Nadenken is voor later

Als kind was ik een dromertje. Ik herken een stuk daarvan bij mijn eigen zoon, die op een wolk lijkt te leven. (Dat zorgt nu en dan voor uitdagingen.) Maar ik wilde het niet hebben over ouderschap, wel over dat dromerige.
Om een of andere reden denk ik de laatste tijd vaak terug aan mijn kindertijd. Komt het doordat de lange C*-maanden een vormeloosheid hadden die wat weg had van hoe de tijd zich eindeloos uitstrekte toen ik een kind was?

Ik heb lange happen van mijn kindertijd overleefd door maar half in mijn lichaam te wonen en het grootste deel van mijn dagen in een droomwereld door te brengen. Die nood om te ontsnappen aan de zintuigelijk overdonderende werkelijkheid heb ik nu niet meer (gelukkig), maar tijdens de lange lockdownmaanden had ik wel ongehinderd een heel breed creatief universum voor mezelf. En ik heb andermaal ondervonden hoe goed mij dat ligt.

(c) Inaya photography

Het contrast met de afgelopen maand is enorm. Tegelijk met de komst van het mooie weer (eindelijk!) is er heel veel op mij afgekomen, onder de vorm van creatieve projecten, academiejury’s, verplichtingen, versnellingen op allerlei vlakken. En daar bovenop heb ik het mijzelf ook niet makkelijker gemaakt door voluit te zitten schrijven. Bezield leven is een werk dat van mij vraagt dat ik op de toppen van mijn tenen ga staan, dat ik al mijn vakmanschap bundel. Ik omschreef het als volgt tegen mijn man: stel je een zeer ingewikkeld, driedimensionaal spinnenweb voor met draden die in alle richtingen vertrekken en die verschillende niveaus van diepte met elkaar combineren. Tijdens het schrijfproces moet je dat op een of andere manier kunnen voorstellen als één lijn, een schijnbaar eendimensionale draad die je in een logische en makkelijk te volgen sequens trekt van a naar b en van b naar c. De lezer moet kunnen volgen alsof het een wandelingetje langs een heel duidelijk pad betreft. Maar op het einde moet hij een zicht hebben het driedimensionale web.

Ik vind dit echt heerlijk. Maar nu voel ik dat ik eventjes een grens bereikt heb.
Het is veel, alles bij elkaar. En ik ben moe.

Wat mij het meest vermoeit, merk ik – en dat is werkelijk interessant – is het mentale gewicht.
Als ik ingewikkelde concepten heb zitten uitschrijven, wil ik er nadien niét meer over praten. Ik zou ze wel graag delen met anderen, maar dan door osmose, of zo. Dat mensen mijn woorden maar lezen. Dat ze intuïtief begrijpen wat ik wil zeggen. Dat ze het voelen. Maar ik wil stoppen met denken en stoppen met praten. Ik wil eigenlijk vooral bezig zijn met mijn handen, en met mijn lichaam. Ik wil mijn hoofd vakantie gunnen.

Dat is echt minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Ik was immers het kind dat de eerste twee decennia van haar leven nauwelijks in haar lichaam zat, de vrouw die liever bezig was in haar hoofd dan met de praktische aspecten van het leven. Ik leefde veel meer mentaal dan fysiek. En nu denk ik soms: laat heel dat intellectuele, vermoeiende gedoe maar. Laat mij maar voelen, en doen, en léven, zonder dat mijn hoofd zich in allerlei bochten moet wringen om er een uitleg aan te geven.

(c) Inaya photography

Als kind zweefde ik door de lagere school zonder een notie van prestatiedruk. Ik was de beste van mijn klas tot in het zesde leerjaar zonder dat ik dat ooit geweten heb. Mijn ouders schermden mij af van het soort hitsige competitiedenken dat ook toen al tierde en zelf was ik er geen seconde mee bezig. Als ik al een verschil zag tussen mij en mijn leeftijdsgenootjes, dan was het hoe onzeker ik mij voelde en hoe robuust zij in mijn ogen wel waren. Ik was ook uitzonderlijk naïef: een toets op school verschilde voor mij nauwelijks van een klassikale oefening. Ik leefde in het moment, vulde in wat er in te vullen was en ging dan door met dromen over mijn ingebeelde vriendjes en de verhalen die zoveel echter en levendiger aanvoelden dan de wereld van schoolbanken. ‘Oh, stond die oefening op punten?’ Ik heb ook lang niet begrepen wat het verband was tussen wat ik in de klas deed en wat er om de zoveel maand op mijn rapport verscheen. Het leven kabbelde maar door, en ik zwom er moeiteloos doorheen. Maar vaste voet aan de grond had ik niet.

En toen kwamen de adolescenten- en studentenjaren, de jaren waarin mensen zeiden, tegen mij maar nog veel vaker tegen mijn ouders óver mij: ‘Ze heeft zo’n goed verstand, zorg dat ze verder studeert. Ze kan dat zeker aan.’
Ik héb verder gestudeerd, zoals verwacht, zoals gevraagd. Maar aan de universiteit botste ik tegen een grens. Niet per se een intellectuele, wel een die alles te maken had met wat psychiater Iain McGilchrist omschrijft als het verschil tussen de linker- en de rechterhersenhelft. (Ik hoop daar binnenkort een apart blog aan te wijden – deze fantastische man komt ook aan het woord in mijn boek.)
In twee woorden gezegd: ik werd ongelukkig van alleen maar denken, ik wilde ook kunnen voelen.

(c) Inaya photography

Kunstenaars als Karel Appel, Jackson Pollock en Marcel Duchamp kregen soms de kritiek dat hun werk, dat in de ogen van de goegemeente meer weg had van lukrake krabbels, geen kunst was: ‘mijn kind kan dat ook’. Ik weet niet meer wie van hen het zei, maar het antwoord daarop was: ‘Je hebt geen idee hoeveel moeite het vraagt om al je vorming en ontwikkeling terzijde te schuiven en opnieuw dit soort dingen te kunnen doen.’ Niet de krabbels of vlekken zelf waren in de eerste plaats het artistieke meesterwerk, maar de bevrijding die de kunstenaar had doorleefd om doorheen alle lagen van socialisatie en specialisatie heen te breken en opnieuw contact te maken met zijn meest spontane zelf, zijn Wilde Kind.

Ook daar moet ik weer aan denken, nu. Omdat mijn spreidstand zo groot is. Enerzijds ben ik bezig aan de grootste uitdaging van mijn schrijverschap en daar heb ik al mijn focus en mijn vakmanschap voor nodig. Mijn hoofd voelt doodmoe op het einde van sommige dagen. Niet omdat wat ik wil aankaarten zo moeilijk is, maar omdat ik iets van grote subtiliteit en complexiteit zo helder en toegankelijk mogelijk wil overbrengen. Die vertaalslag is heel intensief.
Anderzijds voel ik steeds sterker dat ik geen zin meer heb om mee te draaien in andermans circus. Ik mag dan een slim hoofd hebben voor intellectueel werk, het voedt mij niet. Toch niet als enige manier van leven. Dat ik tijdens een literaire jury de kwaliteiten van een tekst op een analytische manier fileer, tot daar aan toe. Op zulke momenten is mijn hoofd een scherp geslepen werktuig waarmee het leuk werken is. Maar daarna mag het weer op stal. Dan heb ik behoefte aan de meer voelende, handelende, zintuigelijke facetten van het leven. In zekere zin hebben die meer gemeenschappelijk met mijn oude droomtoestand dan ik lange tijd voor mogelijk hield.

(c) Inaya photography

De zomer is er bij uitstek het seizoen voor. Ik merk het dit jaar nóg duidelijker dan anders: nu wil ik buiten zijn. Mijn lichaam in de omgeving brengen waar het voor gemaakt is, de natuurlijke omgeving, die vraagt om fysieke aanwezigheid en zintuigelijke dialoog. Ik wil op het terras zitten in de zon, met het licht gefilterd door de eikenbladeren, en met de koolmezen die naar beneden durven komen om zaadjes van de tafel te pikken terwijl ik op minder dan een meter afstand van ze zit toe te kijken en ze aanmoedig. De mentale processen en filosofische bespiegelingen mogen wachten tot de winter, als de dagen kort zijn en er vanzelf meer zin is om met een kop warme thee in boeken en teksten en andere vormen van introspectie te duiken.

Ik word alvast geholpen door een ander schrijfproject, dat als geroepen de broodnodige afwisseling komt bieden. In de loop van volgend jaar zal het derde boek in de Mendel-reeks verschijnen, en ik ben zó blij met waar dit verhaal over zal gaan en hoe ik het zal mogen schrijven! Een deel van dat werk staat op de agenda voor komende zomer. Ik heb het al eerder ondervonden en ook nu zal het zo zijn: alles wat van belang is in mijn leven zorgt spontaan voor de juiste timing. Na al het intensieve werk van deze winter en deze lange, donkere lente, wordt het ook op dat vlak tijd voor zomer. Tijd om te voelen, tijd om te dromen, tijd om te leven.

Nadenken kan altijd later nog.

(c) Inaya photography

6 gedachtes over “Nadenken is voor later

  1. Intensief werk, ‘vertalen’ wat jij weet naar een begrijpelijk verhaal voor de lezer van dat nieuwe boek straks. Ik kan me helemaal voorstellen hoe er behoefte is aan alles in het hoofd loslaten, en alleen nog maar zijn, en voelen. Connectie maken met de natuur, de wereld, de aarde… Ik vind het bijzonder dit stukje van jouw pad met je mee te mogen lopen 💚

    Geliked door 2 people

  2. Amai, Kirstin, ik heb nog nooit iemand zo duidelijk mijn levensloop weten beschrijven… 😉
    En wat lees ik daar aan ’t eind? Is de kogel door de kerk? Komt deel 3 van Mendel er dan toch zéker? HOERA!!! En proficiat!!!

    Like

  3. Reflectie, weerspiegeling, gevoel en verbinding is prachtig te vinden in die voortreffelijke fotografie van jou Kirstin. Het geschreven woord zal ik nog eens moeten herlezen, waarschijnlijk zijn mijn grijze cellen wat moe 😉

    Like

  4. Bedankt voor dit mooie (deels herkenbare) verhaal, met foto’s om bij weg te dromen.

    Voelend denken & vertrouwen op de ingevingen die komen, misschien zit daarin de synthese.

    Als mijn hoofd moe (=vol) is kom ik bij in het bos, te midden van het groen.
    Soms is de gang naar het bos te ver. Dan helpt het me vanuit huis te kijken naar de witte wolkjes die voorbij trekken, of de regendruppels te volgen die sporen trekken over het raam.💚💙

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s