“Ik wil wiskunde geven, ik ga niet beginnen praten over godsdienst!”

Drie Turkse Vlamingen over de kansen en verborgen struikelblokken voor migrantenkinderen in het onderwijs vroeger en vandaag

“Mijn vader was zestien toen zijn vader overleed en hij het gezin moest onderhouden”, vertelt Selda, intercultureel medewerkster bij een Vrij Centrum Leerlingenbegeleiding (VCLB). “Toen hij twintig was, leerde hij mijn moeder kennen. Haar ouders woonden al in België. De armoede heeft mijn vader getekend. Hij heeft ons altijd gezegd: ‘Jullie krijgen zoveel kansen en rechten, maak er gebruik van!’”
Lerarenkoppel Mustafa en Nihal geven wiskunde, wetenschappen en technische vakken. Mustafa’s grootvader was een herder die amper kon lezen en schrijven. “Voor hem was emigreren een dubbele stap. Mijn vader is hier naar school geweest en werkt als arbeider. Ik ben hier geboren.” Nihals vader studeerde aan de universiteit van Ankara, maar vluchtte voor de politieke situatie in Turkije. “Hij heeft hier in de mijn gewerkt, tegen de zin van mijn opa. Die had andere dromen voor zijn zoon.”

Selda en Mustafa komen uit Oost-Vlaanderen. Nihal groeide op in Diest en vindt dat er verschillen zijn. Haar echtgenoot bevestigt dat. “Na de coup in Turkije zijn er in de jaren tachtig veel intellectuelen gevlucht, en in België vestigden die zich vooral in Limburg. Dat kan een impact hebben op de ontwikkeling van een gemeenschap.”
Nihal: “Ik ken daar meer jongeren die belang hechten aan onderwijs. Veel vrienden van me hebben verder gestudeerd. Toen ik in dit dorp aankwam, was dat toch wel wennen. Hier kun je mensen met een hogere opleiding op twee handen tellen.”
Maar hoe divers de Turkse gemeenschappen verspreid over Vlaanderen ook zijn, wat eruit springt, is de sociale warmte. “Turken zijn gastvrij”, vindt Selda. “Het familieaspect leeft heel sterk bij ons. En ook al kennen mensen je niet, als je een afspraak met ze maakt, zullen ze doorvragen wiens dochter je bent, uit welke streek je grootouders komen… Mijn Belgische collega’s begrijpen niet altijd waarom dat nodig is. Ik probeer uit te leggen dat dat bij ‘turksheid’ hoort.”
“Als je in moeilijkheden zit, kun je terugvallen op de gemeenschap”, knikt Mustafa. “Maar het klopt wel dat er ook sociale controle is. Als ik een meisje uit ons dorp van de bus zie stappen met haar vriend, zeg ik daar niets van. Anders weet de helft van het dorp het. Dikwijls zijn het de ouderen van de gemeenschap die de jongeren terechtwijzen voor hun gedrag.”
“Ik noem mezelf altijd eerst moslima, en ik ben getrouwd met een Marokkaan,” vertelt Selda. “Maar veel mensen uit de Koerdische of Berberse gemeenschappen vinden mij toch te los, te mondig. Belgische vrienden die mij een vrijgevochten vrouw vinden, geloven dan weer nauwelijks dat ik vijf keer per dag bid.”
Mustafa: “Ik heb ooit het verwijt gekregen dat ik té geïntegreerd was omdat we thuis een microgolfoven hadden. En dat kwam van iemand van mijn leeftijd, die net als ik hier opgegroeid was. Ik zei dat ik de soep ging opwarmen. Een magnetron, zei hij, dat is niets voor Turken. Dat is voor Vlamingen die allebei gaan werken en meer fastfood eten…”

Nihal, Mustafa en hun zoontje (c) Kristof Ghyselinck
Nihal, Mustafa en hun zoontje (c) Kristof Ghyselinck

Sociaal kapitaal

In de vergelijkingen met Vlamingen komen Turkse gezinnen er telkens zwak uit, maar misschien meten we op de verkeerde manier. “Socioloog Piet Van Havermaet zegt: als je een vergelijking wilt maken tussen Turkse en Vlaamse gezinnen, moet je enerzijds hoogopgeleide gezinnen vergelijken, en anderzijds de lager opgeleide gezinnen. Anders zijn de verschillen niet realistisch,” weet Mustafa. Wie lager opgeleid is, heeft ook minder toegang tot voorzieningen. “Veel ouders weten niet dat ze recht hebben op een logopedist, of hoe je de terugbetaling moet regelen”, knikt Selda. “Ik help daarbij, maar ik sta soms ook nog voor verrassingen. Turkse gezinnen weten vaak niet wat het VCLB allemaal voor ze kan doen. We leggen altijd uit dat we ook opvoedingsondersteuning en vormingen bieden, huisbezoeken doen… Ouders zijn daar vaak erg dankbaar om.”

Selda: “Armoede gaat
niet alleen over status,
geld of opleiding.
Armoede is ook: dat we
al jaren samenleven en
elkaar niet kennen.”

Ook Nederlands blijkt voor velen een struikelblok. Selda: “Een Turkse jongen die hier geboren is, trouwt meestal met een meisje uit Turkije. Zij wordt huisvrouw. Ze volgt cursussen maar wordt de taal nooit echt machtig. In kleine dorpen zie dat je meer dan in de stad. De laatste jaren hoor ik wel steeds vaker over nichtjes of vriendinnen die verliefd worden op een Turkse jongen die hier geboren is.”
Nihal is er alvast tegen dat jonge Turkse Belgen hun huwelijkspartner uit het buitenland halen. “Dat moet gedaan zijn”, zegt ze ferm. “Er leven hier ondertussen genoeg Turken om uit te kiezen.”
Mustafa is het daar niet mee eens. “In deze geglobaliseerde wereld kun je mensen toch niet verplichten om te trouwen met iemand uit een bepaalde regio? En een Vlaming die met een Viëtnamees trouwt, mag die ook naar hier halen.”
Nihal: “Wij zijn hier allebei geboren, dus ons kind zal hopelijk geen taalproblemen hebben. Maar als ik uit Turkije kwam, had ik mijn kind niet kunnen helpen met Nederlands, of ik moest er zelf voor naar school gaan… In mijn klas was ik vroeger meestal de enige van Turkse origine. Ik had veel Vlaamse vriendinnen. Maar ik beweer niet dat ik beide talen perfect ken. Mijn gevoelens druk ik beter uit in het Turks. Gaat het over school, dan is Nederlands makkelijker.”
Mustafa had ook taalproblemen. “De laatste jaren van het middelbaar heb ik hard moeten werken om bij te benen. Ik mag blij zijn dat ik heb kunnen voortstuderen, want ik zie jonge mensen van mijn leeftijd dezelfde jobs doen als hun vaders. Maar stilaan komen er rolmodellen: een Turkse ingenieur, advocate… Toen we hier vertelden dat Nihal leerkracht wiskunde is, zeiden veel mensen: ‘Ze heeft een beter diploma dan jij!’” (lacht)
Nihal: “En: ‘Ze is een beetje slimmer dan jij!’” (hilariteit) “Het probleem van veel Turkse jongeren is de taal, niet de leerstof. Ik druk het ouders op het hart: hun kinderen moeten Nederlandse boeken lezen, tv kijken, naar een vereniging gaan… Dat is de schaduwzijde van de warme Turkse gemeenschap: er is geen harde noodzaak om die dingen te doen. En sommigen denken: we vragen gewoon aan Mustafa om dat formulier in te vullen.”

Mustafa: “Ik heb nog van
leerkrachten gehoord
dat hogeschool voor mij
tijdverlies zou zijn en dat
gaan werken bij Volvo een
haalbaarder kaart was”

Dat herkent Selda. “Als je kunt helpen, zijn het vertrouwen en de dankbaarheid zeer groot. Maar mensen maken er soms ook wat misbruik van. Als gezinnen hulp vragen met administratie, vertaal ik dus telkens de opgave. Ik neem een kopie voor thuis, en de volgende keer laat ik het ze zelf proberen. Van de dertig gezinnen die ik zo begeleid heb, zijn er zeker twintig opgetogen omdat ze het gevoel hebben dat ze het vanaf nu alleen zullen kunnen. En ik wil het altijd nog eens nalezen.”

Naam veranderen

Selda vertelt hoe dankbaar ze is dat ze van haar directeur alle kansen kreeg om zich te ontplooien, maar niet alle ervaringen zijn even rooskleurig. Mensen van een andere origine hebben het vaak moeilijker op de werkvloer.
“Ik ben goed ontvangen op de scholen waar ik lesgaf, maar ik voelde wel dat ik extra gecontroleerd werd”, vertelt Nihal. “Mijn diploma’s en de positieve verslagen van de pedagogisch begeleider volstonden niet. Ik heb ook de vraag gekregen of ik het als moslima zag zitten om les te geven in een katholieke school. Wat doet dat er nu toe? De school heeft regels, en ik ga ervoor zorgen dat de leerlingen die naleven. (windt zich op) Ik wil wiskunde geven, ik ga niet beginnen praten over godsdienst! Ik zou graag hervatten in september, maar het is frustrerend: weer al die scholen afdweilen waar je mensen voelt denken: ‘We zullen toch maar iemand nemen met een Nederlandse naam…’”
“Je zal je naam moeten veranderen, schat”, glimlacht Mustafa. Ook hij kreeg vragen over zijn geloof. “Mijn antwoord was: ‘Ik kom technische vakken geven en mij houden aan het leerplan.’ Ik was nog geen twee maand in dienst of een pedagogisch adviseur kwam mijn cursussen en jaarplannen controleren. Hij observeerde twee uur lang mijn les. Ik kreeg een zeer positief verslag en ben ondertussen vast benoemd, maar ik heb me dubbel zo hard moeten bewijzen als Joris of Jan. Een jaar later kwam er een nieuwe collega, een Vlaamse jongen van dezelfde hogeschool met dezelfde diploma’s als ik. Hij heeft nooit de pedagogisch adviseur over de vloer gehad.”
Veel van die ongelijkheid wordt versterkt door het onderwijs, vindt Mustafa. “Ons systeem biedt mensen die het nodig hebben te weinig kansen om zich te ontwikkelen. Eigenlijk zou elke klas een weerspiegeling van de maatschappij moeten zijn, en dat is echt niet zo.”
In de Latijn-Wiskunde was Nihal een uitzondering, maar nu ziet ze evolutie: “Op het Atheneum van Diest zaten er een paar jaar geleden vijftien Turkse leerlingen in 3ASO. Mijn broer zit aan de universiteit van Hasselt en heeft er veel Turkse vrienden. Dan denk ik: waarom hier niet?”
Mustafa: “Onderschat de vooroordelen niet. Ik heb zelf van leerkrachten gehoord dat hogeschool voor mij tijdverlies zou zijn en dat gaan werken bij Volvo een haalbaarder kaart was. Sommige scholen verwijzen een allochtone leerling veel te snel door. Iemand met een Vlaamse achtergrond komt er vanaf met de waarschuwing dat hij beter zijn best moet doen.”
“Bij het VCLB proberen we zoveel mogelijk ouders en leerlingen te ondersteunen”, vertelt Selda. “Natuurlijk heeft niet iedereen de capaciteiten voor bepaalde studies, maar soms heb ik het gevoel dat ik een verschil heb gemaakt, en dat doet deugd. Maar door de voorbeelden van mensen die met een hoger diploma niet aan werk raken, hoor je ouders soms zeggen: ‘Belgen hebben ons niet graag voor zo’n job. Waarom zou mijn kind verder studeren? Laat het maar grondwerk doen of kuisvrouw worden.’ Gelukkig zijn er andere gevallen waarin het wel goed loopt.”

“Het is belangrijk dat jongeren meer moslimleerkrachten zien”, vindt Mustafa. “In conflictsituaties bieden wij ook een meerwaarde. Als ik tegen zo’n jongere zeg: ‘Nu ben je aan het zwanzen, we weten allebei dat jij thuis ook naar je moeder luistert’, aanvaardt die dat. Een Vlaamse leerkracht wordt misschien ‘racist’ genoemd.”
Nihal: “Dat woord wordt soms echt ten onrechte gebruikt.”
“Maar racisme is wel aanwezig in de Vlaamse maatschappij”, zucht Mustafa. “We ondervinden het elke dag in kleine dingen. De recente gebeurtenissen en de media doen daar ook geen goed aan. Wat hoop geeft, is dat de jongste generatie het toch wat anders ziet.”
Die generatie is aan het groeien, bevestigt Selda. “Positief is dat ze bewuster zelf kunnen kiezen. Maar naar mijn aanvoelen hebben meisjes vaak ook problemen met de dubbele identiteit, vooral als ze minder vrij gelaten worden dan hun Belgische klasgenoten. Maar ik heb hier al vaders in tranen gehad, die me uitlegden dat het enige wat zij wilden was dat hun dochter hun goede naam niet door het slijk zou halen. Het verhaal heeft altijd twee kanten. Weet je, ooit volgde ik een opleiding over armoede. De lector vroeg de dertig aanwezigen om hun gsm erbij te halen en de vreemde namen in hun contactenlijst te tellen. Op mij en één andere persoon na had niemand er, zelfs mensen met allochtone collega’s niet. De lector zei: ‘Armoede gaat niet alleen over status, geld of opleiding. Armoede is ook: dat we al jaren samenleven en elkaar niet kennen.’ Het wordt tijd dat we daar verandering in brengen.”

Dit artikel verscheen in De Bond van 17 april 2015

Advertenties

2 reacties op ‘“Ik wil wiskunde geven, ik ga niet beginnen praten over godsdienst!”

  1. SAMEN leven zal nooit envoudig zijn. Het respecteren van elkaars “eigen” zijn is een moeilijke oefening. Ik geloof niettemin in de rustige onwrikbare aanpak uit deze getuigenis. Het verdere heil van onze eigen gemeenschap is daar meer mee verweven dan we ons kunnen voorstellen.

    Like

  2. Ik hoor in onze gemeente (die van Mustafa en Nihal) niet alleen Turks, maar ook Pools, Roemeens, Russisch, Chinees, maar ook West-Vlaamsch en zelfs Limburgs (!);… Inderdaad, ‘samen leven’ vraagt een (beetje) inspanning, maar maakt ons ook zoveel rijker! Het zijn echt niet die ‘vluchtelingen’ (zijn ze zeker niet allemaal!) die ons arm zullen maken. Maar misschien wel ‘onze’ visie op wat ‘ons’ te wachten staat en ‘onze’ manier om met de wereld om te gaan!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s