De hartslag in je buik

(c) Inaya photography

Ik ben twintig jaar oud en ik sta op het terras van het appartementje in Spanje waar ik al jaren de zomers doorbreng. De tranen stromen over mijn wangen, ik heb juist ruzie gehad met mijn gezinsleden. Banale aanleiding, diepe emoties en een overgevoelig meisje met veel te dunne wandjes dat de kamer uit stormt.
Ik hoor hoe iemand de rammelende houten schuifdeur achter me opent en weer sluit. Benjamin komt naast me staan.

Benjamin is een vriend van mijn zus, schaatser, Fransman en astrofysicus. Ik mag hem. Hij is op vakantiebezoek, gaat met ons naar het strand, zwemt, praat, leest een boek, helpt koken en afwassen. Onze voertaal is Engels. Hij is een paar jaar ouder dan ik, afstandelijk maar makkelijk in de omgang, zelfgenoegzaam zonder pedant te worden, intelligent en geestig maar ook altijd gesloten, een mysterie dat die zomer een tijdje bij ons logeert. Toen hij aankwam, had hij de langste haren die ik een man ooit had zien dragen, donkerbruin en sluik tot halverwege zijn rug, bijna Indiaans, maar hij wilde ze korter en hij vertrouwde mij genoeg om ze bij te knippen tot de lengte dat ze nog juist in een staart pasten – de allereerste keer dat ik me aan zoiets waagde, met niet meer dan een keukenschaar.

Ik ben blij dat hij het is die nu naar mij toe komt. Samen voelen we de warme nachtwind en de ruimte om ons heen: de heuvel waarop het huis gebouwd is, de zee in de diepte, de sterrenhemel erboven. Er valt niet veel uit te leggen. Er zijn te veel gevoelens en ik ben het overstromende vat. “Sometimes, this world is just too much for me”, zeg ik.
Hij antwoordt niet, maar ik voel mij begrepen. Of op zijn minst niet veroordeeld. Ik krijg ruimte.

(c) Inaya photography

De wereld die me te veel wordt, het gevoel overspoeld te worden… Ik ken het veel beter dan mij lief is. Het was precies dat wat mij als jong kind liet bevriezen als ik een kaartje kreeg voor de draaimolen met al zijn flikkerende lichten en luide muziek terwijl enthousiaste familieleden van op een afstandje stonden toe te kijken, in de veronderstelling dat ik dit toch wel heel erg leuk zou vinden. Het was wat ervoor zorgde dat ik in paniek bevroor als ik in een voor mij onbekende omgeving op bosklassen ging, datgene wat mij een afkeer bezorgde van jeugdbewegingen en groepsactiviteiten, en tot op heden ook datgene wat mij na een nochtans warm en gezellig familieweekend huiswaarts laat rijden met het gevoel van opluchting dat ik de drukte weer eens overleefd heb zonder helemaal uit mijn evenwicht geslagen te zijn.

Dat gevoel van overload komt ter sprake op een middag met alleen maar vrouwen, tijdens een workshop over grenzen. Ik vertel mijn herinneringen en er wordt instemmend geknikt.
“De ervaring is heel herkenbaar”, zegt Inge, de vrouw die de workshop leidt. “Maar tegenwoordig noemen we dat HSP en ik word daar kregelig van.” Ze kijkt de kring van vrouwen rond en haar ogen glanzen uitdagend. “Een term als hooggevoeligheid degradeert het tot de zoveelste moderne-tijds-aandoening. Wat mij betreft, creëert het een problematisch etiket voor mensen die in feite niet geleerd hebben om van jongs af op een gezonde manier grenzen te stellen aan hun omgeving.”
Het is een straffe uitspraak, maar ik hou van Inges oprechtheid, van de manier waarop ze in haar kracht staat van het topje van haar rode krullenbol tot de tenen van haar blote voeten op de vloer. Ze staat voor wat ze zegt, omdat ze de kracht die ze vanuit haar kern ervaart en belichaamt wil delen en doorgeven aan zoveel mogelijk andere vrouwen. Ze ademt magie, ze leeft en spreekt met een helder hoofd vanuit een wijze buik en een vurig hart.

Persoonlijk leerde ik de term HSP pas kennen toen ik er een handvol jaren geleden voor een reportage een symposium over ging volgen en na een hele dag van lezingen en gesprekken naar buiten liep met het ongemakkelijke gevoel dat ik wel héél veel herkende van wat daar was gezegd. Ik begon een aantal puntjes over mezelf als kind én als volwassene met elkaar te verbinden en kwam tot interessante conclusies. De verstilling van de lockdowns en mijn moeite om het ‘gewone’ leven weer op te pikken, zetten een aantal dingen verder op scherp. Ik zou mezelf dus best wel hooggevoelig willen noemen. Maar wat is dat precies? Ben je intuïtief en gevoelig, of ben je hóóggevoelig? Ik heb het in eerdere blogs al omschreven als iets wat griezelig dicht bij telepathie kan komen. Of ervaar je, zoals Inge stelt, alles wat er vanuit de buitenwereld naar je toe komt gewoon zo scherp en acuut en overweldigend omdat je energetische grenzen zo poreus zijn als een zeef met heel grote gaten? Dan kan zelfs de vriendelijkste en normaalste situatie gaan aanvoelen als een vloedgolf.

(c) Inaya photography

Persoonlijke grenzen aanvoelen is altijd een subtiel proces, en de ene persoon is beslist socialer georiënteerd dat de andere. We krijgen bovendien in deze samenleving niet aangeleerd hoe we onze grenzen kunnen voelen, aangeven of bewaken, en meisjes hebben het op dat vlak historisch nog een paar graden moeilijker dan mannen. Onze moeders en grootmoeders werd ingelepeld dat zij ten dienste moesten staan van anderen, ook ten koste van zichzelf. Zwijgen en verdragen was de norm, net als verkracht worden, gekleineerd worden, verhandeld worden als eigendom, monddood gemaakt worden. Wie al te mondig was, of al te wijs in het lezen en genezen van mensen, eindigde op de brandstapel.

De grootmoederlijn, met al haar schaamte, verdriet en stilzwijgen, is bijzonder krachtig. Ze is tot op vandaag aanwezig in de collectieve psyche van vrouwen. En van de andere kant bombardeert de samenleving ons onophoudelijk met prikkels, druk, doelen, verplichtingen en de onuitgesproken verwachting om ‘het’ te ‘maken’. Je zou van minder overspoeld worden.
Dat is geen verwijt. Het is een constatering. Voor mijzelf was ik op zoek naar manieren om dit proces een halt toe te roepen. Gevoelig zijn is een talent, maar ik ben een gelukkiger mens als ik niet voortdurend krampachtig mijn grenzen in het oog moet houden uit angst dat er weer een vloedgolf van overload dreigt. Maar hoe voorkom je zoiets?


Ik zie de dame die mijn partner is tijdens de workshop over het schemerige grasveld naar mij toe lopen. Ik moet ‘Stop!’ zeggen als ze mijn persoonlijke grens bereikt, het dichtste punt waarop ik mij fysiek en energetisch nog oké voel. Ik weet dat zij de opdracht heeft gekregen om mijn bevel te negeren. Ze zal over mijn grens gaan en ik moet op een of andere manier de kracht vinden om haar tegen te houden en terug te dwingen.
Wat volgt, is een zeer confronterende en ongemakkelijke krachtmeting. Hoe reageer je als iemand je grenzen flagrant negeert? Zet je je schrap? Ga je achteruit? Begin je te huilen? Lach je het weg? Schakel je je gevoel uit en kies je voor gelatenheid, zodat het sneller voorbij is? In de groep zien we elke onbewust gehanteerde coping strategy tevoorschijn komen.

Ik zet me schrap. Zelfs al weet ik wat er gaat gebeuren, toch verrast de vrouw die mijn uitdager speelt mij in eerste instantie: ik kan haar met mijn woorden niet tegenhouden en als ze zowat op mijn tenen staat, wijk ik alsnog terug. Maar vervolgens moet ze al haar lichaamsgewicht in de schaal werpen, na één pas achteruit krijgt ze me niet meer verder. Niet slecht, maar de fysieke krachtmeting is allesbehalve prettig en ik heb als het er op aankomt dus wel eerst ferm over mijn grenzen laten gaan. Mijn natuurlijke benadering van anderen is om rekening met ze te houden. Dat mijn behoeften andersom níet gerespecteerd worden, zelfs niet als ze luidop worden uitgesproken, komt aan.

(c) Inaya photography

“Ik hoorde de kracht van haar woorden wel”, zegt mijn partner als Inge haar om feedback vraagt. “Maar ik geloofde het niet helemaal. En ze bood weerwerk, wat ik uiteindelijk wel respecteerde. Maar als ik een kerel van twee meter was geweest, dat zou ik gewoon over haar heen zijn gewalst.”
Het voorbeeld is treffend en ik kan het appreciëren. Ik heb er op dat moment geen behoefte aan om te vertellen dat dat exact is wat er ooit met mij gebeurd is, en wel precies met dat soort man. De herinnering doet geen pijn meer, ze is al lang verwerkt. Maar ze is eventjes heel levendig aanwezig, daar op het grasveld.

Woorden die een grens aangeven zijn niet genoeg, ook niet als het de juiste woorden zijn. Het is de kracht en de geloofwaardigheid waarmee je ze zegt die ervoor zorgen of ze worden gehoord. En die kracht, leer ik, komt bij een vrouw uit de buik, uit de baarmoeder, uit het diepste ik.
“Het gaat om de energie waarmee je iets zegt”, knikt Sille, mede-lesgever. Op haar eigen bedachtzame manier is ze een minstens even mooie en krachtige vrouw als haar zus Inge en bovendien iemand met wie ik mij spontaan verwant voel. “Ik zou nog ‘pizza’ mogen zeggen, ze zúllen stoppen.” Zoals zij het uitspreekt, geloof ik het. Meer nog: ik voel het.

“Wordt het gewaar als een hartslag”, zegt Inge, met haar trom in de aanslag. Ik begrijp beter dan ooit waarom ik al van jongs af ben aangetrokken tot bastonen en percussie en dan vooral die van de sjamanistische tradities. De klank verbindt mij met de oerkracht in mijn buik. Die kracht als een hartslag naar buiten laten pulseren, is een warm en krachtig ‘ja’ van waar je voor staat, een boodschap aan de wereld wie jij bent en hoe je je plaats hier inneemt. Ze geeft vanzelf je grenzen aan.

We doen de oefening opnieuw. Ik maak contact met mijn buik en spreek vanuit de kracht, de hartslag, die ik daar voel. Mijn partner/tegenstander probeert nog wel even, maar ze houdt veel sneller op en het komt niet meer tot een fysieke confrontatie.
“Nog een stap terug, alsjeblieft.” Ik zeg het niet vriendelijk, merk ik. Maar de kracht is er. En het werkt. Ik word gehoord.

De beslissende stap is de vriendelijkheid, de liefde, toelaten. De warme ‘ja’ die vertrekt vanuit mijn buik is geen stekelig wapen ter bescherming, want de buitenwereld is geen aanvaller – een boodschap die voor mij persoonlijk sterk binnenkomt. Hoe vaak heb ik al niet geprobeerd om de wereld ‘buiten’ te houden door stekels op te zetten, schilden op te trekken, allerlei verdedigingstuig in stelling te brengen? Het werkt in het beste geval maar tijdelijk, want het is een krachtmeting. Vanuit warmte een heldere grens aangeven, brengt een heel andere dialoog met de omgeving tot stand.

(c) Inaya photography

Eigenlijk is dat wat Benjamin die avond op het terras voor mij deed: op een rustige en vanzelfsprekende manier, met een zekere vorm van warmte, ruimte creëren voor mij. Misschien is dat waarom ik plots aan hem moest denken toen ik begon te schrijven. Zijn aanwezigheid in mijn leven was kort. Mijn zus zag hem nu en dan nog wel eens maar mijn belangrijkste indrukken van hem dateren van die ene zomer. Hij was een man waarop ik het niet erg had gevonden om verliefd te worden, maar hij gaf daar geen enkele opening voor. Het maakte niet uit. Iemand die ruimte voor je houdt, is sowieso dierbaar.

De dag na de workshop fiets ik door een smalle straat die voor auto’s eenrichtingsverkeer is, maar niet voor fietsers. De auto’s in dit straatje hebben de neiging om tegenliggende fietsers op het trottoir te dwingen, zo snel rijden ze en zo weinig afstand houden ze. Dit keer niet, denk ik met een glimlach. Ik breng mijn aandacht naar mijn buik en naar de hartslag die daar aanwezig is. Als een Wifi-signaal in golfjes projecteer ik het – liefdevol – naar buiten: dit is mijn ruimte en ik wil voldoende afstand om jou comfortabel te kunnen kruisen.
De ene na de andere wagen vertraagt en wijkt uit om mij te laten passeren.

Je plaats innemen. Je grenzen aangeven. Ik glimlach. Zo doe je dat dus.

(c) Inaya photography

3 gedachtes over “De hartslag in je buik

  1. “Woorden die een grens aangeven zijn niet genoeg, ook niet als het de juiste woorden zijn. Het is de kracht en de geloofwaardigheid waarmee je ze zegt die ervoor zorgen of ze worden gehoord.” En: “De beslissende stap is de vriendelijkheid, de liefde, toelaten. De warme ‘ja’ die vertrekt vanuit mijn buik is geen stekelig wapen ter bescherming, want de buitenwereld is geen aanvaller.” En: “Vanuit warmte een heldere grens aangeven, brengt een heel andere dialoog met de omgeving tot stand.”
    Zo doe je dat dus.
    Ik krijg er tranen van in de ogen.
    Dank je wel, eens te meer, Kirstin, voor het zo helder verwoorden van wat (steeds) meer mensen dan je denkt, ervaren (hebben)! ❤

    Geliked door 1 persoon

  2. Zo doe je dat dus… Wat een prachtige ervaring op de workshop, en de dag daarna. Zo doe je dat dus. Gewoon: in de praktijk brengen. En merken dat het werkt. Dit zou elke vrouw – en ja, waarom ook niet elke man? – op enig moment in haar leven moeten kunnen leren en ervaren. Wat zou er veel grensoverschrijdend gedrag met alle gevolgen van dien voorkomen kunnen worden, als we allemaal dat buikgevoel konden inzetten en eren… (en wat een prachtige trommel!)

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s