Wat kleiner wordt, gaat dieper

Ons nieuwe boek is er dus, en ik ben heel blij met De oceaan van Mare. Het is een mooi, mooi boek, en de eerste gesprekken op Boektopia bevestigen dat het inderdaad perfect leest zonder voorkennis van de twee andere delen, en dat het verhaal en de beelden raken en resoneren zoals we het bedoelden. Meer kunnen we ons als boekenmakers niet wensen.

Maar wat veel mensen niet weten, is dat er ook weemoed en moeilijke beslissingen aan voorafgingen. Over het boekformaat, meer bepaald. Daar wil ik hier heel eerlijk over zijn, want het duikt op in elk gesprek dat ik tot nu toe had en ik wil niet voortdurend dezelfde verdedigende, verantwoordende antwoorden hoeven te geven. Dat ervaar ik, geen week na de verschijning, nu al als uitputtend, en vooral: niet als het verhaal dat ik over dit boek wil vertellen. In plaats daarvan wil ik ervan kunnen genieten. En ik wil ook niets liever voor iedereen die de wereld van Reya en Robin al kent en koestert. Maar daarvoor moet ik jullie even bijpraten. Zodat we allemaal op hetzelfde punt in dit verhaal staan.

Wat veel volwassen lezers van Mendel altijd extra bekoord heeft, was het formaat van het boek. Het was anders-dan-anders, het gaf extra ruimte aan de beelden, het nodigde de lezer uit om helemaal in de subtiliteit en schoonheid van dit universum te duiken. Het was precies waarom ook wij en de uitgeverij dit een goed idee gevonden hadden.

Maar in de boekhandel bleek het moeilijker. Het boek staat in de catalogus als 10+, en boeken voor die leeftijd hebben standaard een kleiner formaat. De verkoop viel tegen. Lezers (en mogelijk ook boekhandelaars) konden het niet plaatsen, letterlijk en figuurlijk. Het had volgens sommigen iets van een prentenboek, maar dan eentje met veel te veel tekst.

Wortels verscheen midden in Covid, zonder mogelijkheid tot wat voor randactiviteit of lezing dan ook, en werd nauwelijks opgemerkt of verkocht. Moeilijk voor te stellen misschien voor wie de boeken kent en koestert, maar het is echt zo. Dus toen Jurgen en ik aan tafel gingen zitten om een derde verhaallijn uit te werken, deden we dat met in ons achterhoofd het knagende gevoel dat we van Julie, onze schat van een uitgever, wel eens de koude douche zouden kunnen krijgen dat er gewoon geen derde boek meer in zat.

Auteur en uitgever gaan immers een samenwerkingsverband aan voor de publicatie van een boek en hebben beiden een minimale winstmarge op elk verkocht exemplaar, maar alle financiële risico’s zijn voor rekening van de uitgeverij. Het is dus niet meer dan logisch dat die op een aantal punten commerciële of strategische beslissingen doorduwt met het oog op verkoop. Titel en cover, bijvoorbeeld, komen zelden tot stand zonder input van de uitgever (en niet zelden het marketingteam). Ook de beslissing om een boek niét uit te geven of een reeks stop te zetten, wordt vaak genomen om exact die redenen. Als auteur kun je daar weinig aan veranderen.

In ons geval mocht en kon een derde deel er wel komen. Onze uitgeefster Julie wilde de schoonheid van het universum dat we gecreërd hadden niet zomaar laten uitdoven. Maar we kregen wel het voorstel om een ander boekformaat te overwegen. Een kleiner, ‘herkenbaarder’ formaat, dat meer inspeelde op de doelgroep in de boekhandel. Het had immers weinig zin om het patroon dat zich al twee boeken lang aftekende nog een derde keer te herhalen. En dat volwassenen juist voor het grote formaat vielen, was geen argument. Er bestaat in dit zakdoekje taalgebied alsnog geen categorie ‘literatuur zonder leeftijd’, en geen boekhandelaar die ons werk bij de volwassen romans zou zetten.

Jurgen en ik wisten na bijna twee decennia in het boekenvak dus beter dan te proberen een derde uitgave op groot formaat te willen forceren. Dat een derde boek überhaupt nog oprecht gedragen werd, was in deze allesbehalve evidente tijden al bijzonder genoeg.

En ja, natuurlijk was het slikken. In ons hoofd hoorden we alles wat ik de afgelopen dagen elke keer weer heb gehoord van lieve en goedbedoelende vrienden, sympathisanten en lezers:
“Oh nee, zo jammer!”
“Dat grote formaat was juist wat het zo bijzonder maakte!”
“Maar dan valt het toch uit de toon bij de eerste twee? Hoe zet je die nu alle drie naast elkaar in de kast?”
“Het is een besparing, zeker?”
“Komt er dan een heruitgave van de andere twee, ook op een kleiner formaat?”

Dat laatste was al helemaal wishful thinking in deze tijden van constant-bijna-verzuipen, dus: nee. Waarna de rest van het gedachtemolentje weer begon van voren af aan. Laat me je garanderen, het was heel hardnekkig. Want al die stemmen hadden gewoon gelijk, natuurlijk. Jurgen en ik hadden er zoveel hartzeer van dat we even creatief ademloos waren. We twijfelden ook een moment oprecht of we nog wel door zouden gaan. Want we voelden: het is dit of niks.

Aangezien we ‘dit’ toch nog altijd beter vonden dan ‘niks’, was de keuze snel gemaakt. En echt waar, ik voelde ook heel snel de positieve mogelijkheden van deze beslissing. We konden dit zien als een amputatie, maar net zo goed al een nieuwe kans, een manier om lezers te bereiken die stonden te wachten om ons boek te ontdekken en daar makkelijker aan toe zouden komen in dit toegankelijker formaat.
Het universum van Mendel is zo rijk en zo waardevol, dat ondervind ik elke keer weer als ik er een lezing over mag geven. En het nieuwe verhaal dat we wilden vertellen, is zo diep en uitnodigend. Dit kon, dit mocht, ook een fijne ervaring worden!

En nu is het boek er dus, en ik ben er zo blij mee. Ja, het is anders dan de vorige twee. Maar dat zijn ons leven en wereld waarin we nu leven ook, in vergelijking met de afgelopen jaren. Mendel is een boek uit het pre-Covid tijdperk. En dat is voorbij. In deze wereld die aanvoelt als een verzameling wankele, smeltende ijsschotsen is het eigenlijk al de grootste kunst om er te stáán, hier en nu. En om daar dankbaar voor te zijn, ook. Mare staat er. Nu.

Die dankbaarheid is er ondanks, of misschien juist omwille van, de weemoed om wat we achtergelaten hebben in die vorige fase ons leven, in de oude wereld waarnaar we nooit meer terug kunnen. In ruil daarvoor kwam meer bewustzijn. Meer verstilling. Meer inzicht. Net zoals we tijdens de lockdowns konden ervaren dat we niet alleen veel misten maar ook veel vónden, is Mare nu een uitnodiging om te ervaren hoeveel schoonheid er ondanks alles is. Bovendien: als je buitenwereld kleiner wordt, wordt je binnenwereld dieper. En in De oceaan van Mare gaan nieuwe, diepere werelden open.

Ik kijk naar ons nieuwe boek, geflankeerd tussen zijn twee voorgangers als een kind tussen haar ouders en ik denk: het is goed zo. Er is zóveel om dankbaar voor te zijn. En ik beeld me in dat Mendel en Wortels net als echte ouders hun kind een duwtje geven en Mare in het oor fluisteren: ga nu maar, die wijde wereld in. Laat je schoonheid zien, en betover zoveel mogelijk mensen. Het doet er niet toe hoe groot je bent. Wie jou openslaat, duikt dieper dan hij ooit had kunnen vermoeden.

3 gedachtes over “Wat kleiner wordt, gaat dieper

  1. Wat fijn dat je dit boek, niettegenstaande de opgelegde beperkingen/ opengelegde mogelijkheden, tóch uitgeeft. Graag bestel ik via deze onconventionele weg een exemplaar ervan, want de vorige twee boeken hebben me aangegrepen!

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s