Schuilplaats

Zaailing #17

 

Stuwmeer
(c) Jurgen Walschot

We leren dat dat wat evenwijdig loopt nooit zal raken.
Zoals hemel en aarde onveranderd langszij liggen. Zoals weerspiegelingen rusten, wang tegen wang, gescheiden door een enkele lijn.

We leggen ons erbij neer hoe de nerven stromen en stollen. Wat is er mooier dan dat ik mijzelf zie in jou, en jij je weerspiegeld weet in mij?

Maar spiegels zijn schuilplaatsen, als oude schriften die je dichtklapt als de herinnering je niet bevalt.
De diepten van het stuwmeer wanen zich veel liever heldere lucht, bezocht door een langsdrijvende wolk nu en dan, of zelfs het sombere grijs onder een laaghangende sluier van regen.

Met geweldige muren houdt het meer zijn massa vast. Zwemmen in stuwmeren doe je op eigen risico. Te veel onverwachte temperatuurswisselingen, te veel kolkende stroming daar waar het licht nooit komt. De vredige weerspiegeling garandeert niets.

Er komt altijd een dag dat de seizoenen keren. Dat de wind over het wateroppervlak raast en de rillingen voelbaar zijn tot in de wortels van de rotsen.

In het aanschijn van zoveel ontketende kracht rest ons niets dan ons verzet te staken en los te laten.

Zoals bladeren uiteindelijk altijd toegeven, en ook de sterkste dam ooit barst.

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Advertenties

Diamanten, druppels en gradaties van transparantie

Waarom schrijven over mezelf mij tegelijk bloot en onzichtbaar laat voelen

Drup_011 ed cut

(c) KV

Als kind verborg ik de verhalen die ik schreef zodat mijn ouders ze niet konden lezen. Of liever: ik verborg ze voor iedereen. Ze waren mijn geheime tuin, de wilde boomgaard waarin ik alles wat in mij leefde de vrije loop kon laten. Ik had het gevoel dat als mensen die verhalen zouden lezen, ze mij konden zien tot op mijn bloot vel en – nog erger – ik totaal zonder bescherming zou zijn.

Toen ik in ernst begon te schrijven – met de ambitie om mijn werk uitgegeven te krijgen – deed ik ongeveer hetzelfde: ik verzon verhalen en personages die mij in staat stelden dat wat in mij leefde een stem te geven, zonder dat ik naar voren hoefde te stappen en werkelijk gezien hoefde te worden. Of misschien hoopte ik dat mijn echte ik te onderscheiden zou zijn als een verre silhouet, zachtjes glinsterend, doorheen de sluiers van de personages die ik voor de gelegenheid had gecreëerd.

Ik deed dat niet bewust, maar zo werkte het in ieder geval voor mij. Alleen werkte het bij nader inzien níet. Want ik was altijd te zeer vervlochten met mijn boeken om ze te kunnen beschouwen als iets wat buiten mij lag, en als ik erover moest praten, kreeg ik onvermijdelijk de vraag hoe en waarom ik gekomen was tot wat ik geschreven had.

Je kunt niet over je werk praten zonder bloedeerlijk te zijn over jezelf, tenzij je heel goed bent in maskers opzetten en rookgordijnen spuien, en bereid bent dat een leven lang vol te houden.

Dat was ik niet. Dus werd ik hier al van bij mijn eerste adolescentenroman dertien jaar geleden voluit mee geconfronteerd. Het verhaal in kwestie ging over twee muzikanten met telepathische gaven die een diepe band kregen, ver voorbij wat rationeel verklaarbaar was, omdat ze op een of andere manier verbonden waren en elkaars angsten en twijfels konden lezen.

(Doet dat een belletje rinkelen, op vlak van terugkerende patronen? Ik moet bekennen dat ik het redelijk grappig vind, achteraf bekeken.)

Drup_029 ed
(c) KV

‘En jij, Kirstin, kan jij gedachten lezen?’ vroeg een gevatte medewerker van de uitgeverij me vlakaf, toen we het hadden over mijn boek dat tussen ons op tafel lag.
‘Nee, dat kan ze niet’, zei de oude literatuurrecensent die bij ons zat, voor ik goed en wel een antwoord had kunnen formuleren waarmee ik me niet volslagen belachelijk maakte. ‘Anders had ze me ondertussen al een klap verkocht.’

Een waargebeurd verhaal.

Ik vergaf het hem, omdat hij zonder uitzondering positieve recensies schreef over mijn werk – en die waren gemeend, dat wist ik, want hij was perfect in staat om iemand af te maken met zijn pen – en hij bleek ook nog eens als redacteur in dienst van een andere uitgeverij waar ik een paar jaar later onderdak vond met mijn werk. Toen bracht ik een hele dag bij hem thuis door, waar we regel per regel door mijn manuscript gingen, om het tot perfectie te slijpen. ‘Dit is een ruwe diamant’, zei hij. ‘We gaan hem wat polijsten.’
Ik wierp een blik op de opmerkingen die hij in en naast mijn tekst had geschreven, en vroeg me af waar hij in godsnaam, onder al dat gruis en al die schilfers, woorden en zinnen aangeduid, hele alinea’s geschrapt met een enkele streek van zijn rode balpen (altijd nog een beetje de leraar, hij kreeg het niet afgeleerd), iets zag wat kon doorgaan voor een diamant.
Maar hij ging voor niet minder dan een masterclass. Er was een hele dag lang niets dan de tekst, en zijn genadeloze analyse ervan, waarbij hij elke zins- en plotwending in vraag stelde. En hij had gelijk over bijna alles. Hij hielp me om naar mijn tekst te kijken, niet als een diepe evocatie van wie ik was maar als een voorwerp dat ik met liefde had gemaakt, en als voorwerp, leerde ik, kon het verbeterd worden. Tot op vandaag denk ik met dankbaarheid en respect terug aan die sessie, want dat was de dag waarop hij me hielp ontpoppen van leerling tot schrijver.

En ondertussen weet ik dat er voor mij, zowel als schrijver als als mens, geen verbergen meer inzit.

Drup_032 ed
(c) KV

Vroeger dacht ik dat je ofwel kon schrijven over iets wat je niet persoonlijk raakte maar wel een intellectuele uitdaging inhield, een topic dat je professioneel wou verkennen met alle ambachtelijke vaardigheid die je had, ofwel over iets dat je ingewanden aan rafels scheurde en je bloedend achterliet terwijl je de woorden neerschreef. En oké, toegegeven, misschien zat daar ook wel een zone tussenin, een gebied waar vaardigheid en persoonlijke interesse elkaar vonden.

Maar er blijkt voor mij nu ook nog een derde weg te bestaan, en die vind ik tegelijk fantastisch en verrassend.

Dienen als een deur waar de wind doorheen mag, schreef ik eerder dit jaar. Mijn persoonlijke agenda loslaten en een voertuig worden voor wat de Ziel wil manifesteren.

De tegenstrijdigheid hier ligt in het feit dat mijn voornaamste manier om de wind toe te staan die zielsboodschap de wereld in te brengen, eruit bestaat om ze in mijn eigen jasje te wikkelen terwijl ze door me heen passeert. Of op zijn minst: toestaan dat ze gebruik maakt van mijn persoonlijke verhaal, mijn interesses, mijn zorgen en mijn evolutie, als een manier om haar eigen boodschap te brengen.

Zelfs al zijn veel van mijn blogs (en zelfs sommige Zaailingen, tot op zekere hoogte) zeer, zeer persoonlijk, ik heb in alle eerlijkheid het gevoel dat wat ik het afgelopen jaar heb geschreven minder over mij gaat dan mijn eerdere fictieverhalen dat deden. Of misschien is het juister om te zeggen: ik onthul meer van mezelf, maar niet met de bedoeling om zichtbaarder te worden. Dat ik in de praktijk wel degelijk zichtbaarder word, is een neveneffect, maar een waarnaar ik niet langer zo hard verlang als ik er vroeger bang van was.

Ongetwijfeld zal ik in de toekomst nog fictie schrijven. Maar ik heb geen behoefte meer aan personages om uit te drukken wat binnen in mij leeft. In plaats daarvan heb ik leren aanvaarden – en leren appreciëren, hoewel nooit zonder een rilling van spanning – dat transparanter worden in de eerste plaats wil zeggen dat je meer licht doorlaat.

Drup_019 ed cut2
(c) KV

Ondergronds

Zaailing #16

Herfstzonnewende

Ondergronds Page1

 

Onder haar oppervlakte weeft de aarde zwijgend een web van wegen. De holten in haar schoot staan met elkaar in verbinding via water, steen of lucht.

De bange mens, op zoek naar beschutting, hoeft zich geen weg naar binnen te graven. Welwillend als ze is, opent ze haar onderaardse domein voor hem.

Diep, in de verste grot, bouwt hij een kamp. De vlammen likken langs de wanden en wekken de geesten. Met houtskool en rode oker tekent de mens zijn dromen om de wanden. Zij zullen hem overleven, en hun woordeloze verhaal gaat door.

Een dans met het leven, en de dood.

 

Ondergronds Page 2Nl
(c) Kirstin Vanlierde & Jurgen Walschot

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Pantser

Zaailing #15

Foto of schets, wat moest het worden voor deze Zaailing?

Er gingen wat ideeën over en weer, en als gevolg van mijn laatste blog over de dunne lijn tussen creatief gebruik van andermans materiaal en diefstal veranderden we nog eens van gedacht…

Uiteindelijk maakte Jurgen een versie die ik fantastisch vond, maar die op deze blogpagina niet blijkt te spelen… Hieronder dus de statische, uitgepuurde variant. De andere versie kan je hier bekijken.

 

IMG_7164

 

Pantser Manders

 

6fe18-1cx_jcwixfms4p1euxatp3w

 

 

 

Alle visuals (c) Jurgen Walschot

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

De kunst van creatief hergebruik – of toch maar diefstal?

Hoeveel van andermans kunst mag je gebruiken in die van jezelf?

In deze tijden van digitale kunst en goedkope kopieën van zowat alles, vind ik dat toch nog altijd een netelige vraag, die wortelt op het verraderlijke hellend vlak tussen origineel meesterschap en plagiaat. Ik werd er laatst mee geconfronteerd, toen ik een van Jurgens foto’s wilde gebruiken om de aanzet tot Zaailing te schrijven.

Het was meer bepaald deze foto:

Ik word aangetrokken door de zen-achtige kalmte op deze gebroken gezichten. Ik hou van de breekbaarheid van hun façades, en hoe ze bij elkaar lijken te horen, zelfs al staan ze in feite op een aardige afstand van elkaar in de ruimte. Ik word geraakt door hoe degene die naar ons toe gericht is tegen de ander lijkt aan te leunen, een innigheid die eigenlijk niets meer is dan een optische illusie.

Dit alles wordt versterkt door de hoek van waaruit de foto genomen is, en de manier waarop de kijker binnengezogen wordt in de intimiteit. Hij kan niet ontsnappen aan dit schouwspel van menselijke fragiliteit. Het beetje ademruimte dat hij krijgt, zit in het decor – maar dat versterkt in feite alleen maar het desolate gevoel.

Ik wist meteen dat dit een beeld was waarbij ik wilde schrijven.
Dus dat deed ik.

De tekst werd best goed. Ik was er blij mee, en Jurgen was het er onmiddellijk mee eens dat dit Zaailingmateriaal was.

Super! Alleen… hoe zat het met het feit dat het hier ging om een foto die hij maakte van het werk van een andere kunstenaar? Mark Manders is een Nederlandse kunstenaar die al jaren intrigerend werk maakt. Zijn installatie was deze zomer te zien in Wiels, het zogenaamde ‘absent museum’ in Brussel, en dat is ook waar Jurgen de foto maakte.

Hoeveel van de kracht van dit specifieke beeld komt van Manders’ werk? Hoeveel is anderzijds het resultaat van Jurgens ambacht, zijn fotografisch oog, de onverwachte hoek waaruit de foto gemaakt werd?

(Ter vergelijking: hieronder twee foto’s van dezelfde beelden, gemaakt door Steve Vanhoyweghen.)

WIELS, The absent museum :: Mark Manders, Silent Studio 4/4

WIELS, The absent museum :: Mark Manders, Silent Studio 2/4

Voor alle duidelijkheid: Manders’ installaties spreken mij nog altijd aan als ik deze zie. Maar in schrijven bij deze foto’s heb ik weinig zin.

Eigenlijk is dit niet de eerste Zaailing die we maken waarin andermans kunst figureert. Maar in sommige gevallen werkt een schets of een schilderij directer. Het is duidelijk dat je kijkt naar een originele prent, die eer bewijst aan het werk van Michaelangelo, bijvoorbeeld.

Foto’s zorgen voor een probleem dat we tot nu toe nog niet hadden.

Toen we in februari van start gingen met de Zaailingen, hadden we geen echt systeem. Het kwam er in feite gewoon op neer dan Jurgen mij de digitale versie stuurde van een tekening of schilderij dat hij had gemaakt, en dat ik erbij schreef.

Daar zat een rebels kantje aan: de beelden moesten niet langer ten dienste staan van de tekst. We mikten op een echte wederzijdse samenwerking, waarbij geen van beide ambachten ondergeschikt was aan de andere.

© Jurgen Walschot — beeld voor Zaailing #1 Komorebi

We voelden vanaf de allereerste poging dat het werkte. En naarmate we beter vertrouwd raakten met elkaars stijl, werden sommige van mijn teksten langer of gelaagder, wat Jurgen dan weer aanzette om zijn originele prent bij te werken tot de twee perfect pasten.
Sommige Zaailingen waren een optelsom die even eenvoudig was als 1 + 1 = 3 (altijd 3, nooit 2).
Andere waren langzaam ontluikende, meerlagige projecten die wekenlang over en weer gingen tot we voelden dat ze goed zaten.

En na een tijdje maakte het niet meer uit wie de eerste aanzet stuurde: tekst of prent, we stemden af op de resonantie van de ander en voegden die van onszelf toe.

Er was echter één stap die ik niet wilde zetten, en dat was zelf de beelden kiezen. Jurgen zit al jaren op Instragram en bij sommige van de foto’s die hij daar deelt, valt mijn mond open van ongeloof en bewondering.
Deze lente was het heel aanlokkelijk om een paar van die prenten te kopiëren en daarbij te beginnen schrijven. Ik had ineens zoveel creatieve adem dat ik er niet altijd voldoende uitlaatklep voor had. Maar ik hield mezelf toch tegen. Om een of andere reden was het belangrijk dat de beelden waarmee we aan de slag gingen prenten waren die hij bewust had uitgekozen, met de bedoeling om er samen rond te werken.

Ik begreep niet helemaal zeker waarom ik dat zo aanvoelde, maar ik wist wel dat het geen onnozel detail was. Het had iets te maken met mijn enthousiasme, en het gevaar om me te vergalopperen en op te branden. Als ik de beelden begon te kiezen, riskeerde ik ook dat ik me niet langer afstemde op onze gemeenschappelijke resonantie, maar louter op de mijne.

Dus bleef ik op veilige afstand van zijn verleidelijke Instagramaccount, schreef in plaats daarvan teksten die voor hem konden dienen als springplank, en vroeg hem om meer tekeningen. Aan geen van beide was er gebrek. Mijn voorstel om een Zaailing te planten op elke volle en nieuwe maan leek de lat aanvankelijk ambitieus hoog te leggen, maar we hebben onszelf – of de flow die ons draagt – duidelijk onderschat. In de loop van de afgelopen zeven maanden hebben we er niet alleen zonder mankeren veertien gezaaid (#15 is voor volgende week), we hebben er ook ongeveer nog eens evenveel op reserve. Van een stroom gesproken die niet meer ingedamd wil worden.

Als er iets is wat ik geleerd heb in de loop van dit immer evoluerende creatieve process, dan is het dat wij mee veranderen. Het zit ons als gegoten – past als een handschoen, nietwaar, Jurgen? 🙂 – en terwijl we ons eraan overgeven en meedrijven naar waar het ons ook wil brengen, veranderen we op een spontane, organische manier. En onze werkwijze ook.

parasolbomen cut2
© Jurgen Walschot — Zaailing #12 (detail)

Zaailling #12 (Wachtpost) was een keerpunt, omdat we onze inspiratie haalden bij een en hetzelfde onderwerp (de oude Franse den die we allebei zo mooi vinden), maar ook omdat Jurgen besloot om niet alleen te werken met de schets die hij ervan tekende, maar ook met een collage van alle foto’s die hij er door de jaren heen van had gemaakt. Ik hield erg van het resultaat, en bovendien hadden we plots een Zaailing waarin foto’s een prominente rol speelden.

Toen ik in augustus terug aan het werk ging, trok Jurgen met zijn gezin naar de Zwitserse Alpen, en ik wist dat we een luwe periode tegemoet gingen. Maar we waren ondertussen zo op elkaar ingespeeld dat ik me hier geen moment zorgen over maakte. Bovendien voelde ik dat ik nu klaar was voor de stap waar ik mezelf eerder van had afgehouden: zelf een paar van zijn foto’s uitkiezen, en er bij schrijven. Ik had er vertrouwen in dat onze creatieve resonantie onderhand zo veerkrachtig was dat ik niet langer riskeerde mezelf te hard op te dringen. Bovendien zou het me iets te doen geven in een periode waarvan ik wist dat er geen nieuw materiaal zat aan te komen. Ik polste voor de zekerheid wel even of hij ermee akkoord ging, en dat was zo.

Sommige beelden waren verrassend makkelijk om bij te schrijven. Andere waren zo ongelooflijk straf dat ik vreesde dat mijn woorden ze nooit recht zouden kunnen doen.

© Jurgen Walschot — Seeing Viviane Mayer

Zo heeft deze hierboven me al de nodige kopbrekers gekost. Ik schreef een kladtekst, die ik een week later weer ongeveer helemaal schrapte. De tweede versie komt al dichter in de buurt van wat het moet zijn, maar is nog altijd niet voltooid.

Geen probleem. We hebben alle tijd. Zaailing #15 staat klaar om geplant te worden volgende week, en er zijn er nog meer dan genoeg die met plezier de wereld in willen.

En wat met de foto van Manders’ installatie?
Wacht maar af.

Deel van dezelfde stroom

Zaailing #13 & #14

 

IMG_6252 ed

Samen op locatie een Zaailing maken, dat was een idee dat dit voorjaar al groeide.
Toen ik Jurgen een foto van de waterval van Arifat stuurde, leek het hem wel een leuk idee om in Frankrijk samen de wandeling ernaartoe te maken.
Dus namen we onze twee gezinnen niet lang na onze geslaagde middag van wijn-en-vriendschap-alchemie mee op sleeptouw voor een tochtje langs de rivier, in het groenige licht dat wolkendek en bladerdak samen leggen onder de bomen.
We bouwden dammen, en we stroomden mee met het water. Nu en dan gingen we zitten om te schetsen en te schrijven.

Dit is het resultaat.

 

Zaailing #13     Vrije val

voor Aurore
arifat1
(c) Jurgen Walschot

 

harten in vrije val
zijn plots gewichtloos
niets om de veelheid van vallende
waterdruppels te verbinden
behalve de zekerheid
dat ze behoren tot dezelfde stroom

 

 

 

Zaailing #14     Als vanouds

 

arifat2_2
(c) Jurgen Walschot

 

De pen is je bondgenoot in een poging om vast te houden wat niet tegengehouden wil worden. Het glipt ongrijpbaar van je weg, al leg je de lijnen nog zo liefkozend neer op het papier.
Word je zwijgend deel van de rots waarop je zit, en wordt het landschap op je blad een deel van jou?

Terwijl het vlak onder je handen zich vult, stroom jij langzaam leeg.

Het maakt niet uit hoe vaak je verdwijnt. Ooit komen we, als vanouds, hier weer terug.

 

 


 

20170712_134033 ed klein

ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Grand cru

De smaak van vriendschap

Prelude voor Zaailing #13 en #14

 

“De ontmoeting van twee persoonlijkheden is als het contact tussen twee chemische stoffen: als er een enige reactie is, veranderen ze allebei.” – C.G. Jung

 

20170712_131327 ed.jpg
Zaailing #13, the making of

 

Ik ken niets van wijn. Dat wil zeggen: ik drink het graag, en als ik mij erop concentreer, proef ik dat er verschillen zijn en dat de ene mij beter ‘ligt’ dan de andere. Maar vraag mij niet wat het verschil is tussen verschillende druiven, of waarom die bepaalde wijn beter bij dat ene gerecht past; ik maak me gegarandeerd glansrijk belachelijk.

Maar soms is er een wijn die je verrast. Er is op het eerste zicht niets opvallends aan de fles, de naam of de druif. Maar de geur is rijk, de smaak blijkt vol en subtiel, de afdronk rond. En het geheel verbetert per slok. Op dat moment weet je dat je iets bijzonders in je glas hebt.

Zo gaat het ook met vriendschap.

Ik ben gezegend met een aantal fijne vrienden. Maar heel soms heb je een echt bijzonder contact, waarvan je weet: wat wij hebben, gaat zo diep dat de wortel niet te peilen valt.
Dat gaat niet altijd gepaard met tromgeroffel en bliksemschichten. Het is niet eens altijd iemand die je onmiddellijk aardig vindt. Net als bij goede wijn begint het vaak met niet meer dan een eerste, verrassende slok. Maar algauw weet je: dit is van een andere orde.

 

IMG_6247 ed
(c) KV – Zaailing #13, the making of

 

De samenwerking tussen Jurgen en mij kwam op gang als een oude trein: langzaam en aarzelend. Maar om een of andere reden was er een klik, één die ik zelfs in het begin niet echt doorhad, en een onmiddellijk vertrouwen. Op de achtergrond weerklonk de roep van iets waarvan ik voelde dat ik ernaar moest luisteren, zelfs al begreep ik niet waarom. Tot er een échte creatieve klik kwam. En, met wat tussenstappen, nog één.
Intussen hebben we een vaart opgebouwd om dankbaar voor te zijn, en wat we samen creëren, is méér dan de optelsom van de delen. We komen er allebei in thuis.

Je kunt niet zo intensief samenwerken met iemand zonder dat je elkaar goed leert kennen. We hebben de afgelopen maanden bovendien allebei ook een paar ruige momenten gehad, op persoonlijk of professioneel vlak. En de ander stond er onmiddellijk, vanzelfsprekend, onvoorwaardelijk. Dat is het moment waarop vertrouwen vriendschap wordt, een bijzondere mix getrokken uit verwante druivenrassen, elk gegroeid op heel andere bodem.

De overeenkomsten bleven zich op sympathiek buitenissige manieren opstapelen. Met de telefoon in de hand staan op het moment dat de ander het antwoord stuurt op een vraag die je had. Los van elkaar op dezelfde dag op verlof vertrekken naar een gelijkaardige verblijfplaats in knal dezelfde regio op een kwartier rijden van elkaar. Op hetzelfde uur ’s nachts opstaan omdat in beide gevallen er een zoon fungeerde als (vroegtijdige) wekker, gelijkaardig ervaringen hebben in de wegstations langs de route, zowat tegelijk aankomen. En onderweg allebei dezelfde boom salueren – die dan, hoe kan het ook anders, de volgende Zaailing wordt. Hoe konden we nu niet afspreken om samen iets te gaan doen, daar in Zuid-Frankrijk?

 

parasolbomen cut1.jpg
(c) Jurgen Walschot – Zaailing #12 (detail)

 

En daar waren de demonen.

Iedereen heeft rode draden in zijn leven, van pijn, van succes, van leerprocessen. Eentje die ik regelmatig aantref in mijn weefwerk, is het vermengen van werelden. Of beter: dat dat voor mij niet vanzelf gaat.

Ik compartimenteer mijn leven onbewust nogal. Ik trek hogere schotten op tussen de verschillende facetten (gezin, job, familiekring, vriendschap, zielsverwantschap, diverse creatieve en professionele cirkels en contacten), en de mensen die daarin meedraaien, dan op het eerste zicht merkbaar is.

Vroeger had ik dat veel feller, maar ik heb geleerd dat je niet telkens een lichtjes andere versie van jezelf kunt presenteren zonder jezelf uiteindelijk compleet te verliezen. Het is ook nergens voor nodig – als je niet helemaal jezelf durft zijn bij iemand, schort er ofwel iets aan je zelfvertrouwen, of je bent niet in het juiste gezelschap.

Toch blijft het vermengen van werelden ook nu soms nog spannend voor mij. Omdat ze behoorlijk van elkaar kunnen verschillen, en de mensen die er (vanuit mijn perspectief) toe behoren ook. Mijn spreidstand in vrienden en voorkeuren is breed. En ik mag dan zelf wel een zuiverder signaal geven, dat wil nog niet zeggen dat de chemische reacties onderling niet voor splijtstof kunnen zorgen. Van sommige vrienden, familieleden of collega’s weet ik heel goed dat ik ze beter niet bij elkaar zet. Andere kan ik met een gerust hart aan elkaar voorstellen en kijken hoe er zich spontaan iets moois ontvouwt.

Tot deze zomer hield ik mijn creatieve bloedbroederschap en mijn gezinsleven ver van elkaar weg. Tegelijk groeide het verlangen om die twee werelden te vermengen. Omdat ze allebei voor mij zo belangrijk zijn. Omdat mij thuis voelen op meer dan één niveau tegelijk zoveel deugddoender en vervullender is. Ook hier kan het resultaat meer zijn dan de som van de delen. Tenminste, als de alchemie werkt.

 

IMG_6233 ed cut
(c) KV – Vermengen

 

Ik trok Jurgen dus al een tijdje aan de mouw om af te spreken met onze gezinnen erbij, als we dan toch weer eens op hetzelfde moment in Frankrijk waren. Tegelijk wist ik: hij en ik mogen dan wel een flow van formaat hebben, dat garandeert nog niet dat partners of kinderen daarin mee kunnen. Voor hetzelfde geld valt zoiets grandioos tegen.

Het was de perfecte trigger voor een hele stapel van mijn oude angsten. Wat als de mensen die twee van mijn meest dierbare werelden bewoonden het nu eens totaal niet met elkaar konden vinden? Wat als ik eindigde als een soort ongelukkige sandwich, met als enige conclusie dat het gezonder was voor iedereen om deze chemische reactie níet plaats te laten vinden? En hoe zat het aan Jurgens kant? Er waren vier elementen (zeven als je de kinderen meerekende) in deze distilleerkolf, en ik kon geen enkele reactie voorspellen.

Het was dus met een klein hartje dat ik op de eerste dag van ons weekje Fauch, als ontsnapping voor het slechte weer, voorstelde: hebben jullie zin om mee te gaan wijn proeven?

Ja, dat hadden ze.
We reden erheen om hen op te pikken.

 

20170712_133945 ed klein
Zaailing #14, the making of ; en Seth, beschermer van al wat wild, onconventioneel en ontembaar is, kijkt mee over onze schouder…

 

Een warme verwelkoming. Spontane flow. Hartsvertrouwen, kameraadschappelijk gegrinnik. Een reactie zoals in de betere alchemie, waarbij de bij elkaar gevoegde elementen zich moeiteloos vermengen, en de stroom zachtjes, goudkleurig gaat glinsteren.

Ik waagde een slok van dit met verbazing aangelengde gevoel van bevrijding. En tegen dat we een uurtje later uitstapten bij het eerste chateau proefde ik hem al, nog voor ik een glas aan mijn lippen had gezet: de smaak van vriendschap, grand cru.

 

De kracht die bergen verzet

Italië 2_111
(c) KV – Waterval in Grotte di Stiffe, van bovenaf gezien

Als je leeft in een land met een geologische geschiedenis die zo oud is dat de bergen er al lang afgesleten zijn tot heuvels, dan ken je de krachten van de natuur voornamelijk uit boeken, en niet uit eigen ervaring. Misschien hou ik precies daarom zo van het gebergte.

De regio van Abruzzo wordt gedomineerd door de Appenijnen. Vergeleken met de Alpen (en zeker met andere, oudere en meer verweerde Europese bergkentens zoals de Pyreneeën of zelfs de Ardennen) is deze geologische regio nog springlevend. Italië heeft actieve vulkanen, en er zijn geregeld aardbevingen.

We waren getuige van de relatieve prilheid van dit land in de Grotte di Stiffe, een bescheiden grot met niettemin een heel eigen charme: ze werd nog volop geboetseerd door een riviertje dat de hele tijd naast ons wandelpad liep, en door een aantal watervallen. Je kon de natuur ruimte voor zichzelf zien uitgraven in de rots waar je bij stond. Het ruisen van stromend water was overal. In de grotere, oudere grotten die ik in Frankrijk of België bezocht, was het vertoon aan druipstenen veel indrukwekkender, maar de kracht van de rivier was er niet meer dan een verre herinnering in een of andere stille, diepe kloof.

Misschien was een grot bezoeken in een streek die bekend stond om haar aardbevingen niet meteen het allerslimste idee, bedacht ik terwijl we in het schemerduister achter onze gids aan liepen. Maar er gebeurde niets uitzonderlijks, en na een uurtje stonden we weer buiten in het zonlicht en de hitte.

Waarom hadden we er eigenlijk voor gekozen om naar deze nogal afgelegen, weinig toeristische streek van Italië te trekken? Als ik de resultaten van de natuurkrachten had willen zien in combinatie met de overblijfselen van de oude Romeinse cultuur, had ik toch even makkelijk naar Pompeï kunnen gaan, in de schaduw van de beruchte Vesuvius? Behalve het feit dat een bezoek aan een dodenstad waar de hele bevolking levend begraven was onder de hete as mijn hooggevoelige zintuigjes en mijn levendige verbeelding in alarmfase zou laten gaan, had ik nog een andere goede reden om me niet te concentreren op de beter bekende plekken in Italië, maar in plaats daarvan Abruzzo te verkennen.

Als een schrijver zoiets zegt – welke andere mogelijke reden is er dan iets met een boek?

 

JW Iris bos Sally Mann 1 cut
(c) Jurgen Walschot – Seth variatie (detail)

 

Het is al een hele tijd geleden dat ik voor het eerst op Medium iets liet vallen over Het boek Seth. En ik heb het er hier, geloof ik, zelfs nog nooit over gehad. De tekst van dit manuscript, rijk aan Egyptische en gnostisch-christelijke motieven, liet de eerste vonk van creatieve zielsverwantschap overslaan tussen mij en Jurgen, lang voor we aan ons Zaailing-avontuur begonnen. Hoewel we wisten dat het geen evidente onderneming was (een volledig geïllustreerde literaire roman van tweehonderd pagina’s over de verhoudingen tussen goed en kwaad, iemand interesse?) én een werk van lange adem, vonden we elkaar daar wel in een aantal gemeenschappelijke thema’s en beelden, en dit zorgde voor een eerste laag van de vruchtbare bodem van vertrouwen en creatieve verwantschap die ons het afgelopen jaar al zo gevoed heeft.

Op het moment dat we besloten dit boek samen te maken, was mijn tekst al door een rijpingsperiode van ruim tien jaar gegaan, en door minstens evenveel versies. Als het van mij afhing, was het verhaal af.
Maar zodra Jurgen in ernst mee aan boord kwam, voelde ik dat het cruciaal was dat hij niet zoals gewoonlijk in de ondergeschikte rol van de illustrator zou glippen, om wat aardige prenten te maken bij een al bestaande tekst. Als we deze samenwerking echt wilden laten lukken, moest hij zijn rechtmatige plaats kunnen innemen als mijn gelijke en de medeschepper van dit boek.

Dat wilde zeggen dat ik mijn ‘kindje’ moest delen. Ik moest Jurgen de vrijheid geven om te komen met zijn eigen ideeën en zijn persoonlijke benadering, zelfs als die op zeker moment het originele concept in vraag zouden stellen of het werk substantieel konden veranderen. Ik besloot dat dat voor mij oké was. Ik wilde een creatieve zielsverwant aan mijn zijde die zijn vleugels uitsloeg, geen knecht die mijn aanwijzingen uitvoerde.

Een van de hoofdpersonages, naar wie Het boek Seth genoemd is, is een halfengel die worstelt met zijn afkomst en de krachten die zijn geboorterecht zijn. Op jonge, kwetsbare leeftijd, heeft hij een confrontatie met een goddelijk wezen dat zichzelf JHWH noemt, en dat zich ophoudt in wat ik ‘de kathedraal in de hoofdstad’ had genoemd. Omdat ik in dit boek al zoveel Egyptische, joods-christelijke en gnostische elementen had uit te balanceren, had ik ervoor gekozen om zeer neutrale, abstracte en niet-beschrijvende settings te gebruiken zoals ‘het bos’, ‘de stad’, ‘de woestijn’, of dus ‘de kathedraal’.
Toen ik die scène las, waarin die jongen het probeert op te nemen tegen zo’n formidabele tegenstander in een enorme kerk, zei Jurgen me, dan zag ik de Sint-Pietersbasiliek in Rome voor me.

JW Tombe 2b cut
(c) Jurgen Walschot – Het boek Seth (detail)

Ik voelde onmiddellijk dat dat een schitterend idee was. Waar kon een halve engel beter zijn confrontatie met de oude christelijke orthodoxie aangaan dan in de wereldhoofdstad van het katholicisme?
Daar gaan we voor, zei ik. Ik wist dat dat inhield dat ik een aantal elementen van het plot zou moeten herschrijven, maar dat was goed haalbaar. Ik was sowieso bereid om al wat Jurgen voorstelde te omarmen als dat een verbetering voor het boek betekende, en een manier was voor hem om zich dieper in te graven in het project. Bovendien kwam zijn voorstel op het moment dat ik was gaan twijfelen of die abstracte plaatsen wel echt werkten, dan wel of ze het de lezer gewoon moeilijker maakten om in het verhaal te komen. Ik was aan het spelen met het idee om in plaats daarvan juist heel specifieke locaties te introduceren. Rome prominent laten figureren wilde zeggen dat we die richting uitgingen. En als ik die mentale klik maakte, moest de rest van de settings volgen. Dus: meer herschrijfwerk. Wat mij betrof prima. Ik begon dit steeds leuker te vinden.

Sommige locaties waren gemakkelijk gekozen, andere lagen moeilijker. Ik overlegde met Jurgen om een aantal knopen door te hakken – wat het ook was, eindigde vroeg of laat immers misschien in een van zijn prenten. Egypte en Israël waren altijd al een evidentie. Over de bossen hadden we allebei hetzelfde gevoel. Brussel was om een aantal redenen een evidente keuze als een van de belangrijkste nuclei: internationaal, kleurrijk, groezelig, alle nodige elementen voor woonst en werk van de personages aanwezig, en een stad die vooral Jurgen goed kent. Rome hadden we ook. De moeilijkste knoop was: waar groeide die halfengel op? Ik had scènes met zijn ouders (mensenmoeder, engel als vader) die zich afspeelden tegen een decor van bergen en sneeuwlandschappen, en die wilde ik heel graag bewaren. België heeft geen bergen, dus moest ik het verder zoeken. Zou het een optie zijn, vroeg ik me af, om hem te laten opgroeien in Italië? Dat idee beviel me wel, het zou zijn worsteling alleen geloofwaardiger maken.
Maar was het wel realistisch dat een jongen opgroeide in het meest katholieke land van Europa (Polen niet meegerekend) zonder ooit een grote kerk binnen te gaan, laat staan de hoofdstad te bezoeken voor hij een pakweg zestien jaar was?

Ik zocht een afgelegen dorp in de bergen, waarschijnlijk op een aardige afstand van Rome, maar niets al te toeristisch, zéker geen skistation ergens in de Alpen. Ik lanceerde een vraag onder mijn Facebookcontacten. Daar zitten wat bevriende collega’s tussen die gespecialiseerd zijn in het Antieke Rome en die Italië goed kennen, maar niemand kon me helpen. Maar mijn hoofdredacteur deelde mijn vraag, en kreeg antwoord van een vriendin dat zij op haar beurt een vriendin had die met haar Italiaanse partner leefde in… Abruzzo. Ik kreeg de gegevens van deze Hilde, nam contact met haar op en legde uit wat ik zocht.

 

Italië 2_049
(c) KV – Abruzzo

 

Hilde was hartelijk en meer dan een beetje enthousiast. Abruzzo is de streek die je moet hebben, zei ze. De tijd heeft hier stilgestaan. Je vindt hier dorpjes met maar tien familienamen op de grafzerken van de begraafplaats. Sommige van die plekken zijn ’s winters omwille van de sneeuw wekenlang afgesneden van de beschaving. Het is perfect mogelijk om hier op te groeien, op goed twee uur rijden van Rome, en de hoofdstad pas voor het eerst te bezoeken op een schooluitstap. Zo ging het alvast voor Gianni, en die heeft ongeveer dezelfde leeftijd als jouw personage nu zou hebben. Je kunt hem uitvragen over hoe het was om hier te leven als kind. En wij gaan voor jou op zoek naar het soort dorpje dat je kunt gebruiken als achtergrondlocatie.

Een mens zou niet verbaasd mogen zijn om engelen tegen te komen als je er over eentje aan het schrijven bent.

Nauwelijks een paar dagen later kreeg ik zoals beloofd van Hilde de naam van een dorpje en wat achtergrondinformatie over de regio rond L’Aquila. Maar heel gauw overviel me het gevoel dat ik de plaatsen die ze beschreef zelf wilde gaan zien. Het is mijn ervaring dat ik beter schrijf als ik de plek ken. Zelfs al gaat het maar over tien regels en wat  achtergronddetails, dan nog wil ik datgene wat ik mijn lezer aanbied zelf ook kennen.
Mijn man was helemaal te vinden voor een half avontuurlijke road trip met ons tweeën – daar kwam geen enkele vorm van overtuigingskracht aan te pas. Dus hier zijn we dan, in Abruzzo.

Ik denk niet dat er veel toeristen zijn die een totaal oninteressant slaapdorp gaan bezoeken om puur documentaire redenen. Mijn man was zo aardig om vaak het stuur te nemen, zodat ik vanuit de auto foto’s kon nemen, of er snel even uit kon springen om langs de kant van de weg betere plaatjes te schieten. Ik moest voornamelijk de sfeer opsnuiven, maar Jurgen zou de echte beelden nodig hebben.

Het dorpje dat Hilde en Gianni voor me hadden uitgezocht, lag op een van de hogere hellingen met zicht op L’Aquila in het dal. Schitterend, dacht ik. Seths moeder zal uitkijken over de stad waar ze werkt en waar ze eigenlijk zou willen wonen, maar aangezien de huizen in die dorpjes veel minder waard waren dan vastgoed in de stad kan ze niet ontsnappen uit de plek waar ze vast zit. Ze moet namelijk depressief zijn op het moment dat ik haar introduceer in het verhaal, en de omstandigheden moeten geloofwaardig zijn.

(Ja, ik geef het toe: schrijvers kunnen wreed zijn als dat nodig is, maar ik verzeker u dat we wel degelijk geven om onze personages, en ook om echte mensen.)

Natuurlijk zouden we L’Aquila zelf ook bezoeken, aangezien het de belangrijkste stad in de regio is, en ik wilde een idee krijgen van waar Seths moeder heen ging om haar geld te verdienen. Ik had gehoord over de aardbeving die de stad in 2009 had getroffen, en op onze omzwervingen over het platteland hadden we huizen gezien die gestut werden of toe waren aan restauratie. Maar niets had me voorbereid op wat we in het dal aantroffen.

 

Italië 3_032
(c) KV – L’Aquila

 

De (typisch lelijke) buitenwijken waren levend genoeg om ons te misleiden, maar acht volle jaren na de zware aardebeving (6.3 op de schaal van Richter) is L’Aquila nog steeds niets meer dan een spookstad. Hele straten lang worden de huizen rechtgehouden door niets dan stellingen en wilskracht, totaal verlaten, de ruiten gebroken, de deuren verzegeld. We zagen een middelbare school waar de stapels papier nog op de lessenaars lagen. Stijlvolle façades waar het plaaster half vanaf hing, de pasteltinten vergaan tot een somber, stoffig grijs. De belangrijkste historische monumenten en grotere gebouwen waren half verwoest, half verpakt in stellingen en doeken.
Er was veel werfgeluid te horen, maar voor elk huis dat opgekalefaterd werd, verbrokkelden er dertig andere. Zelfs te voet was het een uitdaging om het centrum van het stadje te doorkruisen, met zoveel versperde steegjes of straten die ontoegankelijk bleken.

Hier en daar was een gebouw al echt herbouwd of hersteld, maar zo’n bar of winkel binnengaan voelde als een scène uit een surrealistische film: binnen was alles veel te schoon en te normaal, business as usual, een parallel universum dat verkruimelde zodra je naar buiten stapte. We passeerden een of twee bars was mensen op een terrasje zaten, vrolijk, druk, alsof ze hun best deden de verwoesting om hen heen niet te zien. Het was een van de voorlopig vreemdste ervaringen in mijn leven.

Ik heb er nu spijt van dat ik niet meer of betere foto’s nam, of probeerde om die groteske contrasten te documenteren, maar terwijl we daar rondliepen, in de middaghitte, met de verbijstering om deze ooit zo mooie plek als een krop in de keel, lukte het mij gewoon niet. De pure kracht van de verwoestende natuur voelde overweldigend, en de pogingen van de mens om op te ruimen en herop te bouwen waren zo nietig in vergelijking. Op de terugweg merkten we in de buitenwijken rijen van prefab chaletjes, ongetwijfeld in allerijl opgetrokken noodwoningen voor een aantal van de duizenden inwoners die niet terug kunnen naar hun huizen omdat het dak ervan naar beneden dreigt te komen. In Het boek Seth zal ik het hebben over een stad die niet meer bestaat.
Eigenlijk was dit veel, veel erger dan een bezoek aan Pompeï ooit had kunnen zijn.

Als je, zoals ik, leeft in een land met een geologische geschiedenis die zo oud is dat de bergen er al lang afgesleten zijn tot heuvels, dan ken je de krachten van de natuur voornamelijk uit boeken. Getuige zijn van het lot van mensen die er uit de eerste hand ervaring mee hebben, maakt je heel nederig.

Schrijvers moeten zorgvuldig zijn, en voorzichtig, met de werelden die ze scheppen.

 

Italië 2_146
(c) KV – Oorspronkelijke loopbrug in de Grotte di Stiffe

Wachtpost

Voor het zoveelste jaar op rij gingen illustrator/vriend/creatieve zielsverwant Jurgen en ik deze zomer op hetzelfde moment op vakantie naar dezelfde streek , elk met ons gezin, elk met/bij (schoon)ouders, elk ergens in een afgelegen huis tussen de velden op een half uurtje van Albi, en op goed tien minuten rijden van elkaar.

Je zou zeggen dat we het erom doen, maar dat is echt niet zo. De parallellen tussen ons zijn bij momenten gewoon zo opmerkelijk dat ze grappig worden. Of een beetje griezelig.

De aanleiding voor Zaailing #12 is nog zo’n mooi voorbeeld.

 

Na bijna twaalf uur in de auto op weg naar het zuiden is de snelweg verlaten in Montauban altijd een opluchting. Het laatste uur gaat het voornamelijk over kleinere banen, en één bijzonder moment is altijd een bossige heuveltop oversteken en het dal van Gaillac in de diepte zien liggen. Tegen een nabijgelegen helling is een huis gebouwd, en in de tuin daarvan prijkt een majestueuze, oude parasolden. Die boom valt me telkens weer op, dit jaar zei ik het zelfs tegen Christophe. Die kent mij ondertussen goed genoeg om niet meer op te kijken van een echtgenote die, ook als ze haar ogen op de weg heeft, allerlei bomen in het landschap aanwijst.

Eenmaal in Fauch gaf ik Jurgen een teken van leven, en kreeg prompt te horen dat hij  een nieuw idee had voor een Zaailing. Over de haas, of de hop misschien (erg mooie, schuwe vogel) die hij al meteen bij aankomst zag en waarover hij zo enthousiast was? Nee nee, over een mooie parasolboom op de weg naar Albi, die hij bij wijze van traditie elk jaar fotografeerde.
Ik: Ah, ik wees er daarstraks juist ook zo’n mooie aan.
Hij: Toch niet die ene, dáár, op die plek?

We zijn ondertussen op het punt gekomen dat dit soort dingen mij niet meer verbaast.
Ik ga er breed van grijnzen, dat wel.


 

 

Zaailing #12   Wachtpost

 

De stam is nauwelijks dikker geworden. Maar de kroon is wat voller, en die ene kwetsbare tak hangt wat lager. Nog altijd groen, dat wel.

Je kent hem goed, deze boom. Je kijkt naar hem uit tegen het einde van de bochtige klim. Hij is de wachtpost afgetekend tegen de hemel boven de vallei, de silhouet die aangeeft dat de bestemming in zicht is.

Je bent bijna thuis.

 

parasolbomen
(c) Jurgen Walschot

Jaar na jaar steek je, net als hij, je wortels hier wat dieper. Terugkeren naar dezelfde plek betekent je haar eigen maken. Je toetst herkenningspunten af, wordt verrast door wat er veranderd is in je afwezigheid.
Je graaft je in, en je staat het land toe jou te veranderen. Langzaam, elk jaar een heel klein beetje. Tot je het punt bereikt waarop je beseft dat je vertrouwt op de bodem, en dat die je zal dragen – zelfs bij slagregen, wind of lange droogte.
Dat soort wisselvalligheden deren de parasolden ook niet. Hoogstens lost hij wat naalden.

Soms ergert het je, die verknochtheid. Ze heeft iets kleins en beperkends, als van een kind dat op veilig speelt. Is het dan niet beter een zwerver te zijn, een vagebond, nergens thuis en niemand iets verplicht? Een trekvogel, desnoods. Die blijft tenminste in beweging.

Maar het landschap spreekt dat tegen.

Niets in deze wuivende wereld is immers ooit stil. De hartslag van dit land klopt diep en dierbaar. De lome hellingen met stroken kreupelhout geven het tempo aan van ongehaaste seizoenen en levens die zich ontrollen. Je weet: je mag hier zijn. De horizon, vaag blauw en wazig als op een middeleeuws landschapsschilderij, heet je welkom maar verplicht je tot niets.

Vlieg als je dat wil, ruist het land, maar je hoeft niet te vluchten. En elke keer als je landt, wacht ik met open armen.

Als je na een paar weken, met tegenzin op de terugweg naar grijzere oorden, weer langs de statige groene wachtpost komt, neem je zwijgend afscheid. En belooft hem dat je terugkomt.

Want thuis, eenmaal herkend, is de magneet waarnaar ons kompas zich onweerstaanbaar, juichend, wendt.

parasolboompje
(c) Jurgen Walschot

 

ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

 

Hemeluitvaart

Zaailing #11

2017 07 05 #11 hemeluitvaartv2 cut1

2017 07 05 #11 hemeluitvaartv2 cut titel

De lucht is een deken waarop hij rust met gespreide vleugels.

Van op de spiraal van thermiek die hem draagt, kan hij ze zien – de uitstekende rots waar de vreemd geklede, kleurrijke en lawaaierige wezens die hem aanbidden hun geschenken heen brengen.
Ze is verlaten nu, leeg zoals de immense, holle hemel. Maar beneden in de vallei kruipt een rij figuurtjes niet groter dan mieren langzaam de berg op. De wind die door de pas waait, draagt het vage geluid mee van gezang, de echo’s van klokken.

Hij weet hoe het zal zijn.

Op de uitstekende rots zullen ze zich verzamelen. Ze zullen wuiven en bidden en uitpakken wat ze meegebracht hebben. Sommigen zullen neerknielen met water in hun ogen. De heldere weerschijn ervan zal zichtbaar zijn tot waar hij mee zeilt op de wind.

Terwijl de sliert zich als een trage slang de rotswand op slingert, verschijnen zijn verwanten. Zwevende schimmen in de verte, een enkele lome vleugelslag. Ze heersen met velen over de hemel.

Op de helling beneden zal het dode vlees uitgekleed en uitgestald worden. Als een toegift voor hen zal het gevild worden. De ledematen zullen losgesneden worden, de beenderen verbrijzeld. Dat is voor de kleurrijke stoet altijd het moeilijkste moment: de bij leven gekoesterde lijven worden onherkenbaar, een voorbereiding op de overgang.

Walsend op de wind zal de geur van bloed en ingewanden opstijgen, als een uitnodiging.

Ze zullen neerstrijken waar er op hen gewacht wordt en aanschuiven aan het feest. Elke reep vlees, elke peesdraad, elke laatste botschilfer zullen ze op maken, want ze weten dat wat hen gebracht is niet minder is dan het allerdierbaarste.

En wanneer het maal voorbij is, zullen ze één stam zijn. Als deel van zichzelf nemen ze de doden mee, de eindeloze hemel in. Zo wordt de droom van de wereld werkelijk. Want alles wat veroordeeld is tot de grond verlangt ernaar te vliegen.

De klokken en gezangen hebben het platform bereikt. Over de berg daalt de stilte van verwachting.

De gier scheert langs de lijn waar rots en lucht de wereld onder elkaar verdelen, stijgend en dalend in pieken als een rafelige hartslag. Hij buigt zijn hoofd voor de krachten die alles regeren, en begint, omringd door zijn vleugelschare van verwanten, aan de afdaling.

2017 07 05 #11 hemeluitvaartv2 cut 6

 


 

Een ‘hemeluitvaart’ (sky burial) is een traditie in sommige delen van Nepal, Tibet, Mongolië en China waarbij de lichamen van de overledenen niet worden begraven of verbrand, maar op de berghelling aan de gieren worden gegeven. De lege huls van het lichaam gaat terug naar de natuur, de ziel is vrij om te vertrekken naar de volgende incarnatie.
Duiding vind je hier. De fotoreportage van een echte sky burial zie je hier. (Opgelet: confronterend beeldmateriaal.)

 


ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.