De laatste vis

Romeinse patriciërswoning, Mérida

Waar oude dingen doodgaan, komt ruimte voor iets nieuws.
In allerlei verschillende vormen blijf ik hem tegenkomen, de uitspraak van een van mijn personages uit De wortels van de wereld, als een mantra in mijn eigen leven. Toen ik het opschreef, dacht ik: wow, waar komt dit vandaan? Het is geen bewust bedachte slimmigheid, het is een oprechte lijn naar de bron waaruit ik tap als ik schrijf en ik heb er zelf vaak ook veel van te leren. Daarom dat dergelijke zinnetjes, in hun oorspronkelijke dan wel in een lichtjes aangepaste vorm, mij achteraf vaak achtervolgen. Om het inzicht erin te hameren, zeg maar. Het is een van de bijwerkingen van dit magische creatieproces die ik voor lief neem.

Ik heb al vaker, totaal onbewust, dingen voorvoeld. Ze dienden zich aan als patronen in mijn eigen leven, soms groter of kleiner, al dan niet ingrijpend. Ik wil er geen straffe uitspraken over doen, ik kan het alleen maar vaststellen. Een paar weken voor de allereerste C*-lockdown voelde ik het bevreemdende verlangen om helemaal in mijn schulp te kruipen en de buitenwereld buiten te sluiten. In de maanden voorafgaand aan de schokkende stappen van het Hooggerechtshof in de VS was ik een persoonlijk gevecht aan het voeren met de klauwen van patriarchale dominantie in mijn leven (het proces waarover ik hier om persoonlijke redenen nauwelijks geschreven heb).

En nu we hier in Europa de heetste zomer ooit beleven – wat door wetenschappers al lang voorspeld werd, en ze voorspellen nog veel erger voor de toekomst, maar dat even terzijde – kan ik het niet helpen: ik keer terug naar mijn boek uit 2020. De wortels van de wereld verscheen op een moment dat niemand zat te wachten op nieuwe boeken, er was geen moed voor een boekvoorstelling, en boekhandels, watertrappelend om de crisis te overleven, kochten het nauwelijks in. Maar het was en is nog steeds, meer dan ooit, het verhaal van deze tijd, de crisis waar we in zitten of waar we eigenlijk nog altijd naartoe evolueren. Wortels draaide om een levensbedreigende ziekte die uitbrak, een kwaal die gevaarlijk was voor plant, dier en mens, en die de serres waarin de werelden bewaard werden dreigde te reduceren tot een woestenij.

Robin in de zieke serres – De Wortels van de Wereld (c) Jurgen Walschot

Nu kijk ik om mij heen, in mijn eigen wilde, groene tuin, en mijn hart bloedt. Onze berken staan er mager bij – ze snakken naar water dat al lang niet meer te vinden is in de oppervlaktelagen van de bodem waarin zij wortelen. De vlier heeft rijpende bessen maar zijn bladeren zijn slappe, verticale vlaggetjes aan takken die beduidend lager hangen dan normaal. De toverhazelaar heeft deels verbrande bladeren. Van een aantal vaste planten die er uitgedroogd bijstaan, heb ik er het raden naar of ze uitgebloeid zijn en genoeg reserves hebben opgeslagen om volgend jaar opnieuw uit te schieten, of dat ze gewoon dood zijn van de hitte.

Zelfs de diepgewortelde krachtpatsers baren mij zorgen. De takken van de eiken zijn voor het derde jaar op rij beladen met eikels omwille van hittestress – als planten vrezen voor hun voortbestaan pompen ze extra energie in het produceren van zoveel mogelijk nakomelingen. Dat is een krachtinspanning die hen op langere termijn duur te staan komt, want als we de voorspellingen mogen geloven is elke zomer die we nu meemaken ‘koeler’ dan degene die nog zullen komen. Het risico dat de bomen zichzelf uitputten, is reëel.

De bermen en graskanten in Vlaanderen zien er nu uit zoals ik mij dat herinner van de zomervakanties in Spanje als kind. Toen was ik na een paar weken van Spaanse warmte oprecht blij om te kunnen terugkeren naar een plek waar alles groener en minder droog was. Die tijd is voorbij, besef ik nu. Hij is echt voorbij. De hitte en de droogte zijn ook gearriveerd in onze streken en ze gaan niet meer weg. Welkom in het nieuwe normaal – hoewel, normaal? Met de ervaring van 45° in de schaduw in Cordoba en de effecten van dat soort hitte nog vers in mijn geheugen, word ik alleen maar somberder.

En het woord ‘normaal’ is bedrieglijk. Het geeft de illusie dat het leven op een of andere manier toch altijd maar gewoon door zal gaan. Maar dat klopt niet. Klimaatverandering gaat gepaard met verwoesting, en niet alleen in Afrika of op de Noordpool. Ook wij zullen dat geweten hebben. We weten het in feite al heel lang. Ik kan me behoorlijk ergeren aan de verbazing waarmee elke nieuwe dramatische stap van dit proces onthaald wordt.

Elk stuwmeer dat we deze zomer zagen, stond dramatisch laag. Zelfs dit in de Picos de Europa, een gebergte waar het koel en regenachtig was.

Ook de berichtgeving erover blijft veel te mak. Een stukje over hoe de hitte inwerkt op ons gemoed. Alsof het over een eenmalig euvel gaat, een tijdelijk hittegolfje. Een bericht over olijfolie die op kan raken omdat Andalusië kampt met watertekort. Andalusië, jawel, waar ik deze zomer was en wat ik weinig meer vond dan een deprimerende verzameling boomgaarden en leeggepompte stuwmeren – een visie die mij door de romantici die daar neergestreken zijn niet altijd in dank werd afgenomen. Maar dit is gewoon hoe het zit: dit is geen eenmalig euvel, onze levensstandaard is niet vol te houden en als het stuwmeer leeg is, is het leeg. De groene boomgaard verdroogt, de wind, de hitte en het woestijnzand nemen het over. Einde sprookje. Wie durft in de spiegel te kijken?

Ja, waar oude dingen doodgaan, komt ruimte voor iets nieuws. Maar niet zonder dat we eerst afscheid moeten nemen. En ja, de natuur is veerkrachtiger dan we denken en kan zich – op termijn – aanpassen aan felle veranderingen. Maar niet zonder dat ze nu eerst kwijnt en doodgaat.

Robin zakt door zijn knieën en huilt. Met trillende vingers aait hij de restjes mos. Hij herinnert ze zich in alle tinten groen, met spikkeltjes wit of diepgeel erin, oplichtend als sterren. Nu liggen de meeste planten slap en verrot op de bodem. Niks licht op. Het mos is bruin en plat.
Niet alleen tijd en afstand zijn te meten in diepte. Ook verdriet.

De wortels van de wereld, p.123

Ik stond in het Spaanse Mérida, in de bakkende zon, bij de indrukwekkende architectuur en de prachtige mozaïeken van de lang vervlogen Romeinse beschaving en al wat ik kon denken was: wat zullen ze over een paar honderd jaar over onze technologische en architecturale verwezenlijkingen zeggen, als ze naar ónze ruïnes kijken?

Romeinse patriciërswoning, Mérida

Ik voel wel een soort keren van het tij. Het besef van de ernst van de situatie groeit wel degelijk. Tegelijk koester ik niet veel hoop. De mensheid in haar geheel is een veel te logge tanker om snel en drastisch te wenden – tenzij het gaat over iets als een eng virus, want dan kan het plots wel, in functie van dat allerheiligste aller heiligen, het mensenleven. Maar ‘het klimaat’ is minder goed omlijnd en minder concreet voor te stellen dan een ziekte die je onderuit haalt. En dus laten we dat toch nog maar even op zijn beloop. Want er is een oorlog uit te vechten, politiek gekissebis te voeren, een grote handelsovereenkomst binnen te halen, een vakantiebestemming te boeken. Je weet wel, al die levensbelangrijke dingen.

Ik ben niet beter dan een ander, ik was deze zomer ook duizenden kilometers van huis. Maar de ironie daarvan ontging mij niet. En hoe mooi de reis die ik maakte ook was, ik heb een aantal keer gedacht dat ik de wereld een groter plezier had gedaan door thuis te blijven.

Romeinse mozaïek, Mérida

“Only when the last tree has been cut down, the last fish been caught, and the last stream poisoned, will we realize we cannot eat money.”
Het is intussen een heel bekende uitspraak en hij blijft binnenkomen (al is hij van recentere datum dan we soms denken). Ik las hem voor het eerst als adolescent en ik snapte de ernst ervan toen al. En we zijn nog altijd bezig met ontbossen, zeeën leegvissen en gif lozen, aan een veel hoger tempo zelfs dan dertig jaar geleden.

De natuur serveert het ons terug. Komende week wordt de warmste van het jaar in België. Het enige wat ons gezegd wordt, is: ‘Wees voorzichtig. Drink water. Bezoek oude mensen.’ Ik zou willen lachen als het niet zo triestig was.

Geniet van de hete zomer. Volgende jaar zullen we waarschijnlijk zeggen dat deze nog meeviel. Maar laten we dat nog maar even niet uitspreken. Het is een beetje te confronterend.

Romeinse mozaïek, Mérida

5 gedachtes over “De laatste vis

  1. Mag ik zeggen dat ik steeds vaker steeds dankbaarder ben dat we wonen waar we nu wonen – en dat we niet meer reizen. Dat we ons ruim twee jaar geleden, toen de c*-crisis begon, als vanzelf konden terugtrekken op onze vierkante meters hier. Dat het hier max 26 graden is geweest, maar altijd met een frisse wind van zee. Het confronteert hier niet zo. Want ook ik (ook wij) ben me natuurlijk bewust van de richting waarin die logge tanker koerst, en wij proberen druppeltjes op de gloeiende plaat te zijn. Maar de confrontatie is soms verstikkend, en die hoef ik hier dus niet (NOG niet) elke dag aan te gaan… ik zou er aan onderdoor gaan…

    Geliked door 2 people

  2. Direct uit de bron komen je schrijfsels als ik het goed begreep…
    Ik herken dat, het komt bij mij ook door ‘een open venster’ binnen maar het is altijd op mijn eigen niveau, ik snap wat ik op-schrijf en ben het er mee eens… Het komt bijna als een bevestiging van mijn gedachten / ideeën / gevoelens / spiritualiteit … vaak in de vorm van poésie, met een ‘drang’ het aan anderen voor te lezen / aan anderen te laten lezen … Dat kan ik af en toe doen in groepjes, op ‘open scenes’ en onder vrienden . Om het uit te laten geven is me te duur, ik ben van plan er ooit zelf ‘ringbanden’ van te maken Ik lees hier nog verder , da’s zeker ! Zuidelijke groet.

    Geliked door 1 persoon

    1. Hallo Hanny, dank voor je warme reactie!
      Schrijven is voor mij een proces met heel veel kanten en facetten, van heel persoonlijk (dagboek) naar heel naar buiten gericht (post op sociale media) en alles daar tussenin. Mijn artistiek werk bevindt zich altijd op het snijvlak tussen mijn eigen stem en iets hogers/diepers/wijzers waarmee ik samenwerk, verbonden ben… Dat zal in de toekomst alleen nog maar meer op de voorgrond treden, vermoed ik. Soms verrassen de woorden mij, maar minstens even vaak is het zoals jij schrijft: ik (her)ken ze. Het voelt in heel veel opzichten als een samenwerking en in de loop van de jaren is het steeds minder een proces van ‘willen’ geworden en steeds meer een proces van overgave aan en vertrouwen op het proces zelf.
      Uitgeven in eigen beheer is inderdaad niet evident, om verschillende redenen waarvan geld er zeker één is. Ik ben dus blij dat mijn verhalen en fictiewerk alvast onder dak zijn bij een uitgever. Voor het spirituele non-fictie boek (‘Bezield Leven’) dat ik aan het schrijven ben, heb ik er voorlopig nog geen maar ik hoop dat dat op termijn ook vlot zijn weg zal vinden…
      Hartelijke groet!

      Geliked door 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s