Het leven is beter dan de film

Hun echte namen klinken veel deftiger, maar iedereen noemt hen Nine en Nano. Ze wonen op La Granayrié. In Fauch, een blet zonder bakker of slager op vijftien kilometer van Albi. Huisnummer? Op het Franse platteland ken je maar beter de naam van het gehucht.
Twee leerkrachten lichamelijke opvoeding op pensioen, maar ‘overjaarse hippies’ is een correctere omschrijving. Ze bezitten twee hectare terrein, met daarop een grote hoeve uit de 19e eeuw, hersteld en verbouwd door vele handen. Ze maken huisbereide foie gras en confit de canard en brouwen hun eigen arquebuse, likeur op basis van alsem. Hun toilet doet dienst als voorraadkast van potten confituur met vruchten uit eigen tuin. Nine tekent, en als ornitholoog kan Nano je precies vertellen welk soort sperwer of buizerd er boven de velden zweeft.

Ze lijken ter plekke uit de bodem gegroeid, en ze zijn buren van mijn ouders. Zo heet dat in Frankrijk, als er maar een halve kilometer landbouwwegel de woonsten scheiden. Halverwege de ochtendwandeling met de honden stoppen mams en paps gegarandeerd voor een praatje. Op woensdag gaan ze samen met Nano naar de versmarkt tien kilometer verderop en ontbijten op een terrasje met een grand café crème en de croissants van Papi André. De groep vrienden en bekenden neemt steeds ruimere proporties aan naarmate het seizoen vordert. De serveuse kent haar Belgische habitués: als ze mijn moeder ziet verschijnen, sleept ze extra stoelen aan.

IMG_0459

Toen mijn ouders naar Frankrijk verhuisden, vreesden we geen seconde voor het scenario waarover zoveel ex-pats klagen: vereenzaamd en verbitterd zonder landgenoten ‘in den vreemde’ verpieteren. Mijn oudjes zijn zó ontwapenend vriendelijk dat ze op minder dan een jaar tijd een heus netwerk aan lokale kennissen, vrienden en klusjesmannen hadden opgebouwd. Ze waren beter omringd dan menig koppel dat al veel langer verhuisd was. Belgen? Als ze meer landgenoten wilden waren ze toch niet naar Frankrijk verhuisd?

Hoe sociaal mijn ouders ook zijn, Nine en Nano bleken het geschenk uit de hemel. Het Franse koppel was oprecht verheugd met zulke fijne vrienden in hun onmiddellijke, toch wel wat eenzame, nabijheid, en druppelsgewijs introduceerden ze mijn ouders vervolgens in hun vriendenkring, een bende van diverse pluimage waarvan de meesten ondertussen ook kinderen en kleinkinderen hadden, vaak samen opgegroeid omdat de vriendschappen teruggingen tot de tijd voor er kinderen waren. Die geschiedenis delen we natuurlijk niet, maar sinds een jaar of drie zijn mijn ouders, én wij erbij, met open armen opgenomen in de warmte van de troep.
Ik noem ze de bande à Jojo, naar het lied van Joe Dassin. Mijn man maakt mij erop attent dat dat eigenlijk gaat over een bende twintigjarigen, maar dat is ook precies hoe ik hen zie: twintigjarigen die al bijna vijftig jaar vergeten dat ze net als iedereen elk jaar wat ouder worden. Of die ondertussen heel goed geworden zijn in doen alsof.
Nochtans wegen de jaren. Er zijn brillen geslepen en knieën vervangen. Stappen gaat wat minder kwiek, buigen om het mooiste servies uit de kast te halen lukt minder elegant. Ze doen alsof ze de rimpels niet opmerken en kleuren de grijze haren, maar aan het einde van de dag laat de tijd zich voelen.

Naar Frankrijk gaan, zoals we elk jaar minstens één keer doen, is al een hele tijd niet alleen meer mijn ouders terugzien. Het is ook teruggaan naar al die heerlijke mensen, en dat onvergetelijke sfeertje. Nu en dan verwacht ik dat de regisseur tevoorschijn komt van achter een decorstuk dat ik niet had opgemerkt, om een aanpassing te doen aan een van de camera’s. Dit is een film. Een Franse komedie, van het betere soort.

Oerwoud

We zijn met een twintigtal. Onze familie, die van Nine en Nano, een handvol van hun hechte vrienden. De maaltijd is een initiatief van Viviane, wiens dochter Bérangère (herderinnetje, en voor een keer is dat géén bijnaam), getrouwd is met Fabien, de zoon des huizes.
Als opwarmertje is er foix-gras en paté van eend, toast met stinkende Maroile-kaas, olijven, persillade. En champagne, een magnum extra-large. Of whisky voor de liefhebbers.

IMG_0455

Nano, kalend met een grijs paardenstaartje in de nek, bekijkt minzaam glimlachend de drukte vanop zijn stoel en laat het draven aan de jongere garde zonder knieprotheses. Médor (Médorette voor de vrienden), de hoogbejaarde hond, mag ondertussen zijn bord aflikken. Bérangère komt binnen met een paraplu die het voorgerecht tegen het ergste van de zomerse hoosbui buiten moet beschermen. Fabien tilt kleindochter Anna-Rosa de lucht in. Puberkleinzoon Lucas (Lulu) zit met onze eigen Lucas (l’autre Lucas) en nog wat jong volk achter de chips en de schermpjes.

We komen al vier jaar op La Granayrié, en meestal zijn de feestjes buiten, maar vanavond giet het pijpenstelen, en dus is dit de eerste keer dat ik de ‘feestzaal’ op de eerste verdieping zie. Het is een ruime kamer, maar niettemin krap voor twintig man en alle tafels en stoelen. Ze kan alleen langs een omweg en trap buiten bereikt worden – niet handig met dit onweer. De enige binnendeur naar de rest van het huis is gebarricadeerd, want wie ze opent, wacht een sprong van een paar meter naar de bodem van de garage.

Nine toont ons met trots de indrukwekkende muurschildering die ze een aantal jaren geleden maakte samen met Kathy, de lokale kunstenares en vriendin. De grootste wand van de feestzaal is één uitbundig oerwoud. Kathy, graatmager en zweverig, glimlacht bescheiden en zegt dat ze een heleboel dingen nu alweer anders zou doen. Haar man Alain slaat hen gade vanuit zijn hoekje aan het raam, waar hij de ene sigaret na de andere opsteekt. Op rechtstreekse vragen geeft hij geen antwoord, en hij kijkt niemand in de ogen. Toch glimlacht hij minzaam en lijkt hij tevreden er te zijn, al zal hij de hele avond geen woord zeggen. Hun zoon Blaise is al net zo contactschuw, maar bij de jongeren en hun schermen vindt hij aansluiting.

Bloedbroeders

Naast mijn moeder op de bank zucht vriendin Renée luid dat het toch spijtig is dat haar man Tarzan er niet bij kan zijn omdat hij zo nodig in Genève aan het werk moest. Maar ja, geeft ze toe, het is voor Jean, en dat is toch weer wat anders. Jean is zowat op La Granayrié is opgegroeid. Hij heeft er de crisismomenten van zijn adolescentie gesleten als bloedbroeder van Fabien en de kinderen van Renée en Tarzan, en blijft hen als zijn emotionele thuishaven beschouwen, zelfs nu hij een succesvolle tv-presentator is die met zijn gezicht in alle Franse en Waalse ‘boekskes’ staat. We hebben hem de afgelopen jaren al een paar keer gezien, en stilaan ontdooit hij, omdat hij voelt dat onze liefde voor La Granayrié en haar bewoners oprecht is en we ons strikt houden aan de belofte geen informatie over hem of zijn vriend te verspreiden. (Hij heet in werkelijkheid ook niet Jean.)

Op zijn achtenzestigste kruipt Tarzan nog kwiek op ladders en daken, nu dus op dat van Jean en zijn partner zeshonderd kilometer verderop. Tarzan is een man met een scherp verstand die nooit heeft kunnen voortstuderen en dat heeft gecompenseerd met zelfstudie. Met pijp tussen de lippen vergast hij al wie het horen wil op filosofische discussies en citaten van Voltaire of Vergilius. Voor zijn humor zoekt hij het evenwel niet zo hoog: ‘Pas au-dessus de la ceinture ou j’ai le vertige…’. Hij wordt gemist; het gevecht tussen de seksen wordt nooit zo vrolijk gevoerd als wanneer Tarzan erbij is.
Renée en Tarzan scheiden drie keer per dag, zegt mijn vader, om het meteen daarna weer bij te leggen. Ze trouwden op hun achttiende omdat zij zwanger was. Vijftig jaar, drie kinderen en drie kleinkinderen later (het vierde is op komst) zijn ze nog altijd onafscheidelijk.
Zij: “Minou! Minou, ou-es tu? J’ai besoin de toi!”
Hij: “Oh, comme elle m’énerve!”
Iemand rakelt het verhaal op van hoe Renée ooit één kip serveerde voor dertien genodigden. Het beest werd met de grootste zorg gesneden, en iedereen kreeg welgeteld een mondvol. Hilariteit alom. Waarop zij, verontwaardigd: “Mais il y avait quand-même assez pour tout le monde?”
Renée is ook degene met groene vingers, die in de afzondering van haar woonst diep in het platteland niet liever doet dan ongegeneerd in haar blootje tuinieren. Correctie: ze draagt rubberlaarzen en een strohoed, maar verder is er geen streep kleding te zien. Naakt of niet, ze is een veel betere tuinierster dan kok, al heeft ze een hoogst onpraktische fobie voor regenwormen.

Jurgen & Chez Les Lamberts 206

Jurgen & Chez Les Lamberts 202

Het voorgerecht, de salade van Berangère, wordt vlot weggewerkt, en een paar glazen later is het de beurt aan Vivianes hoofdgerecht: een Arabische schotel van rijst en stoofvlees. Het gerecht is net zoals Viviane zelf: af tot in de puntjes. Ze is stijlvol, modieus, elegant, van top tot teen gelikt en gelakt, en bovendien ook nog oprecht sympathiek – een zeldzaamheid. Alleen aan de perfecte muziekkeuze voor het moment waarop de schotel zijn entree moest maken, kwam ze tot haar ergernis niet toe.

Clownesk

Kathy, die met whisky begonnen was, merkt op dat de champagne achteraf naar water smaakt. Ze steekt joint op, niet de eerste die avond, en haar ogen krijgen iets glazigs. Maar haar glimlach blijft, breed en lijzig. Ze wiegt op het ritme van de muziek, en kijkt pas verstoord op als Fabien hardcore door de boksen laat schallen in een poging om grappig te zijn.

Onder alle vrolijkheid zit, zoals dat gaat in goede films, een dosis tragiek. Hoe het echt gaat met Kathy, haar contactschuwe man en zoon, weet ik niet. Ze hebben een fantastisch huis in het bos, een soort hobbitwoning op palen die Alain zelf heeft gebouwd en waar de grote leefruimte zowel keuken, zithoek, bureau als atelier is. Kathy’s werk spat van de muren met de drang die kunstenaars eigen is, schitterend en bedwelmend. Maar er is geen feestje waarop ze niet zelf bedwelmd rondzwalkt. Haar handen zijn zacht als ze in het passeren over mijn nek gaan. Ze omhelst me. Ik voel in haar een liefde voor alles wat leeft, te veel om te bevatten in dat tengere lichaam.

Fabien, die eerder op de avond perfecte rookkringen heeft zitten blazen en die nu luidkeels mee brult met de muziek, heeft een verleden van enfant terrible. Briljant verstand maar in de praktijk dikke miserie. Een schoolloopbaan waar zijn twee ouders alleen maar zuchtend over kunnen zwijgen. Universiteit lag perfect binnen zijn mogelijkheden, maar ooit haalde een van de dochters van Renée en Tarzan hem uit de metro, waar bij zat te bedelen. Hij werkt nu op de luchthaven van Toulouse, in de bagagebehandeling. Zijn oudste, Lulu, is ernstig – zij het onzichtbaar – fysiek gehandicapt, en steekt dat vakkundig weg achter een charmante clowneske façade.

Renée en Tarzan kunnen het zich niet permitteren dat hij op zijn achtenzestigste stopt met werken. Wat er zal gebeuren als zijn frêle maar taaie carrosserie het begeeft, is bang afwachten. Hun dochters hebben elk op hun manier een hobbelig parcours gereden – een familiegeschiedenis die een film op zich verdient.

Nine heft haar glas voor een toast. Het laatste kootje van haar ringvinger ontbreekt. Het is de enige fysieke herinnering aan een nachtmerrie twee jaar terug, toen de ezel waarvoor ze al jaren zorgde haar laat op een avond aanviel en in een toestand van blinde razernij bijna vermoordde. Haar knie revalideerde, de kapotgebeten huid werd getransplanteerd, de blauwe plekken vervaagden, net als de kneuzingen op haar ziel, al bleven de nachtmerries lang. Haar eerste schetsen waren er van dreigende, malende tanden. Alleen het ontbrekende vingerkootje vertelt nog steeds het verhaal van die duistere nacht toen niemand haar kreten hoorde en het beest haar omver wierp, boven op haar ging zitten en haar beet waar hij kon.

Trillende lippen en antivries

Sobran, onze zesjarige, kibbelt met Anna-Rosa om een stripverhaal. De driejarige is het niet gewend haar zinnetje niet te krijgen, en zet haar klauwtjes in De Tamme Tummi. Pagina’s scheuren. Tranen en trillende lippen. Fabien plakt de boel zo goed en zo kwaad als het gaat weer aan elkaar, maar Willy Vandersteen draait zich om in zijn graf. Mijn mama is de reddende engel die haar kinderen hun laatste gezellige avond gunt en met haar kleinzoon huiswaarts en bedwaarts trekt. Ze zullen er met z’n tweetjes trouwens goed van profiteren: een heel stripverhaal lezen ze samen nog, bekennen ze de volgende ochtend met glinsterende ogen. Sobran haalt zijn korte nacht in tijdens de rit naar huis.

Jurgen & Chez Les Lamberts 310

Drie mensen vallen de feestzaal van La Granayrié binnen: langverwachte vrienden uit Grenoble, die een poosje komen logeren. Meer glazen, meer drank. De ogen van onze Lucas blinken: naar de komst van de dochter van dit stel kijkt hij al drie weken – wat zeg ik, een jáár – met stil verlangen uit. Hoewel, stil: hij heeft deze vakantie aan tafel al eens iets laten vallen over rattenvergif en antivries in het drankje van de jongen die interesse heeft getoond in ‘zijn’ Julie.

Viviane tovert met borden en iedereen krijgt te eten. En voor wie geen honger heeft, is er altijd nog dessert. En arquebuse.

Kathy danst tussen de tafels zolang de muziek haar bevalt. Als er een ouderwetse rock passeert, strekken mijn man en ik de benen – zijn danslessen zijn twintig jaar na datum nog altijd goed voor een shownummertje. Er wordt geklapt en gefloten. “Comment voulez-vous que nous on danse encore maintenant, après un tel spectacle?” Renée natuurlijk. We krijgen er allebei een klapzoen bovenop.

Het echte leven

Morgen rijden we naar huis. Het stemt me droef. Niet omdat ik niet graag thuis ben, maar omdat ik hier niet weg wil, uit deze zachte streek met haar glooiende velden van zonnebloemen en graan, en van dit bonte gezelschap dat morgen met houten koppen zal opstaan, dat zal zuchten over de kinderen en de knoken die niet meer mee willen en binnen een paar dagen gegarandeerd weer een feestje organiseert, of een apéro dinatoire. Ik wil nog niet zo oud zijn als zij, maar op avonden als deze ben ik wel eens jaloers dat ik nog niet op pensioen ben.

Ik kijk om me heen. Ik zie Nine en Nano, Renée zonder haar Tarzan, Kathy en Alain, mijn ouders. Hun kinderen en kleinkinderen. Hun verhalen en hun verdriet. En ik voel me vollopen met warmte.

Nee, dit is geen film. Dit is het echte leven, en daarover wordt zo nu en dan wel eens een film gemaakt. En als het een heel goeie is, dan lijkt hij op wat er hier vanavond gebeurt.

Advertenties

One thought on “Het leven is beter dan de film

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s