Wat de gier ziet

Het werk dat ik kom doen – met een ongewone bondgenoot

Als ik mijn ogen sluit, voel ik hem achter mij op een rots. Hij strekt zijn slanke nek een beetje, alsof hij me zachtjes iets wil toevertrouwen, en hij heeft zijn gigantische vleugels gestrekt, twee en een halve meter spanwijdte die oprijzen achter mijn rug en mijn schouders, als een kroon en een beschermend schild tegelijk.

De kracht van zijn aanwezigheid leg je niet zomaar naast je neer. Hij ziet er niet lieflijk uit, eerder beangstigend. Maar hij is mijn meest onverschrokken beschermer, en met hem als rugdekking weet ik dat mij niets kan overkomen.

Zijn naam is Gier, en hij is mijn vriend.

vautour_3@Lennart Hessel
© http://www.lensman.se/

De afgelopen twintig jaar heb ik mezelf ondergedompeld in psychologische coaching, intuïtietraining en diverse manieren om de mens holistisch te benaderen. Ik ben daarmee bezig zoals anderen bezig zijn met sport, tuinieren, vogels spotten of koken: omdat ik het zo fijn vind. En als je er het maar lang genoeg doet, word je uiteindelijk een behoorlijke goede kok, of herken je vanuit je ooghoeken een ver, gevleugeld silhouet, ook als je geen droom najaagt van een carrière als ornitholoog of sterrenchef. Je liefde voor de smaak en kleur van de ervaring zelf is wat je drijft.

Zo werkt het ook voor mij in de immense wereld van de menselijke ontwikkeling. Ik beweer beslist niet dat ik een therapeut ben, maar ik ken er mijn weg vrij goed – en ik ben altijd gulzig om nog meer te leren en mijn blikveld te verruimen.

Maar wat, hoor ik je denken, heeft dat te maken met die grote, enge aaseter die oprijst achter je rug?

Gieren zweven hoog in de lucht op thermiek, vorstelijk als arenden. Maar ze vangen geen kleinere vogels in volle vlucht of plukken geen zalm uit een snelstromende rivier met een spectaculaire duikvlucht. Als ze daarentegen een kadaver zien, dalen ze af naar de grond om te eten.
Veel mensen gaan rillen van weerzin of minachting bij de gedachte. Maar gieren zijn beslist niet de enige wezens op deze planeet die dood materiaal eten. Dat doen we in feite zowat allemaal, ook wij mensen. Het verschil zit hem erin dat wij eerst een levend wezen doden, om het vervolgens op te eten. Heel weinig mensen staan te trappelen om een hap te nemen uit een levende koe, of om een appel op te peuzelen die nog aan de boom hangt. Het belangrijkste onderscheid tussen ons en gieren is gewoon dat wij roofdieren zijn (en dan nog van een specifieke soort die onze prooi eerst nog verwerkt – kookt, bijvoorbeeld – voor we ze opeten) en dat zij opruimen wat er overblijft.

Er is een goede reden waarom we onze kinderen leren om het stoffelijk overschot van aangereden dieren niet aan te raken, of hun handen te wassen als ze in aanraking kwamen met rottend materiaal. Stel je voor dat kadavers niet werden opgegeten. Het zou weken duren eer de rottende lijken ontbonden als de wormen, maden en vogels hen niet zoveel sneller hielpen verdwijnen. Zij zelf doden niet. Ze ruimen alleen op wat anderen doodden, of wat stierf van ziekte of ouderdom.

Maar waarom hou ik nu zo van gieren?

Een eerste reden – dat heb ik eerder verteld – is dat ik er ooit door een bezocht werd. Uitverkoren, zo voelde het wel. Vereerd door de aanwezigheid van een bijzonder krachtig wezen dat afdaalde tot bij het plateau waar ik stond met de camera van mijn vader in mijn handen.

Ja, dit was gierengebied. Maar voor wie denkt dat dit een alledaags fenomeen was: vergeet het maar. Mijn vader bezocht de streek later opnieuw, en wachtte er lang en vruchteloos op precies dezelfde plek. Mijn ontmoeting liet zich niet zomaar herhalen. Een extra reden om ze diep te koesteren.

Dit is de volledige reeks, alle foto’s van die ene, gracieuze afdaling. Ze zijn niet bijster goed, en ik vermoed dat ik nu veel betere foto’s zou maken. Maar dit was meer dan drie jaar geleden, voor ik een eigen camera had om mee te werken – mijn papa en ik deelden de zijne op deze trip – en de vogel leek uit het niets te komen. Het ene ogenblik was hij een stipje hoog aan de hemel, en het volgende was hij zo dichtbij. Het is een half mirakel dat ik er überhaupt in slaagde om hem vast te leggen.

Gorges & Causses 217 ed crop985cc-1p6pnygpkzxvzac82r8rz7g59761-1mr_x-9tnfsfonbzhymcwuaGorges & Causses 22553abb-1vdifzq-8ejrw6abmy7il7aGorges & Causses 231 ed

Gorges & Causses 233 ed
(c) KV

Een andere reden waarom ik van gieren hou, is de metafoor die ze vertegenwoordigen. Dat beeld werkt misschien niet voor iedereen, maar voor mij werkt het prima, en ik voel mij er sterk mee verbonden.

Net als een gier op de thermische luchtstromen hou ik ervan om de dingen te bekijken van op grote hoogte. Dat geeft je een veel breder overzicht van connecties en betekenissen. Voor mij geldt dat in het bijzonder op vlak van menselijke psychologie, gevoelens, ziekte en trauma, en alle manieren die we hebben om daar (niet) mee om te gaan. Van zo hoog herken je bepaalde gebeurtenissen makkelijker als snijpunten in een veel groter web van onderling verbonden feiten en onderstromen.

En net als de gier zie ik waar er rottende plekken zijn die opgeruimd moeten worden.

 

 

Iemand leren kennen op een holistische manier lijkt een beetje op het grondplan leren van een flatgebouw in 3D. Er zijn diverse verdiepingen (fysiek, emotioneel, rationeel, gedrag, spiritueel, onbewust en nog wel een paar andere), en allemaal hebben die op hun beurt verschillende subniveaus die in eender welke richting met elkaar in interactie kunnen gaan. Je zou het kunnen vergelijken met een zeer complex buizenstelstel dat alles in het gebouw met alles verbindt, én met de buitenwereld.

Uiteraard is elke mens uniek. Maar sommige tendenzen zijn makkelijk te herkennen omdat ze nogal vaak voorkomen. Ik ben vertrouwd met een aantal regelmatig betreden paden die – voor mij althans – makkelijk te herkennen innerlijke patronen uittekenen. Dat kan nogal opschepperig klinken, en ik durf ook niet te beweren dat ik alles kan oplossen waar iemand doorheen gaat, verre van, maar ik heb wel een talent om de verwevenheid van een aantal innerlijke processen in kaart te brengen. Ik weet, om het zo te zeggen, waar veel van de innerlijke loodgieterij op elkaar aansluit en – laten we maar volharden in de smakelijke metaforen nu we er in deze blog mee begonnen zijn – waar het vuile afwaswater en de str*nt het meest waarschijnlijk zal ophopen als een afvoerbuis verstopt geraakt.
En als dat het geval is, dan gaat het zaakje uiteindelijk altijd lekken. De leiding scheurt misschien zelfs. Niemand die ervan opkijkt als het over loodgieterij gaat. Maar als we het over emoties en gedrag hebben, dan hoor je plots van alle kanten: ‘Ik snap het niet, waar kwam dat nu opeens vandaan?’ Ik kan alleen maar stil mijn schouders ophalen. Ik had de eerste gorgelende signalen van een defect al lang gehoord, ik wist dat de spanning zich aan het opbouwen was, en ik wist ook waar de buis in kwestie uitmondde. Of als dat niet het geval was, leerde de aard van de uitbarsting me heel veel over wat vooraf ging, en waar we zouden moeten graven naar de oorzaak.

Natuurlijk praat ik met mensen over wat ik zie en voel, als ze er interesse voor hebben en openstaan om te luisteren. Maar sommige gesprekken heb je niet zo makkelijk op een werkvloer, aan een keukentafel of op een feestje, zeker niet als je de andere persoon eigenlijk niet zo heel goed kent.

Misschien vraag je je nu af: waarom is het zo belangrijk om de oorzaak te vinden van een of ander onbewust proces, of een innerlijke kwetsuur? Als we even bij de metafoor van het verstopte toilet of de lekkende waterleiding blijven, lijkt me dat nogal evident. Hoe vervelend we de hele zaak ook vinden, ze verdwijnt niet vanzelf. Als je niet telkens opnieuw de rotzooi wil opruimen nadat je de afwas gedaan hebt of het toilet hebt doorgespoeld, kun je maar beter proberen te achterhalen waar het probleem zit en er iets aan doen.

Jammer genoeg zijn we vandaag in de westerse samenleving zeer goed in symptoombeheersing. We hebben machines en robots uitgevonden die onze vloeren dweilen en onze vuilnisbakken legen. We hebben pillen en remedies voor zowat alles – behalve de diepere oorzaken. En ja, die zijn vaak angstaanjagend en weinig fraai. Het is nooit een pretje om met je arm in een plastic zak te proberen de gezwollen, verzadigde prop toiletpapier achter de kromming van de wc-afvoerbuis vandaan te vissen. Maar volgens mij is het niet alleen totaal onefficiënt om de troep bij elke overstroming maar te blijven opkuisen, ik vind het niet zelden ook een oppervlakkige en bepaald idiote vorm van verwaarlozing.

 

Gorges & Causses 315
(c) Foto: André Vanlierde

 

Oké, sorry, lieverds.
Dit was Gier die eventjes te hard opging in zijn rol.

Ik besef maar al te goed dat al het bovenstaande een zeer directe aanpak is die niet voor iedereen in elke situatie heilzaam is. Soms is het beter om je arm niet in de wc-afvoer te steken, omdat het te moeilijk is, te traumatisch of gewoon onverstandig. Er zijn altijd andere manieren om een dieper liggend probleem te benaderen en op te lossen, en om een harmonieuzere manier van leven te ondersteunen. Maar de directe aanpak spreekt mij van nature aan omdat ik, giersgewijs, er niet voor terugschrik om mijn kop in een berg ingewanden te begraven en er tot mijn nek in te verdwijnen. Daar gebeurt het echte schoonmaakwerk – snel, efficiënt. Toegegeven, het is een vuile klus, maar het resultaat mag er doorgaans zijn.

Ik begrijp heel goed dat dit een tikje te radicaal is voor sommigen. Gieren zijn uitgerust voor deze job met gladde, korte veren op hun hoofd en nek. Dat stelt hen in staat om zo diep te gaan als ze doen, en relatief schoon weer boven te komen, op het bloed na – maar dat droogt op en schilfert er gewoon weer af, niks aan de hand. Ironisch genoeg is het wel precies dit aspect dat ervoor zorgt dat ze er minder aaibaar uitzien dan bijvoorbeeld arenden of haviken, die gespecialiseerd zijn in doden eerder dan opruimen.

 

En natuurlijk heb ik ook mijn duistere hoekjes, de plekken van mijn psyche die ik heel behoedzaam nader, en soms alleen maar als ik geen andere keuze meer heb. Oude pijn, of de herinnering eraan, heeft de neiging om haar angel niet te verliezen, tenzij je weet hoe je haar kan ontwapenen. Ik weet ondertussen hoe dat moet, maar ik weet ook dat het altijd rechtstreeks contact vraagt. Lastige klus, zelfs voor een gier. Dus doe ik soms ook beroep op hulp of goede raad als ik voel dat ik er nood aan heb. En geen betere manier om er weer even aan herinnerd te worden hoe breekbaar en menselijk je bent én blijft dan je ziel blootleggen bij een andere persoon en toegeven dat je in de knoop zit.

Een stuk van wat ik hier kom doen, voel ik – weet ik – is gierwerk, zelfs al is het nog niet echt duidelijk welke vorm dat gaat aannemen in mijn dagelijks leven.
Dus ben ik heel dankbaar voor mijn machtige vriend die zijn indrukwekkende vleugels spreidt op de rots achter me. Bij momenten zullen we zweven op grote hoogte. Op andere momenten zullen we afdalen naar waar er werk gedaan moet worden.

Laat maar komen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s