Overgave

Takje van een dode naaldboom, aangevreten door een parasitaire kever (c) Inaya photography


Ze zeggen dat mensen die geboren zijn onder het sterrenbeeld Schorpioen steevast naar de diepte duiken. Dat zou best wel eens kunnen kloppen. Hoezeer ik ook geniet van de warmte van de zomerzon op azuurblauw water, wat mij aantrekt, is altijd datgene wat schuilgaat in de diepten verder weg. Onder de oppervlakte is waar de dingen veranderen.

Denk aan spijsvertering. Voedsel gaat je mond in, je kauwt erop, je geniet van de smaak en de textuur, en dan slik je het door en zakt het af. Wat er binnen in het lichaam gebeurt, vinden we meestal niet zo smakelijk om over na te denken. De processen van vertering, oplossing, afbraak, recyclage en afvoer lenen zich tot minder poëtische bespiegelingen dan de geneugten van het smaakpalet. (Hoewel.) Gelukkig zijn we het er wel over eens dat het precies die innerlijke verwerkingsprocessen zijn die zorgen voor ons dagelijks overleven. We kunnen eenvoudigweg niet zonder.

Ook op psychologisch vlak is dit zo. De belangrijkste processen om alle impulsen te verwerken die we onophoudelijk op ons afgevuurd krijgen, zitten op een veel dieper niveau dan ons oppervlakkige ego-bewustzijn. We begrijpen ze intussen tot op die hoogte dat we beseffen dat ze heel belangrijk zijn. We worden ons daar gelukkig ook steeds bewuster van.

Maar er is nog heel veel blindheid, en op zoveel andere vlakken van het dagelijks bestaan woedt een allesbehalve uitgevochten perceptiestrijd. Aan de zonnige oppervlakte der dingen blijven mensen op dit moment met de meest verbijsterende halsstarrigheid volhouden dat het leven alleen maar over léven draait, nooit om de dood of onze plaats in het grotere geheel. Sleep aan die IC-bedden, die vaccins, die dromen van eeuwig leven. Laat die gewassen dan ook maar op de velden staan, denk ik dan. En laat alle vee alsjeblieft in leven. We laten alles en iedereen in leven, zoals ook wij mensen alleen maar met het leven bezig willen zijn. Toch?

(c) Inaya photography


We kunnen gewoon niet om de dood heen, zo eenvoudig is het. Wij maken levende dingen dood om ons te voeden, en dan bedoel ik niet alleen dieren. (Beste veganisten, lees er de laatste wetenschappelijke bevindingen op na: planten zijn intelligent, ze reageren op allerlei vormen van stimulans, ze nemen beslissingen en ze hebben een geheugen, ergo: ze léven.) Daar hoeft geen schuldgevoel bij te komen kijken: wij gaan op onze beurt op zeker moment ook weer dood en voeden dan andere organismen. Dat is hoe het werkt in de kosmos, en dat is prima. Op voorwaarde dat er sprake is van gezonde verhoudingen.

Die gezonde verhoudingen zijn zoek in onze samenleving. Dat zijn ze al eeuwen, maar bij uitstek de laatste tweehonderd jaar hebben wij mensen de zaken zo naar onze hand gezet dat we intussen kunnen spreken van een nieuw geologisch tijdperk: het Antropoceen, waarin de mens de bepalende factor is voor grote geologische en atmosferische veranderingen. Dat door mensen bepaalde tijdperk dreigt onze ondergang te worden. Want de veranderingen die in gang zijn gezet door onze onbeteugelde honger naar altijd maar meer (luxe, veiligheid, levensjaren, grondstoffen…) verstoren het evenwicht op Aarde zodanig dat het precies voor ons onleefbaar kan worden.

Zou de Aarde slechter af zijn zonder ons, de menselijke soort? Integendeel.

Persoonlijk word ik daar niet zo gelukkig van. Ik kijk naar mijn zoon die de overgang maakt van kind naar puber, en die volop bezig is uit te groeien tot een mooi en fijn mens. Ik wens hem een leven van vervulling, op een planeet die hij als veilig kan beschouwen, waar niet alles waar hij van houdt onder zijn ogen kapot gaat aan klimaatverandering of de eindeloze hebzucht van zijn medemensen. Mijn moederhart ziet af als ik daar aan denk.

En, egoïstischer, ik zie zelf ook af bij wat er aan de gang is.

(c) Inaya photography


Ken je die personages in verhalen en films die beginnen als een deel van de menselijke gemeenschap maar die stelselmatig dieper de wildernis in getrokken worden? Door hun gevoeligheid, door de ervaringen die het leven hen voorschotelt? Op de duur is hun aanvoelen van de werkelijkheid van die aard dat alles wat hun medemensen belangrijk vinden voor deze figuren eerder triviaal is. Zij staan in dialoog met iets wat oneindig veel groter aanvoelt, de focus van hun vroegere dorpsgenoten op de grote en kleine dingen van elke dag komt hen bijna lachwekkend over. Soms vindt men hen wijs, soms vindt men hen zot. Zij zijn de sjamanen, de zieners, de voelers, de dwalers, de dwazen. Hoe ze zich verder ook gedragen, zij kijken naar de wereld met ogen die de mens zijn correcte plaats in het grotere geheel toebedelen.

Als kind noemden ze mij al een oude ziel, en diep in mij draag ik het gevoel mee dat ik al honderden levens geleefd heb. Of dat echt zo is, interesseert mij eigenlijk niet zo. De wijsheid en de inzichten zijn er, of ik ze nu te leen heb van ontelbare generaties voor mij dan van levens die ik ‘zelf’ beleefd heb. Die zonderling, reizend tussen het dorp en de wildernis, dat ben ik. Hoe langer ik leef, hoe meer de wildernis aan belang en aan kracht wint voor mij, en hoe onbeduidender de besognes van het mensdom mij toeschijnen. Niet omdat ze niet belangrijk zijn, of omdat er geen oprecht leed in schuil gaat. Wel omdat ze zo klein zijn, ten opzichte van het immens grote geheel waarvan ze deel uitmaken.

Takje van een dode naaldboom, aangevreten door een parasitaire kever (c) Inaya photography


Er is wel degelijk een dynamische harmonie aan het werk in al wat leeft. Maar die ongerepte, wilde toestand komt de menselijke geest – met zijn immense behoefte aan houvast – bedreigend chaotisch over. Dit citaat van Eckhart Tolle raakt wat mij betreft de kern:

“When we go into a forest that has not been interfered with by man, our thinking mind will see only disorder and chaos all around us. It won’t even be able to differentiate between life (good) and death (bad) anymore since everywhere new life grows out of rotting and decaying matter. Only if we are still enough inside and the noise of thinking subsides can we become aware that there is a hidden harmony here, a sacredness, a higher order in which everything has its perfect place and could not be other than what it is and the way it is.The mind is more comfortable in a landscaped park because it has been planned through thought; it has not grown organically. There is an order here that the mind can understand. In the forest, there is an incomprehensible order that to the mind looks like chaos. It is beyond the mental categories of good and bad. You cannot understand it through thought, but you can sense it when you let go of thought, become still and alert, and don’t try to understand or explain. Only then can you be aware of the sacredness of the forest. As soon as you sense that hidden harmony, that sacredness, you realize you are not separate from it, and when you realize that, you become a conscious participant in it. In this way, nature can help you become realigned with the wholeness of life.”

Ik heb mij het afgelopen jaar al meermaals afgevraagd hoe ik mij zou gedragen als ik C** kreeg, op zo’n manier dat het misschien levensbedreigend voor mij zou zijn. Ik sta niet geboekstaafd als een risicopatiënt, maar met de toestand van mijn longen en mijn algemeen immuunsysteem in het achterhoofd maak ik me nu ook weer niet de illusie dat het allemaal zo goed zou meevallen. En gezien mijn jeugdige leeftijd ben ik de laatste in de rij voor een vaccin, op kinderen en jongeren na. In elk geval, ik heb de oefening al vaker gedaan: wat als ik morgen doodga?

Als het mijn tijd is om te gaan, dan is dat zo. Ik kan niet garanderen dat ik er lichamelijk gracieus mee om zal kunnen, maar innerlijk heb ik daar vrede mee.
Dat gezegd zijnde: op mijn eentje liggen creperen in een steriele ziekenhuiskamer is niet wat ik voor ogen heb. Gun mij dan maar de afzondering van een bed onder de bomen in mijn tuin, kom bij mij zitten om iets te zeggen – of om te zwijgen – en laat mij zachtjes uitdoven. Ik ben van de natuur, dat ben ik altijd geweest, en dat is waarnaar ik zal terugkeren. Hopelijk nog niet té snel. Maar uiteindelijk wel. En met overgave.

(c) Inaya photography

4 gedachtes over “Overgave

  1. “Op de duur is hun aanvoelen van de werkelijkheid van die aard dat alles wat hun medemensen belangrijk vinden voor deze figuren eerder triviaal is.” Exact dat. Ik ervaar dat hoe langer hoe meer.
    En in deze tijd van verplichte fysieke afzondering is het zeker voor een ‘single’ bijna dodelijk om van zielsverwanten als jij afgescheiden te zijn, niet wegens de afscheiding zelf (dat is immers een illusie) maar wegens het onnatuurlijke van de hele situatie. Er is niets makkelijker voor een levensvorm én moeilijker voor een mens dan zich over te geven aan de perfectie van de natuurlijke chaos… Tragisch heerlijk, Kirstin, hoe jij dit alles beschrijft… ❤

    Geliked door 2 people

  2. Zoveel herkenbaarheid in deze woorden hier… ik heb de tranen in de ogen staan. ‘…en hoe onbeduidender de besognes van het mensdom mij toeschijnen’. Zo voelt het voor mij ook als ik in een winternacht de Melkweg zie, als ik de eindeloze oceaan zie opgaan in een mist van zout door de westenwind… je voelt je klein maar verbonden met het geheel in één. Laat mij als het mijn tijd is ook maar zachtjes uitdoven op zo’n plek, waar ik dan weer in kan opgaan…

    Geliked door 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s