De kracht die bergen verzet

Italië 2_111
(c) KV – Waterval in Grotte di Stiffe, van bovenaf gezien

Als je leeft in een land met een geologische geschiedenis die zo oud is dat de bergen er al lang afgesleten zijn tot heuvels, dan ken je de krachten van de natuur voornamelijk uit boeken, en niet uit eigen ervaring. Misschien hou ik precies daarom zo van het gebergte.

De regio van Abruzzo wordt gedomineerd door de Appenijnen. Vergeleken met de Alpen (en zeker met andere, oudere en meer verweerde Europese bergkentens zoals de Pyreneeën of zelfs de Ardennen) is deze geologische regio nog springlevend. Italië heeft actieve vulkanen, en er zijn geregeld aardbevingen.

We waren getuige van de relatieve prilheid van dit land in de Grotte di Stiffe, een bescheiden grot met niettemin een heel eigen charme: ze werd nog volop geboetseerd door een riviertje dat de hele tijd naast ons wandelpad liep, en door een aantal watervallen. Je kon de natuur ruimte voor zichzelf zien uitgraven in de rots waar je bij stond. Het ruisen van stromend water was overal. In de grotere, oudere grotten die ik in Frankrijk of België bezocht, was het vertoon aan druipstenen veel indrukwekkender, maar de kracht van de rivier was er niet meer dan een verre herinnering in een of andere stille, diepe kloof.

Misschien was een grot bezoeken in een streek die bekend stond om haar aardbevingen niet meteen het allerslimste idee, bedacht ik terwijl we in het schemerduister achter onze gids aan liepen. Maar er gebeurde niets uitzonderlijks, en na een uurtje stonden we weer buiten in het zonlicht en de hitte.

Waarom hadden we er eigenlijk voor gekozen om naar deze nogal afgelegen, weinig toeristische streek van Italië te trekken? Als ik de resultaten van de natuurkrachten had willen zien in combinatie met de overblijfselen van de oude Romeinse cultuur, had ik toch even makkelijk naar Pompeï kunnen gaan, in de schaduw van de beruchte Vesuvius? Behalve het feit dat een bezoek aan een dodenstad waar de hele bevolking levend begraven was onder de hete as mijn hooggevoelige zintuigjes en mijn levendige verbeelding in alarmfase zou laten gaan, had ik nog een andere goede reden om me niet te concentreren op de beter bekende plekken in Italië, maar in plaats daarvan Abruzzo te verkennen.

Als een schrijver zoiets zegt – welke andere mogelijke reden is er dan iets met een boek?

 

JW Iris bos Sally Mann 1 cut
(c) Jurgen Walschot – Seth variatie (detail)

 

Het is al een hele tijd geleden dat ik voor het eerst op Medium iets liet vallen over Het boek Seth. En ik heb het er hier, geloof ik, zelfs nog nooit over gehad. De tekst van dit manuscript, rijk aan Egyptische en gnostisch-christelijke motieven, liet de eerste vonk van creatieve zielsverwantschap overslaan tussen mij en Jurgen, lang voor we aan ons Zaailing-avontuur begonnen. Hoewel we wisten dat het geen evidente onderneming was (een volledig geïllustreerde literaire roman van tweehonderd pagina’s over de verhoudingen tussen goed en kwaad, iemand interesse?) én een werk van lange adem, vonden we elkaar daar wel in een aantal gemeenschappelijke thema’s en beelden, en dit zorgde voor een eerste laag van de vruchtbare bodem van vertrouwen en creatieve verwantschap die ons het afgelopen jaar al zo gevoed heeft.

Op het moment dat we besloten dit boek samen te maken, was mijn tekst al door een rijpingsperiode van ruim tien jaar gegaan, en door minstens evenveel versies. Als het van mij afhing, was het verhaal af.
Maar zodra Jurgen in ernst mee aan boord kwam, voelde ik dat het cruciaal was dat hij niet zoals gewoonlijk in de ondergeschikte rol van de illustrator zou glippen, om wat aardige prenten te maken bij een al bestaande tekst. Als we deze samenwerking echt wilden laten lukken, moest hij zijn rechtmatige plaats kunnen innemen als mijn gelijke en de medeschepper van dit boek.

Dat wilde zeggen dat ik mijn ‘kindje’ moest delen. Ik moest Jurgen de vrijheid geven om te komen met zijn eigen ideeën en zijn persoonlijke benadering, zelfs als die op zeker moment het originele concept in vraag zouden stellen of het werk substantieel konden veranderen. Ik besloot dat dat voor mij oké was. Ik wilde een creatieve zielsverwant aan mijn zijde die zijn vleugels uitsloeg, geen knecht die mijn aanwijzingen uitvoerde.

Een van de hoofdpersonages, naar wie Het boek Seth genoemd is, is een halfengel die worstelt met zijn afkomst en de krachten die zijn geboorterecht zijn. Op jonge, kwetsbare leeftijd, heeft hij een confrontatie met een goddelijk wezen dat zichzelf JHWH noemt, en dat zich ophoudt in wat ik ‘de kathedraal in de hoofdstad’ had genoemd. Omdat ik in dit boek al zoveel Egyptische, joods-christelijke en gnostische elementen had uit te balanceren, had ik ervoor gekozen om zeer neutrale, abstracte en niet-beschrijvende settings te gebruiken zoals ‘het bos’, ‘de stad’, ‘de woestijn’, of dus ‘de kathedraal’.
Toen ik die scène las, waarin die jongen het probeert op te nemen tegen zo’n formidabele tegenstander in een enorme kerk, zei Jurgen me, dan zag ik de Sint-Pietersbasiliek in Rome voor me.

JW Tombe 2b cut
(c) Jurgen Walschot – Het boek Seth (detail)

Ik voelde onmiddellijk dat dat een schitterend idee was. Waar kon een halve engel beter zijn confrontatie met de oude christelijke orthodoxie aangaan dan in de wereldhoofdstad van het katholicisme?
Daar gaan we voor, zei ik. Ik wist dat dat inhield dat ik een aantal elementen van het plot zou moeten herschrijven, maar dat was goed haalbaar. Ik was sowieso bereid om al wat Jurgen voorstelde te omarmen als dat een verbetering voor het boek betekende, en een manier was voor hem om zich dieper in te graven in het project. Bovendien kwam zijn voorstel op het moment dat ik was gaan twijfelen of die abstracte plaatsen wel echt werkten, dan wel of ze het de lezer gewoon moeilijker maakten om in het verhaal te komen. Ik was aan het spelen met het idee om in plaats daarvan juist heel specifieke locaties te introduceren. Rome prominent laten figureren wilde zeggen dat we die richting uitgingen. En als ik die mentale klik maakte, moest de rest van de settings volgen. Dus: meer herschrijfwerk. Wat mij betrof prima. Ik begon dit steeds leuker te vinden.

Sommige locaties waren gemakkelijk gekozen, andere lagen moeilijker. Ik overlegde met Jurgen om een aantal knopen door te hakken – wat het ook was, eindigde vroeg of laat immers misschien in een van zijn prenten. Egypte en Israël waren altijd al een evidentie. Over de bossen hadden we allebei hetzelfde gevoel. Brussel was om een aantal redenen een evidente keuze als een van de belangrijkste nuclei: internationaal, kleurrijk, groezelig, alle nodige elementen voor woonst en werk van de personages aanwezig, en een stad die vooral Jurgen goed kent. Rome hadden we ook. De moeilijkste knoop was: waar groeide die halfengel op? Ik had scènes met zijn ouders (mensenmoeder, engel als vader) die zich afspeelden tegen een decor van bergen en sneeuwlandschappen, en die wilde ik heel graag bewaren. België heeft geen bergen, dus moest ik het verder zoeken. Zou het een optie zijn, vroeg ik me af, om hem te laten opgroeien in Italië? Dat idee beviel me wel, het zou zijn worsteling alleen geloofwaardiger maken.
Maar was het wel realistisch dat een jongen opgroeide in het meest katholieke land van Europa (Polen niet meegerekend) zonder ooit een grote kerk binnen te gaan, laat staan de hoofdstad te bezoeken voor hij een pakweg zestien jaar was?

Ik zocht een afgelegen dorp in de bergen, waarschijnlijk op een aardige afstand van Rome, maar niets al te toeristisch, zéker geen skistation ergens in de Alpen. Ik lanceerde een vraag onder mijn Facebookcontacten. Daar zitten wat bevriende collega’s tussen die gespecialiseerd zijn in het Antieke Rome en die Italië goed kennen, maar niemand kon me helpen. Maar mijn hoofdredacteur deelde mijn vraag, en kreeg antwoord van een vriendin dat zij op haar beurt een vriendin had die met haar Italiaanse partner leefde in… Abruzzo. Ik kreeg de gegevens van deze Hilde, nam contact met haar op en legde uit wat ik zocht.

 

Italië 2_049
(c) KV – Abruzzo

 

Hilde was hartelijk en meer dan een beetje enthousiast. Abruzzo is de streek die je moet hebben, zei ze. De tijd heeft hier stilgestaan. Je vindt hier dorpjes met maar tien familienamen op de grafzerken van de begraafplaats. Sommige van die plekken zijn ’s winters omwille van de sneeuw wekenlang afgesneden van de beschaving. Het is perfect mogelijk om hier op te groeien, op goed twee uur rijden van Rome, en de hoofdstad pas voor het eerst te bezoeken op een schooluitstap. Zo ging het alvast voor Gianni, en die heeft ongeveer dezelfde leeftijd als jouw personage nu zou hebben. Je kunt hem uitvragen over hoe het was om hier te leven als kind. En wij gaan voor jou op zoek naar het soort dorpje dat je kunt gebruiken als achtergrondlocatie.

Een mens zou niet verbaasd mogen zijn om engelen tegen te komen als je er over eentje aan het schrijven bent.

Nauwelijks een paar dagen later kreeg ik zoals beloofd van Hilde de naam van een dorpje en wat achtergrondinformatie over de regio rond L’Aquila. Maar heel gauw overviel me het gevoel dat ik de plaatsen die ze beschreef zelf wilde gaan zien. Het is mijn ervaring dat ik beter schrijf als ik de plek ken. Zelfs al gaat het maar over tien regels en wat  achtergronddetails, dan nog wil ik datgene wat ik mijn lezer aanbied zelf ook kennen.
Mijn man was helemaal te vinden voor een half avontuurlijke road trip met ons tweeën – daar kwam geen enkele vorm van overtuigingskracht aan te pas. Dus hier zijn we dan, in Abruzzo.

Ik denk niet dat er veel toeristen zijn die een totaal oninteressant slaapdorp gaan bezoeken om puur documentaire redenen. Mijn man was zo aardig om vaak het stuur te nemen, zodat ik vanuit de auto foto’s kon nemen, of er snel even uit kon springen om langs de kant van de weg betere plaatjes te schieten. Ik moest voornamelijk de sfeer opsnuiven, maar Jurgen zou de echte beelden nodig hebben.

Het dorpje dat Hilde en Gianni voor me hadden uitgezocht, lag op een van de hogere hellingen met zicht op L’Aquila in het dal. Schitterend, dacht ik. Seths moeder zal uitkijken over de stad waar ze werkt en waar ze eigenlijk zou willen wonen, maar aangezien de huizen in die dorpjes veel minder waard waren dan vastgoed in de stad kan ze niet ontsnappen uit de plek waar ze vast zit. Ze moet namelijk depressief zijn op het moment dat ik haar introduceer in het verhaal, en de omstandigheden moeten geloofwaardig zijn.

(Ja, ik geef het toe: schrijvers kunnen wreed zijn als dat nodig is, maar ik verzeker u dat we wel degelijk geven om onze personages, en ook om echte mensen.)

Natuurlijk zouden we L’Aquila zelf ook bezoeken, aangezien het de belangrijkste stad in de regio is, en ik wilde een idee krijgen van waar Seths moeder heen ging om haar geld te verdienen. Ik had gehoord over de aardbeving die de stad in 2009 had getroffen, en op onze omzwervingen over het platteland hadden we huizen gezien die gestut werden of toe waren aan restauratie. Maar niets had me voorbereid op wat we in het dal aantroffen.

 

Italië 3_032
(c) KV – L’Aquila

 

De (typisch lelijke) buitenwijken waren levend genoeg om ons te misleiden, maar acht volle jaren na de zware aardebeving (6.3 op de schaal van Richter) is L’Aquila nog steeds niets meer dan een spookstad. Hele straten lang worden de huizen rechtgehouden door niets dan stellingen en wilskracht, totaal verlaten, de ruiten gebroken, de deuren verzegeld. We zagen een middelbare school waar de stapels papier nog op de lessenaars lagen. Stijlvolle façades waar het plaaster half vanaf hing, de pasteltinten vergaan tot een somber, stoffig grijs. De belangrijkste historische monumenten en grotere gebouwen waren half verwoest, half verpakt in stellingen en doeken.
Er was veel werfgeluid te horen, maar voor elk huis dat opgekalefaterd werd, verbrokkelden er dertig andere. Zelfs te voet was het een uitdaging om het centrum van het stadje te doorkruisen, met zoveel versperde steegjes of straten die ontoegankelijk bleken.

Hier en daar was een gebouw al echt herbouwd of hersteld, maar zo’n bar of winkel binnengaan voelde als een scène uit een surrealistische film: binnen was alles veel te schoon en te normaal, business as usual, een parallel universum dat verkruimelde zodra je naar buiten stapte. We passeerden een of twee bars was mensen op een terrasje zaten, vrolijk, druk, alsof ze hun best deden de verwoesting om hen heen niet te zien. Het was een van de voorlopig vreemdste ervaringen in mijn leven.

Ik heb er nu spijt van dat ik niet meer of betere foto’s nam, of probeerde om die groteske contrasten te documenteren, maar terwijl we daar rondliepen, in de middaghitte, met de verbijstering om deze ooit zo mooie plek als een krop in de keel, lukte het mij gewoon niet. De pure kracht van de verwoestende natuur voelde overweldigend, en de pogingen van de mens om op te ruimen en herop te bouwen waren zo nietig in vergelijking. Op de terugweg merkten we in de buitenwijken rijen van prefab chaletjes, ongetwijfeld in allerijl opgetrokken noodwoningen voor een aantal van de duizenden inwoners die niet terug kunnen naar hun huizen omdat het dak ervan naar beneden dreigt te komen. In Het boek Seth zal ik het hebben over een stad die niet meer bestaat.
Eigenlijk was dit veel, veel erger dan een bezoek aan Pompeï ooit had kunnen zijn.

Als je, zoals ik, leeft in een land met een geologische geschiedenis die zo oud is dat de bergen er al lang afgesleten zijn tot heuvels, dan ken je de krachten van de natuur voornamelijk uit boeken. Getuige zijn van het lot van mensen die er uit de eerste hand ervaring mee hebben, maakt je heel nederig.

Schrijvers moeten zorgvuldig zijn, en voorzichtig, met de werelden die ze scheppen.

 

Italië 2_146
(c) KV – Oorspronkelijke loopbrug in de Grotte di Stiffe
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s