Wat we willen

(c) Inaya photography

Als het even kan, vermijd ik het centrum van drukke steden, en al helemaal in feest- of koopjestijd. Maar gisteren was ik op vraag van familie die een museumbezoek georganiseerd hadden in het centrum van Antwerpen en het was de hel. Gisteren, als in: de dag dat de politie hele stromen wagens naar de P&R’s buiten de stad moest escorteren omdat het centrum overspoeld werd door drommen mensen (waaronder buitenproportioneel veel Nederlanders) die nog snel een kerstcadeautje ‘moesten’ kopen of nog eens gezellig op restaurant ‘wilden’.

Er was niets gezelligs aan. Stampvolle café’s, uitpuilende terrassen, lange wachtrijen aan eetkraampjes, een door elkaar krioelende menigte beladen met tassen en pakjes… Er liep meer volk op de Meir dan tijdens een betoging en ik voelde me terechtgekomen in een schilderij van Bosch.

Ik onderscheidde twee soorten volk: degenen die met iets verbetens en doelgerichts de winkels op hun mentale lijstje afstreepten alsof ze werkelijk iets belangrijks aan het doen waren, en degenen die dit soort drukte gewoon doldwaas plezant vonden en er verder niet bij stilstonden.
Nou ja, misschien waren er drie soorten – ik kan onmogelijk de enige geweest zijn die daar eigenlijk helemaal niet wilde zijn en die bij het zicht van zoveel massahysterie alleen maar kon concluderen dat de wereld volslagen gek geworden was – als ze dat eigenlijk niet al lang was. Net zoals bij veel andere dingen zet C* ook hier een keiharde spot op hoe ontspoord onze samenleving eigenlijk is. Maar met de gesloten cultuursector en alle andere brandhaarden in het achterhoofd waren de overvolle winkelstraten en de uitpuilende terrassen op meer dan een vlak wel bijzonder confronterend en pijnlijk.

(Niks tegen onze noorderburen in deze, trouwens. Ja, ik heb gisteren lopen knarsetanden bij het horen van het zoveelste Nederlandse accent, maar toen eerder België in lockdown ging en de grenzen nog open waren, waren het Vlamingen die grensstadjes als Sluis onder de voet liepen. Menselijke blindheid van Boschkaliber is een universeel gegeven.)

(c) Inaya photography

“We hadden nog kerstcadeautjes nodig en er was geen andere optie”, blokletterde een krant die een stem gaf aan de volkstoeloop. Diepe zucht. Alsof er geen ‘optie’ bestond iets van jezelf cadeau geven zodat het een tweede leven kon krijgen (wat onze familie dit jaar deed), of misschien het feest eens laten draaien om gezelligheid alleen? Er is niemand die een loop tegen zijn slaap had en onder dwang naar die winkelstraat móest. Wie daar was, was daar doorgaans omdat hij of zij dat wilde.

‘Wat wil je drinken?’
‘Ik wil op citytrip naar Berlijn.’
‘We willen een oplossing voor de files.’
‘Hij wil genezen.’
‘We willen met onze organisatie een verschil maken.’

Er is zoveel wat wij willen. We verdrinken er als mens(heid) in.

Mag je dan helemaal niets meer willen? Een volleerde zenmeester of een gelijkaardig verlichte geest zal dat misschien beamen. Maar aangezien de meesten van ons zich nog niet meteen in dat stadium bevinden, zijn er een heleboel dingen die we willen, elke dag, op heel veel terreinen. Soms is dat ook helemaal geen probleem. Maar vaak vliegen we uit de bocht. Zoals in die winkelstraat. Alleen was het daar zo druk dat het meer weg had van schuifelen.

(c) Inaya photography

Twee gedachten om ons op weg te zetten.

De meest essentiële dingen van het leven gebeuren vanzelf en regelen zich buiten onze wil om. Niemand van ons loopt de hele dag rond met de mantra ‘Ik wil inademen. Ik wil uitademen. Ik wil inademen. Ik wil…’ En toch doen we het, de hele tijd. En gelukkig maar. Net zo groeien we, worden we verliefd, gaan we dood, stromen rivieren naar zee, komt de zon op en wentelen we mee met de kosmos. Geen mens die er wat aan te willen heeft.

Te midden van dat magistrale, zichzelf regulerende systeem, leven wij met onze dromen en verlangens. Daar komt vaak wél een heleboel willen aan te pas.

Niemand die gelukkig is, zegt: ‘Morgen wil ik weer eens ongelukkig zijn.’ Veel vormen van willen hebben te maken met een ervaring van tekort. Wat we nu hebben, is om een of andere reden niet voldoende. Het moet anders (of meer) zijn.
Achter een aantal van die redenen kunnen we ons doorgaans wel scharen (ziek zijn en willen genezen, om maar iets te zeggen). Andere redenen komen ons een stuk minder verdedigbaar over (Dirk Duffeling die van zijn ouders 39 cadeautjes eist voor zijn verjaardag). Maar onvermijdelijk gebeurt het ook dat wat de ene wel oké vindt helemaal niet aanvaardbaar is voor iemand anders.

Hoe kunnen we dan voor onszelf een moreel kompas proberen te vinden in deze oneindige soep van verlangens, grillen, oprechte behoeften en vormen van willen?

(c) Inaya photography

Wat mij betreft, is er een enorm verschil tussen ‘willen’ en ‘meebewegen met de stroom van de dingen’. In die stroom van de dingen zit ook de blauwdruk van onze essentie, onze diepste aard, onze ziel (kies maar welk woord je aanspreekt). Het is datgene wat ons verbindt met de plant die groeit en bloeit en vrucht geeft, met de woelmuis die haar jonkies ter wereld brengt, met de vulkaan die uitbarst: we willen op deze aarde doen waarvoor we gemaakt zijn, volgens onze aard, met onze talenten, in lijn met ons diepste wezen. In feite is dat helemaal geen vorm van willen, dat is een vorm van zijn.

Het verlangen naar die diepe ontplooiing kan zich uiten als een gevoel van verlangen, of een richting die je wil uit gaan. In die zin zou je kunnen zeggen dat een bloem wil bloeien, of dat de tektonische platen op de aardkorst willen bewegen. Het is een kracht in een voor hen volstrekt natuurlijke richting.

Onze samenleving en ons economisch model hebben van ‘willen’ een voortdurende aanwezigheid in ons leven gemaakt, een onstilbare honger naar spullen en activiteiten die ons niet écht voeden, die onze honger naar onszelf alleen maar groter maken en ons tegelijk voorhouden dat die vervulling van het zijn onbereikbaar is. Niets is minder waar.

(c) Inaya photography

Maar wat dan met ‘ik wil kerstcadeautjes kopen voor mijn familie’ of ‘ik wil op citytrip naar Berlijn’? Wanneer is een vorm van willen een diepe vervulling van iets wat écht bij jou past, en wanneer is het opvulsel, schijn?

Als we een béétje bewust zijn en even durven stilstaan bij wat we voelen (en dat is niet hetzelfde als wat we vinden dat zo hoort, wat we denken dat anderen of de samenleving van ons verlangen, wat altijd al zo geweest is), dan kunnen we doorgaans wel het verschil maken.

Anderzijds is er geen standaard lijstje van dingen die altijd oké zijn om te willen en dingen die altijd fout zijn. Veel is afhankelijk van een persoonlijk pad, een levensfase, een diepere behoefte, de omstandigheden. Dus misschien is dat ene commerciële voorwerp voor je dierbaarste familielid alleen maar in een winkel te koop, en voel je dat dat écht is wat je deze winter aan die persoon wil geven. Prima, go for it. Maar je gaat me niet wijsmaken dat dat voor ieder cadeautje geldt. Durf het verschil te voelen, en ernaar te handelen.

Net zo voor grotere dingen: als je voelt dat er iets is in Berlijn wat aan jou trekt, iets wat maar blijft fluisteren en wat niet wil stoppen, iets wat belangrijk voelt op een manier die je nu nog niet kunt vatten, dan is die reis een manier om gehoor te geven aan het verlangen van je ziel. Maar als je de verveling, de melancholie en het gebrek aan zingeving in je leven probeert te verdoven met een tripje Berlijn, en daarna een tripje Parijs of Londen, dan ben je niet dichter bij jezelf gekomen maar juist verder ervan verwijderd.

(c) Inaya photography

Met de bijzonder onzekere toekomst die we in het nieuwe jaar tegemoet gaan, is dit een uitgelezen moment om stil te staan bij wat we willen. Echt willen, het soort willen dat aan ons trekt als het verlangen van een bloem om zich op te richten en te ontluiken. Dat verlangen vind je het niet in een winkelcatalogus of een reclamefolder. Je vindt het ook niet in de oude manier van leven, hoe knus die ook was. Het is niet schreeuwerig en zelden puur prestatiegericht. Maar het gloeit in je hart en in je buik, als een persoonlijke minivulkaan. Het groeit als je diep ademhaalt uit je lijf als een paar vleugels. Wie ben jij? Wie was je eigenlijk altijd al, diep vanbinnen, en wil je nu echt zijn?

Dat verlangen benoemen, en onszelf toestaan om de vele vormen te dromen en te bedenken waarin we stappen kunnen zetten die ons daar naartoe leiden, is een van de grote uitnodigingen van het komende jaar. Het is precies de onzekerheid van de om ons heen verkruimelende wereld die ruimte creëert om ons die vragen in ernst te stellen, om dingen te doorvoelen waar we anders wellicht helemaal niet aan toe waren gekomen.

Er is veel meer mogelijk dan we denken. Het kan op ongelooflijk veel manieren. En ik durf wedden dat die zelden iets te maken zullen hebben met alles waarvan we nu zo vaak nog oprecht denken dat we het willen.

(c) Inaya photography

2 gedachtes over “Wat we willen

  1. Wat erg, op zo’n moment in een grote stad (moeten) zijn… ik krijg het al benauwd alleen van het lezen erover. Rake zin: ‘Net zoals bij veel andere dingen zet C* ook hier een keiharde spot op hoe ontspoord onze samenleving eigenlijk is.’ Soms voel ik me alsof ik in een soort parallelle wereld leef als ik over dit soort ervaringen lees. De ongebreidelde hebzucht van mensen, de verslaving aan verdoving… Dus, ja: wat wil IK? Mezelf worden. Blijven. Zijn. Zoiets…

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s