Sommige werkwoorden zijn niet onschuldig

Mijn vorige blog liet een beetje stof opwaaien. Want lang niet iedereen was het eens met wat ik poneerde in “Wat ben je lelijk, nu”.

De meest gehoorde reacties waren:

*Die grootouder bedoelt het vast goed.
*Die uitdrukking wil alleen zeggen dat het kind moet stoppen met zich aan te stellen.
*Dit wordt niet alleen tegen meisjes gezegd, maar ook tegen jongens.

Even voor de duidelijkheid:

*Ik ben er zeker van dat de grootouders waarover het ging hun kleinkinderen graag zien en het goed bedoelen. Ik heb ook nooit anders beweerd.
*Ik weet ook hoe die bewuste uitspraak bedoeld is.
*En dat laatste punt had ik zelf ook al aangegeven in het originele stuk, of beter: dat het me niet kon schelen tegen wie het gezegd werd – hoewel het voor meisjes op dit moment in onze samenleving nog altijd een hardere noot is om te kraken als ze ‘lelijk’ genoemd worden.

Het was niet mijn bedoeling om iemand aan de schandpaal te nagelen. Mijn man wees me er wel fijntjes op dat ik misschien een ietsiepietsie te veroordelend klonk… 😉 Oké, schuldig. Ik heb alleen nogal de natuurlijke neiging van op grote hoogte (lees: systeem- en samenlevingsniveau) te kijken naar patronen die zich voordoen. En ik ontwaar een onbewust patroon. Onbewuste patronen zijn altijd de gevaarlijkste, want we weten niet dat we ze hebben en hoe ze ons leven beheersen.

 

Zomerlijnen BXL_057 ed klein
(c) KV

 

Behalve een aantal protesten heb ik ook reacties gekregen van mensen die me met een vermoeide of bedroefde zucht zeiden: ‘Als je eens wist hoe vaak mijn ouders dat tegen mij gezegd hebben, vroeger…’ Voor hen was het beslist geen neutrale herinnering, zoveel was duidelijk.

Want hoe we het ook draaien of keren, ‘lelijk’ is en blijft een waardeoordeel. Niemand wil lelijk zijn (of genoemd worden), want het zegt sowieso iets negatiefs over je, en in deze op uiterlijk gefocuste samenleving staat het zo ongeveer gelijk met paria zijn.

Een dergelijke uitspraak, uit de mond van een zorgfiguur die het vertrouwt, kan wel impact hebben op het kind, zeker als het een terugkerend argument is. Hoe moet het kind het verschil maken tussen andere terugkerende mantra’s als ‘Eerlijk duurt het langst’ of ‘Met twee woorden spreken’ en ‘Je bent lelijk als je huilt’? Onbewuste conclusies over hoe relaties werken, worden ingeslepen op heel jonge leeftijd.

Natuurlijk is hier nood aan nuance. Niet elke straffe of ongepaste uitspraak leidt tot een trauma. We hoeven ouders geen angst aan te praten voor die ene, fataal foute opmerking die het hele verdere leven van een kind zal gaan bepalen. Kinderen beschikken doorgaans ook over een behoorlijke portie veerkracht, goddank.

 

Zomerlijnen BXL_007 ed cut klein
(c) KV

 

Ik ben zeker geen voorstander van anti-autoritaire opvoeding. Ik geloof in grenzen, verantwoordelijkheidszin en omkadering van kinderen. Gedrag moet ten allen tijde bijgestuurd kunnen worden. Een huilbui kan oprecht zijn, maar net zo goed aanstellerij. Het is aan de opvoeder met kennis van zaken om dat verschil te maken. In het ene geval is troost aan de orde, in het andere kordaatheid. Maar in geen van beide gevallen is het kind erbij gebaat dat zijn gedrag wordt gelijkgesteld met een waardeoordeel over hem/haar als persoon.

Want over patronen gesproken: we staan nog veel te weinig bij stil dat ons gebruik van het werkwoord ‘zijn’ niet zo onschuldig is. Het lijkt van geen tel, maar er is eigenlijk een bijzonder groot verschil tussen een kind terechtwijzen met ‘Je bent stout’ of ‘Wat je doet, is stout.’

Hebben ouders de bedoeling om de diepste essentie van hun kind te veroordelen als ze zeggen: ‘Je bent stout’? Natuurlijk niet. Ze willen gewoon dat het gedrag stopt. Maar in wat ze zeggen, klinkt een andere boodschap door, die al dan niet door het kind zal worden opgepikt. En ik maak me sterk dat het toch anders aankomt als een kind te horen krijgen dat zijn gedrag niet aanvaardbaar is, dan wel hijzelf.

 

Zomerlijnen BXL_062 ed klein.jpg
(c) KV

 

Woorden zijn bijzonder krachtig.
Uitspraken van ouders, leraars, gezagsfiguren of zelfs toevallige voorbijgangers kunnen iets in gang zetten diep vanbinnen in ons en soms herinneren we ze ons jaren later nog altijd. Iedereen heeft vast wel een kinderherinnering aan iets wat iemand ooit tegen ons zei wat een enorme verschil maakte in hoe we naar de wereld (of onszelf) keken.

Laat het onnodige schuldgevoel maar varen, we hoeven niet perfect te zijn – dat lukt ons toch niet. Maar we kunnen wel bewust en bedachtzaam proberen te zijn. En nu en dan eens stilstaan bij en nadenken over onbewuste patronen kan nooit kwaad, me dunkt.

 

 

 

 

Advertenties

“Wat ben je lelijk, nu”

 

Zomerlijnen BXL_052 klein
(c) KV

 

Kun je je voorstellen dat iemand die woorden in je gezicht zegt?
Zou jij ze ooit durven uitspreken?

Tenzij ze horen bij een hartelijke giechel- en proestbui tussen beste vriendinnen, kunen ze moeilijk als onschadelijk beschouwd worden. Wat mij betreft, beledig je mensen gewoon niet op die manier, wie je ook denkt te zijn en wat je ook denkt te weten.

Maar onlangs vertelde een vriendin me dat haar schoonvader exact dit had gezegd tegen haar vierjarig dochtertje, zijn kleinkind, toen ze een huilbui had.
En gisteren hoorde ik iemand in een van de naburige tuinen precies hetzelfde nog een keer zeggen, alweer tegen een jengelende peuter, die een lastig moment had en huilend lucht gaf aan haar frustratie.

Mijn haren gingen ervan overeind staan. Ik kon gewoon niet geloven wat ik hoorde.

Wat voor boodschap geven we in hemelsnaam aan kinderen (van welk geslacht dan ook, maar zeker aan meisjes) als we ze zeggen dat ze lelijk zijn wanneer ze hun gevoelens uiten?

 

Zomerlijnen BXL_042 ed klein
(c) KV

 

Natuurlijk kunnen kinderen overreageren, en niet elke huilbui is verantwoord. Vermoeide peuters huilen om alles en niks, elke ouder kan je dat vertellen. Maar er zijn andere manieren om dat huilen te laten ophouden. Dit was niets meer of minder dan een rondje goeie ouwe misogynie die meisjes inprent dat mooi zijn belangrijker is dan oprecht zijn, en dat je je diepere zelf maar beter verbergt om de goedkeuring van anderen te krijgen.

Het feit dat de stem uit de buurtuin niet eens boos klonk, maakte het nog erger. Dit was geen uitval van een uitgeputte zorgfiguur die even de controle over de eigen emoties verloor. Het werd gesteld als een valabel argument.
(Ik kan me trouwens niet meer herinneren of het de opa dan wel de oma van de peuter was die ik hoorde spreken. Ze waren samen bezig met het kind. De andere partij sprak de partner alvast niet tegen.)

Het wenende meisje werd in bed gestopt (prima beslissing), maar toen de stilte neerdaalde over de tuinen kon ik me alleen maar droef en boos voelen. Staan we werkelijk nog altijd niet verder dan dít?

 

Zomerlijnen BXL_054 ed cut klein
(c) KV

 

Toch wel, gelukkig. Maar dit kleine incident toont wel aan dat het een voortdurende, dagelijkse strijd is tegen onwetendheid en ongezonde, oubollige maar zeer diep ingesleten denkbeelden.
Mijn vriendin, een taaie voorvechtster van vrouwenrechten, vertelde dat ze er achteraf een hartig woordje over had gesproken met haar schoonvader (waarbij haar man, zijn zoon, vierkant achter haar stond). Ik kan me voorstellen dat die grootvader zijn schoondochter best een moeilijke vrouw vindt. Maar hij zal waarschijnlijk ook wel twee keer nadenken voor hij weer zoiets tegen zijn kleinkind zegt.

Ik hoop dat het kleine meisje bij de buren, en zoveel anderen net als zij, hier in dit land waar we zo graag luidkeels verkondigen met hoe ernstig wij de gelijkwaardigheid tussen de seksen wel niet vinden, ook mensen in haar leven heeft die haar vertellen dat ze wél mag huilen, en dat ze niet de hele tijd haar sterkste, mooiste, best opgeblonken zelf moet zijn. Ik hoop dat ze te horen krijgt dat eerlijk zijn over wat ze voelt belangrijker is, en dat ze er niet minder graag om zal worden gezien.

Ik hoop het echt.

 

Zomerlijnen BXL_044 ed klein
(c) KV

ZAAILING #33 – Een stad

Het schetsboek valt open op een plek die hij niet verwachtte.

Een stad met een geschiedenis. Een stad waarvan hij hield. De dagen tussen haar daken smaakten naar drukte en uitlaatgassen, maar ook naar kroegen en wereldkeuken. Naar vrijheid soms nog te groot voor zijn jonge vleugels.

de stad2 a zeer klein

Hij kan het zich herinneren, hoe hij op het boventerras probeerde om het uitzicht in zich op te nemen terwijl hij de toeristen negeerde, even druk en opdringerig als de duiven. Hoe hij peilde naar de gelaagdheid die trilde tussen de straten. Want hoe vat je iets wat zo immens is, waar onder de wegen andere wegen liggen, onder de funderingen oudere funderingen, waar onder het afval en de sloop soms een schat tevoorschijn komt, soms een spook?

de stad2 e zeer klein

Hij kon het voelen, maar hij kon het niet vastleggen. Toen nog niet. Dit is een oud boek, een verhaal van lang geleden. Als hij eraan terugdenkt, is elke dag in zijn herinnering even grijs. Er viel bijna constant regen. Maar het was prettig lopen door de natte straten, waar aaneensluitende rijen van koplampen het wegdek in lange lijnen lieten oplichten. Hij had stevige schoenen die hun grip op de glibberige kasseien niet verloren. En elke stap die hij zette, ook binnen de beslotenheid van de stad, was een stap vooruit, want één stap verder weg van waar hij vandaan kwam. Duiven kwamen drinken uit de plassen. In het park scheerden kraaien rakelings over, geruisloze zwarte schimmen. Ze bevielen hem wel. De tijd leek geen vat op ze te hebben. En als dat wel zo was, trokken ze er zich niets van aan.

de stad2 b zeer klein

Misschien kwam het door de vogels dat hij naar de lucht begon te kijken. Een ontsnappingsroute voor wie vleugels had. En hij benijdde ze, een beetje toch. Alleen de torenspitsen kwamen in de buurt van waar zij konden komen.

Tekenen, leerde hij, kwam nog het dichtst bij vliegen. Een pen tussen zijn vingers, over een blad papier – in lang vervlogen tijden zelfs werkelijke een veer – kon parmantig pikken als een straatmus, maar ook recht op haar doel af schieten als een slechtvalk. In zijn schetsen slaagde hij erin de vogels te volgen. En dat, besefte hij, was hij sindsdien altijd blijven doen.

de stad2 c zeer klein

Hij talmt nog wat langer bij de oude tekening. Lijnen en lucht. Lijnen zijn nodig. Ze helpen om de wereld beheersbaar te houden. Maar wat is er mooier dan iets wat aan zijn kader ontsnapt?

Het is een verhaal dat hij toen voor het eerst hoorde, daar op dat hoge, drukke terras. Het past hem als een handschoen. En hij is het vanaf toen altijd opnieuw blijven vertellen, op steeds weer andere manieren.

Hij klapt het schetsboek dicht, en pakt de eerste pen binnen handbereik.

de stad2 d zeer klein
Alle beelden (c) Jurgen Walschot

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Op bezoek in het verleden

Een trip naar vervlogen tijden, gekoesterd en gevreesd

 

Quondam 2018_458 klein
(c) KV

 

We waren er vorig jaar, en dit jaar was het opnieuw erg fijn: Quondam, het middeleeuwse festival op een uurtje rijden van huis. Dit keer mocht ik als fotograaf zelfs gratis binnen. Een van mijn oude beelden was prominent promo-materiaal van deze editie. Leuk!

Een dagje doorbrengen in de Middeleeuwen is grappig bevredigend. De re-enactors laten ons beter dan wat ook zien hoe menselijk die ridders en ambachtslieden eeuwen geleden eigenlijk wel waren. Ik ben niet zo’n festivaltype, maar hier ben ik wel graag.

Ik had er alleen niet op gerekend om ook een bezoekje te brengen aan mijn persoonlijke verleden.

Dit jaar waren we er op zondag, en dat bleek een stuk drukker dan de zaterdagen van de vorige keren. Het was ook erg warm, en een droge wind blies strak over het festivalterrein. Ik voelde me minder goed in mijn vel dan ik wilde.

Ik kreeg wel de kans om de wedstrijden en veldslagen van op de eerste rij te schieten.

 

Quondam 2018_133 ed cut klein
(c) KV

 

Ik had uitgegeken naar de roofvogelshow op het einde van de dag, omdat daar gewoonlijk spectaculaire foto’s te maken zijn, maar ik kreeg hem jammer genoeg niet te zien. Toen ik ondanks lastige omstandigheden een paar deftige foto’s probeerde te maken van het slottornooi in de late namiddag, blies de wind alle kleine strodeeltjes en paardenlucht mijn kant op en voor ik het wist, had ik te maken met een goeie ouwe astma-aanval.

(Ik ben mega-allergisch aan paarden. In de open lucht valt het doorgaans heel goed mee. Maar nu viel het zwaar tegen.)

Mijn gezondheid is de laatste tijd (lees: een jaar of twee) zo goed dat ik minder zorgvuldig was geworden met noodmedicatie voor precies een gelegenheid als deze. Zodra het duidelijk werd dat ik in de problemen zat en dat het er niet naar uitzag dat dit snel weer zou overwaaien, hadden we geen andere keuze dan het terrein voortijdig te verlaten, plaats te nemen in de (lange) rij voor de pendelbus die ons terugbracht naar de parking, en naar huis te rijden.

Het was zo lang geleden sinds mijn laatste kwaaie astma-aanval dat ik bijna vergeten was hoe eng en stresserend het kan zijn om naar adem te snakken. Het is waarschijnlijk moeilijk voor te stellen voor wie het nog nooit heeft meegemaakt, maar ik kan het het best als volgt omschrijven: stel je voor dat je op je rug ligt, en iemand komt bovenop je liggen. Het gewicht drukt zwaarder en zwaarder. Het voelt zelfs alsof iemand actief je borst indrukt. Elke inademing is een massieve inspanning tegen deze neerwaartse druk. Het is zwaar, en moeilijk, en hoe harder je weerwerk biedt, hoe erger het wordt.

Dat is ongeveer hoe het voelt. Alleen lig je niet neer, en ligt er niemand bovenop je. Je zit gewoon aan tafel, of je staat te wachten, en elke teug zuurstof die je in je longen probeert te krijgen is een gevecht tegen iets wat ze ingedrukt houdt. Als je pech hebt, voelt alles daar vanbinnen ook nog eens geïrriteerd en ga je ervan hoesten. Dat maakt het nóg erger. Slijmvorming hoort er ook bij – en je raadt het natuurlijk: met je longen vol slijm komt er nog minder lucht binnen… Paniek is niet veraf.

 

Quondam 2018_483 ed cut klein
(c) KV

 

Ik had geluk.

Als een astma-aanval escaleert, kun je eindigen op de spoedafdeling. Zo ver is het die middag niet gekomen, want ik had hier intussen genoeg ervaring mee om te weten dat de enige manier om deze beproeving te doorstaan was proberen te ontspannen en proberen om zo normaal mogelijk adem te halen, zelfs als normaal op dat moment nergens te bespeuren was.
Toen we van het terrein af waren en de constante belegering van wind, stro en paardenallergenen enigszins afnam, kon ik voelen dat mijn adem zachtjesaan een beetje wilde beteren. Ik had het zelfs minder moeilijk rechtstaand op de warme, drukke pendelbus dan in de buurt van de paarden.

Mijn man reed naar huis, en thuis was er de verlossende medicatie die de spiraal terstond een halt toeriep.
Ik bedankte mijn lichaam dat het niet al te extreem geoverreageerd had. Maar ik was wél geschrokken.

Het was lang geleden dat ik het nog zo kwaad had gehad, en dat mijn lichaam zo met mij op hol geslagen was.

Ik ben er nog niet achter wat het precies betekent – als het überhaupt iets betekent. Misschien moet ik er gewoon mee leren leven dat mijn lijf niet helemaal werkt zoals het hoort en dat ik bepaalde omstandigheden moet vermijden waarin het zich nog slechter voelt dan anders. En als ik daar toch wil zijn, moet ik mijn voorzorgen nemen…

Maar misschien is er toch wel iets te leren uit een bezoekje aan het verleden. Want we hebben de neiging om wat we kennen te herhalen, fysiek, emotioneel en spiritueel. En dan mag het niet verbazen dat we in precies dezelfde situaties belanden.

Wat is het, vraag ik me af, dat ik mag beginnen loslaten, en waar snakken naar adem een pertinente metafoor voor is? Perfectionisme? Plicht? De nood mijzelf te bewijzen? Een andere wet waarnaar ik om een of andere reden oordeel dat ik moet leven?

Ik hoop er nog achter te komen.
Ik hoop dat ik de volgende keer dat ik een bezoek breng aan het verleden een ander pad kan bewandelen, richting toekomst.

 

Quondam_195 ed cut2 klein
(c) KV

Nigredo*

BXL Dorado #1 – Een verhaal van hoop, dood, en onszelf in de ogen kijken

 

BXL D B I-001
(c) Jurgen Walschot

 

Hoe vertel je een verhaal dat al zoveel keer verteld is? Door de media, door politici, door feiten en cijfers? Een vluchtelingenverhaal?

 

We hapten naar adem en zetten ons schrap. Als je dezelfde woorden lang genoeg herhaalt, luistert niemand nog. Lawaai ligt dichter bij stilte dan op het eerste gezicht lijkt.

 

In Europa zijn we de afgelopen jaren zowat immuun geworden voor de verhalen en het lijden van de eindeloze golven van vluchtelingen die aanspoelen op onze stranden. We hebben stilzwijgend toegestaan dat het bombardement aan beelden en meningen de simpele feiten overschreeuwt: dat niemand zijn leven riskeert, laat staat dat van zijn kinderen, op een levensgevaarlijke reis dwars doorheen een continent en een verraderlijke zee, als hij ook maar enig beter alternatief voorhanden heeft.

Maar feiten zijn zelden zo eenvoudig als ze lijken. Want er is een oorlog aan de gang. Er zijn haat en wantrouwen, diep verankerde ideologieën en internationale bondgenootschappen die beslissen over het lot van onschuldige mensen. Er zijn cultuurschokken, taalbarrières, diepgewortelde angsten en gevoelens van superioriteit. Aan beide kanten.

Te midden van dit alles besloot de New Flemish Primitives Art School, met thuisbasis in Brussel, dat het hoog tijd was om in het vluchtelingenverhaal opnieuw de menselijke beleving centraal te stellen. De organisatie nodigde zowel gevluchte kunstenaars uit als sociaal geëngageerde artiesten van eigen bodem om deel te nemen aan de tentoonstelling BXL Dorado (met een fijne woordspeling in de titel om het El Dorado zichtbaar te maken dat de Europese hoofdstad voor zoveel vluchtelingen symboliseert). De expo vindt plaats op vier dicht bij elkaar gelegen locaties in de hoofdstad, waaronder de Begijnhofkerk (Église Saint-Jean-Baptiste-au-Béguinage). Dit is de plek waar groepen van vluchtelingen meer dan eens asiel vroegen en kregen, en waar ze voor langere tijd kampeerden in de kerk. Het is een plek van grote symbolische betekenis.

Jurgen en ik kregen de vraag of we wilden deelnemen aan de tentoonstelling. Uiteraard, en met plezier.

#23 Dageraad Ndl klein
Zaailing #23

We maakten een aantal Zaailingen die specifiek geënt waren op het vluchtelingenthema. Dat was niet eens zo moeilijk, een heleboel van ons werk steunt op het idee van de buitenstaander die verlangt om tot de groep te behoren, maar die uiteindelijk toch een andere weg inslaat, uit pure koppigheid of meedogenloze nood. Ik schreef een aantal nieuwe teksten (waarvan we er intussen eentje loslieten als Zaailing #31, een dikke twee weken geleden), maar we besloten ook om door te gaan op het motief van onze nieuwjaarskaart deze winter (Dageraad, Zaailing #23), omdat die onwaarschijnlijk goed aansloot bij het thema.

 

Jurgen besloot om te gaan experimenteren met de enscenering van echte papieren bootjes. Hij stelde ze bloot aan het weer, de elementen, water in het bijzonder. Hij schoot filmpjes en maakte foto’s. Zijn beelden bleken bijzonder krachtig.

 

God ziet U, zo zeiden ze dat vroeger. God zag alles, als we de hoeders van orde en rechtschapenheid mochten geloven.
Dan is er nu dus ook iemand die toekijkt hoe scharen van ongelovigen overboord slaan. Hoe ze met opengesperde ogen en geruisloos schreeuwende monden verzwolgen worden door golven die nooit hun naam zullen fluisteren.
 
 
BXL D I-007
(c) Jurgen Walschot

 

De film was een uitdaging. Jurgen wierp me een van zijn halve glimlachjes en zei: ‘Jij wilde toch meer met je stem gaan doen? Leef je uit, zou ik zeggen.’

Dus dat deed ik.

(We zullen de montage van zijn beelden en mijn stemwerk online zetten eens de tentoonstelling achter de rug is. Voorlopig wil ik er alleen over kwijt dat we met dit experimentje nóg een vorm van samenwerken hebben ontdekt die ons bijzonder goed ligt.)

 

__

 

De opbouw, dan.

BXL D IMG_20180513_190214 klein
Aan de slag in het Pacheco Instituut (c) KV

Drie Zaailingprints, waaronder #31, hangen tentoongesteld in de ‘toren’ naast Passa Porta, een prachtig gerestaureerde site.
De film en de installatie die erbij hoort, zijn te zien, net als het gros van het werk van de andere deelnemende kunstenaars, in het Pacheco Instituut, voormalig godshuis, eertijds rusthuis, nu ruïne in verval, op een steenworp van de Begijnhofkerk.

Het opzet is om de film eindeloos te laten afspelen, waarbij de woorden gereciteerd en gezongen worden als mantra’s met daarbij de beelden van zeilende, of zinkende, boten, terwijl tezelfdertijd buiten op een uitvergrote poster met het centrale beeld van de installatie een echt papieren bootje over de donkere wateren zeilt, overgeleverd aan de elementen.

 

Het duister komt opzetten. Nu is het snel voorbij. Luister niet naar hun kreten. Of denk dat het watervogels zijn.
Alles keert terug naar waar het hoort.
 

 

BXL Dorado I-1 klein

BXL Dorado I-2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Het Pacheco Instituut is een ongewoon gebouw, de verzinnebeelding van oude statigheid die zowel fysiek als spiritueel verkruimelt. Wat er nog rondhangt van devotie vermengt zich met de echo’s van vermoeide ouderlingen wachtend op de dood. En nu brokkelt ook het gebouw zelf langzaam af, een brok pleister per keer. Een architecurale studie in sterfelijkheid bij uitstek.

Hier zijn we dus te vinden, de komende maand. We zullen door de gangen dwalen, en in de hoofden naar binnen glippen.

 

BXL D IMG_20180517_153622 klein
Installatie na één week (c) KV

 

We nodigen u uit om de reis te maken. Er zullen geen bezoekers verdrinken, zoveel kunnen we alvast beloven.

Zoveel moed zou u dus toch wel mogen hebben.

 

Als het ons van pas komt, geloven we maar al te graag in het noodlot. We vragen aan de spiegel om ons het mooiste te tonen wat het koninkrijk te bieden heeft. Maar we hebben alleen onszelf om in de ogen te kijken.

 

BXL Dorado I-3 klein
(c) Jurgen Walschot

__

 

*NIGREDO : In de alchemie betekent nigredo (of: zwartheid) verrotting en decompositie. Veel alchemisten geloofden dat alle alchemistische ingrediënten, als eerste stap voor de vervaardiging van de steen der wijzen, heel grondig moesten schoongemaakt en gekookt worden tot een uniforme zwarte substantie.

In analytische psychologie is de term een metafoor geworden voor de ‘donkere nacht van de ziel’, als de persoon zijn innerlijke schaduwen confronteert.

 

 

De BXL Dorado-tentoonstelling is te bezoeken op weekenddagen van 11u tot 18u, tijdens de periode van 19 mei tot en met 10 juni 2018, op de volgende locaties in de Brusselse Begijnhofwijk:

Begijnhofkerk/Église Saint-Jean-Baptiste-au-Béguinage)
Institut Pacheco (Grootgodshuisstraat)
Passa Porta (Dansaertstraat 46)
De Markten (Oude Graanmarkt 5)

ZAAILING #31 – Aan land

 

BXL DORADO affiche 1 klein

 

Het is bijna onmogelijk om in deze tijden niet op een of andere manier beroerd te worden door de complexe problematiek van het vluchtelingenthema. Daarom organiseert de vzw New Flemish Primitive Art School in mei en juni 2018 de tentoonstelling BXL DORADO, vanuit het perspectief van mensen onderweg, die zwerven tussen land en buitenland, tussen cultuur en vervreemding, tussen oorlog en onderdrukking. New Flemish Primitive Art School werkt hiervoor samen met zowel vluchtelingen-kunstenaars als plastische kunstenaars van Brussels-Europese bodem.

In BXL DORADO staat Brussel centraal, als het Eldorado dat het voor ontelbaar veel zoekenden dezer dagen is: de droom van een beter bestaan, de melancholie van verre einders, de drang naar het onbekende.

Wie zijn deze mensen die de benen nemen, die moeizaam hun vleugels uitslaan, hun leven op het spel zetten, verbonden in weinig meer dan doodsangst alles achterlaten om over de wereld te gaan zwerven op zoek naar een lichtpunt, een plek waar ze zich veilig kunnen voelen?

Jurgen en ik nemen deel aan de expo, met een selectie Zaailingen die voor het merendeel speciaal gemaakt werden voor deze gelegenheid en rond dit thema.

Locaties:
Instituut Pacheco > Grootgodhuisstraat 1000 Brussel
Begijnhofkerk > Begijnhofplein 1000 Brussel
Passa Porta > A.Dansaertstraat 46 1000 Brussel
Gemeenschapscentrum De Markten > Oude Graanmarkt 5

Vrij toegankelijk van 11 tot 18u op volgende weekends:
19-20 mei
26-27 mei
2-3 juni
9-10 juni

Neem voor meer info en een blik achter de schermen zeker een kijkje op de Facebookpagina van BXL DORADO.

 

Bij deze laten we alvast een van de tentoongestelde Zaailingen op u los.

 

Aan land
Zaailing #31

 

Zee_2013
(c) Jurgen Walschot

 

De golf brengt je aan land, slap als aangespoeld wier.
Je handen voelen zand, kiezels, schelpen. Het gruis van een oud continent, de verkruimelde dromen van wie hier al veel te lang woont.

Een tweede golf spoelt over je heen, legt zich als een deken om je schouders voor ze zich terugtrekt.
Je hijst jezelf rechtop.

Hier sta je dan, met de zon en het water als getuigen van je tocht.

Je kijkt om je heen en ruikt de geur van wat misschien de toekomst is. Hoop werpt zijn schaduw vooruit als een spoor om te volgen, dwars door de branding heen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

Zaailing stempel klein

 

 

Een oordeel vellen

Mijmeringen over goed en slecht, en over een vogel met een kwalijke reputatie

 

Vroeger dacht ik dat het leven binair was.
Je was ofwel goed, ofwel slecht. Gebeurtenissen waren ofwel goed, ofwel slecht. Goede dingen moest je herhalen, slechte dingen vermijden. Jezelf proberen te verbeteren was iets goeds. Niet werken aan verbetering was iets slechts.

Ik ben moe van het oordelen.
Het is uitputtend, en bovendien: het is niet eens juist.

Gebeurtenissen, gedrag, mensen… zijn gewoon wat ze zijn. Al de rest is ons eigen oordeel daarover: wat wij ervan maken, hoe wij ze tegen het licht van ons persoonlijke waardeschaal houden, hoe wij kiezen om naar ze te kijken en een oordeel over ze uit te spreken.

Ik zou graag een breder en steviger strook land vinden waar een tussenweg loopt. Een nieuw gebied ontdekken dat Neutraal heet. Of: het is wat het is.

 

Lentevleugels_035 ed cut klein
(c) KV

 

Dat is nogal een uitdaging. Een van de sterkste en meest welbespraakte vormen die onze Innerlijke Criticus graag aanneemt, is die van de Rechter. Schat situaties heel snel in en trekt even snel conclusies, oordeelt meteen en schiet met scherp. De Rechter is die stem vanbinnen waarvan we vaak niet eens beseffen dat ze aan het woord is, maar ze regeert een groot stuk van ons leven. Van het mijne toch.

Ik ben nochtans al een hele tijd bedreven om die goeie oude Rechter te herkennen als hij weer eens zijn opwachting maakt. En ik heb stevige vooruitgang geboekt in hem vriendelijk toeknikken maar verder niet te luisteren naar wat hij zegt, of anders zijn woorden niet al te ernstig te nemen. Maar soms kom je toch in situaties terecht waarin een diep stuk van datzelfde oude patroon zich nog eens wil afspelen, en je het hele rondje duiveluitdrijving voor de zoveelste keer nog eens opnieuw mag doen.
(Dat is niets om beschaamd over te zijn. Ik schreef eerder: mensen zijn ajuinen. Afrekenen met onze patronen en pijnen is een werk van laagjes pellen, een voor een.)

Het lijkt er dus op dat ik weer eens in een afpelfase zit.
Ik probeer mijzelf te observeren, de dingen die ik doe, voel en nodig heb, en geen oordeel te vellen. Ik probeer in Neutraal te blijven. Ik sta de dingen toe te zijn wat ze zijn zonder te proberen ze te veranderen.

Wat in de loop van dat proces naar boven komt, is een duet tussen angst en behoefte. De angst om niet goed genoeg te zijn, de behoefte om geprezen of zelfs maar gewoon aanvaard te worden. De angst om gekwetst te worden (of anderen te kwetsen), de behoefte aan veiligheid, en om ergens bij te horen.
Dit zijn gevoelens zo oud als de mensheid zelf, en daarmee bezig zijn, voelt wel eens als waden door diepe, taaie modder.

Maar ik geraak er wel. En als dat niet zo is, is dat ook oké. Kijk, ik leer bij!

 

Lentevleugels_041 ed cut klein
(c) KV

 

De dingen al te veel relativeren is meestal niet zo constructief – je durft nogal eens eindigen met een amoreel soort ‘laat maar waaien’-mentaliteit, en ik geloof echt wel in het belang van waarden als liefde, respect en eerlijkheid, bijvoorbeeld. Maar voor iemand als ik is nu en dan een beetje relativeren, en níet oordelen, een heel goede zaak.

Als ik mensen vertel dat ik een boontje heb voor eksters, krijg ik als reactie vaak een opsomming van het minder fraaie gedrag van deze vogels: ze zoeken ruzie, ze roven nesten van andere vogels leeg, het zijn afvalschuimers, ze stelen (glanzende voorwerpen)…
Maar in een artikeltje over het karakter van ekster dag ik onlangs las, trof deze zin mij het meest: Zijn naam als nestrover heeft hij vooral te danken aan het feit dat hij overdag nesten leeg haalt. Vogels die dit ’s nachts doen, worden niet opgemerkt.

Zit hier geen kink in de rechterlijke kabel? Of hoe de context onbewust soms meer doorweegt dan de feiten…

Een andere eigenschap die eksters minder aardig en knuffelbaar maakt voor veel mensen, is het feit dat ze dode dieren of afval eten. Ze zijn niet kieskeurig als het aankomt op hun dieet, het zijn schoonmakers. Eigenlijk zijn een soort gieren in het klein! (Dat ik van gieren hou, is bekend. En voor wie dat nog niet wist, wel: hierom…)

Ik ga dus geen oordeel vellen over de ekster en zijn bezigheden, noch over mijn voorliefde voor de soort. Ik ga gewoon genieten van hun aanwezigheid, en glimlachen elke keer als ik ze voorbij het raam zie vliegen, in onze boomkruinen naar boven zie huppelen (dat doet zo’n ekster in een combinatie van sprongetjes en een heel klein beetje vliegen, telkens een paar takken hoger) en ze zie landen in het nest dat ze de afgelopen maand hoog in een van onze eiken hebben gebouwd.

Over een paar weken zullen we een hele familie van ze hebben. En ik zal nog blijer zijn.

Ik vraag nu, beleefd en met alle respect, dat de Rechter zich onthoudt van enige commentaar.

 

Lentevleugels_037 ed cut klein
(c) KV

De niet zo volle maan

Oude gewoontes zijn hardnekkig. En dat lijkt bij uitstek te kloppen voor de ongezonde of minder constructieve varianten. Ze zijn zo diep ingesleten dat het heel erg moeilijk is om ermee te stoppen, zelfs al maken ze ons leven een stuk minder prettig. En dus doen we bepaalde dingen altijd maar weer opnieuw.

Perfectionisme is een van mijn oude monsters die zijn lelijke kop maar niet wil neerleggen — al was het maar om te slapen, daar zou ik al blij mee zijn.

Bij veel mensen zijn identiteit en eigenwaarde innig verstrengeld met perfectionisme, en ik geef het toe: ik ben lid van die club. Onlangs woonde ik een workshop bij die mij weer attent maakte op mijn goeie ouwe ‘vriend’. Het was een nuttige herinnering aan het feit dat ik mijn onmogelijk hoge lat een beetje naar beneden moet proberen te krijgen. De spanning die dat met zich meebrengt en hoe die spanning zorgt voor een mentaal en emotioneel energielek, ben ik beter kwijt dan rijk, en hoe sneller hoe liever.

Diezelfde ochtend hadden de katten de deur naar onze slaapkamer geforceerd, twintig minuten voor de wekker ging. Dat doen ze nooit — nooit! — maar nu om een of andere reden dus wel. Op weg naar de keuken om de miauwende inbrekers te eten te geven, grommend dat ik liever wat langer geslapen had, zag ik een betoverend mooi schouwspel:

 

VM_014 ed klein
(c) KV

 

Eigenlijk is dit beeld een mooie metafoor voor mijn goeie ouwe perfectionismeduiveltje. Want hoe wil je de maan nu liever fotograferen dan als ze vol is?
Net als perfectionisme dat doet, staat de maan voor een zeldzaam moment van aparte en heel bijzondere schoonheid. Het is wat we willen bereiken, hoe we willen zijn, het liefst van al altijd. Moet het nog gezegd dat we op een teleurstelling afstevenen?

Wat is er zo speciaal aan perfecte schoonheid, vraag ik mezelf  — gesteld dat die om te beginnen bestaat. Houden we er zo van omdat ze iets lijkt te willen zeggen over een toestand van harmonie en vrede? Komt het omdat ze iets onsterfelijks lijkt te hebben, een meer-dan-menselijke kwaliteit die ons heel even uit tilt boven onszelf?

Hoe het ook zij, we verlangen ernaar en we proberen het te bereiken. Tevergeefs.

We moeten van de maan leren houden als ze niet vol is.

Op alle andere dagen van de maand is ze nog steeds dezelfde hemelse aanwezigheid, maar subtieler, een beetje gedempt of omfloerst misschien, maar tegelijk een stuk interessanter dan die perfect witte schijf die we zo bewonderen.

Wees wat meer als de niet zo volle maan, zeg ik tegen mezelf, als ik het perfectionisme weer eens aan mijn uithoudingsvermogen en mijn vreugde voel knagen. Leer om te houden van de dingen zoals ze zijn.
Sta jezelf toe om te leven in het moment — groeiend en krimpend, nooit perfect, telkens weer veranderend, maar op elk ogenblik precies wie en wat je moet zijn.

Je bent goed genoeg.

 

Snoes etc_044 ed klein
(c) KV

Het kreupelhout

Wat een ingewikkeld kluwen lijkt dit leven van mij soms. Hoe geraakt een mens daar wijs uit?

 

Prelente_125 ed klein.jpg
(c) KV

 

Werk — vroeg opstaan, tien kilometer op de fiets, de trein halen, naar kantoor, het blad maken, collega’s spreken, ideeën uitwisselen, overeenkomen, van mening verschillen, het artikel schrijven, de trein terug nemen, nog tien kilometer op de trappers; thuis.

Thuis — helpen met het ontbijt, de zoon naar school brengen (op sommige dagen), geliefden omhelzen, luisteren naar verhalen, boodschappen doen, eindeloze bergen was en strijk, koken, organiseren, opruimen, rozen snoeien, hilarische acts voor het slapengaan met de kleine (aan mij is een stand-up comedian verloren gegaan).

Schrijven — Zaailingen en romans en verhalen op de trein van en naar het werk en in andere vrije momenten; mails en blogs veel te laat op de avond voor mijn computerscherm; dagboek waar en wanneer het kan en overal tussenin.

Lezen — veel minder dan vroeger, maar ik heb dan ook het gevoel dat ik zo boordevol zit met alles wat ik in de voorbije vier decennia heb gelezen en dat het nu tijd is om nu voor een tijdje vooral mijn eigen werk te maken, eerder dan nog wat meer van andermans werk te gaan lezen. Natuurlijk lees ik nog altijd. Maar minder, en alleen als iets me écht aanspreekt.

Foto’s maken  — waar en wanneer het maar mogelijk is.

Afspraken en engagementen — repetitie met de band, werk aan een optreden met een enthousiaste gelijkgestemde ziel rond het belang van kinder- en jeugdliteratuur onder de titel BoekJe Bestemming; een sofagesprek/interview en een key note lezing voor een studiedag voor bibliotheekmedewerkers voorbereiden; een tentoonstelling in de pijplijn rond werk van vluchtelingen waar Jurgen en ik een handvol Zaailingen rond het thema mogen gaan tonen, waaronder Dageraad.

Publicaties en Residenties — praktische dingen allerhande. Het officiële nieuws over de residentie in Zweden is intussen de wereld in, maar er is nog nieuws op komst. Ik kijk er al naar uit om het daarover te hebben. Maar nu nog niet. Nog even.

 

Prelente_126 ed klein
(c) KV

 

Ja, het is druk. Maar ik wil niet klinken alsof ik klaag. Want ik weet mijzelf ongelooflijk bevoorrecht.
Geen grote tegenslagen, geen ziektes, geen geliefden die stervend zijn of in hoge nood, geen financiële kopzorgen, geen oorlogen of dictaturen (voorlopig). Dit is leven van overvloed.

En als het allemaal toch een beetje te veel wordt, voor een ogenblik of twee, dan blijven de beste dingen altijd duidelijk zichtbaar doorheen de wirwar van kreupelhout en complicaties. Getekend met de scherpste pen, gesneden uit het diepste hout.

Eén enkele heldere noot, die klinkt als thuis.

Lid voor het leven

Als ik je blogs lees, zei een vriendin me, dan merk ik dat je wel erg vaak schrijft over loslaten. Zo vaak zelfs, dat ik wel eens denk: lieve Kirstin, je doet het nog niet echt, hé, dat loslaten? Niet helemaal.

Het trof me als een zeer interessante bemerking.

Het klopt dat ‘loslaten’ een van mijn terugkerende motieven is. En het klopt ook wel dat ik erover schrijf omdat het zo belangrijk voor mij is.

 

Roeken_002 zw klein
(c) KV

 

Jaren geleden, toen coaching en persoonlijke ontwikkeling hun intrede deden in onze familie en we onze persoonlijke en gemeenschappelijke patronen begonnen te ontdekken, stichtten we bij ons thuis met een knipoog een organisatie: CFA. Voluit staat dat voor Control Freaks Anonymous.

Mijn mama, daar bestond geen enkele discussie over, is de gedoodverfde voorzitter. Mijn zusje, altijd de spaarzame van ons gezin, neemt de rol van penningmeester waar. Ik ben steunend lid, en mijn echtgenoot heeft zich daar vlotjes bij aangesloten. Nu en dan nodigen we vrienden of kennissen uit om lid te worden.
(Nee, we houden geen bijeenkomsten of zo. Het hele ding is één grote grap. Maar het is een schitterende manier om elkaar – en onszelf – te confronteren als we weer eens uit de bocht gaan.)

Dus heb ik misschien nog wat werk met loslaten?
Hmm…

Controle gaat over angst.
De angst om niet goed genoeg te zijn (en de liefde van mensen te verliezen), om niet sterk genoeg te zijn (en verpletterd te worden door tegenslag als die je overvalt), om het niet waard te zijn om gewoon te leven als de kleine, onvolmaakte mens die je bent (en op een of andere manier proberen dat toch te verdienen).

Net als de meeste controlefreaks ken ik deze drie vormen van angst heel goed. En heel waarschijnlijk zijn er nog andere, maar daar kom ik nu even niet op.

Ik ben er niet obsessief mee bezig om de dingen tot het laatste detail perfect te krijgen. Maar soms merk ik wel dat ik beslist nog niet vrij ben van angst. En mijn manier om daarmee om te gaan is proberen mijn angst te begrijpen, en vervolgens op te lossen. Misschien is dat een zoveelste vorm van controle, kan best.

Mijn blog over de wachttijd op de luchthaven van Zaventem kan je bijvoorbeeld inderdaad heel goed lezen als een poging om de controlefreak in mijzelf gerust te stellen (alles komt in orde, je haalt je vlucht, het plafond staat niet op het punt naar beneden te komen…)

Anderzijds heb ik wel degelijk al een en ander over loslaten geleerd. Ik ben veel relaxter dan vroeger. En telkens als ik merk dat ik met iets nogal krampachtig omga, herinner ik mezelf eraan dat het helemaal oké is om… los te laten. Ik koester beelden als de rivier die me meeneemt stroomafwaarts en de thermiek die me optilt voor een stuk omdat ze het geloof weergeven dat ik intussen heb over waar deze reis heen gaat (met het Leven, of de Ziel, of het Unuiversum, of hoe je het ook graag wil noemen, aan het stuur).
Dus denk ik dat ik zo vaak over loslaten schrijf omdat het iets is wat ik aan het leren ben, en zoals alle leerprocessen maakt het je van dat ene ding bijzonder bewust. Het is een niet-aflatende oefening, een vaardigheid die je een leven lang blijft verwerven.
Roeken_003 zw ed cut klein
(c) KV

 

Ik heb wel het gevoel dat ik er stilaan beter in word. Minder bang. Minder in de greep van angst wanneer die zich toch weer eens aandient.

Heb ik het perfect onder de knie? Nauwelijks. Maar perfectionisme zou mij toch gewoon andermaal naar voren schuiven als gedoodverfd lid van het CFA? Of niets soms?