Jezelf dragen

(c) Inaya photography

“We geven elke vrouw het recht om haar verhaal te vertellen. Om te zeggen wat ze wil zeggen, om te lachen, te zingen of te huilen. We onderbreken haar niet. Als er verdriet komt, gaan we haar niet redden of troosten. We eren haar door haar verdriet te erkennen én haar kracht om dat te dragen en zich weer op te richten.”

Aan het woord was Inge, de begeleidster van de Rode Tent gisteravond. En de aanwezige vrouwen, waaronder ikzelf, konden alleen maar instemmen met de kracht van wat ze zei. Het werd een heel bijzondere avond.

Een Rode Tent is een ritueel moment voor vrouwen dat georganiseerd wordt op Donkere Maan (die valt juist voor Nieuwe Maan, het donkerste moment van de hele maancyclus waarop de maan even helemaal géén licht weerkaatst). Traditioneel geassocieerd met de periode waarop vrouwen menstrueren, is de Donkere Maan symbolisch een bijzonder krachtig moment van introspectie en loslaten.
Een Rode Tent is een plek waar vrouwen samen zijn: ze mogen zich gehoord, erkend en aanvaard weten. Er heerst vertrouwen, intimiteit, eerlijkheid. Alles mag, niets moet. Dat er wereldwijd op ongeveer hetzelfde moment heel veel van dergelijke samenkomsten georganiseerd worden, door vrouwen die elkaar helemaal niet kennen, zorgt voor een brede en diepe resonantie van verbondenheid.

Wat mij zo trof in de woorden van Inge, was het rustige en heldere statement dat ieder van ons in staat is om zichzelf te dragen.

(c) Inaya photography

Hoe vaak doen we het niet, als iemand zucht of klaagt dat er iets tegenzit: troosten, raad geven, de ander bestoken met adviezen en zelfs aanzetten voor een zogenaamde oplossing? En hoe meer emotie de ander heeft over wat er verteld wordt, hoe groter onze neiging om te ‘helpen’.

Wat we eigenlijk doen, is het op dat moment van die andere persoon (willen) overnemen: ‘Jij kunt het niet, je bent niet sterk/wijs/ervaren genoeg, hier, laat mij maar.’ Het is goedbedoeld, altijd. Maar het is niet constructief.

Daarmee wil ik niet gezegd hebben dat we geen luisterend oor meer mogen zijn voor elkaar, of dat we niet meer aanwezig mogen zijn voor onze geliefden, familie, vrienden met oprechte betrokkenheid voor waar ze mee bezig zijn en waar ze doorheen gaan. We waren gisteravond juist allemaal heel aanwezig en betrokken, en er werden heel diepe emoties en enorme kwetsbaarheden gedeeld. In vol vertrouwen, maar ook in volle kracht. Want de vrouwen die het zwaar hadden, besloten hun relaas meestal met: ‘Dit is wat ik mezelf meer wil proberen te geven’ of ‘Ik weet het nu even niet, maar ik ga door.’ Ze hadden weinig of geen behoefte aan onze goeie raad. Ze hadden niemand nodig die het van hen overnam. Ze hadden vooral behoefte aan een veilige plek en gelijkgestemden die geloofden in hen en hun kracht.

(c) Inaya photography

Uiteraard zijn er altijd situaties, persoonlijk of structureel-maatschappelijk waar hulp en een vangnet broodnodig zijn. Dit is dus geen pleidooi voor een schouderophalende ‘leer je plan maar trekken’-relatie met anderen (alsof ik ooit zoiets zou schrijven). Er zijn momenten zat dat mensen heel concreet en praktisch onze hulp nodig hebben. Zieke of oude mensen hebben behoefte aan fysieke ondersteuning, je vriend vraagt of je hem een lift kunt geven, je vijfjarige nichtje kan niet aan het boek op de bovenste plank.
Op andere momenten is input van emotionele of inhoudelijke aard ook bijzonder verrijkend. ‘Ik zit met iets, ik heb het al van alle kanten bekeken maar ik raak er niet uit. Dit is waar ik sta. Wil je even luisteren en eens zeggen wat er bij jou opkomt?’ Veel van mijn gesprekken met mijn beste vrienden zijn er waarin we elkaars klankbord, luisterend oor én inspiratiebron zijn. Ik doe niets liever. Maar altijd vanuit evenwaardigheid, vanuit kracht, vanuit wederzijds gerespecteerde grenzen en vertrouwen in de kracht van de ander om zichzelf te dragen. We lopen mee met wie we graag zien, we nemen het niet over.

Dergelijke momenten zijn zo kostbaar omdat ze ons écht vooruit helpen. Maar ze zijn het ook omdat we vaak een behoorlijke weg moesten afleggen om ertoe te komen. We krijgen in onze samenleving bijna vanzelf het omgekeerde aangeleerd. Ik heb om mij heen een bonte waaier van uitingsvormen gadegeslagen van telkens dezelfde basishouding: we geloven dat we niet sterk genoeg zijn om tegenslag aan te kunnen en willen dus dat iemand anders het op een gegeven moment van ons overneemt. Of we geloven dat anderen niet sterk genoeg zijn, en dat we ze dus moeten gaan redden.

Pentakels 5 – Rider Waite Tarot

Een groot stuk hiervan is christelijk ingebakken. Pentakels 5 uit de Tarot toont het mooi. Oppervlakkig gelezen staat dit beeld voor materiële zorgen, tekort, tegenslag (of de angst daarvoor). Maar wat er ook in zit, op een subtiele, diepere laag, is het gevoel van ‘iets niet waard te zijn’. De zondaar in de sneeuw mag de kerk niet binnen. Hij kan zichzelf niet redden, alleen God kan dat – of de rijke burger die met een nauwelijks verholen gevoel van zelfgenoegzaamheid aalmoezen uitdeelt (Pentakels 6, de kaart die erop volgt, en die oppervlakkig gelezen wordt als ‘evenwichtige verhoudingen’).
Nu heb ik niets tegen een stevige portie bescheidenheid in het aanschijn van het Al, maar op een menselijk niveau is het patroon van hulpeloos-waardeloos versus almachtig-redder allesbehalve gezond.

Pentakels 6 – Rider Waite Tarot

De ouder-kind relatie is bij uitstek een facet van de menselijke verhoudingen waarbij dit patroon van zich manifesteert. Ze zijn niet te tellen, de moeders die zich totaal wegcijferden en leeggaven voor hun kinderen, die daardoor vaak op andere vlakken zelf immatuur en hulpeloos bleven. Of de jonge mannen die snakten naar de erkenning van een patriarch om goed genoeg bevonden te worden in hun bestaan, en die dan maar hulpeloze jonkvrouwen ging redden om te bewijzen dat ze dat waren.

De wereld zou een veel fijnere, helderder plek zijn, als we elkaar allemaal het vertrouwen konden schenken dat we in staat zijn om onszelf te dragen. Dat is niet hetzelfde als het alleen doen. Het betekent wel: het zelf doen.

“Mama, kun je alsjeblieft een beetje minder zeuren?” vraagt mijn twaalfjarige op de eerste schooldag, als we de route naar zijn nieuwe school voor de tweede of derde keer samen fietsen. Ik ben naar zijn smaak net iets te veel aanwijzingen aan het geven.
“Mag ik voor één keer eens een ongeruste, betrokken ouder zijn?” pleit ik, mijn moederhart op deze dag toch best een fors stuk kleiner dan anders.
“Nee!” lacht hij.
Hij heeft overschot van gelijk.

(c) Inaya photography

8 gedachtes over “Jezelf dragen

    1. Dank je, Jacob. Ik begrijp je gevoel, het is heel subtiel wat ik probeer te duiden. Laat ik het zo zeggen: troosten heeft de bedoeling het gevoel bij de ander te laten ophouden, de emotie te stelpen, het innerlijke conflict te sussen. Dan wordt de ander gerustgesteld als een kind, en de emotie waaruit iets wezenlijks kan worden geleerd, wordt tot zwijgen gebracht. Als we mensen troosten, willen we dat hun pijn stopt. Maar precies in hun pijn en hun verdriet ligt de wijsheid, datgene wat ze aan diepere wijsheid kunnen leren voor zichzelf. Dus ik zou pleiten voor liefdevol aanwezig zijn, ruimte maken voor de emoties van de ander, het verdriet, de pijn. De ander nabij zijn terwijl hij/zij doorheen de emotie gaat en ze helemaal van zichzelf maakt, er alles uithaalt wat er uit te halen valt. Steunen, meelopen, aanmoedigen, laten zijn, bekrachtigen. Maar niet troosten, niet sussen, niet tot zwijgen brengen wat wil worden gevoeld en geuit…

      Geliked door 2 people

      1. Ik herken totaal niet wat jij omschrijft als het doel van troosten. Voor mij is troosten juist de ander het gevoel geven niet alleen te zijn, wat jij noemt liefdevol aanwezig zijn. “De kern van troosten is dat de getrooste zich niet alleen en/of verlaten voelt.”. Dat daardoor wellicht de pijn op dat moment even verzacht, dat is een gevolg van het je op dat moment niet alleen voelen.
        Er zijn blijkbaar vele uitvoeringen van troosten…

        Geliked door 2 people

      2. Mag ik dat nog wat aanvullen, Kirstin? Hoewel het minstens impliciet al in je antwoord zit, hoor…
        Als je de ander bij zijn verdriet laat zijn, erbij aanwezig bent zonder het ‘weg’ te willen, zorgt alleen al die erkenning ervoor dat het voor die ander makkelijker wordt om zélf zijn verdriet te erkennen (en dus te uiten). Dat is troost op een véél dieper niveau. De steun voor de ander is dan jouw aanwezigheid bij en vertrouwen in zijn proces.
        En dat hele gebeuren ervaar ik zelf als een enorm krachtige kwetsbaarheid en intimiteit met de ander, iets wat je nooit op die manier hebt als je probeert de pijn weg te nemen.

        Heerlijk, hé, zo’n Rode Tent! (Er zijn er overigens ook die juist met volle maan doorgaan, wist je dat?)

        Geliked door 1 persoon

  1. Ja, mooi blog Kirstin! Het zij mij vooral weer even aan het denken hoe ik inderdaad ook geneigd ben te troosten of oplossingen aan te dragen, terwijl de personen in kwestie daar over het algemeen niet naar vragen of behoefte aan hebben. Luisteren, vragen stellen, als het in een persoonlijk contact is toch ook wel vasthouden… zeker als iemand huilt lukt het mij niet om dan geen fysiek contact te hebben. Maar wat is het verschil tussen op zo’n moment ‘er zijn’ en troosten? Ik vind het moeilijk hoor…

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s