ZAAILING #90 – Puhpowee

A Paper / A Day
Dag 21

Paddenstoelentijd en de kracht van het onbenoembare – in onze taal dan toch
Over waar deze Zaailing zijn voedingsbodem vond…

Jurgen gaat gestaag door met het APAD-project, en post elke dag een nieuwe tekening online. Veel van wat hij doet, is geïnspireerd op het moment, of het seizoen, en dat is in het geval van deze prent niet anders. Ik schrijf nog altijd mee, bijna dagelijks, al komt maar een fractie online.

Toen ik van zijn voornemen hoorde om met paddenstoelen te werken, wist ik dat dit er eentje was waar ik extra zorg aan wilde besteden. Niet alleen omdat zijn keuze van de inktzwam een heerlijke dubbele bodem aanreikte voor mensen die leven van en met hun schrijf- of tekenpen, maar ook omdat er een ontdekking was die ik al een hele tijd onder poëtische vorm wilde delen. Het ging meer bepaald over de vraag of – en nog meer: hoe – de woorden van onze taal een diepe organische beweging kunnen weergeven, een levende kracht.

Vroeger dacht ik dat taal niet alleen de beste manier was om verhalen te vertellen, maar ook werelden op te roepen, leven te creëren. Sinds ik het werk van David Abram las, ben ik daar heel anders over gaan denken.

In The spell of the sensuous onderzoekt Abram de factoren die een rol hebben gespeeld in de manier waarop wij als mensen van de natuur vervreemd zijn geraakt. Het is fascinerende lectuur, zintuiglijk, sensueel, en heel confronterend. Want een van de beslissende kantelpunten die de mensheid de voeling lieten verliezen met de wereld om haar heen, was het schrift. We gingen steeds meer in dialoog met onszelf, met onze eigen stem op papier, en steeds minder (en minder zintuiglijk) met de levende wereld om ons heen. We vervreemdden van de natuur door in een ononderbroken feedback-loop met onze eigen gedachten en denkbeelden te gaan.

The spell of the sensuous is een van de boeken die mijn leven veranderd hebben. Want Abram toont aan (onder meer door hoe hij zelf schrijft) dat het wel mogelijk is om, óók door middel van woorden, onze verbondenheid met de natuur op zijn minst deels te herstellen. Becoming animal heet zijn latere collectie essays. We moeten als mens weer ten volle leren doorleven (en appreciëren) dat we dieren zijn. Abram lezen maakt je bewust van hoe we zintuiglijk en tot diep in ons merg verbonden zijn met de meer-dan-menselijke wereld om ons heen. Het is bijzonder krachtig en belangrijk werk. (Als er een uitgever meeleest: ik zou die boeken graag vertalen.)

Het is trouwens Abrams bewuste bedoeling om de vervreemding waaraan we ten prooi zijn gevallen en die mee onze wereld kapot maakt, te helpen genezen. Hoe hij daarvoor taal aanwendt, heeft mijn eigen kijk op wat ik doe met mijn woorden diepgaand veranderd. Veel van wat ik de afgelopen jaren geschreven heb, is rechtstreeks schatplichtig aan de inzichten die hij bood en ik heb bij momenten teksten geproduceerd waar ik om die reden tevreden mee ben.

Maar wat ben ik jaloers op de taal van de Amerikaans-Indiaanse professor biologie Robin Wall Kimmerer. Het Potawatomi heeft bij uitstek aandacht voor het levende achter de uiterlijke vorm, voor processen. Een van de hoofdstukken in Braiding Sweetgrass (nog zo’n prachtig boek dat een vertaling verdient!) is gewijd aan Kimmerers pogingen om zich de taal van haar voorouders weer eigen te maken – er zijn maar een handvol sprekers meer van in leven. Potawatomi blijkt een vreselijk moeilijke en grammaticaal enorm complexe taal, ook voor haar, in het bijzonder door het feit dat zoveel dingen die in het Engels (en het Nederlands) substantieven zijn daar op een of andere manier werkwoorden zijn. Een baai is bijvoorbeeld een werkwoord, eerder iets als ‘een baai zijn’. Dat heeft alles te maken met de beweging van de golven, de kwaliteit van de relatie tussen land en zee. Een baai is alleen maar een substantief als water een dood voorwerp is. En dat is het niet. Je zegt in Potawatomi net zo min ‘het kookt soep’ over je moeder als dat je een baai een levenloze verzameling materie noemt.

Puhpowee, het woord dat rechtstreeks de inspiratie vormde voor deze Zaailing, komt uit het Potawatomi.
Ik laat Kimmerer er zelf over aan het woord. En ik nodig ons allen uit om vanaf nu meer naar de dingen om ons heen te gaan kijken als vloeiende ‘werk’woorden, in levende beweging, en niet als objecten die ver van ons afstaan, dood en onbezield.

“Als we op wilde plekken in de natuur onze oren spitsen, zijn we getuige van gesprekken in een andere taal dan de onze. Ik meen nu dat wat mij naar de wetenschap heeft gevoerd mijn verlangen was om de taal te begrijpen die ik in de bossen hoorde, en mij heeft gemotiveerd om in de loop van de jaren vloeiend botanisch te leren spreken. Een taal die trouwens beslist niet verward mag worden met de taal van planten zelf. Ik leerde in de wetenschap effectief wel een andere taal, die van de zorgvuldige observatie, een intiem vocabularium dat elk kleinste deeltje benoemt. Om iets te kunnen benoemen en beschrijven moet je het eerst gezien hebben, en wetenschap polijst de kunst van het observeren. Ik heb respect voor de kracht van deze taal, die mijn tweede geworden is. Maar onder de rijkdom van het vocabulaire en zijn beschrijvende omvang ontbreekt iets, hetzelfde iets dat om je heen en vanbinnen in jou aanzwelt wanneer je naar de wereld luistert. Wetenschap kan een taal van afstand zijn, die een levend wezen reduceert tot zijn werkende bestanddelen; het is een taal van objecten. De taal die een wetenschapper spreekt, hoe precies ook, is gebaseerd op een diepe grammaticale fout, iets wat weggelaten werd en verloren ging in de vertaling van het oorspronkelijk idioom dat gesproken werden langs deze kusten.

“Mijn eerste smaakje van deze ontbrekende taal op mijn tong was het woord Puhpowee. Ik kwam het per toeval tegen in een boek van de Anishinaabe ethnobotaniste Keewaydinoquay, in een verhandeling over het traditioneel gebruik van paddenstoelen bij onze stammen. Puhpowee, verduidelijkte ze, kun je vertalen als “de kracht die paddenstoelen in één nacht uit de aarde laat oprijzen”. Als bioloog was ik verbijsterd dat er zo’n woord bestond. Voor al zijn technische woordenschat heeft de westerse wetenschap geen term of uitdrukking om dit mysterie te vatten. Je zou denken dat biologen bij uitstek degenen zouden zijn die woorden hebben voor het leven. Maar in wetenschappelijk taalgebruik wordt onze terminologie gebruikt om de grenzen van onze kennis te aan te geven. Wat we niet begrijpen, blijft onbenoemd.

“In de drie lettergrepen van dit nieuwe woord kon ik een volledig proces van zorgvuldige observatie in het vochtige ochtendbos vinden, de formulering van een theorie waarvoor geen Engels equivalent bestaat. De bedenkers van dit woord begrepen een wereld boordevol zijnsvormen, vol van onzichtbare energieën die alles tot leven brengen. Ik heb het woord lang gekoesterd, als een soort talisman, en verlangd naar de mensen die de levenskracht van paddenstoelen een naam gaven. De taal die Puhpowee had, was er een die ik wilde spreken. Dus toen ik erachter kwam dat het woord voor oprijzen, voor tevoorschijn komen, behoorde tot de taal van mijn voorouders, werd dat mijn wegwijzer.”

(Robin Wall Kimmerer, Braiding sweetgrass, p.48-49, mijn vertaling)

Listening in wild places, we are audience to conversations in a language not our own. I think now that it was a longing to comprehend this language I hear in the woods that led me to science, to learn over the years to speak fluent botany. A tongue that should not, by the way, be mistaken for the language of plants. I did learn another language in science, though, one of careful observation, an intimate vocabulary that names each little part. To name and describe you must first see, and science polishes the gift of seeing. I honor the strength of the language that has become a second tongue to me. But beneath the richness of its vocabulary and its descripitive power, something is missing, the same something that swells around you and in you when you listen to the world. Science can be a language of distance wich reduces a being to its working parts; it is a language of objects. The language scientist speak, however precise, is based on a profound error in grammar, an omission, a grave loss in translation from the native languages of these shores.
My first taste of the missing language was the word Puhpowee on my tongue. I stumbled upon it in a book by the Anishinaabe ethnobotanist Keewaydinoquay, in a treatise on the traditional uses of funghi by our people. Puhpowee, she explained, translates as “the force which causes mushrooms to push up from the earth overnight”. As a biologist, I was stunned that such a word existed. In all its technical vocabulary, Western science has no such term, no words to hold this mystery. You’d think that biologists, of all people, would have words for life. But in scientific language our terminology is used to define the boundaries of our knowing. What lies beyond our grasp remains unnamed.
In the three syllables of this new word I could see an entire process of close observation in the damp morning woods, the formulation of a theory for which English has no equivalent. The makers of this word understood a world full of being, full of unseen energies that animate everything. I’ve cherished it for many years, as a talisman, and longed for the people who gave a name to the life force of mushrooms. The language that holds Puhpowee is one that I wanted to speak. So when I learned that the word for rising, for emergence, belonged to the language of my ancestors, it became a signpost for me.

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

6 gedachtes over “ZAAILING #90 – Puhpowee

  1. Whaw… Kirstin, WAT een ontdekking! Indrukwekkend! Ik ben hélemaal mee…
    Die boeken zouden overigens niet misstaan in de bib van Robur op Den Eik – als dát niet met ‘herverbinden’ te maken heeft, weet ik het ook niet meer…

    Geliked door 1 persoon

  2. Ik val pas net je blog binnen, maar wat een mooie samenwerking. Toevallig had ik het laatst over paddenstoelen met mijn moeder, en hoe zij voor verbinding staan.

    Zei ik nou toevallig? Nou, “toevallig” kom ik dan ook hier terecht 🙂

    Like

    1. Hallo Samantha,
      Dankjewel! Ja, de samenwerking met Jurgen is heel bijzonder, echt een zielsvriendschap waar we beiden in de loop van de jaren al enorm door gegroeid zijn.
      De natuur is een van onze favoriete thema’s, die verbondenheid kruipt zo diep… Onwaarschijnlijk hoe rijk en gelaagd ze is in haar geschenken en inzicht voor ons.

      Ik ging eens kijken naar jouw pagina, benieuwd naar wat jij doet. Maar als ik wil doorklikken naar een bericht of een onderverdeling in het menu, krijg ik een foutmelding…

      Geliked door 1 persoon

      1. Wat bijzonder! Mooi dat jullie op elkaars pad zijn gekomen 🙂

        Oei, dat is niet best van die foutmeldingen. Dankjewel dat je het meldt, ik ga het uitzoeken 🙂

        Like

      2. (kom ik toch even terug op die foutmelding) Ik heb je proberen te e-mailen erover, zodat ik je blog niet lekspam, maar dan krijg IK een foutmelding, haha. In ieder geval: iedereen die ik mijn site heb laten testen de afgelopen twintig minuten ervaart geen fouten. Weet je misschien nog wat de foutmelding precies zei? Ik vind niets zo vervelend als wanneer je een website bezoekt die maar half (of helemaal niet) werkt, namelijk. Schaam me dood joh :’)

        Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s