Stenen verleggen in de hoop op een pad

In het midden van een verlaten plein staat een fontein, een vreemde, elegante constructie. Verlangend kijkt Reya naar de carrousel van waterstralen, ze tuurt in het diepe, donkere bassin. De bodem is maar met moeite zichtbaar.

Ze aarzelt even, maakt dan een kommetje van haar handen en zet het aan haar lippen. Het water is ijskoud en lekker. Haar vingertoppen tintelen. Druppels ontsnappen tussen haar vingers.

Er verandert iets in de lucht. Het water dat langs de stenen spoelt, vertraagt. De fontein is een magneet die de tijd naar zich toe trekt.

De tegels onder haar voeten worden nachtblauwe poelen vol sterren, een wereld vol met werelden als luchtbelletjes in donker water, langzaam opstijgend om haar heen. Ze kan het plein niet meer zien. De wind brengt klanken die meteen weer weggeblazen worden. Traag wentelt de fontein, als een gracieus dansende vrouw. De druppels spatten in spiralen om elkaar heen. Reya tolt om haar as en de sterren wervelen mee.

Langzaam, als het ruisen van de zee, trekt de donkere sterrenhemel zich terug.



Het was een van de eerste scènes die ik ooit schreef in het schrift waarin ik uiteindelijk zou vastlopen. Ik had de serres in gedachten, een sprookjesachtige plek tjokvol planten, een plek onder de sterren waar de werelden bewaard werden en waar de wetten van de fysica niet werkten zoals we dat gewoon zijn, en ik zag een meisje, op weg naar een plek die ze niet kende. Ze was haveloos, moe en verdwaald. Een fontein wees haar de weg.

Wat dat allemaal met de serres te maken had, was mij zelf ook een raadsel, maar ik hield van die scène. Ze voelde aan als essentieel, zoals zoveel puzzelstukjes die ik later pas in elkaar zou kunnen passen als essentieel voelden.

De manier waarop tijd en ruimte samensmolten in het wentelen van de fontein was krachtig genoeg om de scène te willen bijhouden, ook toen ik De serres van Mendel op een heel andere manier ging benaderen en alles wat ik eerder had geschreven onbruikbaar bleek.

Nog later had ik het gelukkige toeval om het filmpje hierboven te kunnen maken, dat heel dicht benaderde wat ik toen voor me had gezien.



De zomer dat we Mendel afwerkten en lijnen uitzetten voor het vervolg, ging Jurgen met zijn gezin naar goede gewoonte weer naar de streek van Albi. Daar in de buurt is een meer dat we allebei al jaren kennen, en waar het fijn wandelen is. De foto’s van cairns die hij op de oever maakte, inspireerden me tot een Zaailing-drieluik opgedragen aan zijn dochter, dat we uiteindelijk toch niet publiceerden.

Maar we vergaten het niet. En de cairns ook niet. Want toen de scène met de fontein die ik al die jaren geleden bedacht wél bruikbaar bleek voor De wortels van de wereld, gingen we op zoek naar een betere vorm voor die fontein dan het bombastische rococogeval dat ik oorspronkelijk in mijn hoofd had. Een fontein als wegwijzer, een wegwijzer als fontein… Als er genoeg laagjes over elkaar heen gaan liggen, dan ontstaat het beeld vanzelf.

De fonteinscène uit ‘De wortels van de wereld’ (c) Jurgen Walschot



Jurgen en ik zijn intussen halfweg ons vierde jaar Zaailingen maken. Het is een gemeenschappelijk proces dat we koesteren, een dialoog die ons dierbaar is.
Alles wat zo lang leeft, gaat op zeker moment vanzelf evolueren. Dus hebben we besloten om de komende tijd wat te experimenteren. Met de frequentie, met de vorm, met het experiment zelf.

Dit composietverhaal mag als de eerste daarvan gelden. Jurgen en zijn gezin zitten op dit moment weer in Frankrijk, dus ik ben het drieluik van vorig jaar gaan opzoeken. Thema’s en motieven die heel sterk hun opwachting zouden maken in De wortels van de wereld zaten ook hier al in, zo blijkt. Ik heb het drieluik gecondenseerd tot één nieuwe tekst. Jurgens oorspronkelijke foto kan niet ontbreken naast het beeld van Reya en de fontein. Alle drie gaan ze op verschillende manieren in dialoog met elkaar.

Het onderwerp is door een jaar te rijpen alleen maar relevanter geworden: hoe kunnen we onze kinderen op weg zetten naar de toekomst, als we die weg zelf niet kennen?



ZAAILING #86
Wegwijzer

Voor Eline

(c) Jurgen Walschot



Hoe ooit de eerste tweebenige aan land kwam, vraag jij, en vervolgens ga je giechelend stenen rapen. Ik blijf het antwoord schuldig.

We markeren de plekken die ons troosten in onze tijdelijkheid. We hunkeren naar wortels maar het leven spoelt aan ons voorbij. We begraven de doden tot voorouders, laten hun botten rusten vervlochten met de rots.

Ik wil een andere wereld voor jou, kind, dus verleg ik stenen in de hoop op een pad. Ik ga jou voor naar een plek waar ik niet thuiskom maar jij dat hopelijk wel ooit zal doen. Want jij overstijgt ons.

Zie ons, groet ons, en laat ons dan achter. Kreupele wegwijzers zijn wij, vol goede bedoelingen, wankel als wensdromen.

Raak ons niet aan.
Daarvoor zijn wij niet bedoeld. Daartegen zijn wij niet bestand.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg


‘De wortels van de wereld’ is het vervolg op ‘De serres van Mendel’ maar kan los gelezen worden. Het boek verschijnt bij Van Halewyck/Pelckmans in augustus 2020.

Het grote afscheid

Breuklijnen, een verlopen visum en een cadeautje

Ik sta al aan de auto met het pannetje als ik me bedenk. Ik keer op mijn stappen terug.

(c) Inaya photography



Ik kan het niet helpen, maar dit voelt als de zomer van het Grote Afscheid.

Het verleden is een land waar we plots niet meer naar terug kunnen. Ons visum ervoor is definitief verlopen en de enige manier waarop we het nog kunnen bezoeken, is in herinnering.

Natuurlijk staat het leven nooit echt stil. Er zijn onophoudelijk verschuivingen, er komen dingen bij en er verdwijnen andere. Maar wat ik nu voel, is dieper, breder, definitiever.

Covid-19 is een aardverschuiving die een barst in het landschap heeft laten ontstaan, zoveel is zeker. Maar er is meer aan de hand. Onderhuids voelt het alsof er een veel grotere verschuiving bezig is, waarvan het virus en al wat het meebracht slechts een zeer zichtbaar en goed herkenbaar symptoom aan de oppervlakte is.

Ik zie het overal, in grote en kleine dingen.



Ik neem afscheid van de jonge kindertijd van mijn zoon die onherroepelijk voorbij is.
Mijn relatie met (schoon) ouders bevindt zich op het kantelpunt van wie precies voor wie moet beginnen zorgen. De omslag is nog niet gemaakt, maar de robuustheid en kracht om alles te torsen die we vroeger bij hen vonden, ligt nu bij ons.
Het is duidelijk dat we voor het laatst naar de vakantieplek van mijn jeugd zijn geweest, die mij al sinds mijn kindertijd dierbaar is en waar we met onze zoon als zuigeling nog heengingen omdat het er zo weldadig rustig was. Ze is in naam van zogenaamde ‘ontwikkeling’ onder de voet gelopen door geld en vastgoed, en ik werd verscheurd door diepe heimwee naar de vroegere oase van kalmte en soberheid.

Ik mis de manier waarop we vorig jaar de boekvoorstelling van De serres van Mendel voorbereidden, en ik mis de dierbare mensen die ons begeleidden doorheen de eindredactie van dat boek. Ik mis het gevoel dat alles mogelijk was, en hoe vanzelfsprekend het toen was om een evenement te organiseren voor een kleine honderd man in een gesloten locatie.

Detail uit de live tekening van (c) Jurgen Walschot op de Boekenbeurs van 2019, een event dat dit jaar niet doorgaat en vorig jaar misschien voor het laatst in die vorm heeft plaatsgevonden.



Ik mis de samenleving zoals ik ze kende. Niet omdat ze perfect was, maar omdat ze vertrouwd was en het vertrouwde is altijd makkelijker dan iets nieuws, zeker als dat nieuwe gehavend aanvoelt.

En ik kan me niet van het idee ontdoen dat er heel veel mensen aan gelijkaardige processen bezig zijn. Mensen die onverwacht geliefden verloren en nu met uitstel moeten rouwen. Die plots hun werk kwijt zijn of van wie de jobsector op apegapen ligt en die een gedwongen nieuw begin moeten maken. Die van hoge tronen vallen en heel diep landen. Die plots zieke of behoeftige familieleden moeten verzorgen. Die omwille van de veiligheidsmaatregelen essentiële stukjes van hun leven nog altijd niet kunnen opnemen. Die de trauma’s van hun kindertijd onder ogen zien en de wereld en zichzelf met andere ogen bekijken.

Ik zie bewustzijn groeien, als een vlam in het duister. Ik zie een krachtige massa in opstand komen tegen de structurele onrechtvaardigheid die diepe, oude, etterende wonden heeft geslagen en verandering eisen. Ik zie hoe even diepe en oude angst en onwetendheid en onverdraagzaamheid zich steeds dieper uitzaaien als een ziekte.

Dit zijn geen kleine verschuivingen, dit zijn breuklijnen.

Detail uit de live tekening van (c) Jurgen Walschot



Soms hebben boeken, net als films, een tagline: een zin die een diep motief uit het verhaal blootlegt. Tijdens het schrijven van De wortels van de wereld werd het me geleidelijk duidelijk dat dit boek er niet één heeft, maar drie. En ze zijn alle drie even relevant voor ons leven vandaag.

  • Alles is met alles verbonden.
  • Sommige dingen kun je niet meten in lengte, maar in diepte.
  • Doodgaan is niet altijd slecht. Zo komt er ruimte voor iets nieuws.

De eerste is een echo van een idee dat geplant werd in De serres van Mendel en nu alleen maar pertinenter geworden is. De tweede raakte ik eerder al even aan in een eerdere blog. De derde is waarover het hier gaat.

Er komt ruimte voor iets nieuws. Of dat iets moois wordt of niet, dat weten we nog niet. We zullen het ermee moeten doen. Ik voel geen angst, en als ik al ongemak ervaar, dan is dat het gevolg van een niet-weten in verband met de toekomst.
Op dit moment voel ik alleen afscheid. Ik bezoek het land van mijn herinneringen, ik kijk naar de onverwacht afgesneden paden om mij heen. Ik zie het stof neerdalen en maak een inventaris op van wat er nog kan, of niet meer. Ik voel heimwee of verdriet of gemis, en ik laat dat toe. Dat volstaat voorlopig.

En soms komt het in de vorm van een cadeautje.

Het pannetje (c) Inaya photography



Mijn zus en haar man verhuizen van een mooi huurhuis naar een eigen woonst. Nog een fase die ten einde loopt, realiseer ik me terwijl ik ze help inpakken. Ze geven allerlei dingen weg. Potten en pannen onder andere, niet geschikt voor de inductieplaten van de keuken waar ze heen gaan.
In hun uitzet bevinden zich nog twee kleine steelpannetjes van gietijzer en twee kookpotten uit mijn moeders servies. Die wil ik graag. Ze vervolledigen het gedeelte van mama’s keukengerief dat ik zelf ooit kreeg.

Bij de pannetjes aarzel ik. Ik ben geen sausmens, ik zal ze nooit gebruiken, zeker niet in tweevoud. Maar ik wil er toch eentje. Een is wat blanker van bodem. Ik herken het donkerder patroon op de bodem van het andere, en ik sta weer als adolescent melk te warmen in dat pannetje, dat altijd op het randje van aanbrandde, en dat zwaar en heet was in mijn onervaren handen als ik de melk zonder morsen probeerde over te hevelen in een kop.

Het pannetje van mijn jeugd is een beetje gehavend, er is hier en daar wat verf weg, misschien iets wat lijkt op een roestplek. Ik kies het blankere pannetje. Als ik toch nog eens saus zou gaan maken, dan is dat misschien beter bruikbaar.

Ik sta al aan de auto als ik voel dat het niet klopt. Ik gá geen saus maken. Ik wil gewoon dat donkere bodempatroon kunnen blijven zien, omdat ik het herken, omdat het een tastbaar aandenken is van het land waarvoor ik geen visum meer heb. Ik keer op mijn passen terug en ga recht naar de keuken. Mijn zus knikt en glimlacht als ze ziet wat ik doe. ‘Ik herken het ook’, zegt ze.

Er mag ruimte komen voor iets nieuws. Dat is onvermijdelijk, en vaak ook wenselijk. Maar zelfs in een landschap van breuklijnen en versperde wegen, van ingestorte muren en neerdalend stof, wil dat niet zeggen dat er geen kleine aandenkens blijven om te koesteren.

Op de weg naar huis heb ik het pannetje op schoot. Mijn duim glijdt over een van de bekjes waarlangs je de vloeistof kunt uitgieten. De verflaag is glad. Ik aai erover, heel de weg naar huis. Ik neem afscheid.

Detail uit de live tekening van (c) Jurgen Walschot

ZAAILING #85 – Werelden die wachten op genezing

Giant redwood @ Houtlab, Plantentuin Meise (c) Inaya photography



Een jaar geleden liepen Jurgen en ik langs de prachtige paden van Plantentuin Meise. We hadden juist een bezoek van de serres achter de rug met de mensen die hun schouders wilden zetten onder de boekvoorstelling van De serres van Mendel. Het was een zonnige zomerdag. We zaten vol goesting en inspiratie en we wilden het samen hebben over hoe een tweede verhaal er kon uitzien.

We hadden het idee voor een tweede boek al eerder uitgesproken, tegen de uitgever en onder elkaar. Zelf had ik niet meer dan een paar vage aanzetten in mijn hoofd, maar Jurgen had er echt al over nagedacht, zo bleek nu. Hij werd in zijn naast omgeving geconfronteerd met een zwaar ziek familielid en gooide een uitdagend idee op tafel: een plaag in de serres. En niet zomaar één: een ziekte die binnengebracht werd door een mens, maar die ook de planten aantastte. Hij had ook al een paar straffe ideeën over hoe dat er voor de personages en het verhaalverloop zou kunnen gaan uitzien.

We dwaalden door het park, we bezochten het Houtlab en we eindigden voor een koffie in de Tuinwinkel. Er ging een spervuur aan ideeën over en weer. Ik ken werkelijk niets wat mij diepere voldoening schenkt dan samen met iemand die ik graag zie een verhaal bedenken, brainstormen, een wereld creëren. Dat is alchemie van de allerbeste soort.

(c) Inaya photography



En nu staan we hier, een jaar verder. De wortels van de wereld verschijnt over twee maanden, eind augustus. En het is een beetje eng hoe relevant alles wat er in dit boek geslopen is, onbewust en spontaan en soms al maanden voor corona uitbrak, nu is voor de wereld zoals ze er vandaag uitziet.

Want dit is het portaal, het kantelpunt. We bevinden ons op een moment in de tijd waarop werelden veranderen.

De afgelopen maanden waren een hogedrukpan. Corona zette de samenleving stil en zette een aantal dingen op scherp. We kunnen niet meer negeren hoe de manier waarop wij leven de planeet verwoest en onszelf dus ook, hoe diep de ongelijkheden zijn, hoe immens de angst en haat. Maar ook de verbondenheid neemt toe, op soms onverwachte manieren, het bewustzijn groeit. Wie altijd al dunne wanden en fijne voelsprieten had, merkt dat ze nu niet alleen nog fijner maar ook veel verder en dieper registreren.

(c) Inaya photography



De kwesties waar we voor staan en doorheen gaan, zijn immens. Dat is bij momenten het ideale recept voor machteloosheid, want wie zijn wij, in ons kleine eentje, nu helemaal om iets te helpen veranderen of verschuiven, op wat voor manier dan ook?

Door ons eigen steentje bij te dragen, zo eenvoudig is het. En in ons geval, van Jurgen en mijzelf, komt dat zonder twijfel onder de vorm van een boek.




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Wat er gebeurt als je verhalen weeft

‘De wortels van de wereld’ (detail)



Sommige verhalen die ik schrijf, komen er in één grote geut uit. Of toch bijna. Aan andere zit ik eindeloos te prutsen, te schaven, te slijpen. Ik zet lijnen uit en knoop draadjes aan elkaar. Ik weef patronen, langzaam, geduldig.

Soms moet er een draad weer los. En anders. Of helemaal weg. Dat verandert het patroon onherroepelijk en dan moeten er allerlei kleine dingen die daarmee in verband staan ook veranderen.

Want net als bij een ingewikkeld breiwerk, of een weefsel met heel veel verschillende patronen, moet het allemaal op elk moment kloppen. Er mogen geen gaten gapen in een weefwerk, je mag geen steken laten vallen. De naden moeten onzichtbaar zijn.

Al doe je nog zo goed je best als schrijver, in elk manuscript sluipen nog kleine onzuiverheden. Zaken die je over het hoofd zag – je hebt immers zoveel dingen tegelijk die je in het oog moet houden dat er altijd wel iets is wat er aan je aandacht ontsnapt. Details ook waarvan je dacht: oh help, ik wéét dit gewoon niet, foert, ze zullen er wel overheen lezen.

Gelukkig gebeurt dat niet. Veel van die onzuiverheden worden opgepikt door het kundige oog van uitgevers en redacteurs.

‘De wortels van de wereld’ – detail (c) Jurgen Walschot



De wortels van de wereld is waarschijnlijk het boek waaraan ik, van al mijn boeken, in elk opzicht het meest intens heb gewerkt.
Zelf, in de eerste plaats, omdat het schrijven op geen enkel moment zomaar vanzelf kwam, ook al wist ik wel wát ik wilde vertellen en waar het heen moest. En ook met de hulp van anderen, die mij al een paar keer met een liefdevol duwtje en met loepzuivere feedback terug naar de schrijftafel stuurden.

Het immense werk nadert nu zijn voltooiing. Ik werk deze dagen de laatste oneffenheden in mijn weefwerk weg, verplaats de laatste knoopjes, stop nog een paar verdwaalde losse eindjes in.

Immens? Ja, toch wel. Al zal je dat niet kunnen aflezen aan het uiteindelijke aantal pagina’s en wordt het verhaalverloop voor wie niet beter weet waarschijnlijk vlot en rechtlijnig. Maar dat is precies hoe het hoort te zijn.

En zoals de personages in De wortels van de wereld het zelf zeggen: Sommige afstanden kun je niet meten in lengte, alleen in diepte.

‘De wortels van de wereld’ – detail (c) Jurgen Walschot

‘De wortels van de wereld’ is het vervolg op ‘De serres van Mendel’ maar kan los gelezen worden. Het boek verschijnt bij Pelckmans in augustus 2020.

Werelden verbinden

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~6~

Vandaag lees ik zoals beloofd een stukje voor uit mijn nieuwe boek, De wortels van de wereld.
Wat voor boek het precies is? Hm.

Ik hou niet van het woord kinderboek. De beste verhalen zijn leeftijd-loos. Ze hebben misschien een ondergrens (een leeftijd waaronder je te jong bent om het verhaal te begrijpen) maar ze hebben geen bovengrens. Soms kun je pas als volwassene alle lagen appreciëren die de schrijver erin stak. Dus ik noem dit boek, net als De serres van Mendel, zijn voorganger, een verhaal voor gevoelige zielen van 10 tot 110.

De wortels van de wereld is een boek over het snijpunt waar werelden elkaar ontmoeten.

In de ene wereld leeft het meisje Reya, samen met de oude Mendel, in een immens complex van koepels en serres. Er zijn meren en mangrovewouden, moerassen en oerwouden. In die enorme overkoepelde biotoop worden de werelden bewaard – letterlijk, in plantvorm: een universum aan zaden, bloemen en mogelijkheden.

In een andere laag van de werkelijkheid woont Robin, een jongen die ooit een tijdje bij Reya en Mendel in de serres verbleef en toen Reya’s beste vriend werd, maar zich daar nu niets meer van herinnert.
Hij is teruggegaan naar waar hij thuishoort en is opgegroeid zoals dat hoort: bij twee ouders, in een woestijndorp waar iedereen, ook de kinderen, aan het werk gezet worden tussen de sloopresten van een grote werf zodra ze daartoe in staat zijn.

Op het moment dat het verhaal in dit boek begint, is Robin twaalf. Hij krijgt flitsen van de serres in zijn hoofd. Wie is dat meisje – Ree heet ze, gelooft hij – dat hij tussen de planten ziet dansen? Ze praat tegen hem, valt te pas en te onpas zijn leven binnen. En wat moet hij met dat bizarre talent in zijn handen, dat hem in staat stelt dingen bijna vanzelf uit elkaar te laten vallen, en dat hij volgens sommigen maar beter verbergt?

In Reya’s wereld vindt een ramp plaats: de serres raken besmet door een ziekte. Ook Mendel zelf wordt levensgevaarlijk ziek. Reya moet haar veilige stolp verlaten om hulp te vinden. Ondertussen zoekt Robin naar een manier om terug te keren naar de plek waarnaar hij werkelijk verlangt.

Ik zou, met de column van vorige week in gedachten, een stukje over de plaag in de serres kunnen lezen: een natuurkracht die als een vloedgolf alle zekerheden van onder Reya’s voeten maait en haar dwingt haar veilige, overkoepelde wereld te verlaten. Maar dat ga ik niet doen. Van dat soort ontwrichting hebben we vandaag al meer dan genoeg. Dus ik neem jullie graag mee naar een andere lijn van het verhaal, iets wat we veel harder nodig hebben: het punt waarop Robin, afgedaald in de grot van de voorouders tot op het diepste punt waar hun tekeningen op de wanden staan, en met de stem van Ree als een constante compagnon in zijn hoofd, begint te begrijpen waar de kracht in zijn handen eigenlijk voor dient: het vertellen van zijn eigen verhaal, het verbinden van werelden.





De wortels van de wereld ~ fragment

Robin loopt naar de natuurlijke nis in de rotswand, een dieper gelegen stuk dat hij tot nu toe niet opgemerkt had. Die nis is één grote verzameling van handafdrukken, in alle formaten, in zwart en rood en oranje en grijs en alle kleuren daar tussenin. Het is bijna alsof ze naar hem zwaaien. Alsof een heel volk in het diepste punt van de grot heeft willen zeggen: wij zijn hier geweest.
Wij zijn hier geweest. En we zijn hier nog. Want jij ziet ons.
– Dat ben ik niet, fluistert Ree. Dat zijn zíj.
Hij loopt naar de nis en blijft een duimbreedte van de rotswand staan, tilt zijn hand op, aarzelt. ‘Als ik nu mijn hand op de rotswand leg, zou ik ze dan kunnen voelen?’
– Ik geloof het wel, knikt Ree.

‘De wortels van de wereld’, p.32-33



Hoe massief de wanden om hem heen ook zijn, op deze plek lijkt de rots niets meer dan een dun vlies. Aan de andere kant strekt zich net als hier een wereld uit waarin gebeurtenissen steeds verder afdrijven vanuit dit punt, zoals rimpels in het water zich verspreiden of jaarringen van een boom steeds breder groeien vanuit de kern.
Robin legt hij zijn handpalmen tegen de rotswand.
Kom, jonge wever. Voel ons en vind jezelf. Dit is waar alles herbegint. Want zolang er iemand is die de lijnen kan lezen, gaat het verhaal door.
De warme gloed zindert door Robins lichaam, dan begint die door zijn handen ook weer naar de rots terug te stromen. Hij hoeft er niets voor te doen, het is zo natuurlijk als ademen. En hij voelt hoe de grot als een levende stroom langzaam om hem heen wentelt, een stenen sterrenstelsel, een universum van rots.
Wat is steen anders dan gestolde tijd? Wat is tijd anders dan ontelbare lagen van leven, gestorven, bezonken, opeen geperst en weer aan het licht gebracht?

Een na een lichten de tekeningen op de wanden op. Hun vormen gloeien en golven, gevormd in de stroom van de rots zelf, door handen als die van hem, die wisten hoe ze dat moesten doen. Ze vertellen over werelden in het hart van zandkorrels, over beschavingen die kwamen en gingen, over de droom van één enkele bloem, over sterren die als stuifmeel uitgestrooid liggen in de nachtelijke hemel.
Sommige verhalen klinken heel zacht, oud en erg ver weg. Andere zijn helder als een bel, vers en dichtbij. Ze zijn allemaal springlevend, alleen op een andere laag van het gesteente dan die waar hij zich bevindt.
– In een andere jaarring van de boom, lacht Ree, langs een andere bocht van dezelfde spiraal. Of van een spiraal die deze kruist. Ze danst langs de wanden, van tekening naar tekening.

Robin in de grot (detail) uit ‘De Wortels van de wereld’ (c) Jurgen Walschot


En als twee spiralen van licht elkaar kruisen, kun je dan oversteken van de ene naar de andere? Kun je reizen van een laag in het gesteente naar een diepere, als waren het kleuren in een dampkring, wentelingen in een sterrenstelsel, en neerstrijken op de plek waar je hart naar hunkert?
Robin kan onmogelijk zeggen hoe ver hij gaat, of hoe lang dit ogenblik duurt. Tijd en afstand zijn niet alleen te meten in lengte, begrijpt hij, maar ook in diepte.

In zijn zak voelt hij plots zijn geboortesteen gloeien. Hij haalt hem tevoorschijn en weet wat hij gaat zien. Het warme licht in de kei is precies hetzelfde als wat door de rotswanden stroomt.
Wie jou gemaakt heeft, denkt hij, was net als zij.
Ree slaat zachtjes haar armen om hem heen.
– Net als jíj.

een knappe, langere, live versie van hetzelfde nummer als hierboven



Robin in de grot, uit ‘De wortels van de wereld’ (c) Jurgen Walschot


De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

De vloedgolf en de grot

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~5~
(c) Inaya photogrpahy


Ik onthoud mijn dromen zelden. Of zelden langer dan tot aan het ontwaken. Maar er is één droom die in verschillende vormen al een aantal keer is teruggekomen.

Op een ochtend eind januari 2020 schrijf ik er het volgende over, op de eerste bladzijde van een nieuw dagboek:

Vannacht had ik een droom zoals ik er in de afgelopen jaren vaker heb gehad: vanuit mijn huis zie ik een enorme vloedgolf aankomen, een massieve muur van water. Ik sluit alles af, zoek dekking, krul me op in een hoekje. De golf arriveert. Ik voel het huis daveren maar het houdt stand.

Ik kom er ongeschonden uit, elke keer. De dromen zijn spannend maar niet beangstigend als nachtmerries. Het huis ziet er elke keer anders uit, en ik ben zelden alleen maar de anderen hebben niet altijd een naam of een gezicht. Dit keer is alles herkenbaar: het huis is een kruising van plaatsen waar ik als kind woonde of vaak kwam, en de mensen die bij mij zijn, zijn mijn gezin.

Deze keer gaat de droom uitzonderlijk ook door nadat de vloedgolf gepasseerd is. We lopen om het huis heen. In de tuin naast het huis (je weet hoe landschappen veranderen in dromen, wat eerst een gebouw met zicht op zee was, is nu een huis in een bos) is een volwassen boom geknakt, midden in de stam. Dat van die boom was te verwachten, zegt mijn man. We lopen verder door de tuin die een bos is en vervolgens ontdek ik, half ondergronds, het indrukwekkende wortelstelsel van een andere boom, die daar altijd al moet hebben gestaan maar mij nooit eerder was opgevallen. Onder zijn wortels lijkt het wel een grot, met een gewelf.

De droom met de vloedgolf, wanneer hij zich ook aandient, arriveert altijd aan de vooravond van zeer krachtige en transformerende momenten in mijn leven. Natuurlijk kan ik dat op het moment zelf niet met zekerheid zeggen. Maar omdat ik mijn dagboek al jaren bijhoud, weet ik intussen dat het echt zo is.

Soms overvalt verandering ons. Als een storm, een vloedgolf, een natuurkracht.

(c) Inaya photography


Mijn droom leert mij dat ik dat overleef. De krachten die op mij inwerken, kunnen enorm zijn, maar mijn innerlijk (het huis) houdt stand. Sommige andere dingen, hoe robuust ook, overleven dat niet, worden midden in hun groei geknakt om het nooit meer te boven te komen. Wat overbleef van de boom in de tuin van mijn droom, was een zuil van een stam die met een kroon van gesplinterde punten naar de kruinen van de andere bomen priemde.

Maar het belangrijkste element van de droom was dit keer het gewelf van wortels. De oude, diepgewortelde wijsheid die zich in het onderbewuste van de aarde zelf bevindt en zich openbaart door mij toe te laten.

En er is nog iets.

Eind januari, toen de eerste zachte ritselingen van Covid-19 opdoken in de media, was ik niet alleen begonnen in een nieuw dagboek, ik was ook volop aan het schrijven aan mijn nieuwe boek. Dat verschijnt in augustus en zal De wortels van de wereld heten. Het gaat over de kwetsbaarheid van dingen die we graag zien, en hoe een natuurkracht alles van het ene ogenblik op het andere op de helling kan zetten. Wat vertrouwd was, verandert onherroepelijk in iets wat niet langer herkend wordt. De bakens van veiligheid en zekerheid vallen weg. Maar de diepste, oudste wijsheid, in de wortels van de wereld zelf, komt in het verhaal binnen bereik van wie durft afdalen naar de grot.

Volgende week lees ik er u hier in deze column een stukje uit voor. Want ik heb het gevoel dat het, net als mijn droom, wel eens onwaarschijnlijk toepasselijk zou kunnen zijn voor waar we nu allemaal samen doorheen gaan.

De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

ZAAILING #81 – Over de drempel stappen

Fragment uit ‘De wortels van de wereld’

Hoe laat je het vertrouwde achter je en zet je een stap die je nog nooit eerder gezet hebt? In ‘De wortels van de wereld’ neemt Reya een loodzware beslissing…
Met dit fragment uit ons nieuwe boek als Zaailing stappen ook Jurgen en ik over de drempel naar de buitenwereld.

‘Over de drempel stappen’ (detail) (c) Jurgen Walschot


Ze moet iets doen. Reya voelt de gedachte branden in haar hoofd, alsof ze zelf koorts heeft. En ze weet ook wát ze moet doen, al maakt het haar doodsbang. Ze moet naar Demeter.
Die zal raad weten, dat heeft Mendel zelf gezegd. En hij is niet in staat om te gaan. Maar zij wel.
Demeters huis ligt aan de grens van de stad in het oosten, herinnert ze zich. Een paar dagen stevig doorlopen…
Reya verzamelt al haar moed als een grote klomp in haar buik. Het maakt niet uit hoe ver het is, ze moet gewoon dóórlopen.

Ze propt het laatste restje eetbaar voedsel in haar zakken. Arizona, die zoals zo vaak lag te slapen in één ervan, wordt wakker en steekt zijn kopje naar boven. Reya haalt de slang tevoorschijn en hurkt neer. Haar vingers trillen.
‘Ik wil je niet achterlaten’, fluistert ze. ‘Maar ik durf je ook niet meenemen. Daarbuiten is er niks voor jou. En hier…’ Ze slikt. Zo zacht ze kan, aait ze over het gladde kopje. De slang glipt tussen haar vingers vandaan en glijdt in een gracieuze beweging op de grond. Reya’s blik wordt troebel. ‘Weet je het zeker?’
Arizona glijdt – langzamer dan anders, zo lijkt het wel – van haar weg, de begroeiing in.

Reya richt zich op. Van op een afstand kijkt ze naar Mendel, die ineengekrompen op de bank zit. Met haar ogen vol tranen ziet hij er minder ziek uit. Maar ook nóg minder zichzelf. Ze wil naar hem toe lopen en hem omhelzen maar houdt zichzelf net op tijd tegen.
‘Dag’, fluistert ze zonder geluid. Dan sluipt ze weg, naar de sluisdeuren die toegang geven tot de buitenwereld.

‘Over de drempel stappen’ (detail) (c) Jurgen Walschot

Ze werpt een laatste blik over haar schouder. Het hoge voorportaal met de indrukwekkende zuilen vol klimplanten ligt er schijnbaar vredig bij in het ochtendlicht.
Aarzelend stapt Reya over de drempel van de serres. Haar voeten voelen aarde en kort, stekelig gras. Ze ruikt de kruidige geur van de heuvels. De horizon tilt haar blik omhoog. Haar mond valt open. Ze staat onder een hemel die hoger is dan ze ooit voor mogelijk heeft gehouden. Hij is prachtig. En immens. En doodeng.

Een plots geluid laat haar omkijken. De buitendeuren gaan weer dicht en vergrendelen zichzelf. Trillend draait Reya zich om. De open ruimte gaapt haar tegemoet, als een zee van gras en golvende wolken waarin ze elk moment kan worden verzwolgen.

Ze zet één stap. En dan nog één. Alles in haar schreeuwt dat ze terug moet naar de beschutting van de koepels. Maar ze scheurt zich los en loopt door, zonder nog om te kijken.

‘Over de drempel stappen, een illustratie uit ‘De wortels van de wereld’ (c) Jurgen Walschot







ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg


‘De wortels van de wereld’ is het vervolg op ‘De serres van Mendel’ maar kan los gelezen worden. Het boek verschijnt in augustus 2020.