Mama kronen

Een reis naar de wortels van Oude Wijsheid

Kingley Vale_359
(c) KV – De toegang tot Kingley Vale

Na de diepe, vervullende fases van een leven in dienst van de ziel, zegt ecopsycholoog Bill Plotkin, bereikt de persoon die de roep van de ziel hoorde als Zwerver, die haar leven er als Leerling ten van dienste stelde en die de wereld het beste van haar talenten schonk in de hoedanigheid van Meester, het punt waarop ze overgaat naar het stadium van Oude Wijsheid.

Op dat moment begint het leven minder te draaien om Doen en maken, en meer om Zijn, voeden en inspireren.
Wanneer de jongvolwassene zich, geraakt door de roep van haar ziel, terugtrekt in een metaforische cocon en oversteekt naar de spirituele helft van het leven, dan gaat ze in Plotkins woorden door een proces van Zielsinitiatie. Ze voelt een verhaal, een krachtig beeld, de aantrekkingskracht van iets wat sterker is en dieper gaat dan haar ego of persoonlijkheid alleen, en ze voelt zich geroepen om zich ten dienste te stellen daarvan. Zielsinitiatie markeert het begin van de magische helft van het leven.

Een gelijkaardige monumentale overgang vindt plaats wanneer de bezielde volwassene de fase van Oude Wijze bereikt. Plotkin noemt dit de ‘Crowning’, een prachtige samentrekking van de Engelse woorden ‘crone’ (oude vrouw) and ‘crown’ (kroon), en verbindt zo meteen de charmes van hoge leeftijd en het waardige, bijna koninklijke van vergevorderde geestelijke evolutie.

Mijn moeder vierde afgelopen december haar zeventigste verjaardag. Mijn zus en ik wilden iets speciaals en symbolisch doen met haar, dus we besloten haar mee te nemen op een verrassingsreisje naar Engeland. We wilden niet alleen haar verjaardag vieren, maar ook haar overgang naar de status van Oude Wijze.

Onze moeder is een mooie, wijze en grappige vrouw met een hart groot genoeg om de hele planeet en iedereen erop te omarmen. En op sommige momenten in haar leven is dat ook precies wat ze gedaan heeft. Ons huis was altijd een haven voor mensen om te landen: voor het avondeten, voor een nacht, voor een paar jaar. Haar regenboogkinderen, noemden we ze. Sommigen waren zo oud als wij, een paar waren ouder, de meesten jonger. Ze hield van ze en vertroetelde ze en hielp ze hun leven weer op de rails krijgen als dat was wat ze nodig hadden.

Haar dagen van oeverloze zorg zijn nu enigszins voorbij. Te veel artrose en andere (godzijdank goedaardige) ouderdomskwaaltjes hebben een halt toegeroepen aan haar onafgebroken rondrennen en verzorgen – hoewel ze er soms nog wel eens in vervalt en de fysieke gevolgen achteraf voor lief neemt.

Maar tegelijkertijd is ze wijzer geworden. We hebben dezelfde opleidingen gevolgd en veel ervaringen gedeeld in de loop van de jaren, en zij is de eerste om aan iedereen te vertellen wat voor sterke vrouwen haar dochters geworden zijn, maar wij weten dat dat maar de helft van het verhaal is. Mama kan je aankijken, peilen tot diep in je ziel en naar boven komen met informatie waar je heel stil van wordt omdat ze zo ontzettend juist is. Ik heb er niets mee te maken, zegt ze, ik geef maar door wat ze mij ‘daarboven’ vertellen. Dat is geen valse bescheidenheid. Maar bescheiden zijn betekent soms ook dat je jezelf onterecht niet voldoende waardeert. Dus wilden we mama’s wijsheid vieren, haar diepe ervaring, en natuurlijk ook gewoon het feit dat ze onze moeder is.

Mama is een makkelijke persoon om te verrassen. Ze laat zich meevoeren op de stroom en vraagt zich niet te veel af. Ze is opgetogen als blijkt dat ze iets niet zag aankomen, en verwelkomt alles wat haar kant op komt – behalve misschien de tegenliggers in een land waar mensen links rijden. Omdat we reisden met onze eigen wagen, was de passagier vooraan degene die al het aankomend verkeer op zich zag afkomen. Na twee uur op de Engelse wegen ruilde mams haar plek met plezier voor eentje op de achterbank.

Kingley Vale_081
(c) KV – Storm bij The Seven Sisters

Onze eerste stop was Beachy Head, waar we uitkeken over The Seven Sisters, de adembenemende krijtkliffen van de Engelse zuidkust. Het weer was stormachtig en subliem.

Het was de perfect plek om je verbonden te weten met de elementen. We zaten met ons drieën ongestoord op een bank, en stemden ons af op wat de wind en de zee ons wilden vertellen. We luisterden naar wat gezegd werd: over onszelf, voor de ander. We deelden de boodschappen. Toen lieten we al het oude dat mocht losgelaten worden gaan, in de wind, of met de golven.

We reden door tot in West-Sussex naar the Hamblin Trust, het domein waar we twee nachten zouden verblijven in een van hun knusse chalets. Ik dwaalde door de tuin in het schemerlicht van de vallende avond, en de volgende ochtend.

Na het ontbijt hadden we maar tien minuutjes nodig tot aan de plek die de eigenlijke bestemming van deze hele trip was: Kingley Vale, waar in een bosje-in-een-bos The Watchers staan, de oudste taxusbomen ter wereld. Een aantal van deze knoestige reuzen zijn tweeduizend jaar oud. Waar konden we mama’s Crowning beter vieren?

Maar het bleek toch een beetje een uitdaging. Bij de eerste oude taxus die mama zag toen we wat dieper het bos in gingen, maakte ze bijna rechtsomkeert. Hij zag er dreigend uit, vond ze, en er hing iets donkers en gevaarlijks omheen.

Grappig genoeg was dit een boom die mij heel erg aansprak. Ik liep er naartoe om hem aan te raken, en voelde onmiddellijk hoe een diepe warmte door mijn buik ging. Mams keek huiverend toe van op een afstandje.

Toegegeven, taxussen zien er op het eerste gezicht niet erg knuffelbaar uit. In hun jeugd zijn ze op hun best elegant, maar met hun donkere stammen en naalden van een donkergroen dat soms meer wegheeft van zwart, zijn ze nogal sombere verschijningen. Hun felrode bessen fleuren het geheel misschien wat op, maar gezien het feit dat zowat elk onderdeel van de taxus dodelijk giftig is voor de mens, is dat toch maar een karig soelaas. Zoals elke zeer oude boom wordt een oude taxus knoestig, bobbelig en verwrongen, met takken die alle kanten op gaan en dode stompen die nog uitsteken. We stonden dus niet meteen oog in oog met een grote lieve omaboom, maar eerder met iets wat leek op een kruising tussen een norse oude olifant en een tentakelig monster uit een of andere horrorfilm.

Tot je ze aanraakt.

Kingley Vale_399.JPG
(c) KV

Taxussen voelen zacht onder je handen, en als je een beetje gevoelig bent voor bomen, dan is een ontmoeting met oude reuzen als deze echt wel bijzonder.

Het vroeg wat overredingskracht, maar uiteindelijk wilde mama er wel een aanraken.

Vanaf dan begon het makkelijker te gaan, hoewel het nog even duurde vooraleer mama een boom gevonden had waar ze echt een band mee voelde. Pas toen lukte het beter om de diepe, krachtige schoonheid van de ouderdom te voelen doorheen de donkere, sombere verschijning. De zon maakte nu en dan haar opwachting – dat hielp ook. (Het Engelse weer deed al wat het kon om zijn wispelturigheid te bewijzen: we schakelden op twee uur tijd drie keer van dreigende wolken naar stortbuien naar stralende blauwe hemel. Het gezegde ‘if you don’t like the weather, wait five minutes’ bleek een stevig feit.)

Na een uur van wandelen, zitten, aanraken en voelen, keerden we terug naar de ingang van het bos. Daar vonden we ‘mijn’ boom terug.
Mama was verbaasd dat ze hem eerder zo eng had gevonden. Ik van mijn kant begreep precies waarom hij voor mij zo goed werkte: oud genoeg om indrukwekkend te zijn, met een massieve stam en kroon, maar nog niet zo verweerd als zijn stokoude verwanten. En zijn plek: aan de rand, als een wachtpost op de grens tussen werelden.

Dat past bij mij.

In de namiddag na die wandeling hadden we voor mama een aromatherapie-massage geboekt bij een lieve dame waarnaar ze later verwees als haar ‘petemoei’.
We aten heerlijke Indische curry in een nabijgelegen restaurant, en namen de volgende ochtend afscheid van the Hamblin Trust.

We stopten nog bij het haventje van Bosham voor een paar cadeautjes en souvenirs uit het Arts and Crafts center (ik kocht een heerlijke cape voor alledaags gebruik, en ik kreeg een andere die ik voor het eerst zal aantrekken op de Soul Circle als geschenk van mijn zus). We lunchten in het Breeze Cafe, met een mooi zicht op de zee-inham waar het opkomend tij niet alleen naar goede gewoonte de promenade onder water zette, maar ook het busje van een nietsvermoedende kayakker, die bij zijn terugkeer duidelijk niet gerekend had op zo’n maritiem enthousiasme.

Kingley Vale_618.JPG
(c) KV – Bosham bij hoog water

Je onderschat de kracht van het vrouwelijke element maar beter niet, denk ik zo…

Onze drie moeder-en-dochter dagen hebben ons zacht gezegd een hap magie gegeven om op terug te kijken.

Advertenties

Wat dacht je daarvan?

Angst, pathologisch puberen en blanke suprematie

So you found a girl who thinks really deep thoughts
What’s so amazing about really deep thoughts?
Boy, you best pray that I bleed real soon
How’s that thought for you?

(Je valt dus op een meisje dat heel diep nadenkt
Wat is er zo bijzonder aan heel diep nadenken?
Gast, je hoopt maar beter dat mijn maandstonden snel beginnen
Wat dacht je daarvan?)

 

Ze zingt het al meer dan een week in mijn hoofd, Tori Amos. Ik hou al jaren van haar werk, en Silent All These Years is natuurlijk een klassieker. Maar als een fragment van een liedje onverwacht opduikt in mijn gedachten, zonder dat ik het nummer hoorde, dan wil dat meestal zeggen dat ik eens goed naar de tekst moet kijken omdat er een onbewuste boodschap aan mezelf achter zit.

Behalve mijn bewondering voor Amos’ meesterschap dat ze erin slaagt een compleet plot mét uitgewerkte personages te schetsen in amper vier regels, is wat mij het meeste treft aan dit stukje de gefrustreerde maturiteit van de vrouwelijke stem.

Wat is er zo bijzonder aan heel diep nadenken? Als je een hart in je borstkas hebt en hersens in je kop, waarom zou je dan niet heel diep nadenken?
Ja, waarom niet? Als puber had ik nooit zo’n grote mond, maar ik herken wel dit gevoel.

Dagje Gent_023 zw ed
(c) KV

Ik oordeel niet, het is eerder een soort eenzaamheid, zoals die van een woudloper die een hoge bergpas oversteekt, en met iets van verlangen omkijkt naar de lichtjes in het dorp, veilig beschut in het dal. Zij die daar wonen, hebben geen idee van hoe het er hierboven uitziet, en ze kunnen of willen de tocht niet maken, en hij weet dat zijn thuis niet daar beneden ligt.

Er zijn maar weinig reizigers op dit bewuste pad, dus ja, het wordt wel eens eenzaam. Pas veel later leer je dat je alvast niet de enige bent, en dat er mensen zijn met wie je je verwant voelt, die de lucht op grote hoogte misschien niet op precies dezelfde manier inademen als jij, maar die weten hoe ze de hoge passen veilig kunnen oversteken, en die je binnenhalen als familie.

Dus nee, er is niets bijzonders aan heel diep nadenken. Het vraagt wel een specifiek soort inspanning (of moet ik zeggen: groeiproces?) om dat punt te bereiken, en sinds zoveel mensen het gevoel hebben dat die weg niets voor hen is (of ontmoedigd worden om eraan te beginnen) worden zij die er wel voor kiezen nogal eens bekeken met – in het gunstigste geval – verbazing en – in het slechtste – vijandigheid.

Waarom heb ik het hierover?
Ah, daar is die goeie ouwe Bill Plotkin weer.

Een confronterende uitspraak van deze dieptepsycholoog en wildernisgids is dat de westerse beschaving in zijn geheel de grootste moeite heeft om op te groeien voorbij het stadium van de adolescent. Adolescent in de betekenis van: de neiging hebben om te streven naar aanvaarding binnen de eigen kring, om helden en veroveringen te vereren, en om een onverzadigbare honger voor materieel comfort, erkenning en succes te stimuleren voorbij enige redelijk grens. Ik ben eerlijk gezegd geneigd hem gelijk te geven.

 

Net als zoveel anderen over de hele wereld was ik geschokt door wat er gebeurde in Charlottesville. Maar terwijl ik zat te kijken naar de Vice-reportage over de alt-right leidersfiguur Chris Cantwell had ik het gevoel dat ik Bill Plotkins stelling voor mijn ogen geïllustreerd zag.

1503067513518-Screen-Shot-2017-08-18-at-105506-AM.pngChris-Cantwell17-christopher-cantwell.nocrop.w710.h2147483647

Ik val niet voor clichés, zoveel moge ondertussen duidelijk zijn. En ik weet maar al te goed hoe kwaadheid in feite altijd een vermomming is voor iets wat veel dieper zit, en doorgaans kwetsbaar, bang en triest is. Maar toch dacht ik dat extreem gewelddadig of fascistisch denken een gezicht zou dragen dat leek op een kruising van Rocky en Darth Vader: macho, donker, sterk en totaal overtuigd van het geweld waarvan het doordrenkt was.

Maar de man die getoond werd in de documentaire was niets meer dan een puber. Niet qua leeftijd, uiteraard, en ik wil ook geen seconde suggereren dat hij onschuldig of ongevaarlijk is. Maar luister even niet naar alle vreselijks wat hij zegt, en zoom in op zijn non-verbale taal: de grimmige blikken, de grote mond, de triomfantelijke pose, het vermijden van oogcontact als hij een werkelijk confronterende vraag moet beantwoorden, het gezwaai met wapens… Ik heb precies dit soort gedrag (behalve de wapendracht, goddank!) gezien bij mijn stiefzonen, en bij de honderden leerlingen die ik in mijn jaren als leerkracht in de klas had. Dit is geen volwassen maar wel adolescent gedrag. Alles aan deze man roept: ik ben doodsbang, ik moet mezelf bewijzen en laten respecteren, en ik ga dat op zo’n luide manier doen dat ik er ook mijn eigen angst mee overschreeuw.
Zijn stoere façade verbrokkelde maar al te snel toen hij, als gevolg van de Vice-reportage, doodsbedreigingen ontving. Er zijn beelden waar je hem in tranen ziet, terwijl hij snottert hoe onschuldig hij wel niet is. Alweer: iedereen die een puber in huis heeft, zal dit tafereel al te herkenbaar vinden.

Maar goed, zelfs als veel haat eigenlijk puberale of kinderlijke angst in een agressief jasje is, wat dan nog?
Het houdt hier niet op, jammer genoeg.

In 2008 schreef Bill Plotkin in Nature and the Human Soul, in een passage waarbij hij het heeft over de ‘mannelijke’ (yang) kernkwaliteiten van sommige adolescenten, of dat nu jongens of meisjes zijn (hij heeft het later ook over hun ‘vrouwelijke’ (yin) tegenhangers, maar dat terzijde):

‘Tienerjongens en -meisjes met mannelijke kernen moeten slagen als puberheld. Tijdens het proces waarbij ze een authentieke manier proberen te ontwikkelen om sociaal aanvaard te worden, moeten ze zichzelf bewijzen door de wereld in te stormen, draken te doden en de verdrukten te redden. Of ze nu winnen of verliezen, hun oprechtheid of karakter worden gevormd in het heetst van de ‘strijd’. In posities van leiderschap of onderhandelingen zullen ze eerder de neiging hebben om met grote stelligheid posities in te nemen dan vragen te stellen.
Dat alles is normaal voor jongens en meisjes met mannelijke kernen, maar in een zielsgeoriënteerde omgeving is dit soort puberale heroïek uitgewerkt tegen de tijd dat de jongere een jaar of vijftien is. En zo hoort het ook. Als een man (of vrouw) van dertig jaar of ouder nog altijd bezig is zichzelf te bewijzen door zich te manifesteren als drakendoder, kan hij een ernstig gevaar betekenen voor zichzelf en anderen. Als hij aan het hoofd van een serieus leger of een groot bedrijf staat, kan hij enorm veel schade berokkenen. Als hij de opperbevelhebber is van een nucleaire supermacht kan hij de wereld zoals wij die kennen vernietigen.’

Van vooruitziendheid gesproken.

Ik ben beslist niet de eerste die schrijft dat er op dit eigenste moment een groot verwend kind het Witte Huis op stelten zet met zijn zoveelste woede-uitbarsting. De man die vandaag de controle heeft over de Amerikaanse kernkoppen is het levende bewijs van zowel Plotkins diagnose als zijn ergste nachtmerries.

Wat kunnen we hier in godsnaam tegenover stellen?

Maturiteit.
Diep nadenken.

Dagje Gent_012 cut
(c) KV

Het is een uitdaging die we moeten aangaan als samenleving, als wereldburgers. Dit gaat over onderdrukte groepen hun rechtmatige plaats laten innemen en voorheen gepriviligeerde groepen in contact brengen met hun gevoelens.
Dit gaat over opgroeien tot volwassenen, door onze angsten onder ogen te zien, ze te leren verwoorden en de verantwoordelijkheid te nemen voor alle ballast die we meesleuren van vorige generaties, omdat die ons inzicht nogal eens vervormt.

Dit gaat over volwassen worden en anderen helpen dat ook te doen.

Plotkin, nog een laatste keer:

‘Hoewel vrouwen minstens vijfduizend jaar lang ernstig onderdrukt zijn, en het vrouwelijke aspect voor minstens even lang onderdrukt is (in het bijzonder in mannen), is het probleem niet mannelijkheid maar veeleer immaturiteit. De oplossing is niet om het vrouwelijke belangrijker te maken dan het mannelijke, maar om een zielsgeoriënteerde samenleving te bouwen met meer volwassen mannen en vrouwen dan levenslange adolescenten.

Wat dacht je daarvan?

Een zachte bevalling

Ik droom nooit over baby’s of bevallen.

Dat heeft misschien te maken met het feit dat geen van beide voor mij de zalige ervaring waren die ze voor veel andere moeders wel zijn. Het waren eerder gebieden waar ik een intense trip maakte van het soort dat je leven verandert, maar waarnaar ik liever niet nog een keer op reis ga als ik het kan helpen.

Behalve dan dat ik vorige nacht droomde dat ik aan het bevallen was.

(c) KV

 

In mijn droom legde een vroedvrouwachtige figuur, een wijze, rustige vrouw, mij een soort van oefenschema uit. En toen ze me liet neerhurken voor een oefening die een makkelijke bevalling moest bevorderen, werd ik me ervan bewust dat ik leven in mijn buik had, en dat dat bovendien op het punt stond ter wereld te komen.

Ik ging mee in het proces. Het was zacht, makkelijk en pijnloos.
Met gemak perste ik een kind de wereld in. Het gleed tussen mijn benen naar beneden, en ik ving het op met mijn eigen handen, en terwijl het neerkwam, dacht ik: opletten met dat hoofdje!

Dan ging ik achterover liggen en de vroedvrouw legde het kleine meisje, een gezonde pasgeborene die nog onder het bloed en slijm zat, precies zoals die kleintjes komen, op mijn buik en borst, zodat ze zich kon verbinden met haar mama — ik.

Ik voelde hoe ze zich tegen mij aan nestelde. Ik verwelkomde haar en voelde een diepe tederheid. Ik wist dat alles goed was. We waren allebei precies waar we moesten zijn.

(c) KV

Je moet weten: ik ben niet de meest zorgzame moeder.

Ik ben thuisgekomen van mijn werk, te moe om me aan kyudo te wijden vanavond, en de lasagna uit de supermart staat in de oven. Ik zit dit blogje te schrijven, maar het is mijn man die onze zoon ondertussen in bed steekt. Van boterhammendozen tot verhaaltjes voor het slapengaan — hij is veel beter in die zorgende taken dan ik.

Ja, soms voel ik me daar best schuldig over.

Tot er een bult in het parcours is die te maken heeft met gevoelens, met sociale of innerlijke strubbelingen, en mijn zoon zich als een bolletje komt opkrullen op mijn schoot — een nogal volumineus achtjarig bolletje ondertussen, met lange ledematen en een snelle geest — en ik wikkel mezelf om hem heen als een schelp die hem beschut.

Ik voel zijn onrust wegzakken, gewoon door lichamelijk dicht bij mij te zijn, veilig en gekoesterd zoals hij in mijn schoot ook was. Zachtjes brengen we naar boven wat hem dwars zit, benoemen we zijn angsten en gevoelens. Ik leg hem uit wat er aan de hand is en help hem om te gaan met wat er zich van binnen in hem afspeelt, terwijl ik zo weinig mogelijk probeer te oordelen.

(Het is makkelijker om begrip te tonen voor een gekwetst kind dan voor een dat gemene dingen heeft gedaan — maar naar mijn aanvoelen is het steeds even belangrijk, als je als ouder tenminste wil dat hij leert omgaan met die gevoelens, en ze niet voor je begint te verbergen uit angst voor veroordeling.)

Alles bij elkaar denk ik dat ik het er dus nog niet zo slecht vanaf breng. En binnen de combinatie van mijn mans zorgende vaardigheden en mijn emotionele fine-tuning voeden we een gezond, gelukkig kind op. So far, so good.

(c) KV – Pimpelmeesjong, te klein nog voor het typische blauw-en-zwarte verenkleed (maar piept de hele tuin bij elkaar!)

Ik denk niet dat het toeval is dat ik in de droom beviel van een meisje. Er komt op dit moment veel vrouwelijke kracht en kwetsbaarheid in de wereld  — onder meer via mij.

Het kan een zacht, pijnloos proces zijn, is wat ik afgelopen nacht leerde. Er zal liefde zijn, en een diep, teder gevoel van thuiskomen.

Wat het ook is waarvan ik het voorrecht mag hebben om het op de wereld te brengen en het op mijn huid te koesteren — kind, droom, visioen, kunstwerk — ik weet dat het iets van schoonheid en gevoeligheid zal zijn.

Ik ben klaar om het te ontvangen en ervoor te zorgen.

Engel_004
(c) KV

De roep beantwoorden

Zelfportret_045 zw ed
(c) KV

Als ze je onverwacht aankijkt, van op een plek die je niet helemaal kunt vatten — als een oudere zus of een geest uit een vorig leven.

Ze lijkt meer over jou te weten dan jijzelf, en hoewel je haar niet begrijpt, vind je haar aardig, vreemd genoeg.

Je weet dat je zal luisteren als ze tegen je praat — zachtjes, buiten het bereik van vreemde oren. Haar woorden hebben de weerklank van bergen die geboren worden.

Haar kompas staat op oprechtheid, en ze zal jou uitdagen tevoorschijn te komen.

En jij — dat weet je — zal haar roep beantwoorden.

Alles geven – een ode aan wild moederschap

Acht jaar geleden werd ik moeder.

Daarvoor was ik al bijna tien jaar plusmama, dus ik dacht dat ik wel wist wat er op me af kwam, maar hemeltje, ik had geen idee.

Jonkies voeren_014 ed
Koolmees in onze tuin

Nooit eerder had ik deze diepe, wilde drang gevoeld om mijn kind te beschermen tegen alles en iedereen. Ik kan het geen liefde noemen, zeker niet tijdens die eerste koortsachtige weken dat ik en mijn lichaam probeerden het trauma te verwerken dat de geboorte van mijn zoon (medisch gemonitord maar alles bij elkaar gelukkig min of meer natuurlijk) ons gebracht had. Er was zelfs geen ruimte voor al te veel emotie, er was alleen rauwe overleving. Maar van de allereerste dag wist ik dat zich een band gevormd had met een ander wezen die alles wat ik tot dan toe kende in de schaduw stelde.

Jonkies voeren_008 ed.jpg
Vers gevangen lunch

Ik moest denken aan onze oude kater, die woest en agressief elk indringer van zijn terrein verdreef (en de littekens had om dat te bewijzen), maar die, toen hij kennismaakte met de jongen die hij verwekt had bij een straatkat en die wij in huis gehaald hadden om te verzorgen en uit te delen, ze alleen zachtjes besnuffelde, en zich vervolgens afwendde. Ze waren zijn bloed, ze hadden zijn geur. Hij herkende iets aan hen. Ze waren van hem.

Dat was precies wat ik voelde voor mijn zoon. Hoe romantisch en Anne-Geddessachtig sentimenteel we ook worden als het aankomt op onze kinderen, de waarheid is zoveel eenvoudiger en dieper. We zijn met hen verbonden in ons bloed.

Dat is wanneer het dier in ons wakker wordt. En dat bedoel ik als een compliment. Onze diepste instincten, onze zuiverste natuur, kan ons meest betrouwbare kompas zijn.

Jonkies voeren_015 ed.jpg
Lunch afleveren

Als ik het koppel koolmezen in de weer zie om hun jongen te voeren in het nestkastje dat we voor ze gehangen hebben, word ik herinnerd aan die eerste jaren van onophoudelijk zogen, voeden, schoonmaken, zorgen. Ik moet bekennen dat die hele toestand me behoorlijk uitputte.

Jonkies voeren_011 ed cut.jpg
Deze vonden ze niet lekker…

Hoe diep ook de dierlijke drang waarmee ik van mijn zoon houd, ik ben niet het soort moeder die eerst en vooral wil voeden en verzorgen. Ik ben een creatieve ziel die ruimte nodig heeft om gelukkig te zijn, en dag in dag uit ten dienste staan van een ander wezen eiste een tol die ik niet had verwacht.

Jonkies voeren_018 ed cut.jpg
Ze hebben nóg honger, dus…
Jonkies voeren_020.JPG
… daar gaan we weer.

Ik ging er een tijdje helemaal aan onderdoor. Het heeft me ook ongelooflijk veel geleerd. Dankzij dat alles ben ik een veel beter mens. Maar ik ben ook blij dat mijn jong nu acht jaar oud is en stilaan zijn eigen boontjes kan doppen…

(Hoewel we laatst een kort stukje video-opname terugvonden van ongeveer zes jaar geleden. Jongens, wat was hij snoezig! Ik smolt ter plekke.)

Hofstade en de Donk in de lente 116.JPG
Sobran en ik in 2011 (foto van mijn papa)

Moedertype of niet, alle mama’s zijn dezelfde, vermoed ik…

Grote zus

Een overlijdensbericht bij de post. Ik denk aan de lieve kennis van wie ik weet dat ze zwaar ziek is.
Ik plooi de brief open, een zielloos, koud ontwerp. Ik zie een Engelse naam en mijn eerste vrees is: familie van mijn man uit de VS. AFS-ouders zo oud als onze eigen ouders, en dus nog te jong om nu al te verliezen.

Het blijft een paar seconden troebel, omdat de woorden niet accorderen met wat ik kan begrijpen of accepteren. Maar de betekenis dringt uiteindelijk toch tot mij door.

Het is niet de lieve kennis. Het is geen familie uit Amerika.
Ik lees mijn eigen naam.

Soms verlies je mensen uit het oog. Eerst zijn ze een tijd erg belangrijk in je leven, maar op zeker moment drijven ze stilletjes bij je vandaan. Je verstaat elkaar niet meer zo goed als vroeger. Je laat elkaar los. Je vraagt je nu en dan af hoe het met de ander gaat, maar je contacteert haar dan toch maar niet. De laatste ontmoeting was immers niet zo’n succes.

Wat een rotte manier om nu toch afscheid te moeten nemen.
Haar familie heeft mijn adres gevonden. Of heeft zij het hen bezorgd?

My dear… why didn’t you reach out?

david-newbatt
David Newbatt – Bathing in the pool. Kocht ik deze kaart voor jou? Kreeg ik ze van jou? Ze is het eerste waar ik aan denk .

Soms herken je iemand, en omarm je een vreemde als een verwant, omdat het op een of andere manier gewoon zo is.

Sherry.
Je kruiste mijn pad tijdens een opleiding die ik volgde op een heel diep en fragiel moment in mijn leven. Je ademde wijsheid. Je was een cancer survivor, puur op je eigen kracht en met een batterij aan research en alternatieve middelen, tegen alle adviezen van artsen in. Je was een sterke vrouw met een scherpe geest en een heerlijk Brits gevoel voor humor.

Sherry, wij kwamen thuis bij elkaar. Niet zo gek, want we deelden veel. Verstand, gevoeligheid, een liefde voor energiewerk, een liefde voor dagboeken en voor graven in onszelf en onze evolutie. Kwetsbaar en oersterk tegelijk. Onze paden liepen een hele tijd parallel. Bovendien hadden we – lichtjes ongelooflijk – dezelfde voornaam, én dezelfde geboortedatum. Mijn oudere tweelingzus leek je wel. We stuurden elkaar jaren wederzijdse verjaardagskaartjes. Onze dag.

Mijn naam was jouw échte voornaam. De naam waarmee iedereen je nu aansprak, legde je uit, was er gekomen omdat je Zweedse moeder in je kindertijd hertrouwde met een Brit en je toen ongevraagd met zich meenam om daar te gaan leven. Tsjisjtin (zoals onze naam in het Zweeds eigenlijk wordt uitgesproken) zou geen Engelsman over de lippen krijgen en vroeg dus om een verengelsing. Naturally.

We gingen door een heleboel interessante kronkels in onze persoonlijke ontwikkeling, en gebruikten elkaar voor een stuk als herkenningspunt. Je was bijna dertig jaar ouder dan ik, maar dat leek niet te deren.
Jij was mijn wijze klankbord, degene die me de juiste kritische vragen stelde op het juiste moment. Je geest was zo scherp, ik kon weinig of niets voor je verbergen.
Die geest was ook je vloek. Je kruisigde jezelf ermee. Je worstelde, harder en bewuster dan ik ooit enig mens heb zien worstelen, om in je emoties te kunnen afdalen, de gevoelens die daar om uitdrukking smeekten gewoon te kunnen laten zijn, je eraan over te geven zonder de angst om erdoor te worden vernietigd. Je werkte hard om tot dat punt te komen. Elke stap van dat proces leek zo zwaar voor jou. Er was zoveel weerstand te slopen.

Tegelijk kon ik zien, steeds duidelijker met het verglijden van de jaren, dat jij bleef worstelen met dezelfde oude demonen. Ik betrapte mezelf op de gedachte dat ik naar je opgekeken had, en dat ik nu op gelijke hoogte gekomen was maar jij blijkbaar niet meer evolueerde. Zo voelde jij het niet. Je had het gevoel dat je juist een aantal waardevolle inzichten aan het formuleren was, en je wilde er voor het eerst in je leven mee naar buiten komen – een heel gewaagde stap voor jou; ik herinner me dat het ooit maanden van deliberatie vroeg of je al dan niet een LinkedIn-profiel zou durven aanmaken…

Misschien heb ik je evolutie toen niet genoeg gewaardeerd. Indertijd – onze laatste e-mails dateren van 2013 – dacht ik alleen maar: Jesus, Sherry, after all this time, are you still trying to get over that part of your childhood? Een aantal van de dingen die je me presenteerde om na te lezen klonken voor mij zó evident. Ik kon me niet voorstellen dat iemand als jij, die ik altijd op een hoger niveau dan mezelf had gezien, nog altijd bezig zou zijn om dingen te ontrafelen die ik ondertussen al jaren achter me had gelaten.

Ik zal nooit weten of ik het bij het rechte eind had, of dat jij gewoon een heel fundamenteel aspect van ons mens-zijn – de conceptie van de ziel, de relatie van kinderen met hun ouders en de manier waarop hen dat vormt en in zekere zin bepaalt voor de rest van hun leven – wilde uitdiepen tot op een niveau waar het voor mij zijn relevantie verloor, omdat mijn weg nu eenmaal gewoon een andere was dan de jouwe.

Hoe het ook zij, de conversatie verstomde. De voorgestelde nieuwe afspraak kwam er niet. En de stilte trad in. Drie jaar. In diepe vriendschappen niet eens zó veel. Maar genoeg om blijkbaar opnieuw ziek te worden, af te takelen, en in stilte te sterven.

Vorige week nog vroeg ik me af of ik toch niet nog eens contact moest opnemen, kijken hoe het met je ging. Het is te lang geleden, dacht ik. Het moet ongeveer het moment geweest zijn dat jouw familie mijn adres vond in je archieven en besloot mij een bericht van je overlijden te sturen.

Je laatste verblijfplaats was een palliatief centrum, leer ik als ik de naam opzoek van de instelling die bedankt wordt in je overlijdensbericht. Is de kanker uiteindelijk toch teruggekomen? Heeft iets anders het leven uit je weggevreten?

Ik kan me alleen maar afvragen: waarom heb je me niets laten weten? Ik zou gekomen zijn. Ik zou mijn tweelingzus begeleid hebben tot waar ze moest gaan.

K's Choice_103.JPG

Sherry, ik kom je overal tegen hier in huis. De amethyst die je me gaf, straalt op het kastje op de overloop. De hopeloos onpraktische toiletrolhouder in de vorm van een engel (geen rol die daarin past, tenzij hij al half opgebruikt is) houden we koppig in dienst.

Ik weet niet eens of ik een foto van je heb. Misschien sta je ergens, in een lade vol analoge prints, op de achtergrond. Een huwelijk, een feestje? Ik zal je gezicht waarschijnlijk tegenkomen op een moment dat ik het het minst verwacht. Of misschien ook niet. Maar ik heb geen foto nodig, ik herinner me nog perfect hoe je eruit zag. Je magere, bijna uitgeteerde lijf, de pezige holte aan je keel, het blauw van je ogen en het blond van je haren. Ik herinner me je stem, hoog en een beetje gebroken. Ik herinner me de twinkeling in je ogen toen je binnenviel op de house warming van het huis in Aalst dat Christophe en ik als eerste stap in ons leven samen hadden gehuurd, en hoe je daar iedereen charmeerde, je grote rieten mand naast je stoel zette, je wollen mantel die dienst deed als jas opzij sloeg en om een glas water vroeg. Je geraakte aan de praat met deze en gene, en ik holde van hier naar daar in de drukte. Na een half uur herinnerde je me luid en duidelijk ten aanzien van de hele kamer aan wat ik je bij het binnenkomen al beloofde: ‘Kirstin, could I please have my drink?’
Hilariteit.

Dat is hoe ik me jou zal herinneren.

Farewell, big sister.
Till we meet again.

Echte mannen huilen wél

Nog lang niet alle glazen plafonds zijn doorbroken, maar vrouwen zijn in de westerse samenleving aan een gestage opmars bezig. Tegelijk zien we dat mannen oververtegenwoordigd zijn in de statistieken van misdaad, zelfmoord, dakloosheid en hartkwalen. Bij het diagnosticeren van depressies blijven ze verontrustend laag onder de radar.

Het lijkt op het eerste zicht misschien wat vreemd om ons zorgen te maken over het welzijn van mannen, nu vrouwen eindelijk goed bezig zijn na eeuwen van tweederangsburgerschap een even­waardige plaats in te nemen. Hebben mannen het gewoon niet wat moeilijk met opschuiven en een stukje prijsgeven van het terrein dat hen van ouds­her toekwam om geen andere reden dan dat ze mannen waren?

Die redenering mag goed klinken, maar ze is te sim­plistisch. Er wordt aan de alarmbel getrokken door sociologen, psychologen én door mannen zelf – als die zichzelf dat toestaan. En het is niet verstandig om deze noodsignalen schouderophalend naast ons neer te leggen.

Schoolfeest Sobran 305.JPG

In de prullenbak

Onze samenleving is in de laatste honderdvijftig jaar ingrijpender veranderd dan in alle eeuwen sinds de uitvinding van de landbouw bij elkaar, schrijft BBC-documentairemaker Tim Samuels in Waar is mijn speer. En een aantal van die verande­ringen zetten de behoeften van steeds meer man­nen zwaar onder druk. Samuels mocht in het kader van zijn werk al een blik werpen op plekken die voor veel gewone stervelingen minder evident zijn. (Wij waren alvast nog niet op een workshop ‘vrou­wen aanspreken’ of achter de schermen van een commerciële pornofilmset geweest.) Op andere momenten spreekt Samuels dan weer uit eigen er­varing, en toont zich daarbij opvallend kwetsbaar. Alles bij elkaar biedt zijn boek een verrijkende in­kijk in het hoofd (en de buik) van ‘de man’ – al is het ten allen tijde opletten geblazen met stereotypen, want niet alles gaat in gelijke mate op voor iedereen.

Hebben mannen het gewoon
niet wat moeilijk
met het prijsgeven van een stukje terrein?

De ‘oude’ mannelijke waarden van superioriteit, dominantie en maatschappelijk succes als belo­ning voor hard werk zijn in de westerse samenle­ving naar de prullenbak verwezen. Mannen weten zich verdreven van hun plek bovenaan de voedsel­piramide, en daar blijft het niet bij. Van alle kanten wordt volgens Samuels aan het mentale en fysieke evenwicht van mannen geknaagd. Een partner vin­den waar je tevreden mee bent en een gezin mee wilt stichten, komt hem met de eindeloze stroom mogelijke keuzes via datingsites op het internet voor als een zoektocht naar een speld in een hooi­berg, met torenhoge en verlammende twijfels er bovenop (is er toch niet nóg iemand beter, als ik nog wat langer wacht?). De geest- en emotiedodende routine van het onpersoonlijke kantoorland­schap en het schrijnend tekort aan gezonde fysieke uitlaatkleppen zet­ten veel mannen verder onder druk. De groeiende werkloosheid knaagt aan de zelfwaarde van wie nog altijd te horen krijgen dat hij moet kunnen instaan voor zijn gezin. De misse­lijkmakende bandeloosheid van de moderne porno-industrie ontwricht het gezonde seksuele evenwicht van een hele generatie.

Voor de duidelijkheid – een punt dat ook Samuels meermaals beklem­toont: de problemen van mannen belichten en bespreekbaar maken, is geen kruistocht tegen vrouwen of hun rechten. De vervrouwelijking van een aantal aspecten van de sa­menleving staat niet ter discussie. Wel is het zo dat de opkomst van steeds meer sterke, mondige vrou­wen, ook in leidinggevende functies, een extra facet is dat sommige man­nen verder uit hun evenwicht brengt. De oplossing hiervoor is uiteraard niet vrouwen terug naar de haard te sturen. Maar het betekent wel dat er ándere antwoorden gegeven moeten worden op hoe mannen vandaag hun ambities en behoeften kunnen bevredigen. En die antwoorden zijn er op dit moment vaak niet. Ge­vangen tussen steeds knellender maatschappelijke maatstaven enerzijds en oneindige keuzes ander­zijds, raken mannen het spoor bijster, stelt Samuels. De desastreuze resultaten daarvan zien we steeds duidelijker.

Schokgolf

‘Onderdrukte masculiniteit kan op individueel ni­veau leiden tot mannelijk zelfdestructief gedrag als overmatig drankgebruik, van school getrapt wor­den en het weigeren van psychologische hulp, maar ik durf te suggereren dat ook de huidige opkomst van IS er deels op terug te voeren is. Op een gruwe­lijk toxisch mengsel van mannelijke vervreemding en een bastaardvorm van religieus extremisme,’ schrijft Samuels. ‘De jongeman in Portsmouth die zijn Primark-uniform verruilt voor een legeruni­form in Syrië, zijn saaie kantoorbestaan (en onge­twijfeld ook zijn seksuele frustraties) in een buiten­wijk achter zich laat om samen met zijn broeders de wapens op te nemen, jaagt zeker ook een illu­sie van mannelijkheid na. In alle Europese landen waar mannen niet de economische middelen heb­ben om zichzelf als man te bewijzen, groeien de extremistische partijen.’

Een vrij gelijklopend profiel – dat uiteraard ver­schilt al naar gelang de precieze context – zien we bij het Britse kiespubliek dat voor de Brexit stemde, en bij de verarmde en verbitterde Amerikaanse aanhangers van de volgende president van de VS, Donald Trump. Die laatste lijkt bij momenten wel een soort uithangbord van het oude, patriarchale wereldbeeld met de blanke man als dominant en superieur centrum van het universum. Hij valt daardoor niet alleen in de smaak bij groeperingen als de Ku Klux Clan; een aantal van zijn uitspraken wekken ook de indruk dat hij het zacht gezegd niet erg nauw neemt met de rechten van vrouwen.

Trumps verkiezing zond een schokgolf van ontzet­ting door de Westerse wereld, en niet alleen om wie hij is en hoe hij zich gedraagt. Het feit dat de helft van de Amerikaanse kiezers geen punt maakt van zijn racistische en misogyne uitlatingen is min­stens even verontrustend.

Waar is mijn speer verscheen ruim voor de Ameri­kaanse verkiezingen, maar Samuels woorden klin­ken profetisch: ‘Mislukking, of het idee dat je mis­lukt ben, leidt niet alleen tot een innerlijke ‘crisis’, er komt ook een naar buiten gerichte energie bij vrij: woede. En deze woede is momenteel bijzonder actueel onder blanke mannen, die er altijd van zijn uitgegaan dat de maatschappij en het succes hen toebehoort. Een woede die de schuld aan anderen geeft, vaak aan hen die als obstakels of rivalen voor het eigen beroepsmatig succes worden beschouwd – immigranten, vrouwen, de scherpslijpers van de politieke correctheid – een woede die zich vaak tot extremistische politiek aangetrokken voelt.’

‘Verman je!’

De patriarchale hiërarchie, waarvan iemand als Trump bij momenten de belichaming lijkt, is niet alleen schadelijk voor de vrouwen en minderhe­den – die het doelwit worden van de ‘boze blanke man’ die zijn dominantie wil laten gelden – maar ook voor mannen zelf.

IMG_9911.JPG

Wetenschappers hebben het daarbij over toxic masculinity. Die ‘giftige mannelijkheid’ houdt niet alleen verband met de clichématige ideaalbeel­den die we tot op vandaag ophangen over mannen (stoer, onafhankelijk, kostwinner, overwinnaar), maar ook met de manier waarop we, meestal zon­der het zelf te beseffen, jongens vaak nog altijd con­sequent anders benaderen dan meisjes. Zo verwijst de Amerikaanse psycholoog en gezinstherapeut Terry Real naar onderzoek dat aantoont hoe ouders de neiging hebben om identiek hetzelfde gedrag anders te interpreteren, al naar gelang het geslacht van het kind. Als ze een huilende baby te zien kre­gen waarvan gezegd werd dat het een meisje was, omschreven proefpersonen het kind als ‘bang’. Als ze te horen kregen dat het een jongen was, beoor­deelden ze het gehuil als ‘boos’. Een bang kind ga je sneller troosten dan een boos kind. Van de aller­prilste leeftijd krijgen jongens dus vaak, onbewust en onbedoeld, minder koesterende en empathische signalen van ouders en opvoeders, wat hun emotionele en sociale ontwikkeling mee bepaalt.

Als daar dan ook nog conditionering bij komt met terechtwijzingen als ‘verman je’ of ‘jongens hui­len niet’, ontstaat een situatie waarin alles wat doorgaat voor ‘vrouwelijke’ kenmerken, zoals in contact staan met je emoties, uiten wat je voelt en erover durven praten (Real noemt dat menselijke kenmerken) voor jongens taboe wordt. Zodra er afgeweken wordt van het stereotiepe beeld, komt de mannelijkheid in het gedrang, en tot op vandaag wordt veel jongens van kleins af aangeleerd dat ze een fundamenteel stuk van zichzelf moeten onder­drukken.

De enige emotie die mannen in een genderstereo­tiepe opvoeding of samenleving wél mogen tonen, is woede of agressie. Het mag dan ook niet verras­sen dat mannen vaak veel agressiever uit de hoek komen dan vrouwen. Real maakt zich sterk dat een deel van de gewelddadigheid van mannen als een sociologische groep in feite een acting-out is van onderliggende depressieve gevoelens waar ze geen andere uitlaatklep voor hebben, gevoelens waar ze door de jarenlange sociale conditionering vaak niet eens meer bewust contact mee kunnen maken.

Veel jongens wordt van kleins af
aangeleerd dat ze een
fundamenteel stuk van zichzelf
moeten onderdrukken

De Amerikaanse auteur en opvoeder Tony Porter, die zich inzet voor de rechten van vrouwen en minderheden, beschreef in een beklemmende TED Talk hoe hij zelf als zwarte jongen ‘gesocialiseerd’ werd door de macho-cultuur van de achterstands­wijk waar hij opgroeide. Hij betrapte zichzelf erop dat hij zijn zoon en zijn dochter anders behandelde, en dat hij bezig was een aantal van dezelfde onge­zonde stereotypen die hem zo getekend hadden aan zijn zoon door te geven, en gooide zijn benade­ring om. Giftige mannelijkheid houdt ons voor, ver­telt Porter, ‘dat mannen het voor het zeggen heb­ben, en vrouwen dus niet; dat mannen de leiding nemen en dat je dus maar gewoon moet gehoorza­men en doen wat ze zeggen; dat mannen superieur zijn en vrouwen minderwaardig.’ Andere kenmer­ken zijn het aanmoedigen van geweld (wat je in zijn extreemste vorm vaak aantreft bij straatben­des), het taboe op zwakte tonen en hulp zoeken, het demoniseren van alles wat beschouwd wordt als ‘vrouwelijke’ kenmerken, en de minachting voor iedereen die die tentoonspreidt. Deze houding ver­klaart voor een belangrijk stuk de diepgewortelde en steeds terugkerende problematiek van zowel homofobie als verkrachting, waar zoveel mensen in onze samenleving nog dagelijks het slachtoffer van worden. Giftige mannelijkheid is dus schade­lijk voor álle partijen: jongens worden er emotio­neel door ontmenselijkt, vrouwen en minderheden komen erdoor in gevaar.

Wat kunnen we daar als samenleving tegenover stellen? Tim Samuels breekt een lans (of moeten we zeggen: een speer?) voor dingen die mannen op een positieve manier in hun waardigheid laten, én hen tot gezonde rolmodellen maken voor hun kinderen. Denken we maar aan: jongens de ruimte laten om in contact te komen met hun gevoelens, vaders sociaal of financieel niet discrimineren in hun kansen om voor hun kinderen te zorgen, jon­gens en mannen de kans geven om ‘onder vrienden’ gezonde broederschapsbanden te ontwikkelen en hun nood aan meer fysieke uitlaatkleppen te kana­liseren in sport, contact met de natuur of nuttige fysieke activiteiten.

Dat zijn dingen waar mannen zich bewust van moeten zijn, maar waar ook vrouwen (als moeders en partners) een belangrijke rol kunnen spelen. Als we het serieus menen met het gevecht voor een sa­menleving van gelijke rechten en gelijke kansen, is meewerken aan het neerhalen van de giftige ste­reotypering rond mannen wellicht een van de be­langrijkste dingen die we kunnen doen.

Schoolfeest Sobran 312.JPG

 

 

Dit stuk verschijnt in De Bond van 2 december 2016