Stenen verleggen in de hoop op een pad

In het midden van een verlaten plein staat een fontein, een vreemde, elegante constructie. Verlangend kijkt Reya naar de carrousel van waterstralen, ze tuurt in het diepe, donkere bassin. De bodem is maar met moeite zichtbaar.

Ze aarzelt even, maakt dan een kommetje van haar handen en zet het aan haar lippen. Het water is ijskoud en lekker. Haar vingertoppen tintelen. Druppels ontsnappen tussen haar vingers.

Er verandert iets in de lucht. Het water dat langs de stenen spoelt, vertraagt. De fontein is een magneet die de tijd naar zich toe trekt.

De tegels onder haar voeten worden nachtblauwe poelen vol sterren, een wereld vol met werelden als luchtbelletjes in donker water, langzaam opstijgend om haar heen. Ze kan het plein niet meer zien. De wind brengt klanken die meteen weer weggeblazen worden. Traag wentelt de fontein, als een gracieus dansende vrouw. De druppels spatten in spiralen om elkaar heen. Reya tolt om haar as en de sterren wervelen mee.

Langzaam, als het ruisen van de zee, trekt de donkere sterrenhemel zich terug.



Het was een van de eerste scènes die ik ooit schreef in het schrift waarin ik uiteindelijk zou vastlopen. Ik had de serres in gedachten, een sprookjesachtige plek tjokvol planten, een plek onder de sterren waar de werelden bewaard werden en waar de wetten van de fysica niet werkten zoals we dat gewoon zijn, en ik zag een meisje, op weg naar een plek die ze niet kende. Ze was haveloos, moe en verdwaald. Een fontein wees haar de weg.

Wat dat allemaal met de serres te maken had, was mij zelf ook een raadsel, maar ik hield van die scène. Ze voelde aan als essentieel, zoals zoveel puzzelstukjes die ik later pas in elkaar zou kunnen passen als essentieel voelden.

De manier waarop tijd en ruimte samensmolten in het wentelen van de fontein was krachtig genoeg om de scène te willen bijhouden, ook toen ik De serres van Mendel op een heel andere manier ging benaderen en alles wat ik eerder had geschreven onbruikbaar bleek.

Nog later had ik het gelukkige toeval om het filmpje hierboven te kunnen maken, dat heel dicht benaderde wat ik toen voor me had gezien.



De zomer dat we Mendel afwerkten en lijnen uitzetten voor het vervolg, ging Jurgen met zijn gezin naar goede gewoonte weer naar de streek van Albi. Daar in de buurt is een meer dat we allebei al jaren kennen, en waar het fijn wandelen is. De foto’s van cairns die hij op de oever maakte, inspireerden me tot een Zaailing-drieluik opgedragen aan zijn dochter, dat we uiteindelijk toch niet publiceerden.

Maar we vergaten het niet. En de cairns ook niet. Want toen de scène met de fontein die ik al die jaren geleden bedacht wél bruikbaar bleek voor De wortels van de wereld, gingen we op zoek naar een betere vorm voor die fontein dan het bombastische rococogeval dat ik oorspronkelijk in mijn hoofd had. Een fontein als wegwijzer, een wegwijzer als fontein… Als er genoeg laagjes over elkaar heen gaan liggen, dan ontstaat het beeld vanzelf.

De fonteinscène uit ‘De wortels van de wereld’ (c) Jurgen Walschot



Jurgen en ik zijn intussen halfweg ons vierde jaar Zaailingen maken. Het is een gemeenschappelijk proces dat we koesteren, een dialoog die ons dierbaar is.
Alles wat zo lang leeft, gaat op zeker moment vanzelf evolueren. Dus hebben we besloten om de komende tijd wat te experimenteren. Met de frequentie, met de vorm, met het experiment zelf.

Dit composietverhaal mag als de eerste daarvan gelden. Jurgen en zijn gezin zitten op dit moment weer in Frankrijk, dus ik ben het drieluik van vorig jaar gaan opzoeken. Thema’s en motieven die heel sterk hun opwachting zouden maken in De wortels van de wereld zaten ook hier al in, zo blijkt. Ik heb het drieluik gecondenseerd tot één nieuwe tekst. Jurgens oorspronkelijke foto kan niet ontbreken naast het beeld van Reya en de fontein. Alle drie gaan ze op verschillende manieren in dialoog met elkaar.

Het onderwerp is door een jaar te rijpen alleen maar relevanter geworden: hoe kunnen we onze kinderen op weg zetten naar de toekomst, als we die weg zelf niet kennen?



ZAAILING #86
Wegwijzer

Voor Eline

(c) Jurgen Walschot



Hoe ooit de eerste tweebenige aan land kwam, vraag jij, en vervolgens ga je giechelend stenen rapen. Ik blijf het antwoord schuldig.

We markeren de plekken die ons troosten in onze tijdelijkheid. We hunkeren naar wortels maar het leven spoelt aan ons voorbij. We begraven de doden tot voorouders, laten hun botten rusten vervlochten met de rots.

Ik wil een andere wereld voor jou, kind, dus verleg ik stenen in de hoop op een pad. Ik ga jou voor naar een plek waar ik niet thuiskom maar jij dat hopelijk wel ooit zal doen. Want jij overstijgt ons.

Zie ons, groet ons, en laat ons dan achter. Kreupele wegwijzers zijn wij, vol goede bedoelingen, wankel als wensdromen.

Raak ons niet aan.
Daarvoor zijn wij niet bedoeld. Daartegen zijn wij niet bestand.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg


‘De wortels van de wereld’ is het vervolg op ‘De serres van Mendel’ maar kan los gelezen worden. Het boek verschijnt bij Van Halewyck/Pelckmans in augustus 2020.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s