Stroomversnellingen, deel #1

Sommige dromen zijn je op het lijf geschreven

 

boeken
(c) Jurgen Walschot

 

We smeten onze boeken op een hoop.

Mijn vier adolescentenromans, en een mooie greep uit Jurgens veel ruimere oeuvre: kinderboeken, boeken waar hij de cover voor had gemaakt, het binnenwerk en de lay-out voor had verzorgd, illustraties voor had getekend, of al die dingen samen. We legden er zijn twee mooie uitgaves in eigen beheer bij, Wie de handschoen past en De ster, de god, de vleugels & de ster, en we gooiden er nog twee willekeurige boeken bij waarvan we de covers met Photoshop zouden veranderen zodat Jurgens jongste worp (Relmuis) en ons 10+ kortverhaal (De serres van Mendel) er ook zouden bij liggen, want die zijn op moment van schrijven nog niet verschenen, maar zullen dat wel zijn in de loop van het komende jaar.

Jurgen nam de foto, wijdbeens over de waaier van anderhalf decennium literair werk heen hangend (ik noem hem niet voor niets Longshanks – letterlijk: Langpoot), laadde het beeld vervolgens op op zijn computer, en prutste met Photoshop aan de covers tot ook het laatste detail op zijn grote scherm goed zat.
Zodra de twee perfectionisten samen achter de computer tevreden waren, stuurden we de foto naar de mensen van beheersvennootschap deAuteurs.

Waarom?

Omdat dat beeld in het persbericht moest dat aankondigde dat Jurgen en ik de laureaten waren van de derde auteursresidentie bekostigd door de deAuteurs, dit najaar in Zweden.

 

20170712_133945 ed klein
Zaailing-duo aan het werk op locatie in Frankrijk, foto gemaakt door mijn man

 

Sommige dromen zijn je op het lijf geschreven.

Afgelopen najaar stuurde Jurgen me de link: voor het derde jaar op rij bood deAuteurs twee weken schrijversresidentie in Zweden aan. Ik had de aankondiging niet eens gezien, ik ben het spreekwoordelijk equivalent van iemand die bij het lopen naar haar voeten kijkt. Hij daarentegen heeft zowat alles gezien wat er te zien valt. Onwaarschijnlijk. (We zijn een goed team.)

De residentie in Zweden omvat deelname aan het SmåBUS Kinderboekenfestival, waar ook een bezoek aan het Astrid Lindgren-museum in zit, gevolgd door tien dagen verblijf in een huisje midden in de Zweedse natuur van bossen en meren om er in alle rust te werken. Zowel festival als residentie worden in goede banen geleid door Joke Guns, Vlaamse boekenduizendpoot die een paar jaar geleden met haar gezin naar Zweden emigreerde maar onverminderd actief blijft in het literaire landschap.

En het mooiste van alles? DeAuteurs was — expliciet — op zoek naar een dynamisch duo schrijver-illustrator, om er samen aan een project te werken.

Dit voelde als te mooi om waar te zijn.

‘Méén je dit, serieus?’ vroeg ik Jurgen, toen hij me zonder veel commentaar de link forwardde. Tijdens de vooropgestelde periode (eind september, begin oktober) zou hij normaal gezien alweer les moeten geven, om maar iets te zeggen.
‘Tuurlijk, waarom niet? Daarbij, piepklein kansje dat wij dat halen. Maar aanvragen kan geen kwaad, toch? En dan weten ze op zijn minst dat wij bestaan.’

Knipsel
(c) KV & JW, lay-out: deAuteurs

Zo’n uitspraak kan gek klinken, gezien het feit dat Jurgen en ik allebei wel wat naam hebben in het literaire wereldje (hij meer dan ik, en terecht, onder meer gezien zijn veel grotere productiviteit). Maar artistiek is wat wij samen doen waarschijnlijk het belangrijkste van al wat we tot nu toe ooit maakten, en het is vooral en zonder enige twijfel het werk waar we het meest en het diepst van genieten. We zijn complementair op de best mogelijke manier, en onze artistieke verbondenheid gaat veel verder dan een losse samenwerking in functie van een handvol projecten of boeken.
Maar ondanks een heel jaar verspreiden van Zaailingen had onze samenwerking nog altijd iets weg van een goed bewaard geheim. Dat ‘wij’ bestaan, als artistiek duo, was dus iets wat we op een of andere manier echt in de wereld wilden kunnen zetten.

We duwden ons werk niet zomaar te pas of te onpas onder ieders neus, maar we probeerden wel op een of andere manier aanwezig te zijn. Zo voelt het om op het pad van je ziel (of je eigen diepe innerlijke zingeving) te zitten, ontdekte ik vorig jaar. Je blijft gewoon doorgaan. Doorgaan met doen waar je zo van houdt, doorgaan met het nu en dan te vermelden, als de gelegenheid zich voordoet, zonder er te veel van te verwachten. Maar je blijft het niettemin doen, omdat het zo verdomd belangrijk voor je is, en omdat je voelt dat je op verschillende vlakken je beste werk aan het maken bent. Zelfs als niemand het ooit leest of er ooit naar kijkt, is dit wat je wil doen en wat je zo lang mogelijk wil blijven doen, want het is niet meer of niet minder dan thuiskomen.

Dus werkten we door. En nu was er een gelegenheid die zich voordeed, dus dienden we ons dossier in.

Niets verwachten wil niet zeggen dat je je best niet doet. Ik schreef in naam van ons beiden de meest doorvoelde sollicitatiebrief die ik ooit uit mijn pen kreeg, en we stelden een portfolio samen om een beeld te geven van de kwaliteit en de diversiteit van ons werk (want er is nog veel meer dan wat ik Zaailinggewijs op deze blog zet, zie alvast het laatste beeld onderaan als teaser van één van de dingen die er zitten aan te komen).

Eerder deze maand ontvingen we, zoals aangekondigd, een mail met de uitslag van de aanvragen. Ik moet bekennen dat het lang geleden is dat ik wat voor correspondentie dan ook opende met klamme handen en een bonzend hart, maar dit keer dus wel.

En daar was het verlossende antwoord: deze droom was effectief voor ons. In het echt. Deze residentiebeurs was zo’n beetje de erkenning van ons werk als een hartverwarmende voorzet om de horizon tegemoet te vliegen tegelijk.

Toen ik mijn gsm pakte om Jurgen een bericht te sturen dat hij zijn mails moest nakijken, las ik: ‘We gaan naar Zweden!!’

En óf we er klaar voor zijn. Stroomversnellingen, we komen eraan!

 

overzicht-page-002
De serres zijn gigantisch.
Niemand weet wie ze ooit heeft gebouwd. Soms denkt Reya dat ze vanzelf zijn gegroeid op de plaats waar ze staan.
Ze zijn tot de nok gevuld met bomen, struiken, bloemen, varens en mossen. Het is er vaak warm en altijd vochtig. Water parelt van de bladeren, drupt zachtjes naar beneden en glijdt langs de stengels naar de grond. De serres hebben hoge koepels en gangen die naar kleine, geheime hoekjes leiden, en ze strekken zich verder uit dan je kunt kijken.
Reya woont al elf jaar in de serres, heel haar leven dus. Ze weet niet hoe ze er ooit terechtgekomen is. Mendel zegt dat hij haar op een ochtend vond, opgekruld als een slakje onder een reuzenvaren. Alsof ze daar op één nacht gegroeid was. Reya weet niet of ze dat verhaal gelooft, maar ze gelooft Mendel wel als hij zegt dat ze hier thuis is, en dat hij blij is dat zij er is. (c) Kirstin Vanlierde & Jurgen Walschot, uit ‘De serres van Mendel’
Advertenties

2 reacties op ‘Stroomversnellingen, deel #1

  1. Kirstin,

    Af en toe kijk ik op de site van deAuteurs om te zien wie onze opvolgers worden in het Zweedse huisje Källäng (spreek uit: sjelleng). En nu staan ze er eindelijk op!
    Als ik de Zaailingen zie, denk ik dat jullie gemaakt zijn voor deze schrijversresidentie.
    Ik hoop dat jullie er even gelukkig en geïnspireerd en springerig van worden als ik vorige herfst.

    Tot op het SmaBUSfestival, Marjolein

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s