ZAAILING #34 – Pasmunt

De BXL Dorado-tentoonstelling waaraan Jurgen en ik meewerkten, is afgelopen. Ongeveer op hetzelfde moment weigerde de Italiaanse regering een boot vol vluchtelingen toegang tot de Italiaanse havens.

De geschiedenis heeft de lelijke neiging om zich te herhalen.

We kennen het beschamende verhaal van de MS St. Louis, die de Amerikaanse havens niet binnen mocht en onverrichter zake moest terugvaren naar Europa, waardoor de Joodse families aan boord, die zo dicht bij de veiligheid waren geweest, uiteindelijk toch in de concentratiekampen terechtkwamen. Kritische stemmen waarschuwen al langer voor de parallellen met het pre-Nazitijdperk, maar werden onthaald op onverschilligheid, of kregen als antwoord dat ze niet met hun twee voeten op de grond stonden en beter hun mond zouden houden. Maar als we er al aan twijfelden, dan zijn de overeenkomsten nu niet meer te negeren. De polariserende retoriek, het vergiftigen van de geesten, het voorstellen van steeds verregaandere maatregelen als realpolitik, waarbij bruten in kostuum ons vertellen dat wij het zijn die de slachtoffers zijn, wat ons het recht geeft om een hele bevolkingsgroep te behandelen als ongedierte: aan beide kanten van de Atlantische Oceaan bevinden we ons op dit moment in bijzonder gevaarlijk vaarwater.

Hier staan we dan, aan het einde van de weg, en op een precair kantelpunt.
De poorten zijn gesloten. El Dorado is dicht.

We hadden eerst een andere Zaailing in gedachten om de tentoonstelling een eresaluut te geven. Maar de gebeurtenissen in Italië dwongen ons in een andere richting. Deze Zaailing, Pasmunt, werd ook tentoongesteld, en was speciaal voor de gelegenheid gecreëerd, maanden geleden al.

Ik haat het als kunst profetisch blijkt. Maar hier heb je het dus.

 

ZAAILING #34
Pasmunt

 

Porto di Napoli_2010 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Aan de glanzende tafel waarachter vlaggen halfstok staan opgesteld, voeren mannen en vrouwen die nooit een slok zeewater binnenkregen het woord.
De wereldkaart tussen hen in heeft veel weg van een spelbord. Ze zetten hun pionnen, ze kijken in hun kaarten, houden redevoeringen of zwijgen. Hun onderhandelingen zijn berekeningen, en als ze iets in beweging zetten, hanteren ze strikte maten en gewichten.
Het is een grimmig spel, met hoge inzet en te weinig inkomsten voor alle deelnemers. Ze willen beschermen wat ze hebben, heersen over meer dan ze beheersen.

Maar de grenzen van hun territoria zijn dun, en hun rijkdommen kostbaar en kwetsbaar. Gelukkig is de zee breed genoeg om hen wat uitstel te kopen. Mensenlevens zijn pasmunt aan deze speeltafel voor haaien.

Een voor een zijn ze aan zet, en als iemand een pion verschuift of de grenzen versterkt, kijken alle spelers zwijgend naar hun kaarten. Monden worden harder. Woorden worden grimmiger.

Boten, volgepropt met pionnen die behoren tot geen enkele van de spelers, schuiven gestaag over het speelbord. Of het gaat richting veilige haven dan wel richting storm beslissen de ogen van het lot.

De haaien rondom de tafel hopen in stilte op het laatste.
Wat overboord slaat, is niet meer dan ballast.

 

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Advertenties

Sommige werkwoorden zijn niet onschuldig

Mijn vorige blog liet een beetje stof opwaaien. Want lang niet iedereen was het eens met wat ik poneerde in “Wat ben je lelijk, nu”.

De meest gehoorde reacties waren:

*Die grootouder bedoelt het vast goed.
*Die uitdrukking wil alleen zeggen dat het kind moet stoppen met zich aan te stellen.
*Dit wordt niet alleen tegen meisjes gezegd, maar ook tegen jongens.

Even voor de duidelijkheid:

*Ik ben er zeker van dat de grootouders waarover het ging hun kleinkinderen graag zien en het goed bedoelen. Ik heb ook nooit anders beweerd.
*Ik weet ook hoe die bewuste uitspraak bedoeld is.
*En dat laatste punt had ik zelf ook al aangegeven in het originele stuk, of beter: dat het me niet kon schelen tegen wie het gezegd werd – hoewel het voor meisjes op dit moment in onze samenleving nog altijd een hardere noot is om te kraken als ze ‘lelijk’ genoemd worden.

Het was niet mijn bedoeling om iemand aan de schandpaal te nagelen. Mijn man wees me er wel fijntjes op dat ik misschien een ietsiepietsie te veroordelend klonk… 😉 Oké, schuldig. Ik heb alleen nogal de natuurlijke neiging van op grote hoogte (lees: systeem- en samenlevingsniveau) te kijken naar patronen die zich voordoen. En ik ontwaar een onbewust patroon. Onbewuste patronen zijn altijd de gevaarlijkste, want we weten niet dat we ze hebben en hoe ze ons leven beheersen.

 

Zomerlijnen BXL_057 ed klein
(c) KV

 

Behalve een aantal protesten heb ik ook reacties gekregen van mensen die me met een vermoeide of bedroefde zucht zeiden: ‘Als je eens wist hoe vaak mijn ouders dat tegen mij gezegd hebben, vroeger…’ Voor hen was het beslist geen neutrale herinnering, zoveel was duidelijk.

Want hoe we het ook draaien of keren, ‘lelijk’ is en blijft een waardeoordeel. Niemand wil lelijk zijn (of genoemd worden), want het zegt sowieso iets negatiefs over je, en in deze op uiterlijk gefocuste samenleving staat het zo ongeveer gelijk met paria zijn.

Een dergelijke uitspraak, uit de mond van een zorgfiguur die het vertrouwt, kan wel impact hebben op het kind, zeker als het een terugkerend argument is. Hoe moet het kind het verschil maken tussen andere terugkerende mantra’s als ‘Eerlijk duurt het langst’ of ‘Met twee woorden spreken’ en ‘Je bent lelijk als je huilt’? Onbewuste conclusies over hoe relaties werken, worden ingeslepen op heel jonge leeftijd.

Natuurlijk is hier nood aan nuance. Niet elke straffe of ongepaste uitspraak leidt tot een trauma. We hoeven ouders geen angst aan te praten voor die ene, fataal foute opmerking die het hele verdere leven van een kind zal gaan bepalen. Kinderen beschikken doorgaans ook over een behoorlijke portie veerkracht, goddank.

 

Zomerlijnen BXL_007 ed cut klein
(c) KV

 

Ik ben zeker geen voorstander van anti-autoritaire opvoeding. Ik geloof in grenzen, verantwoordelijkheidszin en omkadering van kinderen. Gedrag moet ten allen tijde bijgestuurd kunnen worden. Een huilbui kan oprecht zijn, maar net zo goed aanstellerij. Het is aan de opvoeder met kennis van zaken om dat verschil te maken. In het ene geval is troost aan de orde, in het andere kordaatheid. Maar in geen van beide gevallen is het kind erbij gebaat dat zijn gedrag wordt gelijkgesteld met een waardeoordeel over hem/haar als persoon.

Want over patronen gesproken: we staan nog veel te weinig bij stil dat ons gebruik van het werkwoord ‘zijn’ niet zo onschuldig is. Het lijkt van geen tel, maar er is eigenlijk een bijzonder groot verschil tussen een kind terechtwijzen met ‘Je bent stout’ of ‘Wat je doet, is stout.’

Hebben ouders de bedoeling om de diepste essentie van hun kind te veroordelen als ze zeggen: ‘Je bent stout’? Natuurlijk niet. Ze willen gewoon dat het gedrag stopt. Maar in wat ze zeggen, klinkt een andere boodschap door, die al dan niet door het kind zal worden opgepikt. En ik maak me sterk dat het toch anders aankomt als een kind te horen krijgen dat zijn gedrag niet aanvaardbaar is, dan wel hijzelf.

 

Zomerlijnen BXL_062 ed klein.jpg
(c) KV

 

Woorden zijn bijzonder krachtig.
Uitspraken van ouders, leraars, gezagsfiguren of zelfs toevallige voorbijgangers kunnen iets in gang zetten diep vanbinnen in ons en soms herinneren we ze ons jaren later nog altijd. Iedereen heeft vast wel een kinderherinnering aan iets wat iemand ooit tegen ons zei wat een enorme verschil maakte in hoe we naar de wereld (of onszelf) keken.

Laat het onnodige schuldgevoel maar varen, we hoeven niet perfect te zijn – dat lukt ons toch niet. Maar we kunnen wel bewust en bedachtzaam proberen te zijn. En nu en dan eens stilstaan bij en nadenken over onbewuste patronen kan nooit kwaad, me dunkt.

 

 

 

 

“Wat ben je lelijk, nu”

 

Zomerlijnen BXL_052 klein
(c) KV

 

Kun je je voorstellen dat iemand die woorden in je gezicht zegt?
Zou jij ze ooit durven uitspreken?

Tenzij ze horen bij een hartelijke giechel- en proestbui tussen beste vriendinnen, kunen ze moeilijk als onschadelijk beschouwd worden. Wat mij betreft, beledig je mensen gewoon niet op die manier, wie je ook denkt te zijn en wat je ook denkt te weten.

Maar onlangs vertelde een vriendin me dat haar schoonvader exact dit had gezegd tegen haar vierjarig dochtertje, zijn kleinkind, toen ze een huilbui had.
En gisteren hoorde ik iemand in een van de naburige tuinen precies hetzelfde nog een keer zeggen, alweer tegen een jengelende peuter, die een lastig moment had en huilend lucht gaf aan haar frustratie.

Mijn haren gingen ervan overeind staan. Ik kon gewoon niet geloven wat ik hoorde.

Wat voor boodschap geven we in hemelsnaam aan kinderen (van welk geslacht dan ook, maar zeker aan meisjes) als we ze zeggen dat ze lelijk zijn wanneer ze hun gevoelens uiten?

 

Zomerlijnen BXL_042 ed klein
(c) KV

 

Natuurlijk kunnen kinderen overreageren, en niet elke huilbui is verantwoord. Vermoeide peuters huilen om alles en niks, elke ouder kan je dat vertellen. Maar er zijn andere manieren om dat huilen te laten ophouden. Dit was niets meer of minder dan een rondje goeie ouwe misogynie die meisjes inprent dat mooi zijn belangrijker is dan oprecht zijn, en dat je je diepere zelf maar beter verbergt om de goedkeuring van anderen te krijgen.

Het feit dat de stem uit de buurtuin niet eens boos klonk, maakte het nog erger. Dit was geen uitval van een uitgeputte zorgfiguur die even de controle over de eigen emoties verloor. Het werd gesteld als een valabel argument.
(Ik kan me trouwens niet meer herinneren of het de opa dan wel de oma van de peuter was die ik hoorde spreken. Ze waren samen bezig met het kind. De andere partij sprak de partner alvast niet tegen.)

Het wenende meisje werd in bed gestopt (prima beslissing), maar toen de stilte neerdaalde over de tuinen kon ik me alleen maar droef en boos voelen. Staan we werkelijk nog altijd niet verder dan dít?

 

Zomerlijnen BXL_054 ed cut klein
(c) KV

 

Toch wel, gelukkig. Maar dit kleine incident toont wel aan dat het een voortdurende, dagelijkse strijd is tegen onwetendheid en ongezonde, oubollige maar zeer diep ingesleten denkbeelden.
Mijn vriendin, een taaie voorvechtster van vrouwenrechten, vertelde dat ze er achteraf een hartig woordje over had gesproken met haar schoonvader (waarbij haar man, zijn zoon, vierkant achter haar stond). Ik kan me voorstellen dat die grootvader zijn schoondochter best een moeilijke vrouw vindt. Maar hij zal waarschijnlijk ook wel twee keer nadenken voor hij weer zoiets tegen zijn kleinkind zegt.

Ik hoop dat het kleine meisje bij de buren, en zoveel anderen net als zij, hier in dit land waar we zo graag luidkeels verkondigen met hoe ernstig wij de gelijkwaardigheid tussen de seksen wel niet vinden, ook mensen in haar leven heeft die haar vertellen dat ze wél mag huilen, en dat ze niet de hele tijd haar sterkste, mooiste, best opgeblonken zelf moet zijn. Ik hoop dat ze te horen krijgt dat eerlijk zijn over wat ze voelt belangrijker is, en dat ze er niet minder graag om zal worden gezien.

Ik hoop het echt.

 

Zomerlijnen BXL_044 ed klein
(c) KV

ZAAILING #33 – Een stad

Het schetsboek valt open op een plek die hij niet verwachtte.

Een stad met een geschiedenis. Een stad waarvan hij hield. De dagen tussen haar daken smaakten naar drukte en uitlaatgassen, maar ook naar kroegen en wereldkeuken. Naar vrijheid soms nog te groot voor zijn jonge vleugels.

de stad2 a zeer klein

Hij kan het zich herinneren, hoe hij op het boventerras probeerde om het uitzicht in zich op te nemen terwijl hij de toeristen negeerde, even druk en opdringerig als de duiven. Hoe hij peilde naar de gelaagdheid die trilde tussen de straten. Want hoe vat je iets wat zo immens is, waar onder de wegen andere wegen liggen, onder de funderingen oudere funderingen, waar onder het afval en de sloop soms een schat tevoorschijn komt, soms een spook?

de stad2 e zeer klein

Hij kon het voelen, maar hij kon het niet vastleggen. Toen nog niet. Dit is een oud boek, een verhaal van lang geleden. Als hij eraan terugdenkt, is elke dag in zijn herinnering even grijs. Er viel bijna constant regen. Maar het was prettig lopen door de natte straten, waar aaneensluitende rijen van koplampen het wegdek in lange lijnen lieten oplichten. Hij had stevige schoenen die hun grip op de glibberige kasseien niet verloren. En elke stap die hij zette, ook binnen de beslotenheid van de stad, was een stap vooruit, want één stap verder weg van waar hij vandaan kwam. Duiven kwamen drinken uit de plassen. In het park scheerden kraaien rakelings over, geruisloze zwarte schimmen. Ze bevielen hem wel. De tijd leek geen vat op ze te hebben. En als dat wel zo was, trokken ze er zich niets van aan.

de stad2 b zeer klein

Misschien kwam het door de vogels dat hij naar de lucht begon te kijken. Een ontsnappingsroute voor wie vleugels had. En hij benijdde ze, een beetje toch. Alleen de torenspitsen kwamen in de buurt van waar zij konden komen.

Tekenen, leerde hij, kwam nog het dichtst bij vliegen. Een pen tussen zijn vingers, over een blad papier – in lang vervlogen tijden zelfs werkelijke een veer – kon parmantig pikken als een straatmus, maar ook recht op haar doel af schieten als een slechtvalk. In zijn schetsen slaagde hij erin de vogels te volgen. En dat, besefte hij, was hij sindsdien altijd blijven doen.

de stad2 c zeer klein

Hij talmt nog wat langer bij de oude tekening. Lijnen en lucht. Lijnen zijn nodig. Ze helpen om de wereld beheersbaar te houden. Maar wat is er mooier dan iets wat aan zijn kader ontsnapt?

Het is een verhaal dat hij toen voor het eerst hoorde, daar op dat hoge, drukke terras. Het past hem als een handschoen. En hij is het vanaf toen altijd opnieuw blijven vertellen, op steeds weer andere manieren.

Hij klapt het schetsboek dicht, en pakt de eerste pen binnen handbereik.

de stad2 d zeer klein
Alle beelden (c) Jurgen Walschot

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Brieven om nog te schrijven

Denken aan de dood

 

Het was tijd om nog eens een goeie ouwe techniek boven te halen. Het was te lang geleden, of zo voelde het toch.

Ik heb al eerder verteld over deze specifieke oefening. Je stelt je voor, zo levendig als je maar kunt, dat je geconfronteerd wordt met de ijskoude zekerheid dat je nog maar een jaar te leven hebt. Het is niet even doen alsof, je moet het echt geloven, en het einde in de ogen durven kijken.
Vervolgens neem je je leven onder de loep.

Een jaar is lang genoeg om nog een aantal zinvolle dingen te kunnen doen. Maar je hebt geen reservetijd meer, geen “och ja, dat doe ik ooit wel eens, na mijn pensioen, of als alle andere excuses op zijn”-tijd. Plotseling worden de dingen haarscherp.

 

Zomerparels_025 ed cut klein
(c) KV

 

Is er iets wat je anders zou gaan doen als je alleen nog maar dit jaar had?
Zijn er zaken die je nu blijft doen omdat je je daar om een of andere reden toe verplicht voelt, maar die je met de dood in het vooruitzicht meteen zou droppen? Zijn er andere dingen die zich nu heel sterk naar voren dringen, omdat ze echt nog gedaan, gevoeld, ervaren, beleefd… willen worden, nu er toch nog – een heel klein beetje – tijd is?

Dat is de grote beloning van deze indringende oefening: keuzes maken wordt plots bijzonder makkelijk.

Nu is de tijd om al die dingen te doen. Dat was het altijd al.
Verspil er dus geen meer. Als je ze echt meent, leert deze oefening je waar je hart voor klopt.

_ _

Het was al een tijdje geleden dat ik ze nog gedaan had.
In het verleden heeft ze me behoorlijk veel geleerd. De confrontatie met sterfelijkheid is altijd taai, en ik begreep al snel dat ik, als ik oprecht wilde leven, mijn innerlijk kompas zou moeten bijstellen. Want ik had de neiging om (zoals bijna iedereen) de dingen die écht telden voor me uit te schuiven, tot ze zich aan me opdrongen op een moment dat het al bijna te laat was.

Ik begon meer te luisteren naar die innerlijke stem, nam haar noden serieus en probeerde dat heel bewust te doen. En pakweg de afgelopen tien jaar was ik precies aan het doen wat ik wilde doen. Als ik dacht aan doodgaan, kon ik alleen maar zeggen: ‘Ja, heel graag nog een heel jaar van precies dit, dankjewel’.

Niet dat mijn leven perfect verliep. Dat doet het nooit. Maar telkens weer diezelfde conclusie kunnen trekken,  betekende toch dat ik alles van waarde uit mijn tijd hier en nu haalde. Ik liet geen oude diepe verlangens of dromen weggestopt ‘voor later’. En ik kan bevestigen: hoeveel haken en ogen er ook aan zitten, dit is een heel fijne manier van leven.

Dus ik weet zelfs niet waarom ik nu precies besliste om die goeie ouwe techniek nog eens boven te halen. Maar ik voelde hem aan mijn mouw trekken. Misschien had de astma-aanval van een week geleden er iets mee te maken. En ik realiseerde me dat het best alweer even geleden was. Dus ik dook erin.

Ik was toch wel een beetje nerveus. Ik beschouwde mijzelf op dit punt in mijn leven als een bijzonder gelukkig mens. Al was ik wilde, was doorgaan met wat ik aan het doen was. En de top van een golf is misschien niet de allerhandigste plek om in vraag te beginnen stellen waar je mee bezig bent. Maar misschien lagen er toch onvoorziene inzichten op me te wachten?

De resultaten waren bijna net zo verrassend als de allereerste keer dat ik de oefening deed.

 

Zomerparels_042 ed cut klein
(c) KV

 

Ik stond voor het raam van de woonkamer en keek naar de kruinen van de eiken die ons huis afschermen en waar eksters, merels, kraaien, kauwen, vinken en mezen een thuis hebben, en ik stelde me voor dat mijn leven weldra voorbij was. Mijn zicht werd wazig, en ik kon de tranen voelen.

(Nu ben ik nooit echt zo’n huilerig persoon geweest. Tot ik moeder werd dan toch. Waanzin wat die hormonen met je innerlijke huishouding uitrichten… En een paar jaar later brak mijn reis naar het Plateau en de Ziel open wat er nog overbleef om opengebroken te worden. Sindsdien weet ik onmiddellijk of iets van groot belang is voor mij of niet, want er horen tranen bij die ik niet kan verklaren. Ik ben zelfs beginnen verstaan wat middeleeuwse monniken en mystici bedoelden als ze het hadden over tranen als teken dat het hart vervuld is van God. Hoe het zit met God weet ik niet zo, maar hoe het zit met tranen wel…)

Maar in elk geval, nee, er waren effectief geen belangrijke projecten of verlangens die ik onbeantwoord had gelaten. En natuurlijk zou ik liefst nog wat meer tijd willen om te doen wat ik de laatste tijd aan het doen ben. Maar het kan mij niet meer schelen of sommige van mijn dierbare oude manuscripten nu eens eindelijk uitgegeven zouden worden of niet. De stroom van liefde en gezin en creativiteit waar ik op dreef was, meer dan ooit, echt, precies, waar ik wilde zijn.

Ik zag echter wel een rij mensen voor me. Mensen die ik graag zag. Mensen die ik wilde bedanken. Mensen die ik wilde vertellen hoe veel ze voor mij betekenden, of hoe hard ze mijn leven veranderd hadden. Mensen die ik graag een eindje in de toekomst wilde begeleiden, zoals mijn zoon, en mensen van wie het mijn hart brak om ze te moeten achterlaten. Niet omdat ik bang was om mijn eigen leven te verlaten, maar omdat ik niet wilde dat mijn afwezigheid een rokende krater zou slaan in dat van hen.
Als ik nog maar een jaar te leven had, zou het een prioriteit zijn om hen stuk voor stuk een diep doorvoelde brief te schrijven.

Ik was toch wel verrast hierdoor.

Niet alleen omdat ik dat eigenlijk allemaal al een keer gedaan had, toen ik aflopen herfst mijn Zielskring hield, waarop ik de Zeer Belangrijke Personen in mijn leven die er die dag bij konden zijn bedankte voor de rol die ze gespeeld hadden of nog speelden in mijn leven tot op dat moment. Het was ook de eerste keer dat ik bij het uitvoeren van deze vertrouwde oefening tot deze bepaalde conclusie kwam. Ik leerde eruit dat mijn focus in de loop van de laatste jaren behoorlijk veranderd is.

Hij is verschoven van de dingen die ik doe en de projecten die ik waardevol vind naar de relaties en verbindingen die ik heb gevormd, de manieren waarop mijn hart en ziel zich hebben geopend voor het leven en voor andere mensen. Verbondenheid heeft het terrein geclaimd dat persoonlijke ambitie ooit bewoonde.

Dus als ik nu denk aan de dood ben ik niet meer in het gezelschap van een of andere onvervulde droom die zich voor mijn voeten gooit, maar van de mensen die ik graag zie en van mijn leven niet wil verlaten.

 

Spiegelportret_002 ed cut klein
(c) KV

 

Misschien vind je me nu egoïstisch. En misschien ben ik dat ook.

We zouden gerust tot de conclusie kunnen komen dat het nogal een hap uit mijn leven geduurd heeft voor mijn liefde voor anderen eindelijk mijn persoonlijke belangen oversteeg. Maar ik wil mezelf niet veroordelen. Ik heb altijd geprobeerd om oprecht te zijn. En zoveel heb ik  intussen begrepen: ik ben een heel gezegend persoon. Omdat ik kan doen wat ik doe. Omdat ik zo omringd ben. Omdat ik zo diep kan liefhebben, en op mijn beurt graag gezien word.

En als ik die oefening werkelijk ernstig neem, zou ik misschien al een paar van die liefdesbrieven moeten schrijven die ik voor me zag, toen ik daar aan het raam stond en in tranen opkeek naar de bomen.

Waarom wachten tot er geen tijd meer is?

 

Zomerparels_031 ed cut klein
(c) KV

Op bezoek in het verleden

Een trip naar vervlogen tijden, gekoesterd en gevreesd

 

Quondam 2018_458 klein
(c) KV

 

We waren er vorig jaar, en dit jaar was het opnieuw erg fijn: Quondam, het middeleeuwse festival op een uurtje rijden van huis. Dit keer mocht ik als fotograaf zelfs gratis binnen. Een van mijn oude beelden was prominent promo-materiaal van deze editie. Leuk!

Een dagje doorbrengen in de Middeleeuwen is grappig bevredigend. De re-enactors laten ons beter dan wat ook zien hoe menselijk die ridders en ambachtslieden eeuwen geleden eigenlijk wel waren. Ik ben niet zo’n festivaltype, maar hier ben ik wel graag.

Ik had er alleen niet op gerekend om ook een bezoekje te brengen aan mijn persoonlijke verleden.

Dit jaar waren we er op zondag, en dat bleek een stuk drukker dan de zaterdagen van de vorige keren. Het was ook erg warm, en een droge wind blies strak over het festivalterrein. Ik voelde me minder goed in mijn vel dan ik wilde.

Ik kreeg wel de kans om de wedstrijden en veldslagen van op de eerste rij te schieten.

 

Quondam 2018_133 ed cut klein
(c) KV

 

Ik had uitgegeken naar de roofvogelshow op het einde van de dag, omdat daar gewoonlijk spectaculaire foto’s te maken zijn, maar ik kreeg hem jammer genoeg niet te zien. Toen ik ondanks lastige omstandigheden een paar deftige foto’s probeerde te maken van het slottornooi in de late namiddag, blies de wind alle kleine strodeeltjes en paardenlucht mijn kant op en voor ik het wist, had ik te maken met een goeie ouwe astma-aanval.

(Ik ben mega-allergisch aan paarden. In de open lucht valt het doorgaans heel goed mee. Maar nu viel het zwaar tegen.)

Mijn gezondheid is de laatste tijd (lees: een jaar of twee) zo goed dat ik minder zorgvuldig was geworden met noodmedicatie voor precies een gelegenheid als deze. Zodra het duidelijk werd dat ik in de problemen zat en dat het er niet naar uitzag dat dit snel weer zou overwaaien, hadden we geen andere keuze dan het terrein voortijdig te verlaten, plaats te nemen in de (lange) rij voor de pendelbus die ons terugbracht naar de parking, en naar huis te rijden.

Het was zo lang geleden sinds mijn laatste kwaaie astma-aanval dat ik bijna vergeten was hoe eng en stresserend het kan zijn om naar adem te snakken. Het is waarschijnlijk moeilijk voor te stellen voor wie het nog nooit heeft meegemaakt, maar ik kan het het best als volgt omschrijven: stel je voor dat je op je rug ligt, en iemand komt bovenop je liggen. Het gewicht drukt zwaarder en zwaarder. Het voelt zelfs alsof iemand actief je borst indrukt. Elke inademing is een massieve inspanning tegen deze neerwaartse druk. Het is zwaar, en moeilijk, en hoe harder je weerwerk biedt, hoe erger het wordt.

Dat is ongeveer hoe het voelt. Alleen lig je niet neer, en ligt er niemand bovenop je. Je zit gewoon aan tafel, of je staat te wachten, en elke teug zuurstof die je in je longen probeert te krijgen is een gevecht tegen iets wat ze ingedrukt houdt. Als je pech hebt, voelt alles daar vanbinnen ook nog eens geïrriteerd en ga je ervan hoesten. Dat maakt het nóg erger. Slijmvorming hoort er ook bij – en je raadt het natuurlijk: met je longen vol slijm komt er nog minder lucht binnen… Paniek is niet veraf.

 

Quondam 2018_483 ed cut klein
(c) KV

 

Ik had geluk.

Als een astma-aanval escaleert, kun je eindigen op de spoedafdeling. Zo ver is het die middag niet gekomen, want ik had hier intussen genoeg ervaring mee om te weten dat de enige manier om deze beproeving te doorstaan was proberen te ontspannen en proberen om zo normaal mogelijk adem te halen, zelfs als normaal op dat moment nergens te bespeuren was.
Toen we van het terrein af waren en de constante belegering van wind, stro en paardenallergenen enigszins afnam, kon ik voelen dat mijn adem zachtjesaan een beetje wilde beteren. Ik had het zelfs minder moeilijk rechtstaand op de warme, drukke pendelbus dan in de buurt van de paarden.

Mijn man reed naar huis, en thuis was er de verlossende medicatie die de spiraal terstond een halt toeriep.
Ik bedankte mijn lichaam dat het niet al te extreem geoverreageerd had. Maar ik was wél geschrokken.

Het was lang geleden dat ik het nog zo kwaad had gehad, en dat mijn lichaam zo met mij op hol geslagen was.

Ik ben er nog niet achter wat het precies betekent – als het überhaupt iets betekent. Misschien moet ik er gewoon mee leren leven dat mijn lijf niet helemaal werkt zoals het hoort en dat ik bepaalde omstandigheden moet vermijden waarin het zich nog slechter voelt dan anders. En als ik daar toch wil zijn, moet ik mijn voorzorgen nemen…

Maar misschien is er toch wel iets te leren uit een bezoekje aan het verleden. Want we hebben de neiging om wat we kennen te herhalen, fysiek, emotioneel en spiritueel. En dan mag het niet verbazen dat we in precies dezelfde situaties belanden.

Wat is het, vraag ik me af, dat ik mag beginnen loslaten, en waar snakken naar adem een pertinente metafoor voor is? Perfectionisme? Plicht? De nood mijzelf te bewijzen? Een andere wet waarnaar ik om een of andere reden oordeel dat ik moet leven?

Ik hoop er nog achter te komen.
Ik hoop dat ik de volgende keer dat ik een bezoek breng aan het verleden een ander pad kan bewandelen, richting toekomst.

 

Quondam_195 ed cut2 klein
(c) KV

Nigredo*

BXL Dorado #1 – Een verhaal van hoop, dood, en onszelf in de ogen kijken

 

BXL D B I-001
(c) Jurgen Walschot

 

Hoe vertel je een verhaal dat al zoveel keer verteld is? Door de media, door politici, door feiten en cijfers? Een vluchtelingenverhaal?

 

We hapten naar adem en zetten ons schrap. Als je dezelfde woorden lang genoeg herhaalt, luistert niemand nog. Lawaai ligt dichter bij stilte dan op het eerste gezicht lijkt.

 

In Europa zijn we de afgelopen jaren zowat immuun geworden voor de verhalen en het lijden van de eindeloze golven van vluchtelingen die aanspoelen op onze stranden. We hebben stilzwijgend toegestaan dat het bombardement aan beelden en meningen de simpele feiten overschreeuwt: dat niemand zijn leven riskeert, laat staat dat van zijn kinderen, op een levensgevaarlijke reis dwars doorheen een continent en een verraderlijke zee, als hij ook maar enig beter alternatief voorhanden heeft.

Maar feiten zijn zelden zo eenvoudig als ze lijken. Want er is een oorlog aan de gang. Er zijn haat en wantrouwen, diep verankerde ideologieën en internationale bondgenootschappen die beslissen over het lot van onschuldige mensen. Er zijn cultuurschokken, taalbarrières, diepgewortelde angsten en gevoelens van superioriteit. Aan beide kanten.

Te midden van dit alles besloot de New Flemish Primitives Art School, met thuisbasis in Brussel, dat het hoog tijd was om in het vluchtelingenverhaal opnieuw de menselijke beleving centraal te stellen. De organisatie nodigde zowel gevluchte kunstenaars uit als sociaal geëngageerde artiesten van eigen bodem om deel te nemen aan de tentoonstelling BXL Dorado (met een fijne woordspeling in de titel om het El Dorado zichtbaar te maken dat de Europese hoofdstad voor zoveel vluchtelingen symboliseert). De expo vindt plaats op vier dicht bij elkaar gelegen locaties in de hoofdstad, waaronder de Begijnhofkerk (Église Saint-Jean-Baptiste-au-Béguinage). Dit is de plek waar groepen van vluchtelingen meer dan eens asiel vroegen en kregen, en waar ze voor langere tijd kampeerden in de kerk. Het is een plek van grote symbolische betekenis.

Jurgen en ik kregen de vraag of we wilden deelnemen aan de tentoonstelling. Uiteraard, en met plezier.

#23 Dageraad Ndl klein
Zaailing #23

We maakten een aantal Zaailingen die specifiek geënt waren op het vluchtelingenthema. Dat was niet eens zo moeilijk, een heleboel van ons werk steunt op het idee van de buitenstaander die verlangt om tot de groep te behoren, maar die uiteindelijk toch een andere weg inslaat, uit pure koppigheid of meedogenloze nood. Ik schreef een aantal nieuwe teksten (waarvan we er intussen eentje loslieten als Zaailing #31, een dikke twee weken geleden), maar we besloten ook om door te gaan op het motief van onze nieuwjaarskaart deze winter (Dageraad, Zaailing #23), omdat die onwaarschijnlijk goed aansloot bij het thema.

 

Jurgen besloot om te gaan experimenteren met de enscenering van echte papieren bootjes. Hij stelde ze bloot aan het weer, de elementen, water in het bijzonder. Hij schoot filmpjes en maakte foto’s. Zijn beelden bleken bijzonder krachtig.

 

God ziet U, zo zeiden ze dat vroeger. God zag alles, als we de hoeders van orde en rechtschapenheid mochten geloven.
Dan is er nu dus ook iemand die toekijkt hoe scharen van ongelovigen overboord slaan. Hoe ze met opengesperde ogen en geruisloos schreeuwende monden verzwolgen worden door golven die nooit hun naam zullen fluisteren.
 
 
BXL D I-007
(c) Jurgen Walschot

 

De film was een uitdaging. Jurgen wierp me een van zijn halve glimlachjes en zei: ‘Jij wilde toch meer met je stem gaan doen? Leef je uit, zou ik zeggen.’

Dus dat deed ik.

(We zullen de montage van zijn beelden en mijn stemwerk online zetten eens de tentoonstelling achter de rug is. Voorlopig wil ik er alleen over kwijt dat we met dit experimentje nóg een vorm van samenwerken hebben ontdekt die ons bijzonder goed ligt.)

 

__

 

De opbouw, dan.

BXL D IMG_20180513_190214 klein
Aan de slag in het Pacheco Instituut (c) KV

Drie Zaailingprints, waaronder #31, hangen tentoongesteld in de ‘toren’ naast Passa Porta, een prachtig gerestaureerde site.
De film en de installatie die erbij hoort, zijn te zien, net als het gros van het werk van de andere deelnemende kunstenaars, in het Pacheco Instituut, voormalig godshuis, eertijds rusthuis, nu ruïne in verval, op een steenworp van de Begijnhofkerk.

Het opzet is om de film eindeloos te laten afspelen, waarbij de woorden gereciteerd en gezongen worden als mantra’s met daarbij de beelden van zeilende, of zinkende, boten, terwijl tezelfdertijd buiten op een uitvergrote poster met het centrale beeld van de installatie een echt papieren bootje over de donkere wateren zeilt, overgeleverd aan de elementen.

 

Het duister komt opzetten. Nu is het snel voorbij. Luister niet naar hun kreten. Of denk dat het watervogels zijn.
Alles keert terug naar waar het hoort.
 

 

BXL Dorado I-1 klein

BXL Dorado I-2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Het Pacheco Instituut is een ongewoon gebouw, de verzinnebeelding van oude statigheid die zowel fysiek als spiritueel verkruimelt. Wat er nog rondhangt van devotie vermengt zich met de echo’s van vermoeide ouderlingen wachtend op de dood. En nu brokkelt ook het gebouw zelf langzaam af, een brok pleister per keer. Een architecurale studie in sterfelijkheid bij uitstek.

Hier zijn we dus te vinden, de komende maand. We zullen door de gangen dwalen, en in de hoofden naar binnen glippen.

 

BXL D IMG_20180517_153622 klein
Installatie na één week (c) KV

 

We nodigen u uit om de reis te maken. Er zullen geen bezoekers verdrinken, zoveel kunnen we alvast beloven.

Zoveel moed zou u dus toch wel mogen hebben.

 

Als het ons van pas komt, geloven we maar al te graag in het noodlot. We vragen aan de spiegel om ons het mooiste te tonen wat het koninkrijk te bieden heeft. Maar we hebben alleen onszelf om in de ogen te kijken.

 

BXL Dorado I-3 klein
(c) Jurgen Walschot

__

 

*NIGREDO : In de alchemie betekent nigredo (of: zwartheid) verrotting en decompositie. Veel alchemisten geloofden dat alle alchemistische ingrediënten, als eerste stap voor de vervaardiging van de steen der wijzen, heel grondig moesten schoongemaakt en gekookt worden tot een uniforme zwarte substantie.

In analytische psychologie is de term een metafoor geworden voor de ‘donkere nacht van de ziel’, als de persoon zijn innerlijke schaduwen confronteert.

 

 

De BXL Dorado-tentoonstelling is te bezoeken op weekenddagen van 11u tot 18u, tijdens de periode van 19 mei tot en met 10 juni 2018, op de volgende locaties in de Brusselse Begijnhofwijk:

Begijnhofkerk/Église Saint-Jean-Baptiste-au-Béguinage)
Institut Pacheco (Grootgodshuisstraat)
Passa Porta (Dansaertstraat 46)
De Markten (Oude Graanmarkt 5)

ZAAILING #32 – Il était une fois… Mokafé!

Een Zaailing-sprookje om te gaan bezoeken en bezichtigen, met een kop koffie er bovenop…

 

Il était une fois, dans la Galerie du Roi à Bruxelles, un bistro où on servait du café délicieux et les meilleurs gauffres du monde… Même son nom avait un goût de délicatesse: “Mokafé”.

Mokafé Page1 cut3 klein

Op een dag streek er een ekster neer aan de ingang van de bistro. Dat was een zeldzaam zicht. Eksters houden normaal niet zo van overdekte galerijen. Maar dit was een heel vrijpostige ekster, en de eigenares van de bistro was blij met wat gezelschap. Ze gaf hem een bakje water en een eigen stoel tussen de vaste klanten en de toeristen van alle kleuren en nationaliteiten op het terras voor haar zaak. Dat vond de ekster best. Hij balanceerde op de leuning, dronk een beetje van het water, keek naar de klanten, en fladderde wat in het rond. Hij lette erop het terras niet vuil te maken.

The magpie started coming around more often. Every time he visited, he would get a treat: there were always waffle crumbs lying around in the kitchen to please a hungry bird. The lady liked the magpie, and the magpie thought she was a really sweet person.

Mokafé Page1 cut4 klein

Pour la remercier, un jour il lui offrit l’idée qui lui était venue à l’esprit quand il vit un artiste de rue faire des dessins dans un coin de la galerie.

It so happened that he knew of a creative couple of artists, a writer and an illustrator who both loved birds, too. They had been working together for a good while now on a project they called SAPLINGS, and they might have some work to show and put up on the walls of Mokafé.

Mokafé Page1 cut1

De lieve eigenares vond dat een schitterend idee. De ekster knikte een keer parmantig, pikte nog een wafelkruimel mee, en vloog toen de galerij uit, naar Sint-Genesius-Rode. Want dat, wist hij, was waar de tekenaar woonde…

 

En dit sprookje is nog niet uit, integendeel: de tentoonstelling van een selectie ZAAILINGEN in Mokafé (Koningsgalerij, Brussel) is pas begonnen.
We nodigen alle nieuwsgierigen met veel plezier uit om de ekster en het spoor van wafelkruimels te volgen en er een kijkje te gaan nemen!

Mokafé Page1 cut8

Wie dat doet tijdens het weekend in de periode van 19 mei tot en met 10 juni kan bovendien ook de expo BXL Dorado in de Begijnhofwijk meepikken, waar eveneens werk van ons tentoongesteld wordt.

 

Dit sprookje was in feite niet meer dan de inleiding…
Nieuwsgierig naar deze Zaailing, integraal en op ware grootte? Klik hier

Mokafé Page1 klein

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

Zaailing stempel klein

 

 

 

Dromen weven

 

Robur_007 kleinRobur 32293498_10212179102380153_115010896245293056_n

 

Sommige dagen zijn net iets magischer dan andere.

We bezochten Marieke Van Coppenolle, een lieve vriendin, die een opendeurweekend hield als Crowdfundingsactie voor Robur.

Robur-op-den-Eik is een project waartoe Marieke geroepen werd, een missie waarvan ze voelde dat ze ze moest volbrengen: een huisje bouwen dat nog het meeste wegheeft van een yurt (nomandentent), waar mensen kunnen komen herstellen van burn-out of ziekte, waar kleine groepen activiteiten kunnen houden of waar kunstenaars zelfs in residentie kunnen komen. Zelf leidt ze een nomadisch bestaan, dit is geen woonst voor haar. Wat het wel is, is een levenswerk, en wat ze intussen voor elkaar gekregen heeft, is fenomenaal.

 

Robur_009 klein
Roburs magische bos (c) KV

 

Marieke en ik ontmoetten elkaar per toeval op de jaarlijkse VAV-conferentie, en zoals dat gaat tussen verwante zielen, klikte het. Intussen is ze al twee keer komen logeren bij ons gezin, en we kunnen het prima samen vinden. Ze was ook een welkome gast om de eerste Seizoenscirkel (Lente) dit jaar.
Dus toen ik hoorde dat er bezoekdagen waren op Robur, waren we daar heel graag bij.

Samen met een bevriende familie brachten we een heerlijke zonnige zaterdagmiddag door op de bouwplek. Vrijwilligers serveerden pannenkoeken en drank, er waren spelletjes voor de kinderen, een beroemde violiste gaf een benefietconcert… Alle bijdragen waren ten voordele van het bouwproject. Marieke zelf leeft al jaren zo sober dat je haar gerust een hedendaagse kluizenaar kunt noemen – behalve dan dat ze het liefst rondtrekt in haar bus/bestelwagen/kleine vrachtwagen, als een moderne nomade…

Robur 32367236_10212179019218074_8300416649077456896_n

Er stond nog een activiteit op het programma die zaterdagmiddag, en daar wilde ik heel graag heen: dreamcatchers maken.

Ik hou al heel lang van dreamcatchers, en ik heb er thuis een aantal, waaronder enkele gemaakt door native Americans, of vrienden. Ik wilde altijd al leren hoe dat moest. Dus dit was een schitterend moment.

Ik genoot er met volle teugen van. Het was best ook wel wat prutsen en proberen, maar dit is een ambacht waar ik spontaan mijn plek vond. Ik werkte door toen alle anderen al klaar waren, en na twee uur had ik een kleine en delicaat geweven dreamcatcher waar ik bijzonder blij mee was. Voor een eerste poging, zalig!

Ik wil hier in de toekomst mee doorgaan. Zoveel dingen waarvan ik hou (meditatief werk, stenen en kralen, veren, oude kunst, gebed) komen samen in dit ambacht. Ik ga binnenkort op zoek naar meer materiaal (en in plaats van die koude ijzeren ringen kan ik binnenkort takken gebruiken van onze eigen treurwilg, hoe leuk is dat?). Ik hoop in de toekomst gauw wat meer werk te kunnen tonen.

Een dikke dankjewel, Marieke, om zo’n inspirerende en hartverwarmende persoon te zijn!

Robur 20180512_172502 klein
Ik, Marieke en vriendin Tessa met dochter Happiness

Meer weten over Robur of eventueel vrijwilligerswerk? Neem hier een kijkje:

De coulissen, of het voetlicht?

Over zichtbaar zijn

 

Lichtbreken_053 (2) ed klein
(c) KV

 

‘Dat klinkt fantastisch. En ben je ook nog bezig met eigen werk?’

De vraag werd me, in nagenoeg identieke bewoordingen, de afgelopen maand diverse keren gesteld, in gesprekken waarin ik het had over mijn Zaailing-samenwerking met creatieve bloedbroeder en zielsverwant Jurgen Walschot. Telkens verraste ze me. Telkens wist ik niet goed wat ik kon zeggen of hoe ik erop moest antwoorden zonder dat wat ik zei klonk als een verontschuldiging. Telkens dacht ik: is alles wat ik juist vertelde niet genoeg, misschien? Wat zou ik nog méér moeten doen?

En laat het duidelijk zijn, er gebeurt de laatste tijd heel veel in mijn leven.

Stroom, onze graphic poem, verschijnt dit najaar, en het boek is (op een paar petietepeuterige details na) af en klaar voor druk. De verdeler maakt zich op voor een promorondje in winkels en bibliotheken.
Daarnaast openen volgende week zowel de BXL Dorado tentoonstelling waaraan we meewerken als de tentoonstelling van ons werk in de Brusselse bistro Mokafé.
Samen hebben Jurgen en ik een selectie van Zaailingen in postervorm gegoten, laten drukken en ingekaderd. We hebben een logo ontworpen en daar een stempel van laten maken, zodat we elke print handmatig kunnen ‘tekenen’.
We brengen een reeks postkaarten uit, én een mini-zine. We hebben twintig minuten film gemaakt waar mijn teksten en stem in dialoog gaan met Jurgens beelden en montage. Het is een samenspel van heel andere talenten en werkvormen dan waar we tot nu toe gebruik van maakten, en het is een krachtig werk geworden. De film is te zien in het kader van BXL Dorado.
Deze week gaan we alles opstellen op locatie. Werk. En leuk!

stempel_negatief

Ik zei het al eerder en ik zal het nog vaker herhalen: deze samenwerking is het beste wat mij in jaren overkomen is. Ze heeft een creatieve bron aangeboord die om een of andere reden heel lang heeft liggen wachten en nu in ernst aangewend kan en mag worden. Dit werk maakt mij diep gelukkig en geeft mij op een bijzondere manier kracht, en het ligt helemaal in lijn met wat ik aanvoel als de weg van mijn ziel.

Betekent dat dat ik er afhankelijk van word? Nee.

Ik maak ‘mijn eigen werk’, op een aantal uiteenlopende manieren. De Zaailing-samenwerking is één specifieke (en heel krachtige) manier om in de wereld te brengen wat ik voel dat ik er wil zijn. Het is vervullend om zo’n sterke flow te ervaren, zoveel is zeker. Maar ik sta hier wel degelijk op mijn eigen benen!

Dus waarom stellen mensen mij, als ik hen enthousiast vertel over dit stuk van mijn leven, dan telkens weer dezelfde vervelende vraag? ‘Ben je ook nog bezig aan je eigen werk?’ Wat denk je dat dit is, wil ik vragen, werk van iemand anders?!

Maar hier was wel degelijk iets interessants aan de hand, en ja, ik heb de boodschap uiteindelijk begrepen. (Het duurde alleen eventjes.)

 

Lichtbreken_044 (2) ed cut - kopie klein
(c) KV

 

Er gebeurde iets wat heel belangrijk was tijdens mijn jaar op Het Plateau: ik gaf de controle over mijn pad in de handen van iets wat ik Ziel ben gaan noemen. Een hogere roeping, een stem diep vanbinnen die oneindig veel wijzer, milder en meer gefocust was dan mijn eigen emotionele, ego-gestuurde persoonlijkheid. Het was niet alsof ik plots geen leven meer had en geen dromen of doelen meer nastreefde, maar ik voelde wel dat dit een betere gids was dan degene waarnaar ik tot nu toe geluisterd had. Ik begreep het proces niet altijd, maar ik vertrouwde het wel onvoorwaardelijk (en dat doe ik nog steeds) – zo sterk is dat gevoel. Het draait ook helemaal niet om mij, heb ik begrepen. Het gaat om iets veel groters waar ik deel van mag uitmaken, door mijzelf te zijn, en door mijn talenten ten dienste te stellen van dat grotere verhaal.

Ja, ik weet precies hoe zoiets misschien in de oren klinkt, zeker voor wie er juist een Netflix-marathon Wild Wild Country heeft op zitten. Maar zo is het dus helemaal niet. Hier is geen sprake van goeroes of goddelijke geboden. Er is alleen een diepe verbondenheid met iets wat oneindig veel krachtiger voelt, en het gevoel dat ik mij er op deze levensreis aan mag toevertrouwen. Als je niet voortdurend moet controleren en sturen waar je heen gaat, ben je onderweg trouwens veel vrijer om te ontdekken, te spelen en te genieten.

Dat is waarom ik, meer nog dan vroeger, geen grote nood voelde om gezien te worden. Want dit ging helemaal niet over mij. Het ging over mijn werk, in al zijn vormen, en over dat grotere geheel waarbinnen het past. De Zaailing-samenwerking maakt daar beslist deel van uit, dus natuurlijk vertel ik daarover met alle liefde en gedrevenheid die ik voel dat ze verdient. En dat is waarom die terugkerende vraag mij telkens zo verraste en mij eerlijk gezegd op de zenuwen begon te werken.

Wat bedoel je, dacht ik, ‘eigen werk’? Ik ben mijn eigen werk aan het maken. Naast mijn job en mijn gezinsengagementen heb ik de afgelopen twee jaar intensief blogs geschreven in zowel het Nederlands als het Engels (alles wat ik doe, gebeurt in twee talen), en daarin vertel ik over mijn innerlijke processen als schrijver, als groeiend mens, en als Wandelaar Tussen de Werelden, omdat dat om een of andere reden aanvoelt als gepast. Sinds februari 2017 maak ik samen met Jurgen ongeveer vier Zaailingen per maand (we werken er quasi non-stop aan, en amper de helft van wat we produceren gaat op een of andere manier online of de wereld in).

Voeg daar nog Stroom aan toe, de postkaarten, het zine en twee tentoonstellingen. En laten we vooral de auteursresidentie in Zweden dit najaar niet vergeten… Dus waarom zou ik bovenop dat alles een roman moeten zitten schrijven om te bewijzen dat ik voor mijzelf aan het werk ben? Er is op dit moment geen groot verhaal dat mij aan de mouw trekt omdat het heel graag verteld wil worden. Ik heb ook de mentale energie en de creatieve bandbreedte niet voor dat soort marathononderneming. In plaats daarvan voel ik dat ik op dit moment mijn beste werk maak in diverse samenwerkingen, als schrijver, muzikant, partner, zielsverwant, muze. Het voelt bovendien verdomd goed om te werken vanuit verbondenheid eerder dan vanuit eenzaamheid. Dus waarom heb ik telkens weer de indruk dat ik me aan het verontschuldigen ben als ik dat moet uitleggen?

Het is niet meer dan een kwestie van perceptie. Die van mij, in de eerste plaats.

 

Lichtbreken_012 ed cut - kopie klein
(c) KV

 

Het is niet omdat mijn ego niet langer aan de knoppen zit dat ik totaal onzichtbaar moet worden. De boodschap die mij gegeven werd door de (lieve en betrokken) mensen met wie ik de afgelopen maand sprak, is dat het oké is als ik mijzelf óók toon. Het is helemaal niet nodig dat ik totaal verdwijn, zelfs niet in een zielsgedreven proces waarvan ik hou en wat ik als absoluut juist beschouw. Maar blijkbaar is dat wat ik doe als ik erover praat. Ik verdwijn. Erg confronterend. Erg, erg interessant.

Er zijn momenten geweest in mijn leven waarop ik het gevoel had dat andere mij de plaats niet gaven of gunden die mij toekwam, en ik was niet assertief genoeg om ze op te eisen. Dezer dagen wordt mij absoluut mijn deel van het podium gegund, door familie, collega’s en vrienden, door Jurgen zeker, alleen aarzel ik om naar voren te treden en die helemaal in te nemen. Dus als ik praat over mijn werk, stuur ik onbewust en onbedoeld een subtiel verkeerde boodschap uit. En mensen die om mij geven zijn daar gevoelig voor en vragen me vervolgens waar ik dan wel sta, in dit alles.

Ik sta hier. En ik ben daar verdomd blij om. Het is precies waar ik moet zijn.

Ik moet alleen nog een manier vinden om dat gevoel helemaal te bewonen. Zonder verlegen terug te deinzen, mij in de schaduwen terug te trekken, of in de coulissen te verdwijnen. Dit is een waardevolle les in naar voren durven stappen in het voetlicht, voor mijzelf.

Zoals alle lessen die je moet leren, is dit een taaie. Maar ik voel mij gesteund door al die mensen die mij graag zien en naar waarde schatten. Hier is geen sprake van weerstand of tegenwerking van buitenaf, het is gewoon ik en mijn goeie ouwe angsten.

Nu is het aan mij. De coulissen, of het voetlicht?

Ik geloof dat het moment aangebroken is om mijn ogen dicht te doen en eens goed diep adem te halen.

 

Lichtbreken_017 ed cut2 klein
(c) KV