ZAAILING #103 – Zichtbaar

Als de schemering intreedt, trekt hij zijn wandelschoenen aan en verlaat zijn hol, net als de nachtdieren. De ondergaande zon buigt richting einder en hij volgt haar, in de vage hoop dat ze hem over de streep kan trekken die hemel en heuvelglooiing scheidt.

Is dat waarom mensen een hond nemen, als excuus voor dit soort wandelingen? Hij heeft alleen een onrust die ontwaakt met het tanen van het licht, een verlangen naar beweging zonder doel. Het is geen vlucht want er is niets om van weg te lopen, maar vrijheid heeft veel namen.

Eerst nog omhoog langs het vermoeide en veel te bekende trottoir, dan de straat over en de smalle gang tussen muur en kreupelhout in, richting veld.
Samen met de geur van vochtig avondgroen kruipt het duister tevoorschijn uit wat eerst nog gewoon schaduw was. Het ontwaardt kleuren tot grauw en knaagt zachtjes aan de randen van gevels, betonplaten en planten. In het donker versmelten alle vormen met elkaar. Contouren worden zachter, substantie wordt minder solide. Vormen en voorwerpen die overdag heldere lijnen hebben, lijken nu alleen nog maar in verbeelding te bestaan, of in tast.

Een laaghangende twijg die zijn jas vastgrijpt, een losliggende kei die wegrolt onder zijn voet. Het zijn onverwachte ontmoetingen met een wereld die hij niet langer kan waarnemen. Een nachtdier wordt hij, een wezen van geur en geluid en voelsprieten.

(c) Jurgen Walschot

Het duister vlakt de oneffenheid van wegel en wegkant uit. Hoe donkerder het wordt, hoe makkelijker hij loopt. Wie zelf veel ziet, is zich overdag onophoudelijk bewust van de ogen van de wereld. Die mogen nu ook even thuisblijven. Onzichtbaar zijn in het hier en nu, mechanisch de ene voet voor de andere, helpt de tijd uitzetten. Zelfs zijn gedachten vallen stil. Een geest is hij, een geruisloze verschijning die je misschien vluchtig opmerkt in je ooghoek maar waarvan je meteen denkt dat je je haar verbeeld hebt, als de vossen die soms opduiken in het centrum van de stad, wild en niet te kooien, een kortstondige aanwezigheid die eraan herinnert dat er dingen zijn die taaiere wortels hebben dan beton.

Hij bereikt het open veld. Een jagerspad trekt er dwars doorheen en hij vindt het op gewoonte. Wie lang genoeg door hetzelfde landschap wandelt, gaat het lezen als een verhaal in hoofdstukken. Van achter die struik kwam bij valavond ooit die haas. Boven die kromming in het veld onderbrak de torenvalk op een zomermiddag zijn gebed en stortte zich op een onfortuinlijke muis. Zijn weg is niet alleen een wandeling, bij dag of nacht, het is ook een boek van verbondenheid met het landschap, waaraan met elk tochtje een extra pagina wordt toegevoegd. Op sommige bladzijden staat het geluid van regen in veel te volle plassen, het kraken van takken in de wind. Op andere ligt de ondoordringbare stilte van mist. Het is een verhaal van ontmoetingen, ook met zichzelf.

(c) Jurgen Walschot

Aan de overkant van het veld gaat hij een bosje in. Hij is nooit ver van de bewoonde wereld, het licht van verre straatlantaarns schemert ook hier op sommige plaatsen door de takken heen. Maar toch voelt het wilder. Er ritselt iets in de ondergroei, een late merel schiet als een horizontaal afgevuurd projectiel over het pad en duikt een struik in. Vanuit een nest ergens in een boomtop kwettert een ekster een zacht goedenacht.

Hier is hij zich veel beter bewust van hoeveel hij niet kan zien. Net als een kind dat de handen voor de ogen slaat, betekent zijn eigen blindheid niet dat hij onopgemerkt passeert in een wereld waar nu de wezens wakker worden voor wie het duister geen sluier vormt.

De fotograaf in hem ontwaakt. Hij tast naar zijn camera.

Stop je ooit echt met kijken, zelfs in het duister? Alles in het vizier hebben betekent veilig zijn, de gevaren zien komen voor ze jou hebben opgemerkt. Opmerkzaamheid staat je toe om net op tijd in de berm te duiken als aankomend verkeer voorbij raast, of om je op het precies juiste moment achteloos naar een etalage te wenden, zodat de bekende voorbij loopt zonder dat je gedwongen wordt tot het gesprek dat je niet kunt opbrengen.

Zo is ook de camera een schild van onbereikbaarheid, een vizier waardoor de schutter naar de wereld kan kijken zonder eraan mee te hoeven doen.

Hier in het duister geldt die vorm van beschutting niet. Hij is veel zichtbaarder voor al het nachtleven om hem heen dan hij ooit is op klaarlichte dag. En om een fractie te kunnen delen in wat zij zien, heeft als verlengstuk van zijn eigen blik een kunstmatig oog nodig.

Was dat een geruisloze gevleugelde die weg scheerde tussen de bomen? Uilen zijn ook geesten, van de meest betoverende en ongrijpbare soort. Hij is geen uil maar hij kan stil zijn, en geduldig.

Paaltje. Lichtgevoelige lens, sluitertijd van ettelijke seconden. En daar springt het beeld tevoorschijn op de display, in onwaarschijnlijke kleuren en diepte, met reliëf en nuances die op hetzelfde moment, de blik een paar graden opzij, totaal onzichtbaar zijn. Uit een zwart plat vlak openbaart zich een driedimensionale wereld.

Het oog van zijn camera maakt de nachtwereld zichtbaar maar daarom niet beter herkenbaar. Het gras in vuur en vlam, de giftig groene restanten van strooilicht of straatlantaarn, ze tonen hem de mensenwereld met het buitenaardse aura dat doorgaans alleen dieren waarnemen. Het zijn kleuren waarin hij niet kan wonen, toch niet voor langere tijd of uit vrije wil.

Maar zij zijn de wereld, hier en nu. Wat doe je, als je kompas plots wijst naar het onbekende? Duik je erin, geef je je over? Of schrik je terug, klap je de display dicht, steek je je handen in je zakken en baan je je met opgetrokken schouders zo snel mogelijk een weg terug naar de vertrouwde wereld van lamplicht en asfalt?

De wandelaar doet geen van beide. Hij blijft staan midden op het pad, de ogen gericht op het duister, de oren gespitst, zijn huid een membraan binnen bereik van de nachtwind. Hij laat het allemaal toe, zichzelf en zijn onbehagen net zo goed als de wriemelende, wroetende wereld om hem heen, zichtbaar en onzichtbaar. Hij ademt diep in en hoort het ruisen van de boomkruinen. Hier leven wezens. Hier slaapt het kreupelhout. Morgenochtend, bij daglicht, zal dit moment verdwenen zijn. Maar nu is het alles wat er is. En hij maakt er deel van uit.

Hij laat het duren zolang hij kan, zolang hij durft.

(c) Jurgen Walschot

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief.jpg

Een gedachte over “ZAAILING #103 – Zichtbaar

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s