Wat een tussenstation…

Hoe ‘De serres van Mendel’ ontstond – deel #5 (slot)



Hier lees je:
– Deel #1 – Tête bêche en carte blanche : hoe het allemaal begon
– Deel #2 – Een ‘fijn projectje tussendoor’ : hoe het eerste scheutje kon groeien
-Deel #3 – Zîchtbaar, met of zonder schulp : waarin twee boekenmakers steeds meer uit hun schulp komen
– Deel #4 – Dubbele lens, dubbele pen : van solitair werken naar samen creëren



Dus vertelden onze hoofdpersonages het verhaal samen, net zoals wij samen het boek maakten. En dat lukte fantastisch.

Na de residentie ontwikkelden Jurgen en ik, nog veel meer dan daarvoor, een constante en open communicatielijn. Beelden en teksten gingen ook voordien al met de regelmaat van de klok tussen ons over en weer, voor de Zaailingen bijvoorbeeld. Nu kwam daar nog een heleboel bij dat viel onder de categorie ‘bruikbaar voor Mendel’. We brainstormden bij momenten digitaal, we stuurden de ander alles waar we aan dachten of wat onze aandacht trok.

Natuurlijk werkten we niet alleen maar aan dat boek. STROOM, de Zaailingen, de Boekenbeurs, andere boekprojecten, lesgeven, journalistiek werk, gezinsleven… Het kwam er allemaal bij en tussen. Maar dat gaf niet. De lijn stond open en bleef openstaan, we legden de spreekwoordelijke hoorn gewoon niet meer op de haak.

Bij momenten, als het schrijven van mijn kant goed vlotte en Jurgen tegelijk aan het tekenen was, voelde het dankzij die digitale communicatielijn over de fysieke afstand van half Vlaanderen heen een beetje als opnieuw in Zweden zijn: de ander laten meekijken naar jouw stuk van het proces, in real time, voelen dat wat je maakt veel zonder veel uitleg resoneert en begrepen wordt. Woord en beeld in elkaar voelen klikken. Er bestaat, wat mij betreft, niets fijners.


We hadden gekozen om De serres van Mendel toe te vertrouwen aan uitgeverij Van Halewijck omdat we de indruk hadden dat hun visie voor dit boek zowel inhoudelijk als vormelijk het meest op onze golflengte zat. Voor onze residentie hadden we al twee constructieve vergaderingen met de uitgever, en in de maanden die erop volgden, bleken we echt wel met ons gat in de boter gevallen. Niet alleen gingen alle contractuele en financiële afspraken super vlot, ook artistiek was vertrouwen de norm.
Mijn volledig uitgewerkte tekst was een schot in de roos, ik hoefde nergens meer grondig aan te gaan sleutelen. Jurgens voorstel voor vormgeving van het binnenwerk werd ook positief onthaald. We mochten alle registers opentrekken: een ongewoon formaat, hardcover, kleurenpagina’s van begin tot einde, alles bij elkaar een kleine 150 bladzijden. Een volledig geïllustreerde jeugdroman…

Iedereen die in het boekenvak werkt, weet hoe vermoeiend correcties en laatste loodjes kunnen zijn. Er kroop nog een heleboel tijd en werk in de vormgeving, temeer omdat Jurgen had besloten om te gaan voor een overvloed aan visuele details. Op elke pagina is er minstens iets te zien wat aansluit bij of een meerwaarde betekent voor de tekst. Maar de hele redactie verliep erg vlot en consequent, de correcties waren minimaal.

En dan gaat een mens dromen van de boekvoorstelling… Eigenlijk waren we dat al heel lang aan het doen. Wie de met wijn bevloeide mindmap in de vorige blogs aandachtig bekijkt, ziet daar al het woord ‘Meise’ opduiken. Er zitten nogal wat details van de serres van Plantentuin Meise verwerkt in Mendel. Het is natuurlijk niet de enige serre waarop we ons baseerden en de omvang van het koepelcomplex waar Reya woont, is vele malen groter dan die van welke plantentuin dan ook. Maar we koesterden al van heel vroeg de stille hoop dat we het boek misschien wel dáár zouden mogen voorstellen.

We deelden ons idee met de mensen van de uitgeverij. En zij gingen er achteraan. Nog meer gat en boter: ons idee werd in een handomdraai gerealiseerd. Plots hadden we niet een maar twéé organisaties die in ons boek geloofden en met ons mee dachten om er een meer dan memorabele lancering van te maken.

Om organisatorische redenen valt die feestelijke Meisedag pas op 20 oktober. Dat is dus nog even verlangend aftellen. Maar deze week gingen de eerste exemplaren van De serres van Mendel al in de boekhandel over de toonbank. Het is er echt.


Het postpakket met auteursexemplaren uitpakken, had een onwerkelijk aura, alsof het nog niet helemaal ‘waar’ was. En drie jaar hechte samenwerking met een beeldenmaker laten hun sporen na. Mijn eerste blikken waren vooral angstig-kritisch: was de druk kwalitatief in orde? Zaten de kleuren goed? Op papier is alles toch altijd nog nét ietsje anders dan op een scherm. Maar ik zag al snel: het resultaat mocht er zijn. En met elke nieuwe dag die voorbij gaat, word ik blijer.

Terwijl ik dit schrijf, ligt het boek op mijn werktafel. Ik kan het vastpakken, er in bladeren, er aan ruiken (dat deed ik nooit eerder met een boek maar nu wel). Elke keer opnieuw word ik er gelukkig van. Dit boek is alles wat het moest zijn en kon worden. En meer.

De serres van Mendel is het resultaat van veel meer dan een samenwerking. Het is ook geen eindpunt, maar een tussenstation op een lange, totaal onverwachte en onwaarschijnlijk mooie weg. Maar wat een tussenstation. Hier wil ik wel eventjes halt houden om te genieten van het uitzicht.

Jurgen, als dierbare compagnon de route, staat natuurlijk naast mij in dat beeld. We hoeven niets te zeggen, samen genieten van het uitzicht is genoeg. Wat je deelt, gaat zoveel dieper. En wat hebben we veel om dankbaar voor te zijn.






In september 2019 verschijnt bij Van Halewyck ‘De serres van Mendel’, een jeugdroman (10+) in woord en beeld, een gemeenschappelijk project van Kirstin Vanlierde en Jurgen Walschot.
In aanloop naar de publicatie verschijnt er elke maand een blog over hoe dit boek ontstond.
Advertenties

Tête-bêche en carte blanche

Hoe ‘De serres van Mendel’ ontstond – deel #1

De serres van Mendel (detail) (c) Jurgen Walschot

Het begon als een vage hint van een verhaal, een voorgevoel.
En ik weet nog precies wanneer ik het kreeg: toen ik in de vroege jaren van mijn pendeltraject naar Brussel telkens gefascineerd keek naar het piepkleine stukje koninklijke tuin van Laken dat ik in het voorbijrijden vanaf het spoor kon zien.

Die enorme tuin, het prikkeldraad dat bedoeld leek om mensen binnen te houden eerder dan buiten… Het riep iets in mij wakker.
Ik verbond Laken ook met mijn oude fascinatie voor de koninklijke serres. Mijn ouders kregen er ooit een rondleiding dankzij mijn vaders werk als bankier, en ze brachten een lijvig fotoboek mee terug dat enorm tot mijn kinderlijke verbeelding sprak.

Onmogelijk te zeggen hoe de onbewuste kronkels van een schrijversgeest werken, maar ik voelde een verhaal groeien. Iets met een heel bijzondere wereld die leek op de onze maar dat toch niet helemaal was. Iets met die serres als wereld op zich, of knooppunt tussen werelden. Ik had zelfs de titel al, wat mij anders nooit gebeurt: De serres van Mendel. Wie Mendel precies was (als personage dan), daar had ik geen flauw idee van. Maar dat het verhaal zo zou gaan heten, was toen al duidelijk.

De serres van Mendel (detail) (c) Jurgen Walschot

Ik probeerde eraan te beginnen. Of beter: ik begon eraan. Ik schreef een aantal hoofdstukken, maar wat ik voor me zag, leek maar niet te willen kloppen met waar het verhaal volgens mij naartoe moest. Ik schreef scènes over een meisje op weg naar een plek die ze niet kende, een bijzondere plek die werelden verbond. Dat bleek een huis te zijn, in een grote, overwoekerde tuin. Mooi als beeld, dat wel, en er liepen een paar interessante personages rond. Maar hoe krijg ik haar in die serres, vroeg ik me af. Want dat is waar dit écht over moest gaan. Ik vond geen antwoord. Elk scenario daarheen leek een kunstgreep.

Ik liet het rusten, met het zinderende gevoel van goesting en ‘hier zit iets in maar ik weet nog niet wat’ intact.

Twee jaar later (met dank aan Karla Stoefs voor de referentie) kwam de vraag van uitgeverij Van In om een kort verhaal voor tienjarigen te schrijven voor hun Talent-reeks. Onderwerp: ‘andere werelden’, verder had ik carte blanche.
Ik had nog nooit voor die leeftijd geschreven, maar ik dacht: waarom niet? Ik haalde mijn oude idee van de serres weer van onder het stof, en wat mij niet was gelukt voor een jeugdroman, lukte nu plots wel: in een verhaal van amper dertig korte bladzijden was geen plaats voor getreuzel of een lange aanloop. Ik moest schrijven wat er te vertellen was, punt uit.

Ik liet mijn dierbare maar onmogelijke hoofdstukken voor wat die waren. Ik draaide het schrift dat ik gebruikte om en begon, tête-bêche zoals ze dat noemen, aan de andere kant van voren af aan. En meteen in de serres, dit keer.

Dit is wat ik schreef:

De serres zijn gigantisch.
Niemand weet wie ze ooit heeft gebouwd, en soms denkt Reya dat ze vanzelf zijn gegroeid op de plaats waar ze staan.
Ze hebben hoge koepels en kleine, geheime hoekjes, en ze strekken zich verder uit dan je kunt kijken. Ze zijn tot de nok gevuld met bomen, struiken, bloemen en mos. Er lopen beekjes doorheen, en het is er warm en vochtig. Water parelt van de bladeren en stengels van varens.
Reya woont al heel haar leven in de serres. Ze weet niet hoe ze er ooit terechtgekomen is. Mendel zegt dat hij haar op een ochtend vond, opgekruld als een slakje onder een reuzenvaren. Alsof ze daar in één nacht gegroeid was. Reya weet niet of ze dat verhaal gelooft. Maar ze gelooft Mendel wel als hij zegt dat ze hier thuis is, en dat hij blij is dat ze er is.
Waar Mendel vandaan komt, weet ze ook niet. Hij lijkt er gewoon altijd geweest te zijn, net als de serres. Hij heeft veel grijs in zijn baard en hij loopt als iemand die het gewend is om met zijn rijzige gestalte boven iemand uit te torenen, ook al wil zijn rug ondertussen niet meer helemaal mee.
Wat Mendel doet, weet Reya wel, al begrijpt ze niet alles. Hij repareert de serres en zorgt dat alles werkt zoals het hoort. En hij verzorgt de planten die er groeien. Hij kent elk kleinste mosje in de meest beschutte hoekjes en hij weet wanneer er bevloeid moet worden. Hij praat tegen de oude bomen als hij takken moet snoeien. En hij kan feilloos het onderscheid maken tussen de redelijk onschuldige wriemeldiertjes en een heuse plaag van ongedierte, die zonder pardon uit de serres gezet worden.
Ze horen bij elkaar, Mendel en zijn serres. En Reya is thuis bij hen allebei.

Ik wist nog altijd niet waar het verhaal mij nu eigenlijk zou gaan brengen. Maar nu die eerste bladzijde er plots stond, wist ik dat het goed zat. En van toen af ging het vanzelf.




In september 2019 verschijnt bij Van Halewyck ‘De serres van Mendel’, een jeugdroman (10+) in woord en beeld, een gemeenschappelijk project van Kirstin Vanlierde en haar Zaailing-zielsverwant Jurgen Walschot.
In aanloop naar de publicatie verschijnt er elke maand een blog over hoe dit boek ontstond.


Jonge oogjes

“Pardon, mevrouw… We zagen dat u het woord ‘hooggevoelig’ ook gebruikte. En we wilden u vragen… Hoe dat was voor u? Want wij zijn zelf ook hooggevoelig, ziet u.”

Ze staan me aan te kijken met open gezichten en glanzende ogen. Twee jongens van een jaar of dertien, die samen hun moed bij elkaar geraapt hebben en na mijn lezing op mij af zijn gestapt.

Dit is de dia waarnaar ze verwezen.

Als schrijver heb je soms de neiging om een aantal motieven en thema’s te herhalen doorheen je werk. Ik heb genoeg literatuur bestudeerd om dat te weten. Toen ik mijn eigen boeken naar aanleiding van deze overzichtslezing tegen dat licht hield, merkte ik niet alleen dat ik daar (uiteraard) niet vrij van was, maar ook dat mijn verhalen tot op zekere hoogte mij geschreven hadden.

Ideeën die ik bijna twee decennia geleden aan het papier toevertrouwde, als fantasieën of wensdromen, zijn nu heel concreet aanwezig in mijn fysieke leven. Even slikken is dat, toch wel. Van ongeloof en dankbaarheid. Of hoe wat je schrijft profetisch kan zijn, zeg maar. (Ik had dat al eerder ondervonden in mijn dagboeken, maar dit was toch nog wel een straffer staaltje toekomstvoorspelling.)

Ik liet mijn verhaal beginnen bij de telepathische zielsverbondenheid tussen twee muzikanten in Als een spiegel. Ik toonde hoe plaatsen én mensen je kunnen raken en je leven overhoop kunnen gooien zoals gebeurt met de personages in Geheugen van Steen. Ik keek terug op de woede en wanhoop die aan de basis hadden gelegen van Sequoia en Yuma. Ik vertelde over het ontstaansverhaal van de Zaailingen en de zielsverbondenheid die daar bijhoort. Ik liet het achterste van mijn tong zien, zoals gewoonlijk. Wie zich helemaal blootgeeft, heeft doorgaans het minst te vrezen, dat bleek ook nu weer.

Want daar staan ze dus, na de lezing. Helemaal open, en stralend in hun enthousiasme en hun kwetsbaarheid. Of ik het ook was, hooggevoelig. En hoe dat dan voor mij was geweest. Plots besef ik: ik ben misschien wel hun eerste levende rolmodel. Die gedachte komt stevig binnen. Het maakt me bescheiden. Maar ook trots.

Dus vertel ik hen eerlijk over de bubbel waarin ik mijn kindertijd overleefd heb, en hoe vreselijk ik bepaalde dingen als jongere vond. Waar ik het moeilijk mee had, en wat ik heb geleerd. En dat het betert met ouder worden, dat je het met de jaren beter kunt hanteren, en dat de echte troeven dan pas naar voren komen.

(c) KV

Ze staan te knikken en te glunderen, allebei. Met een glimlach van oor tot oor en glinsterende, jonge ogen. Wat een vertrouwen, en een openheid. Ik word er heel erg dankbaar van.

Het waren drie intense maar geslaagde uren, daar op die dubbellezing in het Cultuurcentrum van een West-Vlaams stadje. Maar die laatste vijf minuten, dat is waar het die dag voor mij écht om heeft gedraaid.

Nasmaakje in beelden #2

Beheersvennootschap deAuteurs zette het duo Zweedse residenten tijdens het festival in de kijker door middel van een interview.

De eekhoorn die ons afleidde door in de boom naast ons te komen paraderen en zorgde voor een komisch intermezzo in het gesprek, heeft de montage niet gehaald.
Maar dat werd goedgemaakt door het exemplaar dat in Kopenhagen op een meter bij ons vandaan rustig aan een nootje ging zitten knabbelen…

Zweden_920 ed klein

Een land dat klinkt als een droom

Björköby residentie — Blog #6

 

Zweden_801 ed kleinZweden_541 klein

Zweden is een land dat klinkt als een droom.
Niet in het minst omdat het de geboortegrond is van Astrid Lindgren, maar ook omdat het de sfeer uitademt van fjorden, donkere bossen en rotsblokken van waarachter elk moment kobolden tevoorschijn kunnen komen.

Dankzij deAuteurs waren Jurgen Walschot en ik anderhalve week lang te gast in Källäng, het huis in Björköby, waar literaire duizendpoot en organisator van het SmåBUS-festival Joke Guns onze gastvrouw was.

Na het kinder- en jeugdboekenfestival kwamen we daar tot rust, en tot werken. We hebben immers een boek te maken, en niet zomaar één: een 11+ jeugdboek, mét bijzonder mooie illustraties, een boek dat buiten de lijntjes kleurt. En dat doen wij graag, buiten de lijntjes kleuren…

 

Een residentie als deze gebeurt in nauwe samenhang met de sfeer van het huis, en de omgeving. We fietsten naar het nabijgelegen meer, we struinden door de bossen. We verpoosden op steigertjes, blij met de zon, de wind en ook de storm wanneer die zich aandiende. We vergaapten ons aan de bonte kraaien, aan de rijkdom van kleuren en vormen. De natuur heeft in Zweden meer ruimte dan in ons volgebouwd Vlaanderen – dat doet deugd. De verhoudingen van mens en ecosysteem voelen er juister.

Zweden is een land met wortels, diep in de bodem. Het is ook een land met lekkere keuken, fika (het sociale tienuurtje, een aanrader om te adopteren waar je ook woont), en veel gezelligheid die te maken heeft met een van de belangrijkste grondstoffen: hout. Hele dorpen zijn er uit opgetrokken, en vermengd met de geur van kaneel en traditionele stoofpot, zoals we hem eten op onze laatste avond te gast bij het gezin van Joke en Han, is dat een gegarandeerd recept voor warmte en knusheid.

Zweden_349 klein

 

Zweden is een land dat klinkt als een droom, en een half jaar lang hebben we toegeleefd naar die droom.
Zoals elke droom verschilt de werkelijkheid enigszins van de verwachtingen, maar dat is precies zoals het hoort. De werkelijkheid is concreter, fysieker en zintuiglijker dan wat voor droom dan ook…

Eten smaakt lekkerder als je eerst samen een menu voor de komende dagen hebt samengesteld. Schrijven en tekenen worden doorleefder als je ten volle beseft dat dát is waarvoor je naar hier gekomen bent. Samenwerking en vriendschap worden voller als je twee weken lang helemaal op elkaar aangewezen bent, en merkt dat elke uitdaging je een stap dichter bij elkaar en bij diepgaand creatief partnerschap brengt.

Zweden_329 klein

 

Zweden was voor ons een zegen, en een voedingsbodem waarvan we de vruchten nog ver in de toekomst zullen plukken. Ik vermoed dat ze een beetje zullen smaken als de blonde appels uit de tuin van Källäng: zacht, romig en flexibel in gebruik, ogenschijnlijk onopvallend maar verrassend lekker, gegroeid aan een oude boom, puttend uit de kracht van een heel land en van een geschiedenis die verder terug grijpt dan we misschien beseffen. Elke hap is een geschenk.

Aan het einde van deze residentie rest ons maar één woord, uit de grond van ons hart, zowel aan Joke en haar gezin als aan deAuteurs, de organisatoren van dit verblijf.

Bedankt.
Wat jullie hebben helpen Zaaien, zal vrucht dragen.

 

Vriendschap is geen zwaktebod

Björköby residentie – Blog #5

 

IMG_3369 (2) klein
(c) KV

Wat is het dat twee mensen samenbrengt en een vonk laat overslaan? Over die vraag zijn hele boeken vol geschreven. Vaak komen de personages van heel andere kanten, en onverwacht komt er tussen hen iets bloot te liggen wat hen allebei verrast, iets verfrissends en vertrouwds tegelijk, iets wat smaakt naar meer. Maar er zijn ook verschillen, en onvermijdelijk ontstaat er conflict (en dat hoort ook zo, want een goed verhaal is niets zonder conflict). Op het einde van het boek is de band tussen de twee figuren ofwel sterker, ofwel kapot.

Ligt het aan mij, dat ik daarbij bijna automatisch denk aan een liefdesverhaal? Ja, dat ligt vast aan mij. (Al maakt zowat elk liefdesverhaal in de literaire geschiedenis natuurlijk ook wel gebruik van bovenstaand scenario.) Minder vooraan in mijn gedachten zaten lange tijd de boeken over vriendschap. Maar alles wat in de eerste alinea beschreven staat, geldt net zo goed daarvoor.

De westerse literatuur zet al eeuwen een felle spot op de romantische liefde, in de gelukkige dan wel noodlottige variant, en ik beken dat ik vriendschap in verhalen lange tijd weinig meer vond dan een zwakke afspiegeling van de betere liefdesgeschiedenissen, een soort willen-maar-niet-kunnen, een slap aftreksel waar ik de meerwaarde niet van vatte of een noodgedwongen kunstgreep in het geval van veel kinderboeken, wegens heel jonge personages. Vriendschap, dacht ik tot voor kort, is en blijft toch altijd een beetje een generale repetitie voor die échte, ultieme vorm van menselijke verbondenheid, de liefdesrelatie.

Man, had ik het fout.

IMG_3145 (2) klein
(c) KV

__

In al mijn boeken komen vriendschappen voor. Maar in elk daarvan draaide het tot nu toe toch minstens evenveel, zo niet méér, om de ontwikkeling van een liefdesgeschiedenis. Eén keer groeide uit een onwaarschijnlijke vriendschap zelfs een nog onwaarschijnlijker liefdesrelatie. Het boek in kwestie is me nog altijd genegen, die personageontwikkeling ook (hoewel ze begrijpelijkerwijs niet door alle critici werd gesmaakt).
Maar mijn volgende boek breekt met dat stramien. Want dit verhaal gaat over vriendschap. En dat komt niet omdat de personages kinderen zijn, of omdat het een boek is voor lezers vanaf pakweg tien of elf jaar. Niet omdat ik niks beters kon verzinnen, of voor een keer geen goesting had om een adolescentenroman te schrijven.
Integendeel, ik heb het eindelijk door. Vriendschap is géén zwaktebod.

 

“De kans om anderhalve week in alle rust te kunnen werken op een dergelijke plek is voor elke scheppende kunstenaar met een gezin en een drukke agenda een zegen, maar als je zoals wij een diepgaande en verrijkende samenwerking deelt, is het helemaal een droom om een langere periode samen door te kunnen stomen, ongehinderd door het gewone gedoe van elke dag. Jurgen en ik zijn goede vrienden, allebei natuurmensen bovendien, dus de gedachte aan deze residentie voelt een beetje als thuiskomen.”

Zo schreef ik het, in de motivatiebrief bij onze portfolio voor deAuteurs, toen we het erop waagden om een aanvraag in te dienen voor de auteursresidentie in Björköby. De residentie waarvan we zeker waren er nooit voor gekozen te zullen worden. De residentie waar we nu middenin zitten… En ja, we zijn thuisgekomen.

 

__

Op het surrealistische moment dat we te horen kregen dat wij tegen al onze verwachtingen in de gelukkigen waren, hadden we nog geen duidelijk idee waar we precies aan zouden gaan werken. De verschijning van STROOM stond intussen vast, maar verder was het koffiedik kijken. Liefst focusten we op een boek of een groter project, maar in het slechtste geval zou er vast meer dan genoeg inspiratie voor Zaailingen te rapen vallen in de omgeving.

Wat óók klaar was, was het kortverhaal De serres van Mendel, dat zich afspeelt in een gigantisch serrecomplex, tot de nok gevuld met planten, bloemen, bomen, vijvers en nog veel meer, een woekering van koepels waarin de hele Wereld wordt bewaard. Ook hier waren tekst en beeld al nauwer gaan samenwerken dan de gewoonte is in kinderboekenland. Jurgen en ik overliepen samen het verhaal, de filosofische ideeën die eraan ten grondslag lagen en de visuele en inhoudelijke gelaagdheid nog voor hij de prenten begon te maken. En eens hij in de serres dook, wilde hij er niet meer uitkomen. Wat hij opriep in zijn beelden, was wat ik voor me had gezien, en méér.

Mendel werd een pareltje, maar wel een heel kort pareltje, met nog veel meer potentieel. In dat beknopte verhaal zat de kern van een veel groter, beter uitgewerkt boek. Een echt jeugdboek, maar mét bijzondere illustraties, met tekst en beeld in evenwaardige dialoog, en een resultaat dat meer is dan de som van de delen.
We contacteerden een aantal uitgevers, en hadden het geluk er een te treffen die helemaal op onze golflengte zat over wat voor boek dit kon worden. Dus de Björköby-residentie is er niet alleen effectief gekomen en we zijn niet zomaar twee weken aan het genieten van een bijzondere locatie en de rust van onze Zuid-Zweedse werkplek, we zijn ook nog eens, zoals we hoopten, voluit aan het werk aan een concreet project, een verhaal waarin we allebei geloven en dat volgend najaar als boek in de rekken zal liggen.

IMG_3377 (2) klein
(c) KV

__

In al mijn boeken speelt de locatie een belangrijke rol. Het klooster van Sant Pere de Rodes in Geheugen van Steen, de rode rotswoestijn van Arizona in Sequoia, de verhalen die er zich in afspelen, zitten er diep in verankerd. Maar De serres van Mendel (zoals ik dit boek nog altijd noem, het is nog niet duidelijk wat de definitieve titel wordt) is een verhaal waarin ik éérst de wereld zag, en pas in een volgend stadium ging nadenken over personages.

Natuurlijk moet een goed verhaal uiteindelijk wel draaien om de personages. En ze dienden zichzelf gelukkig aan met groot gemak, het meisje en de jongen die de lezer in de serres ontmoet, en die we in de loop van het verhaal steeds beter leren kennen. Maar in het kortverhaal bleef hun karaktertekening noodgedwongen heel schetsmatig. Nu, tijdens het werk in Björköby, was het moment gekomen om daar verandering in te brengen. Nu moest ik gaan schrijven over hun bijzondere vriendschap. Ik heb me een tijdlang afgevraagd hoe ik dat moest aanpakken. Tot ik besefte: ik weet intussen precies hoe dat voelt.

IMG_3474 (2) klein
(c) KV

__

‘Zijn jullie samen? Ook, euhm… behalve op vlak van creatieve samenwerking?’
We hebben de vraag al een paar keer gekregen het afgelopen jaar, bij het praten over ons werk, het samen opbouwen van een tentoonstelling, of laatst nog, tijdens de hartelijke gesprekken met collega-schrijvers en -illustratoren op het SmåBUS-festival. Ik vind het altijd apart als ik daarop kan antwoorden: ‘Nee, hoor. Maar Jurgen en ik hebben wel iets heel bijzonders’, en dat de gesprekspartner dan knikt: ‘Ja, dat zie je wel.’

Het blijft moeilijk om de juiste woorden te plakken op wat ‘dat’ dan wel is. Maar het is er, en het is tijdens deze residentie nog dieper in onze samenwerking gaan kruipen. We koken om beurten of samen, verdelen de koekjes, de gehaktballetjes en de ruimte op de sofa keurig in twee – ‘elk de helft’ is de knipoog van dit verblijf. De een klimt in de appelboom om verse vruchten, de ander fietst bij stormweer over steigertjes.

We brainstormen over wat er al dan niet zou kunnen in dit verhaal, soms al van bij het ontbijt – wat een betere remedie is tegen ochtendhumeur dan de slappe of veel te straffe koffie die we telkens zetten. Grappige ideeën van Jurgen of terechte vragen die hij stelt over de personages vlechten zichzelf heel spontaan in mijn tekst tijdens het schrijven. We hangen broederlijk en zusterlijk de was op en onderzoeken intussen de wereld(en) die we samen aan het bouwen zijn – waar lopen hun grenzen, wat zijn hun wetmatigheden of hun filosofische gronden, waar treden ze buiten hun oevers? Hoe giet je dat in beelden? Wat toon je, wat verberg je? Jurgen helpt me door een acute opstoot van innerlijke twijfel, ik mag meekijken naar zijn prachtige prenten terwijl ze ontstaan, en feedback geven terwijl ze groeien onder zijn handen. Een aparte verbondenheid is ‘wat wij hebben’, een vriendschap met creatieve vleugels.

IMG_3379 (2) klein
(c) KV

__

Daarom, begrijp ik nu, eindelijk, worden er dus niet alleen boeken over liefde, maar ook zoveel boeken over vriendschap geschreven. Want vriendschap is bijzonder. En wie boeken over vriendschap leest zoals ze bedoeld zijn, merkt al snel, net zoals je dat in het echte leven ook ondervindt, dat de beste, diepste vriendschappen óók een vorm van liefde zijn, een betere misschien zelfs, zuiverder op de graat, puur om het innerlijk van de andere persoon en niet verguld (of vertroebeld) door het hele spel van romantische en fysieke aantrekkingskracht.

Nee, vriendschap is geen zwaktebod. Ik had alleen een tijdje nodig om daar achter te komen.

Dus gaan we nu samen dat bijzondere boek van ons afwerken.
Een boek over een jongen en een meisje, over een vriendschap, en over werelden die buiten hun oevers treden.

IMG_3001 klein
(c) JW

ZAAILING #40 – Vleugelverhaaltjes

Björköby residentie — Blog #4

image.php
(c) Vetlanda Posten

 

Toen de illustratoren die deelnamen aan het SmåBUS-festival de vraag kregen om een beeld te maken bij Astrid Lindgrens boek De kinderen van Bolderburen, ging ook Jurgen nadenken over een tekening. Maar al snel groeide het idee om Zaailinggewijs weer eens lekker buiten de lijntjes te kleuren, en méér in te leveren dan alleen maar een beeld. Dus het werd een Zaailing, tekening én tekst, een eerbetoon aan de verbeelding en aan Astrid Lindgren.

Jurgens prent hangt tentoon in Astrid Lindgrens Näs, geflankeerd door de beelden van zijn collega-illustratoren. De Zaailingtekst hangt er niet bij, maar dat geeft niet. De Zweedse pers heeft niet alleen ruim aandacht geschonken aan het SmåBUS-festival, maar ook sterk ingezoomd op het duo schrijver-illustrator in residentie… Het werd een leuk gesprek met de journaliste, met een toch wel bijzondere primeur er bovenop: de integrale Zaailing staat in de krant.

Een betere manier om onze veertigste eigenwijze creatieve scheut te vieren, op de herfstequinox nog wel, is er niet.

 

 

__

 

ZAAILING #40
Vleugelverhaaltjes

bolderburen klein.jpg
(c) Jurgen Walschot

Als ik je nu een verhaaltje vertel, gaan we dan naar buiten?

Een verhaaltje over hoe drie huizen de hele wereld leken en zes kinderen die wereld bewoonden alsof er geen andere was. Een verhaaltje over klimmen in bomen, slapen in schuren, hutten bouwen en de watergeest bespieden.
Want soms moet je doen alsof eventjes alles alleen maar goed is, alsof er geen oorlogen of gevangenissen of volwassenen met monden vol leugens bestaan. Soms moet je kijken naar de kleine dingen, alleen maar naar de kleine dingen, van zo dichtbij dat je niets anders meer ziet. En blij zijn, heel blij zijn, zolang dat lukt.

Soms mag je ook verdwaald zijn. Een beetje als een vogel die geboren wordt in het verkeerde nest, en niet helemaal snapt wat ze daar doet. Ook daar dient een goed verhaal voor. Maak je geen zorgen: als je het te eng of te vreemd vindt, vist de vertelster je wel weer op uit de boom waar ze je stak, en zet je veilig met je beide pootjes terug op de grond. Oef!

Maar vergis je niet. Nadien blijf je stiekem toch ook een beetje verlangen naar die hoge takken van het verhaal, het nest van waaruit je de wereld plots zo anders zag, omdat van op een hoogte alles nu eenmaal duidelijker lijkt. Je zal vanaf dat moment een beetje zweven, soms zelfs een heel klein stukje vliegen. Omdat je nu weet hoe dat moet.
Want daar dienen verhalen voor: ze geven je vleugels, ook al gebeurde dat zonder dat je er iets van merkte.

Als ik je nu een verhaaltje vertel, gaan we dan naar buiten?
In bomen klimmen, op zoek naar een nest?

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Aftellen naar het feestje

Boekvoorstelling STROOM

 

Nog een weekje en het is zover: de officiële doop van STROOM, op 13 september in Qarfa (Aalst).
Wie er graag bij wil zijn maar nog geen seintje gaf: wacht niet te lang! Op de contactpagina vind je mijn mailadres.

Wat wij intussen aan het doen zijn? Ons creatief voorbereiden, natuurlijk. Op allerlei, euh… creatieve manieren.

 

Wéris_211 zw ed klein
(c) KV

STROOM is er!

Boekvoorstelling

 

Elke schrijver kent het moment.

Het spannendste ogenblik van de lange, lange weg naar publicatie (behalve misschien dat waarop een uitgever zegt dat hij je werk wil uitgeven): het moment dat je je boek voor het eerst in handen hebt.

 

Graphic Poem STROOM /// ISBN 9789082856910

 

STROOM is geen droom meer, maar een echt boek. En het is prachtig. Een kleinood, een juweeltje, een hebbeding. Jurgen Walschot en ik hebben er onze liefde, onze toewijding en ons zotte vertrouwen in gestopt. En kijk, dromen worden werkelijkheid. Met dank aan de uitgeverij van VOS (de Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde) en een handvol mensen die als steunpilaar nauwelijks onderschat kunnen worden.

Een geboorte vraagt om een doop, toch?
Dus houden we STROOM boven de doopvont op een boekvoorstelling in Aalst op 13 september.

 

(Klik op de uitnodiging om te vergroten)

 

Vanaf begin september is onze droom in papiervorm verkrijgbaar in de boekhandel, of bij ons persoonlijk. Op vraag sturen we je het boek op. (Klik hier voor mijn contactgegevens of die van Jurgen.)

Nu rest ons alleen maar te vertrouwen op de stroom die ons zo ver gebracht heeft, en met of zonder nat pak te genieten van elke golf en het immer verrassende landschap achter elke bocht.

 

20180819_151832 klein

 

stempel_negatief