelf aan als een jaar van praktisch werk, en in de meeste gevallen voelt dat beslist prima!

(Anderzijds is er natuurlijk ook de hal die dringend geschilderd moet, tuinwerk dat heel erg nodig wordt, het herinrichten van de kinderkamers, de strijk die zich in bergketens blijft opstapelen en nog veel meer van dat door en door praktisch werk waar ik niet bepaald dol op ben. Maar een mens kan niet alles hebben…)

Dus geniet ik van de kleur van deze laatste Janusdagen, ingeklemd tussen het oude jaar en het nieuwe. Ik blik terug op alles wat ik heb geleerd en ontdekt. En ik kijk uit naar alles wat op het punt staat uit te botten, open te bloeien en alchemisch te transformeren tot iets tastbaars en echts.

En als er iets is wat riskeert om spontaan te gaan ontbranden, zal ik ook wel even waarschuwen. 😉

 

J&A SGR_063 klein.JPG
(c) KV
Advertenties

Licht

De ogen van de bedelaarster aan de ingang van het station

Barcelona_029 ed cut
(c) KV – licht stroomt door de glasramen in de Sagrada Familia, Barcelona

Licht is altijd een bron van inspiratie voor mij.
Nee, schrap dat.

Licht is een fysieke ervaring, een zintuiglijk hoogtepunt dat me vervult met iets wat ik niet echt kan benoemen, en wat achteraf altijd weer geuit wil worden, de wereld in. Doorheen woorden, een lied, een emotie.
Gewoonlijk maakt licht mij gelukkig op de fijnste manier.
Soms, echter, stemt het mij droef.

Als ik naar het werk pendel, moet ik overstappen in Brussel-Noord. Mijn eindstation is wat de kinderen het station van dinomuseum noemen. Volwassenen kennen het als een van de stations het dichtst bij het Europees Parlement. Het dichtstbijzijnde metrostation, Maalbeek, was het doelwit van de terroristische aanslag vorig jaar.

Er wordt gewerkt aan dat specifieke spoor. Treinen naar Namen of Luik worden omgeleid op de lange afstand. Daarom stap ik al twee weken af in Brussel-Centraal, om vandaar te voet naar mijn kantoor te lopen, een wandeling van twintig minuten.
Dat is niet echt ver, maar (1) wel bergop, (2) mijn astmalongen zijn niet in topvorm en (3) de luchtkwaliteit van onze hoofdstad is de slechtste van het land. Maar ik vind overvolle bussen en metrostellen nog erger dan uitlaatgassen, dus loop ik toch.

Aan de uitgang waarlangs ik het station verlaat, zit een vrouw. Ze moet een jaar of vijftig zijn. Ze ziet er moe, verwaaid en triest uit. Ze bezet een hoek en houdt een beker vast. Elke voorbijganger begroet ze met dezelfde ‘Bonjour. Merci.’, een zielig, onophoudelijk deuntje terwijl de pendelaars langs haar heen stromen.
Ik werp met plezier een muntje in de openstaande vioolkist van een straatmuzikant, maar met bedelaars weet ik me geen raad. Het wordt moeilijk, na een tijd, om alle menselijke ellende die je ziet in de straten van de hoofdstad nog te verteren. Mijn hart is verscheurd, mijn verstand vertelt me dat ik onmogelijk al die mensen te eten kan geven, en soms deins ik gewoon terug voor hun miserie of hun vijandigheid. Ik voel me een lafaard, en ik ben er waarschijnlijk een, zoals ik me langs hen haast, en probeer hen niet aan te kijken.

Iets aan de vrouw bij de uitgang van Brussel-Centraal was anders. Of misschien was ik die ochtend anders. De roltrap bracht me naar boven en voor een moment waren we op dezelfde ooghoogte. Terwijl ik van de roltrap stapte en naar de uitgang liep, zei ze, zoals tegen iedereen: ‘Bonjour’. Ik glimlachte. ‘Bonjour.’

Het licht in haar ogen.

Ik geloof dat ze gelukkiger was met mijn simpele antwoord dan met wat voor som ik haar ook had toegestopt.
Voor een ogenblik waren we gewoon twee zielen die een oprechte ontmoeting hadden.

Ik heb haar sindsdien nog een aantal keer gezien, zittend op haar plekje waar ik de dag in stap.
Ze herkent me. We glimlachen en groeten elkaar.

Ik geef haar geen geld, maar wel iets anders, geloof ik.
Als de onderhoudswerken aan mijn treinverbinding achter de rug zijn en mijn pendelroutine zich hervat als vanouds, zal ik haar missen.

Bxl city_251 cut
(c) KV – Brussel, Europese wijk

De onhoudbare spagaat tussen wet en werkelijkheid

Twee maanden geleden regende het over de hele wereld bittere verontwaardiging naar aanleiding van de Panama Papers. Er waren al eerder schandalen waarbij klokkenluiders grote risico’s namen om oneerbare praktijken, vaak van financiële aard, aan het licht te brengen. Maar banken, advocatenkantoren en bedrijven hebben alleen verantwoording af te leggen aan de wet. En wat als die in hun voordeel speelt?

Anthony 19 _153.JPG

In populaire actiefilms is de slechterik vaak niet alleen machtig en megalomaan, maar ook moreel een groteske figuur. De held(in), opboksend vanuit een underdogpositie met het gelijk én de sympathie van het publiek aan zijn of haar kant, moet de booswicht ten val brengen en het recht laten zegevieren. Daarbij deert het niet dat er in the heat of the moment een auto gestolen wordt, zwijgplicht doorbroken, een uiterst geheime bedrijfscode gekraakt. We zitten nagelbijtend op het puntje van onze bioscoopstoel, vurig hopend dat de held(in) erin slaagt.

Als het licht in de cinema weer aan gaat, keren we terug naar de echte wereld. Ook daar heersen hebzucht en onrechtvaardigheid, en ook die willen veel mensen opgelost weten. Alleen gaat het er in de realiteit vaak heel anders aan toe dan in de film. Er zijn weinig Grote Slechteriken, om maar iets te zeggen. Het ‘kwaad’ in de wereld heeft vandaag veel meer te maken met de manier waarop complexe structuren functioneren op wereldschaal dan met de snode plannen van enkelingen.

 

Er mag wettelijk veel
meer dan we denken

 

Binnen deze grote, vaak internationale structuren (bedrijven, banken, lobbygroepen) werken dagelijks duizenden gewone mensen. Meestal is hun doel: zoveel mogelijk winst maken, binnen de wettelijk toegestane grenzen. Of de uitkomst van al die praktijken samen ethisch of rechtvaardig is, heeft vooral te maken met de wettelijke ruimte waarbinnen ze mogen opereren. En die is groot. Er mag wettelijk veel meer dan we denken.

 

Paradijselijk

‘Offshorebedrijf’ is in de publieke opinie zowat synoniem geworden voor ‘sjoemelbedrijf’, maar het is een perfect legale constructie, mits ze aan een aantal voorwaarden voldoet. Het geld dat je erin investeert, moet ‘wit’ zijn, de vennootschap die je opricht moet in de praktijk ook werkelijk functioneren en bestuurd worden in het buitenland, en de oprichter of belanghebbende moet alle inkomsten die het hem rechtstreeks oplevert aangeven aan de fiscus, zodat hij er in zijn thuisland belastingen op kan betalen. Maar zelfs als dat allemaal correct verloopt, blijft dé reden om geld te investeren in een offshorebedrijf dat zo’n onderneming belastingen moet betalen in het land waar het gevestigd is. En met hun tarieven doen belastingparadijzen hun paradijselijke naam alle eer aan. Die keuze van locatie is dus echt geen toeval.

In geval van de Panama Papers zal dossier per dossier moeten worden bekeken of de gefinancierde constructies bonafide zijn en de bedrijven échte bedrijven, dan wel lege dozen met stromannen die gebruikt worden voor belastingontduiking. Of daar ooit juridisch gevolg aan wordt gegeven, hangt af van veel factoren. Verjaring, bijvoorbeeld. Landen als het Centraal-Amerikaanse Panama houden de lippen stijf op elkaar als het aankomt op samenwerken met justitie. Binnen de termijn aan al het nodige juridische bewijsmateriaal komen, is vaak een hindernissenparcours. De fraudeur heeft ondertussen rustig de tijd om de bewuste offshore op te doeken, zijn sporen te wissen en in een ander belastingparadijs een nieuwe constructie op te zetten.

Op internationaal vlak raakt het geduld met belastingparadijzen evenwel op. In 2009 werd op een top van de twintig rijkste landen beslist om maatregelen te nemen. In tijden van terrorismebestrijding is het bankgeheim een hinderlijk obstakel voor het volgen van geldstromen en het opsporen van criminelen. Landen die vasthouden aan het bankgeheim worden sindsdien een na een gedwongen om toch werk te maken van transparantie (bijvoorbeeld door publiekelijk aan de schandpaal genageld te worden, zoals Panama nu).

Maar echt doorslaggevend is het allemaal nog niet. Terreurorganisatie IS kan tot op vandaag probleemloos haar oliegeld parkeren in belastingparadijzen. Ook dichter bij huis hebben we een slechte leerling. Luxemburg lijkt, zelfs na het LuxLeaksschandaal dat de grootschalige belastingdeals voor multinationals blootlegde, het geweer niet van schouder te willen veranderen. Integendeel, op dit moment is het wachten op de uitspraak in een proces tegen de klokkenluiders en de onderzoeksjournalist die de informatie hielp verspreiden. De klokkenluiders hangen celstraffen boven het hoofd, de onderzoeksjournalist riskeert een boete. Op 29 juni zullen we weten of zij veroordeeld worden.

 

Voetje lichten

Niet alleen het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) is niet te spreken over deze gang van zaken, zelfs Margarathe Vestager, de Europees commissaris voor mededinging, betreurt de beslissing van Luxemburg om een dergelijk proces in te spannen. En het is ook moeilijk te geloven, laat staan uit te leggen aan verontwaardigde burgers: waar de uitwassen van de amorele graaicultuur van de financiële wereld – exorbitante bonussen, offshorebedrijven, belastingdeals voor de allerrijksten – vaak niet bestraft (kunnen) worden omdat ze wettelijk in orde zijn, hebben klokkenluiders en onderzoeksjournalisten door ‘vertrouwelijke bedrijfsinformatie’ hierover aan het licht te brengen wél strafbare feiten gepleegd. Alweer ziet het er dus naar uit dat de wet de ethiek een voetje licht.

 

Europa keurde pas een wetswijziging
goed die het nóg makkelijker
maakt om klokkenluiders en
onderzoeksjournalisten te vervolgen

 

En er lijkt niet snel beterschap op komst. De Europese Commissie keurde pas een wetswijziging goed die het nóg makkelijker zal maken om klokkenluiders en onderzoeksjournalisten te vervolgen. Geheime bedrijfsinformatie aan het licht brengen was al een strafbaar feit, nu wordt ook die informatie in je bezit hebben (zelfs als je er niet mee naar buiten komt) strafbaar. En het bedrijf kan zelf bepalen wat ‘vertrouwelijk’ is…

Het is naïef (en onjuist) om te denken dat alles opgelost is als we grote vermogens kaalplukken. Zoals de Leuvense emeritus hoogleraar fiscaal recht Frans Vanistendael onlangs stelde in een Vlaamse krant, vragen diepgaande besparingen en financiële hervormingen inspanningen van álle lagen van de bevolking. En de gewone man is daar volgens hem ook toe bereid, maar niet als de elite onder het mom van wettelijkheid ondertussen de dans ontspringt. Vanistendael pleit dan ook voor bewustwording hierover bij de grote vermogens. Hij spoort hen aan om niet te wachten tot de wet (of de volkswoede) hen ertoe verplicht om meer te gaan bijdragen, maar uit moreel principe zelf de eerste stap te zetten. Op die manier tonen ze dat de sterkste schouders oprecht bereid zijn de samenleving mee te helpen schragen.

Dát zou nog eens een happy end zijn.

Anthony 19 _164.JPG

Dit artikel verscheen in De Bond van 10 juni 2016