Sommige dagen zijn magisch van bij het ontwaken

Hoeveel vreugde en met licht overgoten magie past er in één enkele ochtend?

 

Prille lente_002 ed klein.jpg
Maan gaat onder in de ochtendschemering (c) KV

 

Prille lente_038 ed cut klein
Staartmees aan het ontbijt; foto gemaakt met telelens zittend aan de ontbijttafel binnen (c) KV

 

Prille lente_028 ed cut klein
De belofte van een betoverende dag (c) KV

 

De drie bovenstaande foto’s werden gemaakt op een goed half uur.

En op wonderlijke wijze werd de rest van de dag inderdaad net zo krachtig en mooi. Hij was tot de rand gevuld met vertrouwen, verbondenheid, begrip en liefde, gedeeld met verwante zielen die mij ongelooflijk dierbaar zijn. Ik mocht mijn kracht en mijn liefde de vrije loop laten, en ik kreeg er schoonheid, diepe erkenning en kwetsbare gelijkgestemdheid voor terug.

Dit is hoe het voelt om echt, echt gezegend te zijn.

Advertenties

In een oogwenk

Het ene ogenblik viel er regen. Het volgende plakte er een film van ijswater tegen het raam. Bevroren in een oogwenk.

Gestolde dromen, met minuscule luchtbelletjes erin opgesloten.

 

IJswater_012 ed cut klein
(c) KV

 

Ondertussen is de dooi ook alweer achter de rug. Op een paar uur tijd was alles weggesmolten.
Het leven stroomt naar eigen goeddunken. Al wat we kunnen, is zijn loop volgen. Het toestaan om ons uit te kristalliseren en vast te zetten. Of durven zacht worden en leegstromen, als het ons aangeeft dat het tijd is om los te laten.

 

Een goed nest

Ik zit in het bureau van mijn vader en ik schrijf. Nu en dan kijk ik op naar de bomen naast het huis, waar een koppel eksters een nest bouwen. Ik sla hun vorderingen gade met een glimlach.

Ze werken methodisch en gefocust. Soms vliegen ze allebei uit voor geschikte takjes, soms blijft er een in het nest terwijl de ander op zoek gaat naar meer materiaal. Soms komt de ene terug en vindt degene die achterbleef in het nest dat het tijd wordt om van rol te wisselen en vertrekt op zijn beurt zowat meteen.
Op zeker moment kon ik me de ergernis van een van beide bijna voorstellen toen de ander kwam aangevlogen met een tak die zo lang was dat hij ongeveer drie keer om het nest heen kon gewonden worden. Hoe wil je in godsnaam dat ik die erin gepast krijg, leek die in het nest te zeggen.
Soms werken ze samen om alles te schikken en in elkaar te puzzelen, met een van beide op de rand van het nest, of zelfs eronder, om een al te lange tak een stukje lager te trekken.

 

Kiki 4 015 ed klein
(c) KV

 

Ik ben ondertussen al veertig jaar het kind van mijn ouders, en hoewel ons huis altijd een soort tijdelijk toevluchtsoord is geweest voor jonge mensen met nood aan een stabiele thuis, ligt de tijd van nesten bouwen en jonkies opvoeden nu toch wel al een hele tijd achter hen. Ik ben van onder hun vleugels vandaan gegroeid en ben mijn eigen nest gaan bouwen. Nu ben ik zelf ouder. Maar op een of andere manier voelt het toch ook altijd goed om even terug te zijn.

We hebben samen nog een heleboel vakanties doorgebracht, maar echt samengewoond hebben we niet meer, niet als het kerngezin dat we ooit waren, een zeldzame week waarin mijn zus en ik allebei naar Frankrijk afzakten zonder partners niet te na gesproken. En zelfs toen waren er kleinkinderen bij, als ik het me goed herinner. Dat is prima, zo gaan die dingen nu eenmaal.

Sinds wij volwassen zijn, doen mijn ouders bewust moeite om niet te veel parentaal gezag meer te laten gelden. Zelfs al kunnen ze er uitgesproken meningen op nahouden, ze respecteren ook de onze. Geen ‘ik ben hier de ouder en jij bent mij eeuwige trouw en  gehoorzaamheid verschuldigd’-gedoe hier. Onze discussies kunnen ten andere wel levendig zijn.

Recent, zeker sinds ik zelf in mijn kracht ben gekomen als volwassen vrouw en moeder, voelen mijn mama en ik ons op sommige vlakken behoorlijk hecht verbonden. We maken, om het zo te zeggen, deel uit van een universeel ‘vrouwengeslacht’. Het leeftijdsverschil tussen ons is uiteraard hetzelfde als altijd, maar we voelen ons nu veel meer deel van dezelfde traditie, als een volwassene en een oudere, dan we waren als jong meisje en haar moeder. Het is een evolutie die we allebei verwelkomen en appreciëren.

Mijn verblijf hier bij mijn ouders (het is pas de tweede keer dat ik op mijn eentje bij ze in Frankrijk ben) is het niet anders. Wij zijn een stam, een nest, maar zelfs al ben ik hun nageslacht en zal ik dat altijd blijven, we omarmen elkaar wel als gelijken.

 

GP 5 029
Geen maand na haar longoperatie gaat mama al dapper mee de honden uitlaten – met een ingelaste knuffelstop nu en dan (c) KV

 

 

Mijn mama geneest goed. Maar mooier nog om te zien dan de vorderingen die ze maakt, is hoe mijn ouders met elkaar omgaan. Ze hebben in de loop van de jaren hun meningsverschillen en conflicten gehad, maar in zekere zin was mama’s klaplong en het feit dat ze een zware operatie moest ondergaan om meer van hetzelfde in de toekomst te vermijden een cadeau voor hun relatie. Mijn vader verzorgt haar met een hartverwarmende toewijding, en mama is erkentelijk en dankbaar op de best mogelijke manier. Ze plagen elkaar, ze lachen veel en ze zijn heel innig. Bij momenten heb ik het gevoel dat ik twee oude pubers elkaar zie herontdekken, op een mooiere manier dan daarvoor.

Soms moet je naar de hel en terug om dit soort mirakel te krijgen, zoals mijn mama het uitdrukt. De serieuze emotionele confrontatie die ze vorige zomer hadden en mijn mama’s fysieke toestand deze winter kunnen beslist omschreven worden als een kleine hel. Maar óf ze er sterker uitkomen.

Ik ben blij om hier te zijn, blij om te helpen met kleine dingen, blij om in hun gezelschap te zijn en hen gade te slaan in hun dagelijkse bezigheden.

Dit is nog altijd een warm nest. Het is fijn om thuis te zijn.

 

Kiki 4 011 ed cut klein
(c) KV

De Fransen hebben geen kaas gegeten van weersvoorspellingen

De Franse météo beloofde vijf dagen stralende zon en zachte temperaturen.
Nog niet zoveel van gezien, tot nu toe, moet ik zeggen.

 

Kiki 2 003 klein
Foto van mijn papa, gemaakt op de dag dat ik dit schreef

 

De goeie kant van gure wind en sneeuwvlagen, is evenwel dat de vogels dan veel honger hebben.
Terwijl mama aan tafel zit te tekenen, sta ik, gewapend met mijn vaders camera, voor het raam. We amuseren ons allebei.

 

Kiki 1 054 ed cut klein

 

Kiki 2 146 ed cut klein
(c) KV

De rivier

Prelente_134 ed klein
(c) KV

 

Ik zit op de rivier. Hij is breed en krachtig, en zijn wijde stroom neemt me mee naar een plek die aanvoelt als de zee, een monding die me roept met de kracht van thuiskomen.

Ik weet dat mijn innerlijk kompas het juist heeft, ook al is er geen echte manier om mijn bootje te sturen. Al wat ik kan doen, is vertrouwen op de stroom, en de redenen die die heeft om me eerst naar hier, dan weer naar daar te voeren. Een buitenbocht. Een zandbank. Een reeks stroomversnellingen. Ik heb ze maar te aanvaarden, en te overleven.
Mijn vertrouwen in de rivier is immens. Dit is hoe het voelt om op je levensweg te zitten. Elke plotse verandering in de stroming brengt een nieuw inzicht, elk moment van vastzitten in de modder onderwijst doorzettingsvermogen – of aanvaarding.

 

Prelente_137 ed klein
(c) KV

 

Ik heb de laatste tijd een aantal stroomversnellingen gekend. Daar schrijf ik heel binnenkort over. Maar op dit moment is er even een aarzeling in de flow, een moment van besluitloosheid, een noodgedwongen pauze. Ik probeer het te ervaren als een kans om op adem te komen. Dat lukt niet altijd. Want mijn kleine bootje heeft de grotere kracht van de moederstroom geproefd en wil voort, voort, voort…

Ik glimlach om mezelf, geef een vriendschappelijk klopje op de rand van mijn bootje, en houd mijn ogen op de horizon.
Hoogwater komt eraan. Voor ik het weet, ben ik weer op weg.

 

 

Prelente_136 ed klein.jpg
(c) KV

De herinneringen van een vlinder

Eeuwen van vleugels

 

Ik heb lang het gevoel gehad dat ik niet echt thuishoorde in de wereld. En toen ik eindelijk zover was dat ik kon wortelen, voelde ik me nog steeds veel ouder dan mijn jaren.

Nu pas heb ik de indruk dat mijn fysieke leeftijd en mijn innerlijke erfenis enigszins op een lijn beginnen te komen.

 

Prelente_182 ed klein
(c) KV

 

Het heeft lang geduurd. Ik ben een trage ontluiker, een laatbloeier. Maar eindelijk heb ik het gevoel dat ik begrijp wat ik meedraag, en dat ik kan beginnen gebruiken wat ik weet.
Het is een beetje alsof iemand – wie, dat kan ik me niet herinneren – me toen ik klein was een algebraformule aanleerde. Ik leerde ze uit het hoofd, kon ze opzeggen en zelfs de berekeningen maken. Maar nu pas begrijp ik waar ze echt voor dient, en als ik ze toepas, voelt het als magie bedrijven.

Jeugd heeft haar schoonheid. Maar oudere levensfases hebben een heel ander soort elegantie, verkregen door ervaring en overgave. Ze dragen de herinnering aan zoete zomers, zonder de dwingende verlangens of de onstilbare honger die er eerder mee gepaard gingen.

Als we ouder zijn, weten we waarnaar we verlangen. We worden niet langer blind voortgedreven door een kracht die ons aanstuurt zonder dat we begrijpen wat ze is of wat ze wil. En we hebben de kracht om te beslissen of we dat spoor al dan niet willen volgen. Soms is het gewoon wijzer om iets niet te doen. En als we ervoor kiezen om de uitdaging toch aan te gaan, zijn we bedachtzamer. We willen de dingen niet meer onmiddellijk, we willen het proces niet meer per se forceren. We weten dat echte ontwikkeling tijd nodig heeft. Zijn eigen tijd.

Ik ben blij om aangeland te zijn op dit punt, waarop ik zowel mijn erfenis als mijn kracht kan voelen. Ouder dan mijn jaren, maar nog altijd in de fleur van mijn leven en klaar om te geven wat ik heb. Verbonden, vanuit de kern, met wat oeroud is, gefluisterd doorgegeven maar nooit vergeten.

De herinneringen van een vlinder – eeuwen en eeuwen van vleugels.

 

Prelente_173 ed cut klein
(c) KV

Ontketend

Zaailing #25

 

bach stormbos
(c) Jurgen Walschot

 

Bossen zijn gevaarlijk bij storm.
Maar het geweld van de natuurkrachten is niets vergeleken met de orkaan in ons.

Kunnen we iets beginnen tegen dat innerlijk tumult, als het eenmaal losbarst? Vaak hadden we het niet eens zien aankomen, zo gewend zijn we het om te leven onder de dreiging van een immer grijze lucht. Vertwijfeld vragen we ons af wat ons bezielt, en hoe we de kolkende storm waaraan we ten prooi vallen misschien weer gedeeltelijk kunnen indammen.

Maar wat ontketend is, wil uitwoeden. Met wolken die zich uitstorten tot hun massieve lijven leeggeregend zijn, en winden die onze innerlijke vlakten kaalvegen, genadeloos inbeukend op elk obstakel op hun weg.
Er is geen ontsnappen aan. We gaan erdoor. Soms gaan we eraan ten onder.

Te midden van dat alles slaat iets ons zwijgend gade. Het wacht, en het wijkt niet.
Een wilde kern, een diepe kracht. Onverstoord houdt het zijn gekroonde hoofd in de wind. Het snuift de geur op van geknakt hout en blootgewoelde aarde. En het weet dat dit, eens de wind gaat liggen, is hoe nieuwe werelden geboren worden.

 

bach stormbos groot cut2
(c) Jurgen Walschot

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Een kleine ode aan de verbinding

“Als je mij vraagt naar mijn droom”, zei een vriendin me onlangs, “dan zou dat zijn om ergens heel afgelegen te gaan wonen, en daar heel sober en zelfbedruipend te leven. Mijn eigen groentetuin aanplanten, en zo. Meer hoeft niet. Zot, hé?”

Ik vind dat helemaal niet zot.

 

Yamie Fort_100 ed cut klein
(c) KV

 

In dit overbevolkte Verkavelegem die we West-Europa noemen gaat iedereen met een minimum aan verbondenheid met de natuur er vroeg of laat van dromen om weg te trekken en van het land te gaan leven. We verlangen naar de zuiverheid en de vrede die ons dat breng. We hebben het gehad met winkelcentra, buitenwijken, de kinderen naar school voeren in de auto en dag in dag uit werken in een of ander kantoor terwijl de planeet langzaam stikt onder het gewicht van onze walmen en opgravingen.

Ik herken het gevoel, het gaat heel diep. Zelfs al ben ik niet het sportieve buitentype dat met plezier drie uur aan een stuk een lapje grond zal staan bewerken. Want – laat ik maar eerlijk zijn – dat ben ik echt niet. Mijn rug zou het niet overleven, en de voldoening mijn eigen voedsel te verbouwen zou niet voldoende zijn om me te blijven motiveren. Ik word daar niet trotser van op mezelf, maar ik geef het wel toe. De passie van de vriendin waarover ik schrijf is het wel, en ik bewonder haar ervoor. Mijn roeping ligt in de kunsten, en ik hoop dat ik daar een klein, betekenisvol verschil kan maken, op mijn manier.

Maar of het nu een oprechte fysieke nood is dan wel een metafysische of metaforische hunker, het is belangrijk dat we er aandacht aan schenken. Niemand van ons kan zonder een vorm van verbondenheid met de natuurlijke wereld, dat geloof ik rotsvast. Of het nu is door haar van achter onze schrijftafels te zitten bewonderen, door haar het hof te maken doorheen onze fotolenzen of door naar buiten te trekken om in weer en wind te sporten en de ruwe aarde te bewerken, ieder van ons is verbonden met de grote stroom der dingen.

Dat ontkennen is dwaas, en ongezond.

 

Yamie Fort_093 ed klein
(c) KV

 

En onze samenleving kan er wat van, op vlak van waanzin en ziekte. De parallellen die Dirk De Wachter trekt in Borderline Times, over de gelijkenissen tussen de collectieve symptomen van onze westerse samenleving en die van mensen met borderline, raken ons niet per toeval. Ze zijn eng omdat ze waar zijn.

Laten we ophouden.

Laten we er hier en nu mee ophouden. Te midden van alle tumult, pal in onze overdrukke agenda. Laten we eens diep ademhalen en om ons heen kijken. De levende bodem onder onze zolen voelen. De lucht onze longen in en uit voelen stromen. Laten we proberen om ons een heel klein deeltje te weten van dat enorme levende organisme dat we de aarde noemen, verbonden met alles en iedereen die er leeft.

De kleinste stap naar verandering op deze machtige, moederlijke Aarde bevindt zich in ons hoofd, in onze ledematen, en in ons hart.

We zijn nooit van haar gescheiden geweest. Dat dachten we alleen maar.

Dit is een kleine ode aan de verbinding. In elke mogelijke zin.

 

Yamie Fort_098 ed cut klein
(c) KV

Céciles overtocht

Een ontmoeting dertien jaar geleden, een andere ontmoeting een maand geleden, twee bewogen weken, en de culminatie…

Ben je ooit al ergens binnen gewandeld waarbij je het gevoel kreeg dat je omringd werd door de energie van de persoon die daar leefde?
En wilde je toen weg? Of voelde je je net thuis?

 

Moerheidewerken_011
Ik in de woonkamer van onze nieuwe huis, nadat we nieuwe ramen gestoken hadden (2006)

 

Christophe en ik kochten het huis waar we nu wonen bijna dertien jaar geleden. Het was laten we zeggen niet de meest degelijke constructie (zie het eufemismelampje knipperen…).
Het was gezet door een amateur-ingenieur. Het was tochtig, vochtig en viel zowat uit elkaar: er was nood aan een serieuze opknapbeurt. Sinds we erin getrokken zijn, hebben we de muren behandeld tegen opstijgend vocht, alle plaaster van de benedenverdieping weggekapt en vervangen, bijna alle vloeren en vloerbedekkingen veranderd (tevergeefs, op regendagen zijn ze nog steeds klam), zowat alle ramen vervangen, een nieuw dak gelegd, de badkamer heraangelegd, een zolder ingericht, een extra kamer beneden toegevoegd waarop het zomerterras rust, en een stuk van de tuin onder handen genomen.
Bij momenten voelt het alsof we nog maar halfweg zijn. Tegen dat alles gebeurd is, zullen we rijp zijn om op pensioen te gaan en te verhuizen. En intussen brokkelt de façade langzaam af en verwildert de tuin alweer… Daar wil ik even niet aan denken.

We hadden niet bepaald gezocht naar een huis dat zoveel werk zou vragen. Om eerlijk te zijn werden we vooral verliefd op de tuin. Mijn mama zuchtte: ‘Mijn dochter heeft een tuin gekocht waar ook nog een huis in staat.” Al bij al niet zo’n onterecht uitspraak.

 

Ontwaken in de Moerheide_052
De Wachter, onze majestueuze treurwilg (2006)

 

Christophe en ik hebben allebei nood aan groen en bomen zoals andere mensen aan ademhalen. Betonnen muren en steriele straten verstikken ons. En zo zijn er veel in België, met hun beklinkerde opritten en strookjes gazon plat als tennisvelden en hoogstens een paar gemanicuurde struikjes langszij. Een volwassen boom wordt stilaan zo’n beetje uitzonderlijk – en dan mag je maar hopen dat de buren niet klagen. Echt groene tuinen met volgroeide bomen zijn schaars, of je moet gefortuneerd zijn – wat wij dus niet zijn. Dus toen we op dit kleine perceel stootten, van alle kanten omringd door hagen, slanke eiken, volwassen berken en een majestueuze treurwilg die alles in zijn buurt overschaduwde, inclusief het huis, vielen we er als een blok voor.

In huis was de typische volgorde van kamers letterlijk omgegooid. De badkamer en de slaapkamers beneden, de woonruimte en de keuken boven. Vanuit bijna alle woonkamerramen zag je vooral takken die zowat tot aan het raam reikten, wat een boomhutgevoel creëerde. We hielden er erg van (en doen dat nog steeds).

 

Middag in de Moerheide_013
Boomhutgevoel (2006)

 

Iets anders wat geen reden mag zijn om een huis te kopen, maar wat beslist hielp, was de eigenares. De vrouw die het verkocht, was een zeer bijzondere dame. Een kleine, ranke verschijning, onwaarschijnlijk gracieus, in excentrieke lange jurken en met wit krulhaar tot halverwege haar rug. Ze moet een jaar of zeventig geweest zijn toen, maar ze bewoog zich met de moeiteloze gratie van een danseres die half zo oud was. Ze onderwees eutonie, een lichaamsgerichte meditatie- en bewustwordingstechniek, aan de muzikanten van het Lemmensinstituut. Haar naam was Cécile.

Ze was geen makkelijke vrouw, dat was duidelijk van zodra ze de deur opende. Een scherpe blik, een hoge gevoeligheid voor geluiden. Ze mocht je en ze wilde je in haar leven, of ze wilde niets met je te maken hebben. Daar was ze zeer duidelijk in. Het leverde haar dierbare vrienden en een aantal heel kwaaie vijanden op (zoals de buurman).

Christophe en ik lagen al snel in haar bovenste schuif. We hadden een oprechte klik, en ze wilde het huis het liefst aan ons verkopen. Ze voelde dat wij we ervan hielden en ervoor zouden zorgen op een manier zoals zij het apprecieerde. (En dat hebben we hopelijk ook gedaan.)
We deelden ook een spirituele connectie, maar op dat moment hadden we er niet meteen nood aan om daar dieper op in te gaan of vanalles over de ander te ontdekken. Ik gaf haar mijn eerste twee romans cadeau, zijn schonk me een mooi Indisch beeldje van een lezende vrouw. Het houdt nog altijd de wacht op een plank van onze boekenkast.

 

Trouw 3 klein

Trouw 2 cut klein
Trouwfoto’s voor het huis en in de tuin (2005)

 

Toen we op de dag van ons huwelijk foto’s kwamen maken in de tuin van het huis (dat we toen al hadden gekocht maar dat nog notarieel moest verlijden) had ze op een subtiele manier dingen voorbereid: een lelijk putdeksel weggestopt onder een bloemenkrans, en meer van dat soort liefdevolle details.

Veel contact hadden we naderhand niet meer, maar we zijn haar nooit vergeten. Ze was een soort petemoei wiens energie nog een hele tijd in het huis bleef hangen, en dat voelde goed. Dat is uitzonderlijk voor mij, moet je weten. Na ‘intens’ bezoek krijg ik al de neiging om de ramen open te zetten of wierook te branden – nu leefden we in wat er overbleef van haar energie, en dat was helemaal oké

 

Ontwaken in de Moerheide_043
De Wachter (2006)

 

Beetje bij beetje hebben we het huis van Cécile ‘overgenomen’. Er was al het ingrijpende werk binnen, maar vooral door de tuin onder handen te nemen (meer diversiteit in aanplanting, extra bomen, de haag en de knotwilgen aan de straatkant) beïnvloedden we de interactie met het huis (dat wat minder afgesloten werd van de buitenwereld, maar tegelijk steeds meer opging in de kleine groene jungle eromheen) en veranderde ook de energie in huis. De gigantische treurwilg (gekruist met een populier, dus hij is werkelijk enorm en gaat heel hoog) was haar grote liefde. Het is ook die van ons.

We hebben sindsdien mooie en intense jaren beleefd in dit huis. Het heeft twee kinderen volwassen zien worden en een baby weten geboren worden en opgroeien tot een schitterende jongen. Het heeft ons de ritmes van de natuur nog meer leren waarderen dan we al deden. Het heeft bomen en vogels dagelijkse geschenken in ons leven gemaakt. Het heeft ons kopzorgen en slapeloze nachten bezorgd in burenruzies (ja, die erfden we samen met het huis…) en geleerd om bang te zijn voor hevige storm.

 


 

Fast forward, meer dan een decennium, naar december 2017.

Ik woon het vroege kerstfeestje van mijn voetreflexologe bij in een dorp een paar kilometer verderop, en ik ben die avond fotograaf van dienst. In Elsi’s supergezellige huisje, tot de nok gevuld met haar bonte verzameling familie, vrienden en kennissen, ontmoet ik een merkwaardig groepje mensen.

Een van hen is een veerman die al lang op pensioen had moeten zijn maar nog altijd twee dagen per week mensen over de Schelde zet. Die rivier stroomt zowat in Elsi’s achtertuin, en het veer is om de hoek. Hij vertelt me over de vrede die hij voelt als hij op het water is, en ik voel dat hier een Zaailing in zit… Ik vertel hem over mijn samenwerking met Jurgen, en hij nodigt ons uit om een keer met hem te komen meevaren. Diezelfde avond, als ik Jurgen mail om hem over de ontmoeting te vertellen, lanceert hij het idee om samen een nieuwjaarskaart te maken over thema van ‘oversteken’… Moeiteloos en intuïtief komen we een paar dagen later uit bij Dageraad (Zaailing #23), en laten er een beperkt aantal van drukken.

Maar dat was niet het enige geschenk die avond.

Naarmate we wat langer praten, word ik de vierde persoon van een kwartet buren van Elsi. Tussen hen zindert een mooie golflengte, waar ik me al snel in opgenomen voel. Er is Alin de veerman, Geert die voor Bos+ werkt, en Toni, een kinesiste met een warme uitstraling. De sfeer heeft die bijzondere kwaliteit van mensen die elkaar niet kennen het om een of andere reden toch meteen kunnen vinden, omdat er iets op een dieper niveau resoneert.

Gevraagd waar ik woon, zegt Geert: “Ah, de Moerheide, die straat ken ik, een vriendin van mij woonde daar vroeger.”
Als hij me wat later vraagt wat ik professioneel doe, en ik zeg dat ik schrijfster ben, aarzelt hij geen seconde. “Dan woon jij in het huis van Cécile! En je man is arts en rijdt met een ligfiets!”

Inderdaad… ‘onze’ Cécile was dezelfde vriendin over wie Geert het over had. Hij bleek zelfs nog jaren haar (nu onze) tuin te hebben onderhouden. De anderen van het groepje blijken Cécile óók allemaal te kennen. Het voelt echt als een cirkel die zich sluit, een ontmoeting die niet zomaar plaatsvindt. Het is alsof Cécile er die avond op een of andere manier zelf ook bij is.

Hoe het met haar gaat, vraag ik. “Goed”, glimlacht Geert. “Ze sukkelt met wat kwaaltjes, maar ze houdt zich kranig.” Ze hebben haar twee weken geleden nog gezien.

 


 

Aan het feestje van Elsi hield ik de contactgegevens van Geert over, een warme belofte om contact op te nemen met dat groepje mensen bij wie ik me zo op mijn gemak had gevoeld, het voornemen om Alin op te zoeken op zijn veerboot, en de inspiratie voor een van onze mooiste Zaailingen.
Twee weken later, vlak na nieuwjaar, de dag van Zaailing #23, contacteerde Geert mij per mail om me te vertellen dat Cécile overleden was.

 

Winterlucht_007 klein
(c) KV

 

Op het moment dat we elkaar allemaal ontmoetten bij Elsi was ze in feite al een paar dagen dood, alleen wist niemand van ons dat toen. Het gaf de Zaailing over oversteken, het beeld van de veerman, het gevoel dat ze er die avond bij was en ons in zekere zin bij elkaar had gebracht, een bijzondere resonantie. Er zat schoonheid in, droefheid, warmte en een vreemd en krachtig gevoel: dit is geen toeval.

Ik stuurde Geert de Zaailing, en ik schreef hem ongeveer hetzelfde. Nee, antwoordde hij, ik geloof ook niet dat dit toeval was.

Cécile werd in alle discretie begraven door haar familie, met wie ze eigenlijk geen goede verstandhouding meer had. Haar vrienden en de mensen die haar na stonden, waren niet uitgenodigd. Ze wilden evenwel op een passende manier afscheid van haar nemen, en hielden samen met andere vrienden en kennissen een ritueel afscheid voor haar in het Boeddhistisch centrum waarvoor ze zich engageerden. Ik was van harte uitgenodigd, schreef Geert.

Ik voelde onmiddellijk dat ik daar wilde zijn, bij die mensen. Dat was waar ik thuishoorde. Een ander woord was er niet.

 

Winterlucht_015 klein
(c) KV

Maar ik had die dag al een repetitie die ik onmogelijk kon afzeggen, en dat aanvaardde ik. Het maakte mijn gevoel van verbondenheid er niet minder om. En als de repetitie op tijd eindigde, kon ik misschien toch nog even binnenspringen…

De repetitie was afgelopen om vier uur, dus ik belde Geert. Het samenzijn daar liep op zijn einde maar: ja, zei hij, kom zeker nog af, het zou goed zijn je te zien. Ik kon horen dat hij het meende.

Toen ik er aankwam, was de ‘koffietafel’ zo goed als achter de rug, maar dat gaf niet. Er was een oprechte flow die met geen woorden te beschrijven valt. Ik zag de prachtige foto van Cecile op het altaar, waar de kaarsen nog brandden. Ik kreeg een kop thee, en ik werd voorgesteld aan wie er op dat moment nog was als ‘de vrouw die in het huis van Cecile woont’. Er waren verbazend veel spontane ‘oh, wat leuk, we hebben over jou gehoord!’.

Ik dronk mijn thee, ontmoette mensen, praatte een tijdje met Alin, die Amma, de Indische moederfiguur rond wie het centrum draait, nu en dan op haar reizen door Europa en India begeleidt en een tijdje doorbracht in haar klooster.

De avond kreeg de gloed van thuiskomen, op een heel vanzelfsprekende manier. Toen Christophe me kwam oppikken, voelde hij het ook meteen. Het zou fijn zijn die mensen vaker te zien, zei hij op weg naar huis.

 

26853874_10211316043964232_1799696296_o
Céciles overtocht (c) KV

 

Ik heb de foto van Cécile op onze Indische spiegel gezet, met de Dageraad-Zaailing als achtergrond. Het voelt juist.

Ik weet niet welke draden van dit enorme wandtapijt elkaar in de toekomst nog allemaal zullen kruisen, maar ik weet dat er iets belangrijks is gebeurd en ik voel dat ik en degenen die ik liefheb deel uitmaken van iets veel groters.

Ik heb pas de uitnodiging verstuurd voor de eerste van vier SeizoensCirkels die ik dit jaar wil organiseren. Wie weet wat voor ontmoetingen hier nog zullen plaatsvinden. Ik ben nu al benieuwd.

En Cécile zal glimlachend toekijken. Dat weet ik nu al.

 

Winterlucht_020 klein
(c) KV

Hoe de goden ons zien

Zaailing #24

 

Antwerpen
(c) Jurgen Walschot

 

is dat hoe de goden ons zien
balancerend op de smeltende rand
van de afgrond, geworteld in illusies
reikhalzend verlangend
naar een hemel die er niet is
gracieus in onze pogingen
dat wel

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein