Een mooi begin

(c) Inaya photography

‘Over tien jaar ben ik ook 65, hoor’, zei een vriendin een beetje geschrokken toen ik in een gesprek naar aanleiding van mijn vorige blog vlakaf stelde dat we als samenleving eens goed moeten beginnen nadenken over hoe krampachtig we mensen in leven willen houden.
En dan? dacht ik. Het is niet omdat ik tien jaar jonger ben dan jij dat ik morgen niet van de trap kan vallen en dat alles dan niet afgelopen is. Het leven is niet waardevoller omdat het langer duurt. Je weeft de zingeving ervan elke dag opnieuw.

Tot voor een handvol jaren was mijn gezondheid zo wankel dat ik dat telkens weer ondervond. Misschien ook daarom dat ouderdom voor mij aanvoelt als een luxe waar ik niet zomaar van uitga, geen verworven recht waarvan ik vind dat het mij over dertig jaar toekomt, en zeker geen doel om hardnekkig naar te streven. Zolang ik het naar mijn zin heb in dit leven zou ik natuurlijk graag hebben dat het nog even mag voortduren, maar zelfs het feit dat ik nog van alles op mijn lijstje heb staan wat ik zou willen doen, is geen valabel argument om te zeggen dat de samenleving mij op een dag koste wat het kost in leven zou moeten houden.

(c) Inaya photography

We moeten leren leven met de alomtegenwoordigheid van de dood. Het is een punt dat ik op deze pagina al een aantal keer gemaakt heb en het wordt alleen maar belangrijker. Dat voel ik nu wéér, met de recente ontwikkelingen rond het C*-virus en de manier waarop we als samenleving in overdrive gaan. Ik ben (niet?) per toeval juist nu ook The Tibetan Book of Living and Dying aan het lezen, en dat is een verademing. Ik beschouw mezelf niet meteen als een boeddhist maar voor het eerst in lange tijd, voor het eerst tout court misschien, weet ik me in het gezelschap van een stem, een traditie, die precies dát onderschrijft.

Je kunt de waarde en de zin van het leven niet ontdekken en vormgeven, schrijft Sogyal Rinpoche, als je om te beginnen al niet onder ogen durft zien dat dat leven met 100% zekerheid op een dag zal eindigen, én dat die dag hoogstwaarschijnlijk onverwacht zal komen. Die beide feiten krampachtig buiten beeld proberen te houden zorgt in tegendeel voor een tunnelvisie die het leven en alles wat je er aan zinvols van zou kunnen maken uitholt en verpest.

Maar een gespreksonderwerp als de eindigheid van alles en de onvermijdelijkheid van de dood leiden binnen de kortste keren naar een slangenkuil waarin het heel lastig helder dialogeren is. Dan hoeven we het zelfs nog niet eens te hebben over koude dingen als leeftijdsgrenzen en budgetten. Ons menselijk schuldgevoel komt meteen meespelen.

“De reden dat ik je blog niet deel”, schreef een lieve lezer die me bedankte voor wat ik had geschreven, “is omdat ik oudere familie heb die revalideert van kanker. Mijn grootouders zijn over de negentig en in goede gezondheid, maar dat had niet gekund zonder zware medische hulp toen ze rond de 65 waren. Dat maakte jouw blog zo treffend en confronterend. Ik ben zo boos op hoe wij zo hard beperkt worden in alles. Ons leven en zeker dat van jongeren nu is er de dupe van. Want dat leven raast wel voorbij en nooit kunnen we dat nog inhalen. Maar tegelijk ben ik blij dat ik zondag dat familielid kan ophalen om naar het verjaardagsfeestje van een kleinkind te gaan… En daarom kan ik jouw blog niet delen. Want ik zou al diegenen die ik hierboven vernoemd heb, kwetsen. Want zij hebben dat niet gewild. Maar tegelijk besef ik dat er heel veel waarheid zit in wat jij geschreven hebt.”

(c) Inaya photography

Er is sprake van een misverstand als we denken dat ‘willen’ er iets mee te maken heeft. De feiten zijn wat ze zijn – we leven ecologisch én medisch én in levensjaren zwaar boven onze stand – maar dat toegeven en uitspreken staat niet gelijk aan een aanval op concrete individuen omdat ze egoïstisch zouden zijn of dat zo ‘gewild’ hebben. Dat we de ongemakkelijke waarheid die het vogelperspectief ons voorhoudt onmiddellijk betrekken op onze persoonlijke situatie en in sommige gevallen zelfs het geheel ontkennen of verketteren, toont alleen aan hoe diep dit zit, hoe gevoelig het ligt, en hoe hard we ermee worstelen als we erop attent gemaakt worden.

Zeggen dat we als samenleving anders moeten beginnen omgaan met ziekte en gezondheid en met leven en dood is geen poging om alle 65-plussers een schuldgevoel en een persoonlijke verantwoordelijkheid aan te praten. Het is wél een oproep om met meer eerlijkheid dan we doorgaans prettig vinden naar de dingen te kijken. We maken allemaal deel uit van hetzelfde systeem, we dragen allemaal bij tot de collectieve mentaliteit in de samenleving, en we komen daarin allemaal samen tot de toestand zoals ze nu is. Dit is geen gesprek dat we moeten voeren over de hoofden van onze ouderen heen, of met een boze wijzende vinger op hen gericht. Maar het is ook geen gesprek dat we uit betutteling of angst uit de weg moeten gaan.

We komen wel ter tafel met een handicap: we hebben vandaag in onze cultuur nauwelijks strategieën om de eindigheid te benaderen, of toch geen heilzame. De eeuwenoude filosofische en spirituele tradities die in andere bewoordingen allemaal hetzelfde vertellen (het bestaan is veel groter en dieper dan dat ene facet ervan dat wij ‘ons leven’ noemen en het houdt ook niet op als dat ene kleine deeltje stopt en van vorm verandert) hebben we minachtend de rug toe gekeerd. Ervoor in de plaats kwamen nihilisme en hedonisme. We gaan niet om met vergankelijkheid in het westen, we verzetten er ons tegen, met hand en tand, wanhopig, krampachtig. Vruchteloos.

(c) Inaya photography

Verdienen de negentigers uit het voorbeeld hierboven dan niet om vandaag nog in leven te zijn? Dat is een foute vraag, en het werkoord ‘verdienen’ maakt ze nog fouter. Ze kadert leven en dood in een houding van menselijke controle, alsof wij zouden kunnen bepalen wie er mag leven en tot hoe lang, of wie er mag sterven en op welke manier. Alsof we dat ooit echt zouden kunnen.

Toch is dat een onheil dat we steeds feller willen bezweren, en hoe meer medische en technische middelen we tot onze beschikking hebben, hoe groter onze overtuiging dat we dat kunnen. De ultieme vorm van controle over het noodlot, de ultieme illusie dat we de dood te slim af kunnen zijn – tenminste toch nog een dag langer.

Hoe moet het dan wel?

Dat antwoord is niet zomaar te geven, maar een aanzet ervoor zie ik wel. Die kan schuilen in een kleine verschuiving, een mini stapje. Want ‘grote’, drastische oplossingen voor een kwestie zorgen doorgaans alleen maar voor een nieuwe, grote problemen. Maar een kleine verschuiving, die is wel mogelijk. Het is iets wat elk van ons kan doen, want een mentaliteitswijziging in de samenleving begint bij ieder van ons persoonlijk.

Hoe zou die er dan kunnen uitzien? Bijvoorbeeld: door in plaats van altijd en overal te gaan voor maximale veiligheid, maximale controle en maximale medische prestatie even stil te staan en ons af te vragen: is het in dit geval écht wel nodig? Is het zinvol? Is het nuttig? Draagt dit werkelijk bij tot een gewenste uitkomst? Soms zal dat beslist zo zijn. Maar veel vaker zullen we kunnen zeggen: nee, in feite hoeft het hier niet. Het is wel goed zo, het is mooi geweest, het is niet ernstig, het komt wel vanzelf in orde, het mag zijn tijd hebben…

(c) Inaya photography

De vijftienjarige zoon van een vriendin viel flauw in een winkel deze zomer (warm, mondmasker, sportinspanning gedaan, lange, magere kerel, misschien wat lage bloeddruk), en in plaats van hem met zijn benen omhoog te leggen en even te kijken of het opklaarde, belde de bezorgde winkelierster prompt de ambulance. Tegen dat die arriveerde, was de jongen gewoon weer bij kennis. Hij moest toch mee met de ziekenwagen – waar hij zelf gewoon naartoe moest lopen – en eenmaal in het ziekenhuis werd hij binnenstebuiten gekeerd met onderzoeken. Er werd totaal niets gevonden, maar voor de zekerheid kreeg hij ook nog een verwijzing voor een cardiologisch onderzoek mee.

‘Djeezes, aan dat soort medische overconsumptie gaan we niet meedoen, hoor’, zuchtte mijn vriendin. ‘En waarom moest er meteen een ambulance bij? Na tien minuten bijkomen en een glas water was hij gewoon weer helemaal in orde.’
Het is een bewonderenswaardig standpunt, zeker gezien de controlerende bezweringsdrang van onze samenleving vandaag. Het is de milde stem van vertrouwen en gezond verstand, die niet blind is voor echte risico’s maar die het bestaan van risico’s op zich niet gelijk stelt aan een noodlot dat ten allen prijze voorkomen moet worden.

Want het leven zal ons altijd overkomen, met zijn onwaarschijnlijk mooie momenten en zijn hartverscheurende tragiek, hoezeer wij ook proberen om het naar onze hand te zetten. Iets van die krampachtigheid lossen, zou al een heel mooi begin zijn. Wie weet hoe we ons dan gaan voelen, en hoe we van daaruit naar de schoonheid van leven én dood kunnen kijken.

Met een beetje minder angst, wellicht. Met een beetje minder pijn of schuldgevoel. Met wat meer aanvaarding en een pak meer dankbaarheid, vooral.
Dat zou toch al een heel erg mooi begin zijn.

(c) C.F & Inaya photography

4 gedachtes over “Een mooi begin

    1. Dankjewel, Jacob! ❤️❤️ Thich Nhat Hahn ken ik als meester veeleer van naam dan van wat hij schreef, en ik dompel me nu voorlopig onder in het boek dat ik heb. Maar het is me al langer duidelijk dat er een aantal dingen aanwezig zijn in het boeddhisme die heel erg aansluiten bij mijn persoonlijke benadering. Altijd fijn om nieuwe, diepere deuren te voelen opengaan op het juiste moment.

      Geliked door 1 persoon

  1. Wat benader jij de meest lastige onderwerpen toch met een schijnbaar gemak, Kirstin! De woorden die je kiest, de manier waarop je ze bij elkaar brengt… ❤️ Ik volg je redenatie helemaal (en dat zal je niet verbazen) Wij hebben geen (extra) ziektenkostenverzekering – naast de basisverzekering die voor elke inwoner van Denemarken geldt. Omdat we de insteek hebben: kan het met rust genezen? Helpen kruiden en onze kennis bij dit fysieke ongemak? Het voorbeeld wat je geeft van de flauw gevallen knul is veelzeggend voor onze maatschappij… Ken jij het begrip germaanse geneeskunde?

    Geliked door 1 persoon

    1. Dankjewel, lieve Anuscka. Schijnbaar gemak, inderdaad… Mijn gevoel erover is vaak helder, de woorden vinden die dat gevoel het meest evenwichtig in vorm gieten is soms een heel intensief werk. Maar het loont wel.
      Nee, Germaanse geneeskunde ken ik niet. Wel nieuwsgierig, nu…

      Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s