Een leefbare toekomst

Ik heb een zoon van twaalf.

Hij heeft een zorgeloze kindertijd gehad zoals je die in de beste gevallen van het afgelopen decennium in het Westen kon hebben: een gezin met twee betrokken ouders waarin liefde, persoonlijke ruimte, goede zorgen, emotionele intelligentie, gezond eten, een groene omgeving, familiebanden, een fijne school, vriendjes, speelgoed, verhaaltjes, schoonheid, natuur, creativiteit, snoep ­čśë en alle andere geneugten van het leven met regelmaat op het programma stonden.

Intussen leeft hij, net als wij allemaal, al anderhalf jaar met het spook van het C*-virus.

Ik wil niet dramatiseren. Mijn zoon is niet bang. Hoogstwaarschijnlijk omdat wij, zijn ouders, dat ook niet zijn. De situatie in de samenleving is regelmatig onderwerp van gesprek bij ons aan tafel, ook met hem erbij. Wij zijn oprecht tegen hem – en we zeggen er ook eerlijk bij dat wat we vertellen ons standpunt is, maar dat een heleboel andere mensen er ook heel anders over denken. Het geheel daarvan levert het weefsel op van de samenleving waarin we allemaal samen bewegen. Het levert ook veel stof tot nadenken.

Ons kind leert van ons hoe hij zich in de wereld kan bewegen, zoals hij dat elke dag van zijn leven heeft gedaan. Hij heeft ons al een paar keer verrast met heldere, doordachte uitspraken. Daar ben ik diep vanbinnen heel blij om. En vervolgens gaat hij zijn eigen gang, zoals het een creatieve, slimme en vreselijk chaotische puber betaamt. Van de grijze haren die wij als ouders van zo’n schattig en hopeloos specimen krijgen, ligt hij niet wakker. En maar goed ook, want dat is als het erop aankomt ons probleem. Hij zweeft door de dagen, in de verwachting dat er altijd nog een herkansing is voor zijn slordigheid, een liefdevol vangnet voor de uit het oog verloren toets, een spons over de regenboog aan hormonale perikelen, een extra dessert.

Meestal zijn die er ook.

(c) Inaya photography

En toch. Hij moet inleveren op zijn zorgeloosheid, zijn onschuld, op het beeld dat wij hem boden van de wereld als een plek waarin hij zich naar hartenlust kon ontplooien. Ook al ligt hij voorlopig ’s nachts nog niet wakker van wat er allemaal om hem heen gebeurt, hij is net zo min als wij vrij van de druk die ons omringt in de samenleving. Afstandsonderwijs is geen nieuwe maatregel voor hem. Mondmaskers, leerde hij al snel, zijn ook handig tijdens het fietsen op koude dagen, ze houden je even warm als een sjaal.

Mijn kind is een bevoorrecht kind. Ik besef dat. Hij heeft geen noemenswaardige problemen op school en hij zit goed in zijn vel. Ik koester zijn flexibiliteit en tegelijk houd ik mijn hart vast.

Ik heb het het afgelopen anderhalf jaar vaak gedacht: als dit maar niet te veel sporen nalaat.

Zorgeloos bezoek aan het Gravensteen met zijn beste vriendje, een maand voor de eerste lockdown (c) Inaya photography

Maar dan roep ik mezelf tot de orde. We moeten hier niet flauw over doen. Dit zál sporen nalaten. Mijn zoon is op een kwetsbare en zeer gevoelige leeftijd, en wat hij om zich heen ziet, is een wereld die van de ene dag op de andere van gezicht veranderd is. (Of misschien juister: haar gezicht bedekt heeft.) Hij wordt omringd door volwassenen die ofwel panikeren, ofwel waakzaam zijn, ofwel in opstand komen tegen de twee voorgaande. Hij leert en leeft te midden van een discours dat kinderen een schuldgevoel aanpraat omdat zij een ziekte waarvan zij zelf niet ziek worden mogelijk kunnen doorgeven aan oude, zwakke en kwetsbare mensen die dat wel doen.

Weinig mensen stellen luidop de vraag wie hier eigenlijk beschermd moet worden. En als ze het doen, zetten ze zich al op voorhand schrap tegen de tegenkanting waarvan ze weten dat die onvermijdelijk zal komen. Het is de wereld op zijn kop, een zoveelste illustratie van het feit dat we in het rotverwende Westen onze prioriteiten en zegeningen totaal verloren gelegd hebben. Maar daarover heb ik al genoeg geschreven, elders.

Ergens daar tussenin moet mijn kind zien op te groeien.

Ik had het anders gewenst. Natuurlijk. Welke ouder wenst een kind d├ęze toestand toe om zijn plek in de wereld te vinden?

Tegelijk weet ik dat het nog zoveel erger had gekund. Een wereldwijde Ebola-epidemie. Een kernoorlog. De totale ecologische ontwrichting (die er wellicht onvermijdelijk aankomt, maar goed, nu nog heel even niet). Maar los van alle doemscenario’s: hoe langer de C*-toestand duurt, hoe langer de parallellen met de wereldoorlogen mij ook duidelijk worden. Ik begin te begrijpen waarom onze voorouders telkens weer terugverwezen naar wat toen gebeurde, naar die jaren van ontbering en onzekerheid die iedereen die ze niet meegemaakt had eigenlijk niet ten volle kon begrijpen.

De analogie is beslist terecht. Niet omdat we nu ten prooi vallen aan extreem geweld of ontbering, niet omwille van Jodensterren en ander demagogisch beeldgebruik (dat blijf ik zelfs in het beste en meest oprechte geval problematisch vinden), maar omwille van de druk die overal om ons heen aanwezig is. Hij is subtiel maar wel zeer nadrukkelijk, en we weten niet hoe lang hij zal aanhouden. Maar hij maakt een blijvende indruk op al wie ermee moet leven.

(c) Inaya photography

Wij hebben makkelijk praten over WOI en WOII. Wij w├ęten, met het privilige van de terugblik, precies hoe lang die crisissen geduurd hebben. Vier jaartjes doorbijten, hoor ik velen denken. Maar wie middenin zo’n periode zit, heeft die luxe niet. Er is geen enkele garantie. Integendeel, de honderdjarige oorlog, zegt dat iemand nog iets?

Onzekerheid is een groot deel van wat ons op dit moment in zijn greep houdt. En elke vorm van intense druk die langer dan een paar maanden duurt, raakt ingesleten in het weefsel van ieder die erin leeft. Mensen zijn poreus: vlees, klei, zeep of papier: duw hard genoeg en de gemaakte indruk blijft. We harden uit en dragen hem mee voor de rest van onze dagen.

Elke ochtend als ik mijn zoon op zijn fiets zie stappen, hesje aan, fietslicht aan, boekentas met fluo eromheen, fluitend door weer en wind, denk ik: wat word je groot. Wat ben ik trots op je. Tegelijk houd ik ook altijd weer mijn moederhart vast. Omwille van zotte en gehaaste automobilisten in de eerste plaats, maar daaronder liggend knaagt altijd de vraag: wat zal jij meedragen van deze donkere, intense, angstige dagen? Hoe zal jij de rest van je leven tegemoet gaan? Hoe diep zal de angstige indruk van de donkere C*-jaren op jou zijn? En zal jij ooit nog tijden kennen die enigszins kunnen tippen aan de zorgeloosheid waarin wij, jouw ouders, mochten opgroeien?

Ik val niet meer voor het vooruitgangsdenken van alsmaar meer en alsmaar beter dat onze samenleving naar een afgrond stuwt. Ik geloof geen seconde in het sprookje dat de generaties die na ons komen het beter zullen hebben dan wij. Het is een zware last om te dragen, de wetenschap dat wij het zelf zijn, de kinderen van de Gouden Tijd, een onge├źvenaard interbellum van voorspoed en vrede, en dat er aan die zorgeloosheid nu een einde is gekomen. We bereiden onze kinderen niet meer voor op een beter leven dan wij het hadden. We bereiden hen voor op hoe ze kunnen overleven in een kapseizende samenleving onder een op hol geslagen klimaat – een erfenis waarvoor je werkelijk niemand dankbaar kunt zijn, hoe hard de generaties die ons voorgingen zich ook op de borst kloppen van eigendunk en goede bedoelingen.

Ik wil niet wanhopen. Ik weet dat de menselijke veerkracht en creativiteit tot veel in staat zijn, ook in erbarmelijke omstandigheden. En wellicht behoor ik tot de laatste generatie die in relatieve gemoedsrust de rest van haar jaren op deze planeet kan rondmaken. Maar ik kijk naar mijn kind en ik prevel een schietgebedje.

Ik kan hem geen heldere toekomstbeelden voorspiegelen. Ik heb geen idee hoe die eruit zouden moeten zien. Maar ik wens hem uit de grond van mijn hart een leefbare toekomst.

(c) Inaya photography

5 gedachtes over “Een leefbare toekomst

  1. Hoe een moeder in haar zorgende liefde sreeds aan haar kind denkt…zo herkenbaar , prachtige foto’s van Sobran …en natuurlijk verwoordt zodat het je raakt tot in het diepst van je hart !

    Geliked door 1 persoon

  2. Oerkreten uit een moederhart… het raakt zelfs mij diep, mij, die in de bloedlijn geen nakomelingen heeft om zich zorgen over te maken. Ik ‘snap’ het dus niet (met de mind), maar ‘voel’ je woorden des te meer, ergens diep van binnen ÔŁĄ´ŞĆ Ontroerende foto’s ook. Liefs!

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s