Werelden verbinden

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~6~

Vandaag lees ik zoals beloofd een stukje voor uit mijn nieuwe boek, De wortels van de wereld.
Wat voor boek het precies is? Hm.

Ik hou niet van het woord kinderboek. De beste verhalen zijn leeftijd-loos. Ze hebben misschien een ondergrens (een leeftijd waaronder je te jong bent om het verhaal te begrijpen) maar ze hebben geen bovengrens. Soms kun je pas als volwassene alle lagen appreciëren die de schrijver erin stak. Dus ik noem dit boek, net als De serres van Mendel, zijn voorganger, een verhaal voor gevoelige zielen van 10 tot 110.

De wortels van de wereld is een boek over het snijpunt waar werelden elkaar ontmoeten.

In de ene wereld leeft het meisje Reya, samen met de oude Mendel, in een immens complex van koepels en serres. Er zijn meren en mangrovewouden, moerassen en oerwouden. In die enorme overkoepelde biotoop worden de werelden bewaard – letterlijk, in plantvorm: een universum aan zaden, bloemen en mogelijkheden.

In een andere laag van de werkelijkheid woont Robin, een jongen die ooit een tijdje bij Reya en Mendel in de serres verbleef en toen Reya’s beste vriend werd, maar zich daar nu niets meer van herinnert.
Hij is teruggegaan naar waar hij thuishoort en is opgegroeid zoals dat hoort: bij twee ouders, in een woestijndorp waar iedereen, ook de kinderen, aan het werk gezet worden tussen de sloopresten van een grote werf zodra ze daartoe in staat zijn.

Op het moment dat het verhaal in dit boek begint, is Robin twaalf. Hij krijgt flitsen van de serres in zijn hoofd. Wie is dat meisje – Ree heet ze, gelooft hij – dat hij tussen de planten ziet dansen? Ze praat tegen hem, valt te pas en te onpas zijn leven binnen. En wat moet hij met dat bizarre talent in zijn handen, dat hem in staat stelt dingen bijna vanzelf uit elkaar te laten vallen, en dat hij volgens sommigen maar beter verbergt?

In Reya’s wereld vindt een ramp plaats: de serres raken besmet door een ziekte. Ook Mendel zelf wordt levensgevaarlijk ziek. Reya moet haar veilige stolp verlaten om hulp te vinden. Ondertussen zoekt Robin naar een manier om terug te keren naar de plek waarnaar hij werkelijk verlangt.

Ik zou, met de column van vorige week in gedachten, een stukje over de plaag in de serres kunnen lezen: een natuurkracht die als een vloedgolf alle zekerheden van onder Reya’s voeten maait en haar dwingt haar veilige, overkoepelde wereld te verlaten. Maar dat ga ik niet doen. Van dat soort ontwrichting hebben we vandaag al meer dan genoeg. Dus ik neem jullie graag mee naar een andere lijn van het verhaal, iets wat we veel harder nodig hebben: het punt waarop Robin, afgedaald in de grot van de voorouders tot op het diepste punt waar hun tekeningen op de wanden staan, en met de stem van Ree als een constante compagnon in zijn hoofd, begint te begrijpen waar de kracht in zijn handen eigenlijk voor dient: het vertellen van zijn eigen verhaal, het verbinden van werelden.





De wortels van de wereld ~ fragment

Robin loopt naar de natuurlijke nis in de rotswand, een dieper gelegen stuk dat hij tot nu toe niet opgemerkt had. Die nis is één grote verzameling van handafdrukken, in alle formaten, in zwart en rood en oranje en grijs en alle kleuren daar tussenin. Het is bijna alsof ze naar hem zwaaien. Alsof een heel volk in het diepste punt van de grot heeft willen zeggen: wij zijn hier geweest.
Wij zijn hier geweest. En we zijn hier nog. Want jij ziet ons.
– Dat ben ik niet, fluistert Ree. Dat zijn zíj.
Hij loopt naar de nis en blijft een duimbreedte van de rotswand staan, tilt zijn hand op, aarzelt. ‘Als ik nu mijn hand op de rotswand leg, zou ik ze dan kunnen voelen?’
– Ik geloof het wel, knikt Ree.

‘De wortels van de wereld’, p.32-33



Hoe massief de wanden om hem heen ook zijn, op deze plek lijkt de rots niets meer dan een dun vlies. Aan de andere kant strekt zich net als hier een wereld uit waarin gebeurtenissen steeds verder afdrijven vanuit dit punt, zoals rimpels in het water zich verspreiden of jaarringen van een boom steeds breder groeien vanuit de kern.
Robin legt hij zijn handpalmen tegen de rotswand.
Kom, jonge wever. Voel ons en vind jezelf. Dit is waar alles herbegint. Want zolang er iemand is die de lijnen kan lezen, gaat het verhaal door.
De warme gloed zindert door Robins lichaam, dan begint die door zijn handen ook weer naar de rots terug te stromen. Hij hoeft er niets voor te doen, het is zo natuurlijk als ademen. En hij voelt hoe de grot als een levende stroom langzaam om hem heen wentelt, een stenen sterrenstelsel, een universum van rots.
Wat is steen anders dan gestolde tijd? Wat is tijd anders dan ontelbare lagen van leven, gestorven, bezonken, opeen geperst en weer aan het licht gebracht?

Een na een lichten de tekeningen op de wanden op. Hun vormen gloeien en golven, gevormd in de stroom van de rots zelf, door handen als die van hem, die wisten hoe ze dat moesten doen. Ze vertellen over werelden in het hart van zandkorrels, over beschavingen die kwamen en gingen, over de droom van één enkele bloem, over sterren die als stuifmeel uitgestrooid liggen in de nachtelijke hemel.
Sommige verhalen klinken heel zacht, oud en erg ver weg. Andere zijn helder als een bel, vers en dichtbij. Ze zijn allemaal springlevend, alleen op een andere laag van het gesteente dan die waar hij zich bevindt.
– In een andere jaarring van de boom, lacht Ree, langs een andere bocht van dezelfde spiraal. Of van een spiraal die deze kruist. Ze danst langs de wanden, van tekening naar tekening.

Robin in de grot (detail) uit ‘De Wortels van de wereld’ (c) Jurgen Walschot


En als twee spiralen van licht elkaar kruisen, kun je dan oversteken van de ene naar de andere? Kun je reizen van een laag in het gesteente naar een diepere, als waren het kleuren in een dampkring, wentelingen in een sterrenstelsel, en neerstrijken op de plek waar je hart naar hunkert?
Robin kan onmogelijk zeggen hoe ver hij gaat, of hoe lang dit ogenblik duurt. Tijd en afstand zijn niet alleen te meten in lengte, begrijpt hij, maar ook in diepte.

In zijn zak voelt hij plots zijn geboortesteen gloeien. Hij haalt hem tevoorschijn en weet wat hij gaat zien. Het warme licht in de kei is precies hetzelfde als wat door de rotswanden stroomt.
Wie jou gemaakt heeft, denkt hij, was net als zij.
Ree slaat zachtjes haar armen om hem heen.
– Net als jíj.

een knappe, langere, live versie van hetzelfde nummer als hierboven



Robin in de grot, uit ‘De wortels van de wereld’ (c) Jurgen Walschot


De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

De vloedgolf en de grot

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~5~
(c) Inaya photogrpahy


Ik onthoud mijn dromen zelden. Of zelden langer dan tot aan het ontwaken. Maar er is één droom die in verschillende vormen al een aantal keer is teruggekomen.

Op een ochtend eind januari 2020 schrijf ik er het volgende over, op de eerste bladzijde van een nieuw dagboek:

Vannacht had ik een droom zoals ik er in de afgelopen jaren vaker heb gehad: vanuit mijn huis zie ik een enorme vloedgolf aankomen, een massieve muur van water. Ik sluit alles af, zoek dekking, krul me op in een hoekje. De golf arriveert. Ik voel het huis daveren maar het houdt stand.

Ik kom er ongeschonden uit, elke keer. De dromen zijn spannend maar niet beangstigend als nachtmerries. Het huis ziet er elke keer anders uit, en ik ben zelden alleen maar de anderen hebben niet altijd een naam of een gezicht. Dit keer is alles herkenbaar: het huis is een kruising van plaatsen waar ik als kind woonde of vaak kwam, en de mensen die bij mij zijn, zijn mijn gezin.

Deze keer gaat de droom uitzonderlijk ook door nadat de vloedgolf gepasseerd is. We lopen om het huis heen. In de tuin naast het huis (je weet hoe landschappen veranderen in dromen, wat eerst een gebouw met zicht op zee was, is nu een huis in een bos) is een volwassen boom geknakt, midden in de stam. Dat van die boom was te verwachten, zegt mijn man. We lopen verder door de tuin die een bos is en vervolgens ontdek ik, half ondergronds, het indrukwekkende wortelstelsel van een andere boom, die daar altijd al moet hebben gestaan maar mij nooit eerder was opgevallen. Onder zijn wortels lijkt het wel een grot, met een gewelf.

De droom met de vloedgolf, wanneer hij zich ook aandient, arriveert altijd aan de vooravond van zeer krachtige en transformerende momenten in mijn leven. Natuurlijk kan ik dat op het moment zelf niet met zekerheid zeggen. Maar omdat ik mijn dagboek al jaren bijhoud, weet ik intussen dat het echt zo is.

Soms overvalt verandering ons. Als een storm, een vloedgolf, een natuurkracht.

(c) Inaya photography


Mijn droom leert mij dat ik dat overleef. De krachten die op mij inwerken, kunnen enorm zijn, maar mijn innerlijk (het huis) houdt stand. Sommige andere dingen, hoe robuust ook, overleven dat niet, worden midden in hun groei geknakt om het nooit meer te boven te komen. Wat overbleef van de boom in de tuin van mijn droom, was een zuil van een stam die met een kroon van gesplinterde punten naar de kruinen van de andere bomen priemde.

Maar het belangrijkste element van de droom was dit keer het gewelf van wortels. De oude, diepgewortelde wijsheid die zich in het onderbewuste van de aarde zelf bevindt en zich openbaart door mij toe te laten.

En er is nog iets.

Eind januari, toen de eerste zachte ritselingen van Covid-19 opdoken in de media, was ik niet alleen begonnen in een nieuw dagboek, ik was ook volop aan het schrijven aan mijn nieuwe boek. Dat verschijnt in augustus en zal De wortels van de wereld heten. Het gaat over de kwetsbaarheid van dingen die we graag zien, en hoe een natuurkracht alles van het ene ogenblik op het andere op de helling kan zetten. Wat vertrouwd was, verandert onherroepelijk in iets wat niet langer herkend wordt. De bakens van veiligheid en zekerheid vallen weg. Maar de diepste, oudste wijsheid, in de wortels van de wereld zelf, komt in het verhaal binnen bereik van wie durft afdalen naar de grot.

Volgende week lees ik er u hier in deze column een stukje uit voor. Want ik heb het gevoel dat het, net als mijn droom, wel eens onwaarschijnlijk toepasselijk zou kunnen zijn voor waar we nu allemaal samen doorheen gaan.

De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

ZAAILING #81 – Over de drempel stappen

Fragment uit ‘De wortels van de wereld’

Hoe laat je het vertrouwde achter je en zet je een stap die je nog nooit eerder gezet hebt? In ‘De wortels van de wereld’ neemt Reya een loodzware beslissing…
Met dit fragment uit ons nieuwe boek als Zaailing stappen ook Jurgen en ik over de drempel naar de buitenwereld.

‘Over de drempel stappen’ (detail) (c) Jurgen Walschot


Ze moet iets doen. Reya voelt de gedachte branden in haar hoofd, alsof ze zelf koorts heeft. En ze weet ook wát ze moet doen, al maakt het haar doodsbang. Ze moet naar Demeter.
Die zal raad weten, dat heeft Mendel zelf gezegd. En hij is niet in staat om te gaan. Maar zij wel.
Demeters huis ligt aan de grens van de stad in het oosten, herinnert ze zich. Een paar dagen stevig doorlopen…
Reya verzamelt al haar moed als een grote klomp in haar buik. Het maakt niet uit hoe ver het is, ze moet gewoon dóórlopen.

Ze propt het laatste restje eetbaar voedsel in haar zakken. Arizona, die zoals zo vaak lag te slapen in één ervan, wordt wakker en steekt zijn kopje naar boven. Reya haalt de slang tevoorschijn en hurkt neer. Haar vingers trillen.
‘Ik wil je niet achterlaten’, fluistert ze. ‘Maar ik durf je ook niet meenemen. Daarbuiten is er niks voor jou. En hier…’ Ze slikt. Zo zacht ze kan, aait ze over het gladde kopje. De slang glipt tussen haar vingers vandaan en glijdt in een gracieuze beweging op de grond. Reya’s blik wordt troebel. ‘Weet je het zeker?’
Arizona glijdt – langzamer dan anders, zo lijkt het wel – van haar weg, de begroeiing in.

Reya richt zich op. Van op een afstand kijkt ze naar Mendel, die ineengekrompen op de bank zit. Met haar ogen vol tranen ziet hij er minder ziek uit. Maar ook nóg minder zichzelf. Ze wil naar hem toe lopen en hem omhelzen maar houdt zichzelf net op tijd tegen.
‘Dag’, fluistert ze zonder geluid. Dan sluipt ze weg, naar de sluisdeuren die toegang geven tot de buitenwereld.

‘Over de drempel stappen’ (detail) (c) Jurgen Walschot

Ze werpt een laatste blik over haar schouder. Het hoge voorportaal met de indrukwekkende zuilen vol klimplanten ligt er schijnbaar vredig bij in het ochtendlicht.
Aarzelend stapt Reya over de drempel van de serres. Haar voeten voelen aarde en kort, stekelig gras. Ze ruikt de kruidige geur van de heuvels. De horizon tilt haar blik omhoog. Haar mond valt open. Ze staat onder een hemel die hoger is dan ze ooit voor mogelijk heeft gehouden. Hij is prachtig. En immens. En doodeng.

Een plots geluid laat haar omkijken. De buitendeuren gaan weer dicht en vergrendelen zichzelf. Trillend draait Reya zich om. De open ruimte gaapt haar tegemoet, als een zee van gras en golvende wolken waarin ze elk moment kan worden verzwolgen.

Ze zet één stap. En dan nog één. Alles in haar schreeuwt dat ze terug moet naar de beschutting van de koepels. Maar ze scheurt zich los en loopt door, zonder nog om te kijken.

‘Over de drempel stappen, een illustratie uit ‘De wortels van de wereld’ (c) Jurgen Walschot







ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg


‘De wortels van de wereld’ is het vervolg op ‘De serres van Mendel’ maar kan los gelezen worden. Het boek verschijnt in augustus 2020.