Tijd om te rouwen

Ik volg een ritueel pad dit jaar, dat zich uitstrekt in de twaalf ‘rooknachten’, de nachten die zich volgens de overlevering buiten de tijd bevinden, omdat ze het verschil overbruggen tussen de omwenteling van de zon en de daar niet helemaal mee overeen komende maancycli binnen één jaar. De wiskunde ervan laat ik aan me voorbij gaan, de symboliek is krachtig. De donkerste dagen van het jaar zijn uitermate geschikt om terug te blikken op wat voorbij was en een deur te openen naar wat de toekomst mag brengen.

(c) Inaya photography

Maar de rooknachten gaan niet alleen over het verwelkomen van het nieuwe, de eerste helft ervan is gefocust op waardig afronden van het oude. Daarin wordt het afgelopen jaar bedankt, voor álles, de geschenken zowel als de minder prettige ervaringen. Je kunt de toekomst niet in als je onverwerkte brokken uit het verleden achter je aan blijft slepen als stenen aan een touw.

Gisteravond herlas ik al mijn dagboeknotities van het afgelopen jaar. Wat een intense innerlijke trip is dat geweest! Zoveel innerlijke groei, zoveel uiterlijke turbulentie, zoveel kansen, uitdagingen, obstakels, geschenken. Ik kan alleen maar dankbaar zijn over hoe ik mijn pad loop, zelfs als de wereld bij momenten in brand lijkt te staan.

(Inaya photography)

Is het omdat ik op dit moment gefocust ben op het afronden van het oude dat het mij zo hard opvalt hoe krampachtig we in de samenleving precies dat oude proberen te handhaven? We zitten intussen aan bijna twee volle jaren C* en C*-maatregelen, maar het enige wat er gebeurt, is branden blussen op de korte termijn, in de hoop dat we ooit terug zullen kunnen naar wat we als vanzelfsprekend beschouwden, naar de wereld die we kenden. We kijken niet kritisch, laat staan creatief, vooruit.

We kúnnen helemaal niet meer terug naar de dynamieken en zekerheden van vroeger. Dat is elke dag beter voelbaar dan de vorige. Die wereld is weg. En elke krampachtige poging om hem te bewaren, zorgt voor meer slachtoffers.

(c) Inaya photography

Na twee jaar zou je denken dat er al eens kritisch nagedacht wordt over structurele manieren om onze fossiele maatschappelijke structuren te hervormen zodat ze bestand zijn tegen een zoveelste ziektegolf van een beest dat duidelijk niet meer weggaat en telkens weer van vorm verandert. In plaats daarvan doen we voor de zoveelste keer hetzelfde, namelijk falende structuren een beetje stutten, de schuld op een handjevol tegendraadse critici steken en de concrete last elke keer weer laden op schouders die die al van in het begin nauwelijks konden dragen: de leerkrachten, de ouders, de kinderverzorgsters, het onderbestafte ziekenhuispersoneel, de hongerende artiesten. Intussen mogen vliegtuigen en cruiseschepen rustig een zoveelste variant van het virus de wereld rond voeren, terwijl ze ook nog eens even veel uitstoot produceren als een Vlaamse stad op een jaar.

De perspectieven en de prioriteiten van deze samenleving zijn aardig zoek. Maar eigenlijk is dat niet vreemd. Ook dat hoort bij de oude manier van denken, de oude structuren, de oude manier waarop we altijd dachten boven de natuur te staan en haar te kunnen veroveren of op zijn minst bedwingen. Kop in kas, even doorzetten, de broeksriem en offers enzovoort, waarna de neokapitalistische koe nog een paar jaar langer de kaalgevreten en overstroomde akker mag begrazen. Dat die akkers bezaaid liggen met geknakte mensen, is bijzaak.

(c) Inaya photography

Wat nu komt, zal onherroepelijk anders zijn. We zullen keuzes moeten beginnen maken. Tussen langer leven of menswaardig leven, bijvoorbeeld. Het zullen geen makkelijke keuzes zijn en ze zullen altijd gepaard gaan met verlies. Daarom is deze zachte, donkere periode ook een moment om te rouwen. Rouw hoort bij afronding, bij afscheid. Want hoe graag we dat ook zouden willen, we kunnen het verleden niet meenemen, de toekomst in. We kunnen het wel koesteren, er bij momenten naar terug verlangen, als naar een Eden waarvan de poorten nu gesloten zijn. Een aantal van onze dromen en denkbeelden blijven daar achter.

Wat we wellicht het meest gaan missen, als we dat al niet lang doen, is onze zorgeloosheid. Ons blinde vertrouwen in het idee dat de dingen altijd maar beter zullen gaan, dat de mens alles kan oplossen, dat we nergens écht rekening mee hoeven te houden. Ons Eden heette Vanzelfsprekendheid.

(c) Inaya photography

Niets is nog vanzelfsprekend. Scholing, zorg, levensverwachting, welvaart, mensenrechten, sociaal weefsel, internationale reizen, cultuur, commercie, alles wat we ooit gewoon vonden en de manieren waarop we het als vanzelfsprekend organiseerden, moeten we tegen het licht beginnen houden en in vraag durven stellen. En de keuzes van wat we met ons meenemen de uitdagende toekomst in, zullen bepalen hoe ons leven er zal gaan uitzien.

Op dit moment, handelend vanuit angst en de macht der gewoonte, kiest onze samenleving ervoor om menselijke warmte, zorg, verbondenheid en spontaniteit achter te laten in het verleden, ten voordele van een toxisch economisch systeem en de illusie van controle over leven en dood. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat het duister ons de ogen opent en dat we ándere keuzes beginnen maken, zodat de dingen waarop we over een paar jaar met weemoed terugkijken als we denken aan het verleden niet degene zijn die het leven in de eerste plaats de moeite waard maakten.

(c) Inaya photography

3 gedachtes over “Tijd om te rouwen

  1. Perfect weergegeven, Kirstin!
    En de term ‘rooknachten’ is nieuw voor mij, ik kende ze alleen als de twaalf donkere nachten…
    Weet dat jij dat sprituele pad niet alleen loopt voor jezelf maar voor de hele wereld (maar dat weet je natuurlijk), waarvoor dank! ❤

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s