Doe verdomme iets

In de reeks onevenaarbare openingszinnen: Why is the measure of love loss?
(Jeanette Winterson, Written on the body, 1992)

Ik maakte kennis met die zin (en het hele boek dat erop volgde) in 1996, toen ik nog te jong en te naïef was om alles wat er tussen de lijnen lag, als de lichamen tussen lakens of de wanhopige intimiteit waarnaar we snakken, ten volle te begrijpen. Maar ik ben ze nooit meer vergeten. En de laatste jaren krijg ik ze niet meer uit mijn hoofd.

Moet het echt zo ver komen? Moeten we alles wat goed is aan dit ongelooflijk bevoorrechte leven op aarde zien verkruimelen tussen onze vingers, zien wegspoelen in freak storms, hittegolven, ongeziene droogtes, stijgende zeespiegels, verlies van dieren en planten over de hele planeet, voor we door hebben dat dit ernst is?

(c) Don’t look up

“We really did have everything, didn’t we? I mean, if you think about it?”
Dat is er eentje voor het lijstje onevenaarbare laatste zinnen.

Ja, ik heb Don’t look up dus ook gezien, intussen. En ik raad iedereen aan om hem te bekijken. Zo aan te klikken voor Netflix-abonnees, en voor de rest: piratenwebsites genoeg. Ga hem maar downloaden.

Ik heb niet zitten huilen in een tv-interview, zoals The Guardian-columnist George Monbiot. Ik heb niet de deprimerende herkenning gevoeld van zoveel klimaatwetenschappers voor wie deze prent pijnlijke realiteit is omdat ze niet meer weten hoe ze de waarheid moeten brengen aan een publiek en een politiek establishment dat maar niet wil luisteren. Ik dacht gewoon: eindelijk. Eindelijk een film die ons een ijskoude, realistische spiegel voorhoudt.
Wat mij het meest verbaast, is dat we dit een satire blijven noemen.

Een onderwerp dat ik in deze blog al een of twee keer heb aangesneden, is de oefening van het imaginaire doktersbezoek. In andere woorden: stel je voor dat je nog een jaar te leven hebt. Als dat zo is, wat zou je dan nog doen? Waar hunkeren je hart en ziel naar maar wat heb je altijd uitgesteld naar een vaag en veilig ‘later’, in de veronderstelling dat dat er wel zou zijn? Wat als dat er níet is? Waar zouden je laatste krachten naartoe gaan? En wat zou je onmiddellijk overboord gooien, wegens totaal niet belangrijk? Als je eerlijk bent? Als je écht nog maar een jaar had?

Ieder van ons heeft persoonlijke dromen, een hoogst individuele invulling van wat het betekent om hier een beperkt aantal jaren in mensenvorm te mogen rondlopen. Die dromen kunnen extreem verschillen, en dat mag best. Maar wat eronder ligt, is altijd dezelfde behoefte: dat het op een of andere manier zinvol is geweest. Dat we een uitingsvorm hebben gevonden voor wat ons beroert, met hart en ziel.
Wie beweert daar niet in te geloven, spendeert zijn dagen met het zoeken naar alle mogelijke vormen van kortstondige bevrediging en verdoving van angst. Laten we dat drugs noemen. Ik wil het niet veroordelen, maar we hoeven het ook niet mooier te maken dan het is.

(c) Don’t look up

Terug naar de klimatologische chaos die op ons afkomt. Ik kan me niet voorstellen dat we het einde van een leefbare planeet voor de mens echt in de ogen kijken en dan zeggen: ik wil nog gaan shoppen bij Primark. Of: ik wil absoluut nog wat bestellen bij Zalando. Want die ene jurk in de solden… Zolang dat het discours is, hebben we het niet begrepen.

Toen de bankencrisis in 2008 op ontploffen stond, belden brokers in Londen in paniek naar hun vrouw om naar de supermarkt te gaan en noodvoorraden in te slaan. Zij voorzagen (niet onterecht) een scenario waarbij de wereldhandel tot stilstand kwam (bron: Dit kan niet waar zijn, Joris Luyendijk, 2015). Toen kwam de internationale politiek bliksemsnel in actie, en wellicht maar goed ook. We kochten de banken uit, met miljarden overheidsgeld – ons burgergeld, dus. Want dat was het ‘waard’. Maar als het over het klimaat gaat, de ecologische omstandigheden die het menselijk leven op aarde überhaupt mogelijk maken en een crisis die alle andere moeiteloos overklast in ernst en grootte, doen we alsof er niets aan de hand is. We blijven geloven dat gezond drinkwater, eetbaar voedsel en lucht om in te ademen zomaar uit hemel komen vallen. Of we geloven in de krachten van de vrije markt, wat nog veel problematischer is.

Dit is het moment waarop een levendige schrijversverbeelding een last wordt: ik kan me véél te goed de chaos voorstellen waar we naartoe evolueren. Ik ben er oprecht bang voor. Ik zou iedereen aan de mouw willen trekken en roepen: Begrijp het nu toch! Maar ik hou mezelf tegen, want ik ben bang om precies als Kate Dibiasky weggezet te worden als hysterisch en overdrijvend en daardoor jammer genoeg ook ongeloofwaardig. Maar de waarheid die op ons allen afkomt, trekt zich niets aan van mediatraining. En ze is bijzonder onaangenaam. (En dat is er eentje voor het lijstje onevenaarbare understatements.)

(c) Don’t look up

De ontbijttafel is in ons gezin vaak de plaats waar maatschappelijke discussies worden gevoerd. Als in: mijn echtgenoot, veel wakkerder dan ik op dat vroege moment in de ochtend, poneert een analyse van de dynamieken in de samenleving en vervolgens maakt hij punt na punt waar ik niets tegen in te brengen heb, dat laatste vooral omdat we het eigenlijk volmondig eens zijn. Alleen is dat vaak een beetje veel voor een (in casu: mijn) nuchtere maag. Ik wil de dag liever niet al te gedeprimeerd starten, want dan krijg ik in de uren die volgen niet zo veel constructiefs meer gedaan.

Dus ik luister – half – en ga dan mijn eigen ding doen. Schrijven, bijvoorbeeld, in een steeds wanhopiger poging om zowel mijn eigen evenwicht te bewaren als inzicht en schoonheid te brengen. Of ik maak beelden, die hopen gevoelens wakker te maken waarvan we ons misschien nog niet echt bewust waren. Maar onder dat alles ruist de onophoudelijke onrust, zachtjes aanzwellend als een voorbode van paniek, van waar we naartoe gaan. En ik bid, ik smeek, ik probeer elke dag opnieuw met alles wat ik doe, een klein verschil te maken in de balans tussen beseffen en niet willen weten, in de strijd tussen blind naar de afgrond racen en vaart minderen om na te denken.

En dan komt er een film als Don’t look up en denk ik: bekijk die misschien maar gewoon. Dan hoef ik het niet meer uit te leggen.
En als je klaar bent met huilen, doe dan verdomme iets. Wakker worden, bijvoorbeeld.

(c) Don’t look up

7 gedachtes over “Doe verdomme iets

  1. Misschien, Kirstin, moet je dit eens als een open brief publiceren in kranten en tijdschriften… en naar politici sturen. En misschien denk je: dat helpt toch niet. En daar kun je gelijk in hebben, maar misschien ook niet… Want de tijd wordt steeds rijper en de geesten dus ook, en misschien zijn er mensen die je stukje lezen en die wél invloed hebben, op heel andere manieren dan wij nu denken, hopen of willen controleren. En op z’n minst, wát de gevolgen daarvan ook zijn, heb JIJ dan alvast jouw onvervangbaar steentje bijgedragen aan dat soort ontwaken.
    Ik ga ’t in elk geval op mijn tijdlijn delen, en in de Roburgroep – tenslotte ga je toch ’n keertje ‘iets’ komen doen in Robur, hé… 🙂

    Geliked door 2 people

  2. De beelden uit de film en jouw woorden spreken boekdelen. Frustratie en wanhoop. We hebben al geprobeerd de film via de piraten te vinden, maar tot nu toe: geen resultaat. Maar: ik denk dat wij de boodschap ook al wel langer begrijpen, en wij op onze manier door onze manier van leven proberen hetzelfde uit te dragen als wat jij op jouw manier doet. Dus of wij de film nog ‘moeten’ zien? Ik huil al bij het lezen van jouw woorden… Wil ik nóg wanhopiger worden?
    Blijf vooral dat verschil maken wat je al maakt, voor veel mensen, door te blijven doen wat je doet, te blijven schrijven zoals bovenstaande. Ik hoor je!
    NB: je alinea over de ontbijttafel is zeer herkenbaar… 😉

    Geliked door 2 people

    1. Inderdaad, lieve Anuscka, ik hoefde hem zelf ook niet meer te zien om het te weten. Maar dat een prent als deze helpt om ons extra strijdbaar te maken, dat is toch ook al mooi. Tussen alle zorgen door…
      Dankjewel voor al je steun en hartelijke woorden, zo vaak! ❤️

      Geliked door 2 people

  3. Ik heb je stuk met veel herkenning gelezen. Ik ben ook bang, echt bang. Vooral voor iedereen die na mij gaat komen, en er veel meer van zal meemaken dan ik.
    Misschien is er ook nog een grote derde groep, de groep die er op vertrouwt dat de techniek de problemen op zal lossen, zodat zij hun luxe leventje ongestoord kunnen voortzetten.
    Ik ben vooral bang dat, lang voordat een stijgende zeespiegel een probleem wordt, een tekort aan voedsel en schoon water een probleem zullen worden. Dat vooral daardoor, de ongelijkheid in de wereld zal leiden tot grote volksverhuizingen. Waarom zou je in een land blijven wonen waar niets meer is, als onverdiend bevoordeelde mensen gewoon door blijven gaan met verspillen van voedsel en water, omdat ze meer dan genoeg hebben? En waartoe is dan de westerse mens bereid, als er grote, echt grote groepen mensen op zijn veilig, mooi aangelegde landen afkomen?
    We moeten dus blijven proberen om mensen te doordringen van de ernst, van de urgentie.
    Jouw blog is daar een heel belangrijke bijdrage aan.

    Geliked door 1 persoon

    1. Dankjewel!
      En ja, ik wil me niet te hard focussen op hoe de horrorscenario’s er zullen gaan uitzien, omdat mijn verbeelding dan echt een werktuig wordt waaraan ik mezelf kwets, maar je hebt ongetwijfeld gelijk. Dank om te blijven steunen!

      Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s