Een bres per keer

(c) Inaya photography

We zijn aan het veranderen.

Dat is een open deur intrappen, natuurlijk. De realiteit van het leven bepaalt immers dat we geen dag dezelfde zijn, geen uur zelfs. Elk ogenblik gebeurt er wel iets, binnen of buiten ons, dat ons als deeltje van de wereld voortstuwt in onze eindeloze evolutie. Maar er zijn van die momenten waarop je het duidelijker voelt dan anders.

Terwijl ik dit schrijf, dampt de tuin om ons huis als een kil oerwoud. Het levenslustig groen heeft een betoverende tint, maar de temperaturen en de aanhoudende regen zorgen ervoor dat het bij mij vanbinnen nog niet helemaal dooit. Een deel van de winterse stilte is nog niet opgetrokken.

Er zijn versoepelingen doorgevoerd – eindelijk, zuchten velen – maar innerlijk ontspan ik niet mee. Niet alleen omdat ik op mijn hoede ben voor te veel vrolijkheid, ik ben me vooral te hard bewust van de steeds verder uit elkaar drijvende meningen, van het feit dat elke beslissing die ik neem om ergens al dan niet aan mee te doen meteen gezien wordt als de keuze voor een ‘kamp’, bejubeld door sommigen, verguisd door anderen. Iedereen vermoedt of proclameert agenda’s (van zichzelf maar veel vaker van anderen) die lang niet altijd stroken met de realiteit.

Het is moeilijker dan ooit om een helder zicht op de werkelijkheid te krijgen in een tornado van zoveel meningen, opvattingen en emoties. Lastige dagen dus voor hooggevoelige zielen, zelfs al sluiten ze zich af voor zoveel mogelijk van die prikkels. De sfeer van angst, woede en polarisering is als het mistige gordijn in mijn tuin: je kunt er ongehinderd doorheen lopen maar de vochtigheid plakt na afloop overal aan je lijf en in je kleren.

(c) Inaya photography

We zijn aan het veranderen. Het is altijd makkelijker om dat te analyseren achteraf, met alle feiten op een rijtje en de zaken in een zekere vorm van perspectief. En dat hebben we nu niet, we zitten er nog middenin.

Ik heb deze winter veel geschreven over de crisis waarin we als mens en samenleving zijn beland. Het waren stuk voor stuk zware stukken, ik ben diep gegaan. Hier en daar hebben ze een klein verschil gemaakt, en daar ben ik blij om. Maar toen was het tijd voor zelfzorg. Ik moest er even mee ophouden, weer boven de rand van de put klauteren waarin ik had zitten graven. Een mens kan niet al te lang zonder licht.

De vonk om aan het spirituele boek te gaan schrijven (de werktitel is Bezield leven), was een soort redding. Het is ook de reden waarom het de laatste drie maanden redelijk stil is op deze blog. Ik zit hele uren en dagen in mijn werkkamer, op mijn laptopje, zwemmend in wat intussen ruim 40.000 woorden zijn (omgerekend zijn dat een goeie 150 boekbladzijden) en ik schat dat ik op de helft van de totale lengte zit. Tussendoor maak ik collages.

En dan zijn er nog de vaste dagelijkse dingen van huishouden en gezin, en goddank ook de vriendschappen en diepe relaties, persoonlijk en creatief, dichtbij en op afstand. Ik hou die kring bewust heel smal – niet uit angst, en ook niet omdat er niet meer mensen in mijn hart zitten. Integendeel, een paar vriendinnen met wie ik vorig jaar vaker afsprak en ging wandelen hebben al maanden niets van mij gehoord en daar voel ik me best schuldig om. Maar dat stuk van mijn leven zit ook nog in winterslaap, lijkt het.

Het zou wellicht makkelijker gaan als de temperaturen en de zon wat wilden meewerken. Als ik net als de tuin de goesting had om helemaal los te gaan, voluit in expansie en genieten. Als een terrasjesganger, zeg maar. Maar precies alles wat we het afgelopen jaar hebben doorsparteld, en de scherpe randjes die daar deze dagen steeds venijniger aan vasthangen, als weerhaken, houden me wat tegen.
Het doet me denken aan uit een vervelende lange file op de autostrade komen. Zodra de opstopping achter de rug is, zie je veel chauffeurs er plankgas vandoor scheuren: eindelijk, de vrijheid! Ik voer mijn snelheid doorgaans maar langzaam op, de overgang is te bruusk. Ik heb tijd nodig om van de inspannende toestand van concentratie en bijna-stilstand weer tot 120 kilometer per uur te komen. Dat is voor mij altijd een eerder geleidelijk proces.

Dat alles houdt mij bezig terwijl ik voel hoe we ons als wereld door een periode werken die van immense betekenis zal blijven. We stellen ons luidop vragen over hoe we de samenleving (niet) willen organiseren. Er komen ongelooflijk mooie en krachtige gevoelens naar boven, er dringt ook een heleboel nijdige frustratie en vijandschap in het debat. Sommige mensen (waaronder ikzelf) hebben het geluk gehad om het afgelopen jaar dingen te ontdekken die zo waardevol zijn dat we ze nooit meer kwijt willen omdat ze ons veel dichter bij onszelf hebben gebracht. Anderen hebben het afschuwelijk zwaar gehad en zien nog steeds het einde van de tunnel niet.

We zijn een versplinterde wereld, en we zullen binnenkort een nieuw gemeenschappelijk verhaal moeten zien te vinden.
Ik vraag me af of ons dat lukt.

(c) Inaya photography

Natuurlijk zijn er altijd talloze verhalen tegelijk in omloop geweest. Daarom hebben we elkaar ook stelselmatig uitgemoord en gebrandmerkt als vijand. Ook vandaag zijn het de luide roepers die vluchtelingen in bootjes terug op zee willen duwen die geen vinger uitsteken als het land van herkomst van diezelfde vluchtelingen aan puin wordt geschoten. Het recht van de sterkste is een van de stevigst gewortelde verhalen in ons collectieve bewustzijn en het zorgt voor onnoemelijk veel leed.

Nu echter, met de immense verschuivingen die klimaatverandering op ons af stuurt, is het tijd voor een nieuw verhaal. We kunnen elkaar opvreten, of we kunnen de handen in elkaar slaan. Ik ben realistisch genoeg om me niet zo heel veel illusies te maken, maar als ik het even niet meer zie zitten, dan troost ik me met deze gedachte: de invloed van één persoon, of één ingreep, is veel krachtiger dan we vaak vermoeden.

Twee voorbeelden dicht bij huis.

Mijn zoon loopt graag in de tuin. Hij loopt meer bepaald graag over en weer langs altijd dezelfde route terwijl hij binnensmonds droomt en verhalen verzint. Ik zie hem bezig en glimlach om een jongensachtige versie van mijzelf op die leeftijd.
Sinds de lockdown heeft hij door dat hij regelmatig fysieke activiteit of buitenlucht nodig heeft om zijn energie wat te kanaliseren. Als het niet stortregent, gaat hij dus elke dag wel een keertje de tuin in, soms maar voor vijf minuutjes, soms een half uur, en altijd op blote voeten (tenzij het vriest).
Het is onwaarschijnlijk wat die korte passages hebben gedaan met de tuin. Het ‘pad’ dat hij neemt, is uitgesleten als een werkelijke doorgang, er groeit geen sprietje gras meer. De kracht van één kleine jongen, een halfuurtje per dag, in een wilde en overwoekerde tuin.

(c) Inaya photography

We laten hem begaan, omdat we het fantastisch vinden dat hij zo graag naar buiten trekt, blootsvoets nog wel, en ook omdat de rest van de tuin er niet onder lijdt. We hebben sowieso maar een minimum aan gras, dat nu weelderig hoog staat (want Maai Mei Niet, weet je wel) en dat zijn plan maar moet zien te trekken onder al onze struiken en bomen, anders mag het plaats ruimen voor andere planten. Dus dat pad, tja. Het mag er zijn. Mijn man en ik vinden het wel een heel opmerkelijke illustratie van de impact die we als mens kunnen hebben op de natuur. Die is veel groter dan we denken, in de destructieve maar gelukkig ook in de constructieve zin. Want tweede voorbeeld:

Langs de dijken van de Durme tussen Hamme en Tielrode is een stuk overstromingsgebied gecreëerd. Dat vroeg heel weinig ingreep. Zodra er een nieuwe dijk was aangelegd verder in het achterland, hoefde er maar een bres of twee te komen in de bestaande Durmedijk, zodat de getijden hun gang kunnen gaan.
De overgang is heel recent. Ik fiets daar regelmatig langs en zag het gebied nu voor het eerst onder water. De metamorfose op deze korte tijd is ongelooflijk. Hoeveel verschillende watervogels er nu al waren, volop bezig met het aanleggen van nesten. Hoeveel kikkers ook – onzichtbaar maar zéér goed hoorbaar. Ik spotte zelfs reeën, aan de overkant van het water, gewoon op klaarlichte dag. Geef de natuur een klein kansje, dacht ik, niet meer dan een bres of twee. Ze beloont ons in honderdvoud.

We zijn veranderd. Het afgelopen jaar heeft van ons allemaal versies van onszelf gemaakt die we niet hadden zien aankomen. En we veranderen nog meer.

De wereld heeft ons nodig. We hebben elkaar nodig. Nu is het aan ons om te bepalen hoe we die nieuwe versie van onszelf nuttig gaan maken. Eén tuinwandeling, één bres, per keer.

(c) Inaya photography

3 gedachtes over “Een bres per keer

  1. Allereerst: wat een prachtige tuin heb je! Een heerlijk stukje wildernis. Maai Mei Niet is een nieuw begrip voor me, maar ik zoek en vind meteen veel inspiratie. En je blog – ik ben er ook stil van. Ik worstel met je mee om uit die winterse stilte te komen. Het wil niet. Misschien is je zoon op dit moment het beste voorbeeld, en ga ik ook eens op blote voeten paden maken.

    Geliked door 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s