Hoe hanteer je vrijheid?

Of ook wel: geen paraplu’s meer

(c) Inaya photography

Hoe geef je structuur aan je leven als er nauwelijks nog vaste bakens zijn? Met andere woorden: hoe hanteer je vrijheid?

Ik heb nog niet zo lang geleden ontslag genomen uit mijn vaste job. Een paar jaar geleden had ik me niet kunnen voorstellen dat ik zou kunnen leven met het soort onzekerheid dat ik nu dagelijks ervaar in dit nieuwe stuk van mijn leven, en dat ik me daar goed bij zou voelen. Maar de waarheid is: ik was er klaar voor. Mijn vleugels hadden ruimte nodig. Iets in mij wilde niet langer binnen gehouden worden.

Tijdens het hele proces van loslaten kwam ik tot het besef dat de manier waarop ik tot nu toe altijd had gewerkt voor instanties of organisaties eigenlijk wel iets weghad van schuilen onder een paraplu: het hield een soort ‘veiligheid’ in, een beetje zoals ouderfiguren een kind zich veilig kunnen laten voelen. Mijn werk goed doen en daarvoor betaald worden, maar verder geen eindverantwoordelijkheid, en een vangnet.

Nu bevind ik me in een heel andere positie. Er zijn geen paraplu’s of vangnetten meer. Maar het kan me eerlijk gezegd niet schelen. Ik ben klaar voor alles wat de wind naar me toe blaast, maar vooral: ik ben klaar om de hemel te bewonderen.

Maar.
Ik keer terug naar mijn eerdere vraag: hoe hanteer ik deze nieuwe vrijheid? Hoe structureer ik mijn dagen en zorg ik ervoor dat ik genoeg van alles aan bod laat komen: schrijven en ander betaald werk, mails en administratie, huishoudelijke klussen? Hoe loop ik niet hopeloos uit, verdund en vormeloos als een plasje water dat nergens omvat wordt?

(c) Inaya photography

In de korte tijd die verlopen is sinds ik voor de laatste keer op kantoor was, heb ik ondervonden dat het nijdige kleine stemmetje in mijn achterhoofd mij helemaal angstig en opgedraaid kan maken, als ik het de kans geef.
Ik heb geleerd het niet zoveel speelruimte te geven. In plaats daarvan probeer ik te doen wat ik me van in het begin had voorgenomen: de hemel bewonderen, en ingaan op alles wat mijn kant op komt en interessant aanvoelt. De ene dag kan dat de Voorleestoer zijn, met lezingen voor zes klassen middelbare scholieren, de volgende dag mijn wasmand vol strijk.

Ik bewoon het idee ‘vrij zijn’ nog steeds niet helemaal. Dat komt misschien omdat ik maar al te goed besef dat het leven van een volwassen vrouw nu eenmaal een aantal verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Anderzijds weet ik ook dat het leven de meest wonderbaarlijke trip kan zijn voor wie van de klif durft stappen in vol vertrouwen dat de thermiek haar draagt. Daar heb ik in mijn eigen leven meer dan genoeg bewijs van, en ik weet precies hoe dat werkt.

Dus, mooie grote hemel… hier zijn we dan. En hier kom ik.

(c) Inaya photography
Advertenties

ZAAILING #56 – Een vorm van verleden


De tijd reist zelden in een rechte lijn en op het snijpunt
duik ik de diepte in, nietsvermoedend, precies
daar waar jouw blik in herinnering blijft haperen.
Zo gelaagd is dus de werkelijkheid waarin zelfs licht

een vorm van verleden is. Gelukkig kun je
de weg niet verliezen in een uitdijend heelal
als elke winding steeds teruggaat op een kern.
We vertellen elkaar dezelfde dierbare illusie

en noemen dat bij gebrek aan beter het verhaal.
Oude fouten laten zich echter niet zomaar duiden
doorheen de lijnen, noch jeugdzonden of pogingen
tot maskeren van verlangen. Ik zie slechts sporen,

met schijnbaar vaste hand getrokken, van wat
zinderend vooraf ging. Woordeloos wentelen we
eromheen en diepen geduldig ons bestaan
spiraalsgewijs steeds breder uit.



Alle beelden hierboven zijn detailuitsneden uit één grote tekening. Nieuwsgierig naar het geheel? De definitieve versie van de prent zal verschijnen in ‘De serres van Mendel’ (Van Halewyck, september 2019). Voor de Zaailing mag je intussen hier een kijkje nemen.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Tête-bêche en carte blanche

Hoe ‘De serres van Mendel’ ontstond – deel #1

De serres van Mendel (detail) (c) Jurgen Walschot

Het begon als een vage hint van een verhaal, een voorgevoel.
En ik weet nog precies wanneer ik het kreeg: toen ik in de vroege jaren van mijn pendeltraject naar Brussel telkens gefascineerd keek naar het piepkleine stukje koninklijke tuin van Laken dat ik in het voorbijrijden vanaf het spoor kon zien.

Die enorme tuin, het prikkeldraad dat bedoeld leek om mensen binnen te houden eerder dan buiten… Het riep iets in mij wakker.
Ik verbond Laken ook met mijn oude fascinatie voor de koninklijke serres. Mijn ouders kregen er ooit een rondleiding dankzij mijn vaders werk als bankier, en ze brachten een lijvig fotoboek mee terug dat enorm tot mijn kinderlijke verbeelding sprak.

Onmogelijk te zeggen hoe de onbewuste kronkels van een schrijversgeest werken, maar ik voelde een verhaal groeien. Iets met een heel bijzondere wereld die leek op de onze maar dat toch niet helemaal was. Iets met die serres als wereld op zich, of knooppunt tussen werelden. Ik had zelfs de titel al, wat mij anders nooit gebeurt: De serres van Mendel. Wie Mendel precies was (als personage dan), daar had ik geen flauw idee van. Maar dat het verhaal zo zou gaan heten, was toen al duidelijk.

De serres van Mendel (detail) (c) Jurgen Walschot

Ik probeerde eraan te beginnen. Of beter: ik begon eraan. Ik schreef een aantal hoofdstukken, maar wat ik voor me zag, leek maar niet te willen kloppen met waar het verhaal volgens mij naartoe moest. Ik schreef scènes over een meisje op weg naar een plek die ze niet kende, een bijzondere plek die werelden verbond. Dat bleek een huis te zijn, in een grote, overwoekerde tuin. Mooi als beeld, dat wel, en er liepen een paar interessante personages rond. Maar hoe krijg ik haar in die serres, vroeg ik me af. Want dat is waar dit écht over moest gaan. Ik vond geen antwoord. Elk scenario daarheen leek een kunstgreep.

Ik liet het rusten, met het zinderende gevoel van goesting en ‘hier zit iets in maar ik weet nog niet wat’ intact.

Twee jaar later (met dank aan Karla Stoefs voor de referentie) kwam de vraag van uitgeverij Van In om een kort verhaal voor tienjarigen te schrijven voor hun Talent-reeks. Onderwerp: ‘andere werelden’, verder had ik carte blanche.
Ik had nog nooit voor die leeftijd geschreven, maar ik dacht: waarom niet? Ik haalde mijn oude idee van de serres weer van onder het stof, en wat mij niet was gelukt voor een jeugdroman, lukte nu plots wel: in een verhaal van amper dertig korte bladzijden was geen plaats voor getreuzel of een lange aanloop. Ik moest schrijven wat er te vertellen was, punt uit.

Ik liet mijn dierbare maar onmogelijke hoofdstukken voor wat die waren. Ik draaide het schrift dat ik gebruikte om en begon, tête-bêche zoals ze dat noemen, aan de andere kant van voren af aan. En meteen in de serres, dit keer.

Dit is wat ik schreef:

De serres zijn gigantisch.
Niemand weet wie ze ooit heeft gebouwd, en soms denkt Reya dat ze vanzelf zijn gegroeid op de plaats waar ze staan.
Ze hebben hoge koepels en kleine, geheime hoekjes, en ze strekken zich verder uit dan je kunt kijken. Ze zijn tot de nok gevuld met bomen, struiken, bloemen en mos. Er lopen beekjes doorheen, en het is er warm en vochtig. Water parelt van de bladeren en stengels van varens.
Reya woont al heel haar leven in de serres. Ze weet niet hoe ze er ooit terechtgekomen is. Mendel zegt dat hij haar op een ochtend vond, opgekruld als een slakje onder een reuzenvaren. Alsof ze daar in één nacht gegroeid was. Reya weet niet of ze dat verhaal gelooft. Maar ze gelooft Mendel wel als hij zegt dat ze hier thuis is, en dat hij blij is dat ze er is.
Waar Mendel vandaan komt, weet ze ook niet. Hij lijkt er gewoon altijd geweest te zijn, net als de serres. Hij heeft veel grijs in zijn baard en hij loopt als iemand die het gewend is om met zijn rijzige gestalte boven iemand uit te torenen, ook al wil zijn rug ondertussen niet meer helemaal mee.
Wat Mendel doet, weet Reya wel, al begrijpt ze niet alles. Hij repareert de serres en zorgt dat alles werkt zoals het hoort. En hij verzorgt de planten die er groeien. Hij kent elk kleinste mosje in de meest beschutte hoekjes en hij weet wanneer er bevloeid moet worden. Hij praat tegen de oude bomen als hij takken moet snoeien. En hij kan feilloos het onderscheid maken tussen de redelijk onschuldige wriemeldiertjes en een heuse plaag van ongedierte, die zonder pardon uit de serres gezet worden.
Ze horen bij elkaar, Mendel en zijn serres. En Reya is thuis bij hen allebei.

Ik wist nog altijd niet waar het verhaal mij nu eigenlijk zou gaan brengen. Maar nu die eerste bladzijde er plots stond, wist ik dat het goed zat. En van toen af ging het vanzelf.




In september 2019 verschijnt bij Van Halewyck ‘De serres van Mendel’, een jeugdroman (10+) in woord en beeld, een gemeenschappelijk project van Kirstin Vanlierde en haar Zaailing-zielsverwant Jurgen Walschot.
In aanloop naar de publicatie verschijnt er elke maand een blog over hoe dit boek ontstond.


Barreras: een bijzonder boek



(c) Pantingo


Ik ben blij en vereerd dat ik een tijdje geleden de kans kreeg om een bijdrage te leveren aan Barreras, een uitgave van Pantingo. Pantingo is een jonge uitgeverij van zines en kunstzinnige projecten. Hart en ziel achter dat alles is kunstenares Tessa De Ceuninck.

Haar boek Barreras benadert het verhaal van de bootvluchtelingen door te spelen met ogenschijnlijk tegenstrijdige beelden in dialoog met elkaar.

Ik schreef er de volgende tekst voor, die opgenomen werd in het hart van het boek:





Tell me

Tell me of the hardships we encountered.
Remind me of the victories
we fought for, the defeats we endured.
Help me recall our high hopes
as we set forth, and how we negotiated
the distances against all odds and opposition.
Remind me of how we held on to our stubborn hopes
to reach the other side with our heads held high.

Reassure me that all we did
was somehow worthwhile.
Help me remember their faces,
pleading, cheering, counting on us to go
where they could not, so we could live
their ambitions, fulfill their dreams.

Tell me the story one more time,
of the heroes who fought and conquered,
so that all who followed in their footsteps
would know a better fate.

For stories are all we know.
And stories are all we have to hold on to.

So speak to me. Whisper, if you need to.
Then I can try to tell the story again,
and we can all try to believe it.

(c) Pantingo


Interesse in meer werk van Tessa De Ceuninck? Neem zeker een kijkje op www.pantingo.com.
Pantingo zal aanwezig zijn op de Ghent Art Book Fair (11-12 mei).

ZAAILING #55 – Door en door



(c) Jurgen Walschot


Jij kent mij door en door.
Dat zeg je. Terwijl ik naar je staar in verstomming en me nog net op tijd herinner dat ik beter mijn mond sluit. Hoezo, ik ken jou door en door?

Als je bedoelt
dat wij geboren werden uit dezelfde ster die zich exploderend in de ruimte verspreidde
dat wij tentakels waren aan één varenblad dat zich reikhalzend ontrolde in het zonlicht
dat wij zij aan zij renden als de wolven
of hoog tussen de takken nesten bouwden en jongen leerden vliegen
dat wij vrienden zijn die elkaar leven na leven weer terugvinden
en elkaars reflecties herkennen zonder daar ooit een spiegel voor nodig te hebben

ja, dan heb je gelijk
en ken ik jou door en door.

Maar hier en nu
terwijl je praat en lacht en verwacht
dat ik door al je muren heen kan zien

vraag ik me vertwijfeld af of ik jouw immense vertrouwen waard zal zijn.

Want op je schouders tors je meer gewicht dan ik mij herinner. En ik heb je niets beters te bieden dan mijn kwetsbaarheid, een vogeljong te fragiel voor deze genadeloze wereld van staal en glazen wanden. Wie zegt dat we niet gewoon dezelfde illusie delen, een kooi voor twee, verbonden en gescheiden door dezelfde tralies?
Ik zoek de einder af naar antwoorden die niet komen.

Muren zijn minder solide dan ze lijken, zeg je. En elke glazen wand kan een venster worden op de horizon.

De kleine vogel tussen mijn vingers slaat opgewonden met zijn vleugels.
Ik zie licht ontsnappen uit zijn kooi, en ik herken de bron.

Zoals jij mij herkende, al die tijd.






ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Plots pakte hij mijn hand

(c) Inaya photography

In dezelfde straat als het kantoor waar ik de afgelopen zes jaar heb gewerkt, is een klein sushi-huisje gevestigd. Het is het levenswerk van een Aziatisch koppel, man en vrouw. Ze zijn minzaam, bescheiden en beleefd. Wat ze bereiden, is lekker en toch niet te prijzig, en eens ze je herkennen als vaste klant ontdooit hun strakke beleefdheid en blijken ze warm en gastvrij. Hun leeftijd is moeilijk te schatten, maar volgens mij kunnen ze intussen best grootouders zijn. Hun piepkleine zaak heeft één smalle, hoge eettafel aan het raam, met zicht op de drukke Troonstraat. Er is zitplaats voor drie, naast elkaar. Maar de meeste van hun klanten nemen hun eten mee. Dat deed ik ook, op gezette tijden, in de loop van de jaren.

Al vanaf de eerste keer dat ik er binnenstapte, werd het duidelijk dat betalen of zelfs maar je klantenkaart laten afstempelen er een heus klein ritueel was. Ik ben niet bepaald vertrouwd met de Oosterse gebruiken, maar uit de manier waarop zowel meneer als mevrouw het geld in ontvangst namen of het kleine gevouwen klantenkaartje behandelden en vervolgens teruggaven, maakte ik op dat het een vorm van respect was om ervoor te zorgen dat onze vingers elkaar nooit raakten.

Ik had nooit eerder stilgestaan bij hoe ik geld overhandigde of wisselgeld terugkreeg. Plots oogde mijn eigen manier om zoiets af te handelen in vergelijking wel bijzonder nonchalant. Want eens je erop begint te letten, blijkt het knap lastig om die hele handeling op zo’n manier tot een goed einde te brengen dat je beiden alleen het geld aanraakt, zonder dat het valt of er een minimale vorm van huidcontact is.

Als gevolg hiervan vond er bij elke ontmoeting een delicaat vingerballet plaats, een kort, gracieus moment waarop voorzichtigheid geboden was voor beide partijen. Stilaan ging ik dat ritueel respecteren, en het oprecht waarderen.

Vandaag liep ik er voor het laatst langs tijdens mijn lunchpauze. We voerden het kleine geldritueel uit, zoals gewoonlijk, zachtjes, voorzichtig. We wisselden een glimlach (hun Engels is pover en slecht verstaanbaar), maar toen de man me bedankte en mij een prettig weekend wenste, zoals hij al vaker had gedaan, vertelde ik hem dat ik eigenlijk ook afscheid kwam nemen, want heel binnenkort zou ik niet langer naar Brussel komen om er te werken.

Met één kort woord riep hij zijn vrouw uit de keuken, en voor ik het goed en wel besefte, schudde eerst hij, en daarna zij, mij de hand.
Zijn greep was vol en warm. Hij had een grote, zachte hand. Die van haar was benig en sterk.

Allebei bedankten ze mij voor zoveel fijne jaren. Hun dankbaarheid was oprecht en hartverwarmend. Ze vroegen me naar mijn werk. Ik vertelde dat ik schrijver was, en ze wensten me veel succes. We glimlachten breed naar elkaar, we bogen, en voor het laatste deden ze de deur voor mij open toen ik naar buiten ging.

Eenmaal buiten op het trottoir bleef ik een ogenblik staan, en liet wat er zojuist gebeurd was tot me doordringen.
Terwijl ik terugliep naar mijn kantoor blies de plotse, koude aprilwind me fel in het gezicht. Mijn ogen gingen er een beetje van tranen.

(c) Inaya photography

ZAAILING #54 – Licht genoeg

(c) Jurgen Walschot


Ze zeggen dat vogels holle botten hebben
zodat ze licht genoeg zijn om te vliegen

Ik geloof dat het komt omdat wat hol is
zich vanzelf leent tot loslaten

Wat is dat anders dan de wereld uitwuiven
zonder omkijken wegvliegen en verdwijnen

Ik bewoon de plek waar ik groeide steeds minder
Gestaag gaapt ze groter, de holte in mij

De wind mag komen, nog even
en mijn botten zijn licht genoeg

om mij te dragen





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Verblindend, maar helder

(c) Inaya photography


Ik sta op een punt in mijn leven waarop ik even niets weet, en dat is prima.

Dat niet-weten heeft iets bijzonders, zo’n beetje als lentelicht: helder en verblindend. Ik voel de warmte en de onrust die er vanaf straalt even fel. Ik ben pril, zegt het, ik ben nog maar pas begonnen. Maar ik ben sterk, voel je hoe sterk ik ben, en hoe ongeduldig.

Er doorheen proberen te kijken, is onbegonnen werk. Ik heb er maar op te vertrouwen dat de bron van waaruit het schijnt de essentiële dingen zal verlichten op het juiste moment, terwijl het andere juist aan het zicht onttrekt.

Ik sta op een punt in mijn leven waarop ik even niets weet, en dat is prima.
Ik voel de roep van het Grotere. Ik voel hoe mijn ziel antwoordt.

Dit is de plek om de onzekerheid te omhelzen, en mijn hele leven te laten bestaan in het huidige moment. Het is een fijne plek.
Verblindend, maar helder.

(c) Inaya photography

Langzaam afscheid

Iedereen die ooit aan een ziekbed heeft gezeten, weet hoe het voelt: langzaam afscheid nemen. Niet willen dat het voorbij is. Bidden dat het eindelijk mag eindigen.
In de tegenstrijdigheid en de intensiteit van beide gevoelens ligt een bijzonder spanningsveld. Pijnlijk. Kostbaar. Levend, zoals alleen leven in het moment dat kan zijn.

Mijn leven is goddank geen ziekbed, het mijne noch dat van iemand die ik graag zie. Maar ik herken het spanningsveld wel. Mijn professionele opzegtermijn is aan het korten. De weken (eigenlijk dagen) om afscheid te nemen van wat eens was en nu stopt, om bewust los te laten en mijn blik te richten op andere horizonten, worden steeds krapper.

Ik heb het ‘aftellen’ lang op afstand kunnen houden. Ik doe het nu eigenlijk nog altijd niet. Maar ik voel de tijd bewuster dan ooit aan het werk.

Als iets op een abrupte wijze uit je leven verdwijnt, noemen ze dat ‘de korte pijn’. Vaak komt die nadien meer dan eens weer opzetten om verwerkt te worden, dus zo kort zou ik hem nu ook niet noemen. Dan liever dit langzaam afscheid, bitterzoet, langgerekt. Met tijd voor weemoed, spijt bijna, en toch weten dat het juist is. Met ruimte om door vertrouwde gangen te lopen en te denken: toeme toch, ik was hier graag. Maar ook: het is tijd dat dit stopt.

Elke omhelzing verstikt als ze te lang duurt, schreef ik in STROOM. En dat is nog altijd even waar.
Dus maak ik mij nu los. Zachtjes. Langzaam.

(c) Inaya photography

Het overgangsteam

Tara Mohr, een van de mooie wijze vrouwen wiens werk ik las en die ik een paar jaar geleden een uur lang kon spreken voor een interview (dat Engelse gesprek lees je trouwens hier), zei ooit: We are the transition team.

Vrouwenrechten gaan niet op een paar decennia in orde zijn, zei Mohr, daarvoor is de erfenis van het patriarchale systeem en het mannelijk geörienteerd denken te diep en te sterk. Maar we hebben al enorme stappen gezet op relatief korte tijd, en er zullen er nog volgen. In plaats van gefrustreerd te raken over waar we ‘nog maar’ staan, kunnen we ons beter vasthouden aan de idee dat wij het overgangsteam vormen, dat we een stukje zijn van een beweging die onszelf overstijgt en die de wereld van één tijd naar een andere leidt. Daar zal langer overheen gaan dan onze generatie alleen. We hoeven ons dus niet uit het lood te laten slaan als het traag gaat. We zullen het einde ervan ook niet meer meemaken. Belangrijk is wel dat we doen wat we kunnen.

(c) Inaya photography

Ik geloof nog altijd dat ze gelijk heeft. Ik had alleen gehoopt dat die overgang waarover ze het heeft een beetje minder op de processie van Echternach leek. Stappen achteruit zetten, is niet fijn. En de Machtige Mannen die met goedkope praatjes verkozen worden (en de onnadenkende scharen volgers die ze in hun kielzog meesleuren) geven aan dat we toch nog wel een beetje worstelen met dat vooruit gaan. Sterker: een heleboel mensen zouden maar al te graag een fors aantal passen achteruit zetten, in ruil voor de illusie van veiligheid en stabiliteit. Ten koste van dezelfde groepen als altijd: vrouwen, kinderen, zachte zielen, denkers, minderheden. Alfa-man regeert, vrouwtje broedt en zorgt. Wat kan er nu beter zijn?

Ik was bezig aan een boze, bange, bezorgde blog hierover. Hij wilde niet zo goed vlotten, mijn emoties zaten mij echt in de weg. En toen verscheen dit stuk. Het zei alles wat ik wilde zeggen, alleen beter, helderder en meer genuanceerd. Lees dit.

https://vrtnws.be/p.8393LJOkp

En ga dan eens hard nadenken over hoe we dit onverkwikkelijke tij kunnen keren. Want zoals Tineke Van Iseghem schrijft: The Handmaid’s Tale komt alweer een stapje dichterbij.

(c) Inaya photography