ZAAILING #73 – Zo zie je het licht beter


‘Is het mijn verbeelding, of zijn de nachten de laatste tijd veel langer dan de dagen?’
Robin en Reya zitten tussen de wortels van Yggdrasil, de majestueuze naaldboom die de hele bibliotheek van Mendel overschaduwt. De avondschemer trekt lange, donkere sporen tussen de boekenrekken.
‘Toen je hier aankwam, was het nog zomer’, knikt Reya. ‘In de serres merken we daar weinig van, maar intussen is het buiten winter. Misschien is het zelfs al Kerstmis.’
‘Kers-wat?’
Reya kijkt toe hoe Robin langzaam de pagina’s omdraait van het oude boek dat ze voor hem uit het rek heeft gehaald. De kaft is gevlekt en een beetje rafelig. Op de kaft staat Jul – maar dat kan hij niet lezen.
‘Mensen waren vroeger bang van het donker’, vertelt ze. ‘Dat de dagen in de winter altijd maar korter werden, joeg hen angst aan. Misschien zou er uiteindelijk helemaal geen dag meer overblijven, alleen maar nacht. Maar gelukkig gaat het niet zo. Op een bepaald moment, na het allerdonkerste midden van de winter, komt het licht beetje bij beetje weer terug. Dat wilden ze vieren.’
Robin staart naar afbeeldingen van landschappen vol sneeuw onder koude nachthemels, vreugdevuren met lachende kinderen eromheen, groene takken vol slingers, kaarsen en sterren.
‘Kaarsen in de bomen! Wat een fantastisch idee.’
Reya haalt de schouders op. ‘Er zal er vast nu en dan wel een in brand gevlogen zijn. Maar ze bleven het doen.’
‘Waarom gebruikten ze alleen maar naaldbomen?’
‘Dat zijn de enige die groen blijven in de winter.’
Robin blikt omhoog naar de kruin van Yggdrasil, die in het schemerdonker niet meer groen maar zwart is. ‘Dat hangt ervan af.’
‘Kijk’, wijst Reya, ‘dit vind ik leuke prenten.’
Over de pagina’s huppelt een goedgemutste kabouter in warme groene kleren, met een paar rendieren en een vracht aan pakjes in zijn kielzog. Op sommige prenten is hij geen kabouter maar een grote man, met een stevige baard en een brede lach.
Robin bladert door, naar bladzijden van rijkelijk gedekte tafels, vrolijke gezichten aan de maaltijd, gesuikerde appels als dessert en het uitpakken van geschenken.
‘Het ziet er gezellig uit, Kerstmis.’
Helemaal aan het eind is er ook een tekening met daarop iets wat lijkt op drie berooide vluchtelingen, twee volwassenen en een zuigeling, in het hooi van een schuurtje.
‘Wie zijn dat?’
Reya haalt de schouders op. ‘Die mochten zeker niet meedoen. Je hebt overal vervelende mensen.’
Plots veert Robin op. ‘Zullen we beslissen dat het vandaag Kerstmis is en Yggdrasil versieren? Dat is toch een naaldboom?’
Reya gaapt hem aan maar begint dan te lachen. ‘Ja! Met slingers en appels en…’
‘En ik kan misschien wel wat gloeiende steentjes aan elkaar rijgen om tussen de takken te vlechten.’
‘Dat lijkt me niet veel veiliger dan kaarsen.’
‘Doe niet zo flauw.’
‘Die boom is enorm. Waar vinden we alles wat we nodig hebben?’
‘We hoeven hem toch niet helemaal te versieren? Een klein stukje is genoeg. We zijn maar met ons twee, niet met een heel dorp.’
‘Mendel is er ook nog.’
Robin knikt. ‘Denk je dat hij dit een goed idee zou vinden?’
Reya haalt de schouders op. ‘We vragen het hem als we klaar zijn.’



Versieringen bij elkaar zoeken lukt beter dan Reya had gedacht. De serres zijn gul aan ronde vruchten en taaie lianen. Rozenbottels en knalgele plukjes mos zijn net zo mooi als kerstballen of lampjes en in sommige van Mendels oude voorraadkasten liggen spullen die hij al een eeuwigheid niet meer gebruikt en waarvan ze slingers kunnen knutselen. Robin komt terug met een vrachtje kiezels die hij aan elkaar rijgt met ijzerdraad en een kabel die volgens hem écht geen vlam kan vatten.
Als ze alles voorbereid hebben, moeten ze er ook nog mee naar boven. De onderste takken van Yggdrasil zitten vreselijk hoog, maar Reya en Robin weten intussen hoe ze vanop het bovenbalkon van de bibliotheek op een laaghangende tak kunnen raken.
Maar als ze er eenmaal staan, een wankel evenwicht zoekend op de ruige bast met zware tassen vol materiaal over hun schouders, voelt Reya haar maag tot helemaal onderaan in haar buik zakken.
‘Het is pikkedonker in de boom.’
Robin grijnst. ‘Prima.’
‘Hoezo, prima?’
‘Zo zie je het licht juist beter.’
Reya voelt vingers om haar hand, Robins warme greep die haar omhoog trekt.
‘Wacht maar af.’

(c) Jurgen Walschot


Wil je de Zaailing graag helemaal opgemaakt in Mendel-stijl lezen? Klik hier.




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Een reactie op “ZAAILING #73 – Zo zie je het licht beter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s