Normale mensen

“Volgens mij gebruik jij nog niet de helft van je fysieke krachten”, zegt mijn man.
Het is niet de eerste keer dat hij dit zegt.

Hout of steen? (c) Inaya photography


Vroeger maakte die uitspraak me kwaad. Probeer het maar eens, dacht ik, om je lichamelijke uithoudingsvermogen op te bouwen als je de helft van je kindertijd in bed doorbrengt, koortsig en ziek van onnozelheden waar andere kinderen niks van weten, tussen de eindeloze verkoudheden en bronchitissen (een paar keer op het randje van longontsteking, vermoed ik zelfs) door ook nog eens snakkend naar adem door astmaopstoten.
Mijn symptomen waren nooit mild, mijn lichaam overreageerde altijd. Ziek zijn betekende voor mij altijd platgeslagen worden, niets meer of minder. Het maakte mij erg bewust van en voorzichtig met hoe ik mijn energie doseerde. Waar anderen – normale mensen, naar mijn gevoel – fluitend bergen gingen beklimmen, was ik al blij als ik eens niet ziek werd.

Zoiets was erg moeilijk duidelijk te maken aan iemand die qua fysieke robuustheid in mijn ogen zo’n beetje in de buurt kwam van Iron Man: gewend 24-shifts te draaien in het ziekenhuis, in staat tot stevige sportprestaties, zelden ziek (en als dat al eens voorkomt met zulke milde symptomen dat je er amper iets aan zag en hij in elk geval gewoon dóór kon blijven gaan met wat er moest gebeuren). Voor hem was dát normaal, voor mij voelde dat als een bijna bovenmenselijke en in elk geval ongekende luxe.

Mijn man was wel de eerste om grif toe te geven dat ik de atleet van ons twee was op een ander gebied dat ik (misschien zelfs wel dankzij die eindeloze weken ziek in bed liggen) heel sterk had ontwikkeld: mentaal en emotioneel ben ik een langeafstandsloper. Mijn hoofd is het laatste wat ermee stopt. Ik kan moeiteloos lange, glasheldere filosofische discussies hebben terwijl mijn lichaam zo ziek is dat het nauwelijks uit de zetel kan komen.

Hout of steen? (c) Inaya photography


Naarmate ik ouder werd, had ik betere periodes, maar net zo goed slechte. Klierkoorts, om maar iets te zeggen, ironisch genoeg juist nadat wij een stel werden. Ik was elk schooljaar minstens drie weken out omdat een banale verkoudheid bij mij altijd gepaard ging met de complicaties.
Later ook, toen ik door een diep dal ging in een combinatie van burn-out, depressie en totale post-partumuitputting met een kind dat het eerste jaar constant ziek was en ons makkelijk tien keer per nacht uit bed haalde. Elk onnozel virus raapte ik op, en het kluisterde mij telkens een week in bed of aan huis. Ik kreeg een échte longontsteking. Keer op keer moest mijn man zowat het hele huishouden overnemen omdat ik al mijn energie nodig had om te genezen en aan te sterken. Ik werd er moedeloos van. Kon ik dan niks?

Hij stelde een behandeling voor zoals hij ze met zijn robuust lijf zou willen: stevige medicatie om een aantal symptomen onder controle te krijgen en sportieve duurtraining, om mijn fysiek energieniveau op te krikken. Hij bedoelde het goed en voor hem zou dat vast werken, maar mij streek het heel erg tegen mijn haren in, een beetje alsof je een Monet wilde restaureren met fauvistische technieken. Het moet zachter voor mij, wist ik, geleidelijker.
Ik deed het omgekeerde van wat hij in gedachten had: ik schroefde terug tot ik het gevoel had dat ik werkelijk op alles nee zei – mijn jaar van de schildpad, zoals ik dat later noemde. Traag, trager, net geen stilstand. Maar ik kreeg wel de tijd om te bekomen, en ik voelde hoe, heel geleidelijk, mijn grenzen weer wat breder werden, mijn immuunsysteem wat sterker.

En stilaan begon er iets te veranderen.
De afgelopen drie jaren waren zeer intens. Ik schreef meer dan ooit, lange tijd naast een job en een gezin, ik hield er allerlei nevenactiviteiten op na en flirtte regelmatig met slaaptekort.
En ik hield stand.

Hout of steen? (c) Inaya photography


Als ik het vanop een afstandje bekijk, merk ik dat mijn toenemende energieniveau en mijn robuustere immuunsysteem gelijke tred houden met mijn geluksgevoel. Ik ben de laatste jaren gewoon veel gelukkiger – persoonlijk, professioneel, artistiek, spiritueel – dan vroeger. Ik heb op al die vlakken mijn plek gevonden en ik ervaar diepe zingeving.
Het fysieke effect daarvan lijkt nog het meest op dat van een stevige, makkelijk herlaadbare batterij. Ik respecteer nog altijd mijn grenzen, en dat doe ik heel bewust. Maar die grenzen zijn veel rekbaarder dan vroeger, en de laatste jaren presteer ik fysiek dingen die ik eerder niet voor mogelijk had gehouden.

Misschien had mijn man al die jaren geleden dus ook wel een beetje gelijk. En intussen gebruik ik echt wel meer dan de helft van mijn krachten, en ik voel dat ik, mocht het nodig zijn, nog dieper in mijn reserves kan gaan. Dat is een ongekende luxe voor het ziekelijke vogeltje dat ik ooit was.
Hij van zijn kant mag dan wel van uitstekende genetische stock zijn en een broer hebben die effectief Iron Man-triatleet is, zelf voelt hij zijn onuitputtelijke energie met de leeftijd wel wat afnemen. “Je wordt nog een normaal mens”, grap ik. Hij moet de laatste jaren ook al eens uitzieken en het rustiger aandoen. Zijn grenzen, ooit zowat onbestaande, tekenen zich wat scherper af.

Ik weet precies hoe dat voelt. En nu ben ik sterk genoeg om het werk even van hem over te nemen, als dat nodig is.
Ook dat is een luxe.

Hout of steen? (c) Inaya photography

Een reactie op “Normale mensen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s