Transit

Ik bevind me in transit vanavond. Ik zit op de luchthaven de uren te doden, terwijl ik wacht tot mijn vlucht vertrekt. Ik ga een handvol dagen op bezoek bij mijn ouders in Frankrijk, om bij mijn mama te zijn die herstelt van haar recente, zware operatie.

 

28343289_10211611169262180_312883817_o
(c) KV

 

Ik was goed op tijd op de luchthaven, meteen na het werk. Het eerste wat ik me afvroeg (of ik de Diabolo-toeslag zou moeten betalen, net als alle andere reizigers, terwijl ik als journalist in regel gratis met de trein reis) werd snel uitgeklaard door de conducteur. Ik had me half en half voorbereid om de volle pot te betalen, want op de trein, maar alles bleek in orde. Alleen had ik nu meteen een ander probleem, want om van het luchthavenstation toegang te krijgen tot de luchthaven zelf, moeten reizigers hun ticket voor een lezer houden om de automatische deuren op te krijgen. Een ticket dat ik dus niet had, want alleen een journalistenkaart… Geen zorgen, gelukkig: een vriendelijke medewerker wierp één blik op mijn abonnementskaart en hielp me meteen naar binnen.

Ik vond een plekje om te zitten voor iets wat op avondeten leek: een stuk opgewarmde pizza en een belachelijk duur drankje.
Zwervend door de galmende gangen van de luchthaven word ik met mijzelf geconfronteerd. Het blijft me verbazen hoe stresserend ik dit soort onderneming vind.

Je zou denken dat een mens als ze veertig is er haar hand niet meer voor zou omdraaien om een vliegtuig te nemen. Ik vloog voor het eerst (bewust) op mijn veertiende, op citytrip met het gezin naar London. Een paar jaar later vlogen mijn toenmalig lief en ik een aantal keer naar Spanje voor de zomervakanties. Twintig jaar geleden vloog ik op mijn eentje naar Seattle om er twee weken door te brengen in het gezin van een Mormoonse vriend. Ik passeerde de douane in Newark (New York), en haalde mijn binnenlandse aansluiting. Akkoord, we praten vóór 9/11, maar het was een prestatie voor het verlegen en onervaren kind dat ik toen eigenlijk nog altijd was. Ik arriveerde ‘s avonds in Seattle en daar stond, tot mijn verrassing, niemand me op te wachten. Ik zag me al door een onbekende stad dwalen op zoek naar een plek om te slapen… Dat was het dichtste dat ik ooit kwam bij echte paniek. Ik slaagde er uiteindelijk in om met een betaaltelefoon naar het huis van mijn vriend te bellen (gsm’s waren er ook nog niet), en zijn moeder verzekerde me dat hij wel degelijk op de luchthaven was om me af te halen. Alleen bleek hij bij de douane-uitgang te staan, in plaats van bij die voor binnenlandse vluchten.

28407997_10211611169222179_444151761_o
(c) KV

Ik heb sindsdien nog veel vaker het vliegtuig genomen. Alleen, met mijn man, met mijn zoontje. Ik weet hoe het hele ding werkt, ik ben een volwassene die alle juiste papieren heeft én de juiste boarding pass, die de drie nationale talen plus Engels beheerst. Ik heb zelfs geen vliegangst. Dus waarom ben ik dan in godsnaam gestrest?

Let wel, het gaat hier niet over de klamme-handen-bijna-paniek stress die ik in Seattle voelde. Als dat wel zo was, dan zou ik mezelf dit gedoe simpelweg niet aandoen, of ik zocht een goeie therapie. Dit soort angst mag je wat mij betreft je leven niet laten bepalen, punt.
Nee, dit is gewoon een fundamenteel gevoel van onbehagen, iets tussen emotionele pijn en jeuk, een knagende onzekerheid. Het belet met niet om te functioneren, maar het vreet wel aan mijn krachten. Ik vraag me voortdurend af of ik alles wel goed doe, of ik mijn weg zal vinden, of er geen onverwachte problemen zullen opduiken. (Dezer dagen kan je in een Europese luchthaven ook onmogelijk níet denken aan terroristische aanslagen, maar dat soort gedachten sta ik mezelf niet lang toe. Ik werk drie dagen per week op een boogscheut van het Brusselse metrostation Maalbeek. Het leven gaat door en we moeten het leven. Het heeft geen zin om energie te verspillen aan het berekenen van de absurd kleine kans ooit op het foute moment op de foute plaats te zijn.)

Misschien is het gewoon de controlefreak in mij die het moeilijk heeft. Deze plek valt niet te controleren, en het constante bombardement van prikkels dat me onophoudelijk belaagt ook niet. Ik ben niet goed in opgaan in een massa vreemden. En er zijn hier maar heel weinig gezellige hoekjes waar een mens zich even rustig kan terugtrekken. In plaats daarvan zijn er formaliteiten, lange, drukke gangen, luidruchtige, volle eethoeken en eindeloze, lege uren.

Het komt wel goed met mij. Ik heb het meest stresserende stuk al achter de rug: inchecken en bagagecontrole. Nu is het alleen nog een paar lange uren voor het wachten, aan boord gaan, vliegen, uitstappen en naar Fauch rijden eindelijk achter de rug zijn. Maar ik kijk er naar uit om mijn vader te zien, die me komt ophalen, en mijn mama, die waarschijnlijk slaapt tegen dat we thuiskomen, maar haar beterschapsknuffel dan dubbel en dik krijgt morgenochtend.

 

deSingel_049 ed klein
(c) KV
Advertenties

Een reactie op “Transit

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s