Als boeken pijn doen

(c) Inaya photography



Ik lees Siri Hustvedts Memories from the future. Het is een van de zeldzame fictieboeken die ik de laatste tijd in handen heb. Ik geniet van de vloeiendheid van haar proza, de beelden die ze schetst, de manier waarop mensen, hun manieren en gevoelens overvloeien in het rijke en rauwe decor van New York. Ik apprecieer haar ritmes, haar associaties, de psychologische diepgang van haar personages die overtuigend is, nergens geforceerd en toch niet zó vanzelfsprekend.

Ik ken Hustvedt al meer dan twintig jaar. The blindfold stond op onze leeslijst in de 1e kandidatuur Germaanse Talen (zoals dat toen nog heette).

Net als kinderherinneringen soms scherper zijn dan latere, heb ik een aantal heldere snapshots overgehouden aan dat eerste jaar unief – veel meer dan aan de drie jaren die volgden. Zo weet ik dus nog dat professor Kris Versluys ons behalve Hustvedt toen ook E. L. Doctorow en Paul Auster te herkauwen gaf. Zijn leeslijst bood ons een keur aan Amerikaanse schrijvers, en het thema dat de boeken verbond, was de grootstad.

Dat eerste jaar Germaanse was een bijzonder moeilijk jaar voor mij, niet per se als student maar zeker als lezer. Nu pas, door Hustvedt weer te lezen, begrijp ik waarom. En ik begrijp ook waarom ik de schrijver geworden ben die ik ben.

Toen ik in de lange rij banken van Auditorium E op de Blandijnberg belandde, krap zeventien, kwam ik uit een beschermend milieu en was mijn grote liefde jeugdliteratuur. Ik was hooggevoelig en ik had nog maar nauwelijks mijn emotionele voeten op de grond. Ik dronk niet, ik rookte niet en ik had nog nooit seks gehad. Ik was, in alle opzichten behalve het spirituele en het creatieve, een kind.

Enter Kris Versluys en de Amerikaanse meesters van de grootstadliteratuur.

Ik haatte bijna elk boek dat ik moest lezen.

Let wel, ik vond zijn lessen interessant. En zeker niet elk boek van dat hele eerste jaar viel tegen. Zijn collega professor Rowan liet mij kennismaken met Jeanette Winterson, over wie ik uiteindelijk mijn thesis zou schrijven en wiens werk een blijvende invloed op mij zou hebben. In de praktijklessen maakte ik kennis met Engelse klassiekers zoals Jane Austen, Shelly en Tennyson.

Maar toch. Ik had het lastig. In de twaalf jaar school die aan de universiteit vooraf gingen, had ik altijd genoten van lezen. Nu werd ik geconfronteerd met boek na boek waar ik me doorheen moest worstelen, zowel in het Engels als in het Nederlands. Niet omdat ze saai waren, of taai, of omdat hun taal oud was en ver van mij af stond (hoewel dat soms wel versterkende factoren konden zijn). Ze waren pijnlijk.

(c) Inaya photography



Lezen was altijd mijn ontsnapping uit de realiteit geweest, boeken waren veilige plekken voor mij. Ik identificeerde mij diep met personages. Wat ze voelden, meemaakten en deden, kwam ongefilterd door mijn hooggevoelige membranen binnen. Ik werd aangetrokken tot meer fantasierijk werk, verhalen die mij voedden en innerlijk hielpen groeien. Nu kreeg ik plots alleen maar realistische boeken te lezen waarin mensen slechte beslissingen namen, in afschuwelijke omstandigheden leefden, pijn hadden, in hun ongeluk liepen – en dat de doodnormaalste zaak van de wereld vonden, al dan niet strijdend tegen een noodlot waarvan ze niet konden winnen. Vaak was fantasie ver te zoeken. Hoe realistischer en intellectualistischer hoe liever mijn docenten het hadden. De kwaliteit van het werk dat ze voor ons kozen wil ik niet in vraag stellen, maar ik vond het stuk voor stuk pijnlijke, deprimerende boeken.

Siri Hustvedt roept die herinnering levendig wakker. Ik heb meer eelt op mijn hooggevoelige voelsprieten en ik lees haar nu met het appreciatieve oog van een professional, niet met de emotionele onschuld van het zeventienjarige kind. Daarom geniet ik ook van Memories of the future Maar had Versluys mij indertijd dit boek voorgeschoteld, ik had het ook gehaat.

Het hoofdpersonage in Memories of the future is een jonge vrouw die naar New York gekomen is om te schrijven. Ze kent er niemand en leeft moederziel alleen in een bijna kale flat. Ze dwaalt in het begin van het verhaal door de straten, leest, schrijft en probeert niet gek te worden van eenzaamheid. Ze wordt uitgescholden door een voorbijganger, ze wordt aangeklampt door een geile student in een bar. De buurvrouw in het appartement naast het hare praat hele avonden lang tegen zichzelf, luid genoeg dat zij het kan horen, over een mishandelende echtgenoot en een kind dat uit het raam geduwd werd en stierf. Ze raakt steeds meer in de ban van die stem en haar raaskallende verhaal.

Gezellig is anders, zacht gezegd. Hustvedt beschrijft het op een beklijvende manier, en ze maakt het dubbel interessant omdat de herinneringen van de jonge vrouw worden doorspekt met commentaar van haar oudere alter ego, én door fragmenten van het detectiveverhaal dat ze als groentje in New York probeerde te schrijven, in dat desolate appartement.

Dat zie ik nu, en dat maakt ook dat ik met plezier blijf doorlezen. Maar als zeventienjarige zouden de leefomstandigheden van het hoofdpersonage me naar de keel gegrepen hebben. Ik zou me vertwijfeld hebben afgevraagd waarom dat meisje daar in hemelsnaam wilde blijven. Hoe ze het kon verdragen om die buurvrouw naast zich te hebben. Ik zou mezelf in haar plaats gezet hebben alsof dit het echte leven betrof (want zo voelde het toen ook voor mij) en ik zou helemaal in paniek geslagen zijn.

(c) Inaya photography



Maar paniek is geen toegestane emotie op de universiteitsbanken. Dus las ik door, studeerde wat ik moest studeren, probeerde te begrijpen wat mij aan de hand van al deze boeken uitgelegd werd door mijn proffen. Ik leerde veel bij, maar ik raakte mezelf ook bijna kwijt.

Ik was literatuur gaan studeren omdat ik van boeken hield en omdat ik ze zelf wilde schrijven. Ik had behoefte aan technisch inzicht, en aan verhalen die een klankbord boden aan zowel mijn creatieve honger als mijn (spirituele) gevoeligheid. De opleiding in de Germaanse voldeed beslist aan de eerste behoefte – de solide basis van het technisch inzicht dat ik nu heb, vindt daar zijn oorsprong.

Maar mijn gevoeligheid werd afgestraft met bijtend verhaal na bijtend verhaal. Ik las vier jaar lang niets waarin ik mezelf of mijn eigen verhaalvoorkeuren kon terugvinden (op Jeanette Winterson na, maar zij bood eerder een lichtend voorbeeld dan een herkenning). Toen ik afstudeerde, las ik het daaropvolgende jaar helemaal niets, zo plat gemept was ik. En ik ben nog veel langer blijven twijfelen of ik eigenlijk wel iets kon schrijven wat de moeite waard was. De Literaire Canon was een presse-papier van beton, en ik was het vlindertje dat eronder lag.

(c) Inaya photography



Laat dit niet geïnterpreteerd worden als een kruistocht tegen een academische literatuuropleiding. Het is mij nu meer dan ooit duidelijk dat dit op veel vlakken voor mij persoonlijk gewoon niet de meest stimulerende omgeving was. Voor anderen was het juist water waarin ze fantastisch konden gedijen.

Het maakt ook niet meer uit. Ik ben de weg gegaan die ik gegaan ben, en ik ben het product van al mijn ervaringen. De kneuzingen en littekens van toen doen geen pijn meer, ze jeuken hoogstens nog een klein beetje. Ik kijk er nu vooral met interesse naar. En ik begrijp mezelf nu zoveel beter dan toen.

Het heeft een hele tijd geduurd voor ik in het reine was met het idee dat ik al die pijnlijke, deprimerende boeken misschien wel knap werk vond, maar geen mooie boeken. Ze onderzoeken de condition humaine en ze doen dat meesterlijk, maar ze bieden er geen oplossing of uitweg voor. Het mensbeeld dat eruit spreekt, is vaak somber en uitzichtloos. En ik vind dat, als ik eerlijk ben, tot op vandaag van heel veel literair werk.

Zelf wil ik werk maken dat mensen raakt en hen op een of andere manier een beetje laat groeien. Werk waar schoonheid en hoop in zit. Innerlijke voeding of medicijn, in de vorm van een boek, een gedicht, een verhaal. Of in de vorm van alle andere dingen die ik daarnaast ook nog doe.

Erik Vlamink zei ooit: ik kan alleen maar de boeken schrijven die ik schrijf als ik ne gelukkige mens ben. Wel, voor mij geldt dat ook. En van deprimerende boeken over de condition humaine als status quo, hoe knap geschreven ook, word ik niet gelukkig. Zo eenvoudig is het. Ik heb mezelf dus ruim een decennium geleden de toestemming gegeven dat ik ze niet meer hoef te lezen.

(c) Inaya photography



De ruimte op mijn boekenplanken is beperkt, en ik heb sympathie voor Marie Kondo. Wat voor meesterwerk het ook is, if it doesn’t spark joy, komt het er niet in.

The blindfold is het enige boek van Versluys’ lijstje dat vandaag nog in mijn kast staat. Memories of the future mag er binnenkort naast gaan staan. Mijn overgevoelige jonge leeszenuwen naast mijn meer ervaren en veel robuustere zelf. Siri Hustvedt zou de symboliek kunnen appreciëren.

5 reacties op ‘Als boeken pijn doen

  1. Tjonge, Kirstin, hoe knap verwoord jij hier een beleving zoals die van mij! Veel te pril, onschuldig en overbeschermd het Grote Studentenleven in… “De Literaire Canon was een presse-papier van beton, en ik was het vlindertje dat eronder lag.” Meesterlijk! Ook ik had dat gevoel in Germaanse Filologie aan de toenmalige UFSIA… Ik heb nooit meer zo veel boeken gelezen als in mijn kinder- en jeugdjaren – en jij hebt zojuist verwoord waaróm dat zo was. Dank je wel!
    En den Erik – ik hoor het ‘m zó zeggen… 🙂

    Geliked door 1 persoon

      1. Je bent lief! En ik heb al vaak ondervonden dat wat over mij persoonlijk gaat bij anderen zorgt voor herkenning en soms zelfs catharsis. Maar ik kan me voor het online zetten vaak niet ontdoen van het idee: nu gaat dit wéér over mij. Wie zit daar nu op te wachten? Zie het maar als een gezonde reflex om bescheiden te blijven. Maar dan is het dus ook weer heel fijn om toch de bevestiging te krijgen dat het op een of andere manier waardevol was, want herkenbaar, of nuttig.
        Dank, dus.

        Geliked door 1 persoon

      2. Ja, blijf dat in alle bescheidenheid maar gewoon doen!
        Een mens zou zich zélfs kunnen afvragen of het niet juist arrogant is om het NIET te doen, zéker als je weet dat wat je schrijft waardevol is en een bevrijdende verwoording kan betekenen voor anderen die met hetzelfde bezig zijn maar het niet gezegd krijgen (dus ook niet geplaatst/verwerkt in hun leven). Jij hébt nu eenmaal dat talent, zet het niet onder de korenmaat, maar deel het gul! (Dat doe je gelukkig ook… 🙂 )

        Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s