Van de klif stappen

De dag toen we niet vielen maar vlogen

Sommige dingen komen samen alsof er een puzzel plotseling past. De geboorte van Zaailing #8 (Waar de wind doorheen mag) is een voorbeeld van precies zo’n verhaal.

5-0 klein

In december 2014 was ik al meer dan tien jaar aan het werken aan een ambitieuze roman met de titel Het Boek Seth. Het boek tapt rijkelijk uit zowel Christelijke als Egyptische gedachtegoed en mythologie. Ik had een kopie van dat manuscript in mijn tas zitten toen ik naar het Werkcongres van de Vlaamse AuteursVereniging trok, met de vage hoop dat ik het misschien aan een van de aanwezige uitgevers daar kon geven. Het Werkcongres was ook een goeie gelegenheid om Jurgen Walschot terug te zien, de illustrator die ik twee jaar eerder had leren kennen en die te kennen had gegeven dat hij wel wat zag in een samenwerking. Maar voorlopig hadden we nog geen gemeenschappelijk project gevonden dat echt een creatieve vonk liet opflakkeren.

Hij bladerde door zijn schetsboekje en toonde me de potloodtekeningen van Egyptische beeldjes die hij had gemaakt in het Brusselse Musée Cinquantenaire een week eerder, en die waren zo prachtig dat ik in een flits van herkenning mijn 130 A4-pagina’s tellende manuscript uit mijn tas pakte en zei: “Misschien moet je hier eens naar kijken.”

engel
Een schilderijtje dat ik maakte omstreeks de tijd dat ik aan Het Boek Seth begon te werken, ergens rond 2001.

Nu ik erop terugkijk, was de tekst toen helemaal nog niet af. Volgens sommige dappere proeflezers was hij zelfs volslagen onleesbaar. (In een poging om tot een resonerend mozaïekweefsel te komen, had ik mijn verhaallijnen in heel veel kleine fragmentjes geknipt; later leerde ik dat de verhalen ook voor langere tijd op zichzelf mochten doorgaan en dat de resonantie zich wel spontaan zou vormen in het hoofd van de lezer.)

Gelukkig waren er wel een paar dapperen die erin slaagden het hele brouwsel door te lezen, verknipte verhaallijnen of niet, gedragen door de stroom van de taal en de opgeroepen sfeer. Jurgen schreef me: ‘Naar mijn gevoel heb je een pareltje geschreven. Bij sommige passages stromen de beelden gewoon.’

Daar was ze, onze vonk!
Alleen… gingen we ons nu echt storten in een geïllustreerde literaire roman van meer dan tweehonderd pagina’s? Hoeveel jaren zouden we daar wel niet aan werken? En welke uitgever zou zot genoeg zijn om een dergelijk boek te willen uitgeven?

Anderhalf jaar ging voorbij, waarin we mailden, aarzelden en uitstelden. Toen zag ik een interview met Jurgen in Randkrant passeren op mijn Facebook-tijdlijn. Toen ik de bijhorende portretfoto’s zag, schreef ik hem half grappend dat we de draad van het boek misschien toch maar weer eens moesten oppikken, want hij begon er met zijn lange rode krulhaar stilaan zelfs uit te zien als Seth.

We besloten er een ernstig gesprek over te hebben.

Brussel-Noord (c) KV
We troffen elkaar in Brussel, waar we beiden werkten, op het plein voor het Noordstation. Het was een zonnige en winderige dag, met wolken die voorbij snelden, zonlicht dat kwam en ging. We zaten buiten, en voor mij voelde het als een moment van kwetsbaarheid en diepe eerlijkheid.

Jurgen vroeg het mij vlakaf: had mijn tekst zijn prenten nodig?
Ik moest daar eerlijk op antwoorden: nee. Een goede roman had geen beelden nodig.

Maar ik had wel het gevoel dat wij samen iets heel bijzonders konden bereiken. Wat ik hem eigenlijk vroeg, was om te vertrouwen op die taaie vonk die we allebei gevoeld hadden, en samen te vertrekken op een avontuur waar we de uitkomst onmogelijk van konden inschatten.

Dat was het moment waarop hij me de prent toonde die hij van in het begin in zijn hoofd had gehad.

JW Iris bos.jpg
(c) Jurgen Walschot

Dronken van de wind en het licht, en van alle creatieve potentieel dat plotseling tastbaar was, zochten we een kroeg om een echt glas te drinken en daar namen we eindelijk de beslissing: we gingen dit boek maken. Als niemand het wilde uitgeven, in het Nederlands of het Engels, deden we het desnoods zelf. Onder ons tweeën hadden we alle kennis en kunde in huis die daarvoor nodig was.

Genoeg geaarzeld, getwijfeld en teruggekrabbeld. Zoals de Dwaas in de Tarot stapten we die dag van de klif, in blind vertrouwen dat wat er ons daar ook wachtte ons zou opvangen. Of dat we zouden loskomen van de grond.

Sindsdien is het nogal een trip geweest. Er kwamen meer adembenemend mooie beelden voor het boek, we bespraken het verhaal en namen een paar beslissingen die ervoor zorgden dat ik een aantal hoofdstukken zou moeten gaan herschrijven, en we maakten samen De serres van Mendel voor de vernieuwde leesmethode van uitgeverij Van In. Tijdens die samenwerking werden we stilaan echte creatieve compagnons de route, en vrienden.

Begin 2017 voelde ik iets jeuken. We waren al maanden aan het werken in wat voelde als de schaduw, in het geheim, zelfs. Ik wilde Jurgens gewoonte respecteren om geen werk in de openbaarheid te brengen dat niet af was, maar dat betekende dat we helemaal niets konden delen met de buitenwereld, en dat dat nog maanden, misschien zelfs jaren lang zo kon blijven. En op een of andere manier voelde het belangrijk om de wereld te laten weten dat we waren gaan samenwerken.

16406716_573347772864135_4016861744465771911_n

Toen ik in februari het schilderij van mijn vriendin Lynn zag, dat de omgeving van Brussel-Noord voorstelde, schreef ik er in een opwelling de tekst Bladgoud bij. Het was mijn eerste poging om tekst te schrijven bij een beeld dat al bestond. Ik droeg de tekst op aan Jurgen en stak er onze ontmoeting van een half jaar eerder in, met alle angsten en twijfels bloot aan de oppervlakte, maar net zo goed met het diepe vertrouwen dat toen opflakkerde.

Een week later, toen ik het er met Jurgen over had dat we op een of andere manier aan de wereld zouden moeten vertellen dat we samen bezig waren, stelde hij voor dat hij me een beeld zou bezorgen waarbij ik zou kunnen schrijven. Een kleinigheid, een tussendoortje, niets meer. Met Bladgoud in mijn achterhoofd dacht ik: wel ja, waarom niet? Dat kan leuk worden. Dus ik zei ja en dacht: nu wacht ik twee weken op een prent. Geen twee dagen later had ik ze in mijn mailbox. En ik ging schrijven. Aftasten wat ik zag, en dat in woorden gieten, een gesprek starten met het beeld en al zijn tactiele suggesties.

Het resultaat, dat met verbazend gemak tot stand kwam, verraste ons allebei. En we wisten meteen: hier hebben we iets. Dit klikt in elkaar zoals niks wat we eerder deden, alleen of met anderen. Komorebi werd de allereerste Zaailing (avant la lettre). En voor we het goed en wel beseften, waren we vertrokken.

Al snel staken we er een systeem in, om een Zaailing te ‘zaaien’ bij elke volle en nieuwe maan. In de loop van de laatste vier maanden hebben we er acht gepubliceerd, maar we hebben er al veel meer gemaakt, en de reserves liggen rustig te wachten op onze digitale plank tot we zin hebben om ze eraf te halen – een bevrijdende gedachte in drukke tijden waarin te veel deadlines of persoonlijke beslommeringen even al te hard onze aandacht opeisen en ons laten afwijken van het creatieve proces.

Ik schrijf bij de beelden die Jurgen me geeft, hij gebruikt de teksten die ik hem opstuur om bij te tekenen. In sommige gevallen komt het tot een rijke dialoog, een gesprek in verschillende versies over en weer, waarbij tekst en beeld elkaar wederzijds beïnvloeden tot op het punt waar het eindproduct werkelijk synergetisch is.
We hebben plannen voor een boek gebaseerd op Stroom, en een reeks postkaarten met vogels en tekst.

Op creatief vlak is dit al de meest verrijkende periode in mijn leven geweest.

Maar… we gingen het dus hebben over Zaailing #8.

2594e-1ixv3vanj_jqfyyxul6r5qq

Vorige week had ik een indrukwekkende ontmoeting met een buizerd. Ik schreef er een blog over, en Jurgen sms’te: leuke blog, maar zit daar geen Zaailing in?
Tuurlijk, waarom niet?

Per toeval was het vorige week ook de verjaardag van ons moment bij Brussel-Noord, precies een jaar eerder. Mijn ‘gelukkige verjaardag’-bericht werd eerst onthaald op ongeloof (“Nog maar een jaar! Ik moet bekennen dat ik dacht dat je je vergiste, maar neen het klopt. Fijne dag!”), maar amper een uur later kreeg ik een ‘verjaardagscadeau”:

Buizerd def
(c) Jurgen Walschot

De verwijzing naar mijn ontmoeting met de buizerd was natuurlijk duidelijk. Maar het beeld binnenin het silhouet is een fragment van de allereerste tekening voor Seth, de prent die ik voor het eerst zag op die dag een jaar geleden dat we elkaar voldoende vertrouwden om samen van de klif te stappen, het moment dat wat mij betreft voor altijd het begin zal markeren van onze vlucht naar onbekende oorden.

Ik koester deze ‘verjaardags’Zaailing meer dan zowat alles wat we eerder al gemaakt hebben.
En ik hoop stilletjes op nog veel meer verjaardagen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s