Wat altijd al was

(c) Inaya photography

De zomer heeft alle registers open getrokken en ik voel me in het Zuiden. De hitte dwingt mijn lichaam tot langzamer ritmes, de kleuren en de geuren roepen herinneringen op die ik doorgaans alleen associeer met vakantie aan de Middellandse Zee. De zonsondergang vanavond, het breekbare blauw en roze van een lome zomeravond, leek op die in Frankrijk. De hitte in de namiddag deed dat, onder een veel ongenaakbaarder kleurenpalet, ook al. Kleren droogden op het wasrek in een mum van tijd, en ik wierp bezorgde blikken op de planten die het langst in de zon stonden en vulde het vogelbadje aan. De regenton is bijna leeg, dus tijd voor een emmer in de douche om het overtollige water op te vangen.

Ik functioneer niet op mijn best in dit soort warmte. Ze is niet mee gecodeerd in het DNA dat ik deel met dit land. Maar ik voel ook dat ik in de afgelopen jaren geleerd heb om ermee om te gaan. Ik begrijp de traagheid van de zuiderse culturen intussen veel beter. Wat in westerse ogen een gebrek aan efficiëntie is, is bij dergelijke temperaturen gewoon het enig mogelijke tempo. Ik vervel tot een lome, hittebestendige versie van mezelf.

Het is een vreemde maand geweest. Ik ben enerzijds zo druk bezig (academiejury’s, schrijven, creatieve projecten in de steigers) dat ze voorbij vliegt, en tegelijk heb ik het gevoel dat we de winter nog maar nauwelijks achter ons hebben gelaten. De grauwe uitzichtloosheid van eindeloze lockdowns lost stilaan op zoals wolken oplossen in lucht: uitgeregend, steeds doorzichtiger en tenslotte weg, alleen nog maar heldere hemel.

Pas op, ik ben niet naïef. Ik hou een slag om de arm wat betreft de toekomst. Leven in het nu is een vaardigheid die ik niet van plan ben zomaar op te geven, en al helemaal niet voor een ratrace richting toekomst. Alsof daar zoveel regenbogen te rapen vallen. Elk moment telt.

(c) Inaya photography

Ik heb het gevoel dat de tijden kruisen. Een nieuwe manier van leven en denken dringt zich op, maar het verleden is nog tastbaar aanwezig. In de giftige, negatieve zin (hoorde ik daar iemand Oosterweel zeggen?), maar ook in de zin van oude huid, vertrouwde patronen, hang naar bevestiging.
Ik kijk achterom en ik glimlach. Het verleden is dierbaar. Maar het is ook voorbij. Deze nieuwe tijd, hoe veelbelovend, uitdagend of ronduit dramatisch hij ook kan worden, vraagt mijn onverdeelde aandacht.

Ik heb het gevoel dat ik nieuw ben, dat ik op een of andere manier herboren uit deze lange, donkere winter ben gekomen. Als je kijkt naar de dingen waar ik mee bezig ben – collages (binnenkort tentoongesteld), een spiritueel boek – dan zou je kunnen zeggen dat dat klopt.
Maar eigenlijk groei ik gewoon dieper en krachtiger toe naar de kern van wie ik altijd al was.

Ik vermoed dat ieder van ons in de loop van zijn of haar leven het gevoel heeft dat we evolueren – vaak geen klein beetje. En hoewel dat ongetwijfeld zo is, of toch op een zeker niveau, blijft het toch ook verbazen hoezeer alles wat tot onze diepste kern behoort altijd al van in de knop aanwezig was.
We herhalen onszelf, eindeloos. We kunnen alleen proberen het telkens een beetje eleganter te doen, zoals een fruitboom ook telkens dezelfde vruchten voortbrengt maar elk jaar een beetje meer, of een beetje voller, of met meer onderscheidingsvermogen van welke takken het waard zijn om in te investeren en welke niet (meer). Ook loslaten en afstoten hoort bij evolutie.

(c) Inaya photography

Al jaren hangt er een strook papier omhoog naast mijn bureau, een kalligrafische vertaling die ik ooit maakte van een gedicht van Hans Faverey. Die dichter heeft een bijzondere plek in mijn hart, het gedicht evenzeer, hoewel er nog andere van hem zijn die ik minstens even hard apprecieer. Ik moet begin de twintig geweest zijn toen ik me waagde aan de vertaling. Ik weet niet wat me toen bezielde, maar als ik ze nu herlees, denk ik: ja. Dit is het. Nog altijd.



The landscape in me, around me,
is breathing attentively.
Without haste it digests itself.


These are the roots of the wind
exposed: my spinal nerves.


Here my heart wears out, sand
originates, light might stir
under my nails.


Another space than this
I cannot accept; seldom
do I sing.

(c) Inaya photography

2 gedachtes over “Wat altijd al was

  1. Het is en mag geschreven worden Kirstin, je woorden zijn zo melancholisch verfijnd aaneen gesponnen dat het een plezier is om lezen. Hoe jij een vakantieherinnering weet in watten te leggen en jezelf er zo mooi weet in het laveren, alsof zeilen een kinderspel is.

    Van de eerste letter tot je laatste zin, het is boeiend amusant om waar te nemen.
    Fijn dag toegewenst

    Geliked door 1 persoon

    1. Dankjewel! Woorden zijn echt wel mijn vak en mijn medium… Ze zijn voor mij wat verf is voor de schilder of klei voor de pottenbakker: ik kneed ze en ik speel ermee. Ik geniet er ook echt van. En daar bovenop ben ik dat ook echt blij dat ze zo geapprecieerd worden!

      Geliked door 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s