Meer dan één waarheid, meer dan één antwoord

De kloof die ik moet leren verdragen

(c) Inaya photography



De kauwen gaan slapen in de boomkruinen aan de overkant van het veld achter ons huis. Elke avond bij zonsopgang en zonsondergang zorgen ze voor een uitbundig collectief concertje: honderden zangerig gakkende stemmen die elkaar goedemorgen of welterusten wensen. Ik heb ze ’s ochtends nog niet vaak zien vertrekken, de eerste ochtendschemer is nog wat te vroeg. Maar ’s avonds zie ik ze thuiskomen. Ze scheren een hele tijd in wisselende groepen boven de boomtoppen heen en weer tot ze… ik weet het niet, een tak vinden waar ze lekker zitten?

Mensen zijn een collectieve diersoort, net als kauwen. We doen veel samen. We onderschrijven dezelfde verhalen. Als veel mensen hetzelfde denken en vinden en voelen als wij, weten we ons geborgen. We passen ons gedrag aan aan de noden of de verordeningen van de groep. Maar we beïnvloeden de groep ook, door wat we denken, zeggen en doen. Zo bepalen we allemaal samen waar we heen gaan.

Zo begon de blog die ik de afgelopen dagen probeerde te schrijven over de moeheid die we voelen ten opzichte van de corona-maatregelen, over de versnippering van het beleid, over het afkalven van zekerheden ten voordele van meningen, over complottheorieën en goedbedoelde maar misleide spirituele superioriteit.

(c) Inaya photography



Te veel voor één blog? Tja, soms moet je als schrijver vier keer vastlopen vooraleer je door hebt wat anderen meteen al zien: dit is niet te schrijven. Ik krijg deze hele malaise niet helder uitgetekend. Het is een kluwen dat alle kanten op straalt, een multidimensionaal spinnenweb. Ik volg één draadje, en dan een ander, ik zie tegenstellingen en verbanden, maar ik krijg totaal geen overzicht, niet in mijn hoofd en niet in mijn tekst.

Dus: dag, blog.

Maar ik lees dat het aantal besmetting weer stijgt, en aan de binnenlandse horizon doemt alweer het spook op van nog strengere maatregelen. Tegelijk nemen regeringen en bedrijven de ene non-sensicale economische beslissing na de andere, wordt Californië verteerd door bosbranden die de hemel een apocalyptisch oranje kleuren en is het intacte karkas van een holebeer gevonden, omdat de permafrost in Rusland aan het smelten is. Deze dynamieken gaan op vier snelheden, ze kruisen elkaar, blind en zonder elkaar te raken. Maar alles is met alles verbonden. En welke strijd proberen we hier nu eigenlijk te voeren?

(c) Inaya photography



Ik herinner me een TED-talk van een brandweerman (of was het nu een ambulancier, sorry, mijn geheugen is niet goed met dit soort feitjes) die beschreef hoe hij slachtoffers van een brand of ongeval die stervende waren ter plaatse bijstond in hun laatste momenten. Heel vaak voelden ze aan wat er kwam en vroegen hem: ‘Ik ga dood, hé?’ Als hij het met goede bedoelingen ontkende, ze verzekerde dat het allemaal in orde ging komen en dat ze moesten volhouden, ook al wist hij eigenlijk beter, dan waren ze paniekerig en gespannen, dan stierven ze angstig. Maar als hij ze recht in de ogen keek en ‘ja’ antwoordde, gebeurde er iets heel anders. Ze ontspanden zich. Ze aanvaardden het. Wat ze voelden en wat ze te horen kregen, strookte met elkaar. Ze konden ermee in het reine komen, al was het maar in een paar minuten, en op een waardiger manier vertrekken.

Onze samenleving, onze oude manier van leven, lijkt nu op dat stuiptrekkend slachtoffer. Wat gaan we het vertellen? Dat er niemand mag doodgaan? Dat we moeten vechten tegen een Grote Vijand om dit te boven te komen? Doen we er voor de goede orde het slaapliedje van eindeloze groei op een eindige planeet nog eens bovenop?

Ik geloof dat we allemaal gebaat zouden zijn met een staaltje eerlijkheid.

Covid-19 is geen allesverwoestende ziekte die de helft van de wereldbevolking bedreigt, maar sommige mensen gaan er wel aan dood. En we gaan dat niet kunnen tegenhouden, ook niet als we onze samenleving totaal ontwrichten.

Dat is een ongemakkelijke waarheid, en we kunnen daar niet goed mee om. In het rijke westen zijn we een gezonde omgang met dood en verlies al decennia verleerd. We spenderen fortuinen aan het behandelen van ongeneeslijke ziektes, aan het rekken van een lang leven met nog een paar extra maanden. Wat we ‘winnen’ aan tijd betalen we in verlies van levenskwaliteit en een totaal ontspoorde kost aan gezondheidszorg. En er is geen grens aan onze horizon, we willen hem telkens nog wat verder verleggen. We worden steeds krampachtiger in onze omgang met de dood.

(c) Inaya photography



‘Elke dode is er één te veel.’ Dat horen we deze dagen in het kader van Covid-19 wel vaker.

Eerlijk? Ik vind dat larie, op een zwaar overbevolkte planeet.
Voor iemand mij van harteloosheid beschuldigt: natuurlijk sta ik ook niet te springen om de dierbaarste mensen in mijn leven te verliezen. Wanneer dat gebeurt, zal de leegte die ze laten immens zijn, mijn verdriet peilloos. Maar dat staat geheel los van het biologisch grotere plaatje. We mogen beide niet met elkaar verwarren. Het is niet omdat we verdriet hebben om persoonlijke redenen dat we de natuurlijke wereldorde omver moeten werpen en de dood moeten bevechten. Van hubris gesproken.

En uit de mond van het rijke kapitalistische westen klinkt de uitspraak dat elke dode er één te veel is ronduit hypocriet. De economische en ecologische vernietigende omstandigheden die tot dit virus geleid hebben en vele malen meer slachtoffers maken, die vinden we blijkbaar wel oké, zeker als de slachtoffers in het buitenland vallen. De duizenden vluchtelingen uit het Zuiden zien we liever verdrinken op de Middellandse Zee dan ze op te vangen. Dan hoor je plots heel andere slogans.

De klimaatopwarming die nog veel grotere vluchtelingenstromen op gang zal brengen en mogelijk het voortbestaan van de hele menselijke soort bedreigt, die willen we niet ernstig nemen. En dat de armste en zwakste lagen van de bevolking nu wereldwijd buitenproportioneel getroffen worden, getuigt van de gloeiende oneerlijkheid waarmee we de mondiale samenleving hebben opgebouwd.
Maar dat willen we allemaal niet in vraag stellen. Dat virusje dat er een gevolg van is, daarentegen, een louter symptoom van een veel groter en onderliggend probleem dat we zelf hebben gecreëerd, dát gaan we bekampen met alles wat we hebben. Want daar mag niemand aan sterven. Komaan, zeg.

(c) Inaya photography

Natuurlijk zullen er mensen doodgaan aan Covid-19. Zoals ze al sinds het begin der tijden doodgaan aan duizend-en-een kwalen en ongelukken. Daar moeten we niet flauw over doen, dat moeten we aanvaarden en tot op zekere hoogte in goede banen proberen te leiden. Maar omdat we dat niet kunnen, of toch niet waardig, laat de manier waarop we er nu mee omgaan de wereld zoals we die kenden afbrokkelen in hetzelfde tempo als de ijskappen. We reageren als een paniekerig en op hol geslagen immuunsysteem: vernietigend. We maken onszelf kapot.

De aanhoudende onzekerheid waarin we ons bevinden, maakt ons vatbaar voor de kracht van een Aanlokkelijk Verhaal. Want als mens hebben we een zo’n verhaal nodig, een ruimere context om ons leven in te situeren, de richting waarin we ons bewegen in te kaderen. Net als de kauwen willen we een fijne grote boom voor de nacht, en als die ene waar we ons altijd in hebben terugtrokken plots gaat kraken en scheuren, hebben we heel snel een andere nodig. En dus knoeien we erop los – met de beste bedoelingen, met zuivere intenties. Maar we knoeien.

We grijpen naar wetenschap, naar godsdienst, naar scepsis, naar ecologische verontwaardiging, naar complottheorieën, naar stil verzet, en op allerlei vlakken raakt het een met het ander vermengd. De vertroebeling in communicatie is bij momenten totaal.


V V
V
v v v
v v

En kijk, nu heb ik toch nog een hele blog geschreven die – op een andere manier dan ik van plan was – een aantal punten aanraakt waar ik al lang mee in mijn hoofd zit.

Persoonlijk vind ik dit een behoorlijk somber stukje lectuur. Dat is niet mijn gewoonte. Als kleine, individuele mens hoop ik dat we dit ten goede kunnen keren, en ik wil er alles aan doen om daartoe bij te dragen. Ik wil geen onheilsprofeet zijn die al bij voorbaat de handdoek in de ring gooit omdat er met de mensheid niets aan te vangen valt. Ik probeer mee te werken aan warme verbondenheid en een nieuwe ecologische visie, overal waar ik maar kan. Mijn boeken gaan daar tot op zekere hoogte zelfs over, verdorie.

(c) Inaya photography

Maar als ik kijk als een sjamaan – toch wel, altijd weer, al durf ik dat woord nauwelijks in de mond nemen met betrekking tot mezelf – dan kijk ik vanuit een veel afstandelijker perspectief. De sjamaan dient het grotere geheel, waarvan de mens slechts een heel stukje is. Haar loyaliteit ligt niet bij de mensheid, maar bij het universum en alle evenwichten die daarin bewaard moeten worden. Daarom ook dat ze zelden in het dorp woont, altijd aan de rand ervan, of liever nog op een afgelegen plek in de natuur.

En kijkend als sjamaan zie ik het niet zo rooskleurig in. Er is hoop, er is verzet en heel veel groeiend inzicht. Er zijn prachtige opflakkeringen van licht en kracht. Maar ik weet niet, in de grotere context van alles wat er gaande is, of het voldoende zal blijken te zijn. Voor ons als mensheid. Voor een leefbare planeet. Ik hoop het, ik hoop het echt. Maar dan weer denk ik dat ik mij maar beter schik in het onvermijdelijke. The long defeat, zoals Tolkien het noemde.

Beide van die waarheden – de kleine individuele en de grotere afstandelijke – kloppen, beide antwoorden zijn op hun eigen manier waar. Ze leven allebei in mij, ze kleuren mijn dagelijks leven en mijn beslissingen. Ze geven mij allebei vorm, en ze doen dat helder en krachtig. Ze zijn het alleen niet met elkaar eens.
Dit is de grote spreidstand waarmee ik diep vanbinnen leef, elke dag. Het is de kloof die ik moet leren verdragen, en waarover ik bruggen blijf bouwen – met de moed der wanhoop, soms, en hoe breed hij bij momenten ook wordt.

(c) Inaya photography

3 gedachtes over “Meer dan één waarheid, meer dan één antwoord

  1. Dat mag ook wel eens gezegd worden.
    En wat ons gaande houdt is vertrouwen. Eindeloos vertrouwen. Niet in de mensheid, maar in het kosmisch gebeuren: de dingen evolueren zoals ze evolueren, en dat is goed. Wij mensen hebben daar nog niet het minste zicht op. Vertrouwen en overgave aan wat is. En daarin mens zijn. ❤

    Geliked door 2 people

  2. Mooi stuk, uit het hart geschreven en oh zo herkenbaar.
    Ik WIL ook kunnen vertrouwen in de goede afloop maar wat ik zie stemt me niet hoopvol. Mensen klampen zich vast aan hun dogma’s. Zo veel problemen en iedereen maakt zich druk over dingen die er eigenlijk in het grote geheel niet toe doen of gewoonweg natuurlijk zijn.

    En toch die hoop; dat het wel goed komt, dat er mensen echt wakker zijn en de werkelijke onderliggende problemen zien.

    Net zoals jij bevindt ik me in die vreemde spagaat.

    Geliked door 1 persoon

    1. Dank je voor je warme reactie! We hebben nog een heel lange weg te gaan… Tegelijk begin ik me stilaan te bedenken dat ik moet stoppen met zeggen ‘we zien het niet’, ‘we willen er niet mee bezig zijn’… Steeds meer mensen willen dat wél. Het is nu zaak hoe we een kritische massa kunnen bereiken en tot een vorm van daadkracht kunnen komen… Stof voor een volgende blog. 😉

      Geliked door 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s