De vloek van het vogelperspectief

(c) Inaya photography

Toen ik jong was, had ik een hekel aan lessen geschiedenis die ongeveer als volgt klonken:
‘In (jaar) xxxx werd het land geteisterd door hongersnood. Door een combinatie van de slechte oogsten van de jaren daarvoor en de aanhoudende spanningen tussen adel, clerus en het volk namen de gevoelens van vijandigheid toe. In (jaar) xxxx kwam het tot een bloedige opstand. De opstandelingen, een bondgenootschap van landarbeiders, fabrieksarbeiders en onterfde landadel, lanceerden een offensief waarbij fort x en y werden ingenomen. Ze slaagden erin om op te rukken tot op dertig kilometer van de hoofdstad. Daar werd hun opmars gestuit en leden ze een nederlaag. De opstandelingen werden door het regeringsleger teruggedreven tot z, waar ze na een belegering van twee maanden bloedig verslagen werden. In de nasleep van de opstand kwamen er nieuwe wetten om de levenskwaliteit van de arbeiders te verbeteren.’

Wat ik altijd weer miste in een dergelijk verslag was het individu. Hoe correct ook de weergegeven feiten, ik vond ze taai en koud en zelfs oninteressant omdat ze van op grote hoogte verslag uitbrachten van bewegingen in de samenleving (conflicten, opstanden, oorlogen, wetsveranderingen) die diep hadden ingegrepen in het dagelijks leven van mensen van vlees en bloed, maar daar nooit naar afdaalden.

Het zou veel makkelijker geweest zijn om deze overkoepelende feiten naar waarde te schatten aan de hand van een persoonlijk verhaal, door de ogen van iemand (personage of historisch persoon) die het had meegemaakt. Je kon de impact van sommige gebeurtenissen van wereldformaat pas echt begrijpen, vond ik, als je er middenin zat. Hoe voelt het om een kind te verliezen aan de hongersnood? Hoe voelt het om uitgebuit te worden in een fabriek? De groeiende onrust, vrienden om je heen die je opstoken, één voorval te veel dat de spreekwoordelijke emmer laat overlopen… De opstand, het bemachtigen van wapens, het verzet tegen het regeringsleger, de wanhopige strijd als bleek dat de overmacht te groot was… ik kon het allemaal zoveel helderder vatten als het gebracht werd vanuit het perspectief van een mens die liefhad, vreesde, beslissingen nam en vocht voor zichzelf en voor de mensen die deel uitmaakten van zijn (of haar) persoonlijke verhaal.

Heel vaak was er trouwens niet één hoofdpersonage in zo’n verhaal. Een beetje schrijver voerde een tweede verhaallijn op, doorgaans van iemand uit het andere kamp, die óók problemen had, en net zo goed heel goede redenen om te willen wat hij wou, en te beslissen wat hij deed. En soms was er ook gewoon pech mee gemoeid, omstandigheden die beslissend inhakten op levens. Dat ene woord te veel in de kroeg en het handgemeen dat volgde. Het liefje dat – al dan niet met instemming – gekust werd door een kerel uit het andere kamp. De oude grootmoeder die op de verkeerde plek was op het verkeerde moment.

Hoe kun je nu willen dat we écht begrijpen waarom bepaalde dingen ooit gebeurden, dacht ik, als je ons alleen de droge feiten geeft vanuit vogelperspectief, een boekhoudersverslag, een rationele optelsom van gebeurtenissen, zonder ooit de persoonlijke verhalen dichterbij te brengen?

Het is een van de redenen waarom ik boeken ben gaan schrijven. En het is ook de reden waarom wetenschap mij als een levenspad nooit kon bekoren, hoezeer ik haar corpus van door de eeuwen opgebouwde kennis ook waardeerde. Mijn sterkte ligt in het persoonlijke, het emotionele, het individuele verhaal dat verteld wordt met een eigen stem en waardoorheen iets universeels zichtbaar wordt. Mijn literair werk was lange tijd op dit principe geënt, en hoewel ik intussen veel non-fictie lees, heb ik ook daarin nog altijd een voorliefde voor auteurs die ruimte laten voor de persoonlijke en emotionele ervaring, hoeveel feiten ze intussen ook brengen.

En toch.
Er is en blijft ook altijd dat vogelperspectief. En ik heb er meer voeling mee dan ik als jongere dacht.

Inner gardens (detail) (c) Kirstin Vanlierde

Toen ik me de afgelopen jaren doorheen mijn frustratie en mijn emotionele vermoeidheid probeerde te worstelen over de ongelooflijk kortzichtige aanpak van de C*-crisis (en nog veel dwingender: over de klimaatramp die ons te wachten staat), kwam het leeuwendeel van mijn verzuchtingen telkens weer hierop neer: waarom zijn niet meer mensen in staat om de ruimere context (dus: het vogelperspectief) te zien?

Bijna alles wat ik hoor en lees, zijn verhalen die geschreven, verteld, geschreeuwd worden vanuit de eigen, kleine, persoonlijke focus. En dat is allemaal goed en wel, die verhalen mogen er zijn en ze hebben absoluut bestaansrecht. Ze zijn de werkelijkheid voor wie ze beleeft, daarover is geen discussie mogelijk. Ik hoor ze en ik respecteer ze voor wat ze zijn: de angst voor besmetting, het trauma van verlies, het schuldgevoel van te hebben bijgedragen aan de miserie van iemand anders, het wantrouwen tegenover markt- en machtsmechanismes die ons leven steeds meer bepalen, de frustratie over het beperken van elke vorm van normaal omgaan met elkaar… Maar ze volstaan niet meer. Toch niet als ze ingezet worden in een poging om wereldproblemen te duiden en op te lossen.

We bevinden ons op een punt in de geschiedenis waarin het persoonlijk perspectief meer bestaansrecht heeft verworven dan ooit, én de stem om zich te laten horen. Daarin schuilt schoonheid en kracht. Maar er komt ook een moment waarop zo’n veelheid aan stemmen alleen maar een kakofonie wordt, met name als er geen overkoepelend verhaal meer is dat de dingen bundelt. Dat verhaal is maar mogelijk als er ver genoeg uitgezoomd wordt van het persoonlijke, als we van op grote hoogte kijken naar het geheel van al deze bonte en bij momenten zeer tegenstrijdige perspectieven.

De enige positie van waaruit er oplossingen kunnen worden bedacht voor een probleem van immense omvang en complexiteit, is van op afstand. Dat is iets waarin het persoonlijke perspectief totaal tekortschiet. Het is per definitie te persoonlijk, te beperkt en daardoor fundamenteel kortzichtig. De mier in het grasveld heeft geen idee van de omvang van het veld, laat staan van die van het bos eromheen.

(c) Inaya photography

Ja maar, hoor ik je denken, we zijn toch niet alleen bezig over onszelf en onze (klein)kinderen, over onze achtertuin en ons persoonlijk leven? Als we het hebben over zelfbeschikking over ons lichaam, over uitbuiting door overheid of Big Business, over de gezondheidszorg als instituut in de westerse samenleving, over de economie, het levensonderhoud en de levensverwachting van miljarden mensen, dan hébben we het toch over een veel groter perspectief, namelijk de samenleving?

Ja, dat klopt. En toch is dat geen vogelperspectief. Integendeel, het komt nog altijd amper hoger dan onze navel.

Het is een lastige waarheid om te poneren in een samenleving die al pakweg veertig eeuwen draait om het centrale idee dat de mens de kern van de schepping is, maar het maakt ze niet minder waar: het universum draait niet om ons. Zelfs op aarde draait het niet om ons. Integendeel, wij zijn één zeer recente levensvorm op een kleine planeet te midden van een schier oneindig universum, die er in een fractie van de tijd in geslaagd is om zo succesvol te worden dat we het evenwicht bedreigen van het gehele ecosysteem waarop ons eigen bestaan berust. Dát is de context waarbinnen we de gebeurtenissen moeten beginnen bekijken.

Niet omdat mijn leven, of dat van jou of onze geliefden en kinderen er niet toe doet. Het microniveau van het persoonlijke verhaal bestaat nog altijd, en het is van een diepe, subjectieve schoonheid en tragiek. Maar we worden op dit moment niet alleen geconfronteerd met een crisis van wereldformaat, we hebben intussen als mensheid (collectief) ook de kennis en de middelen voorhanden om dat globale perspectief in acht te nemen. We kunnen het ons niet langer permitteren om alleen het persoonlijke verhaal, of zelfs het samenlevingsverhaal, waarde toe te kennen.

De eerste astronauten die vanuit de ruimte naar de Aarde keken, werden bevangen door een immens gevoel van ontroering dat met recht en reden spiritueel genoemd kan worden. Deze machtige, mooie maar in wezen ook zeer kleine bol is alles wat we hebben. Voor ons allen. We kunnen hem onleefbaar maken, en dan roeien we onszelf waarschijnlijk uit. Of we kunnen hem koesteren.

Durven Kijken Kunnen Zien (c) Kirstin Vanlierde

Dat koesteren, dat is allesbehalve de norm geweest tot nu toe. We hebben de Aarde behandeld zoals een patriarchale tiran een vrouw behandelt die hij beschouwt als zijn eigendom: we hebben haar onderworpen, gebruikt, misbruikt. We hebben onze frustraties op haar uitgewerkt en al onze daden van blinde hebzucht en haat en pijn goedgepraat met het argument dat wij nu eenmaal de heer en meester zijn en dat zij er is om ons ter wille te zijn.

Dat sprookje is nu ten einde. C* is het eerste heldere signaal van de moderne tijd dat we een bijzonder ongelijke strijd tegemoet gaan, en die zal niet in ons voordeel zijn. Al weken heb ik het beeld in mijn hoofd van een of ander Looney Tunes-personage uit een Amerikaanse cartoon op een loopband richting brandend hellevuur, die uit alle macht probeert om tegen de richting van de band in terug te krabbelen, terwijl de snelheid van de band tegelijk wordt opgevoerd door de energie die hij er al lopend in steekt: een combinatie van belachelijk, tragisch en komisch.

Dat zijn wij. Niet jij of ik persoonlijk, maar wij allen, de mensheid, vanuit vogelperspectief, dat gehate en onpersoonlijke vogelperspectief dat in dit geval alleen maar gelijk heeft. We zijn een uit de voegen gebarsten populatie op een planeet die ons niet langer kan dragen, en de klauwen, de angels, de virussen worden ontbloot. De kracht en de richting van de loopband zijn genadeloos. Als we willen dat hij halt houdt, of op zijn minst dat we niet verzwolgen worden door de vlammen, zullen we iets anders moeten doen dan het krampachtige theater dat we nu opvoeren en waarbij onze enige focus uitsluitend het redden van ons eigen hachje is. Het is precies de overdaad aan menselijk leven (menselijke economie, menselijke welvaart, menselijke populatie, menselijke ontginning, menselijke levensduur…) die de huidige shit storm heeft veroorzaakt. Niemand van ons is daar persoonlijk voor verantwoordelijk. Maar allemaal samen zijn we dat wel. En nog meer menselijk overwicht zal de zaken er echt niet beter op maken.

Dat is de koude sterkte van het vogelperspectief. In één zin kun je rustig en zonder emotie weergeven dat er tabula rasa gemaakt zal worden. (De opstandelingen werden door het regeringsleger teruggedreven tot z, waar ze na een belegering van twee maanden bloedig verslagen werden.) De vloek van het vogelperspectief is dat de wanhoop van alle individuele betrokkenen in het verhaal niet gehoord wordt. Maar gehoord of niet, de gebeurtenissen voltrekken zich toch. De kracht van een oceaangolf ten opzichte van plankton, noemde ik het in een blog een jaar geleden, de eerste waarin ik het gevoel had dat ik een aantal puntjes van de stippenpuzzel op een genuanceerde manier had kunnen verbinden. Welja, begin daar maar tegen te vechten.

En dat het verhaal mogelijk toch iets kent wat op een goede afloop lijkt, of een soort stap vooruit voor wie het overleeft (in de nasleep van de opstand kwamen er nieuwe wetten om de levenskwaliteit van de arbeiders te verbeteren), is weinig troost voor wie ten onder gaat in het conflict zelf. Het valt maar te hopen dat er waardig om hen – om ons – gerouwd wordt. Er schuilt weinig glorie in de rol van plankton, voetnoot in de ecologische geschiedenis. Dat geeft niet. Na veertig eeuwen van opgeblazen ego konden we wel een lesje in bescheidenheid gebruiken.

En wat betreft die goede afloop: die zal voor Moeder Aarde zijn. Of de mens daar binnen een paar eeuwen al dan niet nog deel van uitmaakt, hangt geheel af van het feit of we in staat zijn om in recordtempo op te klimmen tot de ijlere luchtlagen van het vogelperspectief. Of niet.

(c) Inaya photography

3 gedachtes over “De vloek van het vogelperspectief

  1. Heel accuraat, jouw metafoor, Kirstin!
    Terwijl ik je las, dacht ik: als we nu eens beginnen te vertragen op die loopband… Daarvoor moeten we een drempel van angst over, want vertragen is heel tegenintuïtief als die band ons dichter bij de afgrond brengt. En toch geloof ik dat dáár het kantelpunt kan liggen. ❤

    Geliked door 1 persoon

  2. Eindelijk even de rust om dit te lezen. Waar ik andere blogs als luchtige koekjes bij de koffie weghap, weet ik dat ik jouw teksten op een ander moment aandacht wil geven. En dan weet ik nooit zo goed wat te zeggen, anders dan wat ik hier vaak schrijf: je woorden zijn zó raak. Om jouw metaforen kan niemand heen. Is dat de reden waarom slechts Marieke en ik (en soms manlief) hier reageren? Lezen er veel mensen mee, maar kunnen ze de waarheid die jij zo vaak schetst niet aan? En zwijgen ze daarom? Prachtig ingezoomd, uitgezoomd, én weer ingezoomd, Kirstin. Ja, daar wordt een mens – ik in ieder geval – soms stil van…

    Geliked door 2 people

    1. Dank je, lieve Anuscka,
      Ik vermoed dat ik niet de meest toegankelijke teksten schrijf, en zeker niet met de meest populaire standpunten. Ook dat is de vloek van het vogelperspectief, voor veel mensen is het heel ver van hun bed.
      Het maakt niet uit. Ik doe wat ik doe, omdat ik voel dat het waardevol is, voor mijzelf en voor al degenen die het nodig hebben, ook al is dat misschien maar een handjevol mensen. De blog delen mag altijd, mijn netwerk reikt maar zo ver, en vanuit een web van verbondenheid bereiken we meer…
      Liefs!

      Geliked door 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s