Niet erboven, maar er middenin

Sinds begin vorig jaar heb ik het gevoel dat ik in een slechte rampenfilm terecht gekomen ben.

Een reeks bosbranden die zo hels zijn dat de hemel er wekenlang zelf van in brand lijkt te staan (Australië, januari 2020). Een virusuitbraak die de hele wereld lamlegt (C**, maart 2020 – heden). Een kurkdroge lente en ongewoon hete zomer bij ons, die op andere plaatsen leidde tot stormen van ongeziene omvang (VS, 2020). Een ‘relatief normale’ winter, gevolgd door een lente waarbij we de ene week meer dan 20°C optekenden, de week daarop sneeuw (april 2021). Temperaturen van 30°C op de Noordpool (zomer 2021) en 50°C in een dorpje in Canada, dat opgaat in vlammen door de immense bosbranden (juli 2021). En nu de ‘waterbom’ over Duitsland en Oost-België, die op twee dagen tijd gigantische schade aanricht, het leven kost aan tientallen mensen en zorgt voor duizenden vermisten.

Als iemand dat allemaal in één Hollywoodfilm zou proppen en probeerde te verkopen als een realistisch verhaal, we zouden het er zwaar over vinden. En intussen gaan de demarches van wereldleiders bijna alleen maar over het opleggen van maatregelen die ervoor zorgen dat de economie (!) blijft draaien. En vooral: het moet allemaal ‘betaalbaar’ blijven. Ook dat soort cynische incompetentie lijkt recht uit een Hollywood B-film te komen.

Je kunt een tijdlang schulden maken, maar op een bepaald moment wordt de rekening vereffend. Het is begonnen, zei ik gisteren tegen mijn man. We zitten er nu echt middenin.

Tread softly – collage (c) Kirstin Vanlierde

Alles wat er vanaf nu op ons af komt, zijn de gevolgen van een proces dat al eeuwen bezig is.

Naarmate de industriële revolutie op dreef kwam, werd onze omgang met de natuur steeds meer in het verdomhoekje gedrongen. En helemaal vreemd is dat ook niet. Het is prettiger om zwaar labeur machinaal te kunnen laten verrichten, in plaats van dagen aan een stuk je rug te breken op het doorzagen van een boomstam. Het is een pak geruststellender dat je een wonde kunt oplopen als je weet dat ze ontsmet kan worden en je niet bij elk banaal ongeluk amputatie of bloedvergiftiging riskeert. In vroegere tijden was niet alles per se beter. Er was meer ruimte voor de natuur maar het leven was een heel stuk korter en veel ruwer. De natuur is eeuwenlang de kracht geweest waartegen we het gevoel hadden dat we moesten vechten en onvermijdelijk toch het onderspit dolven, dus als onze uitvindingen ervoor zorgden dat de strijd nu wat minder ongelijk werd, konden we daar alleen maar blij om zijn.

Op dit moment in de geschiedenis maken we echter drie enorme denkfouten. Ten eerste hebben we niet door (of beter: ontkennen sommigen nog altijd) dat de impact van de mens op de planeet – door de combinatie van bevolkingstoename, technologische ontwikkeling, uitstoot en exploitatie – zodanig groot geworden is dat ze een bedreiging is gaan vormen voor het klimaat en de biodiversiteit. Ten tweede hebben we de illusie dat we de natuur niet nodig hebben om te leven. Ten slotte zijn we vergeten dat ze nog altijd sterker is dan wij.

Deze driehoek van misvattingen bundelt alles wat er misloopt en wat ons in de zeer nabije toekomst zuur zal opbreken.

Want we hebben de natuur maar al te hard nodig om zelf te kunnen leven. Zuivere lucht om in te ademen, vruchtbare bodem om planten in te laten groeien die die lucht produceren en voedsel dat we kunnen eten zijn geen dingen die je wel even snel technologisch uit je mouw schudt, wat de science-fictionadepten ook mogen beweren.

We hebben er alle baat bij om een evenwichtigere plaats in te nemen in het ecosysteem van de planeet, want we zijn op dit moment goed bezig precies al die levensnoodzakelijke voorwaarden voor ons voortbestaan uit balans te brengen. En als we die evenwichtigere plaats zelf niet opzoeken, zal er door de natuur voor ons beslist worden hoe dat gebeurt. Als het erop aankomt, kunnen we niet tegen haar op, wat we onszelf ook wijsmaken. Eén aardbeving met tsunami, éen nieuw virus dat overgaat van dier op mens zou genoeg moeten zijn om ons daaraan te herinneren, maar we zijn nogal hardleers als het aankomt op sprookjes.

(c) Inaya photography

Ons antropocentrisme is daar onze grootste handicap. Ze zorgt voor oogkleppen zo groot als een zak over onze kop.

Eeuwenlang hebben we in de westerse traditie, rationeel én spiritueel, geleefd vanuit de overtuiging dat we als mens boven de natuur staan. De meest aangehaalde rechtvaardiging voor die stelling is dat wij in staat zijn om onszelf bewust te observeren, en de rest van de schepping niet.

Bill Plotkin zegt er in Nature and the human soul het volgende over: ‘Een noodzakelijk aspect van ons zelfbesef is een fragment van onze psyche (het ego, het bewuste zelf) waar deze vaardigheid om te weten dat we weten zich situeert. Voor we mensen waren, hadden we geen manier om onszelf te observeren en te weten wat, of wie, we observeerden. Later leek het alsof we mensen werden precies door een stukje van onszelf een eindje buiten onszelf te plaatsen, zodat het naar zichzelf kon kijken.’

Ik krijg dan het beeld van een of andere levensvorm met een spiegel op een stok die uit zijn hersenpan steekt. Daarin kan hij zijn eigen spiegelbeeld zien, van op een armlengte afstand. Die spiegel is het ego. En dat is er vast van overtuigd dat de weerspiegeling die het capteert alles is wat er te zien valt.

Alleen als we dat rationele, analytische en oh zo zelfbewuste ego tijdelijk ‘af’ kunnen zetten door middel van meditatie, trance of geestverruimende substanties lost het zijn greep op ons bewustzijn en ervaren we de wereld zoals alle andere levensvormen dat doen: als één immens, intens web van wederzijdse verwevenheid. Zelfs verstokte atheïsten die dit meemaken (in gecontroleerde settings bij onderzoek rond geestverruimende paddenstoelen, bijvoorbeeld) noemen het een diep spirituele ervaring.

(c) Inaya photography

Waar het ons aan ontbreekt om onze plek te vinden, is dus niet alleen zelfkennis – zeker niet in de westerse zin van het woord. Ja, natuurlijk moet je een idee hebben van wie je bent, waar je talenten en je roeping liggen. Maar je moet óók voeling hebben met het groter geheel waar je deel van uitmaakt. Je moet om te beginnen al erkennen dat het er is. Je kunt je plek niet vinden zolang je denkt dat jij het centrum van het universum bent. En laat dat nu precies de positie zijn die de mensheid zichzelf al eeuwenlang toebedeelt.

Ook op individueel vlak is het precies ons bewust zelfbesef dat onze verbinding met het grotere geheel bemoeilijkt – toch zolang het ego met al zijn grillen aan het roer staat. Dat is waarom het zo belangrijk is dat het ego een stapje opzij durft doen en de ziel als navigator herkent. Want onze ziel, ons spirituele centrum dat tegelijk ook onze meest wilde en natuurlijke kern is, heeft wél voeling met dat grotere geheel. Dat is wat ik bedoel als ik zeg dat de ziel in wezen ecologisch is.

Onze doorgedreven focus op onszelf en het daaruit voortkomende gebrek aan verbondenheid met het veel grotere geheel van de natuur, de Aarde en de kosmos, heeft ons als mensheid heel lang gevangen gehouden in een zeer smal, mentaal keurslijf, en doet dat in veel opzichten tot op vandaag nog altijd. We vinden onszelf het toppunt van de schepping, de meest vergevorderde levensvorm, maar de ziekelijke uitwassen van die illusie worden maar al te pijnlijk duidelijk. Collectief plunderen we de planeet tot op het punt dat we ons eigen voortbestaan bedreigen, en op persoonlijk vlak hebben we vaak geen idee wat de zin van ons leven is, wat we hier komen doen of hoe we onze talenten kunnen inzetten.

Dat komt omdat we onszelf volledig hebben afgesneden van onze voeling met alles om ons heen. Die twee dingen hangen onverbrekelijk en logisch samen. Je kunt geen plek innemen als er geen grotere ruimte bestaat waarbinnen jij past. Maar toegeven dat er iets bestaat wat groter is dan wij is nu juist wat we eigenlijk niet willen. Het brengt onze gekoesterde superioriteit in het gedrang.

Toegeven dat de mens een plaats heeft in het grotere geheel van de natuur is toegeven dat we niet boven de schepping staan, maar er middenin.

Bezield leven – collage (c) Kirstin Vanlierde

Deze blog bestaat uit fragmenten uit Bezield Leven (mijn boek-in-wording over ecologische spiritualiteit), hier voor de gelegenheid bewerkt tot één artikel en voorzien van een inleiding.

2 gedachtes over “Niet erboven, maar er middenin

  1. Zoals je schrijft is dit reeds eeuwen een natuurlijk proces van moeder Aarde, die gewoonlijk haar eigen regels vormt en uitvoert. Met daar tegenover de bekrompenheid van het mensdom!
    En wat een schitterende zin >>> Ons antropocentrisme is daar onze grootste handicap. Ze zorgt voor oogkleppen zo groot als een zak over onze kop. >>> dat ik het moest opzoeken wat de betekenis ervan is.
    Laatste foto, een topper, alsook je collage.

    Fijne vrijdag en weekend in het vooruitzicht.

    Geliked door 1 persoon

  2. Mooi geschetste context, Kirstin! En wat een prachtig beeldend werk, weer… Als ik iets van jou zie, kan ik niet anders dan bewonderen hoe getalenteerd jij bent! Dank voor het inspirerend delen! ❤

    Onze ziel weet dat wij de natuur zijn. Ons (zich superieur voelend) ego zorgt voor de afscheiding 'wij mensen versus de natuur'.
    Zelfzorg als mens in de (andere) natuur(vormen) is daarom meteen ook zorg voor de natuur(vormen), en vice versa.

    Geliked door 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s