Een bubbel, een virus, een droom

Het zou ons sieren om wakker te worden

Veertien jaar geleden verscheen An incovenient truth, de film waarin Al Gore de vinger legt op de diepe, zere plek van klimaatopwarming en menselijke overconsumptie. De ongemakkelijke waarheid die hij ons toen voorschotelde, is niet veranderd – waarheden gebaseerd op natuurwetten en harde feiten hebben niet snel de neiging dat te doen.

De smeltende ijskappen, het methaan dat ontsnapt uit de verdampende permafrost, de wegspoelende bodems waar te veel bossen worden gekapt, het sneltempo waaraan soorten uitsterven… het was nooit zomaar een groen fabeltje van zwevers met een voorraad paddo’s en geitenwollen sokken. Het was een werkelijke dreiging, waarvoor al decennia eerder werd gewaarschuwd.

(c) Inaya photography



We wilden het niet geloven. Of we wilden er niet aan denken. De waarheid was té ongemakkelijk, de aanpassingen die ze van ons vroeg, collectief en persoonlijk, waren té onwelkom. De economie, weet je wel. De vrije markt die het gat had gevuld waar ooit godsdienst had gezeten. De zeepbel van eeuwige groei. We hebben ons collectief nog eens omgedraaid in bed, hebben gedaan alsof het allemaal zo’n vaart niet zou lopen en zijn met z’n allen blijven geloven dat de aarde uiteindelijk wel plat zou blijken te zijn.

De droom mocht nog een beetje langer duren. We wilden zo graag nog met het vliegtuig op citytrip. Aardbeien eten in het midden van de winter. Garnalen aan een spotprijs laten pellen in Marokko. Met de auto naar de bakker om de hoek. Geloven dat de palmolie in onze Nutella geen echte milieugevolgen had. Het was zo makkelijk. Iedereen deed het. En als er al een probleem was, zou er binnen afzienbare tijd vast wel een of ander technologisch wondermiddel voor uitgevonden worden. Of in het slechtste geval zou het onze tijd nog wel duren.

Van een bubbel gesproken.

De gevolgen van onze mateloze overconsumptie en overontginning, sinds de jaren zeventig voorspeld door wetenschappers die niét betaald werden door de grote olie- en industriemagnaten, hebben ons nu ingehaald. De eerste mondiale plaag, rechtstreeks van beest op mens overgegaan, als gevolg van veel te veel verwoeste en gekapte regenwouden, is een feit. Het is niet het eerste virus dat zo zijn weg vindt van dier naar mens, maar wel het eerste dat in een mum van tijd wereldwijd gaat. Ook dat hebben we te danken aan onze eigen gulzigheid: naar steeds meer vliegverkeer, naar steeds meer producten afkomstig van de andere kant van de wereld. Het zou ons nu eigenlijk gewoon niet mogen verrassen. De omvang van ons wereldwijde transportsysteem had dit al twintig jaar eerder kunnen laten gebeuren.

Nu is het gedaan met dromen.

(c) Inaya photography



De C**-crisis is de eerste in een lange rij van catastrofes die alleen maar ernstiger gaan worden naarmate de tijd vordert. Sorry voor wie nu al op zijn tandvlees zit, maar dit is het luchtige aperitiefhapje in een zeer zwaar verteerbare tien-gangenmaaltijd. We stevenen af op een ramp van wereldformaat.

We wisten dit. Of we hadden het moeten willen weten. Nu oogsten we de eerste bittere vruchten van onze eigen beslissingen.

In literatuur en film bestaat er een techniek die dramatische ironie heet: het publiek heeft in de loop van het verhaal meer informatie gekregen dan de personages, en zit nagelbijtend toe te kijken hoe ze zich dieper in de nesten werken. Ze doen oprecht hun best maar ze weten niet wat de kijker/lezer wel weet, ze schenken geen aandacht aan wat hen zou moeten opvallen, en ze lopen recht in hun ongeluk.

Dat is het gevoel dat ik al maanden heb over deze hele C**-crisis. Het is mij al jarenlang een raadsel dat we maar niet lijken te willen begrijpen dat we actief bijdragen aan wat ons op termijn kapot maakt. Ik sta erop te kijken als een kind met ouders in een dysfunctionele relatie die aan het bekvechten zijn over de kleur van de gordijnen in de slaapkamer. Alsof de ruzies en miserie van hun relatie opgelost zullen worden door de ‘juiste’ keuze stofje.

Geconfronteerd met een mondiale pandemie die in wezen ecologisch is van oorsprong en veroorzaakt door overbevolking en overconsumptie, zijn we aan het bekvechten over hoe we op de ultrakorte termijn het aantal menselijke doden kunnen beperken, en op de iets minder maar nog altijd belachelijk korte termijn hoe we zo snel mogelijk terug kunnen naar de destructieve manier van leven die ons in deze hele miserie heeft gestort.

De waarheid is dat ons sprookje ten einde is. We kunnen vechtend over de vloer rollen in de discussie over hoe we de C**-crisis (niet) moeten managen, maar we zijn en blijven bezig met de spreekwoordelijke gordijnen.

Voor iemand zegt: ‘Ja maar, Europa is nu stappen aan het ondernemen op vlak van duurzaamheid’: even serieus blijven. Dertig jaar geleden al schreef Etienne Vermeersch in De ogen van de panda: ‘De wereld heeft voldoende grondstoffen om iedereen dezelfde levensstandaard te geven: die van de middeleeuwse boer.’ Intussen zijn we een paar technologische snufjes maar ook bijna een miljard wereldbewoners en een exponentiële uitstoot van CO2 verder. Schat even in hoever jouw levensstandaard verschilt van die van een boer in 1350. Zó diep is ons probleem.

De C**-golf zal mettertijd wel luwen. Mits een vaccin, mits gewenning, mits weet ik veel. Maar er zijn andere, nog veel hogere, golven op komst en het is een gevaarlijke misvatting om te denken dat we straks terug kunnen naar ‘normaal’. Het oude normaal was ziek. Het was de rechtstreekse oorzaak van wat we nu meemaken, net zoals decennia van extreem neoliberalisme in de VS de rechtstreekse oorzaak waren van de angstige, bittere en slecht geïnformeerde blindheid die Trump op een voetstuk hees.

Het is niet omdat onze technologie ons de laatste zes decennia een Walhalla heeft voorgespiegeld van alsmaar verder opschuivende grenzen dat de natuur zich naar onze wensdromen zal plooien. Het zou ons sieren om wakker te worden.

(c) Inaya photography



Afscheid nemen van een droom is nooit pijnloos. Maar er kan ook opluchting mee gepaard gaan, helderheid, eerlijkheid. Dit zou dus een moment van inzicht moeten zijn, van rouw. We moeten durven toegeven dat we aan het einde van onze mogelijkheden gekomen zijn. Of toch: de mogelijkheden van onze oude manier van denken en leven.

Wat sommigen van ons nu echter proberen te doen – ons nóg eens omdraaien in bed, ons economisch kaartenhuis in stand houden én zoveel mogelijk mensenlevens redden én onze giftige economie redden én onszelf wijsmaken dat we nog altijd boven de natuur staan – is van een dermate hardnekkige blindheid dat het bijna niet meer te bevatten is.

We zijn slechte verliezers, schreef ik in een eerder blog. Ik neem mijn woorden terug. Als we nu niet willen wakker worden, opstaan en de handen uit de mouwen steken, zijn we geen slechte verliezers maar narcisten, net als Trump: we weigeren in te zien dat waar we voor stonden van bij de start destructief was (oneindige groei op een eindige planeet, wie verzint het??), dat we onze hand danig overspeeld hebben en dat we het kantelpunt gepasseerd zijn waarop winst verandert in verlies. Elke verdere poging om aan onszelf en de rest van de wereld te bewijzen dat het niet zo is, maakt ons alleen maar karikaturaler.

(c) Inaya photography



Dus laten we het roer omgooien. Laten we beslissingen nemen die écht een verschil maken. Laten we andere politieke leiders kiezen, mensen met visionaire ideeën voor het welzijn van de natuur (en de mens) en realistischer doelen voor economie. Ja, in die volgorde. Want bij wakker worden hoort het inzicht dat de natuur belangrijker is dan wij, dat we er maar een heel klein stukje van zijn, en dan nog een stukje dat nu omwille van zijn hoogmoed een ferme tik op de vingers krijgt.

Laten we aanvaarden dat er mensen sterven – zoals ze dat in de loop van de geschiedenis altijd gedaan hebben – maar laten we dat zo waardig mogelijk organiseren. Laten we ervaren dat de werkelijke schoonheid van ons bestaan niet gaat over nog langer leven, maar verbonden is met onze plaats in dat immense geheel – niet ten koste van andere mensen of soorten, maar als een uniek deeltje ervan, een onvervangbaar stukje dat een heel beperkte tijd heeft om te groeien, te bloeien en vrucht te dragen.

Laten we stoppen met streven naar meer en meer en meer. Alleen een virus denkt in die termen.

(c) Inaya photography

6 gedachtes over “Een bubbel, een virus, een droom

  1. ‘We hadden het moeten willen weten’. Ik ben hier stil van. Wat een gloedvol betoog, waar geen speld tussen te krijgen is. Een diepe buiging voor je, Kirstin, zoals je de huidige toestand van (en in) de wereld in worden weet te vatten. Dank je wel 🙏❤️

    Geliked door 2 people

      1. Ik snap heel goed dat je je liever zou willen vergissen. Mij benauwt steeds meer het gevoel alsof we in een verschrikkelijk slechte film zitten – niet eens meer in de bioscoop waar we niet meer uit kunnen, maar in de horror film zelf… Toch, juist omdat het zo zwaar voor je is, en je er zó mee begaan bent, schrijf je als ‘vanuit je tenen’. Vanuit een diepe emotie. Alsof je open liggende zenuwen raakt. Zo voelt deze tekst voor mij. Een waarheid veel schrijnender dan een inconvenient truth. En hoe zwaar dit ook voor je is, ik hoop dat je (hierover) blijft schrijven, dat je boodschap over komt. En laten we elkaar, op wat voor manier ook, blijven steunen en inspireren of op onze plaats laten zetten als dat nodig is in de moeilijke jaren die nog gaan komen… Liefs!

        Geliked door 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s